Strengileus

Initiatief: NVVH Aantal modules: 12

Aandachtspunten voor het herkennen en behandelen van strengileus bij bijzondere groepen

Publicatiedatum: 09-04-2026
Beoordeeld op geldigheid: 09-04-2026

Uitgangsvraag

Wat zijn aandachtspunten bij het herkennen en behandelen van strengileus bij bijzondere groepen (een oudere patiënt, zwangere patiënt, bij kinderen en bij patiënten zonder eerdere abdominale ingrepen)?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  • Wat zijn aandachtspunten bij het herkennen van strengileus bij een oudere patiënt, zwangere patiënt, bij kinderen en bij patiënten zonder eerdere abdominale ingrepen?
  • Hoe dient conservatieve therapie er uit te zien bij een oudere patiënt, zwangere patiënt, bij kinderen en bij patiënten zonder eerdere abdominale ingrepen?

Aanbeveling

Aanbeveling-1

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

  • Maak laagdrempelig gebruik van CT scan met IV contrast (zie module Diagnostiek: Beeldvormende technieken).
  • Overweeg na conservatieve behandeling en twijfel over de etiologie van de ileus laagdrempelig vervolgdiagnostiek in de follow-up.

Oudere patiënt

  • Wees bedacht op atypische ziektepresentatie, bijv. met een delier of val.
  • Betrek laagdrempelig en bij voorkeur bij aanvang van de opname het geriatrisch team (zie richtlijn Chirurgie bij kwetsbare ouderen).
  • Betrek het geriatrisch team ook rondom besluitvorming wel/niet opereren.
  • Opereer de kwetsbare patiënt bij voorkeur tijdig (binnen 72 uur na start behandeling) indien conservatieve therapie faalt.

Zwangere patiënt

  • Wees bedacht op patient delay.
  • Overweeg een echo bij twijfel aan het klinische beeld over het bestaan van ileus, echo heeft geen diagnostische waarde om oorzaak van ileus te achterhalen.
  • Gebruik bij zwangeren geen CT scan voor de herkenning van strengileus.
  • Overweeg MRI bij verdenking op strengileus bij een zwangere patiënt en vooral in het geval van klinische verdenking op ischemie, of er anderszins klinische consequenties zijn. Weeg hierbij de zwangerschapsduur mee. Wees terughoudend met het gebruik van contrastmiddelen voor de diagnose van strengileus bij de zwangere patiënt.

Kinderen

  • Wees bedacht op aspecifieke symptomen (zoals sufheid of juist (ontroostbaar) huilen, minder drinken of spugen) bij de presentatie, vooral bij het jonge kind < 2 jaar. Bij deze patiënten categorie kan het lastig zijn de buik als oorzaak van de klachten te duiden.  
  • Beperk stralenbelasting bij kinderen; een echo, eventueel in combinatie met een contrast foto, is vaak al richting gevend voor een indicatie voor laparoscopie of laparotomie.
  • Ouders / verzorgers dienen in het hele traject actief betrokken en geïnformeerd te worden.
  • Verwijsnaar een kinderchirurgisch centrum afhankelijk van lokale afspraken rondom chirurgische behandeling van kinderen. Daarbij moeten complexiteit, leeftijd van het kind en beschikbaarheid van bekwaam personeel (chirurg, anesthesioloog) meegenomen worden in deze beslissing. 

Aanbeveling-2

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

  • Behandel patiënten zonder abdominale voorgeschiedenis met ileus conform algemene richtlijnen, vaak berust dit ook in deze groep op basis van een streng.

Oudere patiënt

  • Betrek het geriatrisch team rondom besluitvorming wel/niet opereren (zie richtlijn Chirurgie bij kwetsbare ouderen).
  • Opereer de kwetsbare patiënt bij voorkeur tijdig (binnen 72 uur) indien conservatieve therapie faalt.

Zwangere patiënt

Hanteer bij zwangere vrouwen met een strengileus dezelfde termijn voor het falen van conservatieve therapie als bij niet-zwangeren en baseer de beslissing tot operatief ingrijpen primair op de maternale indicatie.

 

Kinderen

  • Verwijs tot de leeftijd van 5 jaar standaard naar een kinderchirurgisch centrum.
  • Verwijs in de leeftijd van 5 tot 18 jaar laagdrempelig naar een kinderchirurgisch centrum indien er sprake is van een complexe kinderchirurgische voorgeschiedenis.
  • Opereer het kind tijdig bij risicofactoren of bij onvoldoende herstel bij conservatieve therapie.
  • Ouders/ verzorgers dienen in het hele traject actief betrokken en geïnformeerd te worden.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

In de volgende paragrafen worden per bijzondere patiëntengroep (ouderen, zwangeren, kinderen en patiënten zonder abdominale voorgeschiedenis) de relevante overwegingen bij diagnose en behandeling van strengileus besproken. Per groep wordt ingegaan op zowel diagnostische overwegingen als (conservatieve) behandeling. Er werd geen literatuur gevonden die direct antwoord geeft op de specifieke deelvraag over de duur van conservatief beleid in deze groepen. Deze module is daarom gebaseerd op expert opinion, aangevuld met inzichten uit relevante (niet-specifieke) literatuur.

 

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

Diagnostiek

Strengileus bij patiënten zonder voorgaande abdominale chirurgie, radiotherapie of bekende peritoneale inflammatoire aandoeningen wordt in de internationale literatuur aangeduid als een strengileus in een 'virgin abdomen' (SBO-VA). Dit betreft ongeveer 5-16% van alle gevallen van strengileus (Amara, 2021). Traditioneel werd aangenomen dat de oorzaak bij deze subgroep vaker een andere pathologie dan adhesies betrof, zoals maligniteiten, interne herniaties of bezoars. Recente studies tonen echter aan dat in 26-100% van de gevallen adhesies toch de oorzaak zijn (Beardsley, 2014; Skoglar, 2018; Strajina, 2019; Tavangari, 2016), wat impliceert dat de behandeling grotendeels conform de aanbeveling voor patiënt met eerdere operatie in de voorgeschiedenis is.

 

CT-scan heeft een centrale rol in de diagnostiek van strengileus en is bij patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen ook van waarde om andere oorzaken van ileus uit te sluiten. Studies over de accuraatheid van CT voor patiënten zonder eerdere ingrepen laten echter relatief lage diagnostische accuraatheid zien (53-76%) (Menzies, 1990; Ng, 2018). Dit lijkt echter deels te worden veroorzaakt doordat relatief veel geïncludeerde patiënten in deze cohorten langer geleden zijn behandeld, in een periode dat de CT-scans technisch van mindere kwaliteit waren dan in de huidige praktijk.

