Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

Initiatief: NVvP psychiatrie Aantal modules: 15

Communicatie

Publicatiedatum: 09-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 09-07-2026

Communicatie vormt de belangrijkste bouwsteen in de zorg voor patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten, somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Omdat patiënten vaak meerdere disciplines tegenkomen, is een gezamenlijke taal en aanpak essentieel. Deze richtlijn biedt daarom algemene adviezen én specifieke handvatten voor medici en andere zorgverleners, gebaseerd op praktijkervaringen en wetenschappelijke inzichten.

 

De communicatie adviezen in deze module zijn gebaseerd op reviews en praktijkartikelen (Henningsen, 2018; Roenneberg, 2018; Espay, 2018; Husain, 2021; Zonneveld, 2022; Löwe, 2024) en klinische inzichten en ervaringen vanuit de werkgroep. De bewijskracht ervan is wetenschappelijk gezien laag omdat er geen onderzoek is gedaan naar lange termijn effecten van het toepassen van deze communicatiestijl op relevante uitkomstmaten, zoals de prognose van aanhoudende lichamelijke klachten of een somatisch-symptoomstoornis, motivatie voor behandeling, vermindering stigma, verhogen werkplezier of kosteneffectiviteit. Anderzijds betreft het algemeen geaccepteerde adviezen over effectieve communicatie, die zijn toegepast om te gebruiken bij (aanhoudende) lichamelijke klachten en een somatisch-symptoomstoornis. Specifieke communicatie adviezen bij een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis staan beschreven in de module Medisch-specialistische zorg en zijn terug te vinden in de Zorgstandaard Functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (2026, Akwa GGZ).

 

In het kort worden eerst tien algemene communicatieprincipes voor zorgverleners bij aanhoudende lichamelijke klachten beschreven. Uitgebreidere adviezen worden daarna in tabellen 1 en 2 gegeven.

In tabel 1 staan discipline-overstijgende adviezen in de vorm van concrete voorbeeldzinnen op gebied van diagnostiek, uitleg over het biopsychosociaal model, behandelmogelijkheden en reflectie op de behandelrelatie.

In tabel 2 staan aanvullende adviezen voor artsen en verpleegkundigen in de somatische gezondheidszorg, omdat zij een andere kennisbasis en uitgangspunten hebben bij de diagnostiek en behandeling van aanhoudende lichamelijke klachten, somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

 

Tien kernprincipes voor communicatie bij (aanhoudende) lichamelijke klachten en somatisch-symptoomstoornis

  1. Erken klachten en gevolgen expliciet
    Geef een samenvatting van de klachten die uw patiënt heeft genoemd. Erken de impact van lichamelijke klachten op het dagelijks leven.
  2. Voorkom stigmatisering
    Wees expliciet dat lichamelijke klachten echt zijn en niet ‘tussen de oren’ zitten — ook als er géén biomedische oorzaak wordt gevonden.
  3. Gebruik positieve uitleg
    Geef uitleg over onderzoek en resultaten. Wees open over wat bekend is en wat (nog) niet, en gebruik positieve formuleringen.
  4. Introduceer het biopsychosociaal model
    Benoem dat lichamelijke klachten gevolgen kunnen hebben op biologisch (het lichaam), psychologisch (gevoelens) en sociaal (het dagelijks leven) gebied. En dat al deze biopsychosociale factoren vervolgens de lichamelijke klachten weer positief of negatief kunnen beïnvloeden. Het tekenen van één van de hypothetische vicieuze cirkels tussen lichamelijke klachten (start) en een gevolg kan helpend zijn. Stem uw uitleg af op het begripsniveau van uw patiënt.
  5. Normaliseer psychologische interventies
    Of er nu wel of geen biomedische verklaring is, de impact en gevolgen van aanhoudende lichamelijke klachten verdienen serieuze aandacht en zo nodig behandeling.
  6. Vraag naar eigen ideeën en ervaringen
    Verken wat uw patiënt zelf denkt over zijn of haar lichamelijke klachten en hoe hij of zij er tot nu toe mee is omgegaan.
  7. Bied passende behandelmogelijkheden
    Leg uit dat behandelingen gericht kunnen zijn op het verminderen van klachten, het verbeteren van functioneren en kwaliteit van leven — zowel lichamelijk, psychologisch als sociaal.
  8. Bied verwachtingsmanagement
    Ondersteun uw patiënt bij het formuleren van heldere en concrete behandeldoelen binnen bovenstaand kader. Leg uit dat het behalen van deze doelen ook een positief effect kan hebben op de lichamelijke klachten. Benoem dat tijdens de behandeling duidelijk zal worden óf dit zo is en hoeveel effect er is.
  9. Evalueer regelmatig: reflecteer, betrek en vraag terug
    Check regelmatig of uw patiënt zich gehoord en serieus genomen voelt. Betrek naasten waar passend. Gebruik de terugvraagmethode om begrip van de gegeven uitleg te verifiëren.
  10. Blijf samenwerken
    Monitor de voortgang op het afgesproken behandeldoel samen met uw patiënt. Stel het behandelplan bij indien nodig is en betrek andere disciplines waar zinvol. Gebruik bij samenwerking gezamenlijke taal en kernwoorden om verwarring te voorkomen.

 

Aanbevelingen

Tabel 1. Overzicht adviezen biopsychosociale uitleg en positieve communicatie bij aanhoudende lichamelijke klachten, al dat niet in het kader van een somatisch-symptoomstoornis, voor de gehele gezondheidszorg. Zie tabel 2 voor aanvullende adviezen voor artsen.

Diagnostiek en uitleg

Toelichting of voorbeeldzin

Erken dat er lichamelijke klachten zijn die iemands leven beïnvloeden.

 

 

 

Bespreek de aanwezigheid van kenmerken van een somatisch-symptoomstoornis, ook als er hiernaast een biomedische diagnose is gesteld.

“U heeft last van aanhoudende vermoeidheid met soms ook tintelingen in uw voeten en handen. Met name door de vermoeidheid bent u ’s avonds uitgeput en tot niets meer in staat.”

 

“Veel mensen voelen zich machteloos als klachten aanhouden. Herkent u dat?”

 

“U heeft [biomedische diagnose / lichamelijke klacht]. We weten dat lichamelijke klachten veel gevolgen hebben voor het dagelijks leven, en dat mensen er bijvoorbeeld boos, somber of angstig van worden. Activiteiten die u altijd deed lukken niet meer of leveren extra klachten op. Geldt dit ook voor u?”

