Leidraad Infusietechnologie

Initiatief: NVKF Aantal modules: 8

Pomp

Publicatiedatum: 06-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 06-07-2026

Uitgangsvraag

Welke aspecten zijn belangrijk om bij intraveneuze infusietherapie mee te nemen in de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie?

Aanbeveling

Neem de volgende aspecten mee in de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie:

  • Ga na welke patiëntencategorie bediend moeten worden.
  • Ga na welke specifieke geneesmiddelengroep toegediend wordt, welke nauwkeurigheid van toediening vereist is en wat de frequentie van verzorging is (met welke frequentie moet de geneesmiddelencontainer verwisseld worden).
  • Ga na welke keuzemogelijkheden er zijn en houd daarbij rekening met:
    • beschikbaarheid infusietechnologie op de betreffende locatie;
    • compatibiliteit met toedieningssystemen;
    • specificaties en geschiktheid van beschikbare pompen voor de toediening bij bepaalde patiëntengroepen en omgevingen;
    • beschikbare deskundigheid;
    • waarden en voorkeuren van patiënten.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Voor deze module werd geen systematisch literatuuronderzoek verricht, omdat de aspecten die worden meegenomen in het besluit voor de keuze van het type infusietherapie niet in een PICO-geformuleerde onderzoeksvraag onderzocht kunnen worden. De onderbouwing van de aanbeveling is gebaseerd op relevante rapporten, een uitvraag onder zorgprofessionals en de ervaring van de werkgroep (expert opinion). Het Risicoprofiel Infusietechnologie (Vaartjes, 2008) geeft een algemeen, per technologie, opgesteld risicoprofiel en is als kader gebruikt om aspecten die van belang zijn voor de keuze van het type infusietherapie te inventariseren, aangevuld met nieuwe inzichten vanuit de werkgroep op basis van de huidige stand van zorg en techniek en de resultaten van de uitvraag onder zorgprofessionals. In deze uitvraag is de vraag gesteld welke aspecten meegenomen worden in het besluit voor de keuze van het type infuuspomp voor een behandeling. In totaal hebben 13 respondenten deze vraag beantwoord. Genoemde aspecten daarbij zijn eisen aan toedieningsnauwkeurigheid (11x), eisen aan toedieningssnelheid (9x), eisen aan toe te dienen volume (9x), type patiënt (neonaat, kind, volwassene) (8x), beschikbaarheid toedieningssystemen (5x), aandoening (5x), mobiliteit patiënt (4x), houdbaarheid geneesmiddel (4x), locatie van toediening (3x), duurzaamheid (1) en anders (5x) waaronder type geneesmiddel (3x). 

 

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is hieronder eerst beschreven welke opties voor intraveneuze therapie er zijn. Vervolgens is in kaart gebracht wat de invloed is van verschillende patiëntcategorieën op de keuze voor zwaartekrachtinfusie of pompgestuurde infusietherapie is. Daarna zijn de invloed van bijzondere geneesmiddelen, frequentie van toedienen en houdbaarheid van geneesmiddelen bekeken. Ook de vertaling van zwaartekracht- of pompgestuurde infusie naar de praktijk is van belang, evenals de invloed van de locatie van toediening en de infusietechnologie die daar beschikbaar is.

 

Opties voor intraveneuze therapie (exclusief bolusinjecties die zonder extra hulpmiddelen gegeven worden)

Er zijn verschillende opties voor het toedienen van intraveneuze therapie:

Infuus op zwaartekracht

Een zwaartekrachtinfuus laat de infusievloeistof in de patiënt lopen door gebruik te maken van de zwaartekracht. De snelheid kan geregeld worden met behulp van een rollerklem en het tellen van druppels. Zwaartekrachtinfusie is niet geschikt voor kritische toepassingen vanwege het risico op te snel of te langzaam inlopen van infusievloeistof. De snelheid wordt beïnvloed door de hoogte waarop de infuuszak hangt ten opzichte van de patiënt en weerstand in de lijn of in de patiënt. Hier kunnen variaties in ontstaan. Een infuus in de elleboog kan bijvoorbeeld afknikken doordat de patiënt zijn elleboog gebogen heeft. De afvloed kan ook belemmerd worden doordat de patiënt op de arm met het infuus ligt. Dit type infusietechnologie kent geen alarmeringsfuncties.

 

Volumetrische pomp

De volumetrische pomp is een elektronisch aangestuurde pomp met een peristaltisch mechanisme waarin een infuuslijn geplaatst wordt. Via de infuuslijn kan de inhoud van een infuuszak/-fles toegediend worden. De volumetrische pomp kan nauwkeurig een hoeveelheid vloeistof per tijdseenheid afgeven en is voornamelijk geschikt voor het toedienen van grote volumina en hoge toedieningssnelheden.

 

Spuitenpomp

De spuitenpomp is een elektronisch aangestuurde pomp met een plunjeraandrijving waarin een spuit geplaatst wordt. De spuit wordt via een spuitenpomplijn gekoppeld aan de patiënt. De plunjer van de spuit wordt door de pomp aangedreven en op deze wijze drukt de pomp de vloeistof langzaam en gecontroleerd uit de spuit. De spuitenpomp is zeer geschikt voor nauwkeurige toedieningen en lage toedieningssnelheden.

