Laserbehandeling
Uitgangsvraag
Voor welke indicaties wordt laserbehandeling aanbevolen bij patiënten met CMN?
Wat zijn de (on)gunstige effecten van laserbehandeling voor ontharing, lichter maken en verbetering van het reliëf (gladder maken) van de naevus, bij patiënten met CMN?
Aanbeveling
- Laat indicatiestelling, behandeling en follow-up na behandeling in een centrum met expertise plaatsvinden. In ieder geval dient er eenmalig een consult plaats te vinden bij een plastisch chirurg en dermatoloog. Dit geldt voor alle mogelijke behandelingen alsmede voor het bespreken van de behandelopties.
- Congenitale melanocytaire naevi kunnen spontaan lichter van kleur worden gedurende de kinderjaren. Derhalve wordt bij voorkeur een expectatief beleid geadviseerd.
- Voer bij voorkeur (seriële) excisie al dan niet gecombineerd met tissue expanders uit i.p.v. laserbehandeling van een congenitale melanocytaire naevus, indien tot behandeling wordt besloten (gezien de mogelijkheid tot histopathologische controle en het dieper verwijderen van de naevus).
- Overige toepassingen van lasertherapie zijn:
- Littekens van een eerder geëxcideerde CMN: repigmentatie in de rand van een litteken kan worden behandeld middels een pigment- of ablatieve laser, erytheem van een litteken door middel van een non-invasieve laser (PDL of NdYAG), structuur van een litteken door middel van een fractionele laser.
- Laserontharing: het type laser hangt af van de kleur en dikte van de haren en de kleur van het onderliggend CMN weefsel. Lichte (blonde/witte) haren in een CMN kunnen niet met lasertherapie worden behandeld.
- Behandeling met een pigmentlaser (bij voorkeur gecombineerd met een ablatieve laser) kan overwogen worden, echter zijn er meerdere behandelingen nodig en is de kans op repigmentatie groot.
- Overweeg selectieve behandeling onder algehele narcose op jonge leeftijd zorgvuldig en laat dit bij voorkeur niet onder de leeftijd van 2 jaar plaatsvinden. Vooralsnog is er geen ‘beste leeftijd’ voor laserbehandeling en hierbij dient naar de individuele patiënt gekeken te worden. Voor adviezen zie ook Startpagina - Anesthesie bij kinderen - Richtlijn - Richtlijnendatabase.
- Er zijn geen aanwijzingen dat lasertherapie (ongeacht lasertype) het maligniteitsrisico verhoogt.
- Behandeling van de CMN middels chirurgische of laserbehandeling verlaagt de risicoklasse van de CMN niet. Vooralsnog is er geen bewijs dat het (gedeeltelijk) verwijderen van de CMN het maligniteitsrisico verlaagt.
Overwegingen
Kwaliteit van het bewijs
De bewijskracht voor het verrichten van lasertherapie in plaats van chirurgische excisie om CMN te behandelen is op basis van de geïncludeerde studie laag (zie GRADE tabel op volgende pagina). Aangezien het een observationele studie betrof was het bewijs laag, dit is nog met een niveau verlaagd door een hoog risico op bias (gebrek aan een niet-blootgestelde groep, onvoldoende controle van confounders en de afwezigheid van lange termijn follow-up) en onnauwkeurigheid (relatief kleine steekproef). Er is tevens sprake van ‘confounding by indication’; mogelijk hebben patiënten selectief een bepaalde therapie ondergaan.
Er is beperkt bewijs beschikbaar over de effecten van lasertherapie op congenitale melanocytaire naevi (CMN). Kleinere case series en retrospectieve studies, zoals die van LIM et al. (2018), laten zien dat Q-switched lasers en Er:YAG-lasers kunnen leiden tot een gedeeltelijke afname van pigmentatie en een cosmetisch acceptabel resultaat bij selecte patiënten met kleinere of oppervlakkige CMN. Op basis van de laser-weefsel interactie kan gesteld worden dat Q-switched lasers alleen effect hebben op gepigmenteerde en meer oppervlakkige naevuscellen. Ook AlMutairi (2019) beschrijft in een review dat laserbehandeling, met name met Q-switched robijn, alexandriet of Nd:YAG-lasers, een rol kan spelen bij verbetering van de esthetiek, maar vaak meerdere sessies vereist zijn. Dit kan gepaard gaan met incomplete verwijdering en recidiefpigmentatie.
Voorkeurslasercombinaties, -instellingen en -frequentie van behandelingen zijn niet goed onderzocht. Er is vaak sprake van oplichting van CMN in plaats van volledige verwijdering. Littekenvorming en dyspigmentatie zijn erger bij donkere fototypes (Mologousis et al., 2024).
Een voordeel van Q-switched lasertherapie is de niet-invasieve aard. Bij kleine of oppervlakkige behandelingen is geen algehele anesthesie of sedatie nodig. Nadelen van lasertherapie zijn het risico op littekenvorming, pigmentvlekken en infectie.
Sinds de publicatie van de vorige richtlijn (2017) is geen nieuw overtuigend bewijs beschikbaar gekomen dat aantoont dat lasertherapie (of andere partiële verwijderingstechnieken zoals curettage of dermabrasie) het risico op maligne transformatie van congenitale melanocytaire naevi (CMN) verlaagt of verhoogt.
Eerdere internationale consensus en reviews (Vourc’h-Jourdain et al., 2013; Kinsler et al., 2019) bevestigen dat lasertherapie primair wordt toegepast om cosmetische of psychosociale redenen, en dat maligne transformatie vooral wordt bepaald door de grootte, locatie en morfologische kenmerken van de CMN, niet door de gekozen verwijderingstechniek. Uit de literatuur blijkt dat een melanoom in een kleinere CMN vaak boven de leeftijd van 20 jaar voorkomt (Scard, 2023).
Laserbehandeling van CMN is op alle leeftijden onderzocht. Theoretisch is lasertherapie op alle leeftijden effectief. Het is niet uit de literatuur op te maken of leeftijd van behandeling uitmaakt voor het cosmetisch resultaat. Mogelijk kan in grotere CMN ook met lasertherapie in de eerste levensweken een beter resultaat bereikt worden, maar dit moet nog bewezen worden.
