Alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen

Initiatief: Cluster Psychiatrie en diagnostiek Aantal modules: 8

Achtergrond en juridische basis van vraagstelling CBR bij alcoholmisbruik

Publicatiedatum: 13-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 13-07-2026

Uitgangsvraag

Wat is de achtergrond en juridische basis van onderzoek naar alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen?

Aanbeveling

Het is aan de psychiater, die door het CBR wordt gevraagd een onderzoek naar rijgeschiktheid uit te voeren, om op grond van ondergenoemde criteria, voor zichzelf te beoordelen of hij voldoende onafhankelijk, onpartijdig en deskundig is.

Met onafhankelijk en onpartijdig wordt in dit kader bedoeld:

  1. De psychiater is niet de behandelend psychiater van betrokkene
  2. De psychiater is niet in dienst van het CBR
  3. De psychiater is niet onderworpen aan enige vorm van beïnvloeding of correctie van het oordeel vanuit het CBR
  4. De psychiater heeft geen andere relatie met betrokkene.

Volg de relevante (geaccrediteerde) nascholing(en), in het bijzonder de door het CBR jaarlijks georganiseerde en geaccrediteerde nascholing op dit gebied.

 

Streef ernaar een minimaal aantal onderzoeken per maand te verrichten. Zie hiervoor de Beleidsregel ‘Aanwijzing keurend medisch specialisten’ van het CBR.

 

Volg de Richtlijn Medisch specialistische rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband (2024) van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Wegenverkeerswet

In Nederland stelt de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 94) in artikel 111 dat een rijbewijs slechts wordt afgeven door de RDW (voorheen: Rijksdienst voor het Wegverkeer) als de aanvrager beschikt over voldoende rijvaardigheid en geschiktheid(1). Het CBR toetst zowel de rijvaardigheid (theorie- en rijexamen) als de lichamelijke en geestelijke geschiktheid (rijgeschiktheid). Het CBR is, net als de RDW, een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat verantwoording aflegt aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit laat onverlet dat indien het CBR besluit een aanvrager geen rijbewijs te verlenen dan wel een reeds verleend rijbewijs te schorsen of ongeldig te verklaren, betrokkene tegen zo’n besluit bezwaar kan maken bij het CBR en, vervolgens, in beroep en hoger beroep kan gaan (bij de bestuursrechter).

 

Maatregelen

Bestuurders die onder invloed van alcohol worden aangehouden, kunnen door de politie bij het CBR worden gemeld. Afhankelijk van het geconstateerde ademalcoholgehalte (AAG in microgram/ liter) of het bloedalcoholgehalte (BAG in promillage) en of het gaat om een beginnende bestuurder (rijbewijs minder dan vijf jaar in bezit) dan wel om een herhaling van rijden onder invloed, kan het CBR verschillende bestuursrechtelijke maatregelen opleggen (zie tabel 1). Zo kan het CBR de bestuurder verplichten een cursus te volgen (de Educatieve Maatregel Alcohol & Verkeer (EMA) of de lichtere variant daarvan (LEMA)) of een onderzoek te laten ondergaan door een psychiater (zie www.cbr.nl). Dit alles naast de mogelijke strafrechtelijke maatregelen die vanuit justitie kunnen worden opgelegd. Omdat de door het CBR opgelegde bestuursrechtelijke maatregelen volgens de rechter geen strafrechtelijke aanklacht (i.c. criminal charge) vormen, waardoorbetrokkene tweemaal voor hetzelfde feit zou worden bestraft, kunnen het CBR en justitie naast elkaar maatregelen opleggen bij rijden onder invloed van alcohol(2).

 

1. Bij het brommerrijbewijs (AM) wordt alleen gesproken over voldoende rijvaardigheid.

2. Zie bijv. ABRvS 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2016, ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1711; ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3525 en ABRvS 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4134.

