Implementatietabel

(Sub)aanbeveling

 

Sterkte van de aanbeveling

Bewijskracht per uitkomstmaat

Verkeerslicht per (sub)aanbeveling

 

Aanbeveling 1

Verricht voor de detectie van Lynch syndroom routinematig IHC van de MMR-eiwitten en/of moleculaire MSI-analyse bij de volgende tumoren gediagnostiseerd < 70 jaar:

  • Adenocarcinoom van de dikke en dunne darm
  • Endometriumcarcinoom
  • Niet-sereus epitheliaal ovariumcarcinoom
  • Urotheelcelcarcinoom van de hogere urinewegen
  • Talgklier tumoren

 

Verricht voor de detectie van Lynch syndroom routinematig IHC van de MMR-eiwitten en/of moleculaire MSI-analyse bij de volgende tumoren gediagnostiseerd < 50 jaar:

  • Adenocarcinoom van de alvleesklier of galwegen (inclusief papil van Vater) en galblaas
  • Adenocarcinoom van de maag
  • Urotheelcelcarcinoom van de blaas

X Sterk (doe/ gebruik)/

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H X M □ L □ VL X NG

 

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

Aanbeveling 2

Voor routinematig onderzoek naar aanwijzing voor Lynch syndroom voldoet IHC-analyse van MLH1, MSH2, PMS2 en MSH6. In laboratoria kan bij CRC en EC ook gekozen worden voor initieel IHC PMS2 en MSH6 met in 2e instantie bij afwijkende of onduidelijke kleuring ook MLH1 en MSH2 analyse.

 

In geval van immunohistochemisch MLH1 (en PMS2) verlies, dient bij de onderzochte tumoren <70 jaar aanvullend MLH1 promoter methylatie (PM) onderzoek in de tumor te worden gedaan.

 

Verwijs voor kiembaandiagnostiek <50 jaar:

  • Bij afwezige kleuring van MLH1, MSH2, MSH6 en/of PMS2

Verwijs voor kiembaandiagnostiek 50-70 jaar:

  • Bij afwezige kleuring van, MSH2, MSH6 en/of PMS2
  • Bij afwezige MLH1 kleuring, tenzij sprake is van MLH1-PM.

 

Indien bij IHC-onderzoek (dat wordt ingezet om andere redenen dan Lynch syndroom detectie) >70 jaar afwijkende MMR-kleuring wordt gevonden, verwijs dan voor kiembaan diagnostiek:

  • Bij afwezige kleuring van alleen (geïsoleerd) MSH6 of PMS2

 

In algemeen geldt dat buiten deze criteria een belaste voorgeschiedenis of familieanamnese een reden kan zijn om toch te verwijzen naar de klinische genetica, zie de flowchart en submodule Verwijscriteria voor klinisch genetisch onderzoek bij CRC en genpanelanalyse

 

NB: omdat het aantonen van Lynch syndroom soms gevolgen kan hebben voor chirurgische behandelkeuzes (subtotale colectomie of segmentresectie en bij vrouwen eventueel gelijktijdige preventieve operatie van uterus en/of ovaria, zie submodule Chirurgische behandeling van Lynch syndroom), moet in deze gevallen patiënt met spoed worden verwezen naar de Klinische genetica.

 

Gebruik voor het rapporteren van de IHC MMR uitslag door de pathologie de standaard teksten via PALGA.

 

X Sterk (doe/ gebruik)/

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H □ M X L □ VL X NG

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

Aanbeveling 3.

Bij negatieve IHC MMR zonder MLH1-PM in de tumor en geen kiembaan MMR-defect dient aanvullend somatisch DNA-analyse van de MMR genen in de tumor gedaan te worden in patiënten met een leeftijd van diagnose <60 jaar of bij blijvende aanwijzing voor een mogelijk kiembaan MMR-gendefect vanwege een belaste voor- of familieanamnese zoals beschreven in de flowchart en submodule Verwijscriteria voor klinisch genetisch onderzoek bij CRC en genpanelanalyse.

 

In geval dat er geen kiembaan of somatische verklaring voor afwijkende IHC MMR en/of MSI-High profiel in de tumor wordt gevonden, spreekt men van onverklaard MMRd (UMMRd). Afhankelijk van leeftijd en familieanamnese kan bij sterke verdenking gemist Lynch syndroom, Lynch-syndroom advies worden gegeven, of als voldaan wordt aan FCC-criteria een FCC-advies (zie submodule Incidentie, risico’s en surveillance bij familiair colorectaal carcinoom, submodule Colorectaal kankerrisico en surveillance bij het Lynch syndroom en submodule Extracolonische kankerrisico en surveillance bij het Lynch syndroom), In andere gevallen is het advies deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek voor darmkanker.

X Sterk (doe/ gebruik)/

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H □ M X L □ VL X NG

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

 

Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1 -3

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken? Onduidelijkheid ten aanzien beleid ten aanzien van MMRd-analyse bij CRC en EC >70 jaar en bij andere Lynch geassocieerde tumoren.