Over behandeling van hypertrichose bij CMN met lasers is te weinig bekend in de literatuur om hier een uitspraak over te kunnen doen. In theorie zijn pigment-specifieke lasers met lange pulsduur en IPL geschikt om de haren te verwijderen, Of er hierbij ook een effect op de CMN (vermindering van melanocyten) is hangt af van de instellingen van deze lasers. Een direct mutageen effect is afwezig maar er is ook hierbij sprake van herhaaldelijke thermische schade. Met name over IPL behandeling is geen zekere uitspraak mogelijk omdat er in de literatuur niet is gekeken naar de effecten van IPL op de CMN. Voor (permanente) ontharing zijn meerdere behandelingen nodig, die afhankelijk van de grootte van het te behandelen oppervlak langer dan een uur kunnen duren. De werkgroep is van mening dat bij patiënten waarbij alléén ontharing gewenst is en hier een duidelijke indicatie voor bestaat (bijvoorbeeld bij recidiverende folliculitiden of zwaarwegende cosmetische redenen waarbij de hypertrichose het meest storend is), pigment-specifieke lasers met lange pulsduur of IPL een optie kan zijn. Hierbij is het van belang dat deze behandelingen in een ervaren centrum gebeuren, en follow-up door een dermatoloog gewaarborgd is gezien de onzekere effecten op de CMN. Bij de werkgroep zijn na een eerdere literatuursearch geen studies bekend die de effectiviteit en veiligheid van IPL therapie bij CMN hebben onderzocht.
Figuur 6. toelichting lasermodaliteiten
Fig. 14: Lasermodaliteiten beschreven in de studies over laser bij CMN (aantallen patiënten, n=);
1~3. pigmentspecifieke lasers alleen, 4. ablatieve lasers alleen, 5~6. combinatie ablatieve en pigment-specifieke lasers
Uitleg afkortingen
De pigment-specifieke lasers* bestaan in twee vormen volgens werkingsmechanisme (pulsduur, pulsfrequentie)*:
Balans van gewenste en ongewenste effecten
Het verwachte behandelresultaat is afhankelijk van het aspect (textuur, kleur, hypertrichose) van dat deel van de CMN wat wordt behandeld, het type laser (al dan niet combineerde laserbehandelingen) en het aantal behandelingen. Het gewenste behandelresultaat bij een geplooid reliëf is egalisatie, bij kleur oplichten en bij hypertrichose verminderde haargroei en minder stugge haargroei.
Aangezien de congenitale naevus cellen diep reiken in de huid is er nagenoeg altijd sprake van repigmentatie bij laserbehandelingen.
Nadelige gevolgen van ablatieve laserbehandelingen zijn: (langdurig) wondherstel en pijn tijdens en na de behandeling en complicaties zijn: wondinfectie en littekenvorming.
Nadelige gevolgen van pigmentlasers (en flitslampen) zijn: meerdere behandelingen om tot een gewenst resultaat te komen, pijn tijdens en kortdurend na de behandeling en complicaties zijn: blaar- en littekenvorming en postinflammatoire hypo- en hyperpigmentatie.
Nadelige gevolgen van ontharingslasers zijn: meerdere behandelingen om tot een gewenst resultaat te komen, pijn tijdens en kortdurend na de behandeling en complicaties zijn: blaar- en littekenvorming en postinflammatoire hypo-/ hyperpigmentatie.
Nadelige gevolgen van laserbehandelingen in het algemeen zijn dat er vaak pijnbestrijding dient te worden toegepast (topicaal, infiltratief of onder algehele narcose) en dat laserapparatuur onder algehele narcose maar beperkt beschikbaar is in Nederland (CO2 laser beschikbaar onder algehele narcose in Erasmus MC en AUMC).
Derhalve dient ten alle tijden een zorgvuldige afweging te worden gemaakt van het te behandelen gebied in de CMN, de leeftijd van de patiënt en het verwachte behandelresultaat en de ongewenste effecten.
Professioneel perspectief
Wanneer een patiënt (of ouders van een patiënt) zich presenteren met een behandelwens in een centrum met expertise voor congenitale melanocytaire naevi, moet binnen het behandelteam allereerst worden besloten of er een behandelindicatie is van (een gedeelte van) de congenitale melanocytaire naevus en of het verwachtte behandelresultaat overeenkomt met de verwachtingen van de patiënt (of diens ouders). Behandelingen van een CMN dienen plaats te vinden in een centrum met expertise, tenzij het behandelteam anders beslist.
Zoals eerder genoemd kunnen congenitale melanocytaire naevi gedurende de eerste levensjaren oplichten en wordt veelal een expectatief beleid gevoerd.
Een reden om op jonge leeftijd te behandelen (en met name onder de 2 jaar) is wanneer zich bij de geboorte of vlak na de geboorte suspecte nodi (met differentiële diagnose proliferatieve nodus of melanoom) zich in de CMN bevinden, waarvan aanvullend onderzoek geïndiceerd is. Eventueel kan deze chirurgische ingreep dan gecombineerd worden met ablatieve lasertherapie ter egalisatie van een geplooid deel van de CMN onder algehele anesthesie, aangezien patiënt op dat moment toch al onder narcose is. Een andere reden om op jonge leeftijd te behandelen (chirurgisch/ ablatieve lasertherapie) is indien het behandelteam complicaties verwacht op korte termijn ten gevolge van een sterk geplooid oppervlak (bijv. verhoogd risico op ontstekingen of slecht beoordeelbaar gebied). Deze behandelingen vinden doorgaans eenmaal plaats onder algehele anesthesie.
Indien er op latere leeftijd een behandelwens ontstaat, wordt de voorkeur gegeven aan (seriële) excisie dan wel met tissue expanders, aangezien hierbij het naevusweefsel grotendeels wordt verwijderd en zo nodig aanvullend kan worden onderzocht. In het excisielitteken kan overigens wel repigmentatie ontstaan.
Indien een chirurgische behandeling niet mogelijk is, zoals wanneer de CMN zich op een lastig te opereren anatomische locatie bevindt, bijvoorbeeld op oogleden, of wanneer het te opereren gebied te groot en/of diffuus is, of indien de patiënt geen chirurgische interventie wenst, kan laserbehandeling worden besproken. De keuze van het type ablatieve laser (CO2 of Erbium YAG), het aantal behandelingen en of de behandeling poliklinisch (met evt. topicale/ intralesionale anesthesie) of op de operatiekamer (onder algehele anesthesie) dient plaats te vinden, is afhankelijk van de behandelwens, het aspect en de grootte van het te behandelen gebied in de CMN en de leeftijd van de patiënt.
In de littekens van geëxcideerde CMN kan repigmentatie ontstaan, hetgeen behandeld kan worden middels pigment- of ablatieve lasers. Hypertrofische of keloidale littekens na chirurgische interventie kunnen worden behandeld (middels lasertherapie) zoals geadviseerd in de richtlijn Keloïd en littekenhypertrofie.
Pigment-specifieke lasers kunnen overwogen worden bij vlakke CMN ter vermindering van de kleur, echter is de incidentie van repigmentatie hoog en zijn er veel behandelingen nodig. Indien pigment-specifieke lasers worden toegepast na een ablatieve laserbehandeling ligt de incidentie van repigmentatie lager.
Laserontharing kan overwogen worden ter behandeling van hypertrichose in een CMN. De keuze van het type laser (of IPL) is afhankelijk van de dikte en kleur van de haren en de kleur van de onderliggende CMN. Er zijn meerdere behandelingen nodig per behandeld gebied. Lichte (blonde/witte) haren in een CMN kunnen niet met lasertherapie worden behandeld.
