Primaire tumor onbekend

Initiatief: NVVP pathologie Aantal modules: 26

Psychosociale begeleiding en palliatieve zorg

Publicatiedatum: 21-10-2025
Beoordeeld op geldigheid: 08-10-2025

Uitgangsvraag

Hoe worden psychosociale begeleiding en palliatieve zorg vormgegeven bij patiënten met primaire tumor onbekend (PTO), vanaf het eerste consult tot het moment van overlijden?

Aanbeveling

Zet psychosociale/palliatieve zorg in vanaf het eerste consult (al dan niet naast het inzetten van diagnostiek). Besteed daarbij ook aandacht aan de naasten.

 

Psychosociale/palliatieve zorg omvat het volgende:

  • Besteed aandacht aan klachten en problemen op alle gebieden: lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel/existentieel.
  • Wees bewust van gevoelens van onzekerheid, angst en depressieve klachten. Bespreek met patiënt en diens naasten hun hoop en vrees. Erken gevoelens van onzekerheid en angst en wanhoop. Vraag daarnaast naar hoop: wat is voor hen belangrijk in de komende tijd?
  • Overweeg het gebruik van de Lastmeter om lichamelijke en psychosociale klachten en problemen te inventariseren.
  • Stem de zorg af op de (inter)persoonlijke, culturele en levensbeschouwelijke waarden, normen, wensen en behoeften rondom leven, ziek zijn en sterven van de patiënt en diens naasten.
  • Indien van toepassing: ga tijdig het gesprek aan over proactieve zorgplanning. Zie daarvoor de desbetreffende richtlijn.

Raadpleeg zo nodig de richtlijnen palliatieve zorg en het boek ‘Psychologische patiëntenzorg in de oncologie – handboek voor professionals’. Raadpleeg zo nodig Palliaweb voor informatie en hulpbronnen.

 

Stem af met de patiënt en de huisarts wie de palliatieve zorg levert. Stel dit bij in de loop van de tijd als daar aanleiding voor is, bijv. bij staken van palliatieve systemische therapie en/of bij achteruit gaan van de toestand van de patiënt.

 

Bespreek met de patiënt hoe de relatie met de huisarts is en moedig aan om deze zo nodig te versterken.

 

Overweeg een deskundige te raadplegen, bijv. een verpleegkundig specialist/gespecialiseerde verpleegkundige, psycholoog, psychiater, geestelijk verzorger, interculturele zorgconsulent of een consulent van een palliatief team.

 

Overwegingen

Palliatieve zorg is gericht op klachten en problemen op alle gebieden: lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel/existentieel (De Graeff, 2023; IKNL/Palliactief, 2017). Psychosociale begeleiding wordt gezien als een onderdeel van palliatieve zorg en niet apart besproken. Vanzelfsprekend is psychosociale begeleiding ook aangewezen als er een in opzet curatief traject wordt ingezet. Dat geldt hoofdzakelijk voor een aantal gunstige subgroepen van definitief PTO (o.a. breast-like, ovary-like en head and neck-like).

 

Zoals aangegeven in module Patiëntprofiel en diagnostische strategie wordt palliatieve zorg bij patiënten met PTO ingezet vanaf het eerste consult, al dan niet naast het inzetten van verdere diagnostiek. Er kan dan sprake zijn van een tweesporenbeleid: enerzijds wordt ingezet op diagnostiek en behandeling, anderzijds wordt aandacht besteed aan klachten en problemen en reeds rekening gehouden met een beperkt levensperspectief. Zoals aangegeven in de definitie van palliatieve zorg, strekt palliatieve zorg zich ook uit tot de naasten.

 

Er is weinig literatuur over palliatieve zorg bij PTO. In de ESMO-richtlijn wordt hier geen aandacht aan besteed. Het onderstaande is grotendeels gebaseerd op de ervaring en de mening van de werkgroep.

 

Palliatieve systemische therapie of radiotherapie (zie module Locoregionale behandeling: radiotherapie en chirurgie) kunnen worden ingezet om klachten te verminderen en de kwaliteit van leven te verbeteren (ziektegerichte palliatie). Ziektegerichte palliatie wordt altijd gecombineerd met symptoomgerichte palliatie. Anderzijds kan in samenspraak met de patiënt ook gekozen worden voor uitsluitend symptoomgerichte palliatie. Hiervoor wordt ook wel de term ‘best supportive care’ gebruikt.

 

Het is belangrijk om in overleg met de patiënt en de huisarts af te spreken wie de palliatieve zorg levert. Dit kan wijzigen in het verloop van de ziekte, zeker als een eventuele palliatieve systemische therapie gestaakt wordt en de toestand van de patiënt achteruitgaat. Terugverwijzing van de patiënt naar de huisarts kan dan aangewezen zijn.

 

Het is van belang om in deze situatie de relatie van de patiënt en diens naasten met de huisarts te bespreken. Patiënten kunnen tot dan toe een beperkt contact hebben gehad met de huisarts of er kan sprake zijn van een verstoring van de relatie door (vermeende) delay problematiek. Als de relatie nog niet op gang is gekomen of is verstoord, is het zaak om de patiënt en diens naasten aan te moedigen om deze relatie op te bouwen, dan wel te herstellen. Daartoe kan worden geëxploreerd wat de patiënt nodig heeft en zelf kan bijdragen om deze relatie op te bouwen.

