Sondevoeding

Initiatief: SRI Aantal modules: 6

Toediening sondevoeding

Publicatiedatum: 22-10-2026
Beoordeeld op geldigheid: 22-10-2026

Uitgangsvraag

Welke hygiënische randvoorwaarden dienen te worden toegepast bij het de toediening van sondevoeding?

Aanbeveling

Randvoorwaarden voedingssonde

  • Desinfecteer de handen voordat je een sonde in de maag of dunne darm inbrengt, conform de richtlijn Handhygiëne & persoonlijke hygiëne medewerker.
  • Draag tijdens het inbrengen van de sonde persoonlijke beschermingsmiddelen conform de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen. Er bestaat tijdens het inbrengen kans op contact met slijmvliezen, en/of met bloed, maagsappen en/of sputum. 
  • Vervang de voedingssonde conform het voorschrift van de fabrikant en bij:
    • Het verstopt raken van de sonde. 
    • Mechanische complicaties zoals irritatie, drukplekken, breuk of schade aan het materiaal van de sonde, accidentele luxatie. 
    • Indien de duur van maximaal gebruik volgens voorschrift overschreden wordt.
  • Routinematige vervanging is niet noodzakelijk. 
  • Pas bij het vervangen van de voedingssonde handhygiëne toe conform de richtlijn Handhygiëne & persoonlijke hygiëne medewerker en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen conform de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen. 

Randvoorwaarden toedieningssysteem

  • Spoel het toedieningssysteem door conform de V&VN richtlijn neusmaagsonde (in ontwikkeling).

Randvoorwaarden toediening van de voeding

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Voor deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Hieronder beschrijft de werkgroep door middel van de informatie uit de WIP-richtlijnen ‘Sondevoeding’ en ‘Sondevoeding op de afdeling neonatologie’, expert opinie en ondersteunende literatuur de belangrijkste aspecten met betrekking tot de randvoorwaarden bij het gebruik van een voedingssonde voor de toediening van sondevoeding.

 

Voedingssonde

De voedingssonde dient niet routinematig te worden vervangen, maar alleen volgens voorschriften van de fabrikant. De sonde wordt na het inbrengen zo snel gekoloniseerd met keel- of darmflora, dat frequent vervangen niet bijdraagt tot verlaging van het infectierisico. Daarnaast geeft frequent vervangen van de sonde aanzienlijk ongemak voor de patiënt. Het vervangen vindt vooral plaats na mechanische complicaties zoals verstopping, druknecrose in neus of oesophagus, breuk of schade aan het materiaal van de zonde, accidentele luxatie of het ontstaan van een sinusitis maxillaris of een otitis media. De frequentie van wisselen van de voedingssonde gebeurt in principe conform voorschriften van de fabrikant. Bij technisch zeer moeilijke plaatsing of patiënten factoren zoals angst kan in overleg met een medisch verantwoordelijke maatwerk worden geboden.

 

Het toedieningssysteem

Na elke voeding, wordt het toedieningssysteem doorgespoeld. Voor het doorspoelen van het toedieningssysteem wordt verwezen naar de V&VN richtlijn neusmaagsonde (in ontwikkeling). De spuit die hiervoor wordt gebruikt mag binnen maximaal 24 uur worden hergebruikt, mits stamper en huls, los van elkaar, worden doorgespoeld en droog bewaard, bijvoorbeeld op een droge en schone doek. Zorg voor een goede schoon/vuil scheiding en bewaar de spuit niet bij de wasbak (zie richtlijn Waterinfecties (in ontwikkeling)). De spuit moet tevens patiëntgebonden worden gebruikt en op de kamer bij de patiënt worden bewaard.

 

Voor de vervangingsfrequentie van het toedieningssysteem wordt verwezen naar de module vervangingsfrequentie toedieningssysteem.

 

Toediening van de voeding

De verwachte toedieningstermijn is bepalend voor welk toedieningssysteem wordt gekozen. Sondevoeding kan continu, intermitterend of per bolus worden toegediend. 

Hanteer de volgende randvoorwaarden bij de toediening van de voeding: 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)

Bij het gebruik van een voedingssonde, het toedieningssysteem en bij de toediening van de voeding zijn de waarden en voorkeuren van zowel de patiënt als hun verzorgers van groot belang. Verschillende factoren kunnen hierbij van invloed zijn, zoals het comfort tijdens de toediening, het type voeding, smaakbeleving en variatie, en psychosociale aspecten. Patiënten hechten vaak waarde aan comfort, autonomie en de impact van de voedingsmethode op hun kwaliteit van leven. Het is van groot belang om deze voorkeuren en zorgen serieus te nemen en ze te integreren in de zorg om de algehele tevredenheid en veiligheid van de patiënt en/of verzorgers te waarborgen. 

