Screening & monitoring voor zorgondersteuning
Uitgangsvraag
Wanneer en hoe dienen patiënten met hoofd-halskanker gescreend en/of gemonitord te worden op noodzaak en hun behoefte aan ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie?
Aanbeveling
1. Gebruik structureel PROMs ter screening en monitoring van hoofd-halskanker-specifiek functieverlies, condities en/of co-morbiditeit op vaste meetmomenten of conditioneel (Tabel 1).
2. Gebruik PROMs waaronder die van de DHNA voor alle patiënten met hoofd-halskanker op de volgende tijdstippen: vóór de start van de oncologische behandeling, en op 3, 6, 12, 24 en 60 maanden na afloop van de behandeling, of conform advies in Tabel 1. Integreer deze afnames bij voorkeur in het elektronisch patiëntendossier (EPD) binnen het zorgpad.
3. Voer bij iedere patiënt een triagegesprek door een daartoe opgeleide zorgprofessional (zoals een verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager) om de PROM-resultaten, aanvullende factoren en contextuele informatie te identificeren die mogelijk niet zichtbaar zijn in de PROM-resultaten. Gebruik dit gesprek ook om de indicatie voor verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie te bepalen.
4. Integreer de PROM-resultaten en het triagegesprek in de besluitvorming tijdens het medisch MDO bij oncologische diagnostiek, stadiering en behandelplanning. Indien sprake is van problematiek op meerdere domeinen, bespreek dit aanvullend in een revalidatie MDO.
5. Pas het matched care-principe toe bij verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie. Wijs patiënten toe aan zorg op basis van de ernst en complexiteit van de klachten:
- Eerstelijnszorg bij generieke klachten
- Gespecialiseerde (para)medische zorg binnen een hoofd-halscentrum bij enkelvoudige of domeinspecifieke problematiek
- Multidisciplinaire Medisch Specialistische Oncologische Revalidatie (MSOR) bij complexe, meervoudige problematiek.
6. Informeer patiënten en hun naasten en/of mantelzorgers tijdig en adequaat over mogelijke oncologische behandelopties, verwachte uitkomsten en impact op kwaliteit van leven. Gebruik PROM-resultaten ter ondersteuning van het gedeelde besluitvormingsproces en versterk het zelfmanagement van de patiënt.
7. Besteed aandacht aan digitale toegankelijkheid voor patiënten bij het implementeren van PROMs en zorg voor ondersteuning bij lage digitale vaardigheden.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Voor deze module is niet systematisch gezocht in de wetenschappelijke literatuur. De beantwoording van de uitgangsvraag is gebaseerd op aanbevelingen en bewijs afkomstig uit nationale en internationale richtlijnen, consensusdocumenten (standpuntnota) en praktijkgerichte aanbevelingen (leidraad) specifiek voor hoofd-halskanker (Uitkomstenset - Hoofd-halstumoren | Document | uitkomstgerichtezorg; Cohen, 2016; Verdonck, 2022; Goyal, 2021; Nekhlyudov, 2017 – updated online 2025). Waar hoofd-halskanker-specifieke richtlijnen ontbraken, is gebruikgemaakt van meer algemene – zogeheten generieke (oncologische) richtlijnen (Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025; Richtlijn Vermoeidheid bij kanker in de palliatieve fase, 2019; Richtlijn Detecteren behoefte psychosociale zorg, Richtlijn Stemklachten, 2016; Richtlijn Orofaryngeale dysfagie, 2017; Richtlijn Cervicaal Radiculair Syndroom, 2024; Richtlijn Subacromiaal Pijnsyndroom van de Schouder, 2015; Richtlijn Chirurgie bij kwetsbare ouderen, 2024; Richtlijn Comprehensive geriatric assessment (CGA), 2021; Richtlijn Medisch specialistische revalidatie bij oncologie) en van expertconsensus van de richtlijnwerkgroep.
Het doel van deze module is om alle Nederlandse hoofd-halscentra te voorzien van basisinformatie ten behoeve van het screenen op, monitoren van en verwijzen naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie, zowel binnen als buiten deze centra. Deze module combineert aldus wetenschappelijk bewijs uit richtlijnen met expertconsensus van de richtlijnwerkgroep om zorgprofessionals te ondersteunen bij het begeleiden van patiënten met hoofd-halskanker zowel vóór, tijdens als na de oncologische behandeling.
Afbakening:
De richtlijnwerkgroep verstaat onder ondersteunende zorg alle vormen van zorg die gedurende het gehele oncologische traject worden ingezet: vanaf de oncologische diagnostiek, behandeling en follow-up tot en met de palliatieve en terminale fase. Onder ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie wordt expliciet niet de medisch-oncologische diagnostiek, behandeling of nacontrole verstaan. Vervolgdiagnostiek en behandeling van positief gescreende domeinen vallen buiten de reikwijdte van deze richtlijnmodule. Ook het concept ‘Health promotion’ valt buiten de scope van deze module alhoewel de richtlijnwerkgroep het belang hiervan onderstreept voor patiënten met hoofd-halskanker en verwijst naar de nationale en internationale richtlijnen hierover (Nekhlyudov, 2017 – updated online 2025; Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025; Rogers, 2017).
De richtlijnwerkgroep hanteert de definitie van revalidatie zoals geformuleerd door de World Health Organization (WHO): “Revalidatie is een interventie of interventies gericht op het optimaliseren van functioneren en het verminderen van beperkingen bij personen met gezondheidsproblemen in interactie met hun omgeving”(www.who.int).
Screening en monitoring:
Het doel van screening tijdens het diagnostisch traject voor hoofd-halskanker is het identificeren van patiënten met hoofd-halskanker die een verhoogd risico lopen op functieverlies, co-existente condities en/of co-morbiditeit en mogelijk aanvullende diagnostiek en behandeling hiervoor nodig hebben. Het is voor het interdisciplinaire team een uitdaging om onderscheid te maken tussen patiënten die, op basis van co-morbiditeit en kwetsbaarheid, wel of niet in staat zijn om de oncologische behandeling te doorstaan. Vroege identificatie en behandeling van bijvoorbeeld dysfagie, ondervoeding, sarcopenie en kwetsbaarheid bij nieuw gediagnosticeerde patiënten is essentieel ter voorbereiding op de oncologische behandeling. Dit kan het risico op complicaties en acute toxiciteit verlagen en bijdragen aan betere oncologische uitkomsten, zoals overleving en gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven (Han, 2022; McIver, 2025).
Maar ook tijdens en na de oncologische behandeling en gedurende de lange termijn follow-up is het van belang om bij iedere patiënt periodiek in kaart te brengen welke functionele, fysieke of psychosociale problemen als gevolg van de behandeling zijn ontstaan. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen acute effecten (zoals bijwerkingen tijdens de oncologische behandeling), lange termijn- en late effecten. De definitie van mogelijke functionele, fysieke en psychosociale lange termijn- versus late effecten geassocieerd met chirurgie, radiotherapie en chemotherapie verschilt (Cohen, 2016). Lange termijneffecten zijn problemen die ontstaan tijdens de actieve oncologische behandeling en aanhouden na het beëindigen van de behandeling, terwijl late effecten problemen zijn die zich pas maanden of jaren na afronding van de oncologische behandeling ontwikkelen of manifesteren (www.cancer.org). Hoewel er verschillende niveaus van bewijs beschikbaar zijn voor het bestaan van deze effecten tijdens de nazorgfase, is er beperkte informatie over het tijdsinterval tot aanvang of de prevalentie ervan in de post-behandelfase bij overlevenden (Cohen, 2016).
Een systematische screening op meerdere domeinen (multi-domein screening) is daarbij essentieel om risicofactoren voor onder andere dysfonie, dysfagie, trismus, ondervoeding, sarcopenie, psychosociale problemen, pijn, vermoeidheid en slaapproblematiek vroegtijdig te identificeren (Wieland, 2023; Florie, 2023; Verdonck, 2022; Nekhlyudov, 2017 – updated online 2025). Screening stelt zorgprofessionals in staat om tijdig door te verwijzen voor verdere diagnostiek, ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie.
1. Domeinen, bijbehorende screeningsmethoden of methoden ter monitoring
De richtlijnwerkgroep heeft een overzicht van domeinen, screenings- en monitoringsmethoden geformuleerd in Tabel 1, gebaseerd op eerdergenoemde bronnen (URL: Uitkomstenset - Hoofd-halstumoren | Document | uitkomstgerichtezorg; Cohen, 2016; Verdonck, 2022; Goyal, 2021; Nekhlyudov, 2017 – updated online 2025; Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025).
Daarnaast zijn aanvullende domeinen opgenomen met screenings- en monitoringsmethoden die volgens de richtlijnwerkgroep essentieel worden geacht voor een optimale risicobeoordeling en het bieden van gepersonaliseerde zorg aan patiënten met hoofd-halskanker, zowel vóór, tijdens als na de oncologische behandeling.
De meeste screenings- en monitoringsmethoden zijn gebaseerd op door de patiënt zelf in te vullen vragenlijsten, de zogenoemde ‘patient-reported outcome measures’ (PROMs). PROMs verschillen echter sterk in psychometrische eigenschappen en beoogd doel (Manduchi, 2023; Rogers, 2017; Di Maio, 2022). Sommige PROMs zijn specifiek ontwikkeld voor het screenen op functieverlies, co-existente condities en/of co-morbiditeit. Deze vragenlijsten beschikken doorgaans over een gevalideerde afkapwaarde, waarbij overschrijding leidt tot een advies voor verwijzing naar de betreffende (para)medische discipline voor nadere diagnostiek en behandeling. Daarnaast bestaan er PROMs die primair bedoeld zijn voor het longitudinaal monitoren van een bepaalde conditie of functioneel domein, bijvoorbeeld gedurende de oncologische follow-up of het revalidatietraject. Voorbeelden hiervan zijn PROMs die de gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven in kaart brengen, maar die geen screenende functie hebben vanwege het ontbreken van gevalideerde afkapwaarden.
PROMs kunnen vóór, tijdens en na de oncologische behandeling worden ingevuld. PROMs kunnen vóór de oncologische behandeling worden ingezet om te screenen en te verwijzen maar ook om patiënten te informeren over verschillen in korte- en lange termijn morbiditeit tussen verschillende oncologische behandelopties (Yang, 2018). Dit is met name relevant tijdens het gesprek met de hoofd-hals chirurg of radiotherapeut over de afweging tussen genezing en gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven. In dergelijke situaties ligt de nadruk doorgaans op het type oncologische behandeling die de grootste kans op genezing biedt. PROMs kunnen echter bijzonder waardevol zijn bij het bespreken van specifieke aspecten van de oncologische behandeling, zoals de vergelijking tussen door patiënten en chirurgen beoordeelde morbiditeit na uitgebreide chirurgie. Dit wordt des te relevanter wanneer de overleving tussen twee behandelopties vergelijkbaar is. Bijvoorbeeld, bij gevorderd larynxcarcinoom kunnen PROMs inzicht geven in gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven-prioriteiten van de patiënt en zo bijdragen aan gedeelde (gezamenlijke) besluitvorming (shared decision making) in geval van keuze tussen primaire radiotherapie of een totale laryngectomie (zie ook de Richtlijn Samen beslissen | Federatie Medisch Specialisten Gezamenlijke besluitvorming (Shared decision making, SDM) en het CGA - Richtlijn - Richtlijnendatabase). Het gesprek met de hoofdbehandelaar kan idealiter worden gevoerd en vastgelegd conform de Leidraad proactieve zorgplanning in de Nederlandse ziekenhuizen. Deze leidraad betreft de uniforme vastlegging en herkenbare overdracht van vastgestelde behandelwensen en -grenzen, zodat ook in acute situaties passende zorg op de juiste plaats kan worden geleverd — een aspect dat met name relevant is voor patiënten met hoofd-halskanker (Leidraad proactieve zorgplanning.pdf).
Gezien het brede scala aan mogelijke gevolgen van hoofd-halskanker is het evident dat geen enkele vragenlijst in staat is om alle relevante aspecten volledig te dekken. Elke PROM heeft zijn eigen kenmerken en sterke punten, en er bestaat geen gouden standaard. De situatie wordt verder bemoeilijkt door het ontbreken van consensus over een eenduidige definitie van ‘kwaliteit van leven’ of gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven. De wijze waarop gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven wordt gemeten, varieert internationaal vaak per instelling, hetgeen de vergelijking en interpretatie van grote datasets bemoeilijkt. Desondanks is de focus binnen het ‘kwaliteit van leven’-domein geleidelijk verschoven naar gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven, waarbij de meeste PROMs zich richten op de fysieke, psychologische en sociale aspecten van hoofd-halskanker en de impact daarvan op het dagelijks functioneren (Di Maio, 2022).
Het is aanbevolen dat PROMs beschikken over goed onderbouwde meeteigenschappen, waaronder kwalitatieve en kwantitatieve validiteit, betrouwbaarheid, responsiviteit/sensitiviteit (gevoeligheid voor verandering) en een acceptabele recall periode, conform de gangbare best practices voor de ontwikkeling en evaluatie van PROMs (Manduchi, 2023). Zodra PROMs met adequate psychometrische eigenschappen zijn geïdentificeerd, kunnen de uiteindelijke instrumenten worden geselecteerd op basis van een vergelijking van de iteminhoud (bijv. type symptomen) met het beoogde doel en de specifieke patiëntpopulatie, in dit geval patiënten met hoofd-halskanker. Voor veel PROMs geldt echter dat hun validiteit en sensitiviteit niet specifiek zijn vastgesteld voor populaties met hoofd-halskanker. Dit impliceert dat de resultaten met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd.
