Chirurgische behandeling bij CMN
Uitgangsvraag
Voor welke indicaties wordt chirurgische behandeling aanbevolen bij patiënten met CMN?
Wat zijn de (on)gunstige effecten van chirurgische behandeling bij patiënten met CMN?
Aanbeveling
- Laat indicatiestelling, behandeling en follow-up na chirurgische behandeling in een centrum met expertise plaatsvinden. In ieder geval dient er eenmalig een consult plaats te vinden bij een plastisch chirurg in een centrum met expertise. Zie hiervoor ook figuur 4 Standaard follow-up schema bij CMN (2025) uit de module Voorlichting en zelfmanagement.
- Er is geen wetenschappelijk bewijs dat chirurgische excisie van een congenitale melanocytaire naevus leidt tot een verlaging van de oncologische risicoclassificatie of het risico op maligne transformatie vermindert. Overweeg excisie uitsluitend op andere gronden, zoals functionele klachten, cosmetische bezwaren of diagnostische onzekerheid. Dit betekent dat zowel zelfcontrole als follow-up noodzakelijk blijven.
- Congenitale melanocytaire naevi kunnen daarnaast spontaan lichter van kleur worden gedurende de kinderjaren. Derhalve wordt bij voorkeur een expectatief beleid geadviseerd.
- Voer bij voorkeur (seriële) excisie van een congenitale melanocytaire naevus al dan niet gecombineerd met tissue expanders uit i.p.v. laserbehandeling, indien tot behandeling wordt besloten (gezien de mogelijkheid tot histopathologische controle en het dieper verwijderen van de naevus).
- Overweeg electieve behandeling onder algehele narcose op jonge leeftijd zorgvuldig. Voor adviezen zie ook Startpagina - Anesthesie bij kinderen - Richtlijn - Richtlijnendatabase.
- Wanneer na chirurgie een reconstructie noodzakelijk is, wordt - afhankelijk van de anatomische mogelijkheden - samen met de patiënt en diens ouders/verzorgers het meest passende behandeltraject gekozen (shared decision making), waarbij zowel medische expertise als waarden en voorkeuren van de patiënt en ouders een centrale rol spelen.
- Chirurgische behandeling heeft de voorkeur wanneer het kind in staat is om mee te beslissen.
- Verricht geen partial thickness behandeling (curettage) meer in de behandeling van CMN. Dit heeft geen rol meer in de behandeling i.v.m. het hoge aantal complicaties, het risico en matige langetermijnresultaten (zoals kans op repigmentatie) en de noodzaak om dit te doen in de neonatale periode.
Overwegingen
Kwaliteit van het bewijs
Er is een nieuwe systematische literatuuranalyse uitgevoerd om de uitgangsvraag te beantwoorden en daarmee zijn 5 studies geïncludeerd.
Geïncludeerd zijn één systematische review over de chirurgische behandeling van CMN (Gout, 2023) en drie primaire observationele studies (Cheng, 2022; Kinsler, 2009 en Lim, 2018). Tevens werd een systemische review geïncludeerd die zich specifiek richt op de behandeling van CMN in het aangezicht (Ibelli, 2024). De geïncludeerde studies worden verder uitgewerkt.
De kwaliteit van het bewijs is laag, dit is een gevolg van het feit dat er veel heterogeniteit is in de presentatie van CMN, de lage prevalentie van CMN, met gevolg van de voornamelijk retrospectieve studies.
Het is lastig op basis van de literatuur een uitspraak te doen over cosmetisch resultaat en veiligheid van de behandelingen, en behandelingen te vergelijken (welke heeft de voorkeur?). De studies over chirurgische behandeling van CMN (alle technieken) zijn van lage methodologische kwaliteit: vooral retrospectieve caseseries met een groot risico op selectiebias, met slechts summiere beschrijving van uitkomsten, niet gevalideerde uitkomstmaten en complicaties zonder objectieve, kwantitatieve beoordelingen. Tevens zijn de patiëntkarakteristieken niet altijd duidelijk (grootte, lokalisatie CMN), en vaak erg heterogeen tussen studies. Ook zijn er geen (gecontroleerde) vergelijkende studies.
Professioneel perspectief en balans van gewenste en ongewenste effecten
De laatste jaren is de indicatie voor behandeling verschoven van een meer profylactische naar een meer cosmetische indicatie voor chirurgische behandeling. Het routinematig excideren van alle CMN boven een bepaalde grootte wordt niet aanbevolen. Bij de afweging om wel of niet te behandelen dienen de belangrijkste overwegingen, zoals beschreven in de module Wel/niet behandelen van CMN, zorgvuldig te worden meegenomen.
Op basis van de huidige literatuur (onvoldoende gegevens) kan geen wetenschappelijke uitspraak worden gedaan over het cosmetisch resultaat en het risico op complicaties van de verschillende technieken van excisie en reconstructie. In het algemeen is te verwachten dat een primaire sluiting of een rotatie lap (bijvoorbeeld weefselexpansie) een beter cosmetisch resultaat zal geven dan bij het plaatsen van een huidtransplantatie.
De werkgroep acht het van belang dat de mogelijk complexe ingrepen worden verricht door chirurgen met ervaring in de (kinder)plastische chirurgie en met expertise in CMN. Kleinere CMN kunnen in principe op elke leeftijd behandeld worden, maar voor grotere CMN kan de leeftijd een belangrijke rol spelen. Verwacht resultaat en risico op complicaties dienen goed met de patiënt/ouders te worden doorgesproken.
Vroegtijdige voorlichting is van belang voor het openhouden van alle behandelopties. Er bestaat geen enkele chirurgische techniek die geschikt is voor alle CMN, op alle anatomische locaties: kleine en middelgrote laesies kunnen vaak in één of enkele sessies volledig worden verwijderd, terwijl grotere CMN meestal een stapsgewijze aanpak vereisen met technieken zoals seriële excisie, weefselexpansie of reconstructieve chirurgie. De behandeling van een CMN is daarmee altijd maatwerk en vraagt om bespreking binnen een multidisciplinair team, bij voorkeur in een gespecialiseerd kinderchirurgisch centrum. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor CMN in een functioneel gebied (zoals hoofd-hals, handen en genitalia) of met een PAS groter dan 5 cm.
Na verwijdering met alle chirurgische technieken geldt dat in uitgebreidere CMN (risicoklasse II tot IV) levenslange follow-up nodig blijft, omdat de verwijdering van alle naevuscellen niet gegarandeerd is (ook na excisie). Of hierbij zelfonderzoek kan volstaan of follow-up in een ziekenhuis aangewezen is, is afhankelijk van het risicofenotype (zie follow-up schema in de module ‘Organisatie van zorg bij CMN’).
Het is belangrijk dat patiënt en ouders betrouwbare informatie krijgen over de mogelijke behandelopties. Bij een eerste bezoek kan men aangeven dat er behandelopties zijn vanwege meer cosmetische dan wel om secundaire problemen te voorkomen zoals folliculitis/hidradenitis supparativa like lesions. Het advies over de mogelijke chirurgische behandelopties is vervolgens voorbehouden aan de plastisch chirurg. De dermatoloog kan hier ook advies over geven. Congenitale melanocytaire naevi kunnen spontaan lichter van kleur worden gedurende de kinderjaren. Derhalve wordt bij voorkeur een expectatief beleid geadviseerd.
(Seriële) excisie al dan niet gecombineerd met tissue expanders geniet de voorkeur boven laserbehandeling van een congenitale melanocytaire naevus (zie ook module Laserbehandeling). Bij de voorlichting over ingrepen is het van belang een realistisch beeld te geven van de verwachte (cosmetische) uitkomst van de ingreep. Voor een realistisch beeld kan men foto’s laten zien van eerdere resultaten. Hiervoor kan verwezen worden naar de patiëntenvereniging NNN. De patiëntenvereniging heeft patiëntinformatie met ervaringsverhalen over wel/niet verwijderen van CMN. Uiteraard dienen ook mogelijke risico’s van de ingreep te worden besproken. Zie voor aanvullende informatie de module ‘Voorlichting en zelfmanagement’.
Er dient ten alle tijden een zorgvuldige afweging te worden gemaakt van het te behandelen gebied in de CMN, de leeftijd van de patiënt en het verwachte behandelresultaat en de ongewenste effecten. Bij jonge kinderen is poliklinische behandeling veelal niet geïndiceerd, aangezien deze behandeling niet volgens de maatstaven van procedurele comfortzorg kan worden verricht (Sedatie en analgesie bij kinderen - De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde). Daarom dient bij jonge kinderen de behandeling onder algehele narcose te worden uitgevoerd. Zie voor Algemene adviezen kindzorg bij CMN het normendocument.
