Strengileus

Initiatief: NVVH Aantal modules: 12

Diagnostiek: Beeldvormende technieken

Publicatiedatum: 09-04-2026
Beoordeeld op geldigheid: 09-04-2026

Uitgangsvraag

Wat is de diagnostische waarde van beeldvormende technieken bij patiënten met verdenking op strengileus?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  1. Wat is de diagnostische waarde van CT (in vergelijking met andere beeldvormende technieken) bij volwassen patiënten met een verdenking op strengileus?
  2. Wat is de voorspellende waarde van radiologische kenmerken van CT voor strangulatie of ischemie?

Aanbeveling

Verricht standaard een CT-abdomen met enkel intraveneus contrast binnen 24 uur bij patiënten met klinische verdenking op (streng)ileus, tenzij er geen klinische consequenties aan worden verbonden (bijvoorbeeld bij een recidiverende patiënt met lage verdenking op ischemie).

 

Gebruik CT niet als enige factor om ischemie uit te sluiten. CT is een onderdeel van de totale klinische beoordeling.

 

Overweeg bij tekenen als closed loop laagdrempeliger een diagnostische laparoscopie te verrichten in verband met verhoogd risico op ischemie en falen van conservatieve therapie.

 

Er is geen ruimte voor echo of MRI binnen de diagnostiek bij verdenking (streng)ileus.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Deelvraag 1: Wat is de diagnostische waarde van CT, en CT in vergelijking met echografie en MRI, bij volwassen patiënten met een verdenking op strengileus?

Er is een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd naar de diagnostische accuratesse van een CT, binnen 24 uur in vergelijking met echografie, MRI, en de referentiestandaard operatie of klinische bevindingen om strengileus, ischemie of strangulatie te detecteren in patiënten met een verdenking op strengileus. Hoewel er meerdere studies beschikbaar zijn die de diagnostische accuratesse van CT bij deze doelpopulatie onderzochten, maakten veel van deze studies gebruik van oraal contrast en vielen daardoor buiten de gehanteerde PICO-criteria. Om een juiste en relevante vergelijking te kunnen maken, zijn alleen studies geïncludeerd die uitsluitend gebruik maakten van intraveneus contrast (IV), aangezien dit de standaard is in de klinische praktijk. Daarnaast is geselecteerd op studies die CT-reconstructies in meerdere vlakken (axiaal, sagittaal en coronair) toepasten en waarbij de referentietest bestond uit chirurgie of het klinisch beloop binnen 24 uur na presentatie en niet gebaseerd op een enteroklinische referentie. Niet alle studies rapporteerden volledig over deze methodologische aspecten. In die gevallen zijn aannames gedaan op basis van de beschikbare informatie en de gangbare praktijk.

 

Eén systematische review (met 9 studies) en twee additionele diagnostische accuratesse studies die CT hebben onderzocht werden geïncludeerd. De systematische review en één individuele studie onderzochten de diagnostische accuratesse van CT voor het diagnosticeren van strengileus (Li, 2019; Nielsen, 2023). De systematische review en één individuele studie onderzochten de diagnostische accuratesse van CT voor het diagnosticeren van ischemie (Li, 2019; Nielsen, 2023). Eén individuele studie onderzocht de diagnostische accuratesse van CT voor het diagnosticeren van strangulatie (Liu, 2021). Uit de resultaten blijkt dat er in de literatuur conflicterende resultaten bestaan.

 

Er is voor de verschillende diagnoses (strengileus, ischemie en strangulatie) gekeken naar de sensitiviteit, specificiteit, positief voorspellende waarde en negatief voorspellende waarde. De werkgroep acht een hoge sensitiviteit en negatief voorspellende waarde met name van belang, vanwege de eventuele gevolgen van het missen van een diagnose. Alle uitkomstmaten hadden een lage bewijskracht. Voor de diagnose van strengileus werd een matige tot hoge sensitiviteit en een laag tot hoge negatief voorspellende waarde gerapporteerd in de verschillende studies. Dit wijst erop dat CT redelijk geschikt zou kunnen zijn om patiënten met strengileus te diagnosticeren. Voor de diagnose ischemie werd een lage tot hoge sensitiviteit gerapporteerd in de verschillende studies. Dit wijst erop dat CT mogelijk minder geschikt is om ischemie te voorspellen. Voor de diagnose strangulatie werd in één studie een hoge sensitiviteit gerapporteerd. Dit wijst erop dat CT mogelijk geschikt zou kunnen zijn om strangulatie te voorspellen. Op basis van de lage bewijskracht voor de verschillende uitkomstmaten kunnen geen sterke conclusies worden getrokken over de diagnostische waarde van CT bij het vaststellen van strengileus, ischemie en strangulatie. De overwegingen en aanbevelingen zijn daarom mede gebaseerd op expert opinion en klinische ervaring.