Daarnaast kan een vragenlijst wel sensitief zijn (in staat om kleine, statistisch significante veranderingen te detecteren), maar niet responsief (niet in staat om deze veranderingen als klinisch relevant te beoordelen).
Aangezien veel bestaande PROMs oorspronkelijk voor onderzoeksdoeleinden zijn ontwikkeld; is het essentieel om hun geschiktheid voor toepassing buiten de onderzoekscontext—bijvoorbeeld ter ondersteuning van de klinische besluitvorming—kritisch te beoordelen. De uitkomsten zijn met name waardevol voor signalering en trendbepaling op groepsniveau. Voor gebruik bij individuele besluitvorming en implementatie in de klinische praktijk is aanvullende validatie aangewezen, en dienen de resultaten steeds in samenspraak met de patiënt te worden besproken.
Dit vormt zowel een uitdaging als een kans bij de implementatie van PROMs in de klinische praktijk. Er is wel enig bewijs in de literatuur dat generieke oncologische PROMs met betrekking tot symptoom controle een gunstig effect kunnen hebben op de overleving, het aantal ziekenhuisbezoeken en opnames, gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven en het fysiek functioneren (Basch, 2016; Basch, 2017; Basch, 2021; Barbera, 2020a; Barbera, 2020b; Di Maio, 2022).
De richtlijnwerkgroep heeft geen onderzoek verricht naar de psychometrische eigenschappen van de PROMs vermeld in Tabel 1, aangezien dit instrumenten betreft die reeds door de werkgroepen zoals de Nederlandse Werkgroep voor Hoofd-Hals Tumoren (NWHHT) en de Paramedische Werkgroep voor Hoofd-Hals Tumoren (PWHHT) zijn geselecteerd, aanbevolen en geïmplementeerd binnen de kwaliteitsregistratie ‘Dutch Head and Neck Audit (DHNA)’ van de kennisorganisatie ‘Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA)’. De overige PROMs die niet door de NWHHT en PWHHT zijn geselecteerd, zijn aanbevolen in andere Nederlandse (oncologische) richtlijnen of vormen de enige in de Nederlandse taal beschikbare PROM voor de betreffende problematiek. Een combinatie van PROMs is waardevol, omdat deze zowel functieverlies, co-existente condities en/of co-morbiditeit kan identificeren als inzicht geeft in de mate waarin deze problemen door de patiënt als belastend worden ervaren. Door binnen de verzameling PROMs aandacht te besteden aan patiënt-geprioriteerde thema’s, ontstaat de mogelijkheid om behandelingen gerichter af te stemmen op de geïdentificeerde problemen, zonder daarbij concessies te doen aan de kans op genezing.
|
Domein |
Methode |
Doel construct |
Afkapwaarde bij screening |
Moment van afname |
Verwijzingsopties |
Referentie |
Zie ook |
Copyright en/ofkosten* |
|
Gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven |
EQ-5D-3L |
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter monitoring |
n.v.t. |
Alle patiënten voor consult, maar wordt minimaal afgenomen op moment 0 (baseline/na diagnose voor oncologische behandeling), na 3, 6, 12, 24 en 60 maanden |
|
Davies 2020 |
Copyright ja, zie How to obtain EQ-5D - EuroQol |
|
|
EORTC-QLQ-C30 |
Kanker-specifieke PROM ter monitoring |
n.v.t. |
Alle patiënten voor consult, maar wordt minimaal afgenomen op moment 0 (baseline/na diagnose voor oncologische behandeling), na 3, 6, 12, 24 en 60 maanden |
|
Aaronson 1993 |
Copyright ja, zie EORTC Quality of Life website | EORTC Quality of Life Group website |
||
|
EORTC-QLQ-H&N35/Update EORTC QLQ-HN43 |
Hoofd-halskanker-specifieke PROM ter monitoring |
n.v.t. |
Alle patiënten voor consult, maar wordt minimaal afgenomen op moment 0 (baseline/na diagnose voor oncologische behandeling), na 3, 6, 12, 24 en 60 maanden |
|
Bjordal 1994; Bjordal 2000; Singer 2019 |
Copyright ja, zie EORTC-QLQ-H&N35 en EORTC QLQ-HN43 Specimen-HN43-English.pdf |
||
|
FACE-Q items ‘glimlachen’ en ‘zorgen over uiterlijk’ |
Hoofd-halskanker-specifieke PROM ter monitoring |
n.v.t. |
Conditioneel, voor consult |
Psychosociale zorg, plastische chirurgie, tandheelkunde, mimetherapie |
Cracchiolo 2019 |
Copyright ja, gratis te downloaden, zie FACE-Q-HN-CANCER-USERS-GUIDE.pdf |
||
|
Mentale gezondheid |
HADS |
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter screening op klinisch relevante affectieve symptomen (angst & depressie) |
Score >11 |
Conditioneel, voor consult |
Psychosociale zorg (psychologie, psychiatrie, seksuologie, medisch maatschappelijk werk, etc.) |
Bjelland 2002; Zigmond 1983 |
Programma Uitkomstgerichte Zorg NWHHT; Richtlijn Vermoeidheid bij kanker in de palliatieve fase, 2019; Richtlijn Detecteren behoefte psychosociale zorg; HADS |
Copyright ja, VIPLive: € 0,65 ex. btw per afname |
|
Lastmeter (Distress Thermometer) |
Kanker-specifieke PROM ter screening op diverse vormen van psychosociale problematiek of stress op meerdere domeinen inclusief arbeid en financiën |
Score >5 |
Alle patiënten voor consult, maar wordt minimaal afgenomen op moment 0 (baseline/na diagnose voor oncologische behandeling), na 3, 6, 12, 24 en 60 maanden |
Psychosociale zorg (psychologie, psychiatrie, medisch maatschappelijk werk, etc.), bedrijfsgeneeskunde |
Tuinman 2008 |
Module Werkhervatting, Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025; Richtlijn Detecteren behoefte psychosociale zorg; Uitgebreide toelichting van het meetinstrument |
Copyright ja, gratis te downloaden |
|
|
Stemfunctie |
VHI-10 |
Generieke niet-hoofd-halskanker-specifieke PROM ter screening op klinisch relevante symptomen van dysfonie |
Score >11 |
Conditioneel, voor consult |
Logopedie, KNO-laryngologie |
Jacobson 1997; Rosen 2004 |
Module Stem- en spraakfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, Richtlijn Stemklachten, 2016; Programma Uitkomstgerichte Zorg NWHHT, VHI-form.pdf |
Copyright nee, gratis te downloaden |
|
Spraakfunctie |
CPIB-10 SF |
Hoofd-halskanker-specifieke PROM ter monitoring van spraak- en communicatieproblemen |
n.v.t. |
Conditioneel, voor consult |
Logopedie, KNO-laryngologie, tandheelhunde- maxillofaciale prothetiek, psychosociale zorg |
Van Sluis 2022 |
Module Stem- en spraakfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, CPIB short, CPIB-meetinstr.pdf |
Copyright nee, gratis te downloaden |
|
Slikfunctie |
EAT-10 |
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter screening op klinisch relevante symptomen van dysfagie |
Score >3 |
Alle patiënten voor consult, maar wordt minimaal afgenomen op moment 0 (baseline/na diagnose voor oncologische behandeling), na 3, 6, 12, 24 en 60 maanden |
Logopedie, KNO-laryngologie |
Belafsky 2008; Schindler 2023 |
Module Slikfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, Module GLIM criteria, Module Predicitiemodel profylactische gastrostomie, Richtlijn Orofaryngeale dysfagie, 2017; Programma Uitkomstgerichte Zorg NWHHT |
Copyright ja, gratis te downloaden |
|
Kauwfunctie |
Visueel Analoge Schaal (VAS) kauwen |
Lijn van 0 tot 10, waarbij 0 geen problemen met kauwen en 10 de ergst denkbare kauwproblemen ter monitoring van de kauwfunctie |
n.v.t. |
Conditioneel, voor consult |
Tandheelkunde-maxillofaciale prothetiek |
|
Module Preventie radiatieschade |
Copyright nee |
|
Voedingstoestand |
PG-SGA-SF |
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter screening op klinisch relevante kenmerken en risicofactoren van ondervoeding |
Score ≥4 |
Alle patiënten voor consult, maar wordt minimaal afgenomen op moment 0 (baseline/na diagnose voor oncologische behandeling), na 3, 6, 12, 24 en 60 maanden |
Diëtetiek |
Ottery 1996; Jager-Wittenaar 2017 |
Module GLIM criteria, Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie, Module Predicitiemodel proylactische gastrostomie, Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025; SOP PG-SGA; 11. Welke afkapwaarden voor de aanbevelingen voor triage moet ik gebruiken bij het gebruik van de PG-SGA Short Form©? | Pt-Global |
Copyright ja, gratis te downloaden, wel auteurs vermelden |
|
Nekfunctie/hals mobiliteit |
NDI |
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter monitoring |
Score ≥5 |
Conditioneel, voor consult |
Fysiotherapie, ergotherapie, revalidatiegeneeskunde, bedrijfsgeneeskunde |
Vernon 1991; Köke 1999 |
Module Werkhervatting, Richtlijn Cervicaal Radiculair Syndroom, 2024; NDI |
Copyright ja, gratis te downloaden |
|
Schouderfunctie |
SPADI |
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter monitoring |
Score ≥1 |
Conditioneel, voor consult |
Fysiotherapie, ergotherapie, revalidatiegeneeskunde, bedrijfsgeneeskunde |
Williams 1995; Elvers 2003; Bot 2004 |
Module Werkhervatting, Richtlijn Subacromiaal Pijnsyndroom van de Schouder, 2015; Uitgebreide toelichting meetinstrument; SHOULDER PAIN AND DISABILITY INDEX |
Copyright ja, gratis te downloaden |
|
Fysieke fitheid |
PACE |
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter monitoring |
Score ≥14 |
Conditioneel, voor consult |
Diëtetiek, fysiotherapie, revalidatiegeneeskunde, bedrijfsgeneeskunde |
van Sluijs 2004; Topolski 2006; Calfas 2002 |
Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie, Module Werkhervatting, Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025; PACE-form.pdf, Microsoft Word - Pace vragenlijst_NISB.doc |
Copyright ja, gratis te downloaden |
|
Vermoeidheid
|
MVI-20
|
Generieke niet-kanker-specifieke PROM ter monitoring |
n.v.t. |
Conditioneel, voor consult
|
Diëtetiek, fysiotherapie, revalidatiegeneeskunde, psychosociale zorg, bedrijfsgeneeskunde |
Smets 1995; Barendregt 1998 |
Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie, Module Werkhervatting, Richtlijn Vermoeidheid bij kanker in de palliatieve fase, 2019; Uitgebreide toelichting van het meetinstrument, MVI-20_scoringstool_v2_3.xlsx |
Copyright ja, gratis voor klinisch (geen commercieel) gebruik, wel auteurs vermelden, URL Multidimensionele Vermoeidheidsindex |
|
Kwetsbaarheid |
G8 |
Generieke kanker-specifieke CROM ter screening op klinisch relevante symptomen van kwetsbaarheid |
Score ≤14 |
Conditioneel, voor consult bij>70 jaar |
Interne ouderengeneeskunde of klinische geriatrie, diëtetiek, fysiotherapie, revalidatiegeneeskunde, psychosociale zorg, ergotherapie |
Bellera 2012; Baitar 2013; Baitar 2011; Soubeyran 2008; Audureau 2025 |
Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025; Richtlijn Chirurgie bij kwetsbare ouderen, 2024; Richtlijn Comprehensive geriatric assessment (CGA), 2021; URL Microsoft Word - G8 score formulier UMCG.docx |
Onbekend |
EQ-5D-3L, EuroQol 5-dimensional 3-level; PROM, patient reported outcome measure; NWHHT, Nederlandse Werkgroep voor Hoofd-Hals Tumoren; EORTC-QLQ-C30, European Organisation for Research and Treatment of Cancer- Quality of Life Questionnaire- C30; EORTC-QLQ-H&N35, European Organisation for Research and Treatment of Cancer – Quality of life Questionnaire - Head & Neck Cancer 35; FACE-Q, Facial Assessment and Cosmetic Enhancement Quality of Life Questionnaire; HADS, Hospitality Anxiety and Depression Scale; VHI-10, Voice Handicap Index-10 ; CPIB-10, Communicative Participation Item Bank 10; EAT-10, Eating Assessment Tool-10; PG-SGA-SF, Patient- Generated Subjective Global Assessment Short Form; NDI, Neck Disability Index; SPADI, Shoulder pain and disability index; PACE, Physician-based Assessment and Counseling for Exercise; MVI-20, Multidimensionele Vermoeidheids Index; G8, Geriatric 8 Screening Tool; CROM, clinician reported outcome measure.