 

Een discussiepunt bij patiënten zonder eerdere abdominale ingrepen is de noodzaak voor aanvullende diagnostiek na succesvolle conservatieve behandeling. In een minderheid van de gevallen betreft de etiologie van ileus in deze groep een maligniteit (4-13%) (Amara, 2021).  Meestal zal dit zichtbaar zijn op een CT-scan maar kleinere tumoren kunnen worden gemist. Bij twijfelgevallen, zonder duidelijke kalibersprong op basis van streng op CT, kan daarom laagdrempelig aanvullende diagnostiek, zoals endoscopie of MRI, worden overwogen.

 

Behandeling

Bij patiënten zonder eerdere abdominale ingreep wordt van oudsher vaker een operatieve behandeling ingezet. Dit gebeurde vanuit de gedachte dat er in deze groep zelden sprake is van een streng, maar van een andere aandoening zoals maligniteit, die operatief ingrijpen behoeft. Zoals besproken onder diagnostiek blijkt uit recente literatuur dat dit niet klopt. Bovendien is met moderne beeldvorming van hoge kwaliteit de kans om een andere oorzaak te missen op CT-scan aanzienlijk kleiner geworden.

 

Wanneer de CT-scan een kalibersprong laat zien, zonder aanwijzingen voor een andere oorzaak kan een strengileus bij patiënten zonder operatieve voorgeschiedenis dus behandeld worden conform algemene adviezen. Dat wil zeggen, conservatieve behandeling met wateroplosbare contrastmiddelen als eerste keus, operatief wanneer daar een (spoed)indicatie voor is, zoals beschreven in modules 2.1 en  2.3.

 

Oudere patiënt

Diagnostiek

Een strengileus komt relatief vaak voor bij ouderen. Ongeveer 10-12% van de 65-plussers die zich op de SEH presenteert met buikpijn krijgt de diagnose strengileus (Bugliosi, 1990; Spangler, 2014). Zowel bij patiënten jonger als ouder dan 65 jaar zijn braken, buikpijn, koorts en pijn in epigastrio vaak voorkomende klachten bij presentatie. Volgens een Italiaanse studie presenteerden 65-plussers zich wel vaker met braken op de SEH (52% versus 35%) (Quero, 2021). Toch moet men bij ouderen altijd beducht zijn op een atypische ziektepresentatie, waardoor de diagnose aanvankelijk gemist kan worden. Zo kan een strengileus zich bij ouderen presenteren met bijvoorbeeld een delier, een syncope, ondertemperatuur in plaats van koorts, en een relatief laag of normaal leucocyten aantal (Ozturk, 2018).

 

Behandeling

Zodra de diagnose strengileus is gesteld, volgt de vraag wat bij ouderen de beste behandeling is: conservatief of operatief. Vanwege het verhoogde risico op postoperatieve complicaties wordt bij voorkeur gestart met een conservatieve benadering. Tegelijkertijd kan het langdurig niet of parenteraal gevoed worden, een aanzienlijke impact hebben op de reserves van de oudere patiënt. Daarom moet per individu  zorgvuldig worden afgewogen wanneer operatieve ingreep toch de voorkeur verdient boven een langdurig conservatief beleid.

 

Twee retrospectieve Amerikaanse studies onderzochten de timing van een operatie bij ouderen met strengileus. In de eerste studie (Hwang, 2023) werden circa 265.000 patiënten van 65 jaar en ouder met een strengileus geïncludeerd, waarvan 9% als ‘frail’ werd geclassificeerd (op basis van een comorbiditeitsschaal). Fraile patiënten moesten langer op een operatie wachten (3,6 versus 2,4 dagen), en uitgestelde chirurgie  (operatie op dag 2, 3 of later) bleek geassocieerd met een hogere kans om te overlijden. De tweede studie (Li, 2024), met bijna 50.000 patiënten van 65 jaar en ouder die een operatie voor een strengileus hadden gehad en waarvan 14% frail was, liet een vergelijkbaar patroon zien: ook hier moesten fraile patiënten langer wachten op een operatie, en uitstel met 2-3 dagen verhoogde de kans op overlijden bij niet-fraile ouderen; bij fraile patiënten was dit effect zichtbaar bij uitstel van 4 dagen of meer. Opvallend was dat bij de jongere patiënten geen relatie werd gevonden tussen de dag van operatie en mortaliteit. Hoewel het om retrospectieve studies gaat, maken de resultaten duidelijk  dat een operatie, wanneer er een indicatie is bestaat, niet uitgesteld moet worden - ongeacht de mate van kwetsbaarheid.

 

Ouderen hebben een hogere kans op complicaties, ziekenhuis sterfte, en een langere opnameduur t.o.v. jongere patiënten met een strengileus (Hwang, 2023; Quero, 2021). Omdat leeftijd weinig differentieert hoe fit een oudere is, wordt ook vaak ingeschat of een patiënt kwetsbaar (frail) is. Een studie onder 80-plussers met strengileus liet zien dat met elke punt stijging in de Clinical Frailty Scale score, zowel de kans op complicaties (HR 1.72; 95% CI 1.29-2.29) als de kans op mortaliteit (HR 1.41; 95%CI 1.17-1.32) steeg (Laterza, 2023). In de richtlijn ‘Chirurgie bij kwetsbare ouderen’ wordt daarom aanbevolen om oudere patiënten die in aanmerking komen voor acute of electieve chirurgie te screenen op kwetsbaarheid en cognitieve stoornissen. De werkgroep neemt deze aanbeveling over, en onderstreept het belang van screening  bij oudere patiënten die zich presenteren met een (verdenking op) strengileus. Wanneer een oudere als mogelijk kwetsbaar wordt geïdentificeerd, dan kan de klinisch geriater of internist-ouderengeneeskunde in consult wordt gevraagd voor een comprehensive geriatric assessment (CGA). Dit draagt bij aan het maken van zowel een weloverwogen behandelkeuze als medebehandeling, met aandacht voor specifieke geriatrische syndromen zoals een delier.

 

Het belang van het vroegtijdig betrekken van het geriatrisch team bij oudere patiënten blijkt ook uit een observationele studie uit Engeland (Oliver, 2018), die het positieve effect van geriatrische co-behandeling bij chirurgische patiënten laat zien. Structurele samenwerking met het geriatrisch team ging gepaard met een 65% lagere 30-dagen en 36% lagere 90-dagen mortaliteit bij patiënten die de eerste 48 uur na acute laparotomie hadden overleefd. Dit was in vergelijking met patiënten die in een ziekenhuis waren opgenomen waar geen structurele samenwerking was.

