Samenwerking
Uitgangsvraag
Hoe kan de interdisciplinaire zorg rondom patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis het beste worden vormgegeven?
Aanbeveling
Informeer jezelf over de expertises en benadering van zorgverleners uit andere beroepsgroepen. Gebruik hierbij het overzicht Behandelmogelijkheden voor patiënten met ALK.
Stimuleer interdisciplinaire betrokkenheid door het organiseren van gezamenlijke consultaties, interdisciplinair overleg en regionale samenwerkingsverbanden.
Ontwikkel en implementeer een gezamenlijke visie en gedeelde taal over somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis voor zorgverleners van verschillende disciplines door de dialoog tussen de verschillende disciplines en patiëntvertegenwoordigers te bevorderen.
Verbeter communicatie en coördinatie van individuele behandeltrajecten door aanwijzen van een regiebehandelaar binnen het team van betrokken zorgverleners, expliciteren van rollen en doelen van deelbehandelingen, en door regelmatige interdisciplinair te overleggen over de voortgang van de behandeling.
Wees bij verwijzing duidelijk in de vraag en de verwachtingen en bespreek deze voorafgaand aan de verwijzing met de betreffende patiënt en de zorgverlener naar wie verwezen wordt.
Overwegingen
Op basis van de literatuur zijn verschillende aanbevelingen geformuleerd om de samenwerking tussen verschillende soorten zorgverleners te verbeteren.
Interdisciplinaire zorg
Een integrale biopsychosociale benadering vraagt om betrokkenheid van meerdere disciplines bij diagnostiek, indicatiestelling en behandeling. Dit voorkomt een onevenwichtige focus op biomedische of de psychosociale aspecten. Een minder dualistisch zorgsysteem kan de aanpak van somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis verbeteren. Interdisciplinaire samenwerking kan plaatsvinden via gezamenlijke consulten binnen behandelsettings, zoals bij intake of tijdens de behandeling. Daarnaast bevordert laagdrempelige consultatie tussen zorgverleners uit verschillende disciplines de integratie van zorg en kennisdeling, wat uiteindelijk de kwaliteit van de zorg ten goede komt. De ziekenhuispsychiatrie is goed gepositioneerd als structureel knooppunt tussen medisch specialisten, paramedici en ggz binnen en buiten het ziekenhuis (waaronder medische psychologie en psychiatrie).
Gezamenlijke diagnostische concepten en verklaringsmodellen
Eenduidige diagnostische concepten en gedeelde verklaringsmodellen zijn cruciaal om misverstanden tussen zorgverleners en verwarring bij patiënten te voorkomen. Voor een consistente en samenhangende zorgaanpak, is het belangrijk dat alle disciplines en zorgsystemen dezelfde diagnostische termen gebruiken en binnen één patiëntsysteem een uniform verklaringsmodel hanteren (Finkelstein, 2023). Dit model moet aansluiten bij zowel de patiënt als diens naasten en zorgverleners, respectvol geformuleerd zijn en in lijn liggen met actuele en wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten. Thuisarts.nl kan dienen als basis voor uniforme uitleg, bijvoorbeeld over de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Daarnaast kunnen zorgverleners verwijzen naar www.nalk.info en https://bodysymptoms.org/nl/ voor uitgebreide informatie over biopsychosociale factoren en gedeelde verklaringsmodellen bij aanhoudende lichamelijke klachten. Momenteel is er geen uitgebreide online patiënten informatie over de somatisch-symptoomstoornis.
Communicatie en coördinatie
Regelmatige communicatie en goede coördinatie tussen zorgverleners, zowel binnen dezelfde instelling als tussen zorgsystemen, verbeteren de continuïteit van zorg en verhogen de patiënttevredenheid. Hierbij kan ook de bedrijfs- en verzekeringsarts betrokken worden. Gedeelde elektronische patiëntendossiers met toegang voor alle bij de behandeling betrokken zorgverleners kunnen de zorgafstemming vergemakkelijken.
Bij meerdere betrokken zorgverleners is het essentieel om af te spreken wie het zorgtraject overziet en de coördinatie van deelbehandelingen bewaakt (Röhricht, 2024). Bij lichamelijke klachten in de eerste lijn vervult de huisarts deze rol, terwijl bij een somatisch-symptoomstoornis de huisarts, de behandelaar in de ggz of de behandelaar in de somatische zorg (bijvoorbeeld een medisch psycholoog of revalidatieprofessional) deze verantwoordelijkheid draagt. In de tweede lijn wordt de coördinatie ook wel door de medisch specialist gedaan, bijvoorbeeld door de neuroloog bij functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Bij voorkeur wordt in overleg met patiënt en betrokken zorgverleners expliciet benoemd wie de regiebehandelaar is, vaak afhankelijk van dominante problematiek en mate van zorgbehoefte (Finkelstein, 2023). De regiebehandelaar moet laagdrempelig bereikbaar zijn voor zowel patiënten als betrokken zorgverleners. Duidelijke afspraken over de doelen van deelbehandelingen en het delen van relevante informatie (met toestemming van de patiënt) dragen bij aan samenwerking. Ook is het nuttig om bij de start van de behandeling overlegmogelijkheden vast te leggen, zoals contactgegevens en bereikbaarheid. Indien nodig kan een zorgafstemmingsgesprek worden georganiseerd, waarin alle betrokken zorgverleners, de patiënt en eventuele naasten (digitaal) samenkomen. Bij het afronden van een (deel)behandeling is een goede overdracht van belang.