*Copyright is niet synoniem aan kosten of betalingsverplichtingen. Het is mogelijk dat auteursrechten kosteloos zijn. Wel kan het auteursrecht vereisen dat bij gebruik of publicatie correcte bronvermelding plaatsvindt, bijvoorbeeld ten aanzien van auteurs, werkgroepen of instellingen. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om voorafgaand aan het gebruik een formele registratie als persoon of organisatie te voltooien.
2. Tijdstip van screening en monitoring
De richtlijnwerkgroep heeft geen onderzoek verricht naar de afname tijdstippen van de PROMs vermeld in Tabel 1, aangezien dit instrumenten betreft waarvan er een aantal reeds door andere werkgroepen zoals de NWHHT en de PWHHT zijn geselecteerd, aanbevolen en geïmplementeerd binnen de kwaliteitsregistratie DHNA. Tabel 1 vermeldt de tijdstippen van screening en monitoring zoals aanbevolen wordt voor de DHNA. De tijdstippen van afname van de overige PROMs die niet door de NWHHT en PWHHT zijn geselecteerd, zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de Nederlandse (oncologische) richtlijnen waaruit ze komen of op basis van expertconsensus van de richtlijnwerkgroep.
Bovengenoemde PROMs dienen toegepast te worden bij alle patiënten die een hoofd-hals oncologische behandeling ondergaan. De richtlijnwerkgroep adviseert om deze screening en monitoring uit te voeren tijdens het eerste poliklinische consult bij de verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager. De patiënt-gerapporteerde uitkomsten dienen te worden meegenomen in de besluitvorming tijdens het medisch multidisciplinair overleg (MDO), waarin de oncologische diagnostiek, stadiëring en de meest passende behandeling worden besproken.
De aanbevolen tijdstippen voor afname van de PROMs zijn weergegeven in Tabel 1. Voor de EuroQol 5-dimensional 3-level (EQ-5D-3L), European Organisation for Research and Treatment of Cancer- Quality of Life Questionnaire- C30 (EORTC-QLQ-C30), European Organisation for Research and Treatment of Cancer – Quality of life Questionnaire - Head & Neck Cancer 35 (EORTC-QLQ-H&N35) en de Hospitality Anxiety and Depression Scale (HADS), sluit de richtlijnwerkgroep aan bij de meetmomenten die door de DHNA worden gehanteerd. Deze metingen worden idealiter bij ieder consult verricht, maar dienen ten minste plaats te vinden op de volgende tijdstippen: bij aanvang op moment 0 (baseline, d.w.z. na diagnose en vóór de start van de oncologische behandeling), en vervolgens 3, 6, 12, 24 en 60 maanden na behandeling.
Hierbij wordt aangesloten bij het uitgangspunt dat elk contactmoment als een moment van gedeelde besluitvorming kan worden beschouwd. De richtlijnwerkgroep onderschrijft het standpunt van de werkgroep Programma Uitkomstgerichte Zorg, waarin is besloten dat de Voice Handicap Index-10 (VHI-10) en de Facial Assessment and Cosmetic Enhancement Quality of Life Questionnaire (FACE-Q) items glimlachen en zorgen over uiterlijk conditioneel worden uitgevraagd om onnodige registratielast en uitvraag van irrelevante vragen te voorkomen (Jacobson 1997; Rosen 2004). Dit betekent dat deze instrumenten niet routinematig bij alle patiënten worden afgenomen, maar uitsluitend bij het optreden van relevante klachten, op basis van één of meerdere klinische of patiënt-gerapporteerde triggers.
Triggers gerapporteerd in het Programma Uitkomstgerichte Zorg:
- Welke behandeling patiënten ontvangen.
- Antwoorden van patiënten op ongevalideerde tussenvragen in vragenlijsten zoals: “heeft u last van…?”
- Scores van patiënten op vragen in PROMs EQ-5D-3L, EORTC-QLQ-C30 en EORTC-QLQ-H&N35.
- Antwoorden van patiënten op twee extra empowerment vragen:
1. Is er iets wat in de vragenlijsten niet aan de orde is geweest, maar voor ons wel belangrijk is om te weten?
2. Wat ik in elk geval met mijn behandelend arts wil bespreken is (graag in steekwoorden):
- Checkvragen van zorgverleners aan patiënten “heeft u last van…?”
- Onderwerpen die patiënten uit zichzelf inbrengen tijdens consulten.
De richtlijnwerkgroep adviseert om de Lastmeter, Eating Assessment Tool-10 (EAT-10) en Patient- Generated Subjective Global Assessment Short Form (PG-SGA-SF) eveneens af te nemen op vaste meetmomenten: bij aanvang op moment 0 (baseline, d.w.z. na diagnose en vóór de start van de oncologische behandeling), en vervolgens 3, 6, 12, 24 en 60 maanden na behandeling.
De Lastmeter bevat een aantal items die niet worden meegenomen in de EQ-5D-3L, EORTC-QLQ-C30, EORTC-QLQ-H&N35 en de HADS, en heeft bovendien – in tegenstelling tot de eerste drie vragenlijsten voor kwaliteit van leven – een duidelijke screeningsfunctie met afkappunten die kunnen leiden tot gerichte verwijzing naar relevante (para)medische disciplines (Tabel 1) (Tuinman, 2008) (Module Werkhervatting).
Doordat tumoren geleidelijk groeien, zijn patiënten zich vaak niet bewust van slikstoornissen. Dit komt mede doordat zij hun voedingspatroon ongemerkt hebben aangepast, waardoor de hinder subjectief afneemt zonder dat de onderliggende slikproblematiek wordt opgelost. Deze blijft daarmee een risicofactor voor complicaties en kan alsnog aanleiding zijn voor het overwegen van een gastrostomie. Om deze reden adviseert de richtlijnwerkgroep om de EAT-10 zoals hierboven beschreven standaard af te nemen (Belafsky, 2008) (Module Slikfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, Module GLIM criteria en Module Predictiemodel profylactische gastrostomie).
De richtlijnwerkgroep beschouwt ook de PG-SGA-SF als een essentieel screeningsinstrument voor het tijdig identificeren van patiënten met een verhoogd risico op ondervoeding en voor het gericht verwijzen naar de diëtetiek (Module GLIM criteria). Een normale of verhoogde BMI biedt daarbij geen garantie voor adequate voedingsstatus of de afwezigheid van ondervoeding (Ottery, 1996; Jager-Wittenaar, 2017) (Module GLIM criteria, Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie en Module Predictiemodel profylactische gastrostomie).
De EQ-5D-3L bevat 5 items met betrekking tot generieke uitkomsten kwaliteit van leven, namelijk mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/ongemak en angst/depressie.
De EORTC-QLQ-C30 bevat 30 items over kanker-specifieke uitkomsten kwaliteit van leven, functioneren (fysiek, rol, emotioneel, cognitief, sociaal) en symptomen (pijn, misselijkheid, slaap, kortademigheid, kanker gerelateerde vermoeidheid, obstipatie, diarree) en financiële problemen.
De EORTC QLQ-H&N35 is een 35-item vragenlijst voor het beoordelen van de hoofd-halskanker-specifieke kwaliteit van leven. Deze vragenlijst omvat zeven multi-item schalen en afzonderlijke items. De zeven multi-item schalen betreffen: pijn, slikken, zintuigen (smaak en reuk), spraak, ‘sociaal eten’ (eten in sociale context), sociaal contact en seksualiteit. De afzonderlijke items richten zich op diverse aspecten, waaronder tandproblemen, moeite met het openen van de mond, een droge mond, kleverig speeksel, hoesten, heesheid, zich ziek voelen, problemen met uiterlijk, behoefte aan aanvullende dieetvoeding, sondevoeding, gewichtsverandering (afvallen/bijkomen).
De HADS is een 14-item vragenlijst bestaande uit twee subschalen - depressieschaal (7 items) en een angstschaal 7 items) voor de screening naar klinisch relevante affectieve symptomen.
Indien de EQ-5D-3L, EORTC-QLQ-C30 of EORTC-QLQ-H&N35 afwijkingen laten zien, of wanneer deze aanleiding geven tot het signaleren van specifieke klachten zoals communicatieproblemen, kauwproblemen, nek- en schouderpijn/beperkingen, vermoeidheid of een vermoeden van geriatrische kwetsbaarheid (bij patiënten >70 jaar), adviseert de richtlijnwerkgroep om conditioneel aanvullende vragenlijsten af te nemen (Tabel 1).
De Communicative Participation Item Bank (CPIB-10) is een patiënt-gerapporteerd meetinstrument dat wordt ingezet om de impact van communicatieproblemen op participatie in alledaagse spreeksituaties in kaart te brengen en te monitoren (Van Sluis, 2022) (Module Stem- en spraakfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie). De CPIB richt zich op de mate waarin een persoon in staat is deel te nemen aan sociale en communicatieve interacties, ondanks eventuele beperkingen als gevolg van spraak- of taalstoornissen. Het instrument bestaat uit een reeks items die communicatieve situaties beschrijven, zoals gesprekken met familieleden, vreemden, of het deelnemen aan groepsdiscussies. Respondenten geven aan in hoeverre zij zich hierin belemmerd voelen door hun communicatieve beperkingen. Een hogere score op de CPIB duidt op minder ervaren beperkingen en daarmee op een gunstigere uitkomst met betrekking tot communicatieve participatie. De CPIB is een waardevolle aanvulling binnen de functionele evaluatie van patiënten met hoofd-halskanker, met name wanneer spraakverstaanbaarheid of expressieve communicatie is aangetast.
De richtlijnwerkgroep beveelt het gebruik van de Visueel Analoge Schaal (VAS) voor kauwfunctie aan als hulpmiddel voor het monitoren van subjectieve kauwproblemen bij patiënten. De VAS is een ééndimensionale meetschaal in de vorm van een horizontale lijn van 0 tot 10, waarbij de patiënt wordt gevraagd een score aan te geven die het best overeenkomt met de ervaren mate van kauwproblemen. Een score van 0 staat voor geen problemen met kauwen, terwijl een score van 10 overeenkomt met de ernstigst denkbare kauwproblemen. De VAS voor kauwen is eenvoudig af te nemen, tijdsefficiënt, en biedt een waardevolle aanvulling op de klinische beoordeling van de orofaciale functie, met name in het kader van de nazorg en revalidatie na hoofd-halsoncologische behandelingen. Gezien het ontbreken van een gevalideerde Nederlandstalige vragenlijst specifiek gericht op kauwproblemen, wordt de VAS op dit moment beschouwd als het meest geschikte beschikbare instrument voor de systematische evaluatie van kauwfunctie in de dagelijkse praktijk (Module Prothetisch herstel).
De Neck Disability Index (NDI) is een generieke, niet-kanker-specifieke PROM die wordt ingezet voormonitoring. De NDI meet zelf-gerapporteerde pijnintensiteit (zoals nekpijn en hoofdpijn) en beperkingen in het uitvoeren van zowel werk-gerelateerde activiteiten (zoals tillen, concentratie en beroepsmatig functioneren) als niet-werk-gerelateerde activiteiten (waaronder persoonlijke verzorging, lezen, autorijden, slapen en vrijetijdsbesteding). De uitkomsten van de NDI bieden inzicht in de mate waarin nekklachten het dagelijks functioneren beïnvloeden (Vernon, 1991; Köke, 1999) (Module Werkhervatting).
De Shoulder Pain and Disability Index (SPADI) is een generieke, niet-kanker-specifieke PROM die wordt ingezet voor monitoring van schouderklachten. De SPADI evalueert de mate van schouderpijn en de daarmee samenhangende functionele beperkingen zoals ervaren door de patiënt in de afgelopen week. De vragenlijst bestaat uit twee subschalen: pijn (bijvoorbeeld tijdens beweging of in rust) en beperking in dagelijkse activiteiten (zoals aankleden, reiken, dragen en tillen). De SPADI biedt inzicht in de impact van schouderklachten op het dagelijks functioneren en kan bijdragen aan het identificeren van patiënten die baat hebben bij gerichte interventies (Williams, 1995; Elvers, 2003; Bot, 2004) (Module Werkhervatting).
De Physician-based Assessment and Counseling for Exercise (PACE) is een generieke, niet-kanker-specifieke PROM die wordt ingezet om het niveau van lichamelijke activiteit bij patiënten te beoordelen. De PACE richt zich op de frequentie, duur en intensiteit van fysieke activiteit en biedt inzicht in de mate waarin een patiënt voldoet aan aanbevolen beweegrichtlijnen. De verkregen informatie kan zorgverleners ondersteunen bij het formuleren van gepersonaliseerde adviezen en interventies ter bevordering van fysieke fitheid en algehele gezondheid. Daarnaast kan de PACE dienen als hulpmiddel om in kaart te brengen welke patiënten mogelijk baat hebben bij verwijzing naar bijvoorbeeld een fysiotherapeut of revalidatieprogramma gericht op het verbeteren van lichamelijke activiteit en conditie (van Sluijs, 2004; Topolski, 2006; Calfas, 2002) (Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie en Module Werkhervatting).