 

Patiënten met PTO hebben meer behoefte aan psychosociale ondersteuning dan patiënten waarbij de primaire tumor bekend is (Wagland, 2017). Bij het in kaart brengen van klachten en problemen op lichamelijk, psychosociaal en spiritueel/existentieel gebied kan gebruikgemaakt worden van de Lastmeter. Zie hiervoor de richtlijn Detecteren behoefte palliatieve zorg.

 

Bij de diagnose PTO ervaren veel patiënten en hun naasten een hoge mate van onzekerheid (Boyland, 2008; Guccione, 2022; Richardson, 2015). Dat heeft enerzijds te maken met de afwezigheid van een primaire tumor (hetgeen voor veel patiënten moeilijk te begrijpen en te accepteren is) en anderzijds met de zeer onzekere (en vaak korte) levensverwachting. Onderzoek laat zien dat psychisch lijden, angst en depressieve klachten relatief vaak voorkomen bij patiënten met PTO (Hyphantis, 2013; Richardson, 2015; Wolyniec, 2022).

 

Gezien de hoge mate van angst en onzekerheid is angstmanagement bij deze patiëntengroep een aandachtspunt. De professional kan angst en onzekerheid benoemen en erkennen dat dit een begrijpelijke, bij de situatie passende reactie is. Tevens kan worden besproken wat in het omgaan met deze onzekerheid helpend kan zijn in het contact met de medisch behandelaar. De diagnose PTO roept vaak ook veel existentiële vragen op. Daarbij is het belangrijk om na te gaan wat belangrijk is voor patiënten en hun naasten in de tijd die hen nog rest en waar ze nog op hopen.

 

Voor de verdere behandeling van klachten en problemen op lichamelijk, psychosociaal en spiritueel/existentieel gebied wordt verwezen naar de richtlijnen palliatieve zorg en naar het boek ‘Psychologische patiëntenzorg in de oncologie – handboek voor professionals’ (Duijts, 2022). Voor begeleiding op spiritueel/existentieel gebied wordt verwezen naar de richtlijn ‘Zingeving en spiritualiteit in de palliatieve fase’. Verdere informatie en hulpbronnen zijn te vinden op Palliaweb . Ook kan gebruik worden gemaakt van de e-learning ‘palliatieve zorg voor kankerpatiënten met een korte levensverwachting’.

 

Als de behandeling palliatief is, worden proactieve zorgplanningsgesprekken gevoerd. Zie hierover meer in module Voorlichting en communicatie.

 

Zo nodig kan advies worden gevraagd van een deskundige, bijv. een verpleegkundig specialist/gespecialiseerd verpleegkundige, psycholoog, psychiater, geestelijk verzorger, interculturele zorgconsulent of consulent palliatieve zorg van een intra- of transmuraal of regionaal palliatief team.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun naasten)

Het kwaliteitskader Palliatieve zorg Nederland (IKNL/Palliactief 2017) geeft het volgende aan:

  • Ieder mens is uniek. Zorg wordt geboden met respect voor de autonomie van de patiënt en wordt afgestemd op de eigenheid en de kwaliteit van leven, zoals elk mens deze voor zichzelf definieert of ervaart. Zorg kan alleen geboden worden wanneer de patiënt en naasten bereid zijn deze te accepteren.
  • De zorgverlener gaat met de patiënt en diens naasten een relatie aan gebaseerd op wederzijds respect, integriteit en waardigheid. De omgeving waarin zorg wordt geboden is dusdanig ingericht dat de patiënt zich veilig, gezien en gehoord voelt.
  • De zorg wordt afgestemd op de (inter)persoonlijke, culturele en levensbeschouwelijke waarden, normen, wensen en behoeften rondom leven, ziek zijn en sterven van de patiënt en diens naasten.
  • De patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger heeft regie over zijn zorg en bepaalt hoe en welke naasten en zorgverleners daarbij betrokken zijn. De zorg en aandacht is liefdevol en steeds gericht op zowel de patiënt als diens naasten.

Kosten (middelenbeslag)

Er zijn geen data over de kosteneffectiviteit van palliatieve zorg bij patiënten met PTO. Er zijn studies bij patiënten met kanker die suggereren dat het vroeg inzetten van palliatieve zorg kostenbesparend is (Cartoni, 2021; Lowery, 2013). Dit heeft mogelijk te maken met tijdig staken van systemische behandeling en minder bezoeken aan de SEH.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Palliatieve zorg wordt geleverd door zorgverleners (van diverse disciplines) waar de patiënt onder behandeling is. Iedere betrokken zorgverlener wordt geacht basale kennis en vaardigheden te hebben op het gebied van palliatieve zorg. Wanneer de deskundigheid te kort schiet en/of sprake is van complexe problematiek kan advies worden gevraagd of worden doorverwezen. Palliatieve zorg in Nederland is dusdanig ontwikkeld dat iedere patiënt de juiste zorg op de juiste plaats moet kunnen krijgen.