 

Zwangere patiënt

Diagnostiek

Strengileus tijdens de zwangerschap is zeldzaam, met een geschatte incidente van 1 op 5000 zwangerschappen (Dietrich, 2008). Toch is het belangrijk om alert te zijn op de differentiaal diagnose van strengileus bij zwangere vrouwen met een operatie in de voorgeschiedenis, juist omdat gastro-intestinale klachten zoals hyperemisis gravidarum veelvoorkomend zijn bij zwangeren. Stengileus is de zwangerschap is een potentieel levensbedreigende aandoening voor moeder en kind, met maternale sterfte rond 2% en vroeggeboorte/ foetale sterfte in 10-17% (Ashbrook, 2025; Webster, 2015).

 

Bij zwangere vrouwen wordt het gebruik van CT bij voorkeur vermeden in verband met de stralenbelasting. Alternatieven voor beeldvorming zijn echo en MRI. Met behulp van echo kan de diagnose van strengileus snel en eenvoudig worden bevestigd doordat vaak uitgezette darmlissen zichtbaar zijn (Hefny, 2012). Dit kan bij zwangere vrouwen nuttig zijn gezien de bredere differentiaal diagnose van buikklachten. Echo heeft echter beperkte waarde in het opsporen van complicaties van strengileus, zoals strangulatie en ischemie. MRI is op dat gebied een meer volwaardige vervanger van de CT-scan, beperkte radiologisch ervaring met MRI bij strengileus kan de uitslag echter minder  betrouwbaar maken (Abu-Zidan, 2018).

 

Het gebruik van contrastmiddelen staat bij de zwangere patiënt ter discussie. In de gebruikelijke setting wordt jodiumhoudend oraal contrast toegepast bij strengileus vanwege zowel een therapeutische (laxerende) als diagnostische (follow-up imaging) werking. Jodiumhoudende contrastmiddelen passeren de placenta, maar voor zover bekend lijkt dit niet schadelijk voor de foetus (Richtlijn Veilig gebruik van contrastmiddelen). Bij de zwangere patiënt zijn de voordelen van jodiumhoudend contrast kleiner, omdat follow-up beeldvorming middels buikoverzicht of low-dose CT niet wenslijk is. Voor de laxerende werking kunnen ook andere middelen worden gegeven. Ook wordt geadviseerd terughoudend te zijn met MRI contrast (gadolinium) vanwege potentiële risico’s voor de foetus.

 

Behandeling

Bij zwangere vrouwen is er vaak een neiging om een operatieve behandeling van strengileus te vermijden, en soms langdurig conservatief te behandelen met TPV. Dit lijkt echter niet terecht. Het risico op falen van conservatieve therapie is hoog (Webster, 2015). Een groot Amerikaans cohort van ruim 4.000 zwangeren met strengileus laat zien dat het risico op vroeggeboorte en abortus ruim 2 maal zo hoog is bij een late operatie (23.0%), ten opzichte van een vroege operatie (8.3%); terwijl vroege operatie het risico niet verhoogd ten opzichte van conservatieve therapie. Conform de recente update van de richlijn Niet-obstetrische perioperatieve zorg bij zwangeren lijkt het dus verstandig om de maternale indicatie leidend te laten zijn en dezelfde termijnen voor opknappen van conservatieve therapie te hanteren (Richtlijn Niet-obstetrische perioperatieve zorg bij zwangeren).

 

Kinderen

Diagnostiek
De incidentie van strengileus bij kinderen met een eerdere buikoperatie ligt tussen de 1-12,6 % (Nguyen, 2021). Strengileus bij jonge kinderen wordt gezien na laparatomie / laparascopie vanwege onder andere doorgemaakte gastroschisis, NEC (necrotiserende enterocolitis), meconium ileus en congenitale gastrointestinale afwijkingen zoals intestinale atresie en congenitale hernia diafragmatica (Eeftinck Schattenkerk, 2022). Het risico op dunne darm obstructie is groter bij kinderen met status na postoperatieve infecties, als er eerder een acute interventie was en als er sprake is geweest van een stoma.

 

Kinderen die in een spoedsetting in het ziekenhuis komen, worden meestal eerst door de kinderarts of soms de SEH-arts gezien. Indien er enige verdenking is op een chirurgische probleem, zal hierbij de (kinder)chirurg betrokken worden. Bij jonge kinderen (baby’s en peuters) kan de presentatie van een ileus aspecifiek zijn. Er kunnen algemene symptomen zijn, zoals sufheid of juist (ontroostbaar) huilen, minder drinken of spugen. Bij deze patiënten categorie kan het lastig zijn de buik als oorzaak van de klachten te duiden. Meer specifieke symptomen zijn braken, buikpijn, abdominale distensie (pediatric small bowel obstruction, 2024.) Van belang is dat het kind benaderd wordt op een leeftijdsadequate manier, om angst en afweer reacties te voorkomen, hetgeen de beoordeling bemoeilijkt.

 

Naast een algemeen lichamelijk onderzoek, met specifiek aandacht voor het abdomen, waarbij gelet wordt op littekens van eerdere operaties,  worden de voorgeschiedenis (buikoperatie), voedingsintake, defecatie, medicatie gebruik, groei en ontwikkeling uitgevraagd.

 

Bij een kind met klinische verdenking (streng)ileus wordt in eerste instantie een echo abdomen gemaakt om de stralingsbelasting van een CT scan zoveel mogelijk te beperken. In handen van een ervaren (kinder)radioloog geeft dit een duidelijk beeld van eventuele afwijkingen, zeker bij deze vaak echogenieke patiënten met een slanke buikwand. Daarnaast is er een rol voor een röntgen opnames, al dan niet met contrast, om de gasverdeling (uitgezette darmlissen of juist te weinig gas intestinaal) om een indruk te krijgen van een bestaande darmobstructie (Johnson, 2020). Echter, een buikfoto geeft geen informatie over de oorzaak, de ernst of eventuele complicaties van de obstructie; hierin is een CT scan superieur. Een CT scan heeft een hoge sensitiviteit, specificiteit en accuraatheid in kinderen ouder dan 2 jaar, waarbij een goed beeld van de (mate) van obstructie wordt verkregen. (pediatric imaging, 2012) .

Bij het vermoeden van een ileus zonder eerdere buikoperaties, zullen ook andere diagnoses overwogen moeten worden, onder andere invaginatie, volvulus en andere congenitale gastro-intestinale afwijkingen (bijv. een persisterende ductus omphalo-entericus of een duplicatuur).

 

Behandeling
Bij vermoeden van een strengileus werkt de kinderarts samen met de (kinder)chirurg die in het eigen centrum het eerste aanspreekpunt is voor kinderen. Afhankelijk van de lokale afspraken over behandeling van kinderchirurgische problemen, zal beslist worden of het kind overgeplaatst moet worden naar een kinderchirurgisch centrum. Hierover zijn lokaal afspraken gemaakt. Hierbij is het essentieel dat het kind continu bewaakt en gestabiliseerd wordt, waarbij de kinderarts zorg draagt voor bewaking van de vitale parameters, pijnstilling en aanvullende maatregelingen, bijvoorbeeld een (afhangende) maagsonde, infuus en andere benodigde medicatie.