De Multidimensionele Vermoeidheidsindex (MVI-20) is een gevalideerd zelfrapportage-instrument dat wordt ingezet voor het meten van vermoeidheid bij diverse patiëntengroepen, waaronder mensen met kanker. De MVI-20 bestaat uit twintig stellingen die betrekking hebben op vijf dimensies van vermoeidheid en de impact daarvan op het dagelijks functioneren: (1) algemene vermoeidheid, (2) lichamelijke vermoeidheid, (3) afname in activiteit, (4) afname in motivatie en (5) cognitieve vermoeidheid. De MVI-20 biedt een breed en gedifferentieerd beeld van de vermoeidheidsbeleving van de patiënt, en kan richting geven aan verdere diagnostiek of interventies binnen het revalidatietraject. Door de multidimensionele opzet is het instrument bij uitstek geschikt om vermoeidheid in de context van complexe zorgvragen systematisch in kaart te brengen en het effect van behandelingen of begeleiding te monitoren (Smets, 1995; Barendregt, 1998) (Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie en Module Werkhervatting).
De Geriatric 8 Screening Tool (G8) is een gevalideerd screeningsinstrument dat tot doel heeft oudere oncologische patiënten te identificeren die mogelijk baat hebben bij een uitgebreide geriatrische beoordeling (Comprehensive Geriatric Assessment; CGA) (Bellera, 2012; Baitar, 2013; Baitar, 2011; Soubeyran, 2008; Audureau, 2025). De G8 is een zorgprofessional-gerapporteerde vragenlijst bestaande uit acht items die relevante domeinen van de geriatrische kwetsbaarheid bestrijken, waaronder voedingsstatus, mobiliteit, polyfarmacie, psychologische status, leeftijd en zelf-gerapporteerde gezondheid. De G8 wordt primair ingezet bij patiënten van 70 jaar en ouder en is ontwikkeld om op tijdsefficiënte wijze een eerste inschatting te geven van kwetsbaarheid (risico identificatie). Een score onder de afkapwaarde (≤14) wijst op een risico op verhoogde kwetsbaarheid en vormt een indicatie voor doorverwijzing voor een uitgebreid geriatrisch onderzoek zoals een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA). Deze verwijzing kan plaatsvinden naar zowel de interne ouderengeneeskunde als de klinische geriatrie.
De uitkomst van de G8 kan richting geven aan behandelbeslissingen, risico-inschattingen en ondersteunende interventies binnen de oncologische zorg voor oudere patiënten. Gezien de leefstijl-gerelateerde problematiek en het bekende verhoogde risico op co-morbiditeit binnen deze populatie, zal de biologische leeftijd vaak niet overeenkomen met de kalenderleeftijd. Dit impliceert dat de richtlijnwerkgroep adviseert om vanaf de leeftijd van 60 jaar conditioneel de G8 af te nemen (Tabel 1) (Wieland, 2023). Daarnaast geldt dat bij stagnerend herstel of het optreden van geriatrische syndromen, zoals valincidenten, cognitieve achteruitgang of verminderde mobiliteit, eveneens sprake is van een indicatie voor verwijzing naar een internist ouderengeneeskunde of klinisch geriater voor het uitvoeren van een uitgebreid geriatrisch onderzoek zoals een CGA.
3. Belang van een triagegesprek met de informatie van de PROMs
Omdat patiënten met hoofd-halskanker vaak te maken hebben met specifieke klachten die niet altijd volledig worden gedetecteerd via de beschikbare PROMs, adviseert de richtlijnwerkgroep om naast het afnemen en interpreteren van bovengenoemde vragenlijsten tevens een gesprek met de patiënt te voeren. Het doel van dit triagegesprek is het identificeren van aanvullende factoren die, naast de PROM-resultaten van de patiënt, van belang zijn voor verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie.
Tijdens dit triagegesprek dient, naast het screenen en monitoren van de relevante domeinen, expliciet rekening te worden gehouden met patiënt-specifieke kenmerken zoals tumorlocatie en behandelingstoxiciteit, omgevings- en persoonlijke factoren, overige co-morbiditeit, medische voorgeschiedenis, intoxicaties, leeftijd, arbeidsparticipatie en re-integratie wensen (zie Module Werkhervatting). Daarnaast dienen ook praktische overwegingen, zoals de vergoeding van zorg en de reisafstand tot het zorgaanbod, te worden meegewogen (Hueniken, 2020).
De richtlijnwerkgroep adviseert dat dit triagegesprek wordt uitgevoerd door een daartoe opgeleide en betrokken zorgprofessional, zoals een dedicated verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager, die de patiënt vanaf het moment van diagnose gedurende het volledige medische traject en ook in de nazorgfase begeleidt (Moore, 2002). Een aanvullend doel van dit gesprek is het identificeren van patiënten met een risicoprofiel dat mogelijk onvoldoende zichtbaar wordt in de PROM-resultaten (patiënt rapporteert geen afwijkingen). Ook tertiaire preventie in het kader van seksuele gezondheidsbevordering — zoals voorlichting over seksualiteit bij ziekte en/of behandeling (bijvoorbeeld medicatie, chirurgie, chemotherapie en radiotherapie (GGZ-standaarden en SIG Oncoseksuologie) — kan aan bod komen op basis van de EORTC QLQ-H&N35. Deze PROM bevat hoofd-halstumor-specifieke items met betrekking tot uiterlijk, fysieke aantrekkelijkheid, sociale activiteiten en seksualiteit. Ook op basis van items van de Lastmeter kan een patiënt vragen of klachten over seksuele gezondheid ter sprake brengen. Wanneer de patiënt vragen of klachten heeft over seksuele gezondheid, kan verwijzing plaatsvinden naar diverse professionals in uiteenlopende zorgsettings die betrokken zijn bij seksuele voorlichting (zie GGZ-standaarden). Gezien de lage prevalentie van hoofd-halstumoren en de unieke lichamelijke veranderingen in de hoofd-halsregio, verdient verwijzing naar een zorgverlener met specifieke expertise op dit gebied de voorkeur.
Tot slot maakt het verstrekken van informatie over lotgenotencontact via de Patiëntenvereniging Hoofd-Hals (PVHH), Initiatief Psycho – Sociale Ondersteuning (IPSO)-inloophuizen en relevante websites of e-healthtoepassingen eveneens deel uit van het triagegesprek. Ook het concept van Positieve Gezondheid en de daarbij behorende gespreksinstrumenten kunnen tijdens het triagegesprek bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in de waarden en prioriteiten van de patiënt, die doorgaans goed in staat is mee te denken over zijn of haar gezondheidsproblematiek (Institute for Positive Health).Verwijzing van patiënten naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie
Indien uit de screening blijkt dat de patiënt afwijkende resultaten vertoont op één of meerdere PROMs en/of tijdens het gesprek met de verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager hoofd-halsoncologie klachten rapporteert binnen één of meerdere domeinen, dient – in overleg met de patiënt – een verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie, dan wel aanvullende diagnostiek en behandeling van de positief gescreende domeinen te worden overwogen. De richtlijnwerkgroep benadrukt dat verwijzing naar de afdeling Tandheelkunde-Maxillofaciale Prothetiek in verband met kauwproblemen niet impliceert dat patiënten ook facultatief voorafgaand aan de oncologische behandeling naar de tandheelkunde kunnen worden verwezen. Baseline tandheelkundig (focus)onderzoek, gericht op het opsporen van afwijkingen die tijdens of na de oncologische behandeling tot complicaties - waaronder osteoradionecrose - kunnen leiden, dient te allen tijde doorgang te vinden (Module Preventie radiatieschade).
Het wordt aanbevolen om de resultaten van de screening, monitoring en het triagegesprek voor te bespreken in het revalidatie MDO, indien sprake is van problematiek binnen meerdere domeinen of wanneer de verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager dit op basis van zijn of haar bevindingen noodzakelijk acht. Afhankelijk van het specifieke domein waarop de patiënt een verhoogd risico heeft op complexe klachten, kan gerichte verwijzing plaatsvinden volgens het matched care-principe hieronder. De betrokken (para)medici van domeinen waarop een positieve screening of problematiek is vastgesteld, zijn bij voorkeur aanwezig tijdens dit revalidatie MDO, evenals de, revalidatiearts of revalidatieverpleegkundige en de verpleegkundig specialist, physician assistant of case manager. Ook na verwijzing blijft de verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager betrokken om de voortgang van de zorg te monitoren en indien geïndiceerd de casus opnieuw in te brengen in het revalidatie MDO.
Toepassing van het matched care-principe in de verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie
Het matched care-principe kan worden toegepast door zorg stapsgewijs aan te bieden, afhankelijk van de ernst, complexiteit en samenhang van de klachten. Hierbij moet rekening worden gehouden met het specifieke doel en de intensiteit van de zorg, de belastbaarheid en motivatie van de patiënt, in nauwe samenwerking met het interdisciplinaire hoofd-halsteam. De richtlijnwerkgroep onderscheidt hierbij drie niveaus van zorgtoewijzing (Figuur 1. Stroomschema Screening, monitoring en verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie voor patiënten met hoofd-halskanker):
- Eerstelijns zorg
Wanneer de klachten generiek van aard zijn, kan de patiënt worden doorverwezen naar de eerstelijnszorg. Het is hierbij essentieel dat de zorgprofessional beschikt over ten minste een generieke oncologische kwalificatie. Voor de verwijzing kan gebruik worden gemaakt van de Verwijsgids Kanker. Disclaimer Let op: De Verwijsgids Kanker omvat zorgprofessionals met expertise op het gebied van oncologie. Niet alle opgenomen professionals beschikken echter over specifieke deskundigheid op het gebied van hoofd-halsoncologie. - Specialistische enkelvoudige of meervoudige zorg
Wanneer één of meerdere domeinspecifieke problemen van specialistische aard zijn, wordt verwezen naar gespecialiseerde (para)medici binnen een hoofd-halscentrum. Diagnostiek en behandeling van ondervoeding en slikstoornissen, met name voorafgaand aan en tijdens de oncologische behandeling, in het bijzonder bij (chemo)radiotherapie, worden beschouwd als specialistische zorgvraagstukken. Er kan worden gekozen voor een hybride model, waarbij de gespecialiseerde zorgprofessional in het hoofd-halscentrum de diagnostiek verricht en een behandelplan opstelt, dat vervolgens (deels) wordt uitgevoerd in de eerste lijn. De voortgang kan daarbij worden gemonitord door de (para)medici uit het hoofd-halscentrum. - Meervoudige en complexe problematiek – Multidisciplinaire Medisch Specialistische Oncologische Revalidatie (MSOR)
Bij meervoudige, complexe en samenhangende problematiek die een integrale benadering vereist, adviseert de richtlijnwerkgroep een revalidatie-assessment door een revalidatiearts of verpleegkundig specialist revalidatiegeneeskunde, in samenwerking met het revalidatieteam. Op basis hiervan vindt bespreking plaats in een revalidatie MDO om te bepalen of multidisciplinaire medisch specialistische revalidatie (MSOR) geïndiceerd is. De interdisciplinaire werking van de MSOR betreft een intensief, doel- en resultaatgericht behandeltraject, dat een breed scala aan specialistische interventies omvat. Het onderscheidt zich door structurele interdisciplinaire samenwerking onder regie en verantwoordelijkheid van een revalidatiearts. De revalidatie-assessment en indicatiestelling worden uitgevoerd volgens het ICF-model (International Classification of Functioning, Disability and Health – ICF RESEARCH BRANCH - ICF Core Sets for patients with Head and Neck Cancer). Bij voorkeur beschikken alle leden van het revalidatieteam over specifieke expertise met betrekking tot de medisch specialistische revalidatie van patiënten met hoofd-halskanker, evenals over kennis van de gevolgen van deze aandoening en de oncologische behandeling (Richtlijn Medisch specialistische revalidatie bij oncologie).
Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun naasten en/of verzorgers)
De patiënt en diens naasten en/of mantelzorgers dienen adequaat geïnformeerd te worden over de voor- en nadelen van de oncologische behandeling, inclusief de te verwachten uitkomsten (verwachtingsmanagement). De uitkomsten van de PROMs kunnen het gedeelde besluitvormingsproces omtrent de oncologische behandeling ondersteunen. Deze informatievoorziening wordt verzorgd door de medisch specialist, de verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager (waarbij de PROM-resultaten voorafgaand worden besproken) en, indien geïndiceerd, de (para)medicus (zie ook Module Stem- en spraakfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, Module Slikfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, Module GLIM criteria en Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie). Het doel is om mogelijke problemen en bijwerkingen bespreekbaar te maken en het zelfmanagement en dagelijks functioneren van de patiënt – zoals omgaan met functieverlies, vermoeidheid en veranderde rolvervulling – te versterken. Het betrekken van naasten en/of mantelzorgers wordt sterk aanbevolen, aangezien zij een belangrijke rol kunnen spelen in het vroegtijdig helpen signaleren van klachten, het bieden van ondersteuning en het bevorderen van de toegang tot ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie. Bij dit proces dient rekening te worden gehouden met de individuele behoeften en mogelijkheden van de patiënt, zoals gezondheidsvaardigheden, sociaal-maatschappelijke context en de mate waarin de patiënt wil en kan participeren in gedeelde besluitvorming.