 

“Uw ontstekingswaarden zijn afgenomen, wat laat zien dat de reuma rustiger is geworden. Meestal neemt de pijn dan ook af. Als dat niet zo is, kunnen we samen kijken welke andere factoren nog invloed hebben?”

 

Benoem dat er sprake is van aanhoudende lichamelijke klachten. Benoem een vermoeden op een somatisch-symptoomstoornis, als dit zinvol is voor erkenning of behandeling.

 

 

Leg zo nodig uit dat een somatisch-symptoomstoornis veelvoorkomend is om te normaliseren.

 

Er zijn veel mensen in Nederland met langdurige lichamelijke klachten, aanhoudende pijn of een andere chronische aandoening. Bij ongeveer 1 op de 4 mensen beheersen die klachten hun denken, voelen, gedrag in zo’n mate, dat het hun ernstig hindert in hun dagelijks leven. We spreken dan van een somatisch-symptoomstoornis.

Overweeg samen met uw patiënt of nieuwe verwijzing voor aanvullend onderzoek naar de klachten geïndiceerd is.

Overleg met de arts, indien de vraag naar aanvullend onderzoek buiten uw specialisme valt.

 

 

 

 

Leg voor- en nadelen uit van aanvullend onderzoek en maak samen met uw patiënt een overweging van de waarde van het onderzoek en de vragen die beantwoord moeten worden.

“U wilt graag een [naam medisch onderzoek]. Welke vraag of vragen zou u door dit onderzoek willen kunnen beantwoorden? Wat denkt u dat dit onderzoek voor u kan opleveren? En welke nadelen ziet u?”

 

“Wat zou u ervan vinden, als ik met uw huisarts (of behandelend specialist) overleg om te kijken of dit onderzoek uw vraag beantwoordt of dat er nog andere ideeën zijn?”

 

“Ik zal de arts informeren over welke vragen u heeft. Misschien kunt u vragen of u een opname van de samenvatting van het uitslaggesprek mag maken, zodat wij het later samen kunnen bespreken indien nodig?”

 

Vraag naar wat iemand zelf weet of denkt.

 

 

Verwijs naar educatiebronnen.

 

“U heeft last van ernstig oorsuizen. Wat weet u daar al van?”

“Wat is er volgens u aan de hand, waardoor u deze lichamelijke klachten heeft?”

 

Bijvoorbeeld op www.thuisarts.nl, https://bodysymptoms.org/nl/, www.nalk.info of informatie van patiëntenorganisaties. Er zijn ook zelfmanagement apps zoals Grip beschikbaar.

 

Biopsychosociaal verklaringsmodel

Voorbeeldzin of uitleg

Ga een dialoog aan: toon nieuwsgierigheid naar welke beïnvloedende factoren uw patiënt zelf heeft ontdekt.

 

“Heeft u zelf ideeën over wat uw lichamelijke klachten beïnvloedt?”

 

“Wat doet klachten toenemen? Heeft u bemerkt of er ook dingen zijn die de klachten een klein beetje verlichten?

 

Het kan helpen biopsychosociale factoren in het gesprek in te brengen door deze eerst zelf te bespreken als gevolgen die we vaak zien bij mensen met lichamelijke klachten.

 

Er kunnen ook andere biologische factoren dan een biomedische diagnose spelen, bijvoorbeeld hormonale factoren, conditieverlies, centrale sensitisatie, een hoge spierspanning of biologische factoren die wij nu nog niet kennen of kunnen meten.

Vrijwel altijd gaan klachten gepaard met lichamelijke reacties, zoals aanspannen van spieren of veranderingen in hartslag en ademhaling.

 

Vraag na of uw patiënt de veel voorkomende lichamelijke reacties bij diens klacht herkent.

 

Bij de klachten die u heeft kan het lichaam reageren door [zie voorbeelden]. Zou uw lichaam ook op deze manier kunnen reageren op uw klacht?

 

“Bijna altijd zien we dat de spieren in reactie op pijn als reflex aanspannen. Die spierspanning kan leiden tot een verdere uitbreiding van de pijn.”

 

“Bij sommige mensen breidt de pijn uit of voelt deze steeds intenser. Dit kan het gevolg zijn van het gevoeliger worden van het pijnsysteem in de hersenen als de pijn langer aanhoudt. Vindt u het goed dat ik hierover meer uitleg?” (gebruik een metafoor voor centrale sensitisatie en/of verwijs naar educatiebronnen).

 

“We zien bij vrouwen dat hun menstruele cyclus of de overgang invloed kan hebben op hun lichamelijke klachten, positief of negatief. Herkent u dit?”

 

Zie https://bodysymptoms.org/nl/ voor meer uitleg over zulke factoren.

 

Benadruk dat als er geen biomedische verklaring is voor een lichamelijke klacht, dit niet automatisch betekent dat de klacht dus psychisch is.

 

Leg eventueel uit dat dit wel een veelvoorkomende misvatting is, zowel bij zorgverleners als patiënten.

“Hiermee bedoel ik dus niet te zeggen dat uw klachten psychisch zijn. We hebben namelijk geen medische oorzaak, maar ook geen psychische oorzaak gevonden. Ook als we de oorzaak niet of niet precies weten, kunnen we gelukkig wel wat doen qua behandeling.”

Biopsychosociale factoren kunnen lichamelijke klachten op een positieve en negatieve manier beïnvloeden. Geef erkenning voor wat uw patiënt zelf al ondernomen heeft ten aanzien van deze factoren.

 

Leg uit dat bij iedereen met aanhoudende lichamelijke klachten - als gevolg van de lijdenslast en de verliezen door de klachten - psychosociale factoren mee gaan spelen.

 

Geef erkenning of een oprecht compliment als iemand al veel lijkt te hebben geprobeerd om deze beïnvloedende factoren te achterhalen of ermee om te gaan.

 

Vraag naar de psychologische reactie op de lichamelijke klachten.

Vraag naar gedachten/herinneringen/emoties/gedrag in reactie op de klacht:

  • Gedachten, bijvoorbeeld: ‘het is mijn eigen schuld’, ‘ik ben niets waard’ of ‘wat als ik in een rolstoel beland’
  • (Traumatische) herinnering, bijvoorbeeld: pijnlijke behandeling, benauwdheid waarbij angst te stikken, eerdere bedlegerigheid
  • Emoties, bijvoorbeeld: angst, moedeloosheid, frustratie, machteloosheid
  • Zichtbaar gedrag, bijvoorbeeld doorgaan, op internet zoeken, vermijding, gebruik (hulp)middelen
  • Onzichtbaar gedrag, bijvoorbeeld piekeren, lichaam monitoren, dissociëren

Zie https://bodysymptoms.org/nl/ voor meer uitleg over zulke factoren.