Volgens de in december 2024 herziene module ‘Neurologische, neuropsychologische en kinderpsychiatrische gevolgen van anesthesie’ van de Richtlijn Anesthesie bij kinderen is er onvoldoende bewijskracht om een aanbeveling te geven ten aanzien van het wel of niet door laten gaan van ingrepen bij kinderen van >1 maand tot 3 jaar, met betrekking tot de neurologische, neuropsychologische en kinderpsychiatrische gevolgen van anesthesie.
Voor een ingreep of een onderzoek onder anesthesie moet een afweging gemaakt worden van de voordelen van de ingreep of het onderzoek op dat moment voor de gezondheid of ontwikkeling van het kind op de betreffende leeftijd tegen de mogelijk negatieve effecten van deze procedure op de neuropsychologische, neuropsychiatrische en neurologische ontwikkeling van het kind (Startpagina - Anesthesie bij kinderen - Richtlijn - Richtlijnendatabase).
Chirurgische behandeling heeft de voorkeur wanneer het kind in staat is om mee te beslissen. Hierbij wordt zoveel mogelijk shared care toegepast en worden de ouders en het liefst ook het kind nadrukkelijk betrokken bij de communicatie en besluitvorming
Keuze sluitingstechniek bij excisie
Geen enkele van de huidige chirurgische technieken is geschikt voor álle CMN. Welke techniek van sluiting wordt toegepast is in grote mate afhankelijk van de grootte en lokalisatie van de CMN, de ervaring van de plastisch chirurg en de wensen van patiënt en ouders. Belangrijk hierbij is dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat chirurgisch excisie van een CMN leidt tot een verlaging van de oncologische risicoclassificatie of het risico op maligne transformatie. Echter de bewijskracht is zeer beperkt door het lage aantal events en gebrek aan directe bewijsvoering.
(Seriële) excisie met primaire sluiting heeft in principe de voorkeur bij het verwijderen van CMN, mits de grootte en lokalisatie dit toelaten. Op basis van de huidige literatuur kan niet worden gezegd tot welke grootte primaire sluiting nog volstaat. Bij grotere CMN en specifieke lokalisaties geeft een combinatie van reconstructietechnieken vaak een beter functioneel en cosmetisch resultaat.
Gout et al. (2023) voerden een systematische review en meta-analyse uit van 22 studies met in totaal 643 patiënten en circa 700 CMN, variërend van middelgroot tot gigantisch. De gebruikte technieken omvatten primaire sluiting, serie-excisie, huidtransplantatie, weefselexpansie en verschillende flapreconstructies. Postoperatieve complicaties kwamen voor bij 24% van de patiënten, waarbij infectie, necrose en wonddehiscentie het meest voorkwamen. Seriële excisie en weefselexpansie gingen gepaard met de beste esthetische resultaten en de laagste kans op recidief, maar vereisten wel meerdere ingrepen en langere behandeltrajecten.
Cheng et al. (2022) vergeleken retrospectief drie chirurgische strategieën voor de behandeling van grote en gigantische CMN (n = 97): seriële excisie (SE, n = 18), weefselexpansie (TE, n = 23) en huidtransplantatie (SG, n = 56). De incidentie van complicaties was significant lager bij weefselexpansie (8,7%) en seriële excisie (11,1%) dan bij huidtransplantatie (26,8%). Zowel SE als TE gaven daarnaast een beter cosmetisch resultaat en minder repigmentatie. De auteurs concludeerden dat seriële excisie en weefselexpansie veilige en effectieve opties zijn voor grote CMN, mits uitgevoerd door ervaren plastisch chirurgen.
Na excisie kan repigmentatie optreden rondom het litteken, zelfs als de snijranden vrij waren van pigmentatie. Ook huidtransplantaten kunnen repigmenteren. Dit heeft consequenties voor het cosmetisch resultaat. Er is nog geen duidelijke histologische verklaring voor deze (‘fysiologische’) repigmentatie. (Hyper)pigmentatie wordt ook gezien na ingrepen waarbij de excisie van naevuscellen geen rol speelt, bijv. na reconstructies bij brandwond patiënten of na een huidtransplantatie.
Daarnaast bestaat er een risico op een recidief. Voorheen werd gedacht dat na excisie het risico op cutaan melanoom in feite nul was. Echter, in uitgebreidere CMN kunnen naevuscellen diep infiltreren en mogelijk niet volledig worden verwijderd [zie de module ‘Achtergrond van CMN’]. Men spreekt bij excisie daarom van ‘hoogst haalbare’ verwijdering van naevuscellen. Verder kan het zo zijn dat een grotere CMN niet in zijn volledige omvang met excisie kan worden verwijderd (te groot). In kleinere CMN wordt meestal wel volledige excisie bereikt (zowel diepte als omvang).
De belangrijkste complicaties die bij ‘tissue expansion’ kunnen optreden zijn:
- failure van de expanders (met vroegtijdige verwijdering tot gevolg bijvoorbeeld door lekkage);
- exposure/extrusie door necrose van de overliggende huid;
- bloeding, infectie en pijn;
- wonddehiscentie.
Complicaties treden frequent op en ingrepen moeten daarom liefst door een plastisch chirurg met ervaring in tissue expansie worden verricht. Voldoende expansie is belangrijk, omdat bij onvoldoende expansie contractie en wonddehiscentie kunnen optreden. Herhaalde expansie geeft betere resultaten. De optimale leeftijd voor tissue expansion ligt onder de vier jaar vanwege de grotere huidrekbaarheid. Hoewel er zorgen bestaan over schedelindrukking bij toepassing op jonge leeftijd, laten studies zien dat eventuele erosie zich later volledig herstelt (bewezen met CT-onderzoek) (El-Saadi, 2008).
‘Partial thickness’ behandeling
Dermabrasie en curettage
De werkgroep ziet geen plaats meer voor de toepassing dermabrasie en curettage bij CMN. Er zijn geen betrouwbare studies beschikbaar over de functionele en cosmetische resultaten. Op basis van expert opinion wordt echter aangenomen dat beide technieken op korte termijn gepaard gaan met aanzienlijke belasting (o.a. pijn, risico op infecties en langdurige IC opname) en op langere termijn leiden tot een matig cosmetisch resultaat met repigmentatie en veel littekenvorming. De risico’s wegen daarmee niet op tegen de beperkte en vaak teleurstellende resultaten.
Congenitale melanocytaire naevi van het aangezicht, chirurgische behandeling
De review van Ibelli et al. (2024) levert waardevolle inzichten op over de complicaties en cosmetische tevredenheid bij CMN-behandeling van het aangezicht, maar de zekerheid van bewijs is laag. Vooral het gebrek aan gestandaardiseerde meetmethoden, afwezigheid van RCT’s en mogelijke publicatiebias beperken de bewijskracht. Chirurgische en conservatieve behandelingen hebben een risico op complicaties, maar de lange termijn cosmetische en functionele effecten blijven onduidelijk vanwege methodologische beperkingen. Meer kwalitatief onderzoek, zoals goed gecontroleerde prospectieve studies of RCT’s, zijn nodig om de zekerheid van het bewijs te verbeteren.
Waarden en voorkeuren van patiënten
Voor patiënten is het van belang om op evenwichtige wijze informatie te krijgen over de voor- en nadelen van chirurgische ingrepen. Soms zijn er medische redenen om te opereren; soms gaat het om cosmetische ingrepen. Het is goed om de belangen af te wegen, en gezamenlijk een keuze hierin te maken (‘shared decision making’).
Patiëntenvereniging Nevus Netwerk Nederland (NNN) Home - Nevus Netwerk Nederland kan hierbij helpen. Zij hebben een boekje gemaakt over ‘wel of niet verwijderen’, met daarin verhalen van Nederlandse en Vlaamse (ouders van) patiënten die hebben gekozen om (een deel van) de moedervlek (niet) te laten verwijderen. Dit boekje helpt bij het maken van de eigen afweging. Daarnaast heeft NNN een buddysysteem, waarbij (ouders van) een patiënt laagdrempelig contact kan opnemen met een NNN-lid die voor een vergelijkbare afweging stond.
Vanuit eerdere ervaringen zijn ook voor- en nadelen van chirurgische behandeling te noemen:
Voordelen van opereren:
- In het geval van verdachte afwijkingen in de CMN kan het weefsel voor onderzoek worden opgestuurd en worden onderzocht.
- Soms zijn er betere (cosmetische) resultaten bij een baby/jonge kinderen.
- Vooral bij kleine en middelgrote CMN (5 cm, afhankelijk van lokalisatie) kan volledige excisie tot een beter cosmetisch resultaat leiden.