 

Tabel 1. Geconstateerde Ademalcoholgehalte (AAG) en Bloedalcoholgehalte (BAG) en bestuursrechtelijke maatregelen CBR

Beginnende bestuurder

AAG (μg/liter lucht)

BAG (milligram/liter bloed)

LEMA

220 of meer

0,5 of meer

EMA

350 of meer

0,8 of meer

Psychiatrisch onderzoek

570 of meer

1,3 of meer

 

 

 

Ervaren bestuurder

AAG (μg/liter lucht)

BAG (milligram/liter bloed)

LEMA

350 of meer

0,8 of meer

EMA

435 of meer

1,0 of meer

Psychiatrisch onderzoek

785 of meer

1,8 of meer

Personen van wie het CBR het rijbewijs ongeldig heeft verklaard na een onderzoek door een psychiater of door het weigeren mee te werken aan de opgelegde maatregel, worden, wanneer zij weer in het bezit willen komen van een geldig rijbewijs, ook door het CBR verwezen voor een onderzoek door een psychiater. Naast diegenen die bij de aanvraag van een verklaring van geschiktheid hebben aangegeven de laatste vijf jaar overmatig alcohol gebruikt hebben.

 

Sinds 1 juni 2011 bestaat ook de zogenoemde ‘recidiveregeling’ (art 123b WVW), naast bovengenoemde bestuursrechtelijke maatregelen die het CBR kan opleggen, en de strafmaatregelen (boete, ontzegging, gevangenis) die de strafrechter kan opleggen. Op grond van deze regeling wordt het rijbewijs bij twee veroordelingen voor rijden onder invloed binnen vijf jaar (met een AAG van 570 µg/l of meer dan wel een BAG van 1,3 promille of meer) bij de tweede veroordeling of het niet meewerken aan een ademanalyse of bloedonderzoek van rechtswege volledig ongeldig. De betrokken persoon zal door middel van theorie- en praktijkexamen zijn rijbewijs opnieuw moeten zien te behalen. Daarbij dient hij ook een aanvraag voor een verklaring van geschiktheid in te dienen en kan het CBR de persoon naar een psychiater verwijzen.

 

Toetsing van rijgeschiktheid

Het CBR kent voor het toetsen van de rijgeschiktheid twee procedures:

  1. Mededelingenprocedure: Voor personen met een geldig rijbewijs, die wegens een vermoeden van ongeschiktheid vanwege alcoholmisbruik door de politie bij het CBR zijn gemeld door middel van een mededeling op grond van artikel 130 WVW. Criteria die tot zo’n vermoeden kunnen leiden, zijn neergelegd in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (2011). Ontvangt het CBR een dergelijke mededeling dan kan het CBR betrokkene voor onderzoek naar een psychiater verwijzen.
  2. Gezondheidsverklaringsprocedure: Bij personen die voor de aanvraag van hun rijbewijs een verklaring van geschiktheid nodig hebben en bij het CBR bekend zijn met een stoornis in het alcoholgebruik in het verleden of dat zelf bij hun aanvraag hebben aangegeven, bijvoorbeeld omdat zij niet het risico wensen te lopen dat hun verzekeraar na betrokkenheid bij een verkeersongeval niet tot uitkering overgaat. Zij sturen een zogenoemde gezondheidsverklaring in en worden dan door het CBR verwezen naar een psychiater.

Normen

In beide gevallen is de vraag of de persoon in kwestie rijgeschikt is voor het besturen van motorvoertuigen. De normen waaraan het CBR de rijgeschiktheid toetst zijn neergelegd in de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000. De normen in deze regeling komen tot stand op basis van adviezen van de Gezondheidsraad, externe deskundigen en de minimumnormen in Annex III van de Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (vierde Europese Richtlijn). Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) zijn de normen in de Regeling eisen geschiktheid 2000 bindend(3). Het CBR kan en mag bij zijn besluiten daar niet van afwijken.

 

In hoofdstuk 8 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 staan de normen bij het misbruik van alcohol. Deze norm is gebaseerd op een advies van de Gezondheidsraad uit 1994 (Gezondheidsraad, Medische Rijgeschiktheid. Herziening advies 1985, Den Haag: Gezondheidsraad, 1994). Paragraaf 8.8 van deze regeling stelt dat bij personen bij wie misbruik van psychoactieve middelen is vastgesteld, waaronder misbruik van alcohol, ongeschikt zijn voor ieder rijbewijs totdat aannemelijk en aantoonbaar is dat zij het misbruik  één jaar hebben gestaakt(4). Dat betekent dat als er sprake is van alcoholmisbruik, het rijbewijs door het CBR ongeldig wordt verklaard, dan wel er geen verklaring van geschiktheid wordt afgegeven en geen rijbewijs kan worden aangevraagd.