 

Vraag naar de reactie van anderen (naasten en zorgverleners) op de lichamelijke klachten. Voelt iemand zich juist wel of niet gesteund?

 

Betrek indien mogelijk naasten en vraag naar welke gevolgen zij zien, welke invloed de klachten op hen hebben en hoe zij op de klachten reageren.

Naasten zien soms aanvullende gevolgen die uw patiënt niet ter sprake brengt of niet meer opvallen.

“Hoe reageren uw partner, kinderen, vrienden, buren, familie als uw zo duizelig bent? Wat zeggen ze, wat doen ze of laten ze?”

“(Hoe) beïnvloeden uw lichamelijke klachten uw relatie? Is er invloed op uw seksleven?”

 

“U zit ziek thuis. Wat is de reactie van uw werkgever / bedrijfsarts / UWV?”

 

Als de partner aanwezig is: “We weten dat als iemand in de relatie lichamelijke klachten heeft, dat dit ook effect heeft op de partner en kinderen. Welk effect hebben de lichamelijke klachten op u, jullie kinderen en (gezins-)leven?

 

Welke veranderingen heeft u bij uw partner gezien na het ontstaan van de lichamelijke klachten?

 

 

Behandelmogelijkheden

Toelichting of voorbeeldzin

Benadruk dat bij vermindering in functioneren en onwelbevinden door de lichamelijke klachten, al dan niet in het kader van een somatisch-symptoomstoornis, zorg passend is.

 

 

 

Benadruk dat er verschillende behandelmogelijkheden zijn.

 

Leg uit dat bij deze behandelmogelijkheden de lichamelijke klachten zelf ook kunnen verminderen (en niet alleen de last van eventueel bijkomende biopsychosociale factoren).

 

Verwijs naar visual ALK voor een korte uitleg over inhoud van verschillende behandelmogelijkheden: zelfhulp/eHealth, huisarts/POH-ggz, pijncentrum, medische psychologie, (psychosomatisch) oefen- of fysio- of oefentherapeut, ergotherapeut, diëtist, logopedist, psychomotorisch therapeut, psycholoog, en multidisciplinaire behandeling in de revalidatie of ggz.

 

Verwijs naar zorgkaart NALK met een overzicht van zorgverleners in eigen regio.

Leg uit dat geschikte behandeling afhangt van de lichamelijke klacht, persoonlijke beïnvloedende factoren, de gevolgen en de effecten van eerdere behandelingen.

 

 

Een multidisciplinaire behandeling kan overwogen worden als er sprake is van een ernstige somatisch-symptoomstoornis; als er meerdere biopsychosociale factoren een rol lijken te spelen in de kwetsbaarheid voor of het beloop van de lichamelijke klachten; en als eerdere behandeling in de eerste lijn onvoldoende effect heeft gehad.

 

Gebruik de Keuzehulp ALK om tot een gerichter behandeladvies te komen:

 

Normaliseer eventuele psychologische behandeling bij lichamelijke klachten.


 

“Als mensen lichamelijke klachten hebben, heeft dit vaak ook psychische gevolgen. Deze psychische gevolgen kunnen weer een negatief effect hebben op de lichamelijke klachten. Daarom verwijs ik mensen vaak naar een psycholoog. Wat zou u daarvan vinden?”

 

Als iemand op dit voorstel reageert met ‘ik ben toch niet gek’, erken dit: “Psychologische behandeling betekent niet dat de klachten 'psychisch' zijn. Het betekent dat het omgaan met lichamelijke klachten niet gemakkelijk is en hulp hierbij daarom passend kan zijn”.

 

Bied verwachtingsmanagement: passende behandeling is voor iedereen anders.

“Iedereen zit anders in elkaar. En bij iedereen spelen andere factoren mee. Daarom is niet precies te voorspellen wat helpt, hoe snel dat effect heeft en hoe ver klachten kunnen verbeteren. Behandeling is maatwerk.”

 

Communicatie/behandelrelatie

Toelichting of voorbeeldzin

Geef expliciet erkenning, bijvoorbeeld door een samenvatting te geven van de klachten en de invloed op iemands leven.

 

“De gevolgen van de klachten voor uw leven zijn zo groot, dat ik het belangrijk vind dat hiervoor aandacht is. Ik zou samen willen onderzoeken of we een passende behandeling kunnen vinden om de gevolgen op uw leven te verminderen. Wat vindt u van dit plan?”

 

Wees open en eerlijk over wat we (niet) weten. Vaak weten we niet waarom klachten bij de ene patiënt wel aanhouden en bij de andere niet.



Er is steeds meer kennis over mogelijke transdiagnostische factoren die een rol kunnen spelen bij het aanhouden van lichamelijke klachten. Vraag deze factoren uit om na te gaan of ze ook een rol spelen bij uw patiënt.

Leg iets uit over lichaam-geest interacties, bijvoorbeeld:‘’ Het hebben van lichamelijke klachten geeft vaak stress. Stress kan vervolgens de lichamelijke klachten verergeren of het leven minder leuk maken. We zouden samen kunnen kijken hoe we de stress kunnen verminderen.’’

 

“Ik weet niet precies waarom u deze lichamelijke klachten heeft en tot dusver niets hielp. Ik hoop dat we samen toch een aanknopingspunt kunnen vinden om in ieder geval de gevolgen voor uw leven te verminderen. Misschien zien we dan ook verbetering in uw lichamelijke klachten zelf.”

Als u in de ggz werkt, leg dan uit dat u vooral geschoold bent in psychologische verklaringsmodellen en behandeling.

 

‘’Vanuit mijn achtergrond ben ik gewend naar psychologische factoren te kijken die klachten kunnen beïnvloeden. Als u merkt dat ik dit iets te eenzijdig bekijk, hoor ik dat graag.’’

Vraag na hoe uw patiënt de contacten in de gezondheidszorg heeft ervaren.

 

 

Zo nodig: Erken dat het voor mensen met aanhoudende lichamelijke klachten lastig kan zijn in de gezondheidszorg.

 

Vraag na of uw patiënt zich door u gezien en serieus genomen voelt.

“U bent voor deze lichamelijke klachten bij meerdere zorgverleners geweest. Hoe heeft u dit contact ervaren?”

 

Bij een negatieve ervaring: “U heeft dus vaak het gevoel gehad dat niemand wist wat te doen, uw klachten ‘te complex’ noemde of dat behandelingen niet hielpen?

Dan kan ik goed begrijpen dat het tijd kost om vertrouwen te krijgen dat het niet weer hetzelfde gaat / dat u weinig hoop heeft dat deze behandeling wel gaat helpen. Vertel het me, als u vindt dat ik iets zeg of doe dat niet bij u past.”

