Antitrombotisch beleid

Initiatief: Cluster Antitrombotisch beleid Aantal modules: 95

Bloeding of spoedingreep bij DOACs

Publicatiedatum: 01-05-2026
Beoordeeld op geldigheid: 01-05-2026

Uitgangsvraag

Wat is het optimale beleid bij bloedingen of spoedingrepen bij patiënten die DOACs (lage dosis of volledige dosis) gebruiken?

  • Subvraag 1: Wat is de farmacologische strategie voor couperen in geval van bloeding (intracraniaal, gastro-intestinaal of traumatisch) of een spoedingreep (die niet uitgesteld kan worden)?
  • Subvraag 2: Als enig uitstel van de ingreep veilig mogelijk is, wat is dan het optimale beleid voor het stoppen dan wel continueren van de DOACs?

Aanbeveling

Aanbeveling-1

Levensbedreigende bloeding

Overweeg om bij een levensbedreigende bloeding onder rivaroxaban of apixaban PCC 50E/kg of andexanet alfa te geven.

 

Overweeg bij een levensbedreigende bloeding onder dabigatran idarucizumab te geven.

 

Overweeg bij een levensbedreigende bloeding onder edoxaban PCC 50E/kg te geven.

 

Niet Levensbedreigende bloeding

Overweeg om bij een niet levensbedreigende, maar wel ernstige bloeding onder Xa remmers PCC 25E/kg of PCC 50E/kg te geven.

 

Overweeg om bij een niet levensbedreigende, maar wel ongecontroleerde bloeding onder dabigatran idarucizumab te geven.

 

Aanbeveling-2

Zie module Classificatiesystemen - Richtlijn - Richtlijnendatabase voor de classificatie van spoedoperaties.

 

Spoedingrepen categorie 1 (<30 min) en categorie 2 (<8 uur)

  • Stel de spoedingreep niet uit.

Spoedingrepen categorie 3 (<24 uur)

  • Therapeutische dosis DOAC en lage dosis DOAC*: stel, indien mogelijk, de spoedingreep met een intermediair of hoog bloedingsrisico tenminste één halfwaardetijd van het desbetreffende middel uit (12 uur bij normale nierfunctie). Stel bij voorkeur, indien mogelijk, spoedingrepen met een hoog bloedingsrisico twee keer de halfwaardetijd uit (24 uur bij normale nierfunctie).

Spoedingrepen categorie 4 (< 1 week)

  • Therapeutische dosis DOAC: stel de spoedingreep uit volgens de aanbevelingen in de module over periprocedureel beleid bij DOACs.
  • Lage dosis DOAC*:
    • Intermediair bloedingsrisico: stel de spoedingreep tenminste één keer de halfwaardetijd van het desbetreffende middel uit (12 uur bij normale nierfunctie);
    • Hoog bloedingsrisico: stel de spoedingreep tenminste twee keer de halfwaardetijd van het desbetreffende middel uit (24 uur bij normale nierfunctie).

Zie ook stroomschema ‘uitstellen spoedingrepen bij patiënten met DOACs’.

 

Spoedingrepen

Stel, indien mogelijk, spoedingrepen bij patiënten die DOAC’s gebruiken tenminste één halfwaardetijd van het desbetreffende middel uit.

 

Indien uitstel van de spoedingreep tot een levensbedreigende situatie leidt, overweeg dan om bij gebruik van Xa remmers PCC 50e/kg te geven. Houd in dat geval bij de ingreep rekening met een aanhoudend verhoogde bloedingsneiging. Andexanet alfa is niet geregistreerd voor het couperen van een orale Xa remmer bij noodzaak tot een acute ingreep.

 

Indien uitstel van de spoedingreep tot een levensbedreigende situatie leidt, overweeg dan om bij gebruik van dabigatran idarucizumab te geven.

 

* Hierbij gaat het om de volgende situaties:

  • Primaire preventie van veneuze trombo-embolie (VTE) bij volwassenen na een electieve totale heup- of knievervangende operatie.
  • Preventie van recidief DVT en PE; (langdurig) gebruik lage dosis DOAC na behandeling veneuze tromboembolie met volle dosis gedurende 3- 6 maanden.

Overwegingen

Deel I: farmacologische strategie voor couperen bij een bloeding of spoedingreep

Onderzoek naar het couperen van DOAC’s heeft zich initieel gefocust op gebruik van protrombine complex concentraat (PCC; merknamen Cofact, Beriplex en Octoplex), geactiveerd protrombinecomplex (aPCC; merknaam Feiba) en recombinant geactiveerd factor VII (rFVIIa; merknaam Novoseven). Er is preklinische data beschikbaar die suggereert dat rFVIIa, aPCC of PCC het antistollingseffect van dabigatran, rivaroxaban en apixaban zouden kunnen tegengaan en dat dit in diermodellen effectief is. Dabigatran kan via hemodialyse voor 2/3 worden verwijderd, voor Xa-remmers is dialyse niet zinvol. De laatste jaren heeft het onderzoek zich geconcentreerd op specifieke remmers van de DOAC’s. Zowel idarucizumab (monoclonaal antilichaam tegen dabigatran) als Andexanet alfa, (een gemodificeerd recombinant geïnactiveerd FXa-molecuul dat het effect van FXa-remmers antagoneert) zijn getest in klinische studies en geregistreerd voor gebruik in Nederland.

 

Om de rol van de verschillende middelen om het effect van DOAC’s te antagoneren in kaart te brengen, zijn de belangrijkste in de oorspronkelijke zoekstrategie geïdentificeerde cohort studies waarin tenminste 1 interventie beschreven werd hieronder samengevat.

 

PCC

Studies waarin plasma van met DOAC behandelde proefpersonen wordt behandeld met PCC, aPCC en/of rFVIIa laten sterk wisselende resultaten zien. Er zijn verschillende in vivo studies in mensen uitgevoerd. In één daarvan herstelde PCC 50E/kg de protrombinetijd (PT) en het endogene trombine potentieel in gezonde proefpersonen die rivaroxaban gebruikten. In diezelfde proefpersonen had PCC geen invloed op de verlengde aPTT, TT en ecarine clotting tijd als zij dabigatran gebruikten (Eerenberg, 2011). In een andere studie liet PCC 50E/kg een gedeeltelijke correctie van de PT en trombine generatie zien in gezonde proefpersonen die rivaroxaban gebruikten (Levi, 2014). Andere studies in gezonde proefpersonen hebben PCC in een dosis van 25E/kg onderzocht. In deze studies werd ook een verkorting van de PT waargenomen, maar geen toegenomen trombine generatie, dit laatste was wel gezien bij een hogere dosis PCC (Barco, 2016). Bovenstaande informatie is lastig te interpreteren, omdat het onbekend is of deze laboratoriumtesten correleren met de uitkomst van een ernstige bloeding, en hoe de 2 verschillende doses zich in dat opzicht tot elkaar verhouden. Echter, vergelijkingen met lagere doseringen ontbreken. De hogere dosis brengt aanzienlijk meer kosten en mogelijk ook een verhoogd tromboserisico met zich mee. Vanwege deze overwegingen wordt in de klinische praktijk bij niet direct levensbedreigende bloedingen ook wel 25E/kg gegeven, en bij levensbedreigende bloedingen 50E/kg.