Onderbouwing

The prognosis of patients with carcinoma of unknown primary site (CUP) is uncertain. For some patients (in particular those of the favorable subgroups including breast-like, ovarian-like and head and neck-like subgroups) cure may be possible, but the great majority of patients with CUP will die of their disease. Half of the patients with CUP dies within 2 months and one-year survival is 16%. Long-term survival is less than 5%.

 

Thus, for almost all patients palliative care is indicated. Palliative care is defined as ‘an approach that improves the quality of life of patients and their families facing the problem associated with life-threatening illness and frailty, through the prevention and relief of suffering by means of early identification and impeccable assessment and treatment of pain and other problems, physical, psychosocial and spiritual’ (IKNL/Palliactief, 2017).

Palliative care:

  • provides relief from pain and other distressing symptoms;
  • affirms life and regards dying as a normal process;
  • integrates the psychological and spiritual aspects of patient care;
  • offers a support system to help patients live as actively as possible until death;
  • offers a support system to help the family cope during the patient’s illness and in their own bereavement;
  • uses a team approach to address the needs of patients and their families, including bereavement counselling, if indicated;
  • will enhance quality of life, and may also positively influence the course of illness;
  • is applicable early in the course of illness, in conjunction with other therapies that are intended to prolong life, such as chemotherapy or radiation therapy, and includes those investigations needed to better understand and manage distressing clinical complications.

Randomized studies (Haun, 2017; Huo, 2022; Temel, 2010; Temel, 2017) show that early palliative care may lead to:

  • better symptom control;
  • less anxiety and depression;
  • better quality of life;
  • greater satisfaction with treatment;
  • less visits to emergency care departments, less invasive procedures, less deaths in hospital, less health care use and costs;
  • earlier discontinuation of treatment;
  • longer survival.

For more information about palliative care, see the ‘Kwaliteitskader Palliatieve Zorg Nederland’ (IKNL/Palliactief, 2017), the guideline ‘Algemene principes van palliatieve zorg’ on Palliaweb and the paper in the Dutch Journal of Medicine [NTVG] about palliative care (De Graeff, 2023).

No systematic search was performed.

