Expertise
Uitgangsvraag
Welke expertise is minimaal nodig bij de keuze voor het type infusietechnologie wanneer er bij een patiënt intraveneuze therapie wordt gestart?
Aanbeveling
Betrek de volgende expertise om tot de keuze van het type infusietechnologie te komen bij het starten van intraveneuze therapie bij een patiënt:
Expertise ten aanzien van:
- Toepassing in de praktijk inclusief expertise over waarden en voorkeuren van patiënten.
- Eisen t.a.v. specifieke toepassingen.
- De fysische principes en het werkingsprincipe van infuuspomp en het toedieningssysteem.
- Specificaties infusietechnologie in combinatie met beoogd doeleind.
- Assortimentsbeheer en waarborgen voorraad verbruiksartikelen.
- Technologische, farmacologische, infectie- en gebruiksrisico’s.
- Keuringen.
- Compatibiliteit van pompen, infusie-systemen en dockingstations.
- Aansluiting op EPD, alarmdistributieplatform en mogelijkheden medicatiebibliotheek.
- Geneesmiddelen en interacties.
- Klinische effecten, bijvoorbeeld van schommelingen in opbrengst.
- Bevoegd- en bekwaamheid gebruikers.
- Kwaliteitssysteem en inrichten Plan Do Check Act-cyclus.
Overwegingen
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Met infusietechnologie wordt het gehele systeem bedoeld van infuuspomp inclusief aansluiting op een elektronisch patiëntendossier (EPD), medicatiebibliotheek, dockingstation tot aan de verschillende materialen voor eenmalig gebruik, hierna te noemen verbruiksartikelen. Fabrikanten bieden veelal een breed assortiment aan verbruiksartikelen aan. Om het systeem op te bouwen dient allereerst een infuuscanule geplaatst te worden in het bloedvat. Daaraan kunnen, afhankelijk van de beoogde toedieningsvorm, driewegkranen, inline filters, terugslagkleppen, infuuslijnen, zijlijnen, spuiten, infuuszakken etc. geplaatst worden, al dan niet in combinatie met een specifiek type infuuspomp, bijvoorbeeld een spuitenpomp, een volumetrische pomp of een cassettepomp. Het samenspel van deze elementen bepaalt uiteindelijk de kwaliteit van de therapie die de patiënt ontvangt. Het is dus noodzaak kennis te hebben van hoe deze elementen elkaar beïnvloeden. Daarbij is van belang wat de invloed is van het materiaal op het geneesmiddel, de nauwkeurigheid van toediening en het beoogde doeleinde.
Voor deze module werd geen systematisch literatuuronderzoek verricht. De expertise die minimaal nodig is bij de keuze voor het type infusietechnologie wanneer er bij een patiënt intraveneuze therapie wordt gestart, is niet in een PICO-geformuleerde onderzoeksvraag te vatten.
Expertise ten aanzien van infusietechnologie
De werkgroep heeft de gebieden waarop expertise minimaal benodigd is, gebaseerd op de aspecten zoals geformuleerd in de submodule Pomp, submodule Infuuslijnen en submodule Spuiten en expert opinion. Welke disciplines hiervoor het beste betrokken kunnen worden kan per ziekenhuis verschillend zijn (afhankelijk van de lokale verdeling van expertisegebieden). Een overzicht van de expertise die benodigd is om de aspecten die van belang zijn om mee te nemen bij de keuze voor de verschillende onderdelen van een infusietechnologie opstelling bij het starten van een intraveneuze therapie, is opgenomen in tabel 1. Specifieke expertise die bij zorgprofessionals minimaal nodig is om een medicatiebibliotheek en multi-infusie veilig toe te passen, is in de module Medicatiebibliotheken en module Multi-infusie verder uitgediept.
De uitvraag onder zorgprofessionals gaf een verdere aanvulling op de suggesties voor disciplines die betrokken kunnen worden. In de enquête is eerst de vraag gesteld hoe de keuze voor het type toediening gemaakt wordt. Wanneer het antwoord hierop was dat dit protocollair is vastgelegd, is vervolgens de vraag gesteld hoe dit protocollair is vastgelegd. Wanneer hierop het antwoord was dat dit door een multidisciplinair team is bewerkstelligd, is de vraag gesteld welke disciplines hierbij betrokken zijn. 15 respondenten hebben deze laatste vraag beantwoord. Meest genoemde disciplines zijn daarbij de (ziekenhuis) apotheker (14x), verpleegkundige (14x) en arts/medisch specialist (14x), gevolgd door de medisch technicus (8x), klinisch fysicus (6x), assortimentsbeheerder (6x) en kwaliteitsmedewerker (6x). Relevante aanvullingen zijn opgenomen in tabel 1.