Verwijzing
Een passende verwijzing draagt bij aan de juiste hulp op de juiste plek. De keuzehulp aanhoudende lichamelijke klachten, die ook toepasbaar is bij somatisch-symptoomstoornis, helpt zorgverleners geschikte behandelmogelijkheden te bepalen. Door patiëntkenmerken in te vullen, ontvangen zij een behandeladvies, zoals voor een interdisciplinaire behandeling (bijvoorbeeld huisarts en ergotherapeut) of een multidisciplinaire behandeling (bijvoorbeeld in de ggz). Gedeeld gebruik van deze keuzehulp door zorgverleners vanuit verschillende disciplines bevordert een samenhangende aanpak. Specifieke verwijsmogelijkheden per regio zijn te vinden op de zorgkaart van het landelijk Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK). Voor klachtgerichte eerstelijnsbehandeling van de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is daarnaast een overzicht te vinden op FNS-net.
Voorafgaand aan een verwijzing is een heldere verwijsvraag nodig, in overleg met de patiënt en eventueel diens naasten. Dit overleg omvat de voor- en nadelen van de verwijzing en realistische verwachtingen over wat deze zorgverlener specifiek voor de patiënt kan betekenen. Verwijzers kunnen betrouwbare online informatie gebruiken om patiënten te informeren over verschillende behandelopties, zie Behandelmogelijkheden voor patiënten met ALK.
Bij verwijzing naar de somatische tweedelijnszorg is verwachtingsmanagement extra belangrijk. Wanneer de verwijzer vermoedt dat de kans op een somatische aandoening laag is, is het zinvol dit vooraf te bespreken. Concrete vragen van de patiënt en verwijzer aan de medisch specialist dienen duidelijk geformuleerd te zijn in de verwijsbrief. Dit draagt bij aan doelmatige verwijzingen en betere behandeluitkomsten. Patiënten kunnen geadviseerd worden hun vragen vooraf op te schrijven en mee te nemen naar het consult. Ook mogen zij gesprekken opnemen. Het kan helpend zijn om het consult gezamenlijk met de verwijzer in een vervolgconsult terug te luisteren. Deze werkwijze kan in de verwijsbrief worden gemeld. De verwijsbrief dient te voldoen aan de NHG-richtlijn informatie-uitwisseling tussen huisarts en specialist. Volgens de landelijke ggz-samenwerkingsafspraken blijft de huisarts betrokken bij iedere patiënt die naar de ggz verwezen wordt. Dit vereist overleg bij belangrijke gebeurtenissen of wijzigingen in het behandelbeleid.
Als een bedrijfsarts of medisch specialist verwijst, wordt zowel deze verwijzer als de huisarts geïnformeerd. Bij tussentijdse evaluaties en de afsluitende brief is het nuttig expliciet te vermelden welke stoornis of biomedische diagnose is vastgesteld, welke uitleg gegeven werd over het diagnostisch concept en het verklaringsmodel, en welke behandelingen zijn ingezet met welk doel en welk resultaat. Bij een nieuwe verwijzing kan deze correspondentie als bijlage meegestuurd worden om consistentie in uitleg en behandelbeleid te bevorderen.
Regionale zorgafstemming
Voor een doelmatige verwijzing van patiënten met complexere somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is het aan te raden de zorg regionaal af te stemmen. Dit kan bijvoorbeeld doordat zorgverleners zich regionaal organiseren in een netwerk. Binnen een netwerk dienen zorgverleners gezamenlijk hun doelgroepen goed te definiëren, om ervoor te zorgen dat er voor iedere patiënt een passend behandelaanbod beschikbaar is. Het is cruciaal dat ze elkaar en elkaars expertise kennen, zodat ze gemakkelijk en laagdrempelig kunnen overleggen en elkaar kunnen consulteren. Een overzicht van zorgverleners in de regio is te vinden via de zorgkaart op de website van het NALK. Voor de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is op FNS-net een landelijk overzicht beschikbaar van fysiotherapeuten, oefentherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten die getraind zijn in klachtgerichte behandeling.
De NALK-website biedt ook een toolkit met hulpmiddelen voor het opzetten of verbeteren van een bestaand netwerk. Daarnaast is een overzicht van bestaande netwerken beschikbaar. Naast regionale netwerken kunnen zorgverleners ook op wijkniveau samenwerken, zoals rondom een gezondheidscentrum.
Voor patiënten met somatisch-symptoomstoornis en/of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis bij wie chronische pijn een prominente rol speelt, kan de Leidraad Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn (2026) geraadpleegd worden, die aansluit bij de aanbevelingen in deze module.