 

Er werden geen studies geïncludeerd die CT vergeleken met MRI of echo. In vergelijking met MRI is CT minder afhankelijk van de aanwezigheid van zeer ervaren radiologen en beter inzetbaar tijdens avond-, nacht- en weekenddiensten. Bovendien zijn MRI-scanners in veel ziekenhuizen buiten kantoortijden slechts beperkt beschikbaar. Echografie is in sommige gevallen wel bruikbaar, maar de beeldkwaliteit is sterk afhankelijk van de biometrie van de patiënt, de uitvoerder en minder betrouwbaar voor het vaststellen van de locatie van de obstructie of de aanwezigheid van complicaties zoals perforatie of ischemie. De werkgroep is daarom van mening dat er geen plaats is voor MRI of echografie bij de diagnostiek van strengileus bij reguliere patiënten. Voor specifieke patiëntgroepen, zoals kinderen of zwangeren, kunnen MRI of echografie overwogen worden vanwege het vermijden van stralingsbelasting (zie module 1.2), maar dit betreft uitzonderingen.

 

Ondanks de lage bewijskracht van de literatuur is de werkgroep van mening dat, gezien de redelijke diagnostische accuratesse en de goede beschikbaarheid tijdens diensten, CT met intraveneus contrast het meest aangewezen beeldvormend onderzoek is bij patiënten met een verdenking op een strengileus. CT heeft daarbij een redelijke accuratesse voor het uitsluiten van andere oorzaken van ileus dan een strengobstructie. De accuratesse van CT voor het aantonen van ischemie of strangulatie is matig tot redelijk.

 

Diagnostiek van ischemie is echter notoir lastig; er bestaan geen alternatieve testen op basis van laboratoriumonderzoek of lichamelijk onderzoek die hierin met zekerheid uitsluitsel geven. De bevindingen uit de literatuur komen overeen met de dagelijkse klinische praktijk. In dit kader moet CT worden gezien als een waardevolle aanvulling op de klinische beoordeling en laboratoriumuitslagen. Gezien de goede beschikbaarheid en de snelheid van CT, weegt de stralingsbelasting niet op tegen de potentiële risico’s van het missen van een obstructie of ischemie bij het achterwege laten van aanvullende beeldvorming. Bij aanhoudende klinische verdenking op ischemie ondanks negatieve beeldvorming, dient een diagnostische laparoscopie te worden overwogen. De beslissing tot chirurgisch ingrijpen valt echter buiten de scope van deze module en wordt verder besproken in module 2.1 (behandeling).

 

Deelvraag 2: Wat is de voorspellende waarde van radiologische kenmerken van CT voor strangulatie of ischemie?

De tweede deelvraag was niet de focus van de systematische literatuur analyse en daarom is deze niet uitgewerkt in de literatuursamenvatting. De op basis van de voor deelvraag 1 geïncludeerde studies zijn bekeken en hiervan bleken twee studies relevant te zijn voor deelvraag 2 (Liu, 2021; Nielsen, 2023). Deze twee studies rapporteerden de diagnostische accuratesse van verschillende radiologische kenmerken voor strangulatie. De resultaten zijn gepresenteerd in Tabel 5. Beide studies rapporteren de sensitiviteit en specificiteit van CT voor het herkennen van ‘closed-loop mechanism/obstruction’. De sensitiviteit verschilt (23.1% tot 81.25%), maar de specificiteit is in beide studies redelijk hoog. Dit betekent dat de patiënt hoogstwaarschijnlijk geen strangulatie heeft op het moment dat er geen aanwezigheid is van ‘closed-loop mechanism/obstruction’ op de CT.

 

Het beleid bij patiënten met een closed loop-kenmerk op beeldvorming is in de praktijk onderwerp van discussie. De achterliggende gedachte is dat een strangulatie gepaard gaat met een verhoogd risico op ischemie en perforatie, wat het slagen van conservatieve therapie onwaarschijnlijk maakt. Een Nederlandse studie (Thönan, 2022) toont echter aan dat niet alle patiënten met een closed loop daadwerkelijk ischemie ontwikkelen. Desondanks, gezien de hoge specificiteit van beeldvorming voor het aantonen van strangulatie zoals weergegeven in tabel 5, is de werkgroep van mening dat bij deze patiëntengroep laagdrempelig een acute operatieve behandeling moet worden overwogen. De uiteindelijke beslissing tot chirurgisch ingrijpen valt echter buiten de scope van deze module en wordt verder besproken in module 2.1 (Behandeling).

 

Tabel 5. Diagnostische accuratesse van radiologische kenmerken (CT) voor strangulatie

Radiologische kenmerken

Sensitiviteit (%)

Specificiteit (%)

Liu, 2021

Reduced bowel wall enhancement

62.50

95.98

Diffuse mesenteric haziness

68.75

88.23

Mesenteric effusion

71.86

59.80

Small bowel wall thickening

50.00

87.25

Ascites

65.63

26.47

Intramural gas

3.13

100

Closed-loop mechanism

81.25

87.25

Nielsen, 2023

Closed-loop obstruction

23.1

98.0

Kwaliteit van bewijs

De overall kwaliteit van bewijs is laag. Dit betekent dat we onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van de cruciale uitkomstmaten. Er is afgewaardeerd vanwege risk of bias: methodologische beperkingen (op het gebied van patiënt selectie, index test en flow and timing). Daarnaast is er afgewaardeerd vanwege inconsistente resultaten. Er worden zowel lage, matige, als hoge waarden gerapporteerd voor de diagnostische accuratessematen sensitiviteit, specificiteit, positief voorspellende waarde en negatief voorspellende waarde.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Patiënten met een acute darmobstructie zijn meestal ziek en hebben veel pijn. Zowel patiënt als hun naasten willen bij voorkeur een snelle en accurate diagnose (en behandeling).

