Startpagina - Leidraad Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn
| Wat is nieuw? | Publicatiedatum |
|---|---|
| Startpagina - Leidraad Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn | 12-02-2026 |
| Organisatie van de chronische pijnzorg | 12-02-2026 |
| Versterking eerste lijn | 12-02-2026 |
| Op- en afschaling binnen chronische pijn zorg | 12-02-2026 |
Waar gaat deze leidraad over?
Een op de vijf mensen heeft chronische pijn. In Nederland zijn er meer dan 3 miljoen mensen die in meer of mindere mate aan chronische pijn lijden. Chronische pijn kan leiden tot vermindering van kwaliteit van leven, beperkingen in functioneren, stemmingsproblemen, verminderde eetlust, slechte slaap, afhankelijkheid van medicatie en zorgverleners, verminderde arbeidsprestaties, sociale isolatie en zelfs tot een kortere levensverwachting. Sinds 2019 heeft WHO chronische pijn als aparte ziekte-entiteit opgenomen in ICD-11. De ICD-11 beschrijft dat chronische pijn multifactorieel is: biologische, psychologische en sociale factoren dragen bij aan chronische pijn. De wederzijdse en dynamische interacties tussen deze factoren maken chronische pijn tot een complex fenomeen. Een zoektocht van de patiënt naar een diagnose en behandeling leidt vaak tot consulteren van een groot aantal zorgverleners per patiënt, desondanks levert deze zoektocht veelal onvoldoende verbetering van de kwaliteit van leven en vermindering van pijn op. Onduidelijkheid over onder meer het zorgpad van de patiënten, verwijscriteria, samenwerking en regie zijn hier mede debet aan, evenals het nog achterblijven van algemene biopsychosociale kennis onder zorgprofessionals.
In 2020 heeft het Zorginstituut de Zorgstandaard Chronische Pijn (Vereniging Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem, 2017), met bijbehorende implementatieagenda opgenomen in het Register. De zorgstandaard beoogt om een bijdrage te leveren aan: 1. Tijdige herkenning van patiënten met (dreigende) chronische pijn; 2. Een gelijkwaardige samenwerking tussen patiënt en zorgprofessional; en 3. Optimale inrichting en uitvoering van preventie van, en zorg voor, chronische pijn. In de implementatieagenda is aangegeven welke activiteiten noodzakelijk zijn voor toepassing van de zorgstandaard in de praktijk. Eén van de genoemde activiteiten is de ontwikkeling van de voorliggende leidraad. Deze leidraad geeft (concretere) aanbevelingen over hoe de organisatie en werkwijze van zorg voor volwassen patiënten met chronische pijn er uit zou moeten zien en bestaat uit drie modules:
- Module Organisatie van de chronische pijnzorg.
- Module Versterking van de eerste lijn.
- Module Op- en afschalingscriteria.
In de module Organisatie van de chronische pijnzorg worden de knelpunten in het gehele zorgveld besproken en worden er aanbevelingen gedaan om deze knelpunten te ondervangen. In de volgende twee (ondersteunende) modules wordt er ingezoomd op een tweetal knelpunten waarvoor specifieke uitwerking gewenst was en literatuuronderzoek mogelijk was.
Chronische pijn bij kinderen en de preventie van chronische pijn vallen buiten de afbakening van deze leidraad.
Relatie tot bestaande richtlijnen
De reeds bestaande richtlijnen zijn naar aanleiding van het verschijnen van deze leidraad niet aangepast of op actualiteit beoordeeld. Wetenschappelijke verenigingen en toekomstige richtlijnwerkgroepen wordt aangeraden om bij de herziening van de betreffende richtlijnen, dan wel bij de ontwikkeling van nieuwe richtlijnen met betrekking tot de organisatorische aspecten aan te sluiten bij of te verwijzen naar deze leidraad.
Er zijn meerdere kwaliteitsstandaarden over chronische pijn beschikbaar of in ontwikkeling, bijvoorbeeld:
- Richtlijn Chronische buikpijn
- Richtlijn Chronische Pijnrevalidatie
- Richtlijn Chronische bekkenpijn
- Richtlijn Complex Regionaal Pijn Syndroom
- Richtlijn Vulvodynie
- Richtlijn Solk en somatoforme stoornissen
- Richtlijn Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen (in ontwikkeling)
- Richtlijn Lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom (KNGF)
- Ketenzorgrichtlijn Aspecifieke lage rugklachten (te herzien)
- NHG- Standaard Aspecifieke rugklachten
- NHG standaard Pijn
- NHG-standaard SOLK
- Richtlijn Aspecifieke lage-rugklachten (VVOCM)
- Richtlijn Lage Rugpijn en Lumbosacraal Radiculair Syndroom (NVAB, NVVG, GAV)
- Richtlijn Aspecifieke klachten Arm, Nek en/of Schouders
- Zorgstandaard SOLK (GGZ)
- Clinical Practice Somatisch symptoomstoornis en verwante stoornissen
Er is veel overlap tussen chronische pijn en aanhoudende lichamelijke klachten (ALK) en ook het verouderde begrip SOLK, dat in 2021 verlaten is, maar nog wel in richtlijnen van voor die tijd gehanteerd wordt. De ‘Oplegger Zorgstandaarden Chronische Pijn en SOLK’ geeft inzicht wanneer de zorgstandaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) gevolgd kan worden.