 

De recentste studies waarin PCC is toegepast in patiënten die een orale Xa remmer gebruiken en een ernstige bloeding ontwikkelden staan beschreven in de evidence tabel en worden hieronder samengevat.

 

De studie van Majeed (2017) beschrijft 84 Zweedse patiënten, die apixaban of rivaroxaban gebruikten en een majeure bloeding doormaakten, en behandeld werden met PCC (mediane dosis 2000 IU). De meeste bloedingen waren intracranieel (70%) of gastro-intestinaal (16%). Volgens vooropgestelde criteria (ISTH) werd de behandeling met PCC als effectief ingeschat in 69% van de patiënten; 62% van de ineffectieve PCC behandelingen hadden een intracraniële bloeding. Een arteriële of veneuze trombose deed zich bij 3,5% van de patiënten voor in het beloop, na 1 maand was 32% van de patiënten overleden.

 

Schulman (2018) beschrijft 66 Canadese patiënten met een ernstige bloeding onder gebruik van rivaroxaban of apixaban welke werden behandeld met PCC (2000 IU); 55% had een intracraniële bloeding en 24% een gastro-intestinale bloeding. Volgens vooropgestelde criteria werd de behandeling met PCC als effectief ingeschat in 65% van de patiënten, matig in 20% en slecht in 15%; bij patiënten met een intracraniële bloeding was dit 67%, 17% en 17%. Achteraf werden ook de ISTH criteria toegepast: 68% had een goede effectiviteit van de PCC. Na 30 dagen was 14% overleden en had 8% een arteriële of veneuze trombose doorgemaakt.

 

Dybdahl beschrijft 35 Amerikaanse patiënten met een traumatische intracerebrale bloeding onder gebruik van rivaroxaban of apixaban die behandeld werden met PCC (50 IU/kg); 23% overleed en 2.9% ontwikkelde veneuze trombose (Dybdahl, 2019).

 

Sheikh-Taha (2019) rapporteert over 29 Amerikaanse patiënten met een ernstige bloeding onder gebruik van rivaroxaban of apixaban, die behandeld waren met PCC (50 IU/kg); 72% had een intracraniële bloeding en 14% een gastro-intestinale bloeding. Volgens de ISTH criteria werd bij 72% een adequate hemostase bereikt; dit was 61% van de patiënten met een intracraniële bloeding en 100% met een extracraniële ernstige bloeding. Eenentwintig procent van de patiënten overleed; allen hadden een intracraniële bloeding. Eén patiënt ontwikkelde een arteriële trombose (3.8%) en geen patiënt kreeg een veneuze trombose.

 

In een overzicht van majeure DOAC-geassocieerde bloedingen van 32 Britse ziekenhuizen werden 421 bloedingsepisodes beschreven (Green, 2019). Van alle patiënten die rivaroxaban (283), apixaban (89) of edoxaban (3) gebruikten, werd PCC in 37 tot 67% van de gevallen toegediend. Zevenendertig procent van alle bloedingen was intracranieel, 44% gastro-intestinaal. PCC werden vaker toegediend bij intracraniële bloedingen (50% van de gevallen) dan bij andere ernstige bloedingen (32%). Na toediening van PCC ontwikkelde 1,2% van de patiënten een veneuze of arteriële trombose; 21% van de patiënten overleed, waarbij er geen apart sterfte cijfer werd gemeld voor patiënten die PCC toegediend kregen.

 

Idarucizumab

In de RE-VERSE AD studie werden 503 met dabigatran behandelde patiënten die een ernstige bloeding ontwikkelden (33% intracraniële bloeding, 46% gastro-intestinale bloeding) of een acute ingreep met hoog bloedingsrisico moesten ondergaan, behandeld met idarucizumab (Pollack, 2017). Het effect van de dabigatran werd snel teniet gedaan, getuige een instantane en voortdurende normalisatie van de directe trombine remmingstest (Hemoclot-assay). De auteurs gebruikten niet de ISTH criteria voor het vaststellen van het bereiken van hemostase en het studieprotocol voorzag niet in herhaalde beeldvorming van intracraniële bloedingen om hematoomexpansie vast te kunnen leggen. Wel werd gerapporteerd dat de mediane duur tot het bereiken van hemostase in patiënten met een bloeding 2.5 uur was (in diegene waar dat te evalueren was), en dat perioperatieve hemostase als normaal werd beoordeeld bij 93% van de patiënten die een ingreep moesten ondergaan. Arteriële of veneuze trombose werd bij 4.8% vastgesteld in de eerste maand na toediening van idarucizumab, en de dertig dagen sterfte was 14% en 13% in de twee studiegroepen.

 

Daar er nauwelijks goede data zijn over andere behandeling dan idarucizumab bij patiënten die worden behandeld met dabigatran en die een ernstige bloeding ontwikkelen of een acute ingreep met hoog bloedingsrisico moeten ondergaan, en beschikbare data over het effect van PCC niet eenduidig zijn, beschouwt de commissie idarucizumab als het middel van keuze in deze situaties.

 

Andexanet alfa

De ANNEXA-4 studie (Connolly, 2019) liet zien dat bij 352 patiënten die apixaban of rivaroxaban gebruikten en een acute ernstige bloeding kregen (64% intracranieel, 26% gastro-intestinaal), het effect van de antistolling door Andexanet alfa snel teniet werd gedaan: de anti-FXa-activiteit daalde met 92%. Bij herbeoordeling, 12-uur na inclusie van patiënten in de studie, had 82% van de patiënten een goede hemostase volgens de studiecriteria. Na 30 dagen was 14% overleden en had 10% een arteriële of veneuze trombose doorgemaakt. In tegenstelling tot de studies met PCC werden in de ANNEXA-4 studie patiënten met de ernstigste categorieën intracraniële bloedingen expliciet uitgesloten van deelname.