 
3.  Vergl. ABRvS 28 december 2011, ECLI:NL: RVS:2011:BU9476 en ABRvS 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:748.
4.  Regeling eisen geschiktheid 2000, paragraaf 8.8: “Voor de beoordeling of sprake is van misbruik van psychoactieve middelen is een specialistisch rapport vereist. Personen die misbruik maken van dergelijke middelen zijn zonder meer ongeschikt. Indien zij aannemelijk of aantoonbaar zijn gestopt met dit misbruik, dient een recidiefvrije periode van een jaar te zijn gepasseerd voordat zij door middel van een herkeuring - op basis van een specialistisch rapport geschikt - kunnen worden geacht. Een strenge opstelling van de keurend specialist is aangewezen, gezien de gevaren die het gebruik van deze middelen oplevert voor de verkeersveiligheid.”
 

Aan te leveren stukken CBR

Voorafgaande aan een onderzoek levert het CBR aan de onderzoekend psychiater via een digitaal platform relevante informatie (onder andere samenvatting aanhoudingsgegevens, bestaande medische informatie, voorgaande rapporten, gevolgde EMA-cursus, contactgegevens). De psychiater heeft deze stukken voorafgaand aan het onderzoek nodig om kennis te nemen van de vraagstelling, de situatie van betrokkene en om het onderzoek in te plannen.

 

Daarnaast is het voor de onderzoekend psychiater vooraf kunnen inzien van het dossier en wetenschap hebben van de inhoud essentieel in verband met de persoonlijke veiligheid. Niet alle onderzoeken kunnen in een solopraktijk (doorgaans aan huis) worden verricht gezien de semi-forensische inhoud die de casus soms heeft of gezien het gedrag van betrokkene bij voorgaande aanhoudingen of onderzoeken of een reeds bekende - in dit verband relevante - psychiatrische diagnose.

 

Specialistisch rapport

De Regeling eisen geschiktheid 2000 stelt dat voor de beoordeling een ‘specialistisch rapport’ is vereist, dat wil zeggen een rapport van een ‘onafhankelijk specialist’. Hiermee wordt gedoeld op een rapport dat is opgesteld en ondertekend door een medisch specialist, waarbij het is toegestaan dat delen van het onderzoek onder supervisie en verantwoordelijkheid van de specialist zijn uitgevoerd door een derde. Zie hiervoor ook de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband (2024) van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage. Dit betekent dat het onderzoek en de rapportage moet plaatsvinden door een psychiater. De psychiater kan hierbij ondersteund worden door een arts onder supervisie van deze psychiater. Ook in deze situatie geldt dat er sprake dient te zijn van fysieke aanwezigheid van betrokkene. Aangezien in hoofdstuk 8 sprake is van ‘Psychiatrische stoornissen’ is een onafhankelijk psychiater de betreffende specialist, die door het CBR wordt aangewezen voor nader onderzoek. Met onafhankelijk wordt in dit kader bedoeld:

  1. De psychiater is niet de behandelend psychiater van betrokkene,
  2. De psychiater is niet in dienst van het CBR,
  3. De psychiater is niet onderworpen aan enige vorm van beïnvloeding of correctie van het oordeel vanuit het CBR en
  4. De psychiater heeft geen andere relatie met betrokkene.

Het CBR verzoekt de psychiater de persoon in kwestie te onderzoeken en zijn rijgeschiktheid te toetsen aan de normen in de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000.

 

De door het CBR aangewezen psychiater moet voldoen aan de voorwaarden in de ‘Beleidsregel keuring medisch specialisten’ (Besluit Directie CBR)(5), die ook te vinden zijn op de website van het CBR(6). Voor psychiaters die nooit eerder onderzoek naar rijgeschiktheid hebben verricht, verlangt het CBR deelname aan een introductiecursus, alvorens ze een begin maken met het doen van onderzoek. Volgens de werkgroep verdient het aanbeveling dat de psychiater daarnaast de (geaccrediteerde) nascholingscursussen volgt, die onder andere door het CBR of de NVvP worden georganiseerd en een minimumaantal onderzoeken uitvoert om de deskundigheid op peil te houden. De werkgroep adviseert hierbij een minimumaantal van 10 tot 15 onderzoeken per maand, waarvan minimaal vijf onderzoeken in het kader van het Mededelingenprocedure.