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

X Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

Er is de afgelopen 10 jaar meer bekend geworden over de prevalentie van Lynch syndroom bij andere Lynch syndroom geassocieerde tumoren dan CRC en EC, op basis daarvan zijn er nieuw adviezen over routinematig IHC-MMR/MSI analyse uit te breiden naar een groot deel van deze tumoren om meer Lynch syndroom te detecteren in patiënten. Hierbij is per tumor op grond van de huidige gegevens afgewogen voor welke leeftijdscategorie deze analyse het meest doelmatig is.

Voor deze tumoren geldt naast al eerder EC en CRC, nu ook het advies om standaard IHC MMR te doen onder 70 jaar bij niet-sereus epitheliaal ovariumcarcinoom, urotheelcelcarcinoom van de hogere urinewegen en talgklier tumoren.

Onder de 50 jaar geldt dit advies voor adenocarcinoom van de alvleesklier of galwegen (inclusief papil van Vater) en galblaas, adenocarcinoom van de maag en urotheelcelcarcinoom van de blaas

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

X < 1000

□ < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

Naar schatting, op basis van NKR-cijfers 2022-2023, gaat het om de volgende aantallen diagnoses per jaar: 5000 CRCs. 1000 EC, 100 OC, 250 urotheelcelcarcinomen en 100 talgkliertumoren. Voor de tumoren onder 50 jaar om zo’n 100 carcinomen van de alvleesklier of galwegen/galblaas, 65 van de maag en 200 urotheelcelcarcinomen van de blaas. Echter, veel van deze tumoren worden in het kader van behandelkeuze al op MMRd onderzocht. Ook zal maar bij zo’n 15% een afwijkend IHC MMR patroon gevonden, waarvan het merendeel buiten de verwijscriteria voor klinisch genetisch onderzoek vallen. 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze (sub-)module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Er is al ervaring met standaard IHC MMR <70 voor CRC en EC en ook wordt er vanwege behandelconsequenties standaard IHC MMR aanbevolen in CRC en EC. Dus dat maakt de implementatie van deze richtlijn in principe aansluit bij bestaande praktijk, er is alleen een uitbreiding naar andere tumoren.

 

Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Kennislacunes bij pathologen/ KMPB’ers en verwijzers.

 

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

Al bestaande praktijk voor EC en CRC onder 70 jaar + vanwege behandeling ook uitbreiding in andere carcinoom specifieke richtlijnen

 

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Verandering altijd lastig,

Past wel dus al in bestaande logistiek en ook van belang voor behandeling (immunotherapie)

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Kennis lacunes bij verwijzers

Goed georganiseerde pathologie en oncologie netwerken

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Patiënt met de tumoren uit de groepen moeten worden geïnformeerd door behandelaar dat er mogelijk verder onderzoek naar erfelijke aanleg volgt indien er sprake is van een MMRd tumor.

Goede verspreiding/ disseminatie van de richtlijn, onder ander bij de beroepsverengingen en overkoepelende verenigingen (DCCG) /IKNL)

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

In Nederland is er een goede samenwerking tussen pathologie, maag-darm-leverziekten, oncologie en klinische genetica, hierdoor is er ook eerder al een leidraad tumordiagnostiek tot stand gekomen.

 

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Werkproces pathologie moet aangepast

Goed georganiseerde pathologie

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Waarschijnlijk beperkt

De belangrijkste aanpassing betreft immunohistochemische analyse (IHC) welke goedkoop is en onder vergoede zorg valt. De uit de IHC voorkomende moleculaire analyses gaan grotendeels via de klinische genetica en vallen ook onder vergoede zorg. Wij schatten daarom in dat de belemmeringen op dit gebied beperkt zullen zijn.

Ook is de gekozen aanpak zeer waarschijnlijk kosteneffectief. Momenteel loopt er een grote, door de Europese commissie gesubsidieerde multidisciplinaire studie, naar de effectiviteit en de kosteneffectiviteit van vroeg detectie, surveillance en risico reducerende operaties van zeldzame genetische tumor risicosyndromen. Onder meer verschillende vormen van polyposis worden onderzocht zoals Peutz Jeghers en PTEN-hamartoom tumor syndroom. De resultaten worden in 2026 verwacht. (zie https://preventable.eu/)

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

□ Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

…………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Uitbreiding IHC MMR analyse naar andere tumoren. De logistiek is hiervoor al aanwezig in Pathologie laboratoria

Oncologen en andere medisch specialismen betrokken bij behandeling van patiënten met de vormen van kanker boven benoemd moeten op de hoogte zijn van dat er in he pathologie verslag ook melding wordt gemaakt van de IHC MMR uitkomst en dat in zon 5% ook verwijzing naar de klinisch geneticus geadviseerd kan worden.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

X < 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

Aangezien de logistiek voor de IHC MMR test al zeer lang standaard is uitbreiding naar andere tumoren naar verwachting goed en snel realiseerbaar.

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

X Ja* □ Nee

 

Toelichting: Ondersteuning pathologie bij implementatie richtlijn in werkprocessen en bijscholing verwijzers.

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.