  1. 1 - Boyland L, Davis C. Patients' experiences of carcinoma of unknown primary site: dealing with uncertainty. Palliat Med. 2008 Mar;22(2):177-83. doi: 10.1177/0269216307085341. PMID: 18372382.
  2. 2 - Cartoni C, Breccia M, Giesinger JM, Baldacci E, Carmosino I, Annechini G, Palumbo G, Armiento D, Niscola P, Tendas A, Brunetti GA, Minotti C, Marini MG, Reale L, Martone N, Martelli M, Efficace F. Early Palliative Home Care versus Hospital Care for Patients with Hematologic Malignancies: A Cost-Effectiveness Study. J Palliat Med. 2021 Jun;24(6):887-893. doi: 10.1089/jpm.2020.0396. Epub 2020 Dec 2. PMID: 33270529.
  3. 3 - de Graeff A, Ausems MJE. Meer aandacht voor palliatieve zorg [More focus on palliative care]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2023 Nov 22;167:D7809. Dutch. PMID: 37994722.
  4. 4 - Duijts S, Sanderman R, Schroevers M, Vos T (red). Psychologische patiëntenzorg in de oncologie – handboek voor professionals. Assen: Koninklijke Van Gorcum, 2022.
  5. 5 - Guccione L, Fisher K, Mileshkin L, Tothill R, Bowtell D, Quinn S, DeFazio A, Karapetis CS, Wilcken N, Singh M, Steer C, Gao B, Warren M, Collins IM, Karanth N, Bryant C, Schofield P. Uncertainty and the unmet informational needs of patients with cancer of unknown primary (CUP): a cross-sectional multi-site study. Support Care Cancer. 2022 Oct;30(10):8217-8229. doi: 10.1007/s00520-022-07228-7. Epub 2022 Jul 9. PMID: 35804177; PMCID: PMC9512714.
  6. 6 - Haun MW, Estel S, Rücker G, Friederich HC, Villalobos M, Thomas M, Hartmann M. Early palliative care for adults with advanced cancer. Cochrane Database Syst Rev. 2017 Jun 12;6(6):CD011129. doi: 10.1002/14651858.CD011129.pub2. PMID: 28603881; PMCID: PMC6481832.
  7. 7 - Huo B, Song Y, Chang L, Tan B. Effects of early palliative care on patients with incurable cancer: A meta-analysis and systematic review. Eur J Cancer Care (Engl). 2022 Nov;31(6):e13620. doi: 10.1111/ecc.13620. Epub 2022 May 25. PMID: 35612356.
  8. 8 - Hyphantis T, Papadimitriou I, Petrakis D, Fountzilas G, Repana D, Assimakopoulos K, Carvalho AF, Pavlidis N. Psychiatric manifestations, personality traits and health-related quality of life in cancer of unknown primary site. Psychooncology. 2013 Sep;22(9):2009-15. doi: 10.1002/pon.3244. Epub 2013 Jan 29. PMID: 23359412.
  9. 9 - IKNL/Palliactief. Kwaliteitskader palliatieve zorg in Nederland, 2017. https://palliaweb.nl/zorgpraktijk/kwaliteitskader-palliatieve-zorg-nederland.
  10. 10 - Lowery WJ, Lowery AW, Barnett JC, Lopez-Acevedo M, Lee PS, Secord AA, Havrilesky L. Cost-effectiveness of early palliative care intervention in recurrent platinum-resistant ovarian cancer. Gynecol Oncol. 2013 Sep;130(3):426-30. doi: 10.1016/j.ygyno.2013.06.011. Epub 2013 Jun 14. PMID: 23769759.
  11. 11 - Platform Palliatieve Zorg Richtlijnen (PAZORI). Richtlijn Algemene principes van palliatieve zorg, 2017. https://palliaweb.nl/getmedia/1eb2e72a-6a42-4a87-b132-d5d46462be43/9111-Algemene-principes-palliatieve-zorg-20231124100312.pdf.
  12. 12 - Richardson A, Wagland R, Foster R, Symons J, Davis C, Boyland L, Foster C, Addington-Hall J. Uncertainty and anxiety in the cancer of unknown primary patient journey: a multiperspective qualitative study. BMJ Support Palliat Care. 2015 Dec;5(4):366-72. doi: 10.1136/bmjspcare-2013-000482. Epub 2013 Nov 19. PMID: 24644189.
  13. 13 - Temel JS, Greer JA, Muzikansky A, Gallagher ER, Admane S, Jackson VA, Dahlin CM, Blinderman CD, Jacobsen J, Pirl WF, Billings JA, Lynch TJ. Early palliative care for patients with metastatic non-small-cell lung cancer. N Engl J Med. 2010 Aug 19;363(8):733-42. doi: 10.1056/NEJMoa1000678. PMID: 20818875.
  14. 14 - Temel JS, Greer JA, El-Jawahri A, Pirl WF, Park ER, Jackson VA, Back AL, Kamdar M, Jacobsen J, Chittenden EH, Rinaldi SP, Gallagher ER, Eusebio JR, Li Z, Muzikansky A, Ryan DP. Effects of Early Integrated Palliative Care in Patients With Lung and GI Cancer: A Randomized Clinical Trial. J Clin Oncol. 2017 Mar 10;35(8):834-841. doi: 10.1200/JCO.2016.70.5046. Epub 2016 Dec 28. PMID: 28029308; PMCID: PMC5455686.
  15. 15 - Wagland R, Bracher M, Drosdowsky A, Richardson A, Symons J, Mileshkin L, Schofield P. Differences in experiences of care between patients diagnosed with metastatic cancer of known and unknown primaries: mixed-method findings from the 2013 cancer patient experience survey in England. BMJ Open. 2017 Sep 27;7(9):e017881. doi: 10.1136/bmjopen-2017-017881. PMID: 28963312; PMCID: PMC5623509.
  16. 16 - Wolyniec K, Sharp J, Fisher K, Tothill RW, Bowtell D, Mileshkin L, Schofield P. Psychological distress, understanding of cancer and illness uncertainty in patients with Cancer of Unknown Primary. Psychooncology. 2022 Nov;31(11):1869-1876. doi: 10.1002/pon.5990. Epub 2022 Jul 3. PMID: 35765251; PMCID: PMC9796856.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 21-10-2025

Beoordeeld op geldigheid  : 08-10-2025

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Nederlandse Vereniging voor Nucleaire geneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie
  • Nederlandse vereniging voor professionele palliatieve zorg
  • Missie Tumor Onbekend

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

 

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2021 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met een primaire tumor onbekend.

 

Werkgroep

  • prof. dr. P. (Petur) Snaebjornsson (voorzitter), Patholoog, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam, NVVP
  • dr. M.L. (Marc) Ooft, Patholoog, Rijnstate, Arnhem, NVVP
  • dr. L.I. (Leonie) Kroeze, Klinisch moleculair bioloog, Radboud UMC, Nijmegen, NVVP
  • dr. D.G.J. (Debbie) Robbrecht, Internist, Erasmus MC, Rotterdam, NIV/NVMO
  • dr. A.J. (Yes) van de Wouw, Internist, VieCuri Medisch Centrum, Venlo, NIV/NVMO
  • dr. M.A. (Marieke) Vollebergh, Internist, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam, NIV/NVMO
  • prof. dr. A.J. (Anthonie) van der Wekken, Longarts, UMCG, Groningen, NVALT
  • dr. A.M.J. (Anke) Kuijpers, Chirurg, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam, NVvH
  • dr. Q. (Quirijn) Tummers, Chirurg, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam, NVvH
  • dr. M. (Martin) Lacko, KNO-arts/ Hoofd-hals chirurg, MUMC, Maastricht, NVKNO
  • dr. J. (Jessie) Westerhof, MDL-arts, UMCG, Groningen, NVMDL
  • dr. M.C. (Maartje) van Rijk, Nucleair geneeskundige, Radboud UMC, Nijmegen, NVNG
  • W.A. (Warnyta) Minnaard, Patiëntenvertegenwoordiger, Missie Tumor Onbekend
  • F.C.M. (Francine) van der Heijden, Patiëntenvertegenwoordiger, Missie Tumor Onbekend
  • prof. dr. C.H.J. (Chris) Terhaard, Radiotherapeut-oncoloog, UMCU, Utrecht, NVRO
  • dr. D.M.H.J. (Deirdre) Hekkelman-ten Berge, Radioloog, ADRZ, Goes, NVvR
  • dr. A. (Alexander) de Graeff, Internist-oncoloog/hospice-arts, UMCU, Utrecht, Palliactief
  • C. (Christien) de Jong, GZ-psycholoog/psychotherapeut, Amsterdams Instituut voor Gezins- en Relatietherapie, Amsterdam, NVPO
  • D. (Daphne) Rethmeier, oncologieverpleegkundige, Radboud UMC, Nijmegen, V&VN
  • D. (Diane) van Biessen, verpleegkundig specialist, Erasmus MC, Rotterdam, V&VN
  • dr. C. (Caroline) Loef, adviseur, Integraal Kankercentrum Nederland, Utrecht