 

Elastomeerpomp

Een elastomeerpomp is een mechanische, niet‑elektrische infuuspomp die gebruik maakt van een elastomeer reservoir (rubberen ballon) dat bij het vullen op spanning wordt gebracht en zo de benodigde infusiedruk levert. De toedieningssnelheid wordt passief bepaald door een flowrestrictor, wat in principe tot een constante snelheid van afgifte van geneesmiddelen zorgt. De afmeting van de flowrestrictor is temperatuurafhankelijk waardoor de snelheid kan variëren bij veranderingen in lichaamstemperatuur, omgevingstemperatuur of viscositeit van het geneesmiddel. Met name in de thuissituatie worden deze pompen als efficiënt ervaren, makkelijk hanteerbaar en veilig in gebruik. De toedieningssnelheid staat vast en de aansluiting en bediening zijn eenvoudig. Een belangrijk voordeel van elastomeerpompen is dat ze draagbaar zijn, wat de mobiliteit van de patiënt bevordert. Een praktisch risico kan zijn dat de regulering verstoord raakt indien de flowrestrictor te warm wordt door bijvoorbeeld koorts.

 

PCA

PCA (patient controlled analgesia) is een toepassing die op verschillende soorten infuuspompen kan worden uitgevoerd en waarbij de patiënt zelf de toediening van het geneesmiddel (pijnstilling) kan regelen. Wanneer de patiënt zelf de toediening van het geneesmiddel kan regelen via epidurale weg, wordt dit PCEA genoemd (patient controlled epidural analgesia). De pomp is uitgerust met een handbediening/drukknop en beveiliging tegen het uitnemen van de geneesmiddelcontainer (spuit, zak, fles of cassette) en het instellen van een limiet voor het aantal doses per uur of per dag. De pomp zorgt ervoor dat het geneesmiddel op gecontroleerde manier wordt toegediend, waarbij de patiënt meer controle en comfort ervaart zonder het risico van overdosering. Bij PCIA (patient controlled intravenous analgesia) vindt de toediening intraveneus plaats via een ader.

 

Cassettepomp

Een cassettepomp is een draagbare, elektronische pomp waarin een cassette gevuld met vloeistof of geneesmiddel geplaatst wordt. Dit is een variatie op de volumetrische pomp en meestal hebben de cassettes een volume van 100 of 250 ml.

 

Patiëntcategorieën

De karakteristieken van patiënten kunnen van invloed zijn op de geschiktheid van bepaalde typen infusietherapie:

Neonaten/kinderen

Bij de keuze voor de best passende optie bij pasgeborenen en jonge kinderen is in de literatuur beschreven dat met de volgende aspecten rekening gehouden dient te worden: gewicht, drukbegrenzing, volumebegrenzing en grootte spuit/infuuszak (Tummers, 1999). Het geringe gewicht van neonaten en kleine kinderen is een beperking in het maximaal toelaatbare volume en de range van de toedieningssnelheden (Vaartjes, 2008; Tummers, 1999). Ter illustratie; Het circulerend volume van een pasgeborene van 3000 gram is ongeveer 300 ml. De inhoud van een standaard infuuszak voor volwassenen (100 - 500 ml) is dan veel te groot voor het circulerend volume van een pasgeborene. Hoe lager het circulerend volume van de patiënt, hoe groter het risico van overvulling. Bij kinderen met extreem laag geboortegewicht is dit aspect dan ook expliciet een punt van aandacht. Bij pasgeborenen en kinderen < 5 kg wordt daarom aanbevolen uitsluitend gebruik te maken van een spuitenpomp (Tummers, 1999). Toediening via zwaartekrachtinfusie of volumetrische infuuspomp is voor deze patiëntencategorie niet geschikt. Bij kinderen > 5 kg heeft de spuitenpomp ook de voorkeur; de volumetrische pomp kan onder voorwaarden worden ingezet. Bij de default instellingen van de pomp dient rekening gehouden te worden met het maximaal toelaatbare volume, de maximaal toelaatbare snelheid en ook de druk waarbij het occlusiealarm afgaat dient gevoeliger ingesteld te worden dan bij gebruik bij volwassenen. Zie voor suggesties tabel 1.

 

Patiënten met hartfalen, nierfalen en/of ICU/CCU/OK patiënten op acute afdelingen

Patiënten met hart- en/of nierfalen zijn erg gevoelig voor volumeoverbelasting wat het gevolg kan zijn van een te snelle infusie. Bij deze patiënten kan dit vervolgens leiden tot verergering van klachten zoals een toename van dyspneu, vermoeidheid, long- en perifeer oedeem. Ook kan volumeoverbelasting leiden tot een verdere verslechtering van de pompfunctie van het hart. Bij de keuze voor intraveneuze therapie dient dus een methode gekozen te worden die het risico op te snelle infusie, en grote volumes beperkt. Deze begrenzing kan gezocht worden in de keuze voor gebruik van een pomp in plaats van infusie op zwaartekracht, maar ook in het benodigde toe te dienen volume en snelheid van inlopen. De grootte van de volumebeperking is patiënt afhankelijk, waardoor de werkgroep hier geen verdere richting voor kan geven. 