 

Samenvattend werd in de ANNEXA-4 studie bij 82% van de patiënten adequate hemostase bereikt, terwijl dat in de cohort studies met PCC ongeveer 70% bedroeg. Het aantal trombotische complicaties na de Andexanet alfa was in de ANNEXA-4 studie groter (10% versus ~3% (0 tot 8%) in de studies met PCC). De sterfte na 30 dagen was lager in de annexa-4 studie dan in de PCC studies (14% versus 0 tot 23%). Een directe vergelijking tussen Andexanet alfa en PCC ontbreekt echter. Het uitsluiten van de ernstigste vormen van hersenbloedingen in de ANNEXA-4 studie kan hebben geleid tot een bias richting lagere sterfte ten opzichte van de studies met PCC die in soms alleen patiënten met een hersenbloeding includeerden. Overigens is onbekend of en hoeveel patiënten met de ernstigste intracraniële bloedingen in de PCC studies zijn geïncludeerd. In de ANNEXA-4 studie zijn patiënten met een lage anti-Xa activiteit (< 75 ng/mL) weer niet meegenomen in de effectiviteitsanalyse. Op basis van de beschikbare bewijsvoering kan de commissie geen voorkeur uitspreken voor PCC of Andexanet alfa in de setting van een Xa-remmer geassocieerde ernstige bloeding. Omdat het aantal patiënten dat edoxaban en een laagmoleculaire heparine (LMWH) gebruikte in de ANNEXA-4 studie laag was, is Andexanet alfa niet geregistreerd voor deze middelen; PCC is bij bloedingen onder LMWH of edoxaban het middel van keus.

 

Andexanet alfa is niet getest - en dus ook niet geregistreerd - voor het antagoneren van factor Xa-remmers bij spoedingrepen. PCC is in deze gevallen het middel van keus.

 

Bij de behandeling van een ernstige bloeding bij patiënten die antistollingsmedicatie gebruiken, is het corrigeren van de stolling van groot belang, maar ondergeschikt aan het stabiliseren van de hemodynamiek en het zo snel mogelijk bewerkstelligen van lokale hemostase door lokale compressie of een operatieve dan wel endoscopische ingreep. Afhankelijk van de ernst van de bloeding is er soms ook een indicatie om plasmaproducten - om het verlies en verbruik van stollingsfactoren te compenseren -en/of trombocyten toe te dienen.

 

Hoewel er duidelijke prijsverschillen zijn tussen PCC, andexanet alfa en idarucizumab , brengen alle drie kosten met zich mee. Daarnaast zijn alle drie mogelijk geassocieerd met een hoger risico op het optreden van trombotische complicaties. Derhalve is de enige harde indicatie om DOAC’s te antagoneren een levensbedreigende bloeding, gedefinieerd als een intracraniële bloeding of een bloeding in een ander kritiek orgaan, dan wel een bloeding die leidt tot refractaire hemodynamische instabiliteit en/of shock, of het neutraliseren van antistollingsactiviteit bij een spoedingreep. Verder moet, als de tijd dit toelaat, voordat een antistollingsantagonist wordt toegediend aan een patiënt met een bloeding, eerst worden beoordeeld of het aanwezige antistollingseffect wel relevant is. Dit kan door na te gaan wanneer de patiënt het antistollingsmiddel voor het laatst heeft ingenomen en door het aanwezige effect van de DOAC te meten met een specifieke, kwantitatieve test, indien die beschikbaar is (https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/antitrombotisch_beleid/laboratoriumtesten_bij_antistollingsmiddelen.html). Recent onderzoek liet zien dat de praktijk weerbarstig is. Van alle idarucizumab giften in 12 Nederlandse ziekenhuizen, werd de toediening bij beoordeling achteraf in 28% van de gevallen als onterecht beschouwd (van der Wall, 2019). Ook in de ANNEXA-4 studie bleek achteraf dat 28% van de geïncludeerde patiënten een lage anti-Xa-spiegel had op het moment dat zij andexanet alfa kregen toegediend.

 

De module ‘Communicatie met patiënten’ gaat uitgebreider in op wat patiënten belangrijk vinden in de informatievoorziening en besluitvorming.

 

Deel II: Uitstel van de spoedingreep

In 2021 zijn er in de module aanbevelingen opgenomen over het uitstellen van de ingreep, als dat mogelijk is. Hierbij is aangegeven dat ingrepen tenminste één halfwaardetijd uitgesteld dienen te worden. Vanuit de klinische praktijk was er behoefte aan concretere adviezen, ook omdat er steeds vaker lage dosis DOACs worden gebruikt. Daarom is de module in 2025 aangevuld met concretere adviezen en aanbevelingen op dit thema.

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Er zijn geen studies gevonden die voldeden aan de selectiecriteria. Hierdoor konden er geen conclusies opgesteld worden over het effect van het continueren dan wel stoppen van de behandeling met een lage dosis DOAC op de cruciale uitkomsten bloeding en belangrijke uitkomsten veneuze trombo-embolie in patiënten die een spoedingreep ondergaan.

 

Overwegingen

Lage dosis DOACs

Zoals eerder aangegeven, gaat het bij lage dosis DOACs om de volgende situaties:

  • Primaire preventie van veneuze trombo-embolie (VTE) bij volwassenen na een electieve totale heup- of knievervangende operatie.
  • Preventie van recidief DVT en PE; (langdurig) gebruik lage dosis DOAC na behandeling veneuze trombo-embolie met volledige dosis gedurende 3-6 maanden. 

Voor de formulering van de adviezen voor spoedingrepen is gebruik gemaakt van de Richtlijn Regional anaesthesia in patients on antithrombotic drugs Joint ESAIC/ESRA guidelines uit 2022 (Kietaibl, 2022). Deze richtlijn adviseert om voorafgaand aan neuraxiale anesthesie of diepe zenuwblokkaden (beiden ingrepen met een hoog bloedingsrisico):

  • rivaraxoban (1 dd 10 mg) en dabigatran (1 dd 150 mg of 220 mg) 24 uur preoperatief te staken;
  • apixaban (2 dd 2.5 mg) 36 uur preoperatief te staken.

Voor edoxaban is geen advies geformuleerd, vanwege het ontbreken van een registratie voor laag gedoseerd (profylactisch) toepassen van edoxaban.

 

Voor de formulering van de adviezen is gebruik gemaakt van de halfwaardetijden, zoals deze zijn geformuleerd in Tabel 1 van de module Periprocedureel beleid bij DOACs.

 

Volledige dosis DOACs

Voor therapeutische antistolling met indirecte factor Xa-remmers (IIa-remmers) en DOACs wordt uitgegaan van een normalisatie van de stolling na vier keer de halfwaardetijd van het farmacon, zie ook module periprocedureel beleid bij DOACs.

 

Overwegingen voor de verschillende categorieën van spoedingrepen zijn hieronder weergegeven. Zie module Classificatiesystemen voor de classificatie van spoedingrepen.

 

1. Spoedingrepen categorie 1 (<30 min) en categorie 2 (<8 uur)

In deze situaties is uitstel van de spoedingreep niet mogelijk. De interventie moet namelijk plaatsvinden binnen 1x de halfwaardetijd van de DOAC.

 

2. Spoedingrepen categorie 3 (<24 uur)

Bij spoedingrepen met een laag bloedingsrisico kan de therapeutische dosis of lage dosis DOAC gecontinueerd worden.