Klankbordgroep

  • dr. E. (Esther) van Meerten, internist-oncoloog, Erasmus MC, Rotterdam, NIV

Met ondersteuning van

  • dr. C.M.W. (Charlotte) Gaasterland, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • drs. I. (Isabelle) Laseur, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • dr. M. (Merel) Wassenaar, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • dr. L. (Linda) Oostendorp, Senior Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • dr. J. (Jana) Tuijtelaars, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • D.P. (Diana) Gutierrez, projectmedewerker, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • dr. J. (Jing) de Haan-Du, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

 

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke Financiële Belangen

Persoonlijke Relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intell. belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Alexander de Graeff

Arts Academisch Hospice Demeter, De Bilt

Adviseur richtlijnen IKNL

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

14-07-2022

Anke Kuijpers

Chirurg, Antoni van Leeuwenhoek

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24-11-2023

Anthonie van der Wekken

Longarts

geen

geen

geen

Astra Zeneca, Boehringer-Ingelheim, Pfizer, Roche, Takeda

Specialisten panel Patiënten vereniging 'Longkanker Nederland'

Adviesraden of lezingen gegeven gesponsord door bedrijven voor het UMCG: Agena, Astra-Zeneca, Bayer, BMS, Boehringer-Ingelheim, Janssen, MSD, Pfizer, Roche, Takeda

23-05-2022

Anthonie van der Wekken (aanvulling in 2024)

Longarts

geen

geen

geen

Astra Zeneca, Boehringer-Ingelheim, Pfizer, Roche, Takeda

Specialisten panel Patiëntenvereniging 'Longkanker Nederland'. Daarnaast specialist panel ‘ROS1ders’ en adviseur NFU en FMS.

Deelgenomen aan adviesraden of lezingen gegeven gesponsord door bedrijven voor het UMCG: Agena, Astra-Zeneca, Bayer, BMS, Boehringer-Ingelheim, Janssen, MSD, Pfizer, Roche, Takeda en Lilly.

6-03-2024

Caroline Loef (heeft de werkgroep in juli 2023 verlaten ivm een wisseling van baan)

IKNL - Onderzoeker/Adviseur - betaald

Kanker.nl - moderator - onbetaald
Missie Tumor Onbekend - Lid Raad van Advies - onbetaald

CUPP-NL - Ambt. Secretaris - onbetaald
Brinkman & Loef - CEO, VOF in oprichting - onbetaald ten tijde van oprichting
Ethical Hacker/Informatie Security Officer - DIVD - onbetaald

Geen

nee

nee

geen belang

geen belang

24-05-2022

Caroline Loef (aanvulling belangen in augustus 2022)

IKNL - Onderzoeker/Adviseur - betaald

Lid raad van Advies - Missie Tumor onbekend
Moderator/vraag het de expert - Kanker.nl
Co-founder/Ambt. Secretaris - CUPP-NL
Deelnemer Data werkgroep - DI-CUP

geen, alle nevenfuncties zijn ook op vrijwillige basis

geen

geen

Uiteraard geeft dit voor alle deelnemers aan de richtlijnrevisie een zekere erkenning dan wel reputatie/positie of versterking daarvan in het werkveld. Dus dat geldt ook voor mijn persoon, tenminste wanneer de namen vermeldt worden. Zo niet, dan zal er geen belang zijn.

geen

4-08-2022

Chris Terhaard

Radiotherapeut-oncoloog, emeritus
gastaanstelling bij afdeling radiotherapie UMC Utrecht

Voor ELEKTA beoordeling AI van OAR hoofd-hals

Geen financieel voordeel

Geen

Geen deelname onderzoek

Geen

Geen

9-11-2022

Debbie Robbrecht

Medisch specialist (internist-oncoloog)

geen

Nee

Nee

Nee

Nee

Hoofdonderzoeker van een landelijk ontwikkeld protocol voor dataverzameling rond patiënten met PTO. Dit kent tot nog toe geen financiering. Het doel is om van patiënten met PTO de gegevens te verzamelen ten aanzien van kliniek en eventueel WGS (DNA test), als ook kwaliteit van leven vragenlijsten.
Dit protocol is nog niet uitgerold, maar verwachting is dat dit per september zal gebeuren. Dit is een samenwerking van NVMO, NVVP, IKNL en HMF.