 

Als de betrokken psychiater meent dat hij of zij niet ‘onafhankelijk’ is, dan wel indien niet wordt voldaan aan de eisen van onpartijdigheid en deskundigheid, dan wel indien er andere beletselen zijn voor het verrichten van een onderzoek, dient de betrokken psychiater zich niet beschikbaar te stellen. Het is aan de psychiater om zich van deze verantwoordelijkheid bewust te zijn en dit tijdig te melden, bij voorkeur uiteraard voordat het onderzoek bij betrokkene plaatsvindt.

 

De psychiater stelt op basis van het onderzoek een rapportage op en stuurt het rapport binnen de wettelijk vastgestelde termijn(7) aan het CBR. Vervolgens beslist het CBR - eveneens binnen een wettelijk vastgestelde termijn(8) - over het al dan niet ongeldig verklaren van het rijbewijs (in geval van een Mededelingenprocedure) dan wel over het al dan niet registreren van een verklaring van geschiktheid (in geval van de gezondheidsverklaringsprocedure).

 

Het onderzoek dat aan een specialistische rapportage voorafgaat vindt plaats in een juridische context. Dat impliceert dat er eisen gesteld worden aan het onderzoek, de rapportage en het naleven van de rechten van betrokkene (zie ook de module ‘Juridisch kader’).

 

Volgens vaste rechtspraak is het aan het CBR om te bewijzen dat betrokkene niet (meer) rijgeschikt is(9). Het CBR zal aan een dergelijk besluit de conclusie van een onafhankelijk psychiater ten grondslag leggen, tenzij het CBR constateert dat het rapport van de psychiater niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet (art. 3:2 Algemene wet bestuursrecht)(10).

 

Het onderzoek van de psychiater in het kader van de Mededelingenprocedure betreft het stellen van een deugdelijk onderbouwde conclusie over alcoholmisbruik in het kader van de Regeling eisen geschiktheid 2000. Het is aan het CBR om op basis van deze conclusie een besluit te nemen over de rijgeschiktheid.

 

Het oordeel en het advies van de psychiater in het kader van de gezondheidsverklaringsprocedure betreft het stellen van een deugdelijk onderbouwde 

conclusie over alcoholmisbruik in het kader van de Regeling eisen geschiktheid 2000 en het geven van een advies over een eventuele termijnbeperking. Ook hier is het voorbehouden aan het CBR om op basis van dit oordeel en advies een besluit te nemen over de rijgeschiktheid en de termijnbeperking.

 

Het CBR dient zich, indien het een advies aan zijn besluitvorming ten grondslag wil leggen, ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), ervan te vergewissen dat dit advies - naar wijze van totstandkoming - zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. In het kader van deze vergewisplicht kan het CBR de onderzoekend psychiater om verduidelijking van conclusie of onderdelen daarvan vragen. Het CBR mag hierbij de psychiater niet beinvloeden, deze moet immers onafhankelijk kunnen blijven.

 

7. Op het moment van het uitbrengen van deze Richtlijn is dit acht weken.
8. Op het moment van het uitbrengen van deze Richtlijn is dit vier weken.
9. Zie bijvoorbeeld ABRvS 25 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:138 en ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1078.
10. Zie bijvoorbeeld ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3050 en ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1552.
 

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van het bewijs kon niet worden vastgesteld.

 

Waarden en voorkeuren van cliënt (en eventueel hun naasten/verzorgers)

De achtergrond en juridische basis van het onderzoek naar alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen betreffen geen voorkeursgevoelige beslissing. Dit onderdeel van het evidence to decision framework is daarmee niet van toepassing binnen dit hoofdstuk.

 

Kostenaspecten

Kostenaspecten spelen bij de achtergrond en juridische basis van het onderzoek naar alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen geen rol die van invloed is op de aanbevolen testen.

 

Aanvaardbaarheid: Ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid

Ethische aspecten en duurzaamheid spelen bij de achtergrond en juridische basis van het onderzoek naar alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen geen rol die van invloed is op de aanbevolen testen.