De CT is in alle ziekenhuizen snel beschikbaar, en ook snel beoordeelbaar door dienstdoend radioloog. Als (aanvullende) beeldvorming via CT meer duidelijkheid kan bieden zal de patiënt hier de voorkeur aan geven. Er is sprake van expositie aan röntgenstraling bij het verrichten van een CT scan. Deze mate van in Nederland gegeven straling voor een CT is echter zeer laag. Dit zou volgens de werkgroep geen rol moeten spelen in de overweging om wel of geen CT te verrichten.

 

Kostenaspecten

Het maken van een CT levert minder kosten op dan een directe operatie. Echo is goedkoper dan CT, maar zal vaak nog worden gevolgd door een CT gezien de minder hoge sensitiviteit. MRI is het duurste onderzoek. Een diagnostische laparoscopie (inclusief opname) is het duurste alternatief. 

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

De interventie leidt niet tot een verandering van gezondheidsgelijkheid, aangezien een CT-scan via de SEH voor iedereen toegankelijk is.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid

De diagnostiek lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren. De stralingsbelasting is laag en weegt niet op tegen het niet stellen van de diagnose.

 

Duurzaamheid

Bij het maken van een CT met intraveneus contrast spelen de volgende duurzaamheidsaspecten een rol. Een enkele CT-abdomen met contrast verbruikt relatief veel energie en draagt daarmee bij aan CO₂-uitstoot. Contrastmiddel wordt uitgescheiden via de urine en komt dus in enige mate in het riool terecht. Er is een toenemend aantal ziekenhuizen waar urine na een CT wordt opgevangen in plaszakken, om dit te voorkomen. Tegelijkertijd moet worden afgewogen dat een gemiste diagnose bij uitstel of het achterwege laten van beeldvorming kan leiden tot ernstiger ziektebeloop, heropnames of operaties, die op hun beurt een grotere ecologische voetafdruk kunnen hebben.

 

Haalbaarheid

De diagnostiek lijkt haalbaar. CT is over het algemeen al standaardzorg in de praktijk.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

CT met intraveneus contrast is breed beschikbaar, snel uitvoerbaar en betrouwbaar te beoordelen, ook door algemeen radiologen of radiologen in opleiding. Het is in hoge mate accuraat voor het vaststellen van de etiologie van een obstructie. De accuratesse voor het aantonen van ischemie of strangulatie is matig, en het volledig uitsluiten ervan op basis van CT is niet mogelijk. CT moet daarom altijd worden beoordeeld in het kader van de totale klinische presentatie. Literatuur en praktijk laten zien dat closed loop-beelden geassocieerd zijn met een verhoogd risico op ischemie en daarmee falen van conservatieve behandeling. Hoewel niet elke closed loop tot ischemie leidt, rechtvaardigt het potentiële risico een meer invasieve benadering. De afweging tot operatief handelen is uitgewerkt in module Directe operatie versus conservatieve behandeling.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor het maken van een CT.

Onderbouwing

In patients with a clinical diagnosis of (adhesive) small bowel obstruction ((A)SBO), imaging techniques play a crucial role in confirming the diagnosis, identifying the cause of the obstruction, and detecting signs of intestinal ischemia or strangulation. These factors are essential for determining the appropriate treatment strategy (conservative versus surgical management). Computed tomography (CT) is considered the best imaging modality for patients with suspected SBO. The abdominal overview X-ray is still performed sporadically, but is often considered obsolete. In specific cases (pregnancy, children) ultrasound or MRI is used. The purpose of this module is to review and discuss the ability of imaging to help guide management decisions.

  1. Diagnostic accuracy CT for (A)SBO

Sensitivity

Low GRADE

The sensitivity for diagnosing (A)SBO in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT probably varies between medium and high.

 

Source: Li, 2019; Nielsen, 2023

 

Specificity

Low GRADE

The specificity for diagnosing (A)SBO in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT probably varies between medium and high.

 

Source: Li, 2019; Nielsen, 2023;

 

Positive predictive value (PPV)

Low GRADE

The positive predictive value for diagnosing (A)SBO in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT probably varies between medium and high.

 

Source: Beall, 2002; Li, 2019; Makar, 2016; Nielsen, 2023

 

Negative predictive value (NPV)

Low GRADE

The negative predictive value for diagnosing (A)SBO in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT probably varies between low and high.

 

Source: Beall, 2002; Li, 2019; Makar, 2016; Nielsen, 2023

 

Diagnostic accuracy for (A)SBO CT versus MRI

Sensitivity, specificity, PPV, NPV

No GRADE

No evidence was found regarding whether the use of CT results in differences in sensitivity and specificity when compared to MRI in patients with suspected ASBO.