Aan de hand van het Risicoprofiel Infusietechnologie (Vaartjes, 2008) is getoetst of er, naast bovengenoemde expertise, nog expertise ontbreekt die van belang is bij de keuze voor het type infusietechnologie wanneer intraveneuze therapie gestart wordt. Aanvullingen zijn integraal opgenomen in tabel 1.
Tabel 1. Overzicht van de expertise die benodigd is bij de keuze voor het type infusietechnologie bij het starten van intraveneuze therapie
|
|
Expertise |
Betrokken discipline(s)* |
|
1 |
Kennis van de juiste interpretatie van de door de fabrikant aangegeven specificaties (onder andere ten aanzien van het door de fabrikant geformuleerde beoogd doeleind, aanlooptijden, bereik en nauwkeurigheid van de toedieningssnelheid) in combinatie met het beoogd doeleind van de infusietechnologie binnen de zorginstelling (of onder verantwoordelijkheid van de zorginstelling), inclusief specifieke toepassingen zoals toediening van bloedproducten. Hiervoor is kennis nodig van de fysische principes (zoals weerstand en compliantie) en het werkingsprincipe (incl. functionele en technische instellingen) van de infuuspomp (zie ook Weiss, 2023) en het toedieningssysteem en de daarmee samenhangende mogelijkheden en beperkingen. Kennis van assortimentsbeheer en waarborgen voorraad verbruiksartikelen. |
Medisch technisch specialisten zoals klinisch fysicus, medisch technicus, biomedisch technoloog, medisch technoloog, ICT-specialist i.s.m. (ziekenhuis)apotheker, assortimentscoördinator of medewerker inkoop
|
|
2 |
Expertise ten aanzien van het uitvoeren van typekeuringen, rekening houdend met de toe te passen bandbreedte aan toedieningssnelheden, en in combinatie met toedieningssystemen. (Typekeuringen voer je eenmalig uit per merk en type infuuspomp in combinatie met de gebruikte toedieningssnelheden en toedieningssystemen) |
|
|
3 |
Kennis van apparatuur gerelateerde risico’s van infusietechnologie waaronder:
|
|
|
4 |
Kennis van de compatibiliteit en juiste opbouw van de complete infusietechnologie opstelling (pomp, eventueel dockingstation en verbruiksartikelen). |
|
|
5 |
Expertise van de mogelijkheden tot aansluiting op een EPD, alarmdistributieplatform en mogelijkheden voor (het, op afstand, verspreiden van) medicatieprotocollen in de pomp (medicatiebibliotheek; denk aan het programmeren, valideren en versiebeheer). |
|
|
6 |
Kennis van infusietechnologie in relatie tot de farmacologie van geneesmiddelen en de inhoud van medicatieprotocollen. |
(Ziekenhuis)apotheker
|
|
7 |
Kennis van de compatibiliteit van de infusietechnologie met specifieke geneesmiddelen. |
|
|
8 |
Kennis van de relatie tussen concentratie, houdbaarheid en volume van een geneesmiddel en hoe deze de keuze voor het type infusietechnologie kunnen beïnvloeden. |
|
|
9 |
Expertise ten aanzien van het afstemmen van de nauwkeurigheid van vooral lage toedieningssnelheden op de toepassing en het eventuele effect op de concentraties in de farmacotherapievoorschriften (handboek parenteralia). |
|
|
10 |
Expertise op het gebied van infectierisico’s. |
Arts-microbioloog/deskundige infectiepreventie, deskundige steriele medische hulpmiddelen |
|
11 |
Kennis van klinische effecten en relevantie van ongewenste effecten in opbrengst per beoogd doeleind, waaronder hoe groot schommelingen in opbrengst mogen zijn (waaronder aanlooptijden en nauwkeurigheid van de toedieningssnelheid) in relatie met de farmacotherapievoorschriften (handboek parenteralia). |
Zorgprofessional zoals medisch specialist (behandelaar), verpleegkundige en anesthesiemedewerker i.s.m. (ziekenhuis)apotheker
|
|
12 |
Kennis van de tijd waarna een geneesmiddel gaat werken en het onderscheid daarbij tussen effecten die door de patiënt en die door infusietechnologie worden veroorzaakt. |
|
|
13 |
Kennis van de invloed van de gebruikssituatie op de keuze van de infusietechnologie. Denk daarbij aan inzicht in speciale behoeftes van:
|
|
|
14 |
|
Multidisciplinair team van zorgprofessionals zoals medisch specialist (behandelaar), verpleegkundige, (ziekenhuis)apotheker en medisch technisch specialist i.s.m. kwaliteitsmedewerker, arts-microbioloog/deskundige infectiepreventie, en onderwijskundige |
|
15 |
Expertise om per intraveneuze toediening op basis van de protocollen de juiste keuze te maken voor het type infusietechnologie (zwaartekracht infuus, volumetrische pomp, spuitenpomp etc.). |
Medisch specialist, verpleegkundige, (ziekenhuis)apotheker |
*Afhankelijk van lokale afspraken, beschikbaarheid en infrastructuur binnen de zorginstelling
De werkgroep is van mening dat het bij elkaar brengen van de expertises in een multidisciplinair team nodig is om een effectief een duurzaam proces op te zetten. Daarmee komt kennis samen en kunnen betrokken disciplines elkaar aanvullen.