- Bij hinderlijke lokalisatie (bijvoorbeeld oogleden) of klachten (overmatige recidiverende ontstekingen in de huid, hypertrichose) kan chirurgische excisie functionele klachten wegnemen of voorkomen.
- Chirurgische excisie kan psychosociale belasting en stigmatisering door een zichtbare afwijking verminderen.
Nadelen van opereren:
- Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs dat profylactische excisie van het CMN het risico op maligne transformatie verlaagt.
- Chirurgische excisie leidt onvermijdelijk tot littekenvorming, die zowel esthetisch als functioneel teleurstellend kunnen zijn.
- Bij grotere CMN is volledige verwijdering van de laesie vaak niet haalbaar. Partiele excisie kan soms een deel van de laesie verbergen / verbeteren.
- Chirurgische complicaties zoals infecties of wondproblemen kunnen ontstaan. Het risico op complicaties is vooral toegenomen wanneer er gebruik wordt gemaakt van weefselexpansie.
- Na chirurgische excisie en reconstructie is er altijd een risico op repigmentatie omdat de naevuscellen van de CMN diep in de huid zitten.
- Bij niet opereren is er minder ziekenhuisbezoek, minder schoolverzuim en geen risico op complicaties.
- Niet opereren betekent ook geen anesthesie.
- Ziekenhuisopnames hebben impact op een gezin/ouderrelatie en kan posttraumatische stress klachten veroorzaken bij het kind en/of ouders
- Door niet al op jonge leeftijd te opereren kan het kind voor zichzelf beslissen op latere leeftijd.
- Niet opereren biedt ruimte voor het inzetten van eventuele betere behandelingen in de toekomst.
Aanvaardbaarheid en haalbaarheid
Chirurgische behandeling van CMN is over het algemeen goed aanvaardbaar voor patiënten en ouders, mits zij voldoende geïnformeerd worden over de indicatie, verwachte uitkomsten, risico’s en alternatieve behandelopties. De mogelijkheid tot shared decision making, waarbij patiënten en ouders actief worden betrokken bij de keuze voor wel of niet behandelen, verhoogt de acceptatie en tevredenheid. De meeste behandelingen vinden plaats in gespecialiseerde centra met ervaring in (kinder)plastische chirurgie en CMN, wat de uitvoerbaarheid vergroot en bijdraagt aan betere resultaten. Wel kan de beschikbaarheid van deze expertise regionaal variëren, wat in sommige gevallen kan leiden tot verwijzing of wachttijd. Indicatiestelling, behandeling en follow-up na behandeling dient in een centrum met expertise in CMN te worden gedaan, door een multidisciplinair team. In ieder geval dient er eenmalig een consult plaats te vinden bij een plastisch chirurg in een centrum met expertise in CMN.
Ondanks het gebruik van relatief kostbare technieken zoals weefselexpansie en huidtransplantatie, blijft de impact op de totale zorgkosten beperkt vanwege de zeldzaamheid van CMN. De benodigde middelen en expertise zijn in Nederland beschikbaar binnen de huidige infrastructuur van tertiaire centra. Praktische haalbaarheid kan wel worden beïnvloed door de complexiteit van de behandeling, de leeftijd van het kind (i.v.m. anesthesie) en de noodzaak tot meerdere operaties of langdurige nazorg. Voor de patiënt en het gezin kan dit een aanzienlijke belasting vormen; ziekenhuisopnames, schoolverzuim en psychologische impact zijn belangrijke factoren die bij de besluitvorming moeten worden meegewogen.
Onderbouwing
De chirurgische behandeling van congenitale melanocytaire naevi (CMN) vormt een aanzienlijke uitdaging. Dit heeft te maken met de vaak uitgebreide en complexe lokalisatie van de laesies, de grote variatie in presentatie (bijvoorbeeld hypertrichose, hyper- of hypopigmentatie, textuurverschillen en de aanwezigheid of afwezigheid van proliferatieve noduli) en de noodzaak om een balans te vinden tussen functioneel behoud en het esthetische resultaat. Daarnaast spelen leeftijd, psychosociale factoren en de wensen van patiënt en ouders een cruciale rol bij het bepalen van het chirurgisch behandelplan.
De enige absolute indicatie voor chirurgische behandeling van een CMN is de verdenking op melanoom. In een dergelijk geval is er sprake van een spoedindicatie voor diagnostische excisie van het verdachte deel van de laesie, of – indien technisch haalbaar – van de gehele CMN.
In alle andere gevallen betreft chirurgie een relatieve indicatie. Hierbij wordt de beslissing tot operatief ingrijpen bepaald door bijkomende factoren zoals functionele beperkingen (bijvoorbeeld bij lokalisatie rond de oogleden, recidiverende ontstekingen), uitgesproken esthetische bezwaren of psychosociale belasting bij patiënt of ouders. Belangrijk hierbij is dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat chirurgisch excisie van een CMN leidt tot een verlaging van de oncologische risicoclassificatie of het risico op maligne transformatie. Daarnaast is bekend dat CMN in de loop van de tijd kunnen opbleken. Dit fenomeen maakt dat de noodzaak tot vroegtijdige chirurgische excisie nog zorgvuldiger dient te worden overwogen en in sommige gevallen ter discussie gesteld moet worden, met name wanneer de indicatie primair cosmetisch of psychosociaal van aard is. (Arad 2014, Kinsler 2009). Internationaal is de mening over chirurgie bij CMN uiteenlopend. In het buitenland wordt over het algemeen eerder gekozen voor een ingreep, maar in Nederland ligt de nadruk vooral op shared decision making.
Vanwege de uiteenlopende presentatie en complexiteit van CMN is het daarom essentieel dat beslissingen over chirurgische behandelingen in nauw overleg met patiënt en ouders worden genomen (shared decision) en dat het behandelplan altijd op de individu is afgestemd (tailor-made). Er bestaat namelijk geen enkele techniek die geschikt is voor alle CMN, op alle anatomische locaties: kleine en middelgrote laesies kunnen vaak in één of enkele sessies volledig worden verwijderd, terwijl grotere CMN meestal een stapsgewijze aanpak vereisen met technieken zoals seriële excisie, weefselexpansie of reconstructieve chirurgie. De behandeling van een CMN is daarmee altijd maatwerk en vraagt om bespreking binnen een multidisciplinair team, bij voorkeur in een in CMN gespecialiseerd kinderchirurgisch centrum. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor CMN in een functioneel gebied (zoals hoofd-hals, handen en genitalia) of met een PAS groter dan 5 cm.
Indien wordt gekozen voor chirurgische verwijdering, is het belangrijk om, indien mogelijk, alle naevuscellen zo volledig en diep mogelijk te verwijderen, met zo min mogelijk complicaties. Daarbij dient gestreefd te worden naar een minimaal zichtbaar litteken of een zo goed mogelijk esthetisch resultaat, met behoud van de anatomische structuren, vorm en functie.
Kwaliteit van bewijs
Congenitale melanocytaire naevi, chirurgische behandeling
Alle uitkomsten zijn beoordeeld volgens GRADE en vallen in de categorie zeer lage bewijskracht. De geïncludeerde studies vertonen methodologische beperkingen en bevatten veelal kleine steekproeven.
Complicaties kwamen vaker voor bij grotere CMN en technieken zoals weefselexpansie. De bewijskracht is echter zeer laag vanwege het observationele karakter van de studies en het ontbreken van een gestandaardiseerde complicatierapportage. De bewijskracht van de cosmetische uitkomsten is ook zeer laag vanwege subjectieve beoordelingen, het ontbreken van standaardmeetinstrumenten en heterogeniteit in de toegepaste behandeltechnieken.
Chirurgie lijkt geen invloed te hebben op melanoomincidentie, maar de bewijskracht is zeer beperkt door het lage aantal events en gebrek aan directe bewijsvoering.
Hoewel kleurverandering een vaak genoemde uitkomst is bij CMN-behandeling, is de kwaliteit van bewijs hierover beperkt. De waarnemingen zijn veelal subjectief, zonder gebruik van gestandaardiseerde of gevalideerde kleurmetingen. Dit geld ook voor de uitkomst harigheid, hier werd ook geen gestandaardiseerde meting voor gebruikt en in één enkele studie (Kinsler et al. 2009) werden directe gegevens gepresenteerd.