 

Source: -

 

Diagnostic accuracy for (A)SBO CT versus Ultrasound

Sensitivity, specificity

No GRADE

No evidence was found regarding whether the use of CT results in differences in sensitivity and specificity when compared to ultrasound in patients with suspected ASBO.

 

Source: -

 

  1. Diagnostic accuracy CT for ischemia

Sensitivity

Low GRADE

The sensitivity for diagnosing ischemia in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT probably varies between low and high.

 

Source: Li, 2019; Nielsen, 2023

 

Specificity

Low GRADE

The specificity for diagnosing ischemia in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT probably varies between medium and high.

 

Source: Li, 2019; Nielsen, 2023

 

  1. Diagnostic accuracy CT for strangulation

Sensitivity

Low GRADE

The sensitivity for diagnosing strangulation in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT is probably high.

 

Source: Liu, 2021

 

Specificity

Low GRADE

The specificity for diagnosing strangulation in adult patients with a suspicion of SBO with the use of CT is probably high.

 

Source: Liu, 2021

Description of studies

A total of one systematic review (Li, 2019; including 9 studies) and two additional individual studies (Liu, 2021; Nielsen, 2023) were included in the analysis of the literature. Important study characteristics and results are summarized in table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in table two and in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’). Follow-up duration was reported in none of the studies.

 

Systematic review

Li (2019) performed a systematic review (SR) in which the  diagnostic accuracy of CT for SBO and ischemia were evaluated. The search was performed until August 2018. Inclusion criteria were: original research focusing on the diagnostic value of CT in SBO; CT as diagnostic index test; and sufficient data available to calculate construct 2×2 contingency tables and corresponding 95% confidence intervals. Out of 45 studies included in the SR, 9 retrospective cohort studies that investigated the diagnostic accuracy of CT with regard to the diagnosis of SBO and/or ischemia were included in this current literature review as only these studies fit the PICO.

 

Individual studies

Liu (2021) performed a single-centre, retrospective study to evaluate the diagnostic accuracy of CT for strangulation. All patients with confirmed ASBO who were admitted to the affiliated hospital from August 2014 to December 2018, with complete clinical data and full multiselection CT examination (unenhanced and contrast-enhanced CT) were included in the study. Exclusion criteria were: SBO caused by abdominal hernia, cancer, lumen obstruction, inflammatory stenosis, and other factors that were not linked to intestinal adhesion; incomplete sample data; incomplete treatment process; and long interval between CT and operation (≥48 hours).

 

Nielsen (2023) performed a multi-centre prospective cohort study to evaluate the diagnostic accuracy of CT for adhesional SBO. Patients aged 18 years or older with a radiological or clinical diagnosis of SBO were eligible for inclusion in the study. Patients who were successfully treated and patients who underwent CT without intravenous contrast were excluded.

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

CT timing

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Studies included in Li, 2019

Balthazar, 1997

N at baseline:

100

 

Age (mean): NR

 

Sex (no. of male): NR

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

90/100 (90%)

 

Index test: CT with IV contrast

 

Comparator test: -

 

Reference test: surgical findings or clinical findings

NR

SBO:

TP: 90

FP: 0

FN: 2

TN: 8

Sensitivity: 0.98 (0.92, 1.00)

Specificity: 1.00 (0.63, 1.00)

 

Ischemia:

Sensitivity: 0.83 (0.61, 0.95)

Specificity: 0.94 (0.85, 0.98)

 

Low

Daneshmand, 1999

N at baseline: 45

 

Age (mean): 44

 

Sex (no. of male): NR

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

38/45 (84%)

 

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings or clinical findings

NR

SBO:

TP: 35

FP: 5

FN: 3

TN: 8

Sensitivity: 0.92 (0.79, 0.98)

Specificity: 0.71 (0.29, 0.96)

 

Unclear: Index test, flow and timing

Donckier, 1998

N at baseline: 54

 

Age (mean): 62

 

Sex (no. of male): 30

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

38/45 (84%)

 

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings or clinical findings

NR

Ischemia:

Sensitivity: 1.00 (0.79, 1.00)

Specificity: 0.93 (0.80, 0.98)

 

Unclear: index test, flow and timing

Jancelewicz, 2009

N at baseline: 192

 

Age (mean): 59

 

Sex (no. of male): 81

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings

NR

Ischemia:

Sensitivity: 0.55 (0.32, 0.77)

Specificity: 0.94 (0.87, 0.98)

 

High: index test, Unclear: flow and timing

Jang, 2010

N at baseline: 60

 

Age (mean): 29

 

Sex (no. of male): 54

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

32/134 (24%)

 

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings

NR

Ischemia:

Sensitivity: 0.92 (0.78, 0.98)

Specificity: 0.67 (0.45, 0.84)

 

Low

Kato, 2010

N at baseline: 115

 

Age (mean): 73

 

Sex (no. of male): 60

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

115/115 (100%)