De werkgroep is van mening dat het de voorkeur heeft om spoedingrepen met een intermediair of hoog bloedingsrisico die niet direct, maar wel binnen 24 uur moeten worden uitgevoerd, tenminste met één halfwaardetijd van de DOAC uit te stellen, zolang dat medisch verantwoord is. De gemiddelde halfwaardetijd voor DOACs is 12 uur. Voor spoedingrepen met een intermediair bloedingsrisico is de verwachting dat het bloedingsrisico niet opweegt tegen het nog langer uitstellen van de ingreep. Als spoedingrepen met een hoog bloedingsrisico twee keer de halfwaardetijd kunnen worden uitgesteld, is ook de verwachting dat het bloedingsrisico niet opweegt tegen het langer uitstellen van de spoedingreep. Op individuele basis kan daarom worden afgewogen of een uitstel van twee keer de halfwaardetijd (24 uur) medisch verantwoord is, om zo het bloedingsrisico te minimaliseren.

 

3. Spoedingreep categorie 4 (<1 week)

Kietaibl (2022) adviseert voor het staken van de behandeling met lage dosis DOACs een tijdsinterval van twee keer de halfwaardetijd van de lage dosis DOAC bij ingrepen met een hoog bloedingsrisico. De werkgroep is van mening dat voor het staken van lage dosis DOAC bij spoedingrepen met een intermediair bloedingsrisico een tijdsinterval van een keer de halfwaardetijd - conform indirecte factor Xa-remmers (IIa-remmers) – volstaat.

 

De gemiddelde halfwaardetijd voor DOACs is 12 uur (zie Tabel 1). Op basis hiervan zouden de tijdsintervallen voor lage dosis DOAC in uren dan als volgt zijn

  • Spoedingrepen met een intermediair bloedingsrisico: laatste inname lage dosis DOAC minimaal 12 uur voor de interventie;
  • Spoedingrepen met een hoog bloedingsrisico: laatste inname lage dosis DOAC minimaal 24 uur voor de interventie.

Bij spoedingrepen met een laag bloedingsrisico kan de lage dosis DOAC gecontinueerd worden.

 

Voor therapeutische antistolling met indirecte factor Xa-remmers (IIa-remmers) en DOACs wordt uitgegaan van een normalisatie van de stolling na vier keer de halfwaardetijd van het farmacon. Dit betekent het volgende (zie ook module periprocedureel beleid bij DOACs):

  • Voor ingrepen met een hoog bloedingsrisico wordt een tijdsinterval van vier keer de halfwaardetijd (48 uur) aangehouden na het staken;
  • Voor ingrepen met een intermediair bloedingsrisico wordt een tijdsinterval van twee keer de halfwaardetijd (24 uur) aangehouden na het staken.

 

Spiegelbepalingen 

Voor overwegingen en aanbevelingen ten aanzien van spiegelbepalingen bij spoedingrepen, zie module Wanneer meten van DOAC-spiegels.  

 

Kwaliteit van bewijs

Er zijn geen studies gevonden die voldeden aan de selectiecriteria. De overall kwaliteit van bewijs kon daarom niet bepaald worden. 

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Het rapport van Stichting Harteraad (2024) over behoeftes van mensen die antistollingsmedicatie gebruiken beschrijft dat patiënten behoefte hebben aan een eenduidig ‘antistollingsplan’ rondom een operatie of ingreep. Dit houdt in dat patiënten duidelijke instructies omtrent (eventueel) stoppen en hervatten wensen. De voor- en nadelen van het (tijdelijk) uitstellen van de operatie of ingreep dienen met de patiënt besproken te worden. De verwachting is dat het voor patiënten gunstig is als de ingreep zo spoedig mogelijk kan worden uitgevoerd.

 

Kostenaspecten

Het al dan niet onderbreken van een DOAC heeft geen negatieve gevolgen voor de kosten. Er zijn geen kosteneffectiviteit studies bekend. Voor spoedingrepen geldt dat de patiënt in het ziekenhuis is opgenomen totdat de ingreep kan plaatsvinden. Vanuit kostenperspectief lijkt het daarmee gunstig als de ingreep niet langer dan nodig wordt uitgesteld.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Het al dan niet onderbreken van een DOAC heeft geen effect op de gezondheidsgelijkheid. Dit geldt ook voor de lengte van de periode waarmee de ingreep wordt uitgesteld. 

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid

Het al dan niet onderbreken van een DOAC, afhankelijk van het bloedingsrisico, lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren te voorzien. Dit geldt ook voor de lengte van de periode waarmee de ingreep wordt uitgesteld. 

 

Duurzaamheid

In de keuze tussen het onderbreken of continueren van een DOAC speelt duurzaamheid geen rol.  

 

Haalbaarheid

Door standaardisatie van de stopmomenten is de interventie haalbaar in de dagelijkse praktijk. Daarnaast sluiten de huidige adviezen voor perioperatief onderbreken van een lage dosis DOAC aan bij de zorg die reeds geïmplementeerd is voor patiënten die een volledige (therapeutische) dosis DOAC krijgen. De aanbevelingen lijken daardoor haalbaar te zijn in de praktijk.

 

Rationale van aanbeveling-1: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Couperen met PCC, andexanet alfa en idarucizumab brengt kosten met zich mee. Daarnaast zijn ze alle drie mogelijk geassocieerd met een hoger risico op het optreden van trombotische complicaties. Derhalve is de enige harde indicatie om DOAC’s te antagoneren een levensbedreigende bloeding, dan wel een bloeding die leidt tot refractaire hemodynamische instabiliteit en/of shock, of het neutraliseren van antistollingsactiviteit bij een spoedingreep. Afhankelijk van het type DOAC dat wordt gebruikt, kan er een specifieke antagonist worden overwogen.

 

Rationale van aanbeveling-2: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Er zijn geen studies gevonden naar het beleid bij patiënten die lage dosis DOACs gebruiken en een spoedingreep moeten ondergaan. Op grond van farmacologische gegevens over de middelen en de internationale richtlijn die adviseert omtrent neuraxiale anesthesie technieken, zijn er voor de verschillende doses DOACs aanbevelingen geformuleerd over de lengte van de periode waarmee de spoedingreep – waar mogelijk – tenminste zou moeten worden uitgesteld.

 

Couperen met PCC, andexanet alfa en idarucizumab brengt kosten met zich mee. Daarnaast zijn ze alle drie mogelijk geassocieerd met een hoger risico op het optreden van trombotische complicaties. Derhalve is de enige harde indicatie om DOAC’s te antagoneren een levensbedreigende bloeding, dan wel een bloeding die leidt tot refractaire hemodynamische instabiliteit en/of shock, of het neutraliseren van antistollingsactiviteit bij een spoedingreep. Afhankelijk van het type DOAC dat wordt gebruikt, kan er een specifieke antagonist worden overwogen.