Congenitale melanocytaire naevi van het aangezicht, chirurgische behandeling
De review van Ibelli et al. (2024) levert waardevolle inzichten op over de complicaties en cosmetische tevredenheid bij aangezicht CMN-behandeling, maar de zekerheid van bewijs is laag. Vooral het gebrek aan gestandaardiseerde meetmethoden, afwezigheid van RCT’s en mogelijke publicatiebias beperken de bewijskracht. Chirurgische en conservatieve behandelingen hebben een risico op complicaties, maar de lange termijn cosmetische en functionele effecten blijven onduidelijk vanwege methodologische beperkingen. Meer kwalitatief onderzoek, zoals goed gecontroleerde prospectieve studies of RCT’s, zijn nodig om de zekerheid van het bewijs te verbeteren.
Wat zijn de (on)gunstige effecten van chirurgische behandeling bij patiënten met CMN?
Literatuur: Gout et al. (2023), Cheng et al. (2022), Kinsler et al. (2009), Lim et al. (2018)
Wat zijn de (on)gunstige effecten van chirurgische behandeling bij patiënten met FCMN?
Literatuur: Ibelli et al. (2024)
In de databases Embase.com en Ovid/Medline is tot 27-12-2024 met relevante zoektermen systematisch gezocht naar systematische reviews, klinische trials, observationele studies en richtlijnen. De literatuurzoekactie leverde 947 unieke treffers op. Er werden in totaal 32 studies geïncludeerd op basis van beoordeling van titel en abstract. Uiteindelijk zijn er na lezen van de volledige artikelen 5 studies geïncludeerd. Specifieke redenen voor exclusie zijn beschreven onder het kopje Evidence tabellen.
Geïncludeerd zijn één systematische review over de chirurgische behandeling van CMN (Gout, 2023) en drie primaire observationele studies (Cheng, 2022; Kinsler, 2009 en Lim, 2018). Tevens werd een andere systemische review geïncludeerd die zich specifiek richt op de behandeling van faciale CMN (Ibelli, 2024). De geïncludeerde studies worden verder uitgewerkt.
Congenitale melanocytaire naevi
Beschrijving van de studies
Gout et al. (2023) voerden een systematische review en meta-analyse uit. Ze beoordeelden de veiligheid en effectiviteit van chirurgische excisie bij medium grote tot gigantische congenitale melanocytaire naevi op basis van 22 studies met 643 patiënten een 700 CMN. De gebruikte technieken omvatten primaire sluiting, serie-excisie, huidtransplantaties, weefselexpansie en flapreconstructies, waarbij de keuze afhing van de grootte en locatie van de naevus.
Cheng et al. (2022) voerden een retrospectieve observationele studie uit waarin drie verschillende chirurgische behandelingen voor grote (large) en gigantische congenitale melanocytaire naevi (L/GCMN) vergeleken werden bij 97 patiënten. De onderzochte technieken waren seriële excisie (SE, n = 18), weefselexpansie (TE, n = 23) en huidtransplantatie (SG, n = 56). Patiënten werden geïncludeerd van juni 2015 tot en met juni 2019 en de gemiddelde follow-up duur was 11.9 maanden. De uitkomsten werden beoordeeld op basis van de operatieduur, aantal operaties, lengte van de postoperatieve ziekenhuisopname, preoperatieve voorbereidingstijd, chirurgie gerelateerde complicaties en esthetische resultaten (graad 1-4; litteken, beweeglijkheid gewrichten, kleur).
Kinsler et al. (2009) voerden een prospectieve cohortstudie uit waarin 301 patiënten met CMN werden geïncludeerd van 1988-2007. Het doel was om de langetermijneffecten en veiligheid van chirurgische behandeling te beoordelen, met focus op esthetische en klinische uitkomsten. Deelnemers en hun families vulden jaarlijks een gestandaardiseerde vragenlijst en een body map in om veranderingen in CMN en behandelingsstatus te documenteren. De gemiddelde follow-up duur was 9,1 jaar (0,3-20 jaar).
Van de patiënten onderging 83% (250/301) een chirurgische behandeling. Dit waren excisie (58%), dermabrasie (8%), lasertherapie (12%) en combinaties van behandelingen (22%).
De uitkomsten van de studie waren het verminderen van pigmentatie (hypo-, hyperpigmentatie), haargroei verminderen, het ontstaan van klinische cutane maligniteiten en het voorkomen van ernstige complicaties (zoals neurologische aandoeningen, tumoren of overlijden).
Lim et al. (2018) voerden een retrospectieve cohortstudie uit waarbij verschillende behandelopties van 119 kleine tot middelgrote CMN van 117 patiënten worden vergeleken. Hieronder vielen excisie, lasertherapie of combinaties daarvan. Er waren vier behandelgroepen geïdentificeerd;
1. Alleen excisie
2. Excisie gevolgd door littekenlaser
3. Excisie gevolgd door pigment-specifieke laser
4. Alleen laser (ablatie of pigment-specifiek)
De focus lag op de Investigator’s Global Assessment (IGA), patiënttevredenheid en verschillen in karakteristieken en behandeluitkomsten.
Risk of bias
Alle studies zijn onderzocht op het risico op bias. Hieronder zijn bondig de resultaten beschreven. De risk of bias tabellen zijn te vinden onder het kopje Evidence tabellen.
De systematische review van Gout et al. (2023) vertoont een matig risico op bias. De belangrijkste beperkingen zijn het missen van een lijst met geëxcludeerde studies en uitsluitingsredenen en het niet specifiek beoordelen van publicatiebias (geen funnel plot of Egger’s test). De review erkent heterogeniteit, verschillen in behandelmethoden en methodologische beperkingen bij de geïncludeerde studies.
De observationele studie van Cheng et al. (2022) vertoont een hoog risico op bias. De belangrijkste beperkingen zijn het gebrek aan een niet-blootgestelde groep, geen statistische correctie van confounders, gebrek aan randomisatie en het ontbreken van follow-up gegevens. Het retrospectieve studiedesign kan zorgen voor selectiebias.
De observationele studie van Kinsler et al. (2009) vertoont een matig risico op bias. De studie is methodologisch goed opgezet, echter de belangrijkste beperkingen zijn onvoldoende controle van confounders en geen rapportage van het aantal en de redenen van loss to follow-up.
De studie van Lim et al. (2018) vertoont een hoog risico op bias. De belangrijkste beperkingen zijn het gebrek aan een niet-blootgestelde groep, onvoldoende controle van confounders en de afwezigheid van een lange termijn follow-up. Niet alle patiënten voltooiden een behandeling. Het retrospectieve studiedesign kan zorgen voor selectiebias.
Beschrijving van de resultaten
Complicaties na chirurgische behandeling CMN (wondgerelateerd)
(Cheng et al. 2022, Gout et al. 2023)
Cheng et al. (2022) toonden in de studiepopulatie van 97 patiënten dat de TE-groep het hoogste percentage operatiegerelateerde complicaties had (21,7%), er werd geen statistisch significant verschil vastgesteld. In de SE groep was er 1 geval van wonddehiscentie (5,6%). In de TE groep hadden 2 patiënten (8,7%) een wondinfectie en 3 patiënten (13,0%) wonddehiscentie. Complicaties in de SG groep waren in 1 geval van wondinfectie (1,8%) en 4 gevallen van huidtransplantaat necrose (7,1%). Elk van hen genas na systematische behandeling en volledige resectie van alle laesies.
Gout et al. (2023) toonden aan dat 9,8% van de patiënten ernstige wondcomplicaties ervoer, zoals infecties, flapnecrose en graftverlies, terwijl 4,3% last had van anatomische vervormingen, zoals asymmetrie of ectropion, vooral bij CMN met ooglidbetrokkenheid (54,2% complicaties). Ondanks deze risico’s was de patiënttevredenheid hoog: 24,4% beoordeelde de cosmetische uitkomst als uitstekend en 71,0% als goed, terwijl artsen dit respectievelijk in 18,3% en 70,1% van de gevallen positief beoordeelden.
Cosmetische uitkomsten na CMN chirurgie, gerapporteerd door behandelaar
(Cheng et al. 2022, Gout et al. 2023)
Cheng et al. (2022) toonden aan dat SE en TE cosmetisch gezien als superieur werden beoordeeld, met respectievelijk 50,0% en 52,2% uitstekende uitkomsten, vergeleken met slechts 1,8% in de SG-groep (p < 0.01).
Gout et al. (2023) geven weer dat 11 geïncludeerde studies behandelaar gerapporteerde cosmetische resultaten beschrijven, dit komt overeen met 368 patiënten. De tevredenheid van artsen werd gepooled weergegeven voor acht onderzoeken en wasgoed in 70,1%, uitstekend in 18,3% en slecht/matig in 11,7% van de gevallen.
Cosmetische resultaten, patiënttevredenheid
Gout et al. (2023) rapporteerden cosmetische resultaten na CMN chirurgie, specifiek patiënttevredenheid als: uitstekend 24.4% (32/131), goed 71.0% (93/131), matig/slecht 4.6% (6/131). De gemiddelde tevredenheid was hoog.