Betrokken als mede-onderzoeker bij protocol waarvoor grant aanvraag geschreven is en ingediend bij KWF: "[18}F-FAPI PET/CT to identify Carcinoma of hitherto Unknown Primary origin'. Studie loopt nog niet.

13-05-2022

Deirdre Hekkelman-ten Berge

Radioloog, ADRZ, betaald

Arts onderzoeker longgeneeskunde, onbetaald

geen belangenverstrengelingen

Geen

Geen

Niet van toepassing

Niet van toepassing

13-07-2022

Diane van der Biessen (heeft de werkgroep in januari 2024 verlaten)

Verpleegkundig specialist, Center for Drug Development, Erasmus MC Kanker Instituut. Werkzaamheden: Standaard medische zorg en verpleegkundige zorg bij patiënten met vergevorderde kanker die deelnemen aan vroeg klinisch onderzoek. Betaald

Betaald:
Examinator MANP, Hogeschool Leider, Master verpleegkunde. Werkzaamheden: beoordelen Master thesis verpleegkundigen in opleiding tot specialist.
Onbetaald:
Voorzitter Werkgroep Wetenschap V&VN oncologie/VS: stimuleren wetenschappelijk denken en toepassen bij verpleegkundig specialisten binnen de oncologie.
Lid Scientific Advisory Board meeting KWF 'Improving personalised treatment in oncology'.

Geen

Geen

Geen
Ik ben betrokken bij de uitvoer van medisch wetenschappelijk onderzoek binnen de afdeling Interne Oncologie van het Erasmus MC.

Geen

Geen

9-08-2022

Francine van der Heijden

Zangeres/zangdocent

Bestuurder, oprichter en vrijwilliger bij Missie Tumor Onbekend

 Vertegenwoordiger patiëntenorganisatie Missie Tumor Onbekend

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

opdrachtgever, zonder financieel belang, van de e-learning Palliatieve zorg voor kankerpatiënten met een korte levensverwachting

Niet van toepassing

30-05-2022

Houke Klomp (heeft de werkgroep eind 2023 verlaten)

chirurg Antoni van Leeuwenhoek (NKI-AVL)

lid raad van commissarissen Prinses Maxima Centrum
vicevoorzitter raad van toezicht IJsselland Ziekenhuis

patent WO2010116003 A2, PCT/EP2010/054772, dit is ongerelateerd aan de richtlijn PTO

-

ja

-

-

8-07-2022

Jessie Westerhof

MDL-arts

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing.
Ben wel MDL arts met oncologische interesse. Dus doe bijvoorbeeld diagnostiek / endo-echo bij pt met primaire onbekende tumor

Niet van toepassing

23-05-2022

Leonie Kroeze

Klinisch moleculair bioloog in de pathologie (KMBP) - Radboudumc Nijmegen. Verantwoordelijk voor moleculaire diagnostiek op weefsels, met name van tumoren (betaald)

Geen

Geen

Geen persoonlijke relaties

Betrokken bij een KWF project als Principal Investigator. (Dit project heeft geen raakvlakken met deze richtlijncommissie)

Geen

Geen

31-05-2022

Leonie Kroeze (aanvulling in juli 2022)

Klinisch moleculair bioloog in de pathologie - Radboudumc Nijmegen
Werkzaamheden: DNA en RNA analyses op (met name) tumorweefsel

Geen

Geen

Geen

Ik heb zelf geen financiering binnengehaald afgelopen 3 jaar. Uiteraard ben ik zo af en toe wel betrokken bij projecten waarvoor externe financiering beschikbaar is (als onze afdeling gevraagd wordt de NGS analyses uit te voeren), echter sta ik niet als persoon genoemd op deze beursaanvragen.

Geen

Ik ben betrokken bij het opzetten van de zorgpad voor PTO-patiënten binnen het Radboudumc.

22-07-2022

Maartje van Rijk

Nucleair Geneeskundige/Nucleair Radioloog te RadboudUMC

lid CKB NVNG (Commissie Kwaliteits Bewaking NVNG), onbetaald
Docent Boerhaave Nascholing te Leiden, betaald (1 dag/jaar)
Lid werkgroep diagnostiek BOOG (BOrstkanker Onderzoek Groep), onbetaald

Pfizer aandelen (update 29-06-2022: heeft geen aandelen Pfizer meer)

Nee

Nee

Nee

Nee

28-04-2022

Marc Ooft

Patholoog

patholoog werkzaam in pathologie DNA locatie Rijnstate

Niet van belang

Ik werk in hetzelfde ziekenhuis met een oncoloog welke de DI CUP richtlijn geschreven heeft

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

15-06-2022

Marieke Vollebergh

 internist-oncoloog

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Hoofdonderzoeker van een landelijk ontwikkeld protocol voor dataverzameling rond patiënten met PTO. Dit kent tot nog toe geen financiering. Het doel is om van patiënten met PTO de gegevens te verzamelen ten aanzien van kliniek en eventueel WGS (DNA test), als ook kwaliteit van leven vragenlijsten.
Dit protocol is nog niet uitgerold, maar verwachting is dat dit per september zal gebeuren. Dit is een samenwerking van NVMO, NVVP, IKNL en HMF.