Kosten (middelenbeslag)
Het screenen en monitoren van patiënten met behulp van bovengenoemde PROMs vergt een tijdsinvestering van zorgprofessionals, hetgeen gepaard gaat met aanvullende kosten. Er is echter enig bewijs in de literatuur dat het gebruik van generieke oncologische PROMs gericht op symptoomcontrole een gunstig effect kan hebben op het aantal ziekenhuisbezoeken en -opnames, alsmede op de kosteneffectiviteit van de zorg (Di Maio, 2022; Nixon, 2018; Basch, 2016; Basch, 2017; Basch, 2021). Door tijdige screening en verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie kan functionele achteruitgang worden voorkomen of beperkt, en kan het herstel na behandeling van hoofd-halskanker worden versneld. Vanuit maatschappelijk perspectief — waarbij zowel directe zorgkosten als indirecte kosten, zoals productiviteitsverlies, worden meegenomen — kan ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie kostenbesparend zijn ten opzichte van het uitblijven daarvan. Dit is te danken aan lagere kosten gerelateerd aan functieverlies of complicaties (zoals recidiverende aspiratiepneumonie en ondervoeding) en verbeterde gezondheidsuitkomsten, waaronder kwaliteit van leven. Zie hiervoor ook de paragraaf ‘Kosten’ in Module Stem- en spraakfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, Module Slikfunctiebehoud via prehabilitatie en revalidatie, Module GLIM criteria en Module Gecombineerde beweeg- en voedingsinterventie.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
De richtlijnwerkgroep is dan ook van mening dat het integreren van PROMs in het zorgproces gerechtvaardigd is. Deze aanbeveling wordt mede ondersteund door het feit dat een aantal van de aanbevolen PROMs (Tabel 1) reeds is opgenomen in de Nederlandse kwaliteitsregistratie voor hoofd-halskanker (DHNA), hetgeen de implementatie in de klinische praktijk bevordert.
In sommige centra zijn mogelijk reeds ziekenhuisbrede PROMs ten behoeve van screening of monitoring van specifieke domeinen geïmplementeerd (PROMs buiten de DHNA set – Tabel 1). In dergelijke gevallen is het begrijpelijk dat een digitaal al goed geïntegreerde PROM niet eenvoudig kan worden vervangen. De richtlijnwerkgroep adviseert dan ook niet om dit te doen. Belangrijker is dat het betreffende domein onder de aandacht is bij de betrokken zorgprofessionals.
Binnen elk hoofd-halscentrum in Nederland is een verpleegkundig specialist, physician assistant of casemanager werkzaam binnen het hoofd-halsoncologisch zorgpad. Deze fungeert als regiehouder binnen een deel van het medisch domein en als generalist binnen het verpleegkundig domein, en is daarmee bij uitstek geschikt om, vanuit het biopsychosociale model, de screening en triage van patiënten uit te voeren. Om deze rol effectief te kunnen vervullen, is aanvullende scholing noodzakelijk. Deze scholing dient zich te richten op het toepassen en interpreteren van screenings- en monitoringsmethoden (o.a. PROMs), het identificeren van risicofactoren, het formuleren van criteria voor triagegesprekken door verpleegkundig specialisten, physician assistants of casemanagers en op de besluitvorming ten aanzien van verwijzing naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie.
Er is enig bewijs in de literatuur dat door PROM-gestuurde, verpleegkundig geleide consultaties haalbaar en acceptabel zijn bij andere vormen van kanker (Basch, 2021; Kotronoulas, 2018; Kotronoulas, 2017; Papadopoulou, 2017). Voor hoofd-halskanker is het beschikbare bewijs nog beperkt, maar uit recent onderzoek blijkt dat het merendeel van de nieuw gediagnosticeerde patiënten voorafgaand aan de oncologische behandeling deelnam aan multi-domeinscreening (Wieland, 2023; Florie, 2024). Deze screening werd als zeer acceptabel ervaren door zowel patiënten als oncologie verpleegkundigen (Pilz, 2025). Patiënten gaven aan dat het screeningsprogramma hen ook helpt bij het maken van keuzes (gedeelde besluitvorming) met betrekking tot de soort en de zwaarte van de oncologische behandeling. Tegelijkertijd vraagt een deel van de patiënten die niet deelnemen aan screening om extra inspanning van zorgprofessionals om participatie te bevorderen, met als doel inclusiviteit en rechtvaardige toegang tot zorg te verbeteren (Pilz, 2025). In de afgelopen jaren zijn er ook diverse zelfmanagement-e-health toepassingen ontwikkeld en geïmplementeerd die gebruikmaken van PROMs voor de longitudinale monitoring van gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven tijdens follow-up van patiënten met hoofd-halskanker.
Oncokompas is een zelfmanagementapplicatie die kankeroverlevenden ondersteunt bij het monitoren van hun gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven en symptomen, en hen van gepersonaliseerde feedback en passende opties voor ondersteunende zorg voorziet (van der Hout, 2021a; Schuit, 2021; van der Hout, 2021b; Met Oncokompas betere kwaliteit van leven na kanker - Vrije Universiteit Amsterdam). Het vinden van consensus tussen zorgverleners, bestuurders en IT-personeel vormt bij dergelijke applicaties doorgaans de grootste barrière voor implementatie. Ook de implementatie van de Healthcare Monitor voor patiënten met hoofd-halskanker ging gepaard met dergelijke uitdagingen (Dronkers 2020). Kwalitatieve bevindingen suggereren dat patiënten een verbeterde arts-patiëntcommunicatie en een efficiënter consult ervaren bij gebruik van de Healthcare Monitor. Patiënten voelen zich tevens beter voorbereid en ervaren meer focus op essentiële thema’s. De integratie van deze e-health toepassingen in de routinematige zorg voor hoofd-halskanker patiënten lijkt bij te dragen aan meer patiëntgerichte zorg en het faciliteren van symptoommonitoring. Toekomstig onderzoek is echter nodig om de potentiële voordelen voor patiënten met hoofd-halskanker verder te analyseren. Veel mensen ondervinden namelijk belemmeringen bij het gebruik van digitale zorgdiensten, bijvoorbeeld door een gebrek aan digitale vaardigheden, beperkte gezondheidsvaardigheden, laag- of ongeletterdheid, of beperkte toegang tot digitale infrastructuur (Calvert, 2022). Digitale inclusie vereist dat diensten ontworpen worden met aandacht voor de behoeften van álle gebruikers. Het verzamelen en toepassen van PROM-gegevens moet representatief zijn voor een diverse samenleving, teneinde onderzoek en zorgverlening op een rechtvaardige en inclusieve manier te verbeteren. Het gezamenlijk ontwerpen van systemen met representatieve patiëntbetrokkenheid (‘co-design’) is essentieel voor succesvolle implementatie van digitale PROMs. Hierbij dienen ook de benodigde middelen, mogelijke knelpunten en innovatieve aanpakken in kaart te worden gebracht en geëvalueerd, om gedeeld leren en best practices te stimuleren.
Rationale van de aanbevelingen: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Onderbouwing aanbevelingen – systematisch gebruik van PROMs en integrale nazorg bij hoofd-halskanker
Het doel van deze module is om alle Nederlandse hoofd-halscentra te voorzien van basisinformatie ten behoeve van het monitoren van, screenen op en verwijzen naar ondersteunende zorg, prehabilitatie en/of revalidatie, zowel binnen als buiten deze centra. Deze module combineert wetenschappelijk bewijs uit richtlijnen met expertconsensus van de richtlijnwerkgroep om zorgprofessionals te ondersteunen bij het begeleiden van patiënten met hoofd-halskanker zowel vóór, tijdens als na de oncologische behandeling. Vervolgdiagnostiek en behandeling van positief gescreende domeinen vallen buiten de reikwijdte van deze richtlijnmodule. Ook het concept ‘Health promotion’ valt buiten de scope van deze module.
Het systematisch gebruik van PROMs binnen het zorgpad van patiënten met hoofd-halskanker draagt bij aan vroegtijdige signalering, monitoring en passende verwijzing in geval van functionele, fysieke en/of psychosociale problematiek. Patiënten met hoofd-halskanker hebben een verhoogd risico op langdurig functieverlies en co-morbiditeit, die niet altijd zichtbaar zijn binnen standaard medisch oncologische follow-up. Door PROMs structureel op vooraf gedefinieerde meetmomenten af te nemen (bijv. zoals aanbevolen door de DHNA), kunnen deze uitkomsten longitudinaal worden gevolgd, hetgeen essentieel is voor gepersonaliseerde zorg. Integratie van PROM-afnames in het elektronisch patiëntendossier (EPD) bevordert de efficiëntie, continuïteit en data-gestuurde besluitvorming binnen het multidisciplinair team.
Een aanvullend triagegesprek door een opgeleide zorgprofessional is noodzakelijk om contextuele factoren, coping strategieën en ondersteuningsbehoeften te identificeren die in PROMs mogelijk onderbelicht blijven. Dit gesprek stelt zorgprofessionals in staat om PROM-resultaten te duiden binnen de context van de individuele patiënt, waardoor gerichtere indicatiestelling voor ondersteunende zorg, prehabilitatie of revalidatie mogelijk is. Hiermee wordt voorkomen dat problematiek wordt gemist of juist overschat op basis van enkel gestandaardiseerde vragenlijsten.
De integratie van PROM-resultaten en bevindingen van triagegesprekken in het medisch MDO versterkt de kwaliteit van de besluitvorming tijdens oncologische diagnostiek, stadiering en behandelplanning. Indien sprake is van multipele domeinen van problematiek, verdient het aanbeveling deze casus aanvullend te bespreken in een revalidatie MDO om de inzet van MSOR te overwegen.
Een matched care-benadering borgt doelmatige en proportionele inzet van zorg, passend bij de aard en ernst van de klachten. Daarbij wordt laagcomplexe problematiek bij voorkeur binnen de eerstelijn aangepakt, terwijl complexe of gecombineerde klachten multidisciplinaire specialistische zorg vereisen.
Voor adequate gedeelde besluitvorming is het essentieel dat patiënten en hun naasten en/of mantelzorgers tijdig en begrijpelijk worden geïnformeerd over oncologische behandelopties, verwachte uitkomsten en mogelijke impact op kwaliteit van leven. PROM-resultaten kunnen dit gesprek ondersteunen, en tegelijkertijd het zelfmanagement en de betrokkenheid van de patiënt versterken.
Ten slotte vereist een rechtvaardige toepassing van PROMs actieve aandacht voor inclusiviteit en digitale toegankelijkheid. Selectieve afname of het achterwege laten van PROMs op basis van subjectieve inschatting door zorgprofessional of patiënt kan leiden tot bias en ongelijke toegang tot zorg. Implementatie dient daarom plaats te vinden met ondersteuning bij digitale vaardigheden en monitoring van representativiteit van verzamelde data, bij voorkeur in co-creatie met patiënten.
Onderbouwing
Achtergrond
Head and neck cancer and its treatment can result in a range of short- and long-term impairments or conditions such as difficulties with eating, speaking, yawning, neck and shoulder mobility, as well as xerostomia (dry mouth) and malnutrition (Verdonck, 2022; Nekhlyudov, 2017 – updated online 2025). Beyond these impairments, treatment-related toxicities often lead to fatigue and decreased physical fitness (Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, 2025). Furthermore, cancer in general – and head and neck cancer in particular - is frequently associated with psychosocial challenges, including among others anxiety and depression. Collectively, these physical and psychosocial impairments and conditions can significantly affect daily functioning and reduce health-related quality of life (HRQoL). The relationship between head and neck cancer, its treatment and these impairments or conditions is often complex and not always linear, as their presence, severity, and impact can vary considerably among individuals. Furthermore, these phenomena may interact with and exacerbate one another, and some may already be present before the initiation of oncological treatment. For example, pre-existing malnutrition is frequently observed in patients with head and neck cancer, typically resulting from lifestyle factors such as chronic tobacco and alcohol use, poor dietary habits lacking essential nutrients, and a prolonged reduction in nutritional intake due to tumor burden and/or cancer-related catabolic processes (Hashibe, 2009; Alshadwi, 2013; Richtlijn Tabaks- en nicotineverslaving, 2024; Module GLIM criteria). Malnutrition, in turn, mainly characterized by the loss of skeletal muscle mass, which—if not identified and addressed early—can precipitate loss of swallowing muscle mass and subsequent dysphagia, thereby further perpetuating the cycle of malnutrition (Denaro, 2013; Willemsen, 2022).
To support patients with head and neck cancer in managing physical and psychosocial impairments or conditions and in maintaining or restoring their HRQoL, individualized supportive care and/or (p)rehabilitation is essential. Various validated methods are available to identify, assess, and monitor functional, physical, and psychosocial problems across different domains. Patients with positively screened domains can subsequently be referred to designated health professionals for in-depth diagnostic assessment and treatment of a particular impairment and/or condition. In this chapter, we provide guidance on the most appropriate screening and monitoring methods, the recommended timing of their application, and strategies for their effective integration into routine clinical care pathways.
Most screening or monitoring methods are based on self-administered questionnaires, known as patient-reported outcome measures (PROMs). However, PROMs vary considerably in terms of their psychometric properties and intended purpose (Manduchi, 2023; Rogers, 2017; Di Maio, 2022). The use of PROMs to inform and support both patients and health professionals in clinical practice offers numerous advantages. The primary benefits include providing patient-reported information, predicting HRQoL, enhancing the effectiveness of screening, facilitating the targeting of interventions, and improving communication between the patient and the interdisciplinary team within the cancer center.