Er dient te allen tijde een zorgvuldige afweging te worden gemaakt van het te behandelen gebied in de CMN, de leeftijd van de patiënt en het verwachte behandelresultaat en de ongewenste effecten. Bij jonge kinderen is poliklinische laserbehandeling veelal niet geïndiceerd, aangezien deze behandeling niet volgens de maatstaven van procedurele comfortzorg kan worden verricht. Daarom dient bij jonge kinderen de behandeling veelal onder algehele narcose te worden uitgevoerd (zie ook richtlijn Keloïd en littekenhypertrofie.).
Volgens de in december 2024 herziene module ‘Neurologische, neuropsychologische en kinderpsychiatrische gevolgen van anesthesie’ van de Richtlijn Anesthesie (Sedatie en analgesie bij kinderen - De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde) bij kinderen is er onvoldoende bewijskracht om een aanbeveling te geven ten aanzien van het wel of niet door laten gaan van ingrepen bij kinderen van >1 maand tot 3 jaar, met betrekking tot de neurologische, neuropsychologische en kinderpsychiatrische gevolgen van anesthesie.
Voor een ingreep of een onderzoek onder anesthesie moet een afweging gemaakt worden van de voordelen van de ingreep of het onderzoek op dat moment voor de gezondheid of ontwikkeling van het kind op de betreffende leeftijd tegen de mogelijk negatieve effecten van deze procedure op de neuropsychologische, neuropsychiatrische en neurologische ontwikkeling van het kind (Startpagina - Anesthesie bij kinderen - Richtlijn - Richtlijnendatabase). De werkgroep stelt op basis van expert opinion om electieve behandeling onder algehele narcose op jonge leeftijd zorgvuldig te overwegen en bij voorkeur niet onder de leeftijd van 2 jaar plaats te laten vinden. Indien er een medische noodzaak bestaat dan wordt ook wel voor de leeftijd van 2 jaar behandeld.
In de oude richtlijn uit 2017 werden curettage en dermabrasie nog beschreven als behandeloptie. De mening van de experts is dat deze behandelopties geen plaats meer hebben in deze herziene module van de richtlijn en vervangen kunnen worden door excisie dan wel (ablatieve) lasertherapie. De ervaring is dat curettage en dermabrasie minder gecontroleerd op de huid kunnen worden toegepast dan een ablatieve laser en dat deze behandelopties leiden tot meer perioperatief bloedverlies en langduriger klinische opname en mogelijk meer littekenvorming.
Ostertag et al. melden in hun discussie dat grotere CMN behandeld met Er:YAG een kortere genezingsduur hebben dan na curettage en dermabrasie. Van behandeling met CO2 laser is dit niet bekend, maar ook niet te verwachten vanwege de grotere thermische schade van CO2 lasers. Lasertherapie met pigment-specifieke lasers is absoluut minder traumatisch omdat niet-gepigmenteerd weefsel gespaard blijft, deze werken specifieker op melanine-houdende structuren, maar gaan ook minder diep.
Behandelde congenitale melanocytaire naevi dienen te worden opgevolgd in een centrum voor expertise, tenzij het behandelteam beslist dat verdere opvolging perifeer kan plaatsvinden (bijvoorbeeld bij laag risico CMN). Laserbehandeling van CMN is op alle leeftijden onderzocht. Theoretisch is lasertherapie op alle leeftijden effectief. Het is niet uit de literatuur op te maken of leeftijd van behandeling uitmaakt voor het cosmetisch resultaat. Mogelijk kan in grotere CMN ook met lasertherapie in de eerste levensweken een beter resultaat bereikt worden, maar dit moet nog bewezen worden.
Waarden en voorkeuren van patiënten
Voor patiënten is het van belang om op evenwichtige wijze informatie te krijgen over de voor- en nadelen van laser. Soms zijn er medische redenen om te opereren; soms gaat het om cosmetische ingrepen. Het is goed om de belangen af te wegen, en gezamenlijk een keuze hierin te maken (‘shared decision making’).
Patiëntenvereniging NNN kan hierbij helpen. Zij hebben een boekje gemaakt over ‘wel of niet verwijderen’, met daarin verhalen van Nederlandse en Vlaamse (ouders van) patiënten die hebben gekozen om (een deel van) de moedervlek (niet) te laten verwijderen; waaronder laserbehandeling. Dit boekje helpt bij het maken van de eigen afweging. Daarnaast heeft NNN een buddysysteem, waarbij (ouders van) een patiënt laagdrempelig contact kan opnemen met een NNN-lid die voor een vergelijkbare afweging stond.
Vanuit eerdere ervaringen zijn ook voor- en nadelen van laserbehandeling te noemen:
Voordelen van laserbehandeling:
- Een CMN met een sterk geplooid oppervlak kan door een laserbehandeling worden afgevlakt en daardoor leiden tot minder klachten (zoals ontstekingen en bijvoorbeeld op een ooglid door het oog beter te kunnen openen en sluiten). Daarnaast kan een CMN beter op te volgen zijn en te onderzoeken als deze egaler is.
- Soms is de toegenomen haargroei in een CMN cosmetisch of mechanisch storend, laserbehandeling kan dit verminderen.
- Som zijn er betere (cosmetische) resultaten bij een baby/jonge kinderen.
- Behandeling kan psychosociale belasting en stigmatisering door een zichtbare afwijking verminderen.
Nadelen van laserbehandeling:
- Behandeling kan soms leiden tot bijwerkingen en complicaties.
- Er kan sprake zijn van een langdurig wondherstel en langdurige wondzorg gedurende enkele weken.
- Er is altijd risico op repigmentatie omdat CMN weefsel diep zit.
- Chirurgische behandeling zorgt voor een litteken (soms ook minder mooi), bij laserbehandeling is het risico op een litteken minder groot.
- Opereren geeft een (klein) risico op complicaties zoals infecties of bloedverlies (mogelijke bloedtransfusie). Bij ablatieve laser is dit bloedverlies gering. Een wondinfectie is wel mogelijk.
- Ziekenhuisopnames hebben impact op een gezin/ouderrelatie en kan posttraumatische stress klachten veroorzaken bij het kind en/of ouders
- Door niet al op jonge leeftijd te opereren kan het kind voor zichzelf beslissen op latere leeftijd.
Aanvaardbaarheid en haalbaarheid
De besluitvorming over een eventuele behandeling van congenitale melanocytaire naevi (CMN) vindt plaats in samenspraak tussen de patiënt (of diens ouders/verzorgers) en een multidisciplinair behandelteam, werkzaam binnen een centrum voor expertise. Deze gezamenlijke besluitvorming borgt zowel medisch-inhoudelijke als persoonlijke overwegingen. Het advies is om diagnostiek en behandeling bij voorkeur te laten plaatsvinden in een gespecialiseerd centrum, waar voldoende expertise aanwezig is om complexe afwegingen rondom behandeling van CMN te maken. In Nederland zijn dergelijke centra voor expertise beschikbaar in Rotterdam (Erasmus MC) en Amsterdam (Amsterdam UMC) (anno 2025).