Voor patiënten met problematiek op meerdere levensgebieden is ook samenwerking met het sociaal domein van belang, zoals wijkteams, schuldhulpverleners, maatschappelijk werk of jeugdzorg.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en hun naasten)
Voor patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is goede samenwerking tussen zorgverleners van groot belang (O’Keefe, 2021; Toussaint, 2024). Ze willen consistente uitleg, afstemming over doelen en voorkomen dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Wanneer samenwerking ontbreekt, krijgen patiënten vaak tegenstrijdige adviezen of uitleg, wat kan leiden tot verwarring, onzekerheid of wantrouwen in de zorg.
Patiënten waarderen het als zorgverleners gezamenlijk tot één verklaringsmodel en behandelplan komen, en duidelijk is wie hun aanspreekpunt is. Zeker bij voorkeurgevoelige beslissingen -bijvoorbeeld over verwijzing naar ggz of revalidatie- helpt het als de informatie vanuit verschillende disciplines op elkaar aansluit. Kwetsbare subgroepen, zoals patiënten met lage gezondheidsvaardigheden of complexe comorbiditeit, zijn extra afhankelijk van goede samenwerking. Voor hen is een gecoördineerde aanpak vaak een voorwaarde om passende zorg te kunnen ontvangen. Gezamenlijke consulten of zorgafstemmingsgesprekken waarin ook de patiënt (en zo nodig naasten) betrokken worden, dragen bij aan betere besluitvorming en meer vertrouwen in het behandeltraject.
Kosten (middelenbeslag)
Een belangrijk knelpunt voor interdisciplinaire zorg is het gebrek aan tijd en financiering om deze samenwerking goed vorm te geven. De financiering in de somatische zorg is gericht op medisch-technische interventies, in plaats van op samenwerking met andere disciplines of het investeren in tijd voor gesprekken met patiënten en hun naasten. Dit maakt het moeilijk nut van andere disciplines bespreekbaar te maken en belemmert de opbouw van een goed fundament voor samenwerking. Het probleem wordt versterkt doordat zorgverleners in verschillende zorgsystemen werken, met uiteenlopende financieringsstelsels, waardoor meer tijd en energie investeren in interdisciplinair overleg vaak niet vergoed of beloond wordt. Er is dan ook behoefte aan structurele financiële ondersteuning om interdisciplinaire teams te creëren en onderhouden, en om de benodigde infrastructuur voor samenwerking te ontwikkelen. Ook is er structurele financiering nodig voor zorgcoördinatie, interdisciplinair overleg en zorgafstemmingsgesprekken, en voor het opzetten van regionale samenwerkingsverbanden die de kwaliteit van zorg voor somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis verbeteren.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
De implementatie van samenwerking tussen disciplines bij somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis wordt vaak belemmerd door praktische factoren zoals tijdgebrek, onvoldoende financiering en een gebrek aan structurele overlegmomenten. Zorgverleners ervaren daarnaast drempels omdat samenwerking meestal niet structureel is ingebed in de organisatie of bekostiging van zorg. Dit geldt met name bij samenwerking over de grenzen van zorgsystemen heen, bijvoorbeeld tussen de eerste lijn, de somatische tweede lijn en de ggz.
Niet alle zorgverleners beschikken over voldoende kennis van somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis of over de expertise van andere betrokken disciplines. Het organiseren van gezamenlijk onderwijs en training voor zorgverleners werkend in de eerste, tweede en derde lijn is wenselijk. Onderwijs over somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis binnen het medische en sociaal domein dienen in het bijzonder gestimuleerd te worden. Gezamenlijke trainingen en opleidingen kunnen helpen om kennis en begrip van elkaars expertise te vergroten, waardoor zorgverleners bovendien meer dezelfde taal zullen gaan spreken en dezelfde verklaringsmodellen zullen gebruiken in hun uitleg naar patiënten. Naar verwachting zal het hierdoor beter lukken om zorg goed op elkaar af te stemmen, wat de kwaliteit en consistentie van zorg kan verbeteren. Bovendien zorgen onderwijs en training voor een toename van zorgverleners met voldoende ervaring en expertise in zorg voor somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.
Daarnaast zijn er substantiële verschillen in toegang tot samenwerkingsgerichte zorg. Patiënten met lage gezondheidsvaardigheden of beperkte digitale toegang hebben vaak meer moeite om hun weg te vinden binnen gefragmenteerde zorg, waarin vaak veel zelfregie van de patiënt gevraagd wordt. Voor hen is duidelijke coördinatie en afstemming tussen zorgverleners des te belangrijker.
Voor succesvolle implementatie zijn randvoorwaarden nodig zoals:
- Structurele tijdsinvestering voor interdisciplinair overleg
- Heldere rolverdeling en zorgcoördinatie
- Stimulering van gezamenlijk onderwijs over diagnostiek en samenwerking
- Financiering die samenwerking over zorgdomeinen heen mogelijk maakt.
Rationale van de aanbevelingen
Samenwerking tussen disciplines is cruciaal om een consistente biopsychosociale benadering te bieden en versnippering van zorg te voorkomen. Eenduidige diagnostische concepten, duidelijke rolverdeling en afstemming tussen zorgverleners zorgen voor heldere communicatie, versterken het vertrouwen van patiënten en verhogen de effectiviteit van behandelingen. Heldere verwijsvragen en het gebruik van keuzehulpen verbeteren de toeleiding naar passende zorg, terwijl regionale netwerken de samenhang en toegankelijkheid van expertise bevorderen. Structurele samenwerking vraagt om duidelijke rolverdeling, gedeelde uitleg en randvoorwaarden zoals tijd, scholing en financiering.