16-05-2022

Martin Lacko

KNO-arts/hoofd-hals chirurg
MUMC+
afd. KNO en hoofd-hals chirurgie
Maastricht

geen

Geen

Nee

Nee

Geen

Geen

24-08-2022

Petur Snaebjornsson (voorzitter)

Patholoog in Antoni van Leeuwenhoek. Professor aan Universiteit van IJsland.

1) Bestuur Dutch Colorectal Cancer Group (DCCG) sinds 2018 (onbetaald).
2) Bestuur Cancer of unknown primary platform the Netherlands (CUPP-NL) sinds 2021 (onbetaald).
3) Bestuur Expertisegroep GE pathologie van NVVP sinds 2021 (onbetaald).
4) Ik geef les aan Hogeschool Leiden over uitsnijden sinds 2019 (betaald).

1) Op 1 oktober 2020: online Expert Input Forum, georganiseerd door MSD. Onderwerp: MSI-H colorectaalcarcinoom. Hiervoor betaling aan AVL.
2) Op 8 oktober 2020: deelname als expert aan nascholing Colorectaal Carcinoom (talkshow). Onderwerp: gemetastaseerd colorectaalcarcinoom. Georganiseerd door MEDtalks. Hiervoor betaling aan AVL.
3) Op 14 december 2020: Bayer, Vitrakvi EU consultancy. Hiervoor betaling aan AVL.

Geen.

Ik ben betrokken bij onderzoek i.h.k.v. colorectaalcarcinoom gefinancieerd door KWF (CAIRO6, COLOPEC 1 en 2).
Ik ben betrokken bij de DI-CUP protocol als patholoog in de datawerkgroep. De DI-CUP protocol is op dit moment niet extern gefinanceerd.
In AVL liep er zgn. WIDE studie sinds van ca. 2018 tot einde 2020. Het betrof een studie naar de haalbaarheid van whole genome sequencing (WGS) in de standaard zorg en klinische validatie van WGS (zie PMID: 33167975 voor gepubliseerde studieprotocol en studiedoeleinden). De studie was gefinancieerd door ZonMw (Project Nr. 446002004) en Hartwig Medical Foundation (HMF). Als een substudie werd ook onderzoek naar CUP/PTO verricht, d.w.z. naar de haalbaarheid van WGS om de primaire tumor/tumortype te detecteren. De substudie is afgelopen en de paper is in submission fase. In deze substudie was ik betrokken, zowel als patholoog in mijn dagelijkse werk (bij diagnostiek van CUP/PTO) als bij het onderzoek (data analyse, input naar HMF omtrent tumorclassificatie ter verbetering van WGS-algoritmen voor detectie van primaire tumor).

Geen.

Geen.

5-05-2022

Petur Snaebjornsson (voorzitter) (aanvulling in 2024)

Patholoog in Antoni van Leeuwenhoek. Professor aan Universiteit van IJsland.

1) Bestuur Dutch Colorectal Cancer Group (DCCG) van 2018 tot oktober 2022 (onbetaald).
2) Bestuur Cancer of unknown primary platform the Netherlands (CUPP-NL) sinds 2021 (onbetaald).
3) Bestuur Expertisegroep GE pathologie van NVVP sinds 2021 (onbetaald).
4) Ik geef les aan Hogeschool Leiden over uitsnijden sinds 2019 (betaald). 5) World CUP Alliance advisory committee vanaf februari 2024 (onbetaald).

1) Op 1 oktober 2020: online Expert Input Forum, georganiseerd door MSD. Onderwerp: MSI-H colorectaalcarcinoom. Hiervoor betaling aan AVL.
2) Op 8 oktober 2020: deelname als expert aan nascholing Colorectaal Carcinoom (talkshow). Onderwerp: gemetastaseerd colorectaalcarcinoom. Georganiseerd door MEDtalks. Hiervoor betaling aan AVL.
3) Op 14 december 2020: Bayer, Vitrakvi EU consultancy. Hiervoor betaling aan AVL.

Geen.