Aangezien alleen in deze centra de behandelingen worden geadviseerd uit te voeren, kan dit voor patiënten leiden tot aanzienlijke reistijd, zeker wanneer meerdere afspraken noodzakelijk zijn. Dit kan een logistieke en emotionele belasting vormen voor patiënten en hun gezinnen. Daarnaast kan, in het geval van ablatieve lasertherapie of een operatieve ingreep, sprake zijn van wondzorg die enkele weken in beslag neemt. Dit vraagt om structurele ondersteuning in de thuissituatie en kan voor het gezin extra zorgdruk met zich meebrengen.
Onderbouwing
Patiënten of ouders van een patiënt met een congenitale melanocytaire naevus kunnen een behandelwens hebben wegens cosmetische of functiebeperkende bezwaren, wegens het sterk geplooide oppervlak waardoor de huid lastig te verzorgen is of omdat de hypertrichose in de CMN leidt tot klachten. Bij CMN wordt geadviseerd haren uitsluitend te trimmen of te knippen. De naevushuid is te kwetsbaar voor scheren, epileren of waxen, en mogelijk ook voor het gebruik van ontharingscrèmes. Bovendien bestaat bij ontharingscrèmes een risico op lokale chronische irritatie en, bij toepassing op een groot huidoppervlak, een potentieel toxisch effect door systemische opname.
De behandelaar kan een behandelindicatie stellen wegens cosmetische of functiebeperkende redenen, wegens klachten door hypertrichose, of wegens de verwachting op ontstekingen in een sterk geplooid oppervlak. In sommige gevallen kan het egaliseren met een ablatieve laser, al dan niet gecombineerd met chirurgische excisie, bij een sterk geplooid oppervlak of een oppervlak met een verscheidenheid aan papels en noduli leiden tot een betere beoordeelbaarheid van de CMN.
Congenitale melanocytaire naevi kunnen gedurende de kinderjaren opbleken. De kleur waarmee de CMN zich presenteert bij de geboorte, is niet representatief voor de uiteindelijke kleur van de CMN op volwassen leeftijd. Derhalve wordt bij voorkeur een expectatief beleid gevoerd (Polobothu & Kinsler, 2019).
Er zijn geen aanwijzingen dat laserbehandelingen het maligniteitsrisico verhogen dan wel verlagen. Laatstgenoemde geldt ook voor chirurgische correcties van de CMN. (Scard, 2023)
Lasertherapie wordt toegepast bij diverse pigmentstoornissen, en wordt ook toegepast bij CMN. Lasertherapie bij CMN kan worden gecategoriseerd als aspecifiek (ablatieve/verdampende lasers) of specifiek (pigment-selectieve lasers), soms worden ook combinaties toegepast. De infrarood straling van de ablatieve lasers (CO2 laser, Erbium:YAG laser) wordt goed opgenomen door water, waar een groot deel van de huid uit bestaat. Deze lasers kunnen niet-selectief een gehele laag van de huid en de laesie verwijderen, en zijn daarmee vergelijkbaar met andere non-specifieke mechanische verwijderingsmethoden zoals dermabrasie en curettage. Een belangrijk verschil tussen de ablatieve laser en mechanische verwijderingsmethoden is de mogelijkheid om de ablatiediepte exact in te stellen. Tevens ontstaat bij ablatieve lasers ook thermische schade in het wondbed. Deze thermische schade geeft verminderd bloedverlies, maar kan anderzijds ook de kans op littekenvorming verhogen. Pigment-selectieve lasers (o.a. robijn laser, alexandriet laser, Neodynium:YAG lasers) zorgen voor selectieve schade aan celstructuren die melanine bevatten, met minimale schade aan het omliggende weefsel. Er bestaan twee soorten pigment-selectieve lasers; lasers met een zeer korte pulsduur (‘Q-switched’ en PICO lasers) die middels een fotoakoestische interactie de pigmentcellen verwijderen, en lasers met een lange pulsduur (‘normal mode’ milliseconden lasers) die middels een fotothermische interactie de pigmentcellen verwijderen. Pigment-selectieve lasers met een zeer korte pulsduur (nanoseconden tot picoseconden) hebben primair pigmenthoudende celorganellen zoals melanosomen als doel terwijl pigment-selectieve lasers met langere pulsduur gericht zijn tegen grotere gepigmenteerde structuren zoals haren. Deze lasers kunnen ook worden gebruikt als ontharingslaser.
‘Intense Pulsed Light’ (IPL) therapie is een behandeling met een spectrum aan elektromagnetische straling waarmee haren kunnen worden verwijderd.
Laserbehandelingen kunnen poliklinisch worden verricht of onder algehele narcose in academische setting.
Kwaliteit van bewijs
De bewijskracht voor het verrichten van lasertherapie in plaats van chirurgische excisie om CMN te behandelen is op basis van de geïncludeerde studie laag (zie GRADE tabel op volgende pagina). Aangezien het een observationele studie betrof was het bewijs laag, dit is nog met een niveau verlaagd door een hoog risico op bias (gebrek aan een niet-blootgestelde groep, onvoldoende controle van confounders en de afwezigheid van lange termijn follow-up) en onnauwkeurigheid (relatief kleine steekproef). Er is tevens sprake van ‘confounding by indication’; mogelijk hebben patiënten selectief een bepaalde therapie ondergaan.
GRADE tabel
In de databases Embase.com en Ovid/Medline is tot 22-09-2024 met relevante zoektermen systematisch gezocht naar systematische reviews, clinical trials, observationele studies en richtlijnen over de (on-)gunstige effecten op jeuk van verschillende behandelingen bij patiënten met CMN. De literatuurzoekactie leverde 454 unieke treffers op. Er werden in totaal 26 studies geïncludeerd op basis van beoordeling van titel en abstract. Uiteindelijk zijn er na het lezen van de volledige artikelen 24 studies geëxcludeerd. De systematische reviews van ALMutairi et al. (2020) en Scard (2023) werden gebruikt als ondersteunend artikel. Specifieke redenen voor exclusie zijn beschreven in bijlage 2.
Beschrijving van de studies
ALMutairi et al. (2020) voerden een (niet vergelijkende) systematische review uit waarbij bestaande literatuur over chirurgie- of lasertherapie voor de behandeling van CMN werd geëvalueerd. In totaal 14 artikelen voldeden aan de inclusiecriteria. De focus lag op patiënttevredenheid, behandelingsresultaten en het risico op recidief na behandeling. Chirurgie- en lasertherapie omvatten: Er:YAG laser, CO2 laser, IPL, CEA na curettage of Er:YAG (fresh cultured epithelial auto-graft), gecombineerde ruby laser, chirurgie.
Aangezien het geen vergelijkende studie is, kon geen GRADE analyse uitgevoerd worden.