De werkgroep is van mening dat wanneer de benodigde expertise niet betrokken wordt, onvoldoende invulling gegeven kan worden aan de aspecten uit de submodule Pomp, submodule Infuuslijnen en submodule Spuiten die van belang zijn om een goede keuze te maken voor het type infusietechnologie wanneer er bij een patiënt een intraveneuze therapie wordt gestart.
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van het bewijs kon niet worden vastgesteld.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
Voor de patiënt is het vooral belangrijk dat toediening van geneesmiddelen op een veilige en comfortabele wijze, zonder complicaties gebeurt. Het betrekken van de juiste expertise draagt naar verwachting bij aan het verminderen van de kans op infectieuze complicaties en een nauwkeurigere toediening. Daarnaast draagt de juiste keuze van infuustechnologie bij aan mogelijkheden tot vroege mobilisatie van de patiënt. Het meewegen van de voorkeuren en waarden van de patiënt en het zorgvuldig uitleggen van de keuze aan de patiënt draagt bij aan de adaptatie van de behandeling. In het algemeen kan gezegd worden dat standaardisatie en naleving van aanbevelingen over de juiste expertise om het type infusietechnologie te bepalen wanneer intraveneuze therapie wordt gestart, past binnen de huidige maatstaven voor passende zorg.
Kostenaspecten
Inzet van de juiste expertise kan leiden tot kosteneffectieve inzet van middelen, te denken aan minder inzet van infuuspompen wanneer een infuus op zwaartekracht ook mogelijk is, minder verspilling van verbruiksartikelen en geneesmiddelen omdat initieel de juiste verbruiksartikelen werden gekozen, een lager infectierisico, minder complicaties, een effectievere behandeling door nauwkeurigere toediening. De grootte van het te behalen positieve effect is afhankelijk van de huidige werkwijze in individuele zorginstellingen en in hoeverre de aanbevolen expertise al betrokken is. De benodigde expertise is primair voorwaardenscheppend en op instellingsniveau georganiseerd, en impliceert geen structuele of routinematige betrokkenheid bij elke individuele patiënt of afzonderlijke intraveneuze therapie. Alleen indien bepaalde expertise nog niet in een zorginstelling aanwezig is kan het betrekken hiervan leiden tot extra personeelskosten. De verwachting is dat alle benodigde expertise in de Nederlandse ziekenhuizen aanwezig is. Voor andere zorginstellingen (niet zijnde een ziekenhuis, maar bijvoorbeeld een Zelfstandig Behandelcentrum (ZBC)) is het mogelijk niet vanzelfsprekend dat alle benodigde expertise binnen de instelling aanwezig is.
(Gezondheids)gelijkheid ((health) equity/equitable)
De werkgroep voorziet ten aanzien van de inzet van de expertise die minimaal nodig is bij de keuze voor het type infusietechnologie wanneer er bij een patiënt intraveneuze therapie wordt gestart, geen aanleiding voor verschillen in gezondheidsgelijkheid.
Aanvaardbaarheid
Ethische aanvaardbaarheid
De werkgroep voorziet ten aanzien van de inzet van de expertise die minimaal nodig is bij de keuze voor het type infusietechnologie wanneer er bij een patiënt intraveneuze therapie wordt gestart, geen ethische bezwaren.