 

Patiënten op acute afdelingen zoals de intensive care (IC), maar ook op de cardiac care unit (CCU) en de operatiekamer (OK), hebben veelal ernstige, levensbedreigende aandoeningen of (multi)orgaanfalen wat intensieve monitoring en behandeling vereist. Ze ontvangen vaak geavanceerde medische ondersteuning, waaronder toediening van meerdere geneesmiddelen, voeding of bloedproducten per infuus. De volumebelasting die hiermee gepaard gaat alsmede de hemodynamische instabiliteit maakt dat er goed nagedacht moet worden over de toedienmogelijkheden. In beginsel geldt dat vocht en geneesmiddelen bij deze patiënten streng gecontroleerd toegediend dienen te worden. Dit maakt toediening per pomp de voorkeurswijze van toediening, waarbij extra goed nagedacht moet worden of bij de betreffende patiënt een toediening dient plaats te vinden per spuitenpomp of per volumetrische pomp; beide kunnen afhankelijk van de toepassing geïndiceerd zijn. Denk bij gebruik van een volumetrische pomp bijvoorbeeld aan toediening bij sepsis en diabetes insipidus.

 

Onderhoudsinfusen via infuuspompen worden vaak vermeden of teruggeschroefd naar bijvoorbeeld 5 ml/uur om overvulling en een (fors) positieve vochtbalans te voorkomen met een mogelijkheid voor bolustoediening van bijvoorbeeld antibiotica.

 

Patiënten met hartfalen en nierfalen zijn vaak niet te scheiden van IC-patiënten op acute afdelingen; zij kunnen immers ook bijvoorbeeld IC behoeftig zijn.

 

Tabel 1. Overzicht voorkeuren inzetten pompen bij speciale patiëntcategorieën*

Categorie

Spuitenpomp

Volumetrische pomp

Pasgeborenen en kinderen gewicht < 5 kg

Druk t.b.v. occlusiedetectie begrensd**

Volume en toedieningssnelheid begrensd

Niet gebruiken

Kinderen

gewicht 5-10 kg

Druk t.b.v. occlusiedetectie begrensd**

Volume en toedieningssnelheid begrensd

 

Druk t.b.v. occlusiedetectie begrensd**

Volume en toedieningssnelheid begrensd

Infuuszak max. 100 ml

Kinderen

gewicht > 10 kg

Standaardpomp, geen speciale instellingen

Druk t.b.v. occlusiedetectie begrensd**

Volume en toedieningssnelheid begrensd

Infuuszak max. 500 ml

Patiënten met hartfalen, nierfalen, patiënten acute afdelingen

Extra attentie m.b.t. pompkeuze; zowel spuitenpomp als volumetrische pomp kunnen afhankelijk van de toepassing geïndiceerd zijn, geen speciale instellingen

* Gebaseerd op Tummers (1999) en verder aangevuld door werkgroep

** Op de pomp is een lagere druk ingesteld waarbij er een occlusiealarm optreedt

 

Bijzondere geneesmiddelen

De aard van een geneesmiddel kan aanleiding geven tot het wel of niet kiezen voor pompgestuurde toediening:

Hoog geconcentreerde elektrolyten

Te snelle Infusie van elektrolyten kan leiden tot ernstige verstoringen in de elektrolythuishouding en metabole verstoringen. Ook cardiovasculaire complicaties zijn mogelijk waardoor toediening onder monitorbewaking dient te gebeuren. Elektrolyten in hooggeconcentreerde vorm hebben tevens een hoge osmolariteit die bij een snelle infusie kan leiden tot tromboflebitis. De voorkeur heeft deze geneesmiddelen te verdunnen naar acceptabele osmolariteit voor de beoogde toedieningsroute (perifeer of centraal). Wanneer dit niet mogelijk of wenselijk is en dus in hoog geconcentreerde vorm wordt toegediend, is het van belang de snelheid of het volume zo veel mogelijk te beperken en te controleren. Toediening via spuitenpomp is hierbij de gewenste optie.

 

Geneesmiddelen met een smalle therapeutische breedte

Kleine verschillen in de dosering van geneesmiddelen met een smalle therapeutische breedte zoals vasopressoren en inotropica, kunnen leiden tot grote (en soms gevaarlijke) veranderingen in fysiologische parameters zoals bijvoorbeeld bloeddruk en/of hartfrequentie. Toediening via spuitenpompen wordt zeer aanbevolen. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met minimale pompstand en overige onderdelen van het toedieningssysteem.

 

Bloedproducten

Bloedproducten zijn componenten van bloed die worden gebruikt voor transfusies en medische behandelingen. De belangrijkste bloedproducten zijn rode bloedcellen (erytrocyten), bloedplaatjes (trombocyten) en plasma (voor stollingsfactoren en andere eiwitten). Deze producten worden verkregen uit donorbloed en vereisen speciale aandacht. Ze worden uitgebreid behandeld in de richtlijn Bloedtransfusiebeleid, maar er is een aantal zaken belangrijk om te melden:

  • De nauwkeurigheid waarmee een bepaald volume per tijdseenheid wordt toegediend is bij bloedproducten minder belangrijk en dus is toediening via zwaartekracht een goede methode. Echter kan het in sommige gevallen toch nodig zijn om een pomp te gebruiken, bijvoorbeeld bij kleine volumes en/of bij langzame toediening.
  • Beschadiging van erytrocyten of trombocyten. De mechanische belasting van de pomp op een homogene geneesmiddeloplossing zal over het algemeen geen nadelig effect hebben op de werking van het geneesmiddel. Als echter erytrocyten of trombocyten via een pomp toegediend worden dan kunnen er cellen beschadigd raken wanneer de pomp hier niet geschikt voor is (Selen, 1994). Bloedproducten kunnen met behulp van een volumetrische- of spuitenpomp worden toegediend mits dit in de fabrieksspecificaties van de pomp specifiek vermeld staat. Zie verder de module Toediening van bloedproducten in de richtlijn Bloedtransfusiebeleid.