Kinsler et al. (2009) toonden aan dat de patiënttevredenheid het hoogst was bij kleinere (< 20 cm PAS) en aangezichts-CMN, waarbij 95–96% van de patiënten met gezichts-CMN chirurgie de moeite waard vond. In contrast, patiënten met grotere CMN (> 20 cm PAS) waren minder tevreden, met slechts 11–14% die verbetering rapporteerde en sommigen meldden een verslechtering van het uiterlijk na chirurgie.
IGA-score
Lim et al. (2018) namen een gemiddelde IGA-score waar van 6.22 (± 0.84) voor de excisiegroep (controle) en van 4.32 (± 1.49) voor de lasergroep (interventie). De IGA-schaal liep van 1 tot 7, waarbij een hogere score een betere uitkomst betekent. Een mediane score van 4,32 geeft aan dat de meeste patiënten een matige tot uitgesproken verbetering lieten zien na laserbehandeling. Een mediane score van 6.22 geeft aan dat de meeste patiënten een bijna volledige of totale verbetering lieten zien na excisie van een CMN. Het verschil in mediane scores is 1.90 punten (95% BI: 1.36-2.44) tussen excisie- en laserbehandeling. Het relatieve verschil (uitgedrukt als percentage van excisie) is 30,55%.
De chirurgische therapie lijkt op basis van deze resultaten effectiever dan de laserbehandeling, met een absolute verbetering van 1,90 punten op een schaal van 1-7.
De uitkomst patiënttevredenheid is niet in deze groepen gemeten.
Melanoomincidenctie
Gout et al (2023) toonden dat na chirurgische behandeling van 339 patiënten er in totaal 4 een melanoom ontwikkelden.
Kinsler et al. (2009) toonden dat chirurgische behandeling geen significante invloed had op het voorkomen van ernstige klinische complicaties, zoals neurologische aandoeningen, tumoren of overlijden, en er was geen statistisch significant verschil in melanoomincidentie tussen behandelde en onbehandelde patiënten. In dit prospectieve cohort werden 301 patiënten met congenitale melanocytaire naevi (CMN) gevolgd over een gemiddelde duur van 9,1 jaar (range: 0,3–20 jaar). Vier patiënten (1.3%) ontwikkelden maligne melanoom (allemaal fataal), maar een verband met chirurgie kon niet worden aangetoond.
Het gecombineerde aantal events in deze studies is 8 melanomen in 640 patiënten.
Kleur van CMN
Gout et al. (2023) rapporteerden kleur- of pigmentverandering slechts beperkt en inconsistent. In sommige studies werd gemeld dat residuele pigmentatie zichtbaar bleef, vooral bij gedeeltelijke excisie of oppervlakkige technieken zoals dermabrasie of laser. Er werd echter geen kwantitatieve analyse of objectieve meting van pigmentverandering gepresenteerd.
Repigmentatie trad op bij 15.5% van behandelde patiënten (17/110). Hyperpigmentatie trad op bij 12.9% van behandelde patiënten (21/163).
Kinsler et al. toonden aan dat de meeste onbehandelde CMN spontaan oplichtten over tijd, terwijl behandelde CMN met name in het littekengebied vaker donkerder werden (OR 25,7, p = 0,002).
Complete excisie verhoogde ook de kans op pigmentatieveranderingen rond het litteken (OR 3.46, p < 0.001).
Deze observaties zijn klinisch relevant, omdat ze suggereren dat natuurlijke kleurvervaging kan optreden zonder interventie, terwijl chirurgie deze verandering niet bevordert en mogelijk zelfs pigmentverandering in de andere richting veroorzaakt.
Haargroei
Gout et al.(2023) noemde haargroei als cosmetisch aandachtspunt, maar rapporteerde geen specifieke kwantitatieve gegevens of systematische analyse van veranderingen in harigheid na chirurgie. Hierdoor was de bijdrage aan deze uitkomst beperkt.
Kinsler et al. (2009) toonden dat chirurgische behandeling het risico verlaagde op toenemende harigheid (OR 0.30, p = 0.04).
Faciale congenitale melanocytaire naevi
Ibelli et al. (2024) voerden een systematische review uit om de frequentie, variëteit en uitkomsten van behandeling voor faciale CMN te onderzoeken. Er werden 34 studies geïncludeerd met daarin 356 patiënten. Er waren vooral case reports (41%), niet gerandomiseerde single-arm studies (21%), case series (15%) en enkele prospectieve klinische trials (3%) geïncludeerd.
Zowel chirurgische (53%) als niet-chirurgische (47%) behandelingen werden geëvalueerd. De chirurgische therapie omvatte excisie, huidtransplantaties (split-thickness of full-thickness) en flapreconstructie (weefselexpansie of lokale huidflappen). Niet-chirurgische behandeling omvatte lasertherapie (94% van de studies) en andere methoden zoals radiofrequente ablatie, cryotherapie en dermabrasie.
Risk of bias
De systematische review van Ibelli et al. (2024) vertoont een hoog risico op bias. Er is geen RoB analyse van de geïncludeerde studies weergegeven en er is geen expliciete beoordeling van publicatiebias beschreven. Tevens werd er geen meta-analyse uitgevoerd vanwege heterogeniteit van de studiedesigns van geïncludeerde studies. Het grootste deel van de geïncludeerde studies waren case reports, dit geeft op zichzelf ook al een risico op bias.
De risk of bias tabel is te vinden onder het kopje Evidence tabellen.
Beschrijving van de resultaten
Chirurgische behandelingen, zoals excisie en huidflapreconstructie, werden vaker toegepast bij grotere faciale CMN en functioneel gevoelige gebieden, terwijl niet-chirurgische methoden, zoals lasertherapie en cryotherapie, vaker werden gebruikt voor kleinere laesies waar chirurgie moeilijker is (zoals perinasale regio). Complicaties kwamen voor bij 22% van de patiënten, met een hoger risico op asymmetrie van de palpebrale fissuur (14%), wimperverlies (16%) en ectropion (14%) bij chirurgie. Bij lasertherapie was er meer risico op recidief of repigmentatie (26%) en hypopigmentatie (19%).
Over het algemeen leverde chirurgie een hogere tevredenheid op wat betreft esthetiek en functionaliteit, maar ging dit gepaard met een groter risico op complicaties. De veiligheid en effectiviteit van behandelingen variëren sterk, wat de noodzaak benadrukt van een gepersonaliseerde aanpak.
In de databases Embase.com en Ovid/Medline is tot 27-12-2024 met relevante zoektermen systematisch gezocht naar systematische reviews, clinical trials, observationele studies en richtlijnen over de (on)gunstige effecten van chirurgische behandeling bij patiënten met CMN. De literatuurzoekactie leverde 947 unieke treffers op. Er werden in totaal 32 studies geïncludeerd op basis van beoordeling van titel en abstract. Uiteindelijk zijn er na lezen van de volledige artikelen 5 studies geïncludeerd. Specifieke redenen voor exclusie zijn te vinden onder het kopje Zoekverantwoording.
De zoekactie is met behulp van de PICO-systematiek opgebouwd. De zoekvragen hebben de P als gemeenschappelijke onderdeel. De overige onderdelen van de PICO werden geformuleerd op basis van de uitgangsvraag.
Om de uitgangsvraag te beantwoorden is een systematische literatuuranalyse uitgevoerd. Voor dit onderzoek is de volgende PICO opgesteld:
| P: | Patiënten met congenitale melanocytaire naevi |
| I: |
Chirurgische behandeling
|
| C: | Geen chirurgische behandeling/vergelijking tussen methodes |
| O: | Zie onderstaand |
Uitkomstmaten
De werkgroep definieerde de uitkomstmaten als volgt en hanteerde de in de studies gebruikte definities.