 

Als u geen arts bent, vraag wat iemand ervan vindt naar u/uw instelling verwezen te zijn wegens lichamelijke klachten. Veel mensen willen dit zelf, anderen voelen zich gestuurd of gedwongen.

 

“U bent verwezen naar mij als psychosomatisch fysiotherapeut. Wiens idee was het om u te verwijzen?”
Indien idee patiënt: “Waar hoopt u op dat ik voor u kan doen?”

Indien idee ander: “Wat vindt u van dit idee? Vindt u het goed, dat ik uitleg wat ik doe als psychosomatisch fysiotherapeut?”

 

Signaleer indien iemand op zoek blijft naar de oorzaak van de klachten. Bespreek dit patroon met uw patiënt en toon nieuwsgierigheid naar beweegredenen en wat de invloed hiervan is op uw patiënt.

 

 

 

 

 

 

 

Organiseer eventueel een overleg tussen uzelf, uw patiënt en alle betrokken zorgprofessionals om een plan van aanpak te bespreken.

U wilt graag een verwijzing naar de gynaecoloog. Dat zouden we kunnen doen. Ik wil ook graag met u bespreken waar u precies op hoopt, zodat ik kan meedenken of deze verwijzing daarbij kan helpen”.

 

“Ik snap dat u hoopt dat een andere zorgverlener wél iets kan vinden, zeker als het de laatste week zo slecht ging en u nu wanhopig bent. Ik wil ook wat u bij uw vorige verwijsverzoek zei serieus nemen. U zei toen tegen mij ‘dit is de laatste keer’, omdat u er ook gefrustreerd van raakt. Wat maakte dat u de vorige keer zei: ‘dit is de laatste keer’? Waardoor verwacht u nu een andere uitkomst?”


“Ik zou willen voorstellen een overleg te plannen met u en alle zorgverleners die bij u betrokken zijn, om tot een gezamenlijk plan te komen hoe deze vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.”

 

Gebruik de terugvraagmethode.

 

Pas deze methode bij voorkeur op meerdere momenten toe in het gesprek.

“Ik wil graag checken of ik alles goed heb uitgelegd en of ik niets vergeten ben. Daarom wil ik u vragen om mijn uitleg in uw eigen woorden aan mij te vertellen?”

 

  

Tabel 2. Overzicht adviezen biopsychosociale uitleg en positieve communicatie bij aanhoudende lichamelijke klachten, al dat niet in het kader van een somatisch-symptoomstoornis, specifiek voor artsen en andere zorgverleners in de somatische gezondheidszorg

Diagnostiek en uitleg

Toelichting of voorbeeldzin

Beantwoord de vraag van uw patiënt, die aanleiding was voor de verwijzing.

Geef uitleg over welke aanvullende onderzoeken zijn gedaan en wat hiervan de uitslag is.

 

Gebruik in de uitleg positieve communicatie, tenzij uw patiënt specifieke vragen heeft of er sprake is van ongerustheid: benoem dan expliciet wat er niet is.

 

 

“U kwam bij mij wegens vermoeidheid en zweetaanvallen. Uw vraag aan mij was of ik mee wilde kijken of er zeldzame ziekten zouden kunnen spelen. Bij het aanvullend bloedonderzoek zijn alle waarden goed. Deze uitslag is belangrijk, omdat we hiermee zeldzame aandoeningen hebben kunnen uitsluiten.’’  

 

“Op de hersenscan is te zien dat uw hersenen er gezond uitzien.”

 

Voorbeeld bij ongerustheid over een hersentumor: “Op de hersenscan zie ik dat u geen hersentumor.”

 

 

 

Verricht lichamelijk onderzoek

 

Lichamelijk onderzoek is belangrijk in het diagnostische proces en voor de arts-patiëntrelatie.

 

Erken dat er lichamelijke klachten zijn die iemands leven beïnvloeden.

 

 

 

 

Bespreek de mogelijkheid van verwijzing wegens aanhoudende lichamelijke klachten of een somatisch-symptoomstoornis als er hoge lijdensdruk is of veel gevolgen zijn; óók als er hiernaast een biomedische diagnose is gesteld.

 

“U heeft [biomedische diagnose / lichamelijke klacht]. We weten dat lichamelijke klachten veel gevolgen hebben voor het dagelijks leven, en dat mensen er bijvoorbeeld boos, machteloos, somber of angstig van worden. Activiteiten die u altijd deed lukken niet meer of leveren extra klachten op. Volgens mij is dat bij u ook het geval, klopt dat?”

 

Benoem dat er sprake is van aanhoudende lichamelijke klachten of een vermoeden op een somatisch-symptoomstoornis.

 

Overweeg kritisch of herhaaldelijk aanvullend onderzoek geïndiceerd is.

 

 

 

Herhaaldelijk aanvullend onderzoek leidt vaak juist tot meer onrust en onzekerheid. Alleen bij een goede voorbereiding en bespreking kan het wel zinvol zijn.

 

Leg voordelen (bijv. duidelijkheid voor patiënt, kans op behandelbare afwijkingen vinden) en nadelen uit van aanvullend onderzoek (bijv. toevalsbevindingen, bevindingen hebben geen gevolgen voor behandelplan)) en maak samen met uw patiënt een overweging van de waarde van het onderzoek.

 

Ik begrijp dat u alles tot op de bodem wil laten uitzoeken omdat de klachten zo’n grote invloed hebben op uw leven. Alleen is waar u zich zorgen over maakt ook op een MRI-scan niet te zien. Reden hiervoor is dat…”

 

“Welk onderzoek zou volgens u nodig zijn?

  • Leg uit of dit een passend onderzoek is of niet
  • Informeer uw patiënt welke voor- en nadelen dit onderzoek heeft
  • Bespreek het vervolg bij verschillende uitkomsten van het onderzoek
  • Besluit in dialoog met uw patiënt om het onderzoek al dan niet te doen.

Vraag naar wat iemand zelf weet of denkt.

 

Verwijs naar educatiebronnen.

 

“U heeft last van ernstig oorsuizen. Wat weet u daar al van?”

 

Bijvoorbeeld op www.thuisarts.nl, https://bodysymptoms.org/nl/, www.nalk.info of informatie van patiëntenorganisaties. Er zijn ook zelfmanagement apps zoals Grip beschikbaar.

 

Biopsychosociaal verklaringsmodel

Voorbeeldzin of uitleg

Ga een dialoog aan: toon nieuwsgierigheid voor hoe het zou kunnen dat iemand deze klachten heeft en of iemand hier zelf ideeën over heeft.