Frequentie van verzorging

De frequentie waarmee de geneesmiddelcontainer (spuit, zak, fles of cassette) gewisseld moet worden tijdens verzorging van de patiënt kan van invloed zijn bij de keuze voor een infusietechnologie. Zo is het in de thuissituatie vaak niet mogelijk om met hoge frequentie geneesmiddelcontainers te verwisselen. Indien een geneesmiddel of vloeistof gedurende een langere periode toegediend dient te worden (continue toediening) heeft toediening met behulp van pompgestuurde infusie de voorkeur boven zwaartekracht. Dit geeft betere sturingsmogelijkheden en voorkomt het te snel of te langzaam inlopen van een infuuszak waardoor het risico bestaat dat de toediening vervolgens stopt wanneer de zak leeg is, of dat de infusie te lang duurt. Sommige pompen hebben technologische mogelijkheden om grote schommelingen in toediening door het leegraken van de geneesmiddelcontainer te voorkomen, bijvoorbeeld door de mogelijkheid van een take-over functie waarbij meerdere pompen aan elkaar gekoppeld worden en naadloos de infusie van elkaar overnemen wanneer een geneesmiddelcontainer leeg is. Dit kan een uitkomst zijn wanneer grotere volumes toegediend moeten worden met hoge nauwkeurigheid. 

 

Houdbaarheid

De houdbaarheid van geneesmiddelen kan concentratie afhankelijk zijn (bijvoorbeeld bij penicillines). De benodigde dosering in combinatie met beperkingen in concentratie en volume kan invloed hebben op de keuze voor een spuitenpomp of volumetrisch infuus bij toepassing van een continu infuus.

 

Vertaling zwaartekracht- of pompgestuurde infusie naar praktijk

Het is van belang een type infusietherapie te kiezen dat geschikt is voor de betreffende toepassing. Daarbij is het belangrijk te weten of de eigenschappen van zwaartekracht- of pompgestuurde infusietechnologie passen bij de beoogde toepassing. Op basis van de rapporten Risicoprofiel Infusietechnologie (Vaartjes, 2008) en Omgaan met infusieapparatuur. Beleid, toepassing en beheer (Conemans, 1999) aangevuld met expert opinion en aspecten benoemd in de uitvraag onder zorgprofessionals, zijn binnen deze categorie de volgende aspecten van belang:

Beoogd gebruik: Niet elke infusietechnologie is geschikt voor iedere toepassing. De fabrikant geeft het beoogd gebruik (intended purpose) van de technologie aan en in hoeverre de specificaties voor specifieke toepassingen geldig zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan of de pomp en toedieningssystemen geschikt zijn voor toediening van bloedproducten (zie ook onder Bloedproducten) of gebruik in bijzondere omgevingen zoals de MRI-omgeving. Ook wanneer technologie reeds in huis is, maar er de wens is deze voor een andere toepassing te gaan gebruiken, moet beoordeeld worden of deze toepassing onder het beoogd gebruik van de fabrikant valt. Als dat niet zo is, is het van belang een goede risicoafweging te maken of de toepassing toch gestart wordt, of dat er uitgeweken moet worden naar een andere oplossing. Punt van aandacht is dat er afdelingen kunnen zijn met specifieke pompen en pompinstellingen. Het kan voorkomen dat pompen met de patiënt meegaan waardoor deze op andere afdelingen terecht komen. Hierdoor kunnen afdelingen geconfronteerd worden met pompen waarvan de eigenschappen niet aansluiten bij het beoogd gebruik. Waarbij op die afdeling mogelijk ook de benodigde expertise ontbreekt om hiermee om te gaan of dit tijdig te signaleren. 

 

Af te geven volume, toedieningssnelheid en mogelijke ongewenste effecten in opbrengst

De opbrengst van een infuuspomp kan worden beschouwd als volume per tijdseenheid (volumestroom, flow, verder aangeduid met toedieningssnelheid) en totaal afgegeven volume in een bepaalde periode van toediening. De opbrengst van een infuuspomp moet passend zijn bij het gewenste toe te dienen volume, de gewenste toedieningssnelheid, en de gewenste nauwkeurigheid. Hierbij moet rekening gehouden worden met mogelijke ongewenste effecten:

  • Effect van de aanlooptijd bij aanvang van toediening. Vooral bij lagere toedieningssnelheden (ordegrootte 0,5 – 2 ml/uur) duurt het een tijd voordat de infusievloeistof met de ingestelde toedieningssnelheid aankomt bij de patiënt (zie ook Weiss, 2023 en module Multi-infusie). Bij lage toedieningssnelheden moet men bedacht zijn op lange aanlooptijden, vertraagde start van de therapie en het lang uitblijven van het occlusiealarm. Om het therapeutische effect sneller te bereiken, is het aan te raden de lijnen te vullen met het geneesmiddel (primen) voor het aansluiten op de patiënt, echter ook dan is er nog steeds sprake van een aanlooptijd totdat de ingestelde toedieningssnelheid gehaald wordt.
  • Effect van (stapvormige) veranderingen van de ingestelde toedieningssnelheid (aanlooptijd nieuwe snelheid). Door het mechanisme van de infuuspomp en compliantie van de lijn, duurt het even voordat een verandering in infuussnelheid ook merkbaar wordt in de flow aan het uiteinde van de lijn.
  • Effect van combinaties van pompen via dezelfde toedieningsweg. Als meerdere pompen samenkomen op één toedieningsroute kan dit met name bij veranderingen van toedieningssnelheden ertoe leiden dat de beoogde toediening aan de patiënt tijdelijk niet gehaald wordt of overschreden wordt. Dit effect treedt vooral op bij lage toedieningssnelheden (lage flow) en kan grote gevolgen hebben bij bijvoorbeeld neonaten (voor meer informatie zie module Multi-infusie).