 

Haalbaarheid

De werkgroep ziet behalve logistieke uitdagingen in sommige situaties geen belemmerende factoren. De werkgroep acht echter dat dit niet opweegt tegen de winst in kwaliteit.

Onderbouwing

Besturen van een voertuig onder invloed van alcohol verhoogt de kans op betrokkenheid bij verkeersongevallen. Conform de Richtlijn uit 2020 zijn van de 25.000 verkeersdoden per jaar in de Europese Unie naar schatting 5.000 doden het gevolg van alcohol. Dit verklaart waarom de Europese Unie en alle lidstaten zich intensief bezighouden met de verkeersveiligheid en het reguleren van alcoholgebruik door bestuurders. Zo gelden voor alle lidstaten dezelfde eisen voor het rijbewijs (Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs). Voorts hebben alle lidstaten bij wet beperkingen gesteld aan de hoeveelheid alcohol die bestuurders van voertuigen mogen gebruiken. Deze wetgeving van de lidstaten richt zich op zowel de aanvragers van een rijbewijs als de bezitters van een rijbewijs, die onder invloed van alcohol worden aangehouden.

Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse verricht, omdat het karakter van deze vraag zich niet goed leent voor beantwoording door middel van een systematische review van origineel wetenschappelijk onderzoek. In de overwegingen wordt de wetgeving waartoe de uitgangsvraag van deze module zich verhoudt, uitgelicht.

 

Methode

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is kennisgenomen van bestaande Richtlijnenen relevante artikelen die bekend waren bij de commissie (zie literatuurlijst).

  1. Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband (2024), Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage.
  2. Regeling maatregelen rijvaardigheid en lichamelijke/psychische geschiktheid. (2023, 1 april). Overheid.nl. Geraadpleegd op 3 december 2025, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0030613/2023-04-01.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 13-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 13-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Psychiatrie en diagnostiek
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Het cluster Psychiatrie en Diagnostiek bestaat uit meerdere richtlijnen, bekijk hier de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden geven hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Prof. dr. A.T.F. Beekman, psychiater, Amsterdam UMC, Amsterdam (NVvP)
  • Dr. D.P. Ravelli, psychiater (NVvP)
  • Dr. N.D. Veen, psychiater, ggz-Delftland, Delft (NVvP)
  • Dr. T.J.M. Ingenhoven, psychiater (NVvP)
  • Dr. S.M.P. van Veen, psychiater, Amsterdam UMC, Amsterdam (NVvP)
  • Dr. S.J. Roza, psychiater, Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam (NVvP) 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Dr. D.P. Ravelli, psychiater (NVvP) (coördinerend stuurgroeplid)
  • Drs. F.J.M. Bergkamp, klinisch chemicus, Atalmedial (NVKC)
  • Dr. J.P.M. Wielders, klinisch chemicus (senior lid, NVKC)

Met dank aan

  • Dr. L.H.J. Jacobs, klinisch chemicus, Meander Medisch Centrum (NVKC)
  • Dr. J.M.W. van den Ouweland, klinisch chemicus, Dicoon (NVKC)
  • Mr. E. van Pernis, manager bezwaar en beroep divisie rijgeschiktheid CBR
  • R.A. Bredewoud, arts, hoofd medische zaken CBR

Met ondersteuning van

  • Dr. L.C. Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. B. Vogelaar, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. M. Lenaers, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Datum

Restrictie

Sisco van Veen

Psychiater bij ggz ingeest en postdoctoraal onderzoeker bij het Amsterdam UMC en 113 zelfmoordpreventie.

* Bestuurslid ThaNet.

* Podcastmaker bij Prelum uitgevers.

* Dagvoorzitter bij BSL uitgevers.

Geen

Geen

Mijn onderzoek wordt mede gefinancierd door de NVVE en stichting VCVGZ.

Voor de bestuursfunctie bij ThaNet ontvang het Amsterdam UMC vacatiegelden via het UMC Groningen vanuit min VWS.

*NVVE:

Persisterende doodswensen, projectleider.

*Suicidaliteit bij mensen met een psychiatrische eutheanasiewens, projectleider

Geen

04-06-2024

Alle moduleteksten en aanbevelingen werden besproken in de stuurgroep onder voorzitterschap van Aartjan Beekman, alvorens ze zijn vastgesteld.