 

Bij kinderen onder de 5 jaar met een strengileus is een verwijzing naar een kinderchirurgisch centrum noodzakelijk vanwege de specifieke expertise en aanwezigheid van multidisciplinair bekwaam personeel en resources. Tussen 5 en 18 kan afhankelijk van de lokale expertise en complexiteit van de casuistiek gekozen worden om de behandeling voort te zetten in het ziekenhuis van binnenkomst. Laagdrempelig overleg met een kinderchirurgisch centrum wordt aanbevolen. Tot aan eventuele overplaatsing draagt de kinderarts zorg voor continue bewaking en stabilisatie van het kind, inclusief bewaking van vitale parameters, pijnstilling en ondersteunende maatregelen zoals een (afhangende) maagsonde, infuus en andere benodigde medicatie.

 

In tegenstelling tot volwassenen kan bij kinderen geen vaste termijn voor conservatieve therapie worden aanbevolen. De beslissing om conservatief of operatief te behandelen hangt af van factoren zoals complexiteit, voorgeschiedenis, leeftijd en de beschikbaarheid van ervaren specialisten. In de praktijk wordt bij kinderen sneller tot laparoscopie overgegaan, mede vanwege het risico op aangeboren afwijkingen en een midgut volvulus. Conservatief beleid kan in sommige gevallen worden geprobeerd, maar dit dient altijd zorgvuldig te worden afgewogen tegen de risico’s van uitstel van chirurgie. Het betrekken en informeren van ouders of verzorgers is daarbij cruciaal, zodat keuzes en mogelijke consequenties goed worden begrepen en gedragen.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Patiënten dienen helder geïnformeerd te worden over de behandelopties, zodat zij samen met hun zorgverlener een weloverwogen beslissing kunnen nemen, waarbij de wens en voorkeur van de patiënt een belangrijke rol spelen.

 

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

Bij patiënten zonder eerdere abdominale voorgeschiedenis wordt strengileus vaak slechter onderkend, omdat verklevingen weinig voorkomen bij mensen die niet eerder zijn geopereerd. Na conservatieve behandeling blijft soms onzekerheid bestaan of de obstructie echt door verklevingen werden veroorzaakt, en is er vaak behoefte aan aanvulleden follow-up of diagnostiek om andere aandoeningen die tot obstructie kunnen leiden zoals een tumor uit te sluiten. Voor zover bekend zijn er geen specifieke behandelvoorkeuren vanuit het patiëntenperspectief beschreven voor deze groep zonder eerdere abdominale ingrepen.

 

Oudere patiënt

Bij het behandelen en begeleiden van oudere patiënten met een strengileus is het van belang om de behandeldoelen en of voorkeuren van de oudere na te vragen. Ouderen kunnen bijvoorbeeld het behoud van hun zelfstandigheid veel belangrijker vinden dan nog zo oud mogelijk worden. In een multidisciplinair overleg dienen de behandeldoelen van de patiënt dan ook meegenomen te worden, zie ook hoofdstuk 4 ‘Besluitvorming rondom chirurgie bij kwetsbare ouderen van de richtlijn Chirurgie bij kwetsbare ouderen.   

 

Zwangere patiënt

In het algemeen worden diagnoses bij zwangeren later gesteld omdat de zwangere in eerste instantie bij alle klachten denkt ‘dat het wel door de zwangerschap zal komen’. Voor zorgverleners is het dus van belang om deze relatieve patient-delay in acht te nemen in het diagnostisch proces.

 

Bij de behandeling en begeleiding van zwangere patiënten speelt altijd het potentiële effect ervan op de foetus een rol. Terwijl voor de zwangere en haar partner vaak het belang van de foetus heel zwaar weegt is het voor het behandelteam cruciaal de soms conflicterende belangen van de zwangere en de foetus af te wegen. Specifiek bij strengileus lijken de belangen overigens redelijk in overeenstemming omdat inadequate diagnostiek van de zwangere (met de daaruit voorvloeiende complicaties omdat de strengileus niet wordt herkend) ook tot een slechtere uitkomst voor de foetus leidt.

 

Kinderen

De benadering en manier van communicatie hangt af van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind (Hallman, 2020). Ouders en verzorgers zijn onmisbaar bij de zorg voor het zieke kind. Naast het voorzien van informatie voor de anamnese en medische voorgeschiedenis van het ver kind, zorgt hun nabijheid voor een veiligere en vertrouwde situatie voor het kind. Een duidelijke communicatie met het continu op de hoogte houden van de situatie, leidt tot meer begrip en support tijdens een voor ouders ingrijpende situatie.

 

Kostenaspecten

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

Er is geen verschil in diagnostiek of kosten bij patiënten zonder eerdere abdominale ingreep, in vergelijking met andere patiënten met strengileus. Wel vind in de follow-up op indicatie aanvullende diagnostiek plaats zoals een colonoscopie.

 

Oudere patiënt

Er is geen verschil in diagnostiek of kosten bij ouderen ten opzichte van jongere patiënten met een strengileus. Het betrekken van het geriatrisch team bij kwetsbare ouderen zou in theorie kunnen resulteren in een kortere ligduur en een reductie in de daarmee gepaard gaande kosten, hier is echter geen onderzoek naar verricht.

 

Zwangere patiënt

Bij zwangere patiënten wordt, vanwege contra-indiceatie voor CT, relatief vaker gekozen voor een MRI, wat leidt to hogere kosten. Gezien de lage incidentie van zwangeren met verdenking op een strengileus, zijn deze extra kosten maatschappelijk gezien niet relevant.

 

Kinderen

Bij kinderen speelt kostenoverweging een ondergeschikte rol in de keuze voor diagnostiek of behandeling. Vanwege het vermijden van stralingsbelasting wordt vaak gekozen voor MRI in plaats van CT, wat gepaard gaat met hogere kosten. Gezien het lage aantal kinderen met een (verdenking op) strengileus zijn deze meerkosten maatschappelijk niet relevant.  

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

Vanwege de zeldzaamheid van strengileus bij patiënten zonder eerdere operatie, is er bij deze groep sowieso reeds een verhoogd risico op het missen of vertraagd stellen van de diagnose. Dit risico wordt versterkt bij patiënten taalbarrières die hun symptomen niet goed kunnen uiten.