Lim et al. (2018) voerden een retrospectieve cohortstudie uit waarbij verschillende behandelopties van 119 kleine tot middelgrote CMN van 117 patiënten worden vergeleken. Hieronder vielen excisie, lasertherapie of combinaties daarvan. Er waren vier behandelgroepen geïdentificeerd;
1. Alleen excisie.
2. Excisie gevolgd door littekenlaser.
3. Excisie gevolgd door pigment-specifieke laser.
4. Alleen laser (ablatie of pigment-specifiek).
De focus lag op de Investigator’s Global Assessment (IGA), patiënttevredenheid en verschillen in karakteristieken en behandeluitkomsten.
Risk of bias
De studie van Lim et al. (2018) vertoont een hoog risico op bias. De belangrijkste beperkingen zijn het gebrek aan een niet-blootgestelde groep, onvoldoende controle van confounders en de afwezigheid van een lange termijn follow-up. Niet alle patiënten voltooiden een behandeling.
De risk of bias analyse is te vinden onder het kopje Evidence tabellen.
Beschrijving van de resultaten
IGA-score
Lim et al. (2018) namen een gemiddelde IGA score waar van 6.22 (± 0.84) voor de excisiegroep (controle) en van 4.32 (± 1.49) voor de lasergroep (interventie). De IGA-schaal liep van 1 tot 7, waarbij een hogere score een betere uitkomst betekent. Een mediane score van 4,32 geeft aan dat de meeste patiënten een matige tot uitgesproken verbetering lieten zien na laserbehandeling. Een mediane score van 6.22 geeft aan dat de meeste patiënten een bijna volledige of totale verbetering lieten zien na excisie van een CMN. Het verschil in mediane scores is 1.90 punten (95% BI: 1.36-2.44) tussen excisie- en laserbehandeling. Het relatieve verschil (uitgedrukt als percentage van excisie) is 30,55%.
De chirurgische therapie lijkt op basis van deze resultaten effectiever dan de laserbehandeling, met een absolute verbetering van 1,90 punten op een schaal van 1-7.
De uitkomst patiënttevredenheid is niet in deze groepen gemeten en derhalve wordt deze niet gepresenteerd.
Om de uitgangsvraag te beantwoorden is een systematische literatuuranalyse uitgevoerd. Overwegingen en aanbevelingen zijn gebaseerd op basis van een vergelijkend onderzoek (Lim, 2019) en expert opinion. Voor de uitwerking is tevens gebruik gemaakt van enkele losse ondersteunende artikelen (ALMutairi, 2020).
In de databases Embase.com en Ovid/Medline is tot 22-09-2024 met relevante zoektermen systematisch gezocht naar systematische reviews, clinical trials, observationele studies en richtlijnen over de (on-)gunstige effecten op jeuk van verschillende behandelingen bij patiënten met CMN. De literatuurzoekactie leverde 454 unieke treffers op. Na selectie op titel en abstract werden 26 artikelen geïncludeerd. Na full tekst screening werden 2 artikelen geïncludeerd.
De zoekactie is met behulp van de PICO-systematiek opgebouwd. De zoekvragen hebben de P als gemeenschappelijke onderdeel. De overige onderdelen van de PICO werden geformuleerd op basis van de uitgangsvraag.
Voor dit onderzoek is de volgende PICO opgesteld:
| P: | Patiënten met CMN |
| I: |
Ablatieve laserbehandeling (CO2, Erbium:YAG) Pigment-selectieve laserbehandeling (Q-switched, normal mode lasers) Intense Pulsed Light (IPL) |
| C: | Geen laserbehandeling |
| O: | Zie onderstaand |
De werkgroep definieerde de uitkomstmaten als volgt en hanteerde de in de studies gebruikte definities.
Primair (cruciaal):
- Pigmentatie verminderen
- Haargroei verminderen
- Repigmentatatie
- Patiëntevredenheid
- Littekenvorming (hypertrofisch)
- (Physician global assessment, PGA)
Secundair (belangrijk):
- Complicaties gerelateerd aan de procedure
- Infectie/littekens na operatie
- (On)gunstige effect op structuur
- (On)gunstig effect op grootte
- Effect op ontwikkelen van neurologische symptomen
- Gunstig effect op melanoom ontwikkeling / preventie van melanoom
- Effect op kwaliteit van leven (sociaal-emotioneel functioneren)
Er werd een zoekstrategie uitgevoerd in de elektronische databases Embase en Medline. De zoekstrategie is toegevoegd onder het kopje Zoekverantwoording. Studies werden geïncludeerd wanneer deze overeenkwamen met de elementen van de PICO en aan de volgende in- en exclusiecriteria voldeden:
Inclusie- en exclusiecriteria
|
Inclusiecriteria |
Exclusiecriteria |
|
Congenitale melanocytaire naevi (in alle synoniemen), alle groottes, alle leeftijden |
Verworven melanocytaire naevi, of als niet gespecificeerd was of de naevi congenitaal waren |
|
Nederlandstalige en Engelstalige publicaties |
Case reports, letters to the editor, conference abstract, algemene reviews |
|
Toepassing van een referentiestandaard |
|
|
Systematische reviews, randomized controlled trials (RCT’s) of observationele studies; |
|
- Lim, J. M., Oh, Y., Lee, S., Cho, M. Y., Chung, K. Y., & Roh, M. R. (2018). Comparison of treatment options for small to medium congenital melanocytic nevi: A retrospective review of 119 cases. Lasers in Surgery And Medicine, 51(1), 62–67. https://doi.org/10.1002/lsm.23030.
- ALMutairi, H. M., & Al‐hothali, G. I. (2019). The outcome of using different surgical modalities and laser therapy in the treatment of small‐ and medium‐sized congenital melanocytic nevi: a systematic review. International Journal Of Dermatology, 59(5), 535–542. https://doi.org/10.1111/ijd.14727.
- Anesthesie bij kinderen. (z.d.). https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/anesthesie_bij_kinderen/startpagina_-_anesthesie_bij_kinderen.html.
- Sedatie en analgesie bij kinderen. (z.d.). Richtlijn NVK. https://www.nvk.nl/kennisdocument/sedatie-en-analgesie-bij-kinderen/.
- Keloïd en littekenhypertrofie. (z.d.) Richtlijn NVPC. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/keloid_en_littekenhypertrofie/startpagina_-_keloid_en_littekenhypertrofie.html.
- Mologousis, M. A., Tsai, S. Y., Tissera, K. A., Levin, Y. S., & Hawryluk, E. B. (2024). Updates in the Management of Congenital Melanocytic Nevi. Children, 11(1), 62. https://doi.org/10.3390/children11010062.
- Vourc’h-Jourdain, M., Martin, L., & Barbarot, S. (2012). Large congenital melanocytic nevi: Therapeutic management and melanoma risk. Journal Of The American Academy Of Dermatology, 68(3), 493-498.e14. https://doi.org/10.1016/j.jaad.2012.09.039.