Natalie Veen

psychiater, opleider, GGZ Delfland

commissie lid geschillen commissie (onbezoldigd)

Geen

Geen

Geen

Geen

11-06-2024

Geen restricties

Theo Ingenhoven

Arkin, NPI, Amsterdam

ZZPer en docent bij RINO

Geen

Geen

Geen

Geen

22-11-2024

Geen restricties

Aartjan Beekman (voorzitter)

Amsterdam UMC hoogleraar psychiatrie

Raad van Toezicht Informatie Voorziening Zorg

Raad van Toezicht NIVEL

Stuurgroep landelijke agenda Suicidepreventie

Diverse onderzoeksconsortia en gerelateerde stuurgroepn

Referee voor diverse wetenschapopelijke bladen en onderzoeksorganisaties.

Geen

Geen

De afgelopen drie jaar geen onderzoek gefinancierd door de farmaceutische industrie of door andere commerciële partijen.

Ik heb in het verleden verschillende functies gehad bij de NVvP – o.a. voorzitter geweest tussen 2012 en 2016.

22-07-2024

Geen restricties

Dick Ravelli

 

Directeur behandeling Max Ernst GGZ (2006) 0,4 fte.

Lector Academie Beleidspsychiatrie(1999) 0,1 fte.

Lid klachtencommissie GGZ Centraal (2020) 0,1 fte.

Keurend specialist voor CBR (1999) 0,2 fte.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

06-10-2025

Geen restricties

Sabine Roza

Universitair Hoofddocent Forensische Psychiatrie bij Erasmus MC: 8 uur per week (betaald)

Universitair Hoofddocent Forensische Psychiatrie bij Erasmus MC: 8 uur per week (betaald)

Psychiater en directeur Pieter Baan Centrum bij Nederlands Instituut voor Forensische

Psychiatrie (onderdeel van Dienst Justitiële Inrichtingen, bij Ministerie van Justitie &

Veiligheid): 32 uur / week (betaald).

Gerechtelijk deskundige in strafzaken Jeugd en strafzaken Volwassenen (binnen dienstverband NIFP en als zzp (betaald).

 

Lid Adviescollege Verloftoetsing tbs (betaald).

Toetser Nederland Register voor Gerechtelijk Deskundigen (betaald).

Geen

Geen

Financier 1:

Stichting tot Steun VCVGZ: Niet-aangeboren hersenletsel bij forensisch-psychiatrische patienten.

 

Financier 2:

Stichting tot Steun VCVGZ:

Sekseverschillen in delictgedrag, projectleider. raakt slechts indirect aan de richtlijn Psychiatrisch onderzoek en rapportage in strafzaken.

Financier 3:

ZonMW: Regionale kenniswerkplaats Onbegrepen Gedrag rotterdam-Rijnmond.

Uitsluitend t.a.v. de richtlijn Psychiatrisch onderzoek en rapportage in strafzaken is vanwege mijn forensisch-psychiatrische expertise en reputatie hiervan enig voordeel te verwachten.

15-08-2024

Geen restricties

Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Jos Wielders

Geen werkgever meer wegens pensioen.

Laatste functie van medisch manager lab Klinische Chemie, Meander Medisch Centrum, Amersfoort

Voorzitter WG CDT standaardisatie van de Int. Federation Clinical Chemistry. Onbetaalde wetenschappelijke nevenfunctie voor opgeteld ca 2 weken per jaar.

Geen financieel belang bij het effect van de Richtlijn op het gebruik van biomarkers CDT en GGT door laboratoria of opdrachtgevers (Psychiaters / CBR)

Geen familie of vrienden, collega's die een financieel belang hebben,

Niet van toepassing

Uitkomst richtlijn heeft geen effect.

Niet van toepassing

30-04-2025

 Geen restricties

Ferry Bergkamp

Klinisch chemicus

Atalmedail Amsterdam (betaald hoofdwerkzaamheden)

Voorzitter WG CDT van de NVKC. Onbetaalde wetenschappelijke nevenfunctie voor opgeteld ca 1 week per jaar.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

 06-06-2024

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Achtergrond en juridische basis van vraagstelling CBR bij alcoholmisbruik

Geen substantiële financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Juridisch kader