 

Oudere patiënt

Elke ziekenhuisopname vanwege een strengileus zal bij ouderen gepaard gaan met functionele achteruitgang. Door deze functionele achteruitgang kan revalidatie nodig zijn. Revalidatie kan intern plaatsvinden via geriatrische revalidatie zorg die vergoed wordt. Revalidatie kan ook plaatsvinden vanuit de eigen woning bijvoorbeeld door naar de fysiotherapeut te gaan. In dat geval is het van belang om te weten of een patiënt fysiotherapie vergoed krijgt. Of dat de patiënt de kosten voor fysiotherapie zelf moet betalen, en of dat financieel haalbaar is. Wanneer een patiënt geen financiële draagkracht heeft om zelf fysiotherapie te betalen, dan zou de fysiotherapeut in het ziekenhuis een bijvoorbeeld een oefenplan kunnen opstellen en meegeven aan de patiënt.

 

Zwangere patiënt

Voor wat betreft het herkennen van strengileus vormen zwangere vrouwen geen aparte groep in termen van gelijkheid / health equity. Het is echter belangrijk om te beseffen dat zwangere vrouwen, los van het herkennen van strengileus, een verhoogd risico lopen op sociale problemen als huiselijk geweld en beperking in toegang tot zorg, wat hun gezondheid en zorgervaring kan beïnvloeden.

 

Kinderen

Bij de diagnostiek en behandeling van strengileus bij kinderen speelt gelijkheid/ health equity geen rol van betekenis.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid & Duurzaamheid

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen en oudere patiënt

Bij herkenning zijn er geen aandachtspunten met betrekking tot ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid. Conform de algemene patiëntengroep is het verbruik van (wegwerp)materialen en energie hoger bij operatieve behandeling, dan conservatieve behandeling.

 

Zwangere patiënt

Bij de zwangere speelt de MRI een relatief grotere rol in de herkenning van de strengileus. Wat betreft duurzaamheid gelden daarmee de algemene verschillen tussen de CT en de MRI: voordeel van de MRI is dat er geen jodium houdende contrastmiddelen worden gebruikt, nadeel is de langere scantijd en de hogere energie belasting van MRI in vergelijking met de CT scan.

 

Kinderen

Bij kinderen wordt in de diagnostiek vaak gebruik gemaakt van echo in plaats van CT. Echo verbruikt minder energie en geen straling en is hiermee duurzamer dan een CT.  Bij kinderen lijkt de diagnostische accuratesse van echografie hoger dan bij volwassenen en is er geen verschil aantoonbaar tussen echografie, CT of MRI wat betreft diagnostische waarde (Lahaye 2015). 

 

Haalbaarheid

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

Er zijn geen aandachtspunten met betrekking tot haalbaarheid bij deze groep te verwachten.

 

Oudere patiënt

Het advies om oudere patiënten met een acute chirurgische diagnose te screenen op kwetsbaarheid is conform de richtlijn Chirurgie bij kwetsbare ouderen. In elk ziekenhuis in Nederland is een geriater of internist-ouderengeneeskunde aanwezig. De menskracht kan echter wel verschillen. Het advies is om in het eigen ziekenhuis afspraken te maken met het geriatrisch team over screening en (structurele) samenwerking bij de oudere patiënten. Ook kunnen lokale afspraken gemaakt worden of een patiënt die conservatieve behandeling krijgt voor een strengileus bijvoorbeeld bij de chirurg of bij de geriatrie wordt opgenomen.

 

Zwangere patiënt

CT is bij verdenking op strengileus in de algemene populatie de standaardzorg en breed geaccepteerd. De ervaring met MRI voor deze indicatie is daardoor beperkter en de benodigde expertise is niet in ieder ziekenhuis beschikbaar. Ook kan de beschikbaarheid van personeel dat bekwaam is in het verrichten en beoordelen van MRI, met name buiten kantoortijden en in het weekend, organisatorische consequenties hebben. Wanneer lokaal onvoldoende expertise aanwezig is, kan overleg met een centrum met relevante ervaring met MRI van het abdomen bij zwangeren worden overwogen.

 

Kinderen

Er zijn lokale verschillen in wat er in een ziekenhuis door de kinderarts in samenwerking met de chirurg gedaan wordt, waarbij de volgende factoren van belang zijn: het klinische beeld, de leeftijd van de patiënt, eventuele operatie indicatie en de beschikbaarheid van een chirurg met kindergeneeskundige expertise danwel een kinderchirurg. Als hieraan niet voldaan wordt of bij twijfel, zal het kind laagdrempelig naar een academisch of kinderchirurgisch centrum worden overgeplaatst

 

Wat betreft verwijs- en zorgpaden: de beschikbaarheid van plekken vormt doorgaans geen belemmering voor het herkennen van strengileus bij kinderen. Indien er sprake is van een acuut kind-chirurgisch probleem, maar er geen kinderchirurg aanwezig is, of wanneer er geen anesthesist beschikbaar is in het weekend, wordt de zorg afgestemd op lokale afspraken en beschikbare voorzieningen. Oudere kinderen kunnen soms behandeld worden door een chirurg in een perifeer centrum, terwijl jongere kinderen altijd verwezen dienen te worden naar gespecialiseerde centra. Zorg voor kinderen rondom de ingreep kan haalbaar zijn, maar het is essentieel dat de beschikbare zorgcapaciteit en expertise in acht worden genomen om te zorgen voor een veilige en adequate behandeling.

 

Rationale van aanbeveling-1: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

Bij patiënten zonder een abdominale voorgeschiedenis kan het gebruik van CT met IV contrast laagdrempelig worden ingezet voor diagnostiek, zoals beschreven in module 1. Deze patiënten worden vaak behandeld op basis van de algemene richtlijnen voor ileus, waarbij strengileus ook vaak de oorzaak is. Na een conservatieve behandeling dient vervolgdiagnostiek laagdrempelig plaats te vinden in de follow-up, om tijdig potentiele andere onderliggende aandoeningen te identificeren.

 

Oudere patiënt

Bij ouderen is het belangrijk om alert te zijn op atypische symptomen, zoals een delier of val, die kunnen wijzen op een strengileus. Het vroegtijdig betrekken van het geriatrisch team bij opname kan de zorg optimaliseren, zoals aanbevolen in de richtlijn Chirurgie bij kwetsbare ouderen.

 

Zwangere patiënt

Zwangere patiënten kunnen vertraagd reageren op symptomen, wat een verhoogd risico op diagnosevertraging met zich meebrengt. Bij twijfel over het klinische beeld kan een echo nuttig zijn, al biedt deze geen diagnostische waarde voor het achterhalen van de oorzaak van ileus. Vanwege de risico’s van straling wordt CT vermeden. MRI is de voorkeur bij het beoordelen van de anatomische situatie en het uitsluiten van ischemie. Bij zwangere patiënten moet ook terughoudendheid worden betracht bij het gebruik van contrastmiddelen.