 

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings

NR

Ischemia:

Sensitivity: 0.85 (0.55, 0.98)

Specificity: 0.96 (0.90, 0.99)

 

Unclear: flow and timing

Kim, 2004

N at baseline: 136

 

Age (mean): 51

 

Sex (no. of male): 71

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

105/136 (77%)

 

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings

NR

Ischemia:

Sensitivity: 0.70 (0.57, 0.80)

Specificity: 0.78 (0.66, 0.87)

 

High: flow and timing

Millet, 2017

N at baseline: 256

 

Age (mean): 64

 

Sex (no. of male): NR

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

62/105 (59%)

 

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings

NR

Ischemia:

Sensitivity: 0.94 (0.84, 0.98)

Specificity: 0.76 (0.69, 0.82)

 

Low

Zalcman, 2000

N at baseline: 142

 

Age (mean): 61

 

Sex (no. of male): 81

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

24/142 (20%)

 

Index test: CT

Comparator: -

Reference standard: surgical findings

NR

Ischemia:

Sensitivity: 0.96 (0.79, 1.00)

Specificity: 0.93 (0.87, 0.97)

 

Unclear: flow and timing

Additional studies

Liu, 2021

N at baseline: 134

 

Age (mean, SD): 58.08 ± 14.88

 

Sex (male): 81

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

32/134 (24%)

 

Index test: Unenhanced multisection CT and contrast-enhanced CT

Comparator: -

Reference standard: surgery

NR

Strangulated SBO (n=32):

Specificity and PPV: 100%

Sensitivity and NPV: 90.63%

 

Unclear: index test, reference standard

Nielsen, 2023

N at baseline: 176

 

Age (mean): 73 (IQR 59-79)

 

Sex (male): 83

 

Prevalence of disease with reference test n (%)

81/176 (46%)

 

Index test: CT with IV contrast

Comparator: -

Reference standard: surgery

NR (only patients who underwent acute operation (<24h) were included in analyses regarding bowel ischemia

Adhesional SBO:

Patients with the condition: 81

Sensitivity: 84.0%

Specificity: 67.0%

PPV: 68.7%

NPV: 82.9%

 

Unclear: index test, reference standard

Abbreviation: CT, computer tomography; SBO, small bowel obstruction; TP, true positives; FP, false positives; FN, false negatives; TN, true negatives; NR, not reported.  

*For further details, see risk of bias table in the appendix

 

Results

1. Diagnostic accuracy of CT for (A)SBO

Sensitivity (critical), NPV (critical), specificity (important), PPV (important)

The systematic review (Li, 2019) and one additional study (Nielsen, 2023) reported sensitivity and specificity for CT for diagnosing (adhesive) small bowel obstruction (Table 3). NPV and PPV were calculated from individual study results. The sensitivity for CT varied from 50 to 100%; NPV varied from 29% to 100%; specificity varied from 57% to 100% and PPV varied from 54% to 100%. The sensitivity, NPV, specificity, and PPV of CT compared to surgery were not clinically relevant.

 

Table 3. Diagnostic accuracy measures for CT (as compared with reference standard) for (A)SBO

Study

N

Prevalence (N)

TP

FP

FN

TN

Sensitivity % (95% CI)

Specificity % (95% CI)

PPV

NPV

Included in systematic review Li, 2019

Balthazar, 1997

100

90

90

0

2

8

0.98 (0.92, 1.00)

1.00 (0.63, 1.00)

1.0000

0.8000

Daneshmand, 1999

45

38

35

5

3

8

0.92 (0.79, 0.98)

0.62 (0.32, 0.86)

0.8750

0.7273

Individual studies

Nielsen, 2023

 

176

81

NR

NR

NR

NR

84.0%

67.0%

68.7%

82.9%

Abbreviation: N, number of patients; TP, true positives; FP, false positives; FN, false negatives; TN, true negatives; PPV, positive predictive value; NPV, negative predictive value; NR, not reported.  

 

Diagnostic accuracy of CT versus MRI for (A)SBO

Not reported.

 

Diagnostic accuracy for CT versus ultrasound for (A)SBO

Not reported.

 

2. Diagnostic accuracy for ischemia (CT)

Sensitivity (critical), specificity (important)

Eight studies included in the systematic review of Li (2019) and one additional study (Nielsen, 2023) reported the sensitivity and specificity of CT for detecting ischemia (Table 4).