Duurzaamheid
Effectief en efficiënt gebruik van middelen leidt tot minder verspilling van pompen, verbruiksartikelen en geneesmiddelen. Echter het te behalen positieve effect is afhankelijk van de huidige werkwijze in individuele zorginstellingen en in hoeverre de aanbevolen expertise al betrokken is.
Haalbaarheid
De werkgroep voorziet geen belemmeringen in de uitvoerbaarheid van het betrekken van de benodigde expertise door zorginstellingen. Tevens ziet de werkgroep geen organisatorische belemmeringen in het vormen van een multidisciplinair team op het gebied van infusietechnologie.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Bij het benoemen van de benodigde expertise is uitgangspunt geweest dat er kennis aanwezig moet zijn van alle aspecten zoals benoemd in de submodule Pomp, submodule Infuuslijnen en submodule Spuiten om de risico’s te kunnen identificeren en beheersen en de juiste keuze te kunnen maken rondom de inzet van infusietechnologie. Wanneer niet de juiste expertise betrokken wordt is er een verhoogd risico op onnauwkeurige toediening, infectieuze complicaties, minder mogelijkheden tot mobilisatie van de patiënt, hogere kosten en suboptimaal gebruik van middelen. De werkgroep ziet geen sterke argumenten om de benodigde expertise niet te betrekken bij de keuze voor het type infusietechnologie bij het starten van intraveneuze therapie bij de patiënt. De benodigde expertise is primair voorwaardenscheppend en op instellingsniveau georganiseerd, en impliceert geen structuele of routinematige betrokkenheid bij elke individuele patiënt of afzonderlijke intraveneuze therapie.
Eindoordeel:
Sterke aanbeveling voor doen.
Onderbouwing
Infusion technology is widely used in medical care. The aim of this module is to clarify what expertise is needed to make a qualitatively good and safe choice for a type of infusion technology for patient care.
No summary of literature available.
A systematic literature review is not performed as it is not expected that a research design can be used to answer the initial question.
Although no systematic review based on a PICO, including a GRADE judgement could be performed, additional research was initiated to answer the following question(s):
What expertise is needed to make a decision for the type of infusion technology when starting intravenous therapy for a patient?
Methods
A survey was sent to the following organisations: Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuis Apothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC), Beroepsvereniging voor Biomedisch Technologen in de Zorg (BMTZ), Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), Werkgroep Instrumentatie Beheer Academische Ziekenhuizen (WIBAZ) and the Vereniging van Ziekenhuis Instrumentatietechnici (VZI). Participants answered questions regarding infusion technology in patient care from December 5, 2024 to January 9, 2025. For more information, see attachment Enquête Infusietechnologie in NL (infusie/transfusie.
Results
A total of 41 responses were received from all over the Netherlands. Most important findings were that the choice of the type of administration is recorded in a protocol written by a multidisciplinary team. Furthermore, respondents indicated which disciplines are involved in that multidisciplinary team. Most mentioned were (hospital) pharmacist, nurse and medical specialist. For more detailed findings see attachment Enquête Infusietechnologie in NL (infusie/transfusie.
- Vaartjes S.R. (NVKF), Timmerman A.M.D.E. (NVKF), Bastin F.H. (NVKF), Franken M. (NVKF), Teirlinck C.J.P.M. (TNO), Risicoprofiel Infusietechnologie, gezamenlijke werkgroep Infusietechnologie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) en TNO Kwaliteit van Leven, 12 juni 2008.
- Weiss M., van der Eijk A., Lönnqvist P.A., Lucchini A., Timmerman A., 10 clinical tips for advancing patient safety when using syringe pump systems for microinfusion intravenous drug therapy, Eur J Anaesthesiol, 2023 Jun, 1;40(6):387-390. doi: 10.1097/EJA.0000000000001839. Epub 2023 May 10. PMID: 37132300; PMCID: PMC10155690.
Risk of Bias tables
Niet van toepassing.
Table of excluded studies
Niet van toepassing.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 06-07-2026
Beoordeeld op geldigheid : 06-07-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling van deze leidraad werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de leidraad.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de leidraad is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten die worden behandeld met infusietechnologie.