Our recommendations are based on evidence and guidance derived from national and international guidelines, consensus statements, and clinical practice recommendations specific to head and neck cancer; where head and neck cancer-specific data were lacking, we referred to broader generic oncological guidelines or to expert consensus of the guideline working group. Further diagnostic assessment and treatment of positively screened domains fall outside the scope of this guideline module. Finally, providing information about peer support opportunities through the Dutch Head and Neck Cancer Patient Association (Patiëntenvereniging Hoofd-Hals - PVHH), IPSO psychosocial support centers (Initiatief Psycho – Sociale Ondersteuning (IPSO)-inloophuizen), and relevant websites or e-health applications is also an integral part of the routine clinical care pathway.
Samenvatting literatuur
Description of studies
Not applicable.
Results
Not applicable.
Level of evidence of the literature
Not applicable.
Zoeken en selecteren
No systematic review of the literature was performed.
Relevant outcome measures
Not applicable.
Search and select (Methods)
Not applicable.
Results
Not applicable.
Referenties
- Aaronson NK, Ahmedzai S, Bergman B, Bullinger M, Cull A, Duez NJ, Filiberti A, Flechtner H, Fleishman SB, de Haes JC, et al. The European Organization for Research and Treatment of Cancer QLQ-C30: a quality-of-life instrument for use in international clinical trials in oncology. J Natl Cancer Inst. 1993 Mar 3;85(5):365-76. doi: 10.1093/jnci/85.5.365. PMID: 8433390.
- Alshadwi A, Nadershah M, Carlson ER, Young LS, Burke PA, Daley BJ. Nutritional considerations for head and neck cancer patients: a review of the literature. J Oral Maxillofac Surg. 2013 Nov;71(11):1853-60. doi: 10.1016/j.joms.2013.04.028. Epub 2013 Jul 9. PMID: 23845698.
- Audureau E, Soubeyran P, Martinez-Tapia C, Bellera C, Bastuji-Garin S, Boudou-Rouquette P, Chahwakilian A, Grellety T, Hanon O, Mathoulin-Pélissier S, Paillaud E, Canouï-Poitrine F. Machine Learning to Predict Mortality in Older Patients With Cancer: Development and External Validation of the Geriatric Cancer Scoring System Using Two Large French Cohorts. J Clin Oncol. 2025 Apr 20;43(12):1429-1440. doi: 10.1200/JCO.24.00117. Epub 2025 Jan 24. PMID: 39854651.
- Baitar A, Van Fraeyenhove F, Galdermans D et al. Evaluation of the groningen frailty indicator as a screening tool for frailty in older cancer patients (PTS). European Journal of Cancer 2011:46:S282.
- Baitar A, Van Fraeyenhove F, Vandebroek A, De Droogh E, Galdermans D, Mebis J, Schrijvers D. Evaluation of the Groningen Frailty Indicator and the G8 questionnaire as screening tools for frailty in older patients with cancer. J Geriatr Oncol. 2013 Jan;4(1):32-8. doi: 10.1016/j.jgo.2012.08.001. Epub 2012 Aug 24. PMID: 24071490.
- Barbera L, Sutradhar R, Seow H, Earle CC, Howell D, Mittmann N, Li Q, Thiruchelvam D. Impact of Standardized Edmonton Symptom Assessment System Use on Emergency Department Visits and Hospitalization: Results of a Population-Based Retrospective Matched Cohort Analysis. JCO Oncol Pract. 2020a Sep;16(9):e958-e965. doi: 10.1200/JOP.19.00660. Epub 2020 May 28. PMID: 32463762.
- Barbera L, Sutradhar R, Seow H, Mittmann N, Howell D, Earle CC, Li Q, Thiruchelvam D. The impact of routine Edmonton Symptom Assessment System (ESAS) use on overall survival in cancer patients: Results of a population-based retrospective matched cohort analysis. Cancer Med. 2020b Oct;9(19):7107-7115. doi: 10.1002/cam4.3374. Epub 2020 Aug 14. PMID: 32794634; PMCID: PMC7541161.
- Barendregt PJ, Visser MR, Smets EM, Tulen JH, van den Meiracker AH, Boomsma F, Markusse HM. Fatigue in primary Sjögren's syndrome. Ann Rheum Dis. 1998 May;57(5):291-5. doi: 10.1136/ard.57.5.291. PMID: 9741313; PMCID: PMC1752605.
- Basch E, Deal AM, Dueck AC, Scher HI, Kris MG, Hudis C, Schrag D. Overall Survival Results of a Trial Assessing Patient-Reported Outcomes for Symptom Monitoring During Routine Cancer Treatment. JAMA. 2017 Jul 11;318(2):197-198. doi: 10.1001/jama.2017.7156. PMID: 28586821; PMCID: PMC5817466.
- Basch E, Deal AM, Kris MG, Scher HI, Hudis CA, Sabbatini P, Rogak L, Bennett AV, Dueck AC, Atkinson TM, Chou JF, Dulko D, Sit L, Barz A, Novotny P, Fruscione M, Sloan JA, Schrag D. Symptom Monitoring With Patient-Reported Outcomes During Routine Cancer Treatment: A Randomized Controlled Trial. J Clin Oncol. 2016 Feb 20;34(6):557-65. doi: 10.1200/JCO.2015.63.0830. Epub 2015 Dec 7. Erratum in: J Clin Oncol. 2016 Jun 20;34(18):2198. doi: 10.1200/JCO.2016.68.4555. Erratum in: J Clin Oncol. 2019 Feb 20;37(6):528. doi: 10.1200/JCO.19.00057. PMID: 26644527; PMCID: PMC4872028.
- Basch E, Schrag D, Jansen J, Hensen S. Stover AM, Spears P, JOnsson M, Deal AM, Bennet AV, Thanarajasingam G, Reeve B, Snyder CF, Bruner D, Cella D, Kottschade LA, Perlmutter J, Miller RS, Strasser JF, Zylla DM, Dueck AC. Digital symptom monitoring with patient-reported outcomes in community oncology practices: A U.S. national cluster randomized trial. J Clin Oncol. 2021;39(suppl 36): 349527.
- Belafsky PC, Mouadeb DA, Rees CJ, Pryor JC, Postma GN, Allen J, Leonard RJ. Validity and reliability of the Eating Assessment Tool (EAT-10). Ann Otol Rhinol Laryngol. 2008 Dec;117(12):919-24. doi: 10.1177/000348940811701210. PMID: 19140539.
- Bellera CA, Rainfray M, Mathoulin-Pélissier S, Mertens C, Delva F, Fonck M, Soubeyran PL. Screening older cancer patients: first evaluation of the G-8 geriatric screening tool. Ann Oncol. 2012 Aug;23(8):2166-2172. doi: 10.1093/annonc/mdr587. Epub 2012 Jan 16. PMID: 22250183.
- Bjelland I, Dahl AA, Haug TT, Neckelmann D. The validity of the Hospital Anxiety and Depression Scale. An updated literature review. J Psychosom Res. 2002 Feb;52(2):69-77. doi: 10.1016/s0022-3999(01)00296-3. PMID: 11832252.
- Bjordal K, Ahlner-Elmqvist M, Tollesson E, Jensen AB, Razavi D, Maher EJ, Kaasa S. Development of a European Organization for Research and Treatment of Cancer (EORTC) questionnaire module to be used in quality of life assessments in head and neck cancer patients. EORTC Quality of Life Study Group. Acta Oncol. 1994;33(8):879-85. doi: 10.3109/02841869409098450. PMID: 7818919.
- Bjordal K, de Graeff A, Fayers PM, Hammerlid E, van Pottelsberghe C, Curran D, Ahlner-Elmqvist M, Maher EJ, Meyza JW, Brédart A, Söderholm AL, Arraras JJ, Feine JS, Abendstein H, Morton RP, Pignon T, Huguenin P, Bottomly A, Kaasa S. A 12 country field study of the EORTC QLQ-C30 (version 3.0) and the head and neck cancer specific module (EORTC QLQ-H&N35) in head and neck patients. EORTC Quality of Life Group. Eur J Cancer. 2000 Sep;36(14):1796-807. doi: 10.1016/s0959-8049(00)00186-6. PMID: 10974628.
- Bot SD, Terwee CB, van der Windt DA, Bouter LM, Dekker J, de Vet HC. Clinimetric evaluation of shoulder disability questionnaires: a systematic review of the literature. Ann Rheum Dis. 2004 Apr;63(4):335-41. doi: 10.1136/ard.2003.007724. PMID: 15020324; PMCID: PMC1754942.
- Calfas KJ, Sallis JF, Zabinski MF, Wilfley DE, Rupp J, Prochaska JJ, Thompson S, Pratt M, Patrick K. Preliminary evaluation of a multicomponent program for nutrition and physical activity change in primary care: PACE+ for adults. Prev Med. 2002 Feb;34(2):153-61. doi: 10.1006/pmed.2001.0964. PMID: 11817910.
- Calvert MJ, Cruz Rivera S, Retzer A, Hughes SE, Campbell L, Molony-Oates B, Aiyegbusi OL, Stover AM, Wilson R, McMullan C, Anderson NE, Turner GM, Davies EH, Verdi R, Velikova G, Kamudoni P, Muslim S, Gheorghe A, O'Connor D, Liu X, Wu AW, Denniston AK. Patient reported outcome assessment must be inclusive and equitable. Nat Med. 2022 Jun;28(6):1120-1124. doi: 10.1038/s41591-022-01781-8. PMID: 35513530.
- Cohen EE, LaMonte SJ, Erb NL, Beckman KL, Sadeghi N, Hutcheson KA, Stubblefield MD, Abbott DM, Fisher PS, Stein KD, Lyman GH. American Cancer Society head and neck cancer survivorship care guideline. CA: a cancer journal for clinicians. 2016 May;66(3):203-39.
- Cracchiolo JR, Klassen AF, Young-Afat DA, Albornoz CR, Cano SJ, Patel SG, Pusic AL, Matros E. Leveraging patient-reported outcomes data to inform oncology clinical decision making: Introducing the FACE-Q Head and Neck Cancer Module. Cancer. 2019 Mar 15;125(6):863-872. doi: 10.1002/cncr.31900. Epub 2018 Nov 30. PMID: 30500993; PMCID: PMC6403001.
- Davies A, Waylen A, Leary S, Thomas S, Pring M, Janssen B, Beynon R, Lang S, Schimansky S, Hurley K, Ness A. Assessing the validity of EQ-5D-5L in people with head & neck cancer: Does a generic quality of life measure perform as well as a disease-specific measure in a patient population? Oral Oncol. 2020 Feb;101:104504. doi: 10.1016/j.oraloncology.2019.104504. Epub 2019 Dec 10. PMID: 31835074.
- Denaro N, Merlano MC, Russi EG. Dysphagia in Head and Neck Cancer Patients: Pretreatment Evaluation, Predictive Factors, and Assessment during Radio-Chemotherapy, Recommendations. Clin Exp Otorhinolaryngol. 2013 Sep;6(3):117-26. doi: 10.3342/ceo.2013.6.3.117. Epub 2013 Sep 4. PMID: 24069513; PMCID: PMC3781223.
- Di Maio M, Basch E, Denis F, Fallowfield LJ, Ganz PA, Howell D, Kowalski C, Perrone F, Stover AM, Sundaresan P, Warrington L, Zhang L, Apostolidis K, Freeman-Daily J, Ripamonti CI, Santini D; ESMO Guidelines Committee. Electronic address: clinicalguidelines@esmo.org. The role of patient-reported outcome measures in the continuum of cancer clinical care: ESMO Clinical Practice Guideline. Ann Oncol. 2022 Sep;33(9):878-892. doi: 10.1016/j.annonc.2022.04.007. Epub 2022 Apr 21. PMID: 35462007.
- Dronkers EAC, Baatenburg de Jong RJ, van der Poel EF, Sewnaik A, Offerman MPJ. Keys to successful implementation of routine symptom monitoring in head and neck oncology with "Healthcare Monitor" and patients' perspectives of quality of care. Head Neck. 2020 Dec;42(12):3590-3600. doi: 10.1002/hed.26425. Epub 2020 Aug 18. PMID: 32808370; PMCID: PMC7754276.
- Elvers JWH, Oostendorp RAB, Sierevelt IN. De Nederlandstalige Shoulder pain and Disability Index (SPADI-Dutch Version) bij patiënten na een subacromiale decompressie volgens Neer: interne consistentie en constructvaliditeit. Nederlands tijdschrift voor fysiotherapie. 2003 Dec;113(6):126-131.
- Florie MG, Wieland MW, Pilz W, Partoens R, Winkens B, Hoeben A, Rommel N, Baijens LW. Prevalence and Risk Factors of Oropharyngeal Dysphagia in Newly Diagnosed Head-and-Neck Cancer Patients. Cancers. 2024 Dec 24;17(1):9
- Goyal N, Day A, Epstein J, Goodman J, Graboyes E, Jalisi S, Kiess AP, Ku JA, Miller MC, Panwar A, Patel VA. Head and neck cancer survivorship consensus statement from the American Head and Neck Society. Laryngoscope investigative otolaryngology. 2022 Feb;7(1):70-92.
- Han SH, Cho D, Mohammad R, Jung YH, Ahn SH, Cha W, Jeong WJ. Use of the comprehensive geriatric assessment for the prediction of postoperative complications in elderly patients with head and neck cancer. Head Neck. 2022 Mar;44(3):672-680. doi: 10.1002/hed.26958. Epub 2021 Dec 17. PMID: 34918845.