Of deze effecten belastend zijn voor de patiënt hangt af van de klinische effecten van het geneesmiddel/de vloeistof en dit verschilt per toepassing. Daarom is het ook van belang per toepassing te bepalen hoe groot schommelingen in opbrengst mogen zijn waaronder aanlooptijden en nauwkeurigheid van de toedieningssnelheid in relatie met farmacotherapievoorschriften. Er moet ook rekening worden gehouden met de tijd waarna een geneesmiddel gaat werken. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen effecten die door patiënt en die door het toedieningssysteem worden veroorzaakt.

 

Om de grootte van de mogelijke verstoring door het toedieningssysteem te kunnen inschatten, is het van belang de specificaties van de fabrikant te interpreteren in samenhang met de setting zoals die voor de toepassing gebruikt wordt. Daarbij kunnen de door de fabrikant aangegeven ongewenste afwijkingen in opbrengst variëren, afhankelijk van de gekozen combinatie van toedieningssystemen en toedieningssnelheden. Ter illustratie: betrouwbare instelling van toedieningssnelheid bij een spuitenpomp is alleen mogelijk als bij de spuitenpomp het voor die pomp geschikte type spuit wordt gebruikt (Tummers, 1999; Weiss, 2023), zie ook submodule Spuiten. Het is belangrijk dit aspect mee te nemen en de mogelijke afwijkingen in opbrengst middels een typekeuring; eenmalige test per merk en type infuuspomp, te bepalen voor de combinatie pomp-verbruiksartikelen en range aan toedieningssnelheden, zodat hier in het beoogd gebruik rekening mee gehouden kan worden. Wanneer er in de configuratie pomp-verbruiksartikelen iets wijzigt wordt aanbevolen deze typekeuring te herhalen. In veel gevallen hebben fabrikanten ook al typekeuringen uitgevoerd voor pomp-verbruiksartikelen combinaties.

 

Transportgevoeligheid/mobiliteit

Wanneer een patiënt mobiel is, is transportgevoeligheid van de infusietechnologie een aspect om rekening mee te houden. Verandering in relatieve hoogtes van infuuszak/pomp bij transport kan leiden tot variaties in de toedieningssnelheid. Hierover wordt meer toelichting gegeven in bijlage Fysische aspecten van Multi-infusie. Daarnaast kunnen er frequent druppelalarmen (flowalarmen) optreden. Mogelijk kunnen er hulpmiddelen gebruikt worden zoals een druppelklemhouder, waardoor bij een volumetrisch gestuurd infuus er niet telkens een druppelalarm optreedt wanneer de druppelkamer door transport gaat bewegen en druppels niet meer goed geteld kunnen worden. Gegevens van de fabrikant maar ook typekeuringen kunnen duidelijkheid geven over de transportgevoeligheid.

 

Locatie /Beschikbaarheid

Bij de keuze voor het type infusietechnologie, zijn de mogelijkheden per organisatie/locatie verschillend. Dit geldt ook voor de omstandigheden waaronder de toediening plaatsvindt. Het verdient aanbeveling om ten dienste van een veilige toepassing het aantal merken en typen infuuspompen, lijnen en spuiten en de variatie in configuratie/instellingen van pompen per organisatie/locatie zo klein mogelijk te houden, uniformering komt efficiënt beheer overigens ook ten goede (Vaartjes, 2008). Naast welke technologie op de betreffende locatie beschikbaar is, is ook van belang voor welke technologie het medisch personeel maar ook patiënten/naasten in de thuissituatie bevoegd- en bekwaam zijn (Porte, 2017). In een zorginstelling kunnen er op bijvoorbeeld high care afdelingen andere infuuspompen en verbruiksartikelen gebruikt worden dan op de standaard verpleegafdeling. Omdat het personeel op de standaard verpleegafdelingen mogelijk niet geschoold is voor de high care pomp en omgekeerd, maar ook configuraties/instellingen van pompen anders kunnen zijn, is het niet zonder meer mogelijk deze infuuspompen uit te wisselen.

 

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van het bewijs kon niet worden vastgesteld.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Voor de patiënt is vooral een veilige toediening van geneesmiddelen zonder complicaties op een zo comfortabele wijze van belang. Denk bij dat laatste aan aspecten als mobiliteit van de patiënt (kan de patiënt bijvoorbeeld naar huis), hoeveelheid aan alarmen bij de pomp (patiënten kunnen gevoelig zijn voor veel geluiden) en het voorkomen dat er vaak opnieuw geprikt moet worden. Naar verwachting zorgt het meenemen van de beschreven aspecten in de keuze voor het type infusietechnologie voor veiligere en nauwkeurigere toediening en meer mogelijkheden voor mobilisatie van de patiënt. In het algemeen kan gezegd worden dat standaardisatie en naleving van aanbevelingen over de aspecten om mee te nemen in de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie, past binnen de huidige maatstaven voor passende zorg.