Onderbouwing
De behandeling van een somatisch-symptoomstoornis of een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis vereist een interdisciplinaire aanpak, afgestemd op biologische, psychologische en sociale factoren. Goede samenwerking tussen zorgverleners is essentieel, maar de zorg is vaak gefragmenteerd, onder andere door de scheiding tussen geestelijke en somatische gezondheidszorg. Dit belemmert communicatie en coördinatie, wat de kwaliteit en effectiviteit van de zorg vermindert. Deze module richt zich op het verbeteren van interdisciplinaire samenwerking en communicatie om behandeluitkomsten en zorgervaringen te optimaliseren. Algemene adviezen over patiëntcommunicatie staan in de module Communicatie.
In deze module wordt met interdisciplinaire zorg bedoeld: samenwerking tussen zorgverleners van verschillende disciplines op een geïntegreerde manier, met gedeelde visie, doelen en verklaringsmodel. Interdisciplinaire samenwerking vindt vaak plaats tussen zorgverleners die niet in dezelfde organisatie of setting werken (zoals huisarts, fysiotherapeut, bedrijfsarts en ggz-zorgverlener). Voor samenwerking binnen een bestaand multidisciplinair team - bijvoorbeeld binnen de ggz of revalidatie - verwijzen we naar de module over Multidisciplinaire behandeling.
Knelpunten
Knelpunt: Gebrek aan uniformiteit in diagnostische concepten
Zorgverleners hanteren uiteenlopende diagnostische concepten voor lichamelijke klachten, somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. In de somatische zorg worden bijvoorbeeld biomedische diagnoses gesteld voor chronische somatische aandoeningen of functioneel somatische syndromen, terwijl de ggz DSM-5 classificaties gebruikt. Dit kan bij sommige klachten leiden tot verschillende diagnoses of classificaties voor hetzelfde probleem, afhankelijk van de geconsulteerde discipline. Zo kan een patiënt die langer dan drie maanden pijn heeft en daar somber over is uiteenlopende diagnoses en classificaties krijgen, zoals aanhoudende lichamelijke klachten, chronische/aanhoudende pijn, fibromyalgie, aanpassingsstoornis en somatisch-symptoomstoornis. Dit kan verwarring veroorzaken over welke zorgverleners betrokken moeten worden bij de behandeling en inconsistenties in de communicatie naar patiënten doordat zij verschillende boodschappen ontvangen over hetzelfde probleem van verschillende zorgverleners. Ook kan het ten onterechte de indruk wekken dat een verkeerde diagnose is gesteld of dat er sprake is van multimorbiditeit. Gebrek aan uniforme diagnostische concepten belemmert samenwerking en vermindert de kwaliteit van zorg. Een gedeelde terminologie is essentieel om communicatie en coördinatie tussen zorgverleners en zorgsystemen te verbeteren.
Knelpunt: Gebrek aan uniformiteit in verklaringsmodellen
Verschillende disciplines hanteren uiteenlopende verklaringsmodellen voor de invloed van biologische, psychologische en sociale factoren op lichamelijke klachten. Uit recent onderzoek onder Nederlandse patiënten die interdisciplinaire zorg ontvingen, blijkt dat deze modellen niet altijd op elkaar aansluiten (Mamo, 2025). Dit kan ertoe leiden dat patiënten tegenstrijdige informatie of adviezen krijgen van verschillende zorgverleners. Omdat zorgverleners de standaarden van hun eigen discipline volgen, zijn zij zich vaak niet bewust van de verklaringen die collega’s uit andere disciplines geven. Om verwarring bij patiënten te voorkomen en de zorg te optimaliseren, is het essentieel dat zorgverleners binnen een behandeltraject een gezamenlijk, discipline-overstijgend verklaringsmodel hanteren.
Knelpunt: Fragmentatie van Zorg
Bij de zorg voor somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis zijn vaak zorgverleners van verschillende disciplines en zorgsystemen betrokken (O’Neal, 2021; Röhricht, 2024). Dit zorgt voor fragmentatie van de zorg. Allereerst doordat de verschillende zorgverleners allen een deelbehandeling uitvoeren. Afstemming tussen de deelbehandelingen, net als een overstijgende blik op het gehele behandelplan over verschillende behandelsettings heen, ontbreekt vaak in de klinische praktijk. Verschillende soorten zorgverleners hebben bovendien vaak onvoldoende kennis over elkaars expertise. Zij weten daardoor niet goed hoe zij aanvullend aan elkaar kunnen werken. Dit leidt tot inefficiënte en suboptimale zorg, met onduidelijkheden over verantwoordelijkheden en onderlinge verwachtingen tussen zorgverleners. Deze fragmentatie speelt in het bijzonder indien er zowel sprake is van lichamelijke als psychische klachten. Zo worden patiënten met pijn en een persoonlijkheidsstoornis veelal afgewezen voor pijnrevalidatie met het advies eerst een behandeling in de ggz te ondergaan voor hun persoonlijkheidsstoornis, terwijl deze patiënten in de ggz juist een afwijzing kunnen krijgen omdat ze pijn hebben.