- Kinsler, V., O’Hare, P., Bulstrode, N., Calonje, J., Chong, W., Hargrave, D., Jacques, T., Lomas, D., Sebire, N., & Slater, O. (2017). Melanoma in congenital melanocytic naevi. British Journal Of Dermatology, 176(5), 1131–1143. https://doi.org/10.1111/bjd.15301.
- Polubothu, S., & Kinsler, V. (2019). Final congenital melanocytic naevi colour is determined by normal skin colour and unaltered by superficial removal techniques: a longitudinal study. British Journal Of Dermatology, 182(3), 721–728. https://doi.org/10.1111/bjd.18149.
- Scard C, Aubert H, Wargny M, Martin L, Barbarot S. Risk of melanoma in congenital melanocytic nevi of all sizes: A systematic review. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2023 Jan;37(1):32-39. doi: 10.1111/jdv.18581. Epub 2022 Oct 5. PMID: 36149403.
Risk of bias tabel
Observationele studie: Lim et al. (2018)
Beoordeling risk of bias middels Newcastle-Ottawa scale (NOS).
|
|
Selection |
Comparability |
Outcomes |
|
||||||
|
Studie |
Study design |
Representativeness of the intervention cohort |
Selection of the non intervention cohort |
Ascertainment of intervention
|
Demonstration that outcome of interest was not present at start of study
|
Comparability of cohorts on the basis of the design or analysis
|
Assessment of outcome
|
Was follow up long enough for outcomes to occur
|
Adequacy of follow up of cohorts
|
Explanations |
|
Lim (2018) |
Retrospective (comparative) cohort study |
«
|
- |
«
|
«
|
«
|
|
|
|
No non-intervention cohort. IGA en QoL are subjective, possible observer bias. No consistent follow-up. Not all patients completed treatment. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
= 4/9 stars |
Geëxcludeerde studies
|
Artikel |
Reden van exclusie |
|
Al-Hadithy (2012) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Almutairi (2018) |
Systematische review Wramp (2017): exclusie, niet passend bij PICO (intervention/outcomes) Stanganelli (2013): exclusie, niet passend bij PICO (intervention) Whang (2005): zat al in de search Kono (2002): zat al in de search August (2011): zal al in de search, voldeed niet aan PICO Horner (2005): zat al in de search Al-Hadithy (2012): zat al in de search Ostertag (2006): zat al in de search Helsing (2006): geen vergelijkend onderzoek Lee (2017): niet vergelijkend en gecombineerde lasertherapie Lee (2015): niet vergelijkend en gecombineerde lasertherapie Almulhim (2018): niet passend bij de onderzoeksvraag Rizk (2018): niet passend bij de onderzoeksvraag Ma (2017): Niet passend bij PICO (intervention) |
|
Eggen (2018) |
Systematische review Al-Hadithy (2012): zat al in de search August (2011): zal al in de search, voldeed niet aan PICO Chong (2005): zat al in de search, geen vergelijkend onderzoek Downs (2005): betreft een letter to the editor Duke (1999): zat al in de search, ook andere naevi geïncludeerd Funayama (2019): zat al in de search Grevelink (1997): zat al in de search Helsing (2006): zat al in de search, betreft een clinical report Horner (2005): zat al in de search Imayama (1999): zat al in de search, geen vergelijkend onderzoek Kim (2005): zat al in de search, past niet bij PICO (comparison), geen vergelijkend onderzoek Kishi (2009): zat al in de search Kono (2002): niet passend bij PICO (comparison) Kono (2005) zat al in de search Lee (2015) reeds geëxcludeerd bij andere SR Mandal (2006): zat al in de search Michel (2001): betreft een Frans artikel Minakawa (2012): betreft een correspondence letter Ostertag (2006): zat al in de search Park (2001): zat al in de search, ook naevus van Ota geïncludeerd Reynolds (2003): zat al in de search, geen vergelijkend onderzoek + review Scheepers (1993): betreft een preliminary report Sohn (2004): zat al in de search Waldorf (1996): zat al in de search |
|
Funayama (2019) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Grevelink (1997) |
Geen full tekst beschikbaar |
|
Gu (2019) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Horner (2005) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Kim (2005) |
Past niet bij PICO (comparison), geen vergelijkend onderzoek |
|
Kishi (2009) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Kono (2005) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Levin (2016) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Mandal (2006) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Mario (2020) |
Niet volledig passend bij PICO (intervention), geen vergelijkend onderzoek |
|
Morley (2000) |
Geen vergelijkend onderzoek, ook patiënten met algemene hypertrichose meegenomen |
|
Ostertag (2006) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Ozaki (2014) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Sakhiya (2019) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Saliba (2023) |
Systematische review 23 case reports, 1 case series Een deel van de studies onderzoekt andere interventies |
|
Sohn (2004) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Waldorf (1996) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Whang (2005) |
Niet passend bij de onderzoeksvraag |
|
Zeng (2016) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Zou (2022) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Zhao (2024) |
Geen vergelijkend onderzoek |
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 19-05-2026
Beoordeeld op geldigheid : 19-05-2026
Algemene gegevens
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers.
Financiering
De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De SKMS ondersteunt medisch-specialistische beroepsverenigingen bij het bevorderen van de kwaliteit van zorg. De financiering heeft geen invloed gehad op de inhoudelijke totstandkoming van de richtlijn. De werkgroep heeft onafhankelijk gewerkt conform de geldende methodologische standaarden.
Doel en doelgroep
Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Deze richtlijn is bedoeld voor medisch specialisten betrokken bij de zorg voor patiënten met congenitale melanocytaire naevi. Denk in ieder geval aan dermatologen, kinderartsen, neurologen, pathologen, plastisch chirurgen, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, huidtherapeuten.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden. Naast de afgevaardigden van de verschillende beroepsgroepen is er ook een patiëntenvertegenwoordiger betrokken geweest bij de ontwikkeling van de richtlijn.
|
Werkgroepleden – herziening richtlijn CMN 2025 |
Vereniging |
|
S. G. M. A. Pasmans |
NVDV |
|
M.P. Dierselhuis |
NVK |
|
K. Boshuisen |
NVKN |
|
O. Lapid |
NVPC |
|
A. L. Mooyaart |
NVVP |
|
A. Zirar-Vroegindeweij |
LVMP |
|
C. J. A. van Eijsden |
NVDV |
|
A. C. Fledderus |
NVDV |
|
M. H. G. Dremmen |
NVvR |
|
A. J. M. J. Ebus |
V&VN VS |
|
E. C. Doganer |
Kind & Ziekenhuis |
|
M. van Kessel / E. Petiet |
NNN |
|
Ondersteuning werkgroep |
Vereniging |
|
W. A. M. Blokx (patholoog) |
NVVP |
|
H. B. Thio (dermatoloog) |
NVDV |
|
A. Wolkerstorfer (dermatoloog) |
NVDV |
|
M. M. Pleumeekers (plastisch chirurg) |
NVPC |
|
N. M. van der Lugt (Kinderarts) |
NVK |
|
S. M. Koudijs (kinderneuroloog) |
NVKN |
|
T. A. Teunissen (arts-onderzoeker NVDV) |
NVDV |
|
M. M. A. Verhoeven (senior beleidsadviseur NVDV) |
NVDV |
Belangenverklaringen
De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.