Onderbouwing

Voor de classificatie van spoedingrepen zie module Classificatiesystemen uit de richtlijn beleid rondom spoedingrepen.

 

Stopping anticoagulant therapy is often necessary in the case of bleeding or urgency or emergency procedures with a risk of bleeding. Stopping a (low-dose) DOAC and providing supportive care is usually sufficient in case of non-severe bleedings, or if the procedure can be postponed. However, if patients present with an anticoagulant associated bleeding, or if acute surgery is required, there may be an indication for stopping or antagonizing the anticoagulant effect. There is not much evidence available on this topic. In particular, comparative studies are lacking. While there is consensus on indications and the best method for antagonizing dabigatran, there is less clarity for factor Xa inhibitors. Until recently, prothrombin complex concentrate (PCC) was administered to patients taking factor Xa inhibitors who experience a severe bleeding. Now that the European Medicines Agency (EMA) has approved andexanet alfa as a specific agent to reverse anticoagulation caused by the factor Xa inhibitors apixaban and rivaroxaban, a choice must be made between PCC and andexanet alfa. The focus of the first part of this module is on the considerations for this choice.

 

In some cases, the procedure can be postponed for a limited period of time. This guideline also provides advice on discontinuation or continuation of (low-dose) DOAC in these urgency  procedures.

Description of studies

No studies could be included in the analysis of the literature.

 

Results

No studies could be included in the analysis of the literature.

 

Summary of Findings

No studies could be included in the analysis of the literature.

In 2021, it was recommended that emergency procedures should be postponed for at least one DOAC half-life. However, there was a need for more concrete advice, also because low-dose DOACs are increasingly being used.

 

Nonetheless, working group members expected that no literature will be available on the effects of interrupting versus continuing low-dose DOAC-therapy in patients undergoing urgent or emergency surgery. Therefore, a systematic review of the literature was performed to answer the following question: what are the effects of interrupting low-dose DOAC-therapy* in patients undergoing elective surgery/procedure, compared to continuing the low-dose DOAC-therapy perioperatively?

 

Table 1. PICO

Patients Patients using low-dose DOAC-therapy*/** undergoing elective surgery/procedure
Intervention Interrupting low-dose DOAC-therapy
Control Continuing low-dose DOAC-therapy
Outcomes Venous thromboembolism (VTE) perioperatively or ≤ 30 days postoperatively, arterial thromboembolism (ATE) perioperatively or ≤ 30 days postoperatively, major bleeding perioperatively or ≤ 30 days postoperatively, clinical relevant non-major bleeding perioperatively or ≤ 30 days postoperatively, 30-day mortality
Other selection criteria

Study design: systematic reviews (and guidelines)

Other criteria: focusing on >1 type of procedure/surgery, assessment of risk of bias of the individual studies, description of in- and excluded studies and complete search strategy

*Low-dose DOACs was defined as:

  • Dabigatran:  first day 1dd 110 mg and thereafter 1dd 220mg or 1dd 110 mg
  • Rivaroxaban: dosage depends on indication à 1dd 10 mg or 2dd 2.5 mg
  • Apixaban: 2dd 2.5 mg

**Not including patients using low-dose DOACs because of impaired renal function and low body weight. For recommendations on periprocedural management in this patient population, see module periprocedureel beleid bij DOACs

 

Relevant outcome measures

The guideline panel considered major bleeding, clinical relevant non-major bleeding and VTE as critical outcome measures for decision making; and ATE and overall mortality as important outcome measures for decision making.

 

The guideline panel defined the outcome measures as follows:

  • Major bleeding: fatal bleeding, and/or symptomatic bleeding in a critical area or organ, such as intracranial, intraspinal, intraocular, retroperitoneal, intra-articular or pericardial, or intramuscular with compartment syndrome, and/or bleeding causing a fall in hemoglobin levels of 1.24 mmol/L (20 g/L or greater) or more, or leading to a transfusion of 2 U or more of whole blood or red cells, as defined by International Society on Thrombosis and Haemostasis (ISTH; Schulman, 2005);
  • Clinical relevant non-major bleeding: Any sign or symptom of hemorrhage (e.g., more bleeding than would be expected for a clinical circumstance, including bleeding found by imaging alone) that does not fit the criteria for the ISTH-definition of major bleeding but does meet at least one of the following criteria:
    • requiring medical intervention by a healthcare professional;
    • leading to hospitalization or increased level of care;
    • prompting a face to face (i.e., not just a telephone or electronic communication) evaluation (Kaatz, 2015).

A priori, the guideline panel did not define the other outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined a risk difference of 3% as a minimal clinically (patient) important difference for all outcome measures.

 

Search and select (Methods)

The databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase.com) were searched with relevant search terms from 2019 until July 11th 2024. The detailed search strategy is listed under the tab ‘Literature search strategy’. The systematic literature search resulted in 630 hits (423 guidelines, 207 systematic reviews).

 

Systematic reviews were selected based on the following criteria:

  • Comparison between interruption vs continuation of low-dose DOAC-therapy in patients undergoing elective surgery/procedure.
  • Focusing on >1 type of procedure/surgery.
  • Assessment of risk of bias of the individual studies.
  • Description of in- and excluded studies.
  • Complete search strategy.

Initially, four studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, all studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and no study was included.

 

Besides, guidelines were checked whether recommendations on periprocedural management on low-dose DOAC therapy were included. Initially, ten guidelines were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, nine guidelines were excluded and one guideline was included (Kietaibl, 2022). This guideline cannot be included in analysis of the literature, but will be described in the evidence to decision framework (see ‘overwegingen’).