Knelpunt: Gebrek aan tijd en financiering
Een van de grootste knelpunten voor interdisciplinaire zorg is het gebrek aan tijd om deze samenwerking vorm te geven, net als gebrek aan financiering om deze samenwerking te ondersteunen. Dit knelpunt wordt versterkt doordat zorgverleners in verschillende zorgsystemen met verschillende financieringsstelsels werken, waarbij interdisciplinair overleg helaas lang niet altijd vergoed wordt. Er is behoefte aan structurele financiële ondersteuning om interdisciplinaire teams te vormen en te onderhouden, en om de benodigde infrastructuur om dergelijke samenwerking te bevorderen te ontwikkelen.
Er is voor deze module geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Een recente systematische review naar kenmerken van samenwerkingsverbanden includeerde vier studies, waaronder twee casusbeschrijvingen, over de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (Mamo, 2023). De review zocht wel naar, maar identificeerde geen studies over de somatisch-symptoomstoornis. Daarom zijn de literatuurreferenties in deze module aangevuld met onderzoek naar aanhoudende lichamelijke klachten. We beschouwen deze als relevant, omdat de zorg voor aanhoudende lichamelijke klachten onderdeel uitmaakt van de zorg voor de somatisch-symptoomstoornis, en kennis over goede samenwerking bij deze klachten dus ook informatief is. Daarnaast is gebruikgemaakt van een recent artikel over de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis dat praktische handvatten biedt voor het opzetten van zorg, met interdisciplinaire samenwerking als centraal uitgangspunt (Finkelstein, 2023).
De huidige module is, naast de beschikbare wetenschappelijke literatuur, grotendeels gebaseerd op consensus binnen de werkgroep en expert opinie.
- Barends H, Botman F, Walstock E, Dessel NC, van der Wouden JC, Olde Hartman T, Dekker J, van der Horst HE. Lost in fragmentation - care coordination when somatic symptoms persist: a qualitative study of patients' experiences. Br J Gen Pract. 2022 Oct 27;72(724):e790-e798. doi: 10.3399/BJGP.2021.0566. PMID: 36127154; PMCID: PMC9512409.
- Finkelstein SA, Carson A, Edwards MJ, Kozlowska K, Lidstone SC, Perez DL, Polich G, Stone J, Aybek S. Setting up Functional Neurological Disorder Treatment Services: Questions and Answers. Neurol Clin. 2023 Nov;41(4):729-743. doi: 10.1016/j.ncl.2023.04.002. Epub 2023 Jul 18. PMID: 37775201.
- Hanssen DJC, Bos LR, Finch TL, Rosmalen JGM. Barriers and facilitators to implementing interventions for medically unexplained symptoms in primary and secondary care: A systematic review. Gen Hosp Psychiatry. 2021 Nov-Dec;73:101-113. doi: 10.1016/j.genhosppsych.2021.10.004. Epub 2021 Oct 30. PMID: 34763113.
- Kustra-Mulder A, Löwe B, Weigel A. Healthcare-related factors influencing symptom persistence, deterioration, or improvement in patients with persistent somatic symptoms: A scoping review of European studies. J Psychosom Res. 2023 Nov;174:111485. doi: 10.1016/j.jpsychores.2023.111485. Epub 2023 Sep 9. PMID: 37716128.
- Kustra-Mulder A, Liebau M, Grewer G, Rosmalen JGM, Cosci F, Rymaszewska J, Löwe B, Weigel A. Healthcare professionals' views on factors influencing persistent somatic symptoms - ARISE-HCP online survey across countries. J Psychosom Res. 2024 Aug;183:111695. doi: 10.1016/j.jpsychores.2024.111695. Epub 2024 May 8. PMID: 38762407.
- Mamo N, van de Klundert M, Tak L, Hartman TO, Hanssen D, Rosmalen J. Characteristics of collaborative care networks in functional disorders: A systematic review. J Psychosom Res. 2023 Sep;172:111357. doi: 10.1016/j.jpsychores.2023.111357. Epub 2023 Jun 12. PMID: 37392482.
- Mamo N, Rosmalen JGM, Hanssen DJC, Tak LM, Hartman TCO. Barriers and potential solutions for collaboration between primary and secondary care in patients with persistent somatic symptoms and functional disorders: A nominal group technique study. Eur J Gen Pract. 2024 Dec;30(1):2413090. doi: 10.1080/13814788.2024.2413090. Epub 2024(a) Oct 16. PMID: 39655691; PMCID: PMC11485729.
- Mamo N, Tak LM, Olde Hartman TC, Rosmalen JGM, Hanssen DJC. Strategies to improve implementation of collaborative care for functional disorders and persistent somatic symptoms: A qualitative study using a Research World Café design. J Psychosom Res. 2024 Jun;181:111665. doi: 10.1016/j.jpsychores.2024.111665. Epub 2024(b) Apr 9. PMID: 38641506.