 

“Wat is er volgens u aan de hand waardoor u deze lichamelijke klachten heeft?”

 

“Wat lijkt de klachten te verergeren? En wat helpt, al is het maar een beetje?’’

 

Het kan helpen biopsychosociale factoren in het gesprek in te brengen door deze eerst zelf te bespreken als gevolgen die we vaak zien bij alle mensen met lichamelijke klachten.

 

Er kunnen ook andere biologische factoren dan een biomedische diagnose spelen, bijvoorbeeld hormonale factoren, conditieverlies, centrale sensitisatie, een hoge spierspanning of biologische factoren die wij nu nog niet kennen of kunnen meten.

 

Het lichaam heeft vaak beschermingsreacties bij pijn, zoals het automatisch aanspannen van spieren rondom de pijnplek.”

 

“Veel vrouwen ervaren dat hun menstruatiecyclus invloed kan hebben op klachten zoals hoofdpijn of stemming. Dat laat zien dat hormonale veranderingen invloed kunnen hebben. Herkent u daar iets van bij uzelf?’’

 

Benadruk dat als er geen biomedische verklaring is voor een lichamelijke klacht (en er ook geen aanwijzingen voor een psychische verklaring zijn), dit niet betekent dat de klacht dús een psychische oorzaak heeft.

 

 

Leg eventueel uit dat dit wel een veelvoorkomende misvatting is, zowel bij zorgverleners als patiënten.

 

“Hiermee bedoel ik dus niet te zeggen dat uw klachten psychisch zijn.”

 

Leg uit dat lichamelijke klachten met het biopsychosociale model worden bekeken: meestal weten we dé oorzaak niet, omdat het een wisselwerking tussen een veelheid aan factoren betreft.

 

 

 

 

Een vermeende oorzaak kan net zo goed het gevolg zijn van de lichamelijke klachten.

 

 

Wees transparant als u bij uw patiënt geen idee heeft wat de oorzaak zou kunnen zijn van diens klachten; wees ook transparant als u hier wel ideeën over heeft. En ga na welke ideeën door uw patiënt worden herkend.

 

Benadruk dat bij ieder individu andere biopsychosociale factoren een rol kunnen spelen (zie figuur Biopsychosociaal model in de Algemene inleiding).

“Bij iedereen zit het weer net anders in elkaar, het is de kunst te ontdekken hoe het bij ú in elkaar zit”.

 

“U vertelt dat u somber bent geworden door de lichamelijke klachten. De somberheid is dus niet een oorzaak maar een gevolg van uw klachten. De somberheid zou mogelijk uw klachten wel kunnen verergeren.”

 

Zie https://bodysymptoms.org/nl/ voor meer uitleg over beïnvloedende biopsychosociale factoren.

 

Benadruk dat aandacht geven aan beïnvloedende psychosociale factoren niet betekent dat biomedische factoren voortaan geen aandacht meer zullen krijgen.

 

Biopsychosociale factoren kunnen lichamelijke klachten op een positieve en negatieve manier beïnvloeden, maar zijn niet altijd aanwijsbaar of behandelbaar.

“Wat zou u ervan vinden als ik u verwijs naar [zorgverlener/instelling] om ook de psychosociale factoren te onderzoeken, terwijl ik ondertussen het medische onderzoek doe?’’

 

 

Leg uit dat bij iedereen met aanhoudende lichamelijke klachten - als gevolg van de lijdenslast en de verliezen door de klachten - psychosociale factoren mee gaan spelen.

 

Geef erkenning of een (oprecht) compliment als iemand al veel lijkt te hebben geprobeerd om met deze beïnvloedende factoren om te gaan.

 

Behandelmogelijkheden

Toelichting of voorbeeldzin

Benadruk dat bij vermindering in functioneren en onwelbevinden door de lichamelijke klachten, al dan niet in het kader van een somatisch-symptoomstoornis, zorg passend is.

 

Benadruk dat er verschillende behandelmogelijkheden zijn.

 

 

“Ik denk dat het u zou helpen als u naast de behandeling voor [biomedische diagnose / lichamelijke klacht] ook hulp krijgt om de gevolgen van de lichamelijke klachten op uw leven zo klein mogelijk te maken. Wat vindt u van dit idee?”

 

Verwijs naar de visual ALK voor een korte uitleg over wat behandelmogelijkheden inhouden: zelfhulp/eHealth, huisarts/POH-ggz, pijncentrum, medische psychologie, (psychosomatisch) oefen- of fysio- of oefentherapeut, ergotherapeut, diëtist, logopedist, psychomotorisch therapeut, psycholoog, multidisciplinaire behandeling in de revalidatie of ggz.

 

Verwijs naar zorgkaart NALK met een overzicht van zorgverleners in eigen regio.

 

Leg uit dat geschikte behandeling afhangt van het type klacht, de ernst van de gevolgen en de effecten van eerdere behandelingen.

 

 

Een multidisciplinaire behandeling kan overwogen worden als er sprake lijkt van een ernstige somatisch-symptoomstoornis; als er meerdere biopsychosociale factoren een rol lijken te spelen in kwetsbaarheid of belemmering van herstel; en als eerdere behandeling in de eerste lijn onvoldoende effect heeft gehad.

 

Gebruik de Keuzehulp ALK om tot een gerichter behandeladvies te komen.

 

Normaliseer eventuele psychologische behandeling bij lichamelijke klachten.


 

“Als mensen lichamelijke klachten hebben, heeft dit vaak ook psychische gevolgen. Deze psychische gevolgen kunnen weer een negatief effect hebben op de lichamelijke klachten. Daarom verwijs ik mensen vaak naar een psycholoog. Wat zou u daarvan vinden?”

 

Geef erkenning als iemand op dit voorstel reageert met ‘ik ben toch niet gek’: “Psychologische behandeling betekent niet dat de klachten 'psychisch' zijn. Het betekent dat het omgaan met lichamelijke klachten niet gemakkelijk is en hulp hierbij daarom passend kan zijn.”

 

Wees - in het geval dat u geen afwijkingen kan vinden - eerlijk dat er een biomedische verklaring kan zijn voor (een deel van) de klachten die we nu nog niet kennen. Het zou kunnen zijn dat onze kennis in de toekomst groter wordt en er nieuwe behandelopties komen.

Maak een controle-afspraak om terug te horen of en hoe medische en/of psychosociale behandeling effect heeft gehad, om de klachten te monitoren of nogmaals uitleg te geven, het liefst in aanwezigheid van een naaste.