Primair (cruciaal):
- Physician global assessment, PGA
- Pigmentatie verminderen, (hypo-, hyperpigmentatie)
- Haargroei verminderen
- Repigmentatie
- Patiënttevredenheid
- Littekenvorming (hypertrofisch)
- Histologische atypie
- Klinische cutane maligniteiten
- Complicaties gerelateerd aan de procedure
Secundair (belangrijk):
- Infectie/littekens na operatie
- (On)gunstig effect op structuur
- (On)gunstig effect op grootte
- Effect op ontwikkelen van neurologische symptomen
- Gunstig effect op melanoom ontwikkeling / preventie van melanoom
- Effect op kwaliteit van leven (sociaal-emotioneel functioneren)
Er werd een systematische zoekstrategie uitgevoerd in de elektronische databases Embase en Medline. De zoekstrategie is te vinden onder kopje Zoekverantwoording. Studies werden geïncludeerd wanneer deze overeenkwamen met de elementen van de PICO en aan de volgende in- en exclusiecriteria voldeden:
Inclusie- en exclusiecriteria
|
Inclusiecriteria |
Exclusiecriteria |
|
Congenitale melanocytaire naevi (in alle synoniemen), alle groottes, alle leeftijden |
Verworven melanocytaire naevi, of als niet gespecificeerd was of de naevi congenitaal waren |
|
Nederlandstalige en Engelstalige publicaties |
Case reports, letters to the editor, conference abstract, algemene reviews |
|
Toepassing van een referentiestandaard |
|
|
Systematische reviews, randomized controlled trials (RCT’s) of observationele studies |
|
- Anesthesie bij kinderen. (z.d.). https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/anesthesie_bij_kinderen/startpagina_-_anesthesie_bij_kinderen.html.
- Arad E, Zuker RM. The shifting paradigm in the management of giant congenital melanocytic nevi: review and clinical applications. Plast Reconstr Surg. 2014;133(2):367-76.
- Bauer BS, Dickie SR, Marghoob AA. Reply: The shifting paradigm in the management of giant congenital melanocytic nevi: review and clinical applications. Plast Reconstr Surg. 2014 Oct;134(4):659e-60e.
- Cheng, X., Wang, W., He, Y., Bao, W., Jia, C., & Dai, T. (2022). Comparison of three different surgical approaches for the treatment of large/giant congenital melanocytic nevus. Journal Of Cosmetic Dermatology, 21(10), 4609–4616. https://doi.org/10.1111/jocd.15219.
- El-Saadi MM, Nasr MA. The effect of tissue expansion on skull bones in the paediatric age group from 2 to 7 years. J Plast Reconstr Aesthet Surg. 2008;61(4):413-8. doi: 10.1016/j.bjps.2007.06.024. Epub 2007 Sep 10. PMID: 17826367.
- Gout, H. A., Fledderus, A. C., Lokhorst, M. M., Pasmans, S. G., Breugem, C. C., Lapid, O., & Van Der Horst, C. M. (2022). Safety and effectiveness of surgical excision of medium, large, and giant congenital melanocytic nevi: A systematic review and meta-analysis. Journal Of Plastic Reconstructive & Aesthetic Surgery, 77, 430–455. https://doi.org/10.1016/j.bjps.2022.10.048.
- Kinsler, V., Birley, J., & Atherton, D. (2009). Great Ormond Street Hospital for Children Registry for Congenital Melanocytic Naevi: prospective study 1988-2007. Part 2-evaluation of treatments. British Journal Of Dermatology, 160(2), 387–392. https://doi.org/10.1111/j.1365-2133.2008.08901.x.
- Kruk-Jeromin J, Lewandowicz E, Rykala J. Surgical treatment of pigmented melanocytic nevi depending upon their size and location. Acta Chir Plast. 1999;41(1):20-4.
- Lim, J. M., Oh, Y., Lee, S., Cho, M. Y., Chung, K. Y., & Roh, M. R. (2018). Comparison of treatment options for small to medium congenital melanocytic nevi: A retrospective review of 119 cases. Lasers in Surgery And Medicine, 51(1), 62–67. https://doi.org/10.1002/lsm.23030.
- Sedatie en analgesie bij kinderen. (z.d.). Richtlijn NVK. https://www.nvk.nl/kennisdocument/sedatie-en-analgesie-bij-kinderen/.
Risk of bias tabel
Systematische reviews
Beoordeling risk of bias door middel van AMSTAR.
|
Study reference
(first author, publication year) |
Appropriate and clearly focused question? 1
Yes/no |
Comprehensive and systematic literature search?2
Yes/partial yes/ no |
Description of included and excluded studies?3
Yes/partial yes/ no |
Description of relevant characteristics of included studies?4
Yes/partial yes/no |
Assessment of scientific quality of included studies?5
Yes/partial yes/no |
Enough similarities between studies to make combining them reasonable?6
Yes/partial yes/ no |
Potential risk of publication bias taken into account?7
Yes/partial yes/ no |
Potential conflicts of interest reported?8
Yes/partial yes/ no |
|
Gout, 2023 |
Yes |
Yes |
Partial yes, flow diagram of the literature search and a chart of included studies present. However no details of excluded studies |
Yes |
Yes |
Partial yes, high risk of bias, varying results between studies (inconsistency) |
Partial yes, it is taken into account but there was no funnel plot or Egger’s test reported |
Yes |
|
Ibelli, 2023 |
Yes |
Yes |
Partial yes, flow diagram of the literature search and a chart of included studies present. However no details of excluded studies |
Yes |
No, a specific RoB table is not included. No meta-analysis was carried out due to heterogeneity |
No, heterogeneity between studies is reported, this was the reason for not conducting a meta-analysis. |
No, not reported |
Yes |
Observationele studies
Beoordeling risk of bias middels Newcastle-Ottawa scale (NOS).
|
|
Selection |
Comparability |
Outcomes |
|
||||||
|
Studie |
Study design |
Representativeness of the intervention cohort |
Selection of the non intervention cohort |
Ascertainment of intervention
|
Demonstration that outcome of interest was not present at start of study
|
Comparability of cohorts on the basis of the design or analysis
|
Assessment of outcome
|
Was follow up long enough for outcomes to occur
|
Adequacy of follow up of cohorts
|
Explanations |
|
Cheng, 2022 |
Retrospective (comparative) cohort study |
«
|
- |
«
|
- |
«
|
«
|
«
|
- |
No non-intervention cohort. Patients were divided into three groups, no randomization. No statistical correction for confounders. Loss to follow-up of patients not mentioned. =5/9 stars |
|
Kinsler, 2009 |
Prospective (comparative) cohort study |
«
|
«
|
«
|
- |
«
|
«
|
«
|
- |
Not clear if the outcome of interist was not present at start of study. No statistical correction for confounders. Reason for loss to follow-up of patients not mentioned. =6/9 stars |
|
Lim, 2018 |
Retrospective (comparative) cohort study |
«
|
- |
«
|
«
|
«
|
- |
- |
- |
No non-intervention cohort. IGA en QoL are subjective, possible observer bias. No consistent follow-up. Not all patients completed treatment. = 4/9 stars |
Geëxcludeerde studies
|
Artikel |
Reden van exclusie |
|
Adjadj (2014) |
Betreft een Frans artikel |
|
Adler (2009) |
Zit al in systematische review van Gout (2023) |
|
Almutairi (2018) |
Systematische review Wramp (2017): zat al in search, exclusie; niet passend bij PICO (intervention/outcomes) Stanganelli (2013): exclusie, geen vergelijkend onderzoek Whang (2005): niet passend bij PICO (intervention) Kono (2002): niet passend bij PICO (intervention) August (2011): zal al in de search, voldoet niet aan PICO Horner (2005): zat al in de search Al-Hadithy (2012): zat al in de search Ostertag (2006): zat al in de search Helsing (2006): geen vergelijkend onderzoek Lee (2017): niet passend bij PICO (intervention) Lee (2015): niet passend bij PICO (intervention) Almulhim (2018): niet passend bij de onderzoeksvraag Rizk (2018): niet passend bij de onderzoeksvraag Ma (2017): Niet passend bij PICO (intervention) |
|
Bauer (2004) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Bauer (1988) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Carrera (2014) |
Betreft een Spaans artikel |
|
Ceballos-Rodríguez (2021) |
Zit al in systematische review van Gout (2023) |
|
Chowchuen (2011) |
Betreft een beschrijving van 20 cases, geen vergelijkend onderzoek |
|
De Raeve (2005) |
Niet volledig passend bij PICO (outcome), geen vergelijkend onderzoek |
|
Goil (2018) |
Zit al in systematische review van Gout (2023) |
|
Gur (2000) |
Voldoet niet aan inclusiecriteria, geen referentiestandaard toegepast |
|
Jin (2024) |
Betreft een single arm studie, niet passend bij PICO (intervention) |
|
Kharfi (2003) |
Betreft een Italiaans artikel |
|
Kim (2020) |
Zit al in systematische review van Gout (2023) |
|
Labrèze (1999) |
Betreft een Frans artikel |
|
Luo (2024) |
Niet passend bij PICO (intervention) |
|
Margulis (2004) |
Algemene beschrijving van chirurgische technieken |
|
Pirson (2005) |
Algemene beschrijving van chirurgische technieken |
|
Pitanguy (1981) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Quetglas (1998) |
Betreft een Spaans artikel, geen full tekst beschikbaar |
|
Rasmussen (2015) |
Te kleine studiepopulatie, maar 9 patiënten die chirurgie ondergingen |
|
Rompel (2000) |
Betreft een Duits artikel |
|
Saliba (2023) |
Systematische review Te specifiek, andere onderzoeksvraag Gu (2019): andere interventie Zeng (2014): case report Abrusci en Benzecry (2017): case report Ponomarev (2021): case report Cho (2019): case report McDonnel en Mayou (1988): case report Yap en Early (2001): case report Papadopoulos (2007): case report Yildrim (2009): case report Ghosh (2010): case report Rajput (2015): case report Bayramicli (2012): case report Desai (2013): case report Kasai en Ogawa (1990): case report |
|
Scard (2023) |
Past niet volledig bij PICO, te specifiek |
|
Watt (2004) |
Systematische review Bittencourt (2000): niet passend bij PICO (geen interventie) Bohn (2000): zat al in de search Egan (1998): niet passend bij PICO (geen interventie) Greeley (1965): niet passend bij PICO (geen interventie) Quaba (1986): zal al in de search, andere interventie Ruiz-Maldonado (1992): zal al in de search, overzichtsartikel Swerdlow (1995): niet passend bij PICO Zitelli (1984): niet passend bij PICO (outcome) |
|
Warner (2008) |
Zit al in systematische review van Gout (2023) |
|
Whang (2005) |
Niet passend bij PICO (intervention) |
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 19-05-2026
Beoordeeld op geldigheid : 19-05-2026
Algemene gegevens
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers.