 

Hoewel patiënten en/of verzorgers uiteenlopende voorkeuren kunnen hebben, moet benadrukt worden dat niet alle wensen vervuld kunnen worden vanwege het belang van infectiepreventie. Het is essentieel dat patiënten en verzorgers goed worden geïnformeerd over de noodzaak van bepaalde maatregelen, zodat zij begrijpen waarom deze genomen worden. Een grondige risico-inschatting ligt ten grondslag aan de beslissingen die de zorgverleners nemen.

 

Kosten (middelenbeslag) 

Er is niet specifiek gezocht op uitkomstmaten met betrekking tot kosten die gepaard gaan met de randvoorwaarden voor voedingssonde, het toedieningssysteem en de toediening van voeding. Bij het implementeren van hygiënische randvoorwaarden rondom toediening van sondevoeding moeten de kosten zorgvuldig worden afgewogen tegen de verwachte voordelen. Uitgangspunt hierbij is dat patiëntveiligheid niet ten koste mag gaan van kostenbesparing. 

Het naleven van hygiënische randvoorwaarden kan leiden tot hogere kosten voor het ziekenhuis of de zorgafdeling, evenals voor de patiënt zelf. Deze extra kosten zijn echter vaak gerechtvaardigd door de vermindering van complicaties zoals infecties, wat op de lange termijn juist kosten kan besparen door kortere opnames en minder medische interventies.

Over het algemeen wordt er geen effect op kosten verwacht omdat de aanbevelingen geen wijzigingen bevatten ten opzichte van het huidige beleid.

 

Gelijkheid ((health) equity)

De werkgroep voorziet voor de aanbevelingen m.b.t. de randvoorwaarden voor het toedienen van sondevoeding geen effect op de gezondheidsgelijkheid.

 

Aanvaardbaarheid 

Ethische aanvaardbaarheid

De werkgroep voorziet voor de aanbevelingen m.b.t. de randvoorwaarden voor het toedienen van sondevoeding geen ethische bezwaren. 

 

Duurzaamheid

Er is geen systematisch literatuuronderzoek verricht naar duurzaamheidaspecten m.b.t. de randvoorwaarden van het toedienen van sondevoeding.

Bij het toepassen van hygiënische randvoorwaarden is het van belang een zorgvuldige balans te vinden tussen duurzaamheid en patiëntveiligheid. Deze afweging moet vanuit infectiepreventieoogpunt verantwoord gebeuren en kan verschillen per zorgsetting. Uitgangspunt hierbij is dat patiëntveiligheid niet ten koste mag gaan van duurzaamheid. 

In het algemeen kan gezegd worden dat de preventie van infectieuze complicaties leidt tot minder gebruik van antibiotica en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van antibioticaresistentie. 

 

Haalbaarheid

De werkgroep voorziet voor aanbevelingen over de randvoorwaarden voor het toedienen van sondevoeding geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid. De bovenstaande randvoorwaarden met betrekking tot het toedienen van sondevoeding zijn zodanig geschreven dat acceptatie en implementatie in de eigen zorginstelling mogelijk is. De aanbevelingen sluiten nauw aan op de klinische praktijk en bevatten geen wijzigingen ten opzichte van het huidige beleid. Op basis hiervan verwacht de werkgroep geen barrière voor uitvoerbaarheid en implementatie.

 

Aanbevelingen

Het opstellen van duidelijke randvoorwaarden voor het gebruik van voedingssondes en toedieningssystemen is essentieel om de veiligheid en gezondheid van de patiënt te waarborgen. Het opvolgen van onderstaande randvoorwaarden voor het vervangen van sondes, het regelmatig spoelen van het toedieningssysteem en het correct toedienen van voeding kan bijdragen aan het verminderen van het risico op infecties en andere medische complicaties.

Onderbouwing

Wanneer een patiënt afhankelijk is van sondevoeding, is het essentieel om veilige en effectieve procedures te volgen bij zowel het gebruik van en sonde als de toediening van de voeding. Het naleven van hygiënische richtlijnen voor het gebruik, spoelen en onderhouden van het toedieningssysteem, evenals een zorgvuldige wijze van toediening, kan bijdragen aan het verminderen van het risico op infectieuze complicaties (zoals bijvoorbeeld gastro-enteritis) en kan bijdragen aan de bescherming van de gezondheid van de patiënt. 

 

Deze module behandelt de randvoorwaarden voor het veilige en hygiënische gebruik van een voedingssonde en toedieningssystemen, met als doel patiëntveiligheid te waarborgen. Voor de randvoorwaarden voor bereiding en toediening van sondevoeding bij neonaten wordt verwezen naar module Sondevoeding op de afdeling neonatologie.

 

Waar in deze module wordt gesproken over een neusmaagsonde, zijn de beschreven randvoorwaarden eveneens van toepassing op orogastrische sondes en neus-duodenumsonde.

The WIP-guideline ‘Sondevoeding’ was examined in order to answer the clinical question. No systematic literature analysis was performed for this clinical question. 