 

Table 4. Diagnostic accuracy measures for CT for ischemia

Study

Number of patients

Sensitivity % (95% CI)

Specificity % (95% CI)

Included in systematic review Li, 2019

Balthazar, 1997

100

0.83 (0.61, 0.95)

0.94 (0.85, 0.98)

Donckier, 1998

54

1.00 (0.79, 1.00)

0.93 (0.80, 0.98)

Jancelewicz, 2009

192

0.55 (0.32, 0.77)

0.94 (0.87, 0.98)

Jang, 2010

60

0.92 (0.78, 0.98)

0.67 (0.45, 0.84)

Kato, 2010

115

0.85 (0.55, 0.98)

0.96 (0.90, 0.99)

Kim, 2004

136

0.70 (0.57, 0.80)

0.78 (0.66, 0.87)

Millet, 2017

256

0.94 (0.84, 0.98)

0.76 (0.69, 0.82)

Zalcman, 2000

142

0.96 (0.79, 1.00)

0.93 (0.87, 0.97)

Individual studies

Nielsen, 2023

144

40.0 (CI not reported)

85.5 (CI not reported)

Abbreviation: CI, confidence intervals

 

3. Diagnostic accuracy for strangulation (CT)

Sensitivity (critical), specificity (important)

One study reported the sensitivity and specificity of CT for detecting strangulation (Liu, 2021). Liu (2021) studied 134 patients with a suspicion of (A)SBO and reported a sensitivity of 90.63% and a specificity of 100% for diagnosing strangulation using CT. The sensitivity of CT for strangulation compared to surgery was not clinically relevant. The specificity of CT compared to surgery was clinically relevant.

 

Level of evidence of the literature

1. Diagnostic accuracy CT for (A)SBO

The certainty of the evidence started high, as the evidence originated from a systematic review of diagnostic accuracy studies and additional diagnostic accuracy studies.

 

Sensitivity, specificity, PPV, NPV

The level of evidence regarding the outcome measures sensitivity, specificity, PPV and NPV was downgraded by two levels because of study limitations (risk of bias, -1), and because of conflicting results (inconsistency, -1). The level of evidence was therefore graded as low.

 

Diagnostic accuracy for (A)SBO CT versus MRI

The level of evidence regarding sensitivity and specificity could not be determined as no data between CT and MRI could be compared.

 

Diagnostic accuracy for (A)SBO CT versus ultrasound

The level of evidence regarding sensitivity and specificity could not be determined as no data between CT and ultrasound could be compared.

 

2. Diagnostic accuracy CT for ischemia

The certainty of the evidence started high, as the evidence originated from a systematic review of diagnostic accuracy studies and diagnostic accuracy studies.

 

Sensitivity, specificity

The level of evidence regarding the outcome measures sensitivity and specificity was downgraded by two levels because of study limitations (risk of bias, -1), and because of conflicting results (inconsistency, -1). The level of evidence was therefore graded as low.

 

3. Diagnostic accuracy CT for strangulation

The certainty of the evidence started high, as the evidence originated from a diagnostic accuracy study. 

 

Sensitivity, specificity

The level of evidence regarding the outcome measures sensitivity and specificity was downgraded by two levels because of a very small sample size (imprecision, -2). The level of evidence was therefore graded as low.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question:

What is the diagnostic accuracy of CT versus other imaging techniques to diagnose (A)SBO, including ischemia and strangulation, in adult patients with suspected (A)SBO?

 

Table 1. PICROTS

Patients

Adult patients (>18 years)  with a clinical suspicion of (A)SBO

Index test

Diagnostic CT with IV contrast

Comparator test

Other imaging techniques (ultrasound and MRI)

Reference test

Surgery (visual) or clinical course

Outcomes

Test accuracy outcomes for 1) (A)SBO (false negatives (FN), sensitivity, negative prediction value (NPV), false positives (FP), true positives (TP), true negatives (TN), specificity, positive prediction value (PPV)) 2) ischemia (sensitivity and specificity) and 3) strangulation (sensitivity and specificity)

Timing/Setting

Presentation at ER – 24 hours

Other selection criteria

Study design: systematic reviews, diagnostic test accuracy studies

Relevant outcome measures

The guideline panel considered FN, sensitivity and NPV as critical outcome measures for decision making; and FP, TN, TP, specificity and PPV as important outcome measures for decision making.

Outcome

Consequence

Relevance

True positives (TP)

Patient is correctly diagnosed with (A)SBO, and gets relevant treatment

Critical

True negatives (TN)

Patient is correctly not diagnosed with (A)SBO, and will get other diagnostic test to diagnose correct condition

Important

False positives (FP)

Patient is wrongly diagnosed with (A)SBO, and gets treatment which is not necessary, and symptoms of condition may persist

Important

False negatives (FN)

Patient is wrongly not diagnosed with (A)SBO and does not get relevant treatment and symptoms of ASBO may persist or get worse

Critical

Sensitivity

The tests ability to designate a patient with (A)SBO/ ischemia/ strangulation as positive

Critical

Specificity

The tests ability to designate a patient without (A)SBO/ ischemia/ strangulation as negative

Important

Negative predictive value (PPV)

The proportion of the cases with a negative test result who truly don’t have (A)SBO

Important

Positive predictive value (NPV)

The proportion of the cases with a positive test result who truly have (A)SBO

Critical

A priori, the working group did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The working group defined a difference of 5% in sensitivity, specificity, positive predictive value (PPV) and negative predictive value (NPV) and a difference of 50 per 1000 patients in TP, TN, FP and FN as a minimal clinically (patient) important difference.