Financiering
De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De SKMS ondersteunt medisch-specialistische beroepsverenigingen bij het bevorderen van de kwaliteit van zorg. De financiering heeft geen invloed gehad op de inhoudelijke totstandkoming van de richtlijn. De werkgroep heeft onafhankelijk gewerkt conform de geldende methodologische standaarden.
Doel en doelgroep
Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Deze richtlijn is bedoeld voor medisch specialisten betrokken bij de zorg voor patiënten met congenitale melanocytaire naevi. Denk in ieder geval aan dermatologen, kinderartsen, neurologen, pathologen, plastisch chirurgen, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, huidtherapeuten.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden. Naast de afgevaardigden van de verschillende beroepsgroepen is er ook een patiëntenvertegenwoordiger betrokken geweest bij de ontwikkeling van de richtlijn.
|
Werkgroepleden – herziening richtlijn CMN 2025 |
Vereniging |
|
S. G. M. A. Pasmans |
NVDV |
|
M.P. Dierselhuis |
NVK |
|
K. Boshuisen |
NVKN |
|
O. Lapid |
NVPC |
|
A. L. Mooyaart |
NVVP |
|
A. Zirar-Vroegindeweij |
LVMP |
|
C. J. A. van Eijsden |
NVDV |
|
A. C. Fledderus |
NVDV |
|
M. H. G. Dremmen |
NVvR |
|
A. J. M. J. Ebus |
V&VN VS |
|
E. C. Doganer |
Kind & Ziekenhuis |
|
M. van Kessel / E. Petiet |
NNN |
|
Ondersteuning werkgroep |
Vereniging |
|
W. A. M. Blokx (patholoog) |
NVVP |
|
H. B. Thio (dermatoloog) |
NVDV |
|
A. Wolkerstorfer (dermatoloog) |
NVDV |
|
M. M. Pleumeekers (plastisch chirurg) |
NVPC |
|
N. M. van der Lugt (Kinderarts) |
NVK |
|
S. M. Koudijs (kinderneuroloog) |
NVKN |
|
T. A. Teunissen (arts-onderzoeker NVDV) |
NVDV |
|
M. M. A. Verhoeven (senior beleidsadviseur NVDV) |
NVDV |
Belangenverklaringen
De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.
|
Werkgroeplid |
Hoofdfunctie(s) |
Nevenfunctie(s) |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Getekend op |
Acties (voorstel) |
|
S. G. M. A. Pasmans (voorzitter) |
Commissielid van meerdere adviesraden (zeldzame) huidaandoeningen en bestuurslid van ERNS, ESPD, Huidhuis.nl |
dermatoloog |
Geen |
Geen |
Wel, maar n.v.t. voor deze richtlijn |
Geen, maar automatisch meer zichtbaarheid bij professionals en patiënten |
Geen |
09-10-2023 |
|
|
M.P. Dierselhuis |
Kinderoncoloog |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
K. Boshuisen |
Kinderneuroloog |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
14-05-2024 |
|
|
O. Lapid |
Plastisch chirurg |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
A. L. Mooyaart |
Patholoog |
N.v.t. op deze richtlijn |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
16-05-2024 |
|
|
A. Zirar-Vroegindeweij |
GZ psycholoog
|
Docent bij PROSA kenniscentrum |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
C. J. A. van Eijsden |
Dermatoloog |
Lid domeingroep dermatochirurgie en lasers, kindermodule hyperhidrosis. Beide onbetaald |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen, geeft wel maandelijks supervisie van naevus spreekuren |
Geen |
28-03-2024 |
Geen actie nodig |
|
A. C. Fledderus |
Schrijven aan richtlijn |
AIOS dermatologie MUMC Maastricht |
Geen |
Geen |
Onderzoek naar CMN kernuitkomstmaten wordt gefinancierd door stichting vrienden van het Sophia. |
Geen |
Geen |
05-02-2025 |
Geen |
|
M. H.G. Dremmen |
Erasmus MC, radioloog (kinderradioloog) |
Lid van meerdere richtlijn werkgroepen (vergoeding naar afdeling) Presentaties geven op cursussen / congressen / onderwijs (vergoeding naar afdeling) |
Geen |
Geen |
Lid van Generation R onderzoeksgroep, deels gefinancierd door ZonMw subsidie |
Geen |
Geen |
13-01-2026 |
Geen |
|
A. J. M. J. Ebus |
Verpleegkundig specialist VieCuri |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
13-01-25 |
|
|
E. C. Doganer |
Projectmanager/beleidsmedewerker |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
13-05-2024 |
|
|
M. van Kessel |
Bestuurslid patiëntenorganisatie NNN |
Inval leerkracht basisonderwijs |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
E. Petiet |
Consultant bij Rebel Strong Society B.V. – Full time |
Bestuurslid bij NNN |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
10-04-2024 |
|
Inbreng patiëntenperspectief
Er is aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de zitting neming van een patiënt in de werkgroep en de opname van een module over patiëntenvoorlichting.
Reeds sinds de start van het richtlijntraject is de patiëntenvereniging Nevus Netwerk Nederland (NNN) zeer betrokken geweest bij de totstandkoming van deze richtlijn, door afvaarding van een bestuurslid in de werkgroep. Zij zijn in deze hoedanigheid tijdens het gehele richtlijntraject betrokken geweest, door actieve participatie tijdens werkgroepvergaderingen, en het aandragen van knelpunten die vanuit patiëntenperspectief van groot belang zijn, evenals het deelgenoot maken van lopende initiatieven in het veld. Nevus Netwerk Nederland heeft ook zijn fiat verleend aan de inhoud van de richtlijn.
Wkkgz & kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (gebaseerd op het stroomschema ontwikkeld door FMS).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst Raming |
Toelichting |
|
Chirurgische behandeling bij CMN |
Geen substantiële financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven. |
Implementatie
In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn(module) en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt via het internet verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan de richtlijn. Tevens zal een samenvatting worden gemaakt. De voorlichtingsfolder van de NVDV zal worden afgestemd op de richtlijn. Het volledige implementatieplan is opgenomen in de bijlagen per module.
Werkwijze
Agree
Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is. Onderstaand is de methode stapsgewijs beschreven.
Knelpuntenanalyse
In de voorbereidingsfase heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. In deze bijeenkomst zijn knelpunten aangedragen door de werkgroepleden en gemandateerden van verschillende (wetenschappelijke) verenigingen en stakeholders. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar tabel 1.
Uitgangsvragen en uitkomstmaten
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse heeft de werkgroep uitgangsvragen opgesteld. Daarbij inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur
Voor de afzonderlijke uitgangsvragen werd aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen en consultatie van experts. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. Literatuur is geselecteerd op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden onder het kopje Zoekverantwoording bij elke module.
Kwaliteitsbeoordeling individuele studies
Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) tabellen. De gebruikte RoB instrumenten zijn gevalideerde instrumenten die worden aanbevolen door de Cochrane Collaboration: AMSTAR - voor systematische reviews; Cochrane - voor gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek; Newcastle-Ottowa - voor observationeel onderzoek; QUADAS II – voor diagnostisch onderzoek.