Ik ben betrokken bij onderzoek i.h.k.v. colorectaalcarcinoom gefinancieerd door KWF (CAIRO6, COLOPEC 1 en 2).
Ik ben betrokken bij de DI-CUP protocol als patholoog in de datawerkgroep. De DI-CUP protocol is op dit moment niet extern gefinanceerd.
In AVL liep er zgn. WIDE studie sinds van ca. 2018 tot einde 2020. Het betrof een studie naar de haalbaarheid van whole genome sequencing (WGS) in de standaard zorg en klinische validatie van WGS (zie PMID: 33167975 voor gepubliseerde studieprotocol en studiedoeleinden). De studie was gefinancieerd door ZonMw (Project Nr. 446002004) en Hartwig Medical Foundation (HMF). Als een substudie werd ook onderzoek naar CUP/PTO verricht, d.w.z. naar de haalbaarheid van WGS om de primaire tumor/tumortype te detecteren. De substudie is afgelopen en de paper is in submission fase. In deze substudie was ik betrokken, zowel als patholoog in mijn dagelijkse werk (bij diagnostiek van CUP/PTO) als bij het onderzoek (data analyse, input naar HMF omtrent tumorclassificatie ter verbetering van WGS-algoritmen voor detectie van primaire tumor).

Geen.

Aanvulling 2024: Ik ben een hoofdonderzoeker van een project waarbij de doel is om de WGS predictie tool van HMF (CUPPA) te verbeteren. De hypothese is dat met verfijning van de tumorclassificatie in het referentiedataset van de CUPPA tool het mogelijk wordt om tumoren van onbekende origine beter te classificeren. Het is dus de bedoeling om alle casustiek in AVL en zo mogelijk in externe zkh, waar WGS bij HMF is verricht, te doornemen en de registratie van tumortype/origine op orde te brengen. Dit project kent tot nu toe geen financiering. Ik ben ook betrokken als mede-onderzoeker van het genomische landscape van PTO (dit onderzoek wordt in EMC verricht).

5-03-2024

Quirijn Tummers (vervanger van Anke Kuijpers tijdens haar zwangerschapsverlof)

Chirurg Antoni van Leeuwenhoek - Nederlands Kanker Instituut

Geen

Geen

Geen

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

13-06-2024

Warnyta Minnaard

Investment manager bij Noaber Ventures (betaalde baan in venture capital met focus op digital health/preventie)

Bestuurder, oprichter en vrijwilliger bij Missie Tumor Onbekend (patiëntenorganisatie)

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

8-05-2022

Warnyta Minnaard (aanvulling in maart 2024)

Project manager bij het Nederlands Kanker Collectief op de uitgelichte doelen zeldzame kanker en rookpreventie van de Nederlandse Kanker Agenda (parttime betaalde baan)

- Bestuurder, oprichter en vrijwilliger bij Missie Tumor Onbekend
- ​Oprichter en vrijwilliger bij World CUP Alliance (internationale alliantie van PTO-patiëntenorganisaties)

- Onbezoldigd lid bestuurd CUPP-NL

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

- Lid van de Data Access Board van Hartwig Medical Foundation (op persoonlijke titel)
- Lid van de PAR (Patiënten Advies Raad) van Pfizer Nederland (namens Missie Tumor Onbekend)
-- Lid van de Toetsingscommissie bij FarmInform (op persoonlijke titel)
 

5-03-2024

Yes van de Wouw

Internist-oncoloog in Viecuri Medisch Centrum Noord-Limburg.
Werkzaam binnen stafmaatschap

Onbezoldigd lid bestuur CUPPNL

Geen

Geen

Geen

Nvt

Nvt

14-10-2023

Yes van de Wouw (aanvulling in maart 2024)

Gepensioneerd Internist-oncoloog in Viecuri Medisch Centrum Noord-Limburg.
Wel nog werkzaam binnen stafmaatschap als arts-onderzoeker

Onbezoldigd lid bestuur CUPPNL

Geen

Geen

Geen

Nvt

Nvt

5-03-2024

Daphne Rethmeier

Oncologieverpleegkundige/ casemanager

Als geschoold oncologieverpleegkundige begeleid ik in mijn rol als casemanager patiënten met borstkanker of een primaire tumor onbekend tijdens hun behandeltraject (24 uur per week, betaald). ik fungeer als hun eerste aanspreekpunt voor hun vragen en zorgen. Ik houd zicht op hun behandelproces en onderhoud contact met alle betrokken zorgverleners.

Als oncologieverpleegkundige ben ik ook 8 uur per 2 weken een dag werkzaam op ons callcenter (betaald) voor uitvoer van triage.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9-1-2025

 

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door deelname van de afgevaardigde patiëntenorganisatie Missie Tumor Onbekend in de werkgroep. De afgevaardigde heeft meebeslist bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Missie Tumor Onbekend en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er geen substantiële financiële gevolgen zijn voor deze richtlijn, gezien het aantal patiënten kleiner is dan 5000 per jaar.

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).

 

Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen

Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de zorg voor patiënten met PTO. De werkgroep beoordeelde de aanbeveling(en) uit de eerdere richtlijn PTO op noodzaak tot revisie. Tevens zijn er knelpunten aangedragen door de deelnemende WV-en, de V&VN en de patiëntorganisatie Missie Tumor Onbekend.

 

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.

 

Uitkomstmaten

Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. Indien mogelijk werden de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. Review Manager 5.4 werd gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).

 

GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello, 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.

 

In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE-gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. 

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen.

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren.

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. 

Organisatie van zorg

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

 

Literatuur

Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.

 

Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.

 

Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.

 

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.

 

Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.

 

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html

 

Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.

 

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.

Volgende:
Follow-up PTO