- Mamo N, Tak LM, van de Klundert MAW, Olde Hartman TC, Rosmalen JGM, Hanssen DJC. Quality indicators for collaborative care networks in persistent somatic symptoms and functional disorders: a modified delphi study. BMC Health Serv Res. 2024(c) Feb 21;24(1):225. doi: 10.1186/s12913-024-10589-w. PMID: 38383395; PMCID: PMC10882926.
- Mamo N, Kustra-Mulder A, Hanssen DJC, Weigel A, Tak L, Olde Hartman TC, Löwe B, Rosmalen JGM. Patient experiences in multidisciplinary care for persistent somatic symptoms across four European countries: a cross-sectional comparison. BMJ Open. 2025 Mar 5;15(3):e097593. doi: 10.1136/bmjopen-2024-097593. PMID: 40044197; PMCID: PMC11883617.
- O'Keeffe S, Chowdhury I, Sinanaj A, Ewang I, Blain C, Teodoro T, Edwards M, Yogarajah M. A Service Evaluation of the Experiences of Patients With Functional Neurological Disorders Within the NHS. Front Neurol. 2021 May 31;12:656466. doi: 10.3389/fneur.2021.656466. PMID: 34135848; PMCID: PMC8200476.
- O'Neal MA, Baslet GC, Polich GR, Raynor GS, Dworetzky BA. Functional Neurologic Disorders: The Need for a Model of Care. Neurol Clin Pract. 2021 Apr;11(2):e152-e156. doi: 10.1212/CPJ.0000000000000949. PMID: 33842084; PMCID: PMC8032429.
- Röhricht F, Green C, Filippidou M, Lowe S, Power N, Rassool S, Rothman K, Shah M, Papadopoulos N. Integrated care model for patients with functional somatic symptom disorder - a co-produced stakeholder exploration with recommendations for best practice. BMC Health Serv Res. 2024 Jun 3;24(1):698. doi: 10.1186/s12913-024-11130-9. PMID: 38831287; PMCID: PMC11145802.
- Toussaint A, Weigel A, Löwe B; EURONET-SOMA group. The overlooked burden of persistent physical symptoms: a call for action in European healthcare. Lancet Reg Health Eur. 2024 Nov 26;48:101140. doi: 10.1016/j.lanepe.2024.101140. PMID: 39660101; PMCID: PMC11629243.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 09-07-2026
Beoordeeld op geldigheid : 09-07-2026
Algemene gegevens
Er is een verklaring van geen bezwaar afgegeven door:
- Ergotherapie Nederland
- Nederlandse Vereniging voor Neurologie
- Nederlands Huisartsen Genootschap
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.
Werkgroep
- dr. E. (Ella) Bekhuis, psychiater, namens de NVvP
- D. (Door) Boxhoorn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot mei 2025)
- K. (Karin) Bruynesteyn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot april 2024)
- dr. E.M.J. (Elisabeth) Foncke, neuroloog, namens de NVN
- S. (Sem) Foreman, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
- dr. J. (Jeannette) Gelauff, AIOS neurologie, namens de NVN (vanaf maart 2025)
- dr. D.J.C. (Denise) Hanssen, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
- dr. H. (Hanneke) Kalisvaart, psychomotorisch therapeut, namens Vaktherapie Nederland
- drs. M. (Manouk) van de Klundert, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
- prof. dr. R.C. (Richard) Oude Voshaar, psychiater, namens de NVvP
- prof. dr. J.G.M. (Judith) Rosmalen, hoogleraar, persoonlijke titel
- dr. S. (Sonja) Rutten, psychiater, namens de NVvP
- drs. C.A. (Lot) Spiertz, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
- dr. L.M. (Lineke) Tak (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
- dr. P.E. (Els) van Westrienen, docent-senior onderzoeker, namens het KNGF
- prof. dr. A.P. (André) Wolff, anesthesioloog-pijnspecialist, namens de NVA
- dr. L.N.L. (Lyonne) Zonneveld, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
Klankbordgroep
- drs. M. (Marieke) van Beugen, revalidatiearts, namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
- drs. B.F. (Bart) van Buchem, fysiotherapeut, namens het KNGF
- drs. W.B. (Wouter) Doorn, klinisch geriater, namens de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG)
- H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk, bedrijfsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
- dr. A.F. (Alex) Muller, internist-endocrinoloog, namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- dr. S.L. (Sonja) van Ockenburg, internist, namens de NIV
- dr. T.C. (Tim) Olde Hartman, huisarts(-onderzoeker), namens het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
- drs. R.F.A. (René) Oosterwijk, revalidatiearts, namens de VRA
- E.M. (Ilse) Otten, ergotherapeut, namens Ergotherapie Nederland (EN)
- drs. F. (Felice) Tauer, vaktherapeut, namens de Vaktherapie Nederland
- dr. K.H.N. (Kristel) Weerdesteijn, verzekeringsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
- dr. M.S.H. (Margreet) Wortman, senior onderzoeker, namens de Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM)
Met ondersteuning van
- dr. M.L. (Marja) Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- drs. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
E. (Ella) Bekhuis |