 

Kostenaspecten

Het maken van de juiste keuzes voor inzet van infusietechnologie kan leiden tot minder kosten, te denken aan minder inzet van infuuspompen waarbij een infuus op zwaartekracht ook mogelijk is, een lager infectierisico, minder complicaties, een effectievere behandeling door nauwkeurigere toediening en toegenomen mobilisatie van de patiënt. De grootte van het effect is afhankelijk van de huidige werkwijze in individuele zorginstellingen en in hoeverre de aanbevolen aspecten al meegenomen worden in de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie.

 

(Gezondheids)gelijkheid ((health) equity/equitable)

De werkgroep voorziet ten aanzien van de aspecten die van belang zijn bij de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie geen aanleiding voor verschillen in gezondheidsgelijkheid.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

De werkgroep voorziet ten aanzien van de aspecten die van belang zijn bij de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie geen ethische bezwaren.

 

Duurzaamheid

Het meenemen van de aanbevolen aspecten in de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie kan leiden tot duurzamer gebruik van middelen wanneer dit leidt tot minder inzet van pompen doordat er meer gebruik gemaakt wordt van zwaartekrachtinfusie. Echter het effect is afhankelijk van de huidige werkwijze in individuele zorginstellingen en in hoeverre de aanbevolen expertise al betrokken is.

 

Haalbaarheid

De werkgroep voorziet ten aanzien van het meenemen van de aanbevolen aspecten in de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie geen belemmeringen voor de haalbaarheid. Over het algemeen is de expertise die nodig is om de aanbevolen aspecten mee te nemen in de keuze rondom toepassing van infusietechnologie aanwezig in de Nederlandse ziekenhuizen. De werkgroep ziet geen belemmeringen in de organisatorische aspecten die eventueel van belang zijn om deze aspecten in te bedden in werkwijzen van zorgprofessionals. Voor andere zorginstellingen (niet zijnde een ziekenhuis, maar bijvoorbeeld een Zelfstandig Behandelcentrum (ZBC)) is het mogelijk niet vanzelfsprekend dat alle benodigde expertise binnen de instelling aanwezig is. 

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Op basis van de beschikbare relevante rapporten, een uitvraag onder zorgprofessionals en de ervaring van de werkgroep (expert opinion) zijn de aspecten benoemd die van belang zijn bij de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie. Wanneer deze aspecten niet meegenomen worden in de beslissing voor het type infusietechnologie is er een verhoogd risico op onveilige en onnauwkeurige toediening, minder mogelijkheden tot mobilisatie van de patiënt, hogere kosten en suboptimaal gebruik van middelen. De werkgroep ziet geen sterke argumenten om de aspecten niet mee te nemen bij de keuze voor pompgestuurde infusietherapie en zwaartekrachtinfusie. 

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor doen.

Onderbouwing

The choice of administration method of infusion technology depends on various factors such as the patient's condition, availability of technology and medication, and the type of patient. In the past, various reports have been published on dealing with infusion technology. This module focuses specifically on the process of how a qualitatively good and safe choice can be made for a type of infusion therapy (gravity and pump-controlled infusion therapy) if and when intravenous therapy is started. The aim is to clarify which aspects contribute to this decision. This module aims at standardization of the process of decision making to optimize safe and qualitative administration nationwide in medical care.

No summary of literature available.

No systematic review of the literature has been performed as it is not conceivable that a research design can be used to answer the initial question.

 

Although no systematic review based on a PICO-formulated research question (patient population, intervention, comparison and outcomes), including a GRADE judgement, could be performed, additional research was initiated to answer the following question(s):

What aspects are important to consider in the decision for choosing a type of infusion therapy when starting intravenous therapy for a patient?

 

Methods

A survey was sent to the following organisations: Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuis Apothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC), Beroepsvereniging voor biomedisch technologen in de zorg (BMTZ), Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), Werkgroep Instrumentatie Beheer Academische Ziekenhuizen (WIBAZ) and Vereniging van Ziekenhuis Instrumentatietechnici (VZI). Participants answered questions regarding aspects to be considered when choosing a type of infusion pump for treatment from December 5, 2024 to January 9, 2025. For more information, see attachment Enquête Infusietechnologie in NL (infusie/transfusie).

 

Results

A total of 41 responses were received from all over the Netherlands. Most mentioned aspects were administration accuracy, administration rate, volume to be administered and type of patient (adult, child, neonate). For more detailed findings see attachment Enquête Infusietechnologie in NL (infusie/transfusie.