- Hashibe M, Brennan P, Chuang SC, Boccia S, Castellsague X, Chen C, Curado MP, Dal Maso L, Daudt AW, Fabianova E, Fernandez L, Wünsch-Filho V, Franceschi S, Hayes RB, Herrero R, Kelsey K, Koifman S, La Vecchia C, Lazarus P, Levi F, Lence JJ, Mates D, Matos E, Menezes A, McClean MD, Muscat J, Eluf-Neto J, Olshan AF, Purdue M, Rudnai P, Schwartz SM, Smith E, Sturgis EM, Szeszenia-Dabrowska N, Talamini R, Wei Q, Winn DM, Shangina O, Pilarska A, Zhang ZF, Ferro G, Berthiller J, Boffetta P. Interaction between tobacco and alcohol use and the risk of head and neck cancer: pooled analysis in the International Head and Neck Cancer Epidemiology Consortium. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2009 Feb;18(2):541-50. doi: 10.1158/1055-9965.EPI-08-0347. Epub 2009 Feb 3. PMID: 19190158; PMCID: PMC3051410.
- Hueniken K, Douglas CM, Jethwa AR, Mirshams M, Eng L, Hope A, Chepeha DB, Goldstein DP, Ringash J, Hansen A, Martino R, Li M, Liu G, Xu W, de Almeida JR. Measuring financial toxicity incurred after treatment of head and neck cancer: Development and validation of the Financial Index of Toxicity questionnaire. Cancer. 2020 Sep 1;126(17):4042-4050. doi: 10.1002/cncr.33032. Epub 2020 Jun 30. PMID: 32603521.
- Jacobson BH, Johnson A, Grywalski C, Silbergleit A, Jacobson G, Benninger M, Newman CW. The Voice Handicap Index (VHI). Am J Speech-Lang Pathol 1997;6:66–70.
- Jager-Wittenaar H, Ottery FD. Assessing nutritional status in cancer: role of the Patient-Generated Subjective Global Assessment. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. 2017 Sep;20(5):322-329. doi: 10.1097/MCO.0000000000000389. PMID: 28562490.
- Köke AJA, Heuts PHTG, Vlaeyen JWS, Weber WEJ. Meetinstrumenten Chronische Pijn: deel 1: functionele status (1999). Available from: https://docplayer.nl/3596201-Meetinstrumentenchronische-pijn.html.
- Kotronoulas G, Papadopoulou C, MacNicol L, et al. Feasibility and acceptability of the use of patient-reported outcome measures (PROMs) in the delivery of nurse-led supportive care to people with colorectal cancer. Eur J Oncol Nurs. 2017;29:115-124.
- Kotronoulas G, Papadopoulou C, Simpson MF, McPhelim J, Mack L, Maguire R. Using patient-reported outcome measures to deliver enhanced supportive care to people with lung cancer: feasibility and acceptability of a nurse-led consultation model. Support Care Cancer. 2018 Nov;26(11):3729-3737. doi: 10.1007/s00520-018-4234-x. Epub 2018 May 19. PMID: 29779057.
- Manduchi B, Che Z, Ringash JG, Fitch MI, Howell D, Martino R. Patient-reported outcome measures for dysphagia in head and neck cancer: A systematic review and appraisal of content validity and internal structure. Head Neck. 2024 Apr;46(4):951-972. doi: 10.1002/hed.27693. Epub 2024 Feb 15. PMID: 38356437.
- McIver RE, Ottensoser L, Parashar B. Geriatric Assessment Tools in Head and Neck Radiation Oncology: An Unmet Need. Cureus. 2025 Mar 3;17(3):e79979. doi: 10.7759/cureus.79979. PMID: 40034421; PMCID: PMC11875553.
- Moore S, Corner J, Haviland J, Wells M, Salmon E, Normand C, Brada M, O'Brien M, Smith I. Nurse led follow up and conventional medical follow up in management of patients with lung cancer: randomised trial. BMJ. 2002 Nov 16;325(7373):1145. doi: 10.1136/bmj.325.7373.1145. Erratum in: BMJ 2002 Dec 14;325(7377):1386. PMID: 12433764; PMCID: PMC133453.
- Nekhlyudov L, Lacchetti C, Davis NB, Garvey TQ, Goldstein DP, Nunnink JC, Ninfea JIR, Salner AL, Salz T, Siu LL. Head and Neck Cancer Survivorship Care Guideline: American Society of Clinical Oncology Clinical Practice Guideline Endorsement of the American Cancer Society Guideline. J Clin Oncol. 2017 May 10;35(14):1606-1621. doi: 10.1200/JCO.2016.71.8478. Epub 2017 Feb 27. PMID: 28240970.
- Nixon JL, Cartmill B, Turner J, Pigott AE, Brown E, Wall LR, Ward EC, Porceddu SV. Exploring the prevalence and experience of mask anxiety for the person with head and neck cancer undergoing radiotherapy. Journal of medical radiation sciences. 2018 Dec;65(4):282-90.
- Ottery FD. Definition of standardized nutritional assessment and interventional pathways in oncology. Nutrition. 1996 Jan;12(1 Suppl):S15-9. doi: 10.1016/0899-9007(96)90011-8. PMID: 8850213.
- Papadopoulou C, Kotronoulas G, Schneider A, Miller MI, McBride J, Polly Z, Bettles S, Whitehouse A, McCann L, Kearney N, Maguire R. Patient-Reported Self-Efficacy, Anxiety, and Health-Related Quality of Life During Chemotherapy: Results From a Longitudinal Study. InOncology Nursing Forum 2017 Jan 1 (Vol. 44, No. 1).
- Pilz W, Wieland M, Winkens B, Hoeben A, Baijens. LWJ. POSTER A78: Understanding Participation: Insights into the Acceptability of Multi-Domain Screening for Head and Neck Cancer Patients. Dysphagia https://doi.org/10.1007/s00455-025-10828-0.
- Rogers SN, Barber B. Using PROMs to guide patients and practitioners through the head and neck cancer journey. Patient Relat Outcome Meas. 2017 Nov 8;8:133-142. doi: 10.2147/PROM.S129012. PMID: 29184455; PMCID: PMC5687779.
- Rosen CA, Lee AS, Osborne J, Zullo T, Murry T. Development and validation of the voice handicap index-10. Laryngoscope. 2004 Sep;114(9):1549-56. doi: 10.1097/00005537-200409000-00009. PMID: 15475780.
- Schindler A, de Fátima Lago Alvite M, Robles-Rodriguez WG, Barcons N, Clavé P. History and Science behind the Eating Assessment Tool-10 (Eat-10): Lessons Learned. J Nutr Health Aging. 2023;27(8):597-606. doi: 10.1007/s12603-023-1950-9. PMID: 37702330.
- Schuit AS, van Zwieten V, Holtmaat K, Cuijpers P, Eerenstein SEJ, Leemans CR, Vergeer MR, Voortman J, Karagozoglu H, van Weert S, Korte M, Frambach R, Fleuren M, Hendrickx JJ, Verdonck-de Leeuw IM. Symptom monitoring in cancer and fully automated advice on supportive care: Patients' perspectives on self-management strategies and the eHealth self-management application Oncokompas. Eur J Cancer Care (Engl). 2021 Nov;30(6):e13497. doi: 10.1111/ecc.13497. Epub 2021 Aug 2. PMID: 34339081; PMCID: PMC9285355.
- Singer S, Amdal CD, Hammerlid E, Tomaszewska IM, Castro Silva J, Mehanna H, Santos M, Inhestern J, Brannan C, Yarom N, Fullerton A, Pinto M, Arraras JI, Kiyota N, Bonomo P, Sherman AC, Baumann I, Galalae R, Fernandez Gonzalez L, Nicolatou-Galitis O, Abdel-Hafeez Z, Raber-Durlacher J, Schmalz C, Zotti P, Boehm A, Hofmeister D, Krejovic Trivic S, Loo S, Chie WC, Bjordal K, Brokstad Herlofson B, Grégoire V, Licitra L; EORTC Quality of Life and the EORTC Head and Neck Cancer Groups. International validation of the revised European Organisation for Research and Treatment of Cancer Head and Neck Cancer Module, the EORTC QLQ-HN43: Phase IV. Head Neck. 2019 Jun;41(6):1725-1737. doi: 10.1002/hed.25609. Epub 2019 Jan 12. PMID: 30636188.
- Smets EM, Garssen B, Bonke B, De Haes JC. The Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) psychometric qualities of an instrument to assess fatigue. J Psychosom Res. 1995 Apr;39(3):315-25. doi: 10.1016/0022-3999(94)00125-o. PMID: 7636775.
- Soubeyran P, Bellera C, Gregoire F, Blanc J, Ceccaldi J, Blanc-Bisson C, Mertens C, Mathoulin-Pélissier S, Fonck M, Rainfray M. Validation of a screening test for elderly patients in oncology. J. Clin. Oncol. 2008, 26, 20568.
- Topolski TD, LoGerfo J, Patrick DL, Williams B, Walwick J, Patrick MB. The Rapid Assessment of Physical Activity (RAPA) among older adults. Prev Chronic Dis. 2006 Oct;3(4):A118. Epub 2006 Sep 15. PMID: 16978493; PMCID: PMC1779282.
- Tuinman MA, Gazendam-Donofrio SM, Hoekstra-Weebers JE. Screening and referral for psychosocial distress in oncologic practice: use of the Distress Thermometer. Cancer. 2008 Aug 15;113(4):870-8. doi: 10.1002/cncr.23622. PMID: 18618581.
- van der Hout A, Holtmaat K, Jansen F, Lissenberg-Witte BI, van Uden-Kraan CF, Nieuwenhuijzen GAP, Hardillo JA, Baatenburg de Jong RJ, Tiren-Verbeet NL, Sommeijer DW, de Heer K, Schaar CG, Sedee RJE, Bosscha K, van den Brekel MWM, Petersen JF, Westerman M, Honings J, Takes RP, Houtenbos I, van den Broek WT, de Bree R, Jansen P, Eerenstein SEJ, Leemans CR, Zijlstra JM, Cuijpers P, van de Poll-Franse LV, Verdonck-de Leeuw IM. The eHealth self-management application 'Oncokompas' that supports cancer survivors to improve health-related quality of life and reduce symptoms: which groups benefit most? Acta Oncol. 2021a Apr;60(4):403-411. doi: 10.1080/0284186X.2020.1851764. Epub 2020 Dec 21. PMID: 33345659.
- van der Hout A, van Uden-Kraan CF, Holtmaat K, Jansen F, Lissenberg-Witte BI, Nieuwenhuijzen GAP, Hardillo JA, Baatenburg de Jong RJ, Tiren-Verbeet NL, Sommeijer DW, de Heer K, Schaar CG, Sedee RJE, Bosscha K, van den Brekel MWM, Petersen JF, Westerman M, Honings J, Takes RP, Houtenbos I, van den Broek WT, de Bree R, Jansen P, Eerenstein SEJ, Leemans CR, Zijlstra JM, Cuijpers P, van de Poll-Franse LV, Verdonck-de Leeuw IM. Reasons for not reaching or using web-based self-management applications, and the use and evaluation of Oncokompas among cancer survivors, in the context of a randomised controlled trial. Internet Interv. 2021b Jul 15;25:100429. doi: 10.1016/j.invent.2021.100429. PMID: 34401388; PMCID: PMC8350584.
- van Sluijs EM, van Poppel MN, Stalman WA, van Mechelen W. Feasibility and acceptability of a physical activity promotion programme in general practice. Fam Pract. 2004 Aug;21(4):429-36. doi: 10.1093/fampra/cmh414. PMID: 15249533.
- van Sluis KE, Passchier E, van Son RJJH, van der Molen L, Stuiver M, van den Brekel MWM, Van den Steen L, Kalf JG, van Nuffelen G. Dutch translation and validation of the Communicative Participation Item Bank (CPIB)-short form. Int J Lang Commun Disord. 2023 Jan;58(1):124-137. doi: 10.1111/1460-6984.12775. Epub 2022 Sep 5. PMID: 36063423; PMCID: PMC10087551.
- Verdonck-de Leeuw I, Dawson C, Licitra L, Eriksen JG, Hosal S, Singer S, Laverty DP, Golusinski W, Machczynski P, Varges Gomes A, Girvalaki C, Simon C, Leemans CR. European Head and Neck Society recommendations for head and neck cancer survivorship care. Oral Oncol. 2022 Oct;133:106047. doi: 10.1016/j.oraloncology.2022.106047. Epub 2022 Aug 3. PMID: 35932637.
- Vernon H, Mior S. The Neck Disability Index: a study of reliability and validity. J Manipulative Physiol Ther. 1991 Sep;14(7):409-15. Erratum in: J Manipulative Physiol Ther 1992 Jan;15(1):followi. PMID: 1834753.
- Wieland MW, Pilz W, Winkens B, Hoeben A, Willemsen AC, Kremer B, Baijens LW. Multi-Domain Screening: Identification of Patient’s Risk Profile Prior to Head-and-Neck Cancer Treatment. Cancers. 2023 Nov 1;15(21):5254.
- Willemsen ACH, Pilz W, Hoeben A, Hoebers FJP, Schols AMWJ, Baijens LWJ. Oropharyngeal dysphagia and cachexia: Intertwined in head and neck cancer. Head Neck. 2023 Apr;45(4):783-797. doi: 10.1002/hed.27288. Epub 2022 Dec 30. PMID: 36583567.