 

Kinderen

Bij jonge kinderen, vooral onder de 2 jaar, kunnen de symptomen van strengileus aspecifiek zijn, wat het herkennen bemoeilijkt. Om stralingsbelasting te beperken, kan een echo, eventueel gecombineerd met een contrastfoto, voldoende richting geven voor verdere behandeling, zoals laparoscopie of laparotomie. Ouders of verzorgers dienen gedurende het gehele proces goed geïnformeerd en actief betrokken te worden. Bij twijfel of complexiteit wordt een verwijzing naar een gespecialiseerd kindergeneeskundig centrum aangeraden.

 

Rationale van aanbeveling-2: weging van argumenten voor en tegen de interventies

 

Patiënt zonder eerdere abdominale ingrepen

Bij patiënten met een adhesieve ileus zonder eerdere abdominale chirurgie kan een conservatieve benadering overwogen worden in afwezigheid van alarmerende klinische of radiologische tekenen. Een proefperiode van conservatief beleid tot 72 uur kan veilig zijn, mits onder strikte klinische observatie. Besluitvorming dient individueel te gebeuren, rekening houdend met patiëntspecifieke factoren en klinische bevindingen.

 

Oudere patiënt

Het betrekken van het geriatrisch team bij de besluitvorming over wel of niet opereren draagt bij aan een behandeling die aansluit bij de kwetsbaarheid, wensen en mogelijkheden van de oudere patiënt. Wanneer een conservatieve behandeling niet effectief is, verkleint een tijdige operatie, bij voorkeur binnen 72 uur, het risico op complicaties en verbetert dit de kans op herstel.

 

Zwangere patiënt

Langdurig conservatief beleid bij zwangeren met strengileus leidt tot hogere risico’s. Een groot cohortonderzoek toont aan dat een late operatie ruim tweemaal zoveel kans geeft op vroeggeboorte en abortus vergeleken met vroege operatie, terwijl vroege operatie niet risicovoller is dan conservatieve therapie. Conform de richtlijn Niet-obstetrische perioperatieve zorg bij zwangeren verdient het daarom aanbeveling de maternale indicatie leidend te laten zijn.

 

Kinderen

Bij kinderen met een strengileus dient standaard een kinderchirurgisch centrum betrokken te worden, gezien de benodigde expertise en multidisciplinaire zorg. Een vaste termijn voor conservatieve therapie kan niet worden gegeven; de keuze voor conservatief of operatief beleid hangt af van complexiteit, voorgeschiedenis, leeftijd en de beschikbaarheid van ervaren specialisten. Ouders of verzorgers moeten in het hele traject actief worden betrokken en geïnformeerd.

Onderbouwing

Timely recognition and appropriate treatment of Adhesive Small Bowel Obstruction (ASBO) are crucial to prevent clinical deterioration and ensure optimal outcomes. While general management principles are well established, certain patient groups - those with no abdominal surgical history, older people, pregnant individuals, and children - require a tailored approach.

 

These populations may present with atypical symptoms or pose diagnostic challenges, but also may be less readily recognized as being at risk for ASBO, potentially leading to diagnostic delay and treatment. For instance, physiological changes in pregnancy or age-related factors in elderly can obscure signs of ASBO, while in children and patients with no previous abdominal surgery, the diagnosis may be overlooked or not initially considered.

 

Conservative management is the standard initial approach for ASBO in the general population, as outlined in the corresponding module 2.1, and this strategy equally applies to these specific patient groups. However, questions remain regarding the optimal duration of conservative treatment in these populations.

 

This module outlines diagnostic and therapeutic considerations for these specific patient groups, with particular attention to the effectiveness and safety of conservative trail treatment of less than 72 hours compared with treatment duration of 72 hours or more.

No studies were included in the analysis of the literature.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What is the effectiveness and safety of conservative trial treatment for duration of <72 hours compared with conservative trial treatment for duration of ≥72 hours for patients (children, older adults and pregnant women) with SBO?)

 

Table 1. PICO

Patients

Children, older adults, pregnant women and patients with virgin abdomen with ASBO

Intervention

Conservative trial treatment with a duration of <72 hours

Control

Conservative trial treatment with a duration of ≥72 hours

Outcomes

Complications (premature birth, delirium), length of stay, need for surgery, return of bowel function, nutritional status, mortality, ICU admission, functional status (for older adults)

Other selection criteria

Study design: systematic reviews and randomized controlled trials

Relevant outcome measures

The guideline panel considered mortality and complications as a critical outcome measure for decision making; and length of stay, need for surgery, return of bowel function, nutritional status, ICU admission, and functional status as important outcome measures for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined [fill in thresholds] as a minimal clinically (patient) important differences:

  • Complications: 25%: RR <0.8 or >1.25
  • Length of stay: 1 day
  • Need for surgery: 25%: RR <0.8 or >1.25
  • Return of bowel function: 1 day
  • Nutritional status: 1 day
  • Patient satisfaction: 20%
  • Mortality: 10%
  • ICU admission: 10%
  • Functional status: 25%: RR <0.8 or >1.25

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from 2005 to 30th of May 2025 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from three primary search concepts: (1) small bowel obstruction; (2) conservative treatment; (3) ouderen OF zwangeren OF kinderen. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 874 records were imported for title/abstract screening. Initially, 106 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 106 studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and no studies were included.