  1. Conemans J.M.H. et al., Omgaan met infusieapparatuur. Beleid, toepassing en beheer. NVKF/NVZA, ISBN: 90-9012741-0, 1999.
  2. Porte P.J., Verweij L.M., Dinnissen F., Hagenaars E., Oosterhof R., Timmermans A.M.D.E., Wagner C., Infuustechnologie voor verpleegkundigen, basis bekwaamheidseisen voor het veilig gebruik van infuustechnologie, Utrecht/Amsterdam: NIVEL/EMGO+, 2017.
  3. Selen L.P.J., Vaartjes S.R., Conemans J.M.H., Mag je erytrocytenconcentraat met de infusiepomp toedienen?, Omgaan met infusieapparatuur, Klinische Fysica, 1994/4.
  4. Tummers R.F.H.M., Broeze-Goselink J., Infusieapparatuur in de kindergeneeskunde, Omgaan met infusieapparatuur, Klinische Fysica, 1999/4.
  5. Vaartjes S.R. (NVKF), Timmerman A.M.D.E. (NVKF), Bastin F.H. (NVKF), Franken M. (NVKF), Teirlinck C.J.P.M. (TNO), Risicoprofiel Infusietechnologie, gezamenlijke werkgroep Infusietechnologie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) en TNO Kwaliteit van Leven, 12 juni 2008.
  6. Weiss M., van der Eijk A., Lönnqvist P.A., Lucchini A., Timmerman A., 10 clinical tips for advancing patient safety when using syringe pump systems for microinfusion intravenous drug therapy, Eur J Anaesthesiol, 2023 Jun, 1;40(6):387-390. doi: 10.1097/EJA.0000000000001839. Epub 2023 May 10. PMID: 37132300; PMCID: PMC10155690. 

Risk of Bias tables

Niet van toepassing.

 

Table of excluded studies

Niet van toepassing.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 06-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 06-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
Geautoriseerd door:
  • Beroepsvereniging voor Biomedische Technologen in de Zorg
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Intensive Care
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Werkgroep Instrumentatie Beheer Academische Ziekenhuizen

Algemene gegevens

De ontwikkeling van deze leidraad werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de leidraad.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de leidraad is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten die worden behandeld met infusietechnologie.

 

Werkgroep

  • Dr. ir. A. M. D.E. (Annemoon) Timmerman (voorzitter), Klinisch Fysicus, UMC Utrecht, NVKF
  • Ing. M.G.B.M. (Marc) Van Hauwe, Medisch Technoloog, Catharina Ziekenhuis, VZI
  • Dr. ir. M.J.A. (Maurice) Janssen, Klinisch Fysicus, Zuyderland MC, NVKF
  • Dr. V.C. (Verena) Mulder, Apotheker, Franciscus Gasthuis & Vlietland, NVZA
  • Drs. K. (Kelly) Niggebrugge-Mentink, Ziekenhuisapotheker, HagaZiekenhuis, NVZA
  • Ir. S.E. (Sanne) Vaartjes, Klinisch Fysicus, ZGT, NVKF
  • L.H. (Linda) van de Werken, IC Verpleegkundige, UMC Utrecht, V&VN
  • R. (Renze) Jongstra, IC Verpleegkundige, LUMC, V&VN (vanaf januari 2026)

Klankbordgroep

  • Dr. M.J.L. (Martin) Bucx, Anesthesioloog, RadboudUMC, NVA
  • Dr. H. (Hanneke) Buter, Intensivist, Frisius Ziekenhuis, NVIC
  • Dr. ir. S.J.P.M. (Susanne) van Engelen, Adviseur Medische Technologie, LUMC, BMTZ
  • Ir. ing. G.B.L. (Guido) Hendricks, Adviseur Medische Technologie, RadboudUMC, VZI
  • B. (Britt) Ketelaars MSc, LLM, PF
  • B. (Hugo) Versluis, Informatiemanager infuustechnologie, Erasmus MC, WIBAZ
  • A. (Anne) ten Wolde, Biomedisch Technoloog, Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie, BMTZ

Met ondersteuning van

  • Drs. E. (Esther) van der Bijl, Informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. P. (Phylisha) van Heemskerken, Junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. L.C. (Lotte) Houtepen, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. J.C. (José) Maas, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

Lid

Functie

Neven-werkzaamheden

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Janssen

Zuyderland MC

klinisch fysicus in dienstverband

Geen

Geen

Geen restricties

Jongstra

IC verpleegkundige

Volwassenen en Kinderen

Circulation Practitioner

Leiden Universitair Medisch Centrum

*Voorzitter V&VN afdeling IC

*IC verpleegkundige MICU ZuidWest Nederland

Geen

Geen restricties

Mulder

Apotheker Franciscus Gasthuis & Vlietland

*Eigenaar Zicht op Kwaliteit;

*Apotheker Ceban Clinic Services;

*Deelnemer congres EAHP 2024, gedeeltelijk gefinancierd door Bayer (farmaceut)

Geen

Geen restricties

Niggebrugge-Mentink

Ziekenhuisapotheker, HagaZiekenhuis

*NVZA (Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers): SIG Oncologie, voorzitter Expertgroep Arbo

*Gastdocent Fontys Hogeschool (verpleegkundig specialist opleiding)

* De richtlijn heeft betrekking op mijn werkveld (ziekenhuis), gedane kennis zal gebruikt kunnen worden om de processen in het HagaZiekenhuis te optimaliseren. Daarnaast gezien mandaat vanuit beroepsvereniging: kennis overdragen binnen de NVZA is denkbaar.Betrokken bij herziening WIP richtlijnen: SRI richtlijn intra-arteriele en veneuze katheters (als schrijver). Kennis kan over en weer toegepast worden.