 

Op dit moment vinden we geen duidelijke verklaring. Dat betekent niet dat er geen lichamelijke oorzaak kan zijn, maar dat we die met de huidige kennis en onderzoeken (nog) niet kunnen vaststellen. Het zou kunnen zijn dat onze kennis in de toekomst groter wordt en er nieuwe behandelopties komen”

 

“Ik ben benieuwd welke positieve veranderingen de behandeling u kan geven. Wat zou u ervan vinden als we hiervoor een afspraak inplannen over 3 maanden?’’

Samen met uw patiënt een gepersonaliseerd biopsychosociaal behandelplan maken valt niet altijd onder expertise van de medisch specialist, en kan in afstemming met huisarts of andere zorgverleners binnen of buiten het ziekenhuis plaatsvinden.

“We hebben enkele behandelmogelijkheden besproken, maar ik ben geen expert op dit gebied. Wat zou ervan vinden als ik in de brief naar de huisarts zet wat wij zojuist besproken hebben, zodat hij of zij ook met ons mee kan denken?”

 

“Wat zou u ervan vinden als ik u verwijs naar de poli van medische psychologie in het ziekenhuis, waar veel ervaring is met de impact van lichamelijke klachten op het dagelijks leven?”

Communicatie/behandelrelatie

Toelichting of voorbeeldzin

Geef expliciet erkenning, bijvoorbeeld door een samenvatting te geven van de klachten en de invloed op iemands leven.

 

“De gevolgen van de klachten voor uw leven zijn zo groot, dat ik het belangrijk vind dat hiervoor ook aandacht is.”

 

Wees open en eerlijk over wat we wel en niet weten. Vaak weten we niet waarom klachten bij de ene patiënt aanhouden en bij de andere niet.


Er is steeds meer kennis over transdiagnostische factoren die vaak een rol spelen bij het aanhouden van lichamelijke klachten.

Leg iets uit over lichaam-geest interacties, bijvoorbeeld: ‘’Stress kan invloed hebben op het lichaam en klachten versterken. We kunnen samen onderzoeken wat helpt om wat meer rust of herstelmomenten te vinden.’’

 

“Ik weet niet waarom u deze lichamelijke klachten heeft en tot dusver niets helpt. Ik hoop dat we toch een aanknopingspunt kunnen vinden om de lichamelijke klachten te beïnvloeden of in ieder geval de gevolgen ervan op uw leven te verminderen.”

Leg uit dat u gespecialiseerd bent in biomedische diagnostiek en behandeling van aandoeningen op uw vakgebied. Omdat u minder geschoold bent in de biopsychosociale gevolgen van lichamelijke klachten (als dat inderdaad het geval is) wilt u graag samenwerken met andere zorgverleners die dit wel zijn.

 

“Ik ben gewend te zoeken naar ziektes. En dat zal ik zeker doen. Als mensen lichamelijke klachten hebben, dan heeft dit ook allerlei gevolgen op wat ze doen en laten, wat ze voelen en wat ze denken. Hierin ben ik zelf minder thuis, maar aandacht hiervoor is wel belangrijk. Hoe zou u het vinden om hier hulp bij te krijgen?

 

Erken dat veel mensen met aanhoudende lichamelijke klachten negatieve ervaringen hebben in de gezondheidszorg.

 

Vraag na of uw patiënt zich door u gezien en serieus genomen voelt.

“U bent voor deze lichamelijke klachten bij meerdere artsen geweest. Hoe heeft u dit contact ervaren?”

 

Bij een negatieve ervaring: “U heeft dus vaak het gevoel gekregen dat een arts het liefst had dat u zo snel mogelijk de spreekkamer weer verliet? Dat is vervelend. Elke patiënt heeft juist behoefte aan iemand die meedenkt, anders ga je niet naar een arts. Wilt u mij laten weten als u bij mij ook het gevoel krijgt dat ik u onvoldoende serieus neem?”

 

Signaleer als er sprake is van herhaaldelijke verwijzingen voor diagnostiek. Bespreek dit patroon met uw patiënt en toon nieuwsgierigheid naar beweegredenen en wat de invloed hiervan is op de patiënt en diens lichamelijke klacht en welbevinden.

 

Betrek de huisarts en/of organiseer eventueel een overleg met uw patiënt en betrokken zorgverleners om gezamenlijk een plan van aanpak te bespreken.

 

Ik heb uw dossier goed doorgenomen, en zie dat u al bij veel collega’s bent geweest. Wat heeft deze zoektocht u opgeleverd aan positieve en negatieve dingen? Wat hoopt u dat er uit dit gesprek komt? Hoe zou deze uitkomst u helpen?’’

 

‘’Als dit is waar u naartoe wilt, wil ik mij daar eerst verder in verdiepen en er in een volgend gesprek op terugkomen.’’

 

“Wat zou u ervan vinden om samen een plan te bedenken, hoe met deze aanhoudende klachten om te gaan zodat het leven beter wordt? Vindt u het goed als ik ook de huisarts vraag om mee te denken?”

 

Onderbouwing

  1. Espay AJ, Aybek S, Carson A, Edwards MJ, Goldstein LH, Hallett M, LaFaver K, LaFrance WC Jr, Lang AE, Nicholson T, Nielsen G, Reuber M, Voon V, Stone J, Morgante F. Current Concepts in Diagnosis and Treatment of Functional Neurological Disorders. JAMA Neurol. 2018 Sep 1;75(9):1132-1141. doi: 10.1001/jamaneurol.2018.1264. PMID: 29868890
  2. Henningsen P. Management of somatic symptom disorder. Dialogues Clin Neurosci. 2018 Mar;20(1):23-31. doi: 10.31887/DCNS.2018.20.1/phenningsen. PMID: 29946208; PMCID: PMC6016049.
  3. Husain M, Chalder T. Medically unexplained symptoms: assessment and management. Clin Med (Lond). 2021 Jan;21(1):13-18. doi: 10.7861/clinmed.2020-0947. PMID: 33479063.
  4. Löwe B, Toussaint A, Rosmalen JGM, Huang WL, Burton C, Weigel A, Levenson JL, Henningsen P. Persistent physical symptoms: definition, genesis, and management. Lancet. 2024 Jun 15;403(10444):2649-2662. doi: 10.1016/S0140-6736(24)00623-8. PMID: 38879263.
  5. Roenneberg C, Hausteiner-Wiehle C, Schäfert R, Sattel H, Henningsen P. S3 Leitlinie “Funktionelle Körperbeschwerden”. AWMF Online, 2018 Jul 18;2.0.
  6. Zonneveld LNL. Communicatie over lichamelijke klachten: in stand houden of veranderen? De Psycholoog, 2022; 57(10), 44-49.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 09-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 09-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • Federatie Vaktherapeutische Beroepen
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
  • Kenniscentrum NALK
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Algemene gegevens