  1. Abu-Zidan FM, Abdel-Kader S, Abusharia MI, Mousa H. Role of magnetic resonance imaging in the management of intestinal obstruction during the first trimester of pregnancy. ANZ J Surg. 2018 Sep;88(9):E683-E684. doi: 10.1111/ans.13655. Epub 2016 Jun 1. PMID: 27246962.
  2. Amara Y, Leppaniemi A, Catena F, Ansaloni L, Sugrue M, Fraga GP, Coccolini F, Biffl WL, Peitzman AB, Kluger Y, Sartelli M, Moore EE, Di Saverio S, Darwish E, Endo C, van Goor H, Ten Broek RP. Diagnosis and management of small bowel obstruction in virgin abdomen: a WSES position paper. World J Emerg Surg. 2021 Jul 3;16(1):36. doi: 10.1186/s13017-021-00379-8. PMID: 34217331; PMCID: PMC8254282.
  3. Ashbrook MJ, Cheng V, Longo E, Kohrman N, Matsuo K, Martin MJ, Inaba K, Matsushima K. Management of adhesive small bowel obstruction during pregnancy in the United States. J Trauma Acute Care Surg. 2025 Jan 30. doi: 10.1097/TA.0000000000004518. Epub ahead of print. PMID: 39882968.
  4. Beardsley C, Furtado R, Mosse C, Gananadha S, Fergusson J, Jeans P, Beenen E. Small bowel obstruction in the virgin abdomen: the need for a mandatory laparotomy explored. Am J Surg. 2014 Aug;208(2):243-8. doi: 10.1016/j.amjsurg.2013.09.034. Epub 2014 Jan 23. PMID: 24565365.
  5. Bugliosi TF, Meloy TD, Vukov LF. Acute abdominal pain in the elderly. Ann Emerg Med. 1990 Dec;19(12):1383-6. doi: 10.1016/s0196-0644(05)82602-2. PMID: 2240749.
  6. Dietrich CS 3rd, Hill CC, Hueman M. Surgical diseases presenting in pregnancy. Surg Clin North Am. 2008 Apr;88(2):403-19, vii-viii. doi: 10.1016/j.suc.2007.12.003. PMID: 18381120.
  7. Eeftinck Schattenkerk LD, Musters GD, Hamming G, de Jonge WJ, van Heurn LE, Derikx JP. Adhesive small bowel obstruction following abdominal surgery in young children (≤ 3 years): A retrospective analysis of incidence and risk factors using multivariate cox regression. J Pediatr Surg. 2022 Sep;57(9):55-60. doi: 10.1016/j.jpedsurg.2021.12.029. Epub 2022 Jan 21. PMID: 35115170.
  8. Hallman ML, Bellury LM. Communication in Pediatric Critical Care Units: A Review of the Literature. Crit Care Nurse. 2020 Apr 1;40(2):e1-e15. doi: 10.4037/ccn2020751. PMID: 32236438.
  9. Hefny AF, Corr P, Abu-Zidan FM. The role of ultrasound in the management of intestinal obstruction. J Emerg Trauma Shock. 2012 Jan;5(1):84-6. doi: 10.4103/0974- 2700.93109. PMID: 22416163; PMCID: PMC3299163.
  10. Hwang F, Crandall M, Smith A, Parry N, Liepert AE. Small bowel obstruction in older patients: challenges in surgical management. Surg Endosc. 2023 Jan;37(1):638-644. doi: 10.1007/s00464-022-09428-y. Epub 2022 Aug 2. PMID: 35918548.
  11. Johnson BL, Campagna GA, Hyak JM, Vogel AM, Fallon SC, Shah SR, Brandt ML, Naik- Mathuria BJ. The significance of abdominal radiographs with paucity of gas in pediatric adhesive small bowel obstruction. Am J Surg. 2020 Jul;220(1):208-213. doi: 10.1016/j.amjsurg.2019.10.035. Epub 2019 Oct 29. PMID: 31703836.
  12. Laterza V, Covino M, Schena CA, Russo A, Salini S, Polla DD, de'Angelis N, Quero G, Tondolo V, La Greca A, Merra G, Sganga G, Gasbarrini A, Franceschi F, Landi F, Alfieri S, Rosa F. The Clinical Frailty Scale (CFS) as an Independent Prognostic Factor for Patients ≥80 Years with Small Bowel Obstruction (SBO). J Gastrointest Surg. 2023 Oct;27(10):2177-2186. doi: 10.1007/s11605-023-05820-8. Epub 2023 Sep 6. PMID: 37674098; PMCID: PMC10579164.
  13. Menzies D, Ellis H. Intestinal obstruction from adhesions--how big is the problem? Ann R Coll Surg Engl. 1990 Jan;72(1):60-3. PMID: 2301905; PMCID: PMC2499092.
  14. Ng YY, Ngu JC, Wong AS. Small bowel obstruction in the virgin abdomen: time to challenge surgical dogma with evidence. ANZ J Surg. 2018 Jan;88(1-2):91-94. doi: 10.1111/ans.13714. Epub 2016 Aug 25. PMID: 27561369.
  15. Nguyen ATM, Holland AJA. Paediatric adhesive bowel obstruction: a systematic review. Pediatr Surg Int. 2021 Jun;37(6):755-763. doi: 10.1007/s00383-021-04867-5. Epub 2021 Apr 19. PMID: 33876300.
  16. Oliver CM, Bassett MG, Poulton TE, Anderson ID, Murray DM, Grocott MP, Moonesinghe SR; National Emergency Laparotomy Audit collaborators. Organisational factors and mortality after an emergency laparotomy: multilevel analysis of 39 903 National Emergency Laparotomy Audit patients. Br J Anaesth. 2018 Dec;121(6):1346-1356. doi: 10.1016/j.bja.2018.07.040. Epub 2018 Oct 3. PMID: 30442263.
  17. Ozturk E, van Iersel M, Stommel MM, Schoon Y, Ten Broek RR, van Goor H. Small bowel obstruction in the elderly: a plea for comprehensive acute geriatric care. World J Emerg Surg. 2018 Oct 20;13:48. doi: 10.1186/s13017-018-0208-z. PMID: 30377439; PMCID: PMC6196030.
  18. Quero G, Covino M, Laterza V, Fiorillo C, Rosa F, Menghi R, Fransvea P, Cozza V, Sganga G, Franceschi F, Alfieri S. Adhesive small bowel obstruction in elderly patients: a single- center analysis of treatment strategies and clinical outcomes. Scand J Gastroenterol. 2021 Jul;56(7):784-790. doi: 10.1080/00365521.2021.1921256. Epub 2021 May 7. PMID: 33961523.
  19. Skoglar A, Gunnarsson U, Falk P. Band adhesions not related to previous abdominal surgery - A retrospective cohort analysis of risk factors. Ann Med Surg (Lond). 2018 Nov 13;36:185-190. doi: 10.1016/j.amsu.2018.11.007. PMID: 30505438; PMCID: PMC6249350.
  20. Spangler R, Van Pham T, Khoujah D, Martinez JP. Abdominal emergencies in the geriatric patient. Int J Emerg Med. 2014 Oct 21;7:43. doi: 10.1186/s12245-014-0043-2. PMID: 25635203; PMCID: PMC4306086.
  21. Strajina V, Kim BD, Zielinski MD. Small bowel obstruction in a virgin abdomen. Am J Surg. 2019 Sep;218(3):521-526. doi: 10.1016/j.amjsurg.2019.02.011. Epub 2019 Feb 12. PMID: 30885455.
  22. Tavangari FR, Batech M, Collins JC, Tejirian T. Small Bowel Obstructions in a Virgin Abdomen: Is an Operation Mandatory? Am Surg. 2016 Oct;82(10):1038-1042. PMID: 27780001.
  23. Webster PJ, Bailey MA, Wilson J, Burke DA. Small bowel obstruction in pregnancy is a complex surgical problem with a high risk of fetal loss. Ann R Coll Surg Engl. 2015 Jul;97(5):339-44. doi: 10.1308/003588415X14181254789844. PMID: 26264083; PMCID: PMC5096576.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 09-04-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 09-04-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging van Diëtisten
  • Stichting Darmkanker

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS)

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met schouderinstabiliteit.