  1. ACCP: Michael K, Gould MD, FCCP: David A, et al. Prevention of VTE in Non-orthopedic Surgical Patients. Antithrombotic Therapy and Prevention of Thrombosis, 9th ed: American College of Chest Physicians Evidence-Based Clinical Practice Guidelines. CHEST 2012;141:2.
  2. Birnie, D. H., Healey, J. S., Wells, G. A., Ayala-Paredes, F., Coutu, B., Sumner, G. L., ... & Eikelboom, J. (2018). Continued versus. interrupted direct oral anticoagulants at the time of device surgery, in patients with moderate to high risk of arterial thrombo-embolic events (BRUISE CONTROL-2). European heart journal, 39(44), 3973-3979.
  3. Douketis, J. D., Spyropoulos, A. C., Duncan, J., Carrier, M., Le Gal, G., Tafur, A. J., ... & Lee, A. Y. (2019). Perioperative management of patients with atrial fibrillation receiving a direct oral anticoagulant. JAMA internal medicine, 179(11), 1469-1478.
  4. Dunn AS, Spyropoulos AC, Turpie AG. Bridging therapy in patients on long-term oral anticoagulants who require surgery: the prospective peri-operative enoxaparin cohort trial (PROSPECT). J Thromb Haemost. 2007;5(11):2211–8.
  5. EHRA, Heidbuchel H, Verhamme P, et al. EHRA Practical Guide on the use of new oral anticoagulants in patients with non-valvular atrial fibrillation: executive summary. European Heart Journal. 2013;34(27)2094-2106;DOI: 10.1093/eurheartj/eht134.
  6. Gelosa P, Castiglioni L, Tenconi M, Baldessin L, Racagni G, Corsini A, Bellosta S. Pharmacokinetic drug interactions of the non-vitamin K antagonist oral anticoagulants (NOACs). Pharmacol Res. 2018 Sep;135:60-79. doi: 10.1016/j.phrs.2018.07.016. Epub 2018 Jul 21. PMID: 30040996.
  7. Hankey GJ, Eikelboom JW. Dabigatran etexilate: a new oral thrombin inhibitor. Circulation. 2011;123(13):1436–50.
  8. Jaffer AK, Ahmed M, Brotman DJ, et al. Low-molecular-weight-heparins as periprocedural anticoagulation for patients on long-term warfarin therapy: a standardized bridging therapy protocol. J Thromb Thrombolysis. 2005;20(1):11–6.
  9. Kaatz S, Ahmad D, Spyropoulos AC, Schulman S; Subcommittee on Control of Anticoagulation. Definition of clinically relevant non-major bleeding in studies of anticoagulants in atrial fibrillation and venous thromboembolic disease in non-surgical patients: communication from the SSC of the ISTH. J Thromb Haemost. 2015 Nov;13(11):2119-26. doi: 10.1111/jth.13140. PMID: 26764429.
  10. Kietaibl S, Ferrandis R, Godier A, Llau J, Lobo C, Macfarlane AJ, Schlimp CJ, Vandermeulen E, Volk T, von Heymann C, Wolmarans M, Afshari A. Regional anaesthesia in patients on antithrombotic drugs: Joint ESAIC/ESRA guidelines. Eur J Anaesthesiol. 2022 Feb 1;39(2):100-132. doi: 10.1097/EJA.0000000000001600. PMID: 34980845.
  11. KIMO, Kennisinstituut mondzorg – antitrombotica: https://www.hetkimo.nl/richtlijnen/antitrombotica/introductie/.
  12. Nakamura, K., Naito, S., Sasaki, T., Take, Y., Minami, K., Kitagawa, Y., ... & Yamashita, E. (2019). Uninterrupted versus. interrupted periprocedural direct oral anticoagulants for catheter ablation of atrial fibrillation: a prospective randomized single-centre study on post-ablation thrombo-embolic and haemorrhagic events. Ep Europace, 21(2), 259-267.
  13. Pollack CV et al. Idarucizumab for Dabigatran Reversal. N Engl J Med 2015;373:511-20. 
  14. Samama MM, Meddahi S, Samama CM. Pharmacology and laboratory testing of the oral xa inhibitors. Clin Lab Med. 2014;34(3):503–17.
  15. Schulman S, Kearon C; Subcommittee on Control of Anticoagulation of the Scientific and Standardization Committee of the International Society on Thrombosis and Haemostasis. Definition of major bleeding in clinical investigations of antihemostatic medicinal products in non-surgical patients. J Thromb Haemost. 2005 Apr;3(4):692-4. doi: 10.1111/j.1538-7836.2005.01204.x. PMID: 15842354.
  16. Spyropoulos AC, Turpie AG, Dunn AS, et al. Clinical outcomes with unfractionated heparin or low-molecular-weight heparin as bridging therapy in patients on long-term oral anticoagulants: the REGIMEN registry. J Thromb Haemost. 2006;4(6):1246–52.

Subthema lage dosis DOACs

Risk of Bias tables

Not applicable.

 

Table of excluded studies

Reference

Reason for exclusion

Shah S, Nayfeh T, Hasan B, Urtecho M, Firwana M, Saadi S, Abd-Rabu R, Nanaa A, Flynn DN, Rajjoub NS, Hazem W, Seisa MO, Hassett LC, Spyropoulos AC, Douketis JD, Murad MH. Perioperative Management of Vitamin K Antagonists and Direct Oral Anticoagulants: A Systematic Review and Meta-analysis. Chest. 2023 May;163(5):1245-1257. doi: 10.1016/j.chest.2022.11.032. Epub 2022 Dec 1. PMID: 36462533.

Wrong intervention (DOACs instead of low dose of DOACs)

Asad ZUA, Akhtar KH, Jafry AH, Khan MH, Khan MS, Munir MB, Lakkireddy DR, Gopinathannair R. Uninterrupted versus interrupted direct oral anticoagulation for catheter ablation of atrial fibrillation: A systematic review and meta-analysis. J Cardiovasc Electrophysiol. 2021 Jul;32(7):1995-2004. doi: 10.1111/jce.15043. Epub 2021 Apr 24. PMID: 33861494.

Wrong intervention (DOACs instead of low dose of DOACs) and wrong study population (focus on catheter ablation)

Ireland PA, Borruso L, Spencer SKR, Rosen R, Rosen R. Direct oral anticoagulants in skin surgery: a systematic review of their complications and recommendations for perioperative management. Int J Dermatol. 2024 Apr;63(4):413-421. doi: 10.1111/ijd.16916. Epub 2023 Nov 27. PMID: 38009338.

Wrong intervention (DOACs instead of low dose of DOACs)

Manfredi M, Dave B, Percudani D, Christoforou J, Karasneh J, Diz Dios P, Glick M, Kumar N, Lockhart PB, Patton LL. World workshop on oral medicine VII: Direct anticoagulant agents management for invasive oral procedures: A systematic review and meta-analysis. Oral Dis. 2019 Jun;25 Suppl 1:157-173. doi: 10.1111/odi.13086. PMID: 31140701.

