Implementatietabel

(Sub)aanbeveling

 

Sterkte van de aanbeveling

Bewijskracht per uitkomstmaat

Verkeerslicht per (sub)aanbeveling

 

Aanbeveling 1

Verwijs CRC-patiënten jonger dan 40 jaar met een CRC-diagnose standaard door naar de polikliniek Klinische genetica voor erfelijkheidsonderzoek en -advies.

 

Verwijs CRC- patiënten van ≥40 jaar en < 70 jaar niet standaard naar de polikliniek klinische genetica voor erfelijkheidsonderzoek en advies tenzij:

 

 

De criteria zijn algemeen en niet altijd eenduidig. Voor specifieke tumoren zijn verwijscriteria ook te vinden via www.artsengenetica.nl. Bij twijfel of sterke wens van de patiënt kan laagdrempelig met een klinisch geneticus overlegd worden.

 

N.B. zie voor controle advies voor familieleden FCC submodule Incidentie, risico’s en surveillance bij familiair colorectaal carcinoom

X Sterk (doe/ gebruik)/

 

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

 

X voor de (sub)uitgangsvraag is geen systematische literatuur analyse uitgevoerd

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

Aanbeveling 2

Verricht gen panel-analyse bij CRC-patiënten, die in aanmerking komen voor genetische diagnostiek, met behulp van de volgende gen-panels (zie ook Tabel 1):

 

  • Screen darmkankerpatiënten met verdenking op Lynch syndroom volgens onderstaande flowchart met het Lynch syndroom panel: MLH1, MSH2, MSH6, PMS2, EPCAM.
  • Screen darmkankerpatiënten met adenomateuze polyposis (>10 adenomen < 60 jaar of > 20 adenomen < 70 jaar) tenminste op de volgende adenomateuze polyposis genen: APC, MUTYH, AXIN2, MLH3, MSH3, MBD4, NTHL1, POLE, POLD1. (Zie evt. ook submodule Genetische testen bij adenomateuze polyposis)

Screen darmkanker patiënten met hamartomateuze poliepen op de genen die geassocieerd zijn met dit type poliepen: PTEN, STK11, SMAD4, BMPR1A (zie evt. ook submodule Genetische testen bij adenomateuze polyposis)

 

  • Genpanels kunnen in de praktijk ook worden gecombineerd

 

Indien er een persoonlijke en/of een (familiaire) belasting voor overige tumoren is kan DNA-onderzoek worden aangevuld met andere tumorpredispositie genen zoals aangegeven in Tabel 1. Gebruik hiervoor de consensus gebaseerde criteria voor diagnostiek van de VKGN/StOET (zie www.artsengenetica.nl).

X Sterk (doe/ gebruik)/

 

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

 

X voor de (sub)uitgangsvraag is geen systematische literatuur analyse uitgevoerd

 

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

 

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1 en 2

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

X Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

De aanbeveling geeft handvatten voor clinici wanneer zij patiënt en met verdenking op erfelijk CRC doorsturen en geeft daarmee minder aanleiding tot praktijkvariatie.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

X < 1000/ jaar

□ < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze (sub-)module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: [toelichting]

 

X Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

 

Mogelijk kan het als standaard tekst gedeeld worden bij bijv. Do’s waar alle nieuwe CRC-patiënt en gedeeld worden en/of in digitale EPDs geïmplementeerd worden.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Tekst moet makkelijk vindbaar zijn en onder aandacht komen via beroepsverenigingen.

Zie boven.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Het informeren van familieleden is niet altijd goed mogelijk (vanwege bv weinig contact in de familie en verbroken banden) of is logistiek lastig.

aanwezigheid en bekendheid van richtlijn, informeren familieleden.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

n.v.t.

n.v.t.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

n.v.t.

Mogelijk implementeren in EPDs en in MDO-teksten.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

n.v.t.

n.v.t.

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

X Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

□ Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

…………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

MDL-artsen en andere primaire behandelaars (medisch oncoloog/ chirurg), in de praktijk zullen de meeste verwijzingen via MDL komen. Richtlijn onder de aandacht brengen. KG heeft er baat bij dat niet te veel mensen worden doorgestuurd die een lage verdenking hebben op erfelijk CRC, tegelijkertijd ook niet missen van belangrijke groepen.

In de praktijk wordt veel gebruikt gemaakt van de VKGN/ Stoet richtlijnen waarin de aangepaste criteria ook zullen verschijnen

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

X < 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

Dit lijkt niet een al te ingewikkelde aanbeveling, belangrijkste is dat het onder de aandacht komt.

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

X Ja* x Nee

 

Toelichting:

De richtlijn zal worden gepresenteerd op nationale en regionale bijeenkomsten van de Maag-Darm-Leverartsen, chirurgen en klinische genetici zodat er voldoende kennis wordt verspreid over de nieuwe richtlijn wat de implementatie zal bevorderen.

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.