 

Werkgroep richtlijn strengileus

  • dr. R.P.G. (Richard) ten Broek, chirurg Radboud UMC, NVvH – voorzitter richtlijnwerkgroep
  • dr. C. (Caroline) Andeweg, chirurg St. Jansdal Harderwijk, NVvH
  • Prof. dr. M. (Marja) Boermeester, chirurg Amsterdam UMC, NVvH
  • Dhr. dr. F.T.J. (Floris) Ferenschild, chirurg Radboud UMC, NVvH
  • dr. H.A. (Harmke) Polinder-Bos, klinisch geriater Erasmus MC, NVKG
  • Mevr. E. (Elif) Kilicoglu, diëtist, CWZ Nijmegen, NVD
  • Mevr. drs. M.W. (Wiesje) Prins, radioloog Maasziekenhuis, NVvR
  • drs. T.W.N. (Thomas) van den Goorbergh, spoedeisende hulp, St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, NVSHA
  • Mevr. S. (Silvie) Dronkers, ervaringsdeskundige en patiëntvertegenwoordiger Stichting Darmkanker Nederland † (in herinnering)

Klankbordgroep richtlijn strengileus

  • dr. A. (Sander) van der Beek, internist Ziekenhuis Rivierenland, NIV
  • dr. C. (Cor) de Kroon, gynaecoloog LUMC, NVOG
  • Mevr. S.D.M. (Sabine) Theuns-Valks, kinderarts Albert Schweitzer Ziekenhuis, NVK

Met ondersteuning van

  • dr. L.M. (Lisette) van Leeuwen, adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. E.R.L. (Evie) Verweg, junior adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Neven-werkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Werkgroepleden

Richard Ten Broek

Chirurg, Post-doctoraal onderzoeker bij Radboud UMC afdeling heelkunde (betaald)

 

Redacteur Wetenschap bij Nederlaqnd Tijdschrift voor Geneeskunde (betaald)
Gastdocent statistiek Neyenrode Business University (betaald)
Docent cursorisch onderwijs voor AIOS heelkunde (CASH 1.4) bij Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (betaald)

 

geen

 

geen

 

*Radboud Oncologie fonds: MISTIC studie naar gebruik MRI en cineMRI om coloncarcinomen beter te stadiëren
ZonMW: Veni beurs waaruit PainPad en PainTrac studies

*ZonMw/KCE, BENEFIT beurs voor onderzoek naar preventie van recidief ileus, rol als projectleider.

Speaker and/ or instructor on congres symposia, workshops and courses that have been sponsored by industry: Baxter and PolyMedics Innovations. Courses related to epidemiology, diagnosis and treatment of adhesions, no specific products have been discussed or promoted.

 

geen

 

19-1-2024

 

Geen

Floris Ferenschild

 

Kinder- en gastro-intestinaal chirurg Radboudumc

Chirurg: betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-1-2025

 

Silvie Dronkers

(Overleden 18-12-2025)

Coördinator Patiëntenparticipatie en Belangenbehartiging
Stichting Darmkanker Nederland
Onbetaald

Voorzitter Wooninitiatief Noorderzon
Onbetaald

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24-11-2023

Geen

Harmke Polinder-Bos

Klinisch geriater, Erasmus MC

 

Geen

Geen

Geen

COOP studie, financiering van ZonMW, lange termijn uitkomsten na COVID bij ouderen.

ZonMW: Klinische fellow beurs voor de GRISAILLE study. Intregrating Intrinsic capacity in clinical practice. Studie waarin ik een Intrinsic capacity score ontwikkel en deze toepas in oudere patienten die een intensieve behandeling krijgen zoals een operatie.

Behoudens dat de inhoud raakt aan mijn expertise in klinisch werk en onderzoek geen belangen.

Geen

1-12-2023

Geen

Thomas van den Goorbergh

Arts in opleiding tot spoedeisende hulp arts in het St Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein.

Instructor Advanced Life Support bij QTtime in Nieuwegein, betaald
Werkzaamheden: Cursisten onderwijzen en begeleiden tijdens 2-daagse cursussen gericht op specialistische reanimatie van patiënten. Betaald.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

8-12-2023

Geen

Elif Kilicoglu

Diëtist in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ)

Geen

Geen

Geen

 

Geen

Geen

Geen

30-12-2023

Geen

Wiesje Prins-van Uden

Radioloog, Maasziekenhuis Pantein

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-1-2024

Geen

Marja Boermeester

Amsterdam UMC
Afdeling Chirurgie

 

Medisch Ethische Commissie, Amsterdam UMC, locatie AMC
Antibiotica Commissie, Amsterdam UMC
Medische expertises (Intermedes)

Geen

Geen

Johnson&Johnson (voorkomen wondinfecties); 3M (voorkomen wondinfecties); New Compliance; Ipsen; ZonMW  TelaBio (outcome hernia repair)
Alle door de industrie gefinancierde studies en adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn. 

 

Speaker and/or instructor for J&J/Ethicon, 3M, BD, Gore, TelaBio, Medtronic, GD Medical, Smith&Nephew, Molnlycke, Angiodynamics. Voorzitter van diverse andere richtlijncommissies bij Kennisinstituut/FMS. Alle adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn.
Ik maak me sterk voor een 100% evidence-based benadering van maken van aanbevelingen, volledig transparant en reproduceerbaar. Dat is mijn enige belang in deze; geen persoonlijk gewin.

Geen

14-1-2024

Geen

Caroline Andeweg

 

 

 

Werkzaam als chirurg in St Jansdal ziekenhuis in Hardewijk

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

25-3-2024

Geen

Klankbordgroepleden

Cor de Kroon

LUMC, gynaecoloog

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

15-12-2023

Geen

Sabine Theuns-Valks

Kinderarts-maag darm leverziekten
Albert Schweitzer Ziekenhuis (32,5 u per week)
Betaald

Kinderarts bij Seys centra locatie Zwijndrecht (2,5 u per week)
Betaald (detachering vanuit ziekenhuis)

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9-1-2024

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker voor de knelpunteninventarisatie. Daarnaast nam een patiëntvertegenwoordiger van Stichting Darmkanker deel aan de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

 

De kwalitatieve raming volgt na de commentaarfase

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Aandachtspunten voor het herkennen en behandelen van strengileus bij bijzondere groepen

geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven.  

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling van deze richtlijn is hieronder weergegeven.

Volgende:
Secundaire preventie van recidieven