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 22-10-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 22-10-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie
Geautoriseerd door:
  • Crohn & Colitis NL
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en werd gefinancierd door het ministerie van VWS. De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Werkgroep

  • Dr. I.A.M. Gisbertz, MDL-arts, Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen (NVMDL)
  • Ing. E. de Bruijne, deskundige infectiepreventie, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG)
  • Prof. dr. A. Voss, arts-microbioloog, Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)
  • Drs. L. van Duijvenbode – den Dekker, IC-verpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
  • Drs. J.G. de Roest, kinderarts-neonatoloog, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
  • J. Scheerhoorn-Pullen, ervaringsdeskundige, Crohn & Colitis NL
  • Drs. M.P. Scherpenzeel, directeur patiëntenorganisatie, Crohn & Colitis NL

Klankbordgroep

  • W. Frank, diëtist, Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD)
  • E. Veldkamp-Van der Meer, diëtist, Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD)

Met ondersteuning van

  • I. van Dusseldorp, literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. H. Graveland, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten 
  • Dr. A.J. Versteeg, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. 

 

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

Achternaam werkgroeplid

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Getekend op

Actie

* Voorzitter werkgroep aangeven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ellanie de Bruijne

Deskundig Infectiepreventie
Stichting Omring

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

07-10-2024

geen restrictie

Jorien de Roest

Kinderarts-neonatoloog, Maxima Medisch centrum Veldhoven

nvt

nvt

Nee

nvt

Nee

Nee

09-10-2024

geen restrictie

Jamy Scheerhoorn-Pullen

Onbetaalde functies: 
Bestuurder NVLE Fonds
Lid Adviesraad ARCH

Verder geen betaalde functie of andere bestuurlijke fucnties

nvt

nvt

nvt

Als ervaringsdeskundige ben ik betrokken bij diverse lopende onderzoeken, maar daar heb ik geen financiële belangen bij. 

Geen baat bij uitkomst van de richtlijn. Geen intellectueel eigenddom bij gewin of erkenning. 

Er zijn geen belangen bij die mij of de organisatie in verlegenheid zou kunnen brengen. 

10-10-2024

geen restrictie

Menne Scherpenzeel

Directeur Crohn & Colitis NL (36 uur) 
Blauwe Noordzee, partner/adviseur (8 uur)

Voorzitter adviescomissie Fonds Gehandicaptensport - onbezoldigd
Lid van de commissie KIDZ (kwaliteitsgelden patiëntenorganisatie) - bezoldigd, inkomsten komen ten goede aan Crohn & Colitis NL
Lid van twee patientoverstijgende adviesraden Pfizer en Janssen - vacatiegeld, gelden komen ten goede aan Crohn & Colitis NL. 

Geen persoonlijke financiële belangen

Nee

Divers onderzoek (ZonMW, MLDS), Inbrengen van patiëntenperspectief, geen projectleider

Geen sprake van

 

17-10-2024

Restrictie t.a.v. besluitvorming met betrekking tot producten van Pfizer en Janssen.

Lea van Duijvenbode - Den Dekker

IC verpleegkundige Amphia
Gezondheidswetenschapper
Docent Erasmus MC academie

Bestuurslid V&VN-IC
Lid commissie NKIC
Lid CSV
Lid werkgroep leidraad organisatie intensive care
BLS-instructeur

Geen

nee

nvt

nee

nvt

17-10-2024

geen restrictie

Ingrid Gisbertz

Maag Darm Leverarts Bernhoven

Scriptiebegeleider 1 student per jaar HAN physician assistant opleiding, 20 uur per jaar, betaald
Voorzitter Nederlands Voedingsteam Overleg, onbetaald.
Bestuurslid NESPEN, onbetaald.
Lid voedingscommissie NVMDL, onbetaald.

Geen

Geen

Onderzoek naar nieuw geneesmiddel bij niet alcoholische steatohepatitis, geen projectleider.
Onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen voor IBD, geen projectleider. 

Ik heb geen intellectueel eigendom
Ik heb geen relatie met markt.
Ik heb geen boegbeeldfunctie bij patiëntorganisatie.
Ik ben wel lid van voedingscommissie NVMDL - in dat kader kan ik de huidige opgedane kennis over deze richtlijn overbrengen aan collega MDL artsen.

nee

28-10-2024

geen restrictie

Andreas Voss

Arts-microbioloog, Afdelingshoofd Medische Microbiologie en Infectiepreventie, UMCG
Hoogleraar infectiepreventie, RUG

Bestuurslid EUCIC (onbetaald)
Voorzitter BO SRI
(betaald)

Geen

Geen

SPOWAR (Interreg)
CAUTION
(ZonMW)

Geen

Geen

15-04-2025

geen restrictie

Klankbordgroep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Willeke Frank

Diëtist in Gelre Ziekenhuizen Apeldoorn


Bestuur Nederlandsvoedingteam overleg
lid Nederlands dietistenvereniging NVD
deelnemer platform MDL-diëtisten Nederland
deelnemer kinderdietisten Nederland werkgroep IBD

Geen betaalde nevenwerkzaamheden

Er is op geen een