Samenvatten van de literatuur
De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn overzichtelijk weergegeven in evidencetabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur. Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review Manager 5.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs (2021)
A) Voor interventievragen (vragen over therapie of screening)
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog
|
|
|
Redelijk
|
|
|
Laag
|
|
|
Zeer laag
|
|
B) Voor vragen over diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode: GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, 2008) en een generieke GRADE-methode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose. In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias).
C) Voor vragen over de waarde van meet- of classificatie-instrumenten (klinimetrie)
Deze instrumenten werden beoordeeld op validiteit, intra- (test-hertest) en inter-beoordelaarsbetrouwbaarheid, responsiviteit (alleen bij meetinstrumenten) en bruikbaarheid in de praktijk. (naar keuze: optie-1 ‘Bij ontbreken van een gouden standaard, werd een beoordeling van de bewijskracht van literatuurconclusies achterwege gelaten.’ Of optie-2 ‘De kracht van het wetenschappelijk bewijs werd bepaald met de generieke GRADE-methode’).
Beoordelen van het niveau van het wetenschappelijke bewijs (oude modules)
Bij de EBRO-methode (Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling) wordt een andere classificatie voor de beoordeling van de kwaliteit van studies aangehouden (van Everdingen, 2004). Hierbij ligt de belangrijkheid van de uitkomstmaten niet van tevoren vast en is er geen vastgelegde procedure voor upgraden en downgraden van bewijs, zoals die bij GRADE geldt.
|
Kwaliteit |
Interventie |
Diagnostisch accuratesse-onderzoek |
Schade/bijwerkingen*, etiologie, prognose |
|
A1 |
Systematische review van ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau |
||
|
A2 |
Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang |
Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad |
Prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten. |
|
B |
Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controleonderzoek, cohortonderzoek) |
|
|
|
C |
Niet-vergelijkend onderzoek |
||
|
D |
Mening van deskundigen |
||
* Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.
Bij het werken volgens de EBRO-methode zijn op basis van de beschikbare literatuur een of meerdere conclusies geformuleerd. Afhankelijk van het aantal onderzoeken en de mate van bewijs is een niveau van bewijskracht toegekend aan de conclusie (van Everdingen, 2004).
|
Niveau |
Conclusie gebaseerd op |
|
1 |
Onderzoek van niveau A1 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2 |
|
2 |
1 onderzoek van niveau A2 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B |
|
3 |
1 onderzoek van niveau B of C |
|
4 |
Mening van deskundigen |
Formuleren van de conclusies
Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in één of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek. De werkgroepleden maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen. De overkoepelende bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overkoepelende conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk. Door gebruik te maken van de Guideline Development Tool werd het Evidence to decision framework conform GRADE methodiek toegepast. Alle werkgroepleden hebben systematisch antwoord gegeven op vragen over de grootte van het effect en grootte van negatieve consequenties, waarden en voorkeuren van de patiënt, kosten en kosteneffectiviteit, beschikbaarheid van voorzieningen, aanvaardbaarheid, en overwegingen voor subgroepen in de patiëntenpopulatie. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.
Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.
Indicatorontwikkeling
Er werden geen indicatoren ontwikkeld voor deze richtlijn.
Kennislacunes
Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling beschreven (zie de bijlagen bij elke module).
Juridische betekenis van richtlijnen
Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Een richtlijn beschrijft wat goede zorg is, ongeacht de financieringsbron (Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvullende verzekering of eigen betaling door de cliënt/patiënt). Opname van een richtlijn in een register betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat de in de richtlijn beschreven zorg verzekerde zorg is. Informatie over kosten zoals beschreven in de richtlijn is gebaseerd op beschikbare gegevens ten tijde van schrijven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, (patiënt) organisaties en stakeholders voorgelegd ter commentaar (zie ook tabel 1). De commentaren zijn verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren is de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter autorisatie.
Zoekverantwoording
Zoekopbrengst
|
Database |
EMBASE |
OVID/Medline |
Ontdubbeld |
|
Systematic Reviews |
52 |
44 |
69 |
|
RCT |
59 |
79 |
124 |
|
Observationele studies |
348 |
497 |
697 |
|
Overig |
46 |
33 |
57 |
|
Netto aantal |
505 |
653 |
947 |
Zoekstrategie - 27 december 2024
Embase.com
Resultaten = 505
Zoektermen
- ('congenital disorders of the skin, skin appendages and subcutaneous tissue'/de OR 'congenital disorder'/de OR 'congenital malformation'/de) AND 'nevus'/exp OR 'congenital nevus'/exp OR 'giant congenital melanocytic nevus'/exp OR (((tierfell OR garment OR giant OR 'blue rubber') NEAR/3 (nevi OR nevus OR naevi OR naevus OR mole OR moles OR birthmark*)):ti,ab,kw) OR ((congenital NEAR/4 (naevi OR nevus OR naevus OR nevi OR mole OR moles OR melanocytic OR birthmark*)):ti,ab,kw)
- 'surgery'/exp OR 'surgical flaps'/exp OR 'partial thickness skin graft'/exp OR 'full thickness skin graft'/exp OR 'skin graft'/exp OR ((skin NEAR/3 (transplant* OR graft*)):ti,ab,kw) OR surg*:ti,ab,kw OR resect*:ti,ab,kw OR operat*:ti,ab,kw OR excis*:ti,ab,kw OR (((partial OR full) NEAR/3 thickness):ti,ab,kw)
- #1 AND #2
- #3 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)
- 'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab
- 'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti
- 'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti)
- 'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab)))
- 'practice guideline'/exp OR guideline*:ti,ab,kw OR consens*:ti,ab,kw
- #4 AND #5
- #4 AND #6 NOT #10
- #4 AND (#7 OR #8) NOT #10 NOT #11
- #4 AND #9 NOT #10 NOT #11 NOT #12
Ovid/Medline
Resultaten = 653
Zoektermen
- (exp Nevus/ and exp "Congenital, Hereditary, and Neonatal Diseases and Abnormalities"/) or ((tierfell or garment or giant) adj3 (nevi or nevus or naevi or naevus or mole or moles or birthmark*)).ti,ab,kf. or ((congenital or giant or melanocytic) adj4 (naevi or nevus or naevus or nevi or mole or moles or birthmark*)).ti,ab,kf.
- exp Specialties, surgical/ or exp Surgical Flaps/ or exp Dermatologic Surgical Procedures/ or (skin adj3 (transplant* or graft*)).ti,ab,kf. or surg*.ti,ab,kf. or resect*.ti,ab,kf. or operat*.ti,ab,kf. or excis*.ti,ab,kf. or ((partial or full) adj3 thickness).ti,ab,kf.
- 1 and 2
- 3 not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) not (letter/ or comment/ or editorial/)
- meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.
- exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw.
- Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ [Onder exp cohort studies vallen ook longitudinale, prospectieve en retrospectieve studies]
- Case-control Studies/ or clinical trial, phase ii/ or clinical trial, phase iii/ or clinical trial, phase iv/ or comparative study/ or control groups/ or controlled before-after studies/ or controlled clinical trial/ or double-blind method/ or historically controlled study/ or matched-pair analysis/ or single-blind method/ or (((control or controlled) adj6 (study or studies or trial)) or (compar* adj (study or studies)) or ((control or controlled) adj1 active) or "open label*" or ((double or two or three or multi or trial) adj (arm or arms)) or (allocat* adj10 (arm or arms)) or placebo* or "sham-control*" or ((single or double or triple or assessor) adj1 (blind* or masked)) or nonrandom* or "non-random*" or "quasi-experiment*" or "parallel group*" or "factorial trial" or "pretest posttest" or (phase adj5 (study or trial)) or (case* adj6 (matched or control*)) or (match* adj6 (pair or pairs or cohort* or control* or group* or healthy or age or sex or gender or patient* or subject* or participant*)) or (propensity adj6 (scor* or match*))).ti,ab,kf. or (confounding adj6 adjust*).ti,ab. or (versus or vs or compar*).ti. or ((exp cohort studies/ or epidemiologic studies/ or multicenter study/ or observational study/ or seroepidemiologic studies/ or (cohort* or 'follow up' or followup or longitudinal* or prospective* or retrospective* or observational* or multicent* or 'multi-cent*' or consecutive*).ti,ab,kf.) and ((group or groups or subgroup* or versus or vs or compar*).ti,ab,kf. or ('odds ratio*' or 'relative odds' or 'risk ratio*' or 'relative risk*' or aor or arr or rrr).ab. or (("OR" or "RR") adj6 CI).ab.))
- exp Guideline/ or guideline*.ti,ab,kf. or consens*.ti,ab,kf.
- 4 and 5
- (4 and 6) not 10
- 4 and (7 or 8)) not 10 not 11
- (4 and 9) not 10 not 11 not 12