Er is een verklaring van geen bezwaar afgegeven door:

  • Ergotherapie Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlands Huisartsen Genootschap

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

 

Werkgroep

  • dr. E. (Ella) Bekhuis, psychiater, namens de NVvP
  • D. (Door) Boxhoorn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot mei 2025)
  • K. (Karin) Bruynesteyn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot april 2024)
  • dr. E.M.J. (Elisabeth) Foncke, neuroloog, namens de NVN
  • S. (Sem) Foreman, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
  • dr. J. (Jeannette) Gelauff, AIOS neurologie, namens de NVN (vanaf maart 2025)
  • dr. D.J.C. (Denise) Hanssen, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
  • dr. H. (Hanneke) Kalisvaart, psychomotorisch therapeut, namens Vaktherapie Nederland
  • drs. M. (Manouk) van de Klundert, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
  • prof. dr. R.C. (Richard) Oude Voshaar, psychiater, namens de NVvP
  • prof. dr. J.G.M. (Judith) Rosmalen, hoogleraar, persoonlijke titel
  • dr. S. (Sonja) Rutten, psychiater, namens de NVvP
  • drs. C.A. (Lot) Spiertz, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
  • dr. L.M. (Lineke) Tak (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
  • dr. P.E. (Els) van Westrienen, docent-senior onderzoeker, namens het KNGF
  • prof. dr. A.P. (André) Wolff, anesthesioloog-pijnspecialist, namens de NVA
  • dr. L.N.L. (Lyonne) Zonneveld, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP

Klankbordgroep

  • drs. M. (Marieke) van Beugen, revalidatiearts, namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
  • drs. B.F. (Bart) van Buchem, fysiotherapeut, namens het KNGF
  • drs. W.B. (Wouter) Doorn, klinisch geriater, namens de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG)
  • H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk, bedrijfsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
  • dr. A.F. (Alex) Muller, internist-endocrinoloog, namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • dr. S.L. (Sonja) van Ockenburg, internist, namens de NIV
  • dr. T.C. (Tim) Olde Hartman, huisarts(-onderzoeker), namens het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • drs. R.F.A. (René) Oosterwijk, revalidatiearts, namens de VRA
  • E.M. (Ilse) Otten, ergotherapeut, namens Ergotherapie Nederland (EN)
  • drs. F. (Felice) Tauer, vaktherapeut, namens de Vaktherapie Nederland
  • dr. K.H.N. (Kristel) Weerdesteijn, verzekeringsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
  • dr. M.S.H. (Margreet) Wortman, senior onderzoeker, namens de Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM)

Met ondersteuning van

  • dr. M.L. (Marja) Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • drs. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

E. (Ella) Bekhuis

Psychiater, Dimence, Alkura

Geen

Geen

Geen restricties

D. (Door) Boxhoorn (tot mei 2025)

Ervaringsdeskundige, Dimence Alkura 

Geen

Geen

Geen restricties

K. (Karin) Bruynesteyn (tot april 2024)

Lid patiëntenpanel NALK

Geen

Geen

Geen restricties

E.M.J. (Elisabeth) Foncke

Neuroloog, Acibadem International Medical Center, Amsterdam

Geen

Geen

Geen restricties

S. (Sem) Foreman

Lid patiëntenpanel NALK

* Investment manager, Graduate Entrepreneur Fund

Geen

Geen restricties

J. (Jeannette) Gelauff (vanaf maart 2025)

AIOS neurologie, Amsterdam UMC

* Voorzitter landelijke werkgroep FNS van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie.

* Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ).

Extern gefinancierd onderzoek:

Zonmw; National Plan Hoofdzaken: BEGRIP studie naar educatie over FNS. ProjectLeidersrol, nee

Geen restricties

D.J.C. (Denise) Hanssen

* Klinisch psycholoog/psychotherapeut, UMC Groningen

* Senior wetenschappelijk onderzoeker ouderenpsychiatrie, UMC Groningen

* Hoofddocent somatiek binnen de GZ-opleiding

Extern gefinancierd onderzoek:

* ZonMW, Haalbaarheidsstudie Acceptance and Commitment Therapy bij kwetsbare ouderen

EU, Horizon 2020

* Kennis vergroten over Functionele Stoornissen (labeling, multidisciplinaire samenwerking)

Geen restricties

H. (Hanneke) Kalisvaart

Psychomotorisch therapeut, vrijgevestigd  

* Trainer/supervisor in sensorimotor psychotherapy.

* Freelance senior onderzoeker (Tilburg University)

* Gast-docent Master PMT Hogeschool Windesheim.  

* Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ).

Extern gefinancierd onderzoek:

* Stichting tot steun VCVGZ. Het effect van sensorimotor psychotherapie bij cliënten met persoonlijkheidsstoornissen.

Geen restricties

M. (Manouk) van de Klundert

Lid patiëntenpanel NALK

* Office manager NALK

* Project manager/junior consultant Ftrprf

Geen

Geen restricties

R.C. (Richard) Oude Voshaar

* Psychiater, UMC Groningen

* Hoogleraar ouderenpsychiatrie, Rijksuniversiteit Groningen

Geen

Geen

Geen restricties

J.G.M. (Judith) Rosmalen

Hoogleraar Psychosomatiek, UMC Groningen, Rijksuniversiteit Groningen 

* Voorzitter Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK) tot okt 2024.

* Vice-president European Association of Psychosomatic Medicine (EAPM) tot September 2025

Persoonlijke belangen:

Ontwikkelaar van een eLearning op het gebied van ALK. Deelnemen aan de elearning is betaald voor sommige groepen; inkomsten gaan naar het UMCG en hiervan wordt de accreditatie betaald.

Ontwikkelaar van Grip, een eHealth systeem dat zich richt op ALK. Momenteel is Grip niet beschikbaar buiten studiedoeleinden. Ik heb en had nooit persoonlijke financiële belangen bij Grip.