Wrong intervention (DOACs instead of low dose of DOACs)

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 01-05-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 01-05-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Antitrombotisch beleid
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Mond- Kaak- en Aangezichtschirurgie
  • Hartstichting

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Het cluster Antitrombotisch beleid bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden geven hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Prof. dr. M.V. (Menno) Huisman, internist-vasculaire geneeskunde, LUMC, NIV (voorzitter)
  • Dr. M.J.H.A. (Marieke) Kruip, internist-hematoloog, Erasmus MC, NIV, NVVH (Nederlandse Vereniging voor Hematologie)
  • Dr. S.H. (Steven) Renes, anesthesioloog, Radboudumc, NVA
  • Dr. L.M. (Linda) de Heer, cardiothoracaal chirurg, UMC Utrecht, NVT
  • Dr. A.K. Stroobants, klinisch chemicus, Radboudumc, NVKC
  • Drs. E. (Egbert) Krug, traumachirurg, LUMC, NVvH
  • Dr. H.B. (Harmen) Ettema, orthopedisch chirurg, Isala, NOV
  • Dr. B. (Banne) Nemeth, aios orthopedie, LUMC, NOV
  • Dr. M.E. (Maarten) Tushuizen, maag-darm-leverarts, LUMC, NVMDL
  • Dr. C.H. (Heleen) van Ommen, kinderarts-hematoloog, Erasmus MC, NVK
  • Dr. E.J. (Esther) Nossent, longarts, Amsterdam UMC, NVALT
  • Dr. N. (Nakisa) Khorsand, ziekenhuisapotheker, OLVG, NVZA
  • Dr. S.A. (Sonja) de Munnik, klinisch geneticus, Radboudumc, VKGN

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Dr. P.F. (Paula) Ypma, internist-hematoloog, HagaZiekenhuis, NIV, NVVH (Nederlandse Vereniging voor Hematologie)

Meelezende clusterexpertisegroepleden

  • Prof. dr. K. (Karina) Meijer, internist-hematoloog, UMCG, NIV, NVVH (Nederlandse Vereniging voor Hematologie)

Met ondersteuning van

  • H. (Hanneke) Olthuis, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (tot 1 februari 2026)
  • H.J. (Harm-Jan) van der Hart, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, Informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden en betrokken clusterexpertisegroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Restrictie

Stuurgroepleden

Huisman (vz)

internist LUMC Leiden

Voorzitter nederlands kennisplatform antistollingszorg onbetaald;
board of directors PERT USA onbetaald

geen

geen

Hartstichting, COVID en herseninfarct, projectleider ja;
ZonMw register atriumfibrilleren, projectleider ja;
BI, register AF -afgerond, register af, - afgerond;
Bayer, register VTE en Kanker, projectleider ja – afgerond;
Leo Pfizer-BMS, register VTE en kanker, projectleider ja - afgerond

nee

nvt

Geen restricties

Ettema

Orthopedisch chirurg Isala Zwolle

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties (in 2025 geen herbevestiging ontvangen)

de Heer

Cardio-thoracaal chirurg
UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Stroobants

Klinisch chemicus
RadboudUMC

Bestuur vakvereniging VHL (secretaris, onbetaald),
Werkgroep hemostase VHL (voorzitter, onbetaald),
Sectie stolling van de SKML (voorzitter, onbetaald),
Advisory board ECAT (onbetaald);

RvT ECAT (betaald, aan RadboudUMC)

Dienstverband RadboudUMC

n.v.t.

n.v.t.

Geen

n.v.t.

Geen restricties

Tushuizen

MDL-arts LUMC

lid Horizonscan Geneesmiddelen, onbetaald

Geen

Geen

TNO, markers voor fibrose, rol als projectleider

Geen

Geen

Geen restricties

Khorsand

Ziekenhuisapotheker OLVG

Voorzitter SIG hematologie NVZA (onbetaald); Voorzitter programma commissie congres NVZA (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Kruip

Hematoloog Erasmus MC (0.3 FTE)
Directier Kwaliteite en Patiëntenzorg Erasmus MC (0.7 FTE)

Voorzitter Federatie Nederlandse trombosediensten, onbetaald (afgerond);
Bestuur Nederlandse Vereniging voor Trombose en hemostase, onbetaald (afgerond);
RvT Trombosestichting Nederland, onbetaald;

RvC Lenticure, onbetaald;

Lid guideline committee European Hematology Association, onbetaald

Geen

Geen

ZonMw en  Trombosestichting NL, Trombose bij Covid 19 (afgerond); ZonMw, VITT na Coronavaccinatie (afgerond); FNT, coronavaccinatie bij VKA (afgerond);
Sobi, DDAVP bij milde hemof (afgerond);

Trombosestichting NL - Antiplatelet Therapy and menstrual blood loss; PARASOL study (Projectleider JA);

Horizon Europe - SERENITY: Improved supportive, palliative, survivorship and end-of-life care of cancer patients (Local PI);

Zorginstituut, Recognition and registration of low health literary in patients with diabetes to enable shared decision making (Projectleider NEE);

ZonMW, Bloedstollend veilig: Safety-II education focused on anticoagulants in master of Medicine  (Projectleider NEE);

Citrienfonds, Inclusieve zorg voor mensen met geldzorgen in digitale tijden (projectleider NEE)

Geen

Sprekersvergoeding, betaald aan het Erasmus MC van Sobi, Roche en BMS (afgerond)

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancieerd onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus)

Renes

Anesthesioloog-pijnspecialist, RadboudUMC (betaald)

Kwaliteitsvisitatie NVA (vacatiegeld)
Medische expertise op persoonlijke titel (betaald)

geen

geen

geen

geen

geen

Geen restricties

van Ommen

Hoofd afd. Kinderhematologie & kinderoncologie Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis

Geen

geen

Geen

Fase 3 trial effectiviteit van edoxaban voor behandeling van trombose bij kinderen, financier Daiichi Sankyo, local PI en steeringCie (afgesloten in 2022); Microscopic evaluation of clots in ECMO systems, Octapharma, rol als PI; IPTN ThromPED registry (international observational registry/study of children with thrombosis, financier BI, BMS en INVENT, rol als chair IPTN

Geen

Adviseur voor verschillende farmaceuten voor ontwikkeling van onderzoek van antistollingsmiddelen of antidota bij kinderen zoals Asundexian (Bayer BV), andexanet (Astra Zeneca)

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancierd onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus, adviesrollen neergelegd gedurende de richtlijnontwikkeling.)

Krug

Chirurg, LUMC

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

de Munnik

Klinisch geneticus Radboudumc
Klinisch geneticus MUMC+

Voorzitter commissie kwaliteit VKGN,
Lid werkgroep prenatale genetica VKGN, Vertegenwoordiger in de raad van Kwaliteit van de FMS

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Nossent

Longarts
Amsterdam UMC

NVALT Bronkhorst Colloquium(onbetaald);   

NVALT CCO Pulmonary Vascular Diseases and ILD; chair (betaald);

Scientific Committtee PHA Europe (onbetaald);

ERS/ESC taskforce redefining pulmonary arterial hypertension with cardiopulmonary comorbidities; secretary (onbetaald);

PHAROS TF PH-CLD (onbetaald);

Medical advisory board: MSD. (betaald).

Geen.