 

Search and select (Methods)

The databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase.com) were searched with relevant search terms until 26 May 2024. The detailed search strategy is depicted under the tab Methods. The systematic literature search resulted in 432 hits. Studies were selected based on the following criteria:

  • Systematic reviews, randomized controlled trials, observational studies;
  • The index/control test was (enhanced) CT with (only) IV contrast;
  • The reference standard was surgery or clinical course;
  • Studies included patients ≥ 18 years with a clinical suspicion of ASBO at the time of initial presentation of complaints within 24 hours/ at the emergency department;
  • At least one of the diagnostic accuracy outcome measures was reported.

In total, 40 studies were initially selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 33 studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and one systematic review and six studies were included.

  1. Beall DP, Fortman BJ, Lawler BC, Regan F. Imaging bowel obstruction: a comparison between fast magnetic resonance imaging and helical computed tomography. Clin Radiol. 2002 Aug;57(8):719-24. doi: 10.1053/crad.2001.0735. PMID: 12169282.
  2. Blake MP, Mendelson RM. Computed tomography in acute small bowel obstruction. Australas Radiol. 1994 Nov;38(4):298-302. doi: 10.1111/j.1440-1673.1994.tb00203.x. PMID: 7993256.
  3. Ha HK, Kim JS, Lee MS, Lee HJ, Jeong YK, Kim PN, Lee MG, Kim KW, Kim MY, Auh YH. Differentiation of simple and strangulated small-bowel obstructions: usefulness of known CT criteria. Radiology. 1997 Aug;204(2):507-12. doi: 10.1148/radiology.204.2.9240545. PMID: 9240545.
  4. Li Z, Zhang L, Liu X, Yuan F, Song B. Diagnostic utility of CT for small bowel obstruction: Systematic review and meta-analysis. PLoS One. 2019 Dec 30;14(12):e0226740. doi: 10.1371/journal.pone.0226740. PMID: 31887146; PMCID: PMC6936825.
  5. Liu W, Shi MQ, Ge YS, Wang PY, Wang X. Multisection spiral CT in the diagnosis of adhesive small bowel obstruction: the value of CT signs in strangulation. Clin Radiol. 2021 Jan;76(1):75.e5-75.e11. doi: 10.1016/j.crad.2020.06.032. Epub 2020 Aug 25. PMID: 32859383.
  6. Makar RA, Bashir MR, Haystead CM, Iseman C, Mayes N, Hebert S, Allen BC, Bhattacharya SD, Choudhury KR, Jaffe TA. Diagnostic performance of MDCT in identifying closed loop small bowel obstruction. Abdom Radiol (NY). 2016 Jul;41(7):1253-60. doi: 10.1007/s00261-016-0656-4. PMID: 26830421.
  7. Nielsen LBJ, Ærenlund MP, Alouda M, Azzam M, Bjerke T, Burcharth J, Dibbern CB, Jensen TK, Jordhøj JQ, Lolle I, Malik T, Ngo-Stuyt L, Nielsen EØ, Olausson M, Skovsen AP, Tolver MA, Smith HG. Real-world accuracy of computed tomography in patients admitted with small bowel obstruction: a multicentre prospective cohort study. Langenbecks Arch Surg. 2023 Aug 29;408(1):341. doi: 10.1007/s00423-023-03084-z. PMID: 37642708; PMCID: PMC10465641.
  8. Suri S, Gupta S, Sudhakar PJ, Venkataramu NK, Sood B, Wig JD. Comparative evaluation of plain films, ultrasound and CT in the diagnosis of intestinal obstruction. Acta Radiol. 1999 Jul;40(4):422-8. doi: 10.3109/02841859909177758. PMID: 10394872.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 09-04-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 09-04-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging van Diëtisten
  • Stichting Darmkanker

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS)

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met schouderinstabiliteit.

 

Werkgroep richtlijn strengileus

  • dr. R.P.G. (Richard) ten Broek, chirurg Radboud UMC, NVvH – voorzitter richtlijnwerkgroep
  • dr. C. (Caroline) Andeweg, chirurg St. Jansdal Harderwijk, NVvH
  • Prof. dr. M. (Marja) Boermeester, chirurg Amsterdam UMC, NVvH
  • Dhr. dr. F.T.J. (Floris) Ferenschild, chirurg Radboud UMC, NVvH
  • dr. H.A. (Harmke) Polinder-Bos, klinisch geriater Erasmus MC, NVKG
  • Mevr. E. (Elif) Kilicoglu, diëtist, CWZ Nijmegen, NVD
  • Mevr. drs. M.W. (Wiesje) Prins, radioloog Maasziekenhuis, NVvR
  • drs. T.W.N. (Thomas) van den Goorbergh, spoedeisende hulp, St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, NVSHA
  • Mevr. S. (Silvie) Dronkers, ervaringsdeskundige en patiëntvertegenwoordiger Stichting Darmkanker Nederland † (in herinnering)

Klankbordgroep richtlijn strengileus

  • dr. A. (Sander) van der Beek, internist Ziekenhuis Rivierenland, NIV
  • dr. C. (Cor) de Kroon, gynaecoloog LUMC, NVOG
  • Mevr. S.D.M. (Sabine) Theuns-Valks, kinderarts Albert Schweitzer Ziekenhuis, NVK