|
Werkgroeplid |
Hoofdfunctie(s) |
Nevenfunctie(s) |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Getekend op |
Acties (voorstel) |
|
S. G. M. A. Pasmans (voorzitter) |
Commissielid van meerdere adviesraden (zeldzame) huidaandoeningen en bestuurslid van ERNS, ESPD, Huidhuis.nl |
dermatoloog |
Geen |
Geen |
Wel, maar n.v.t. voor deze richtlijn |
Geen, maar automatisch meer zichtbaarheid bij professionals en patiënten |
Geen |
09-10-2023 |
|
|
M.P. Dierselhuis |
Kinderoncoloog |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
K. Boshuisen |
Kinderneuroloog |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
14-05-2024 |
|
|
O. Lapid |
Plastisch chirurg |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
A. L. Mooyaart |
Patholoog |
N.v.t. op deze richtlijn |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
16-05-2024 |
|
|
A. Zirar-Vroegindeweij |
GZ psycholoog
|
Docent bij PROSA kenniscentrum |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
C. J. A. van Eijsden |
Dermatoloog |
Lid domeingroep dermatochirurgie en lasers, kindermodule hyperhidrosis. Beide onbetaald |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen, geeft wel maandelijks supervisie van naevus spreekuren |
Geen |
28-03-2024 |
Geen actie nodig |
|
A. C. Fledderus |
Schrijven aan richtlijn |
AIOS dermatologie MUMC Maastricht |
Geen |
Geen |
Onderzoek naar CMN kernuitkomstmaten wordt gefinancierd door stichting vrienden van het Sophia. |
Geen |
Geen |
05-02-2025 |
Geen |
|
M. H.G. Dremmen |
Erasmus MC, radioloog (kinderradioloog) |
Lid van meerdere richtlijn werkgroepen (vergoeding naar afdeling) Presentaties geven op cursussen / congressen / onderwijs (vergoeding naar afdeling) |
Geen |
Geen |
Lid van Generation R onderzoeksgroep, deels gefinancierd door ZonMw subsidie |
Geen |
Geen |
13-01-2026 |
Geen |
|
A. J. M. J. Ebus |
Verpleegkundig specialist VieCuri |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
13-01-25 |
|
|
E. C. Doganer |
Projectmanager/beleidsmedewerker |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
13-05-2024 |
|
|
M. van Kessel |
Bestuurslid patiëntenorganisatie NNN |
Inval leerkracht basisonderwijs |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
E. Petiet |
Consultant bij Rebel Strong Society B.V. – Full time |
Bestuurslid bij NNN |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
10-04-2024 |
|
Inbreng patiëntenperspectief
Er is aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de zitting neming van een patiënt in de werkgroep en de opname van een module over patiëntenvoorlichting.
Reeds sinds de start van het richtlijntraject is de patiëntenvereniging Nevus Netwerk Nederland (NNN) zeer betrokken geweest bij de totstandkoming van deze richtlijn, door afvaarding van een bestuurslid in de werkgroep. Zij zijn in deze hoedanigheid tijdens het gehele richtlijntraject betrokken geweest, door actieve participatie tijdens werkgroepvergaderingen, en het aandragen van knelpunten die vanuit patiëntenperspectief van groot belang zijn, evenals het deelgenoot maken van lopende initiatieven in het veld. Nevus Netwerk Nederland heeft ook zijn fiat verleend aan de inhoud van de richtlijn.
Wkkgz & kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (gebaseerd op het stroomschema ontwikkeld door FMS).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst Raming |
Toelichting |
|
Laserbehandeling |
Geen substantiële financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven. |
Implementatie
In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn(module) en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt via het internet verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan de richtlijn. Tevens zal een samenvatting worden gemaakt. De voorlichtingsfolder van de NVDV zal worden afgestemd op de richtlijn. Het volledige implementatieplan is opgenomen in de bijlagen per module.
Werkwijze
Agree
Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is. Onderstaand is de methode stapsgewijs beschreven.
Knelpuntenanalyse
In de voorbereidingsfase heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. In deze bijeenkomst zijn knelpunten aangedragen door de werkgroepleden en gemandateerden van verschillende (wetenschappelijke) verenigingen en stakeholders. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar tabel 1.
Uitgangsvragen en uitkomstmaten
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse heeft de werkgroep uitgangsvragen opgesteld. Daarbij inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur
Voor de afzonderlijke uitgangsvragen werd aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen en consultatie van experts. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. Literatuur is geselecteerd op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden onder het kopje Zoekverantwoording bij elke module.
Kwaliteitsbeoordeling individuele studies
Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) tabellen. De gebruikte RoB instrumenten zijn gevalideerde instrumenten die worden aanbevolen door de Cochrane Collaboration: AMSTAR - voor systematische reviews; Cochrane - voor gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek; Newcastle-Ottowa - voor observationeel onderzoek; QUADAS II – voor diagnostisch onderzoek.
Samenvatten van de literatuur
De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn overzichtelijk weergegeven in evidencetabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur. Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review Manager 5.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs (2021)
A) Voor interventievragen (vragen over therapie of screening)
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog
|
|
|
Redelijk
|
|
|
Laag
|
|
|
Zeer laag
|
|
B) Voor vragen over diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode: GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, 2008) en een generieke GRADE-methode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose. In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias).
C) Voor vragen over de waarde van meet- of classificatie-instrumenten (klinimetrie)
Deze instrumenten werden beoordeeld op validiteit, intra- (test-hertest) en inter-beoordelaarsbetrouwbaarheid, responsiviteit (alleen bij meetinstrumenten) en bruikbaarheid in de praktijk. (naar keuze: optie-1 ‘Bij ontbreken van een gouden standaard, werd een beoordeling van de bewijskracht van literatuurconclusies achterwege gelaten.’ Of optie-2 ‘De kracht van het wetenschappelijk bewijs werd bepaald met de generieke GRADE-methode’).
Beoordelen van het niveau van het wetenschappelijke bewijs (oude modules)
Bij de EBRO-methode (Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling) wordt een andere classificatie voor de beoordeling van de kwaliteit van studies aangehouden (van Everdingen, 2004). Hierbij ligt de belangrijkheid van de uitkomstmaten niet van tevoren vast en is er geen vastgelegde procedure voor upgraden en downgraden van bewijs, zoals die bij GRADE geldt.
|
Kwaliteit |
Interventie |
Diagnostisch accuratesse-onderzoek |
Schade/bijwerkingen*, etiologie, prognose |
|
A1 |
Systematische review van ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau |
||
|
A2 |
Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang |
Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad |
Prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten. |
|
B |
Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controleonderzoek, cohortonderzoek) |
|
|
|
C |
Niet-vergelijkend onderzoek |
||
|
D |
Mening van deskundigen |
||
* Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.