Werkgroep
- Dr. ir. A. M. D.E. (Annemoon) Timmerman (voorzitter), Klinisch Fysicus, UMC Utrecht, NVKF
- Ing. M.G.B.M. (Marc) Van Hauwe, Medisch Technoloog, Catharina Ziekenhuis, VZI
- Dr. ir. M.J.A. (Maurice) Janssen, Klinisch Fysicus, Zuyderland MC, NVKF
- Dr. V.C. (Verena) Mulder, Apotheker, Franciscus Gasthuis & Vlietland, NVZA
- Drs. K. (Kelly) Niggebrugge-Mentink, Ziekenhuisapotheker, HagaZiekenhuis, NVZA
- Ir. S.E. (Sanne) Vaartjes, Klinisch Fysicus, ZGT, NVKF
- L.H. (Linda) van de Werken, IC Verpleegkundige, UMC Utrecht, V&VN
- R. (Renze) Jongstra, IC Verpleegkundige, LUMC, V&VN (vanaf januari 2026)
Klankbordgroep
- Dr. M.J.L. (Martin) Bucx, Anesthesioloog, RadboudUMC, NVA
- Dr. H. (Hanneke) Buter, Intensivist, Frisius Ziekenhuis, NVIC
- Dr. ir. S.J.P.M. (Susanne) van Engelen, Adviseur Medische Technologie, LUMC, BMTZ
- Ir. ing. G.B.L. (Guido) Hendricks, Adviseur Medische Technologie, RadboudUMC, VZI
- B. (Britt) Ketelaars MSc, LLM, PF
- B. (Hugo) Versluis, Informatiemanager infuustechnologie, Erasmus MC, WIBAZ
- A. (Anne) ten Wolde, Biomedisch Technoloog, Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie, BMTZ
Met ondersteuning van
- Drs. E. (Esther) van der Bijl, Informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. P. (Phylisha) van Heemskerken, Junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. L.C. (Lotte) Houtepen, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. J.C. (José) Maas, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
|
Lid |
Functie |
Neven-werkzaamheden |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Janssen |
Zuyderland MC klinisch fysicus in dienstverband |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Jongstra |
IC verpleegkundige Volwassenen en Kinderen Circulation Practitioner Leiden Universitair Medisch Centrum |
*Voorzitter V&VN afdeling IC *IC verpleegkundige MICU ZuidWest Nederland |
Geen |
Geen restricties |
|
Mulder |
Apotheker Franciscus Gasthuis & Vlietland |
*Eigenaar Zicht op Kwaliteit; *Apotheker Ceban Clinic Services; *Deelnemer congres EAHP 2024, gedeeltelijk gefinancierd door Bayer (farmaceut) |
Geen |
Geen restricties |
|
Niggebrugge-Mentink |
Ziekenhuisapotheker, HagaZiekenhuis |
*NVZA (Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers): SIG Oncologie, voorzitter Expertgroep Arbo *Gastdocent Fontys Hogeschool (verpleegkundig specialist opleiding) |
* De richtlijn heeft betrekking op mijn werkveld (ziekenhuis), gedane kennis zal gebruikt kunnen worden om de processen in het HagaZiekenhuis te optimaliseren. Daarnaast gezien mandaat vanuit beroepsvereniging: kennis overdragen binnen de NVZA is denkbaar.Betrokken bij herziening WIP richtlijnen: SRI richtlijn intra-arteriele en veneuze katheters (als schrijver). Kennis kan over en weer toegepast worden. |
Geen restricties |
|
Timmerman |
Klinisch Fysicus - UMC Utrecht |
*Lid Raad van Advies School of Medical Physics Eindhoven (tot 31-01-2025) *Co-auteur position paper veilig gebruik infuuspompen t.b.v. BECTON, DICKINSON SWITZERLAND SÀRL *Gastdocent TU Eindhoven (infusie, ioniserende straling) *Lid NEN normcommissie infusie transfusie (tot 31-1-2025) |
* Vergoeding ontvangen in de 2022 en mrt 2023 (totaal €1416) t.b.v. Co-auteur position paper veilig gebruik infuuspompen van BECTON, DICKINSON SWITZERLAND SÀRL (BD). Bijbehorende raamovereenkomst voor consultancy van mei 2022 - mei 2024. Geen verdere lopende financiële contracten. Ik heb BD geïnformeerd de consultancy per direct te staken en een toezegging van BD dat deze raamovereenkomst z.s.m. wordt ontbonden. * EUROPEAN METROLOGY PROGRAMME FOR INNOVATION AND RESEARCH (EMPIR) 18HLT08 MeDDII Metrology for drug delivery II, €150000 (2019-2022) Geen belangenconflict op gebied van extern gefinancierd onderzoek van toepassing met betrekking tot het onderwerp medische technologie. Alle onderzoeksresultaten zijn Open Access en toegankelijk via Zenodo.org (toegevoegd per 27-11-2025: https://zenodo.org/communities/medd2/records?q=&l=list&p=1&s=10&sort=newest) * EU, EURAMET - Multi-infusie - Geen projectleider (toegevoegd per 27-11-2025) Wel verantwoordelijk voor een Work Package (Work Package Leader WP4) |