Met ondersteuning van

  • dr. L.M. (Lisette) van Leeuwen, adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. E.R.L. (Evie) Verweg, junior adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Neven-werkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Werkgroepleden

Richard Ten Broek

Chirurg, Post-doctoraal onderzoeker bij Radboud UMC afdeling heelkunde (betaald)

 

Redacteur Wetenschap bij Nederlaqnd Tijdschrift voor Geneeskunde (betaald)
Gastdocent statistiek Neyenrode Business University (betaald)
Docent cursorisch onderwijs voor AIOS heelkunde (CASH 1.4) bij Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (betaald)

 

geen

 

geen

 

*Radboud Oncologie fonds: MISTIC studie naar gebruik MRI en cineMRI om coloncarcinomen beter te stadiëren
ZonMW: Veni beurs waaruit PainPad en PainTrac studies

*ZonMw/KCE, BENEFIT beurs voor onderzoek naar preventie van recidief ileus, rol als projectleider.

Speaker and/ or instructor on congres symposia, workshops and courses that have been sponsored by industry: Baxter and PolyMedics Innovations. Courses related to epidemiology, diagnosis and treatment of adhesions, no specific products have been discussed or promoted.

 

geen

 

19-1-2024

 

Geen

Floris Ferenschild

 

Kinder- en gastro-intestinaal chirurg Radboudumc

Chirurg: betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-1-2025

 

Silvie Dronkers

(Overleden 18-12-2025)

Coördinator Patiëntenparticipatie en Belangenbehartiging
Stichting Darmkanker Nederland
Onbetaald

Voorzitter Wooninitiatief Noorderzon
Onbetaald

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24-11-2023

Geen

Harmke Polinder-Bos

Klinisch geriater, Erasmus MC

 

Geen

Geen

Geen

COOP studie, financiering van ZonMW, lange termijn uitkomsten na COVID bij ouderen.

ZonMW: Klinische fellow beurs voor de GRISAILLE study. Intregrating Intrinsic capacity in clinical practice. Studie waarin ik een Intrinsic capacity score ontwikkel en deze toepas in oudere patienten die een intensieve behandeling krijgen zoals een operatie.

Behoudens dat de inhoud raakt aan mijn expertise in klinisch werk en onderzoek geen belangen.

Geen

1-12-2023

Geen

Thomas van den Goorbergh

Arts in opleiding tot spoedeisende hulp arts in het St Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein.

Instructor Advanced Life Support bij QTtime in Nieuwegein, betaald
Werkzaamheden: Cursisten onderwijzen en begeleiden tijdens 2-daagse cursussen gericht op specialistische reanimatie van patiënten. Betaald.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

8-12-2023

Geen

Elif Kilicoglu

Diëtist in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ)

Geen

Geen

Geen

 

Geen

Geen

Geen

30-12-2023

Geen

Wiesje Prins-van Uden

Radioloog, Maasziekenhuis Pantein

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-1-2024

Geen

Marja Boermeester

Amsterdam UMC
Afdeling Chirurgie

 

Medisch Ethische Commissie, Amsterdam UMC, locatie AMC
Antibiotica Commissie, Amsterdam UMC
Medische expertises (Intermedes)

Geen

Geen

Johnson&Johnson (voorkomen wondinfecties); 3M (voorkomen wondinfecties); New Compliance; Ipsen; ZonMW  TelaBio (outcome hernia repair)
Alle door de industrie gefinancierde studies en adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn. 

 

Speaker and/or instructor for J&J/Ethicon, 3M, BD, Gore, TelaBio, Medtronic, GD Medical, Smith&Nephew, Molnlycke, Angiodynamics. Voorzitter van diverse andere richtlijncommissies bij Kennisinstituut/FMS. Alle adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn.
Ik maak me sterk voor een 100% evidence-based benadering van maken van aanbevelingen, volledig transparant en reproduceerbaar. Dat is mijn enige belang in deze; geen persoonlijk gewin.

Geen

14-1-2024

Geen

Caroline Andeweg

 

 

 

Werkzaam als chirurg in St Jansdal ziekenhuis in Hardewijk

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

25-3-2024

Geen

Klankbordgroepleden

Cor de Kroon

LUMC, gynaecoloog

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

15-12-2023

Geen

Sabine Theuns-Valks

Kinderarts-maag darm leverziekten
Albert Schweitzer Ziekenhuis (32,5 u per week)
Betaald

Kinderarts bij Seys centra locatie Zwijndrecht (2,5 u per week)
Betaald (detachering vanuit ziekenhuis)

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9-1-2024

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker voor de knelpunteninventarisatie. Daarnaast nam een patiëntvertegenwoordiger van Stichting Darmkanker deel aan de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

 

De kwalitatieve raming volgt na de commentaarfase

 

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Diagnostiek: Beeldvormende technieken

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten, volgt uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.   

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling van deze richtlijn is hieronder weergegeven.

Volgende:
Behandeling - Strengileus