Geen

E.J. Nossent has received research grants from:
Janssen
Bayer/MSD
Boehringer Ingelheim B.V. (OPTICS-studie, afgerond)
United Therapeutics/Ferrer
AbbVie
Breathomix (P4O2 ILD-extension, rol als projectleider)

Geen

Geen

Geen restricties (studies en betreffen onderwerpen die niet relevant zijn in deze cyclus)

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Ypma

internist hematoloog

werkgever Hagaziekenhuis den Haag  0,8 fTe

betaalde klinische en poliklinische werkzaamheden als hematoloog
(Sub)investigator verschillende trials maligne hematologie en klassieke hematologie mbt bloedingsziekten (hemofilie en aanverwante aandoeningen)
onderzoeker trombocytentransfusie studies

geen

geen

geen

Alphabet studie
Sanquin / onderzoek naar gebruik van 3 BC trombocytentransfusies vs 5 BC transfusie producten / Ja

geen

geen

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancieer onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus).

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Bloeding of spoedingreep bij DOACs

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Zoekverantwoording

Subthema lage dosis DOACs

Zoekstrategie – 11 juli 2024

Embase.com

No.

Query

Results

#1

'thrombosis prevention'/exp OR 'anticoagulant agent'/exp OR 'anticoagulation'/exp OR 'anticoagulant therapy'/exp OR 'direct oral anticoagulant agent'/exp OR 'direct oral anticoagulant'/exp OR 'dabigatran'/exp OR 'apixaban'/exp OR 'rivaroxaban'/exp

895940

#2

'surgery'/exp OR 'anesthesia'/exp OR 'perioperative period'/exp OR 'elective surgery'/exp OR 'regional anesthesia'/exp OR 'operation*':ti,ab,kw OR operative:ti,ab,kw OR 'surger*':ti,ab,kw OR surgic*:ti,ab,kw OR 'anaesthesia*':ti,ab,kw OR 'anesthesia*':ti,ab,kw OR 'narcosis':ti,ab,kw OR 'peri-surg*':ti,ab,kw OR perioperati*:ti,ab,kw OR perisurg*:ti,ab,kw OR postoperati*:ti,ab,kw OR preoperati*:ti,ab,kw OR postsurg*:ti,ab,kw OR 'post surg*':ti,ab,kw OR 'elective surg*':ti,ab,kw OR presurg*:ti,ab,kw OR laparoscop*:ti,ab,kw OR intraoperati*:ti,ab,kw OR 'pre surg*':ti,ab,kw OR 'peri operati*':ti,ab,kw OR 'post operati*':ti,ab,kw OR 'pre operati*':ti,ab,kw

7995399

#3

((thromboprophyla* OR 'thrombo* prophylaxis' OR 'thrombo* prophylactic' OR 'thrombo* prevention' OR 'anti coagulant*' OR 'anticoagulant*' OR 'anticoagulat*' OR 'anti coagulat*' OR 'antithrombotic*' OR 'anti thrombotic*' OR 'antithrombocytic*' OR 'anti thrombocytic*' OR 'antiplatelet agent*' OR 'anti platelet therap*' OR 'antiplatelet therap*' OR 'antiplatelet drug*' OR 'platelet aggregation inhibitor*' OR 'platelet inhibitor*' OR 'platelet antagonist*' OR 'thrombocyte aggregation inhibiting agent*' OR 'thrombocyte aggregation inhibitor*' OR doac* OR 'dabigatran' OR 'aboxoma' OR 'apixaban' OR 'apixaben' OR 'eliques' OR 'eliquis' OR 'lunast' OR 'assubex' OR 'kriva' OR 'naxat' OR 'rivaro' OR 'rivarolto' OR 'rivaroxaban' OR 'rivaxa' OR 'throsaben' OR 'xanirva' OR 'xarelto' OR 'xerdoxo' OR 'xindus' OR apt) NEAR/4 (discontinu* OR continu* OR suspend* OR 'taper* off' OR 'break* off' OR withhold* OR resum* OR restart* OR recommenc* OR reinitiat* OR reduc* OR interrupt* OR adjust* OR 'time interval' OR stop OR relay OR cessation)):ti,ab,kw

22161

#4

#1 AND #2 AND #3

9265

#5

#4 AND [2019-2024]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

1847

#6

'practice guideline'/de OR 'medical guideline'/exp OR guideline*:ti,ab,kw

1056745

#7

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

1044443

#8

#5 AND #6 – Guidelines

381

#9

#5 AND #7 NOT #8 - SR’s

182

#10

#8 OR #9

563

Ovid/Medline

 

#

Searches

Results

1

exp Anticoagulants/ or exp Platelet Aggregation Inhibitors/ or exp Dabigatran/ or exp Rivaroxaban/

370480

2

exp Specialties, Surgical/ or exp Anesthesia/ or exp Perioperative Care/ or exp Surgical Procedures, Operative/ or operation*.ti,ab,kf. or operative.ti,ab,kf. or surger*.ti,ab,kf. or surgic*.ti,ab,kf. or anaesthesia*.ti,ab,kf. or anesthesia*.ti,ab,kf. or narcosis.ti,ab,kf. or peri-surg*.ti,ab,kf. or perisurg*.ti,ab,kf. or perioperati*.ti,ab,kf. or 'peri operati*'.ti,ab,kf. or postoperati*.ti,ab,kf. or 'post operati*'.ti,ab,kf. or preoperati*.ti,ab,kf. or 'pre operati*'.ti,ab,kf. or postsurg*.ti,ab,kf. or post surg*.ti,ab,kf. or elective surg*.ti,ab,kf. or presurg*.ti,ab,kf. or pre surg*.ti,ab,kf. or laparoscop*.ti,ab,kf. or intraoperati*.ti,ab,kf.

5604989

3

((thromboprophyla* or thrombo* prophylaxis or thrombo* prophylactic or thrombo* prevention or anti coagulant* or anticoagulant* or anticoagulat* or anti coagulat* or antithrombotic* or anti thrombotic* or antithrombocytic* or anti thrombocytic* or antiplatelet agent* or anti platelet therap* or antiplatelet therap* or antiplatelet drug* or platelet aggregation inhibitor* or platelet inhibitor* or platelet antagonist* or thrombocyte aggregation inhibiting agent* or thrombocyte aggregation inhibitor* or doac* or dabigatran or aboxoma or apixaban or apixaben or eliques or eliquis or lunast or assubex or kriva or naxat or rivaro or rivarolto or rivaroxaban or rivaxa or throsaben or xanirva or xarelto or xerdoxo or xindus or apt) adj4 (discontinu* or continu* or suspend* or taper* off or break* off or withhold* or resum* or restart* or recommenc* or reinitiat* or reduc* or interrupt* or adjust* or time interval or stop or relay or cessation)).ti,ab,kf.

12443

4

1 and 2 and 3

3453

5

limit 4 to yr="2019 -Current"

1038

6

5 not (comment/ or editorial/ or letter/) not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/)

986

7

exp Guideline/ or exp Practice Guideline/ or guideline*.ti,ab,kf.

538856

8

meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.

758586

9

6 and 7 – Guidelines

187

10

(6 and 8) not 9 - SR’s

100

11

9 or 10

287

Volgende:
Laboratoriumtesten bij antistollingsmiddelen