Psychiater, Dimence, Alkura |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
D. (Door) Boxhoorn (tot mei 2025) |
Ervaringsdeskundige, Dimence Alkura |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
K. (Karin) Bruynesteyn (tot april 2024) |
Lid patiëntenpanel NALK |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
E.M.J. (Elisabeth) Foncke |
Neuroloog, Acibadem International Medical Center, Amsterdam |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
S. (Sem) Foreman |
Lid patiëntenpanel NALK |
* Investment manager, Graduate Entrepreneur Fund |
Geen |
Geen restricties |
|
J. (Jeannette) Gelauff (vanaf maart 2025) |
AIOS neurologie, Amsterdam UMC |
* Voorzitter landelijke werkgroep FNS van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie. * Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ). |
Extern gefinancierd onderzoek: Zonmw; National Plan Hoofdzaken: BEGRIP studie naar educatie over FNS. ProjectLeidersrol, nee |
Geen restricties |
|
D.J.C. (Denise) Hanssen |
* Klinisch psycholoog/psychotherapeut, UMC Groningen * Senior wetenschappelijk onderzoeker ouderenpsychiatrie, UMC Groningen |
* Hoofddocent somatiek binnen de GZ-opleiding |
Extern gefinancierd onderzoek: * ZonMW, Haalbaarheidsstudie Acceptance and Commitment Therapy bij kwetsbare ouderen EU, Horizon 2020 * Kennis vergroten over Functionele Stoornissen (labeling, multidisciplinaire samenwerking) |
Geen restricties |
|
H. (Hanneke) Kalisvaart |
Psychomotorisch therapeut, vrijgevestigd |
* Trainer/supervisor in sensorimotor psychotherapy. * Freelance senior onderzoeker (Tilburg University) * Gast-docent Master PMT Hogeschool Windesheim. * Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ). |
Extern gefinancierd onderzoek: * Stichting tot steun VCVGZ. Het effect van sensorimotor psychotherapie bij cliënten met persoonlijkheidsstoornissen. |
Geen restricties |
|
M. (Manouk) van de Klundert |
Lid patiëntenpanel NALK |
* Office manager NALK * Project manager/junior consultant Ftrprf |
Geen |
Geen restricties |
|
R.C. (Richard) Oude Voshaar |
* Psychiater, UMC Groningen * Hoogleraar ouderenpsychiatrie, Rijksuniversiteit Groningen |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
J.G.M. (Judith) Rosmalen |
Hoogleraar Psychosomatiek, UMC Groningen, Rijksuniversiteit Groningen |
* Voorzitter Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK) tot okt 2024. * Vice-president European Association of Psychosomatic Medicine (EAPM) tot September 2025 |
Persoonlijke belangen: Ontwikkelaar van een eLearning op het gebied van ALK. Deelnemen aan de elearning is betaald voor sommige groepen; inkomsten gaan naar het UMCG en hiervan wordt de accreditatie betaald. Ontwikkelaar van Grip, een eHealth systeem dat zich richt op ALK. Momenteel is Grip niet beschikbaar buiten studiedoeleinden. Ik heb en had nooit persoonlijke financiële belangen bij Grip.
Extern gefinancierd onderzoek: * ZonMw: ME/CFS Lines – A multidisciplinary consortium and biobank for unravelling ME/CFS aetiology in Lifelines, projectleider * EU: Decision support for prediction and management of Long Covid Syndrome, geen projectleider * NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internalizing Disorders in the Lifelines Cohort, geen projectleider * ZonMw: Persistent symptoms after COVID-19: perspective from the population, the patient, and the care system, projectleider * SBOH Innovatiefonds Huisartsopleiding: Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van onderwijsprogramma voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) in de huisartsopleiding, geen projectleider * NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internal Sex and gender inequalities in COVID * Regionaal ALK netwerk Salland. Sex and gender inequalities in medical trajectories of patients with common somatic symptoms. Master Your symptoms: personalized e-health for Self-management of somatic symptom disorder (MYSelf), projectleider * EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE), projectleider * EU: Towards evidence-based tailored implementation strategies for eHealth (ImpleMentAll), geen projectleider |
Geen restricties |
|
S. (Sonja) Rutten |
* Psychiater, Amsterdam UMC * Senior-onderzoeker, Amsterdam UMC |
Geen |
Extern gefinancierd onderzoek: ZonMW: Meer BEkendheid en GRIP voor mensen met FNS middels een online educatiemodule (BEGRIP) |
Geen restricties |
|
C.A. (Lot) Spiertz |
Klinisch-psycholoog, behandelcoördinator en teamleider, Dimence, Deventer |
* Gastdocent Psychology master, Universiteit Twente (t/m 2024). * Gastdocentschap Psychology master, Radboud Universiteit (t/m 2025). |
Geen |
Geen restricties |
|
L.M. (Lineke) Tak |
Psychiater, Dimence, Deventer |
* Bestuurslid NALK, sinds okt 2024 voorzitter * Kernredactielid Tijdschrift voor Psychiatrie |
* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE), * Collaborative care networks for Functional Disorders |
Geen restricties |
|
P.E. (Els) van Westrienen |
* Docent-senior onderzoeker, Fontys Hogeschool * Docent, Hogeschool Utrecht |
Geen |
* SIA RAAK publiek - PARASOL studie * SIA RAAK top-up - vervolg PARASOL studie * SIA RAAK MKB - van sensoren naar zorg * SIA RAAK publiek Evaluatie van een proactief interventie ter preventie van chroniciteit bij mensen met matige SOLK * SIA RAAK MKB Het toepassen van stressmetingen met wearables in de praktijk |
Geen restricties |
|
A.P. (André) Wolff |
* Anesthesioloog-pijnspecialist, UMC Groningen * Hoogleraar Rijksuniversiteit Groningen |
* Medisch hoofd UCG pijncentrum |
Extern gefinancierd onderzoek: * Philips, DANI studie, geen projectleider * KWR, Chordotomie studie, projectleider * Interreg, Chronische pijn in Noord-Nederland/Niedersachsen * QPS, verrichtingen voor derden, geen projectleider * Grunenthal, Prince studie, projectleider |
Geen restricties |
|
L.N.L. (Lyonne) Zonneveld |
Klinisch-psycholoog, Amsterdam UMC |
Geen |
* ZonMW Stimuleringssubsidie * Doelmatigheidsonderzoek |
Geen restricties |
Tabel 2. Gemelde (neven)functies en belangen klankbordgroep
|
Klankbordgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
M. (Marieke) van Beugen |
Revalidatiearts bij Heliomare Wijk aan Zee |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
B.F. (Bart) van Buchem |
Eigenaar praktijk voor fysiotherapie Praktijk Noorder Spaarne |
Geen |
Nascholing voor fysiotherapeuten, het organiseren en doseren van cursussen. Aandeel in Noigroup Publications (Australia) Royalties van het boek Begrijp de Pijn (Explain Pain) |
Geen restricties |
|
W.B. (Wouter) Doorn |
Klinisch Geriater te Altrecht |
Secretaris en vice-voorzitter Stichting Buddho, onbetaald. |
Geen |
Geen restricties |
|
H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk |
VDM Medisch Consult: zelfstandig bedrijfsarts. |
Lid CROW NVAB |
Geen |
Geen restricties |
|
A.F. (Alex) Muller |
Internist Diakonessenziekenhuis Utrecht 1.0 fte |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
S.L. (Sonja) van Ockenburg |
Internist-endocrinoloog in het UMCG (bezoldigd 1.0 fte) |
Geen |
Ja, Lifelines long covid studie ZonMw Pathofysiologisch onderzoek naar 'long covid' in de Lifelines populatie (werkpakket 2). Geen hoofdonderzoeker. |
Geen restricties |
|
T.C. (Tim) Olde Hartman |
Huisarts-onderzoeker, hoofd van de onderzoeksgroep Huisartsgeneeskunde Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc (afgevaardigde vanuit het Nederlands Huisartsen Genootschap - NHG) |
Praktijkhoudend huisarts |
ZonMw Mental Health Verbindt - digitaal platform voor zoeken juiste zorg EU (Horizon ITN) ETUDE: Encompassing Training in fUnctional Disorders across Europe - Stigma - symptom diagnoses ZonMw GRIP3: General practice Research Infrastructure Pandemic Preparedness Program ZonMw ACTION: Aanhoudende Klachten na COVID-19: perspectief vanuit de populatie, patiënt, en zorg ZonMw Inzicht in aanhoudende klachten na Covid-19 besmetting: Een mixed methods benadering. |
Geen restricties |
|
R.F.A. (René) Oosterwijk |
Revalidatiearts-medisch directeur, CIR , Clinics In Revalidatie. Loondienstverband. Het betreft 0.6 fte patiëntenzorg voor patiënten met chronische pijn en 0.4 fte medisch manager. |
Onbezoldigd lid van het bestuur van het NALK |
Geen |
Geen restricties |
|
E.M. (Ilse) Otten |
Ergotherapeut in dienst bij Klimmendaal revalidatie. 24 uur/w |
Ergotherapeut ZZP bij Care2change 2-6 uur/w |
Geen |
Geen restricties |
|
F. (Felice) Tauer |
1. Beeldend therapeut bij Altrecht GGZ (16u), behandeling van patiënten met psychosomatische klachten in een multidisciplinair team, betaald 2. docent beeldende therapie bij Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (20u), methodieklessen, onderzoek coördinatie bacheloronderzoek, docentonderzoeker lectoraat. betaald |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
K. (Kristel) Weerdesteijn |
Verzekeringsarts en opleider bij UWV |
Betaald docent |
Gepromoveerd in 2022 KCVG Work-related functioning among long-term sick-listed workers with persistent subjective health complaints |
Geen restricties |
|
M.S.H. (Margreet) Wortman |
Senior onderzoeker Hogeschool van Amsterdam, 0.5 fte, betaald |
Curriculum ontwikkelaar en docent Hogeschool Windesheim, 0.5 fte, betaald |
ZonMw Oefentherapie voor gezond beweeggedrag in de leefomgeving van cliënten |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afgevaardigden van het patiëntenpanel NALK te betrekken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan NALK en MIND en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Samenwerking |
Geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.