Bij het werken volgens de EBRO-methode zijn op basis van de beschikbare literatuur een of meerdere conclusies geformuleerd. Afhankelijk van het aantal onderzoeken en de mate van bewijs is een niveau van bewijskracht toegekend aan de conclusie (van Everdingen, 2004).
|
Niveau |
Conclusie gebaseerd op |
|
1 |
Onderzoek van niveau A1 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2 |
|
2 |
1 onderzoek van niveau A2 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B |
|
3 |
1 onderzoek van niveau B of C |
|
4 |
Mening van deskundigen |
Formuleren van de conclusies
Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in één of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek. De werkgroepleden maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen. De overkoepelende bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overkoepelende conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk. Door gebruik te maken van de Guideline Development Tool werd het Evidence to decision framework conform GRADE methodiek toegepast. Alle werkgroepleden hebben systematisch antwoord gegeven op vragen over de grootte van het effect en grootte van negatieve consequenties, waarden en voorkeuren van de patiënt, kosten en kosteneffectiviteit, beschikbaarheid van voorzieningen, aanvaardbaarheid, en overwegingen voor subgroepen in de patiëntenpopulatie. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.
Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.
Indicatorontwikkeling
Er werden geen indicatoren ontwikkeld voor deze richtlijn.
Kennislacunes
Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling beschreven (zie de bijlagen bij elke module).
Juridische betekenis van richtlijnen
Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Een richtlijn beschrijft wat goede zorg is, ongeacht de financieringsbron (Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvullende verzekering of eigen betaling door de cliënt/patiënt). Opname van een richtlijn in een register betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat de in de richtlijn beschreven zorg verzekerde zorg is. Informatie over kosten zoals beschreven in de richtlijn is gebaseerd op beschikbare gegevens ten tijde van schrijven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, (patiënt) organisaties en stakeholders voorgelegd ter commentaar (zie ook tabel 1). De commentaren zijn verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren is de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter autorisatie.
Zoekverantwoording
Zoekopbrengst
|
Database |
EMBASE |
OVID/Medline |
Ontdubbeld |
|
Systematic Reviews |
10 |
9 |
13 |
|
RCT |
18 |
23 |
39 |
|
Observationele studies |
63 |
70 |
101 |
|
Overig |
206 |
194 |
301 |
|
Netto aantal |
|
|
454 |
Zoekstrategie
Embase.com
Resultaten = 297
Zoektermen
- ('congenital disorders of the skin, skin appendages and subcutaneous tissue'/de OR 'congenital disorder'/de OR 'congenital malformation'/de) AND 'nevus'/exp OR 'congenital nevus'/exp OR 'giant congenital melanocytic nevus'/exp OR (((tierfell OR garment OR giant OR 'blue rubber') NEAR/3 (nevi OR nevus OR naevi OR naevus OR mole OR moles OR birthmark*)):ti,ab,kw) OR ((congenital NEAR/4 (naevi OR nevus OR naevus OR nevi OR mole OR moles OR melanocytic OR birthmark*)):ti,ab,kw)
- 'laser therapy'/exp OR 'yag laser'/exp OR 'carbon dioxide laser'/exp OR 'intense pulsed light therapy'/exp OR 'alexandrite laser'/exp OR 'solid state laser'/exp OR 'gas laser'/exp OR 'acupulse':ti,ab,kw OR 'co2 laser':ti,ab,kw OR 'ds-40u':ti,ab,kw OR 'juvia':ti,ab,kw OR 'lasertronics paragon 50':ti,ab,kw OR 'mosaic co2':ti,ab,kw OR 'opelaser-03 s':ti,ab,kw OR 'pixel perfect':ti,ab,kw OR 'smartxide':ti,ab,kw OR 'um-l30':ti,ab,kw OR 'ultrapulse encore':ti,ab,kw OR 'ultrapulse surgitouch':ti,ab,kw OR 'eco2':ti,ab,kw OR ablati*:ti,ab,kw OR irradiation:ti,ab,kw OR yag:ti,ab,kw OR erbium:ti,ab,kw OR neodymium:ti,ab,kw OR alexandrit*:ti,ab,kw OR 'solid state' OR ultrapuls*:ti,ab,kw OR co2:ti,ab,kw OR 'carbon dioxide':ti,ab,kw OR 'pigment select*':ti,ab,kw OR 'normale mode':ti,ab,kw OR 'q switch*':ti,ab,kw OR qswithc*:ti,ab,kw OR ipl:ti,ab,kw OR 'intense pulsed light*':ti,ab,kw OR 'q switched ruby laser'/exp OR 'q switched neodymium yag laser'/exp OR 'q switched alexandrite laser'/exp OR 'q switched laser'/exp OR 'q switched nd yag laser'/exp OR 'clearscan alx':ti,ab,kw OR ((laser NEAR/6 (treatment OR therap*)):ti,ab,kw)
- #1 AND #2
- #3 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)
Ovid/Medline
Resultaten = 296
Zoektermen
- (exp Nevus/ and exp "Congenital, Hereditary, and Neonatal Diseases and Abnormalities"/) or ((tierfell or garment or giant) adj3 (nevi or nevus or naevi or naevus or mole or moles or birthmark*)).ti,ab,kf. or ((congenital or giant or melanocytic) adj4 (naevi or nevus or naevus or nevi or mole or moles or birthmark*)).ti,ab,kf.
- exp Laser Therapy/ or exp Lasers, Solid-State/ or Lasers, Gas/ or exp Intense Pulsed Light Therapy/ or acupulse.ti,ab,kf. or co2 laser.ti,ab,kf. or ds-40u.ti,ab,kf. or juvia.ti,ab,kf. or lasertronics paragon 50.ti,ab,kf. or mosaic co2.ti,ab,kf. or opelaser-03 s.ti,ab,kf. or pixel perfect.ti,ab,kf. or smartxide.ti,ab,kf. or um-l30.ti,ab,kf. or ultrapulse encore.ti,ab,kf. or ultrapulse surgitouch.ti,ab,kf. or eco2.ti,ab,kf. or ablati*.ti,ab,kf. or irradiation.ti,ab,kf. or yag.ti,ab,kf. or erbium.ti,ab,kf. or neodymium.ti,ab,kf. or alexandrit*.ti,ab,kf. or ultrapuls*.ti,ab,kf. or co2.ti,ab,kf. or carbon dioxide.ti,ab,kf. or pigment select*.ti,ab,kf. or normale mode.ti,ab,kf. or q switch*.ti,ab,kf. or qswithc*.ti,ab,kf. or ipl.ti,ab,kf. or intense pulsed light*.ti,ab,kf. or clearscan alx.ti,ab,kf. or (laser adj6 (treatment or therap*)).ti,ab,kf.
- 1 and 2
- 3 not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) not (letter/ or comment/ or editorial/)