Gebruikte definities
De leidraad sluit aan bij de gehanteerde classificatie binnen de International Classification of Diseases for Mortality and Morbidity Statistics. Eleventh revision (ICD-11; World Health Organisation, 2020). Daarnaast wordt chronische pijn door de IASP (2020) gedefinieerd als “een onaangename sensorische en emotionele ervaring geassocieerd met, of lijkend geassocieerd te zijn met, actuele of potentiële weefselschade.”
In de Zorgstandaard (2017) wordt de volgende definitie van chronische pijn gehanteerd: “Chronische pijn is een persisterend, multifactorieel gezondheidsprobleem waarbij lichamelijke, psychische en sociale factoren in verschillende mate en in wisselende onderlinge samenhang bijdragen aan pijnbeleving, pijngedrag, ervaren beperkingen in het dagelijks functioneren en ervaren vermindering van de kwaliteit van leven”. De IASP hanteert ook een definitie voor chronische pijn waarin men uitgaat van pijn die langer duurt dan bij een normaal beloop verwacht wordt. Op basis van zowel de zorgstandaard Chronische Pijn (2017) als de definitie van de IASP (2020) stelt de werkgroep dat iedere patiënt bij wie de pijnklachten langer duren dan drie maanden en/of langer dan verwacht, gezien dient te worden als een patiënt met chronische pijn. In de rest van de leidraad zal de term chronische pijn worden gebruikt en daarmee wordt gerefereerd aan beide definities.
Multidisciplinaire aanpak houdt in dat chronische pijn vanuit verschillende perspectieven wordt bekeken, waarbij de disciplines niet integreren. Interdisciplinaire aanpak houdt in dat er niet wordt vastgehouden aan het eigen vakgebied maar dat perspectieven vanuit verschillende disciplines worden gecombineerd. Het begrip interdisciplinair reikt verder dan multidisciplinair.
Voor wie is deze leidraad bedoeld?
Deze leidraad is ontwikkeld voor alle zorgprofessionals die direct of indirect betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met chronische pijn. In de verantwoording is opgenomen welke partijen de leidraad hebben geautoriseerd en dus de leidraad onderschrijven. Hiernaast zijn er in het implementatieplan ook acties weergegeven voor ander betrokken stakeholders.
Informatie voor patiënten
Meer informatie voor patiënten is beschikbaar op Thuisarts.nl en op de website van de Pijn Alliantie in Nederland (PA!N).
Thuisarts:
Ik heb pijn die langer blijft (chronische pijn)
Hoe is de leidraad tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze leidraad is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) en de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA). Binnen het ontwikkelproject zijn er twee werkgroepen en één klankbordgroep ingericht.
De leidraad is opgesteld door een multidisciplinaire werkgroep met vertegenwoordigers vanuit de anesthesiologen, revalidatieartsen, neurologen, huisartsen, fysiotherapeuten, psychologen, ergotherapeuten en oefentherapeuten en het samenwerkingsverband pijnpatiënten naar één stem.
Hiernaast is deze leidraad meegelezen door leden van de klankbordgroep. De klankbordgroep bestond uit vertegenwoordigers vanuit de orthopedisch chirurgen, chiropractors, neurochirurgen, reumatologen, bedrijfsartsen, fysiotherapeuten, oefentherapeuten, klinische geriaters, physician assistants, psychiaters, zorgverzekeraars, verzorgenden en verpleegkundigen, en de Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten ‘de Wervelkolom’.
De werkgroep Haalbaarheid & Implementatie heeft een disseminatie- en implementatieplan opgesteld (zie de bijlage).
Toepassen
In de leidraad is een schematische weergave van het zorglandschap opgenomen. Daarnaast maakt een disseminatie- en implementatieplan onderdeel uit van de leidraad. Dit document geeft handvatten voor afstemming tussen alle relevante stakeholders om implementatie mogelijk te maken.
Status van de Leidraad
Deze leidraad richt zich op de meest dringende knelpunten binnen de organisatie van de pijnzorg, waarvoor aanbevelingen zijn opgesteld. De gehanteerde methode is beschreven in de verantwoording. In het implementatieplan is vervolgens aangegeven welke stappen door welke instantie ondernomen moeten worden om de aanbevelingen ook daadwerkelijk te kunnen implementeren en tot uitvoering te laten komen. De werkgroep verwacht dat er in de toekomst meer en verdere stappen nodig zijn om te komen tot kwaliteitsverhoging van de pijnzorg, en de gang van de patiënt door het zorglandschap (nog) efficiënter en doelmatiger te maken. De werkgroep ziet derhalve deze leidraad als startpunt en niet als eindpunt. Het is het doel om deze leidraad in de toekomst door te ontwikkelen: het is een ‘levende’ Leidraad.
Literatuur
International Classification of Diseases 11th Revision. World Health Organization. https://icd.who.int/en.
IASP Terminology | International Association for the Study of Pain (iasp-pain.org)
Dutch Pain Society en de Vereniging en Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem. (2017).
Zorgstandaard Chronische Pijn. https://www.zorginzicht.nl/binaries/content/assets/zorginzicht/kwaliteitsinstrumenten/Zorgstandaard+Chronische+Pijn.pdf
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 12-02-2026
Beoordeeld op geldigheid : 12-02-2026