Geen restricties

Timmerman

Klinisch Fysicus - UMC Utrecht

*Lid Raad van Advies School of Medical Physics Eindhoven (tot 31-01-2025)

*Co-auteur position paper veilig gebruik infuuspompen t.b.v. BECTON, DICKINSON SWITZERLAND SÀRL

*Gastdocent TU Eindhoven (infusie, ioniserende straling)

*Lid NEN normcommissie infusie transfusie (tot 31-1-2025)

* Vergoeding ontvangen in de 2022 en mrt 2023 (totaal €1416) t.b.v. Co-auteur position paper veilig gebruik infuuspompen van BECTON, DICKINSON SWITZERLAND SÀRL (BD). Bijbehorende raamovereenkomst voor consultancy van mei 2022 - mei 2024.

Geen verdere lopende financiële contracten. Ik heb BD geïnformeerd de consultancy per direct te staken en een toezegging van BD dat deze raamovereenkomst z.s.m. wordt ontbonden.

* EUROPEAN METROLOGY PROGRAMME FOR

INNOVATION AND RESEARCH (EMPIR) 18HLT08 MeDDII Metrology for drug delivery II, €150000 (2019-2022)

Geen belangenconflict op gebied van extern gefinancierd onderzoek van toepassing met betrekking tot het onderwerp medische technologie. Alle onderzoeksresultaten zijn Open Access en toegankelijk via Zenodo.org (toegevoegd per 27-11-2025: https://zenodo.org/communities/medd2/records?q=&l=list&p=1&s=10&sort=newest)

* EU, EURAMET - Multi-infusie - Geen projectleider

(toegevoegd per 27-11-2025) Wel verantwoordelijk voor een Work Package (Work Package Leader WP4)

Geen restricties

Vaartjes

Klinisch Fysicus, ZGT

Geen

Geen

Geen restricties

Van de Werken

UMC Utrecht,
IC verpleeg-kundige

Geen

Geen

Geen restricties

Van Hauwe

Medisch Technoloog

Catharina Ziekenhuis Eindhoven

Regiocoördinator VZI

Medisch Coördinator Kennedymars Someren

 

Per 24-11-2025:

Geen

*Operationeel, bekend bij de twee grootste leveranciers van infuuspompen. Er loopt op dit moment een oriëntatie vervanging infuuspompen. Ben ik onafhankelijk, ja, beide hebben een doordacht concept, integrale keuze noodzakelijk, ben hierin geen projectleider.

* Onderzoek binnen CZE naar toepasbaarheid van Ready-to-Administer spuiten. Uitkomst: grote voordelen, maar niet altijd veilig toepasbaar. Plannen om CZE productie-apotheek te verzelfstandigen, waarbij ik binnen het CZE blijf - Geen projectleider

 

Per 1 april 2025 aanvulling op bovenstaande:

* Samenwerkingsverband Catharina Ziekenhuis met PharmaHelder t.a.v. op de markt brengen van voorgevulde spuiten

 

Per 24-11-2025 herformulering belangen:

*Onderzoek binnen Catharina Ziekenhuis naar toepasbaarheid van Ready-to-Administer spuiten.

* M.b.t. samenwerkingsverband Catharina Ziekenhuis met PharmaHelder t.a.v. op de markt brengen van voorgevulde spuiten: reductie belangenbehartiging, impact is tijdens het schrijven al gereduceerd. De samenwerking met de apotheek heeft weinig vervolg meer gekregen.

Gezien de potentiële belangen ten aanzien van voorgevulde spuiten worden de aanbevelingen van module spuiten kritisch nagelezen door de werkgroep. Daarnaast wordt in de commentaarfase de NVKF gevraagd om een onafhankelijk reviewer kritisch naar de module spuiten te laten kijken.

Van Reijen (tot 19-12-2024)

Technisch Thuiszorg Verpleegkundige, Stichting tanteLouise

Bestuurslid bij de TTV van de V&VN

Geen

Geen restricties

Bucx

Anesthesioloog, Radboudumc

Geen

Geen

Geen restricties

Buter

Intensivist

Medisch Centrum Leeuwarden

Bestuurslid NVIC

Geen

Geen restricties

Hendricks

Adviseur medische technologie - Radboudumc Nijmegen

Geen

 

Aanvulling per 2-12-2025:
*VZI - lid team events

*Gastdocent INTOP zorgsector - Elektriciteitsleer en Medische-elektrische apparatuur

Geen

Geen restricties

Ketelaars

Adviseur patiëntbelang bij Patiëntenfederatie Nederland, full time, betaald.

Geen

Geen

Geen restricties

Ten Wolde

Biomedisch technoloog, Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie

Communicatiecommissie BMTZ

*Innovatief karakter Prinses Máxima Centrum. Voortrekkersrol ziekenhuis op het gebied van stille alarmering, closed-loop medicatie.

*Initiator kennisdeelsessies BMTZ-infusietechnologie.

Geen restricties

Van Engelen

LUMC, adviseur medische technologie

Geen

Geen

Geen restricties

Versluis

Informatiemanager Infuustechnologie

Erasmus MC

Geen

Geen

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Patiëntenfederatie Nederland voor de schriftelijke knelpuntenanalyse en door deelname van een afgevaardigde van deze patiëntenorganisatie in de klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, en bij het opstellen van de overwegingen van de modules. De conceptleidraad is tevens voor commentaar voorgelegd aan de Patiëntenfederatie Nederland en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de leidraad voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de leidraad per module op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Pomp

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte methodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze leidraad is hieronder weergegeven.

Zoekverantwoording

Niet van toepassing.

Volgende:
Medicatiebibliotheken