Geen restricties |
|
Vaartjes |
Klinisch Fysicus, ZGT |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Van de Werken |
UMC Utrecht, |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Van Hauwe |
Medisch Technoloog Catharina Ziekenhuis Eindhoven |
Regiocoördinator VZI Medisch Coördinator Kennedymars Someren
Per 24-11-2025: Geen |
*Operationeel, bekend bij de twee grootste leveranciers van infuuspompen. Er loopt op dit moment een oriëntatie vervanging infuuspompen. Ben ik onafhankelijk, ja, beide hebben een doordacht concept, integrale keuze noodzakelijk, ben hierin geen projectleider. * Onderzoek binnen CZE naar toepasbaarheid van Ready-to-Administer spuiten. Uitkomst: grote voordelen, maar niet altijd veilig toepasbaar. Plannen om CZE productie-apotheek te verzelfstandigen, waarbij ik binnen het CZE blijf - Geen projectleider
Per 1 april 2025 aanvulling op bovenstaande: * Samenwerkingsverband Catharina Ziekenhuis met PharmaHelder t.a.v. op de markt brengen van voorgevulde spuiten
Per 24-11-2025 herformulering belangen: *Onderzoek binnen Catharina Ziekenhuis naar toepasbaarheid van Ready-to-Administer spuiten. * M.b.t. samenwerkingsverband Catharina Ziekenhuis met PharmaHelder t.a.v. op de markt brengen van voorgevulde spuiten: reductie belangenbehartiging, impact is tijdens het schrijven al gereduceerd. De samenwerking met de apotheek heeft weinig vervolg meer gekregen. |
Gezien de potentiële belangen ten aanzien van voorgevulde spuiten worden de aanbevelingen van module spuiten kritisch nagelezen door de werkgroep. Daarnaast wordt in de commentaarfase de NVKF gevraagd om een onafhankelijk reviewer kritisch naar de module spuiten te laten kijken. |
|
Van Reijen (tot 19-12-2024) |
Technisch Thuiszorg Verpleegkundige, Stichting tanteLouise |
Bestuurslid bij de TTV van de V&VN |
Geen |
Geen restricties |
|
Bucx |
Anesthesioloog, Radboudumc |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Buter |
Intensivist Medisch Centrum Leeuwarden |
Bestuurslid NVIC |
Geen |
Geen restricties |
|
Hendricks |
Adviseur medische technologie - Radboudumc Nijmegen |
Geen
Aanvulling per 2-12-2025: *Gastdocent INTOP zorgsector - Elektriciteitsleer en Medische-elektrische apparatuur |
Geen |
Geen restricties |
|
Ketelaars |
Adviseur patiëntbelang bij Patiëntenfederatie Nederland, full time, betaald. |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Ten Wolde |
Biomedisch technoloog, Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie |
Communicatiecommissie BMTZ |
*Innovatief karakter Prinses Máxima Centrum. Voortrekkersrol ziekenhuis op het gebied van stille alarmering, closed-loop medicatie. *Initiator kennisdeelsessies BMTZ-infusietechnologie. |
Geen restricties |
|
Van Engelen |
LUMC, adviseur medische technologie |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Versluis |
Informatiemanager Infuustechnologie Erasmus MC |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Patiëntenfederatie Nederland voor de schriftelijke knelpuntenanalyse en door deelname van een afgevaardigde van deze patiëntenorganisatie in de klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, en bij het opstellen van de overwegingen van de modules. De conceptleidraad is tevens voor commentaar voorgelegd aan de Patiëntenfederatie Nederland en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de leidraad voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de leidraad per module op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Expertise |
Geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte methodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze leidraad is hieronder weergegeven.
Zoekverantwoording
Niet van toepassing.