- Williams JW Jr, Holleman DR Jr, Simel DL. Measuring shoulder function with the Shoulder Pain and Disability Index. J Rheumatol. 1995 Apr;22(4):727-32. PMID: 7791172.
- Yang LY, Manhas DS, Howard AF, Olson RA. Patient-reported outcome use in oncology: a systematic review of the impact on patient-clinician communication. Support Care Cancer. 2018 Jan;26(1):41-60. doi: 10.1007/s00520-017-3865-7. Epub 2017 Aug 28. PMID: 28849277.
- Zigmond AS, Snaith RP. The hospital anxiety and depression scale. Acta Psychiatr Scand. 1983 Jun;67(6):361-70. doi: 10.1111/j.1600-0447.1983.tb09716.x. PMID: 6880820.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 28-01-2026
Beoordeeld op geldigheid : 28-01-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met hoofd-halskanker.
Werkgroep
- Prof. dr. L.W.J. (Laura) Baijens, voorzitter, Nederlandse Vereniging van Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (NVKNO)
- A.C.P. (Anne) Kauerz-de Rooij, Ergotherapie Nederland (EN)
- Dr. C.M. (Caroline) Speksnijder, Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie (KNGF)
- Dr. D.J.M. (Doke) Buurman - Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT)
- Dr. K.S. (Kathelijn) Versteeg, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- Drs. D. (Desiree) Dona, Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
- Dr. A. (Annemieke) Kok, Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD)
- Drs. M. (Marieke) Jacobs, Nederlandse Vereniging voor Klinische Arbeidsgeneeskunde (NVKA)
- Dr L. (Lisette) van der Molen, Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF)
- Dr. L.H.E. (Luc) Karssemakers, Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA)
- Dr. J. (Jos) Elbers, Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO)
- R.A. (Rob) Burdorf, Patiëntenvereniging HOOFD-HALS (PvHH)
- P.S. (Petra) Verdouw, Patiëntenvereniging HOOFD-HALS (PvHH)
- Drs. M. (Michael) Brouwers, Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
- Drs. E. (Ellen) Passchier, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)
- Drs. N. (Narda) Hendriks, Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC)
Klankbordgroep
- Prof. dr. R. (Remco) de Bree, Nederlandse Vereniging van Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (NVKNO)
- Dr. P. (Pim) de Graaf, Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)
- Dr. D.S.V.M. (Dominique) Clément, Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen (NVMDL)
- J. (Jesmin) Poelstra, Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)
- Dr. G. (Gerben) van Hinte, Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie (KNGF)
- Drs. A. (Anne) Arens, Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (NVNG)
- Dr. F. (Femke) Jansen, Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO)
Met ondersteuning van
- Dr. L.M. (Lisette) van Leeuwen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. E. (Evelien) Belfroid, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Gemelde (neven)functies en belangen richtlijnwerkgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
Laura Baijens |
KNO-arts/Laryngoloog/Hoofd-hals chirurg Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+) |
Consultant for Phagenesis Limited, The Elms Courtyard, Bromesberrow, Ledbury, HR8 1RZ UK. The PhINEST Study – Pharyngeal ICU - Novel Electrical Stimulation Therapy: a prospective, European multi-site, randomised, sham-controlled, single-blind (outcome assessor-blinded) study. August 2018 – 2030 (Consultancy Agreement via the Clinical Trial Center Maastricht) |
Consultant for Phagenesis Limited in the PhINEST Study heeft geen betrekking of relaties met de huidige richtlijn. Het is een Europese multicenter studie over dysfagie bij CVA patiënten waarin ik advies geef. De opbrengsten gaan naar het Clinical Trial Center Maastricht. |
Neen |
Phagenesis Limited Advies geven in een studie over faryngeale elektrostimulatie bij CVA patiënten, MUMC+ is geen site en betreft geen patiënten met hoofd-halskanker.
Michel Keijzer Fonds PVHH Multi-domein screening van hoofd-halskankerpatiënten |
Intellectueel eigendom: Ik ben PI in meerdere lopende niet-WMO studies over dysfagie bij hoofd-halskanker. Ik heb vele internationale W1-publicaties over dysfagie bij hoofd-halskanker. De kans is reëel dat deze publicaties terecht zullen komen in de output van systematic literatuur searches voor deze richtlijn. Er is geen sprake van 'vermarkting' of verwerven van een boegbeeldfunctie bij organisaties. |
Nee |
juli 2025 |
Geen restricties (extern gefinancierd onderzoek heeft geen relatie met het onderwerp van de richtlijn) |
|
Anne Kauerz |
Ergotherapeut UMC Utrecht |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Desiree Dona |
bedrijfsarts / klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie 1.0 fte Radboudumc werkzaamheden: arbeidsgeneeskundige begeleiding in behandelteam van oncologiepatienten, projectmanagement, onderzoek en onderwijs. Alle werkzaamheden zijn betaald. |
vennoot van DELEN ABC (arbeidsdeskundige advisering en coaching) generieke module Arbeidsparticipatie voor medisch specialistische richtlijnen (vacatiegelden) |
Geen |
neen |
Prehabilitatie en werkbegeleiding voor borstkankerpatienten (gefinancierd door MOVIR en Stichting Enjoy the ride, unrestricted grant, geen PI) |
Ik heb een boegbeeldfunctie bij het Radboudumc (Principal Clinician) op de zorginnovatie arbeidsgerichte zorg. Vanuit die functie heb ik een groot netwerk (zorgprofessionals, politiek, ministeries, beroepsverenigingen, patientorganisaties, richtlijn cie's, NZa, ZiNl). Ik ben actief betrokken bij het NKC en in de TF cancersurvivorship care werkgroep werk. We proberen tzt onze innovatie te vermarkten om zodoende de voorinvestering die het Radboudumc doet terug te kunnen verdienen. Dit betreft mn onderwijsmodules. Ik heb meegeschreven aan de generieke module Arbeidsparticipatie voor in medisch specialistische RL. Ik zal een voortrekkersrol hebben in het vervolgtraject: het maken van ene ziektespecifieke module Arbeidsparticipatie voor oncologische RL. En ik ben kerngroeplid van de update van de RL kanker en werk voor bedrijfsartsen |
Ontwikkelen zorgmodel arbeidsgerichte zorg (Janssen Pharma en Radboudumc, in-kind projectondersteuning van Janssen Pharma) |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Ellen Passchier |
Verpleegkundig specialist revalidatie hoofd-hals oncologie tot november 2024 in Antoni van Leeuwenhoek
Heden: - verpleegkundig specialist in de wijk (Buurtzorg Amsterdam) - docent aan de Master ANP (Hogeschool inHolland) - buitenpromovendus afdeling hoofd-hals oncologie (Antoni van Leeuwenhoek) |
Geen |
Geen |
Geen |
Met ingang van november 2016 promotieonderzoek (evaluatie van revalidatieprogramma bij patiënten met een HHT - haalbaarheidsonderzoek naar beweeginterventie, analyses op kwaliteit van leven uitkomsten) |
Door deze richtlijn zal mijn promotie onderzoek (publicaties) meer belangstelling krijgen. |
Geen |
juli 2025 |
Geen restiricties |
|
Jos Elbers |
Radiotherapeut-oncoloog Erasmus MC |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Kathelijn Versteeg |
internist-oncoloog AmsterdamUMC internist-ouderengeneeskunde AmsterdamUMC |
geen |
geen |
geen |
geen |
geen |
geen |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Lisette van der Molen |
logopedist/senior onderzoek aan het NKI-AVL. |
Het geven van bij/nascholing met betrekking tot de (logopedische) functionele uitkomsten na een behandeling in het HH gebied. Deze scholing kan zowel onbetaald als betaald zijn. |
Geen |
nvt |
ja Atos Medical AB Zweden Unrestricted research grant waardoor er PhD studenten kunnen worden aangenomen
De afdeling hoofd-halsoncologie van het AvL krijgt deze unrestricted research grant van Atos Medical (dus niet op persoonlijke titel van dit werkgroeplid). Ik ben in vaste dienst bij het AvL en ook niet afhankelijk van deze grant.
|
In 2010 heb ik samen met Prof. Hilgers het hoofd-halsrevalidatieprogramma ontwikkeld, welke als (standaard) nazorg binnen het NKI-AVL wordt aangeboden. Mocht dit ook het advies worden van deze richtlijn, dan zal het NKI-AVL een voorsprong hebben op de andere HH centra mbt implementatie.
Als kartrekker van de onderzoekslijn: survivorship rehabilitation and QoL na Hoofd-Halskanker begeleiden van meerdere PhD studenten met o.a. het onderwerp dysfagie. De kans is aanwezig dat er publicaties uit onze onderzoeksgroep terecht zullen komen in de output van de systematische literatuur searches voor deze richtlijn. Er is geen sprake van vermarkting of verwerven van een boegbeeldfunctie bij organisaties. |
nvt |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Luc Karssemakers |
Antoni v Leeuwenhoek Ziekenhuis, afdeling hoofd-hals chirurgie |
Afdeling Kaakchirurgie Slotervaart |
Geen |
Geen |
zie onderstaand STW Craniosafe, ideale implantaat schedelplastieken TKI Sternofix, implantaten sternaal voor laryngectomiepatienten |
Geen |
Geen |
juli 2025 |
Geen restricties (extern gefinancierd onderzoek heeft geen relatie met het onderwerp van de richtlijn) |
|
Marieke Jacobs |
Bedrijfsarts / klinisch arbeidsgeneeskundige, Radboudumc |
Werkzaam als instituutsopleider bedrijfsartsenopleiding bij de SGBO, Radboudumc |
Geen |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet bewust van |
Nee |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Narda Hendriks-Brouwer |
Medisch Spectrum Twente- plastisch chirurg Ziekenhuisgroep Twente-plastisch chirurg |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Rob Burdorf |
Patiëntenvertegenwoordiger. Lid van de Wetenschappelijke Advies Commissie van de PVHH. Onbetaald |
geen |
geen |
nvt |
nvt |
nvt |
geen |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Caroline Speksnijder |
Associate professor UMC Utrecht |
Docent: *MSc Oncologie Fysiotherapie; Avans+ *MSc Orofaciale Fysiotherapie SOMT Physiotherapy University Werkgroep Kennisagendaherziening KNO Bestuurstaken: *Koninklijk Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF): Bestuurslid Wetenschappelijk College Fysiotherapie (WCF) *Paramedische Werkgroep Hoofdhalstumoren (PWHHT): voorzitter *Dutch Association of Supportive Care in Cancer (DASCC): voorzitter *International Physiotherapy in HIV/Aids, Oncology, and Hospice and Palliative Care (IPT-HOPE part of World Physiotherapy): Vice-president |
Geen |
Nee |
Perioperative nutritional intervention with Fortifit Energy® in combination with exercise versus standard of care in head and neck cancer patients undergoing combined approach resection: a pilot study(gefinancierd door Danone, unrestricted grant, geen PI)
Integrating the Knowledge Agenda Physiotherapy into the science policy of the Royal Dutch Association for Physiotherapy (KNGF) (gefinancierd door ZonMw)
Prehabilitatie fysieke fitheid vooraf aan totale laryngectomie (gefinancierd door Nederlands Fonds tegen Kanker, unrestricted grant) |
nee |
nvt |
juli 2025 |
Restricties ten aanzien van het formuleren van aanbevelingen over het onderwerp op UV6 (nutritionele en excerise interventies ter preventie en behandeling) |
|
Petra Verdouw |
Patiëntenvereniging HOOFD-HALS Directeur |
geen |
geen |
geen |
geen |
geen |
geen |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Annemieke Kok |
Diëtist, onderzoeker |
secretaris PWHHT lid Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (tot jan 2024)
Vice-voorzitter van de Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (LWDO) (sinds april 2025). |
geen |
nee |
zie onder Ontwikkeling PEG keuzehulp voor hoofd-halskankerpatienten (Michel Keijzer Fonds) Perioperative nutritional intervention with Fortifit Energy® in combination with exercise versus standard of care in head and neck cancer patients undergoing combined approach resection: a pilot study(gefinancierd door Danone, unrestricted grant, geen PI) |
nee |
nee |
juli 2025 |
Restricties ten aanzien van het formuleren van aanbevelingen over het onderwerp op UV5 (nutritionele en excerise interventies ter preventie en behandeling) |
|
Doke Buurman |
Tandarts-MFP bij Maastricht UMC+ (betaald) |
Lid Consilium MFP bij de NVGPT (onbetaald) Lid ROC Mondzorg voor mensen met kanker (in de voorgeschiedenis) van KIMO (vacatieregeling) |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
juli 2025 |
Geen restricties |
|
Michael Brouwers |
Revalidatiearts Anthony van Leeuwenhoek Ziekenhuis Amsterdam |
geen |
geen |
geen |
geen |
geen belangen |
geen belangen |
juli 2025 |
|
Inbreng patiëntenperspectief
De richtlijnwerkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van Patiëntenvereniging Hoofd-Hals voor de schriftelijke invitational conference, en twee afgevaardigde namens deze patiëntenorganisatie in de werkgroep. Het verslag van de invitational conference (zie aanverwante producten) is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de patiëntenvereniging en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Screening & monitoring voor zorgondersteuning |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven.
|