 

Extern gefinancierd onderzoek:

* ZonMw: ME/CFS Lines – A multidisciplinary consortium and biobank for unravelling ME/CFS aetiology in Lifelines, projectleider

* EU: Decision support for prediction and management of Long Covid Syndrome, geen projectleider

* NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internalizing Disorders in the Lifelines Cohort, geen projectleider

* ZonMw: Persistent symptoms after COVID-19: perspective from the population, the patient, and the care system, projectleider

* SBOH Innovatiefonds Huisartsopleiding: Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van onderwijsprogramma voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) in de huisartsopleiding, geen projectleider

* NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internal Sex and gender inequalities in COVID

* Regionaal ALK netwerk Salland. Sex and gender inequalities in medical trajectories of patients with common somatic symptoms. Master Your symptoms: personalized e-health for Self-management of somatic symptom disorder (MYSelf), projectleider

* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE), projectleider

* EU: Towards evidence-based tailored implementation strategies for eHealth (ImpleMentAll), geen projectleider

Geen restricties

S. (Sonja) Rutten

* Psychiater, Amsterdam UMC

* Senior-onderzoeker, Amsterdam UMC

Geen

Extern gefinancierd onderzoek:

ZonMW: Meer BEkendheid en GRIP voor mensen met FNS middels een online educatiemodule (BEGRIP)

Geen restricties

C.A. (Lot) Spiertz

Klinisch-psycholoog, behandelcoördinator en teamleider, Dimence, Deventer

* Gastdocent Psychology master, Universiteit Twente (t/m 2024).

* Gastdocentschap Psychology master, Radboud Universiteit (t/m 2025).

Geen

Geen restricties

L.M. (Lineke) Tak

Psychiater, Dimence, Deventer

* Bestuurslid NALK, sinds okt 2024 voorzitter

* Kernredactielid Tijdschrift voor Psychiatrie

* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE),

* Collaborative care networks for Functional Disorders

Geen restricties

P.E. (Els) van Westrienen

* Docent-senior onderzoeker, Fontys Hogeschool

* Docent, Hogeschool Utrecht

Geen

* SIA RAAK publiek - PARASOL studie

* SIA RAAK top-up - vervolg PARASOL studie

* SIA RAAK MKB - van sensoren naar zorg

* SIA RAAK publiek

Evaluatie van een proactief interventie ter preventie van chroniciteit bij mensen met matige SOLK

* SIA RAAK MKB

Het toepassen van stressmetingen met wearables in de praktijk

Geen restricties

A.P. (André) Wolff

* Anesthesioloog-pijnspecialist, UMC Groningen

* Hoogleraar Rijksuniversiteit Groningen

* Medisch hoofd UCG pijncentrum

Extern gefinancierd onderzoek:

* Philips, DANI studie, geen projectleider

* KWR, Chordotomie studie, projectleider

* Interreg, Chronische pijn in Noord-Nederland/Niedersachsen

* QPS, verrichtingen voor derden, geen projectleider

* Grunenthal, Prince studie, projectleider

Geen restricties

L.N.L. (Lyonne) Zonneveld

Klinisch-psycholoog, Amsterdam UMC

Geen

* ZonMW Stimuleringssubsidie

* Doelmatigheidsonderzoek

Geen restricties

 

Tabel 2. Gemelde (neven)functies en belangen klankbordgroep

Klankbordgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

M. (Marieke) van Beugen

Revalidatiearts bij Heliomare Wijk aan Zee

Geen

Geen

Geen restricties

B.F. (Bart) van Buchem

Eigenaar praktijk voor fysiotherapie Praktijk Noorder Spaarne

Geen

Nascholing voor fysiotherapeuten, het organiseren en doseren van cursussen. Aandeel in Noigroup Publications (Australia)

Royalties van het boek Begrijp de Pijn (Explain Pain)

Geen restricties

W.B. (Wouter) Doorn

Klinisch Geriater te Altrecht

Secretaris en vice-voorzitter Stichting Buddho, onbetaald.

Geen

Geen restricties

H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk

VDM Medisch Consult: zelfstandig bedrijfsarts.

Lid CROW NVAB

Geen

Geen restricties

A.F. (Alex) Muller

Internist Diakonessenziekenhuis Utrecht 1.0 fte

Geen

Geen

Geen restricties

S.L. (Sonja) van Ockenburg

Internist-endocrinoloog in het UMCG (bezoldigd 1.0 fte)

Geen

Ja, Lifelines long covid studie

ZonMw

Pathofysiologisch onderzoek naar 'long covid' in de Lifelines populatie (werkpakket 2). Geen hoofdonderzoeker.

Geen restricties

T.C. (Tim) Olde Hartman

Huisarts-onderzoeker, hoofd van de onderzoeksgroep Huisartsgeneeskunde

Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde

Radboudumc

(afgevaardigde vanuit het Nederlands Huisartsen Genootschap - NHG)

Praktijkhoudend huisarts

ZonMw

Mental Health Verbindt - digitaal platform voor zoeken juiste zorg

EU (Horizon ITN)

ETUDE: Encompassing Training in fUnctional Disorders across Europe - Stigma - symptom diagnoses

ZonMw

GRIP3: General practice Research Infrastructure Pandemic Preparedness Program

ZonMw

ACTION: Aanhoudende Klachten na COVID-19: perspectief vanuit de populatie, patiënt, en zorg

ZonMw

Inzicht in aanhoudende klachten na Covid-19 besmetting:  Een mixed methods benadering.

Geen restricties

R.F.A. (René) Oosterwijk

Revalidatiearts-medisch directeur, CIR , Clinics In Revalidatie. Loondienstverband.  Het betreft 0.6 fte patiëntenzorg voor patiënten met chronische pijn en 0.4 fte medisch manager.

Onbezoldigd lid van het bestuur van het NALK

Geen

Geen restricties

E.M. (Ilse) Otten

Ergotherapeut in dienst bij Klimmendaal revalidatie. 24 uur/w

Ergotherapeut ZZP bij Care2change 2-6 uur/w

Geen

Geen restricties

F. (Felice) Tauer

1. Beeldend therapeut bij Altrecht GGZ (16u), behandeling van patiënten met psychosomatische klachten in een multidisciplinair team, betaald

2. docent beeldende therapie bij Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (20u), methodieklessen, onderzoek coördinatie bacheloronderzoek, docentonderzoeker lectoraat. betaald

Geen

Geen

Geen restricties

K. (Kristel) Weerdesteijn

Verzekeringsarts en opleider bij UWV

Betaald docent

Gepromoveerd in 2022

KCVG

Work-related functioning among long-term sick-listed workers with persistent subjective health complaints

Geen restricties

M.S.H. (Margreet) Wortman

Senior onderzoeker Hogeschool van Amsterdam, 0.5 fte, betaald

Curriculum ontwikkelaar en docent Hogeschool Windesheim, 0.5 fte, betaald

ZonMw

Oefentherapie voor gezond beweeggedrag in de leefomgeving van cliënten

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afgevaardigden van het patiëntenpanel NALK te betrekken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan NALK en MIND en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Communicatie

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Psychologische behandeling van de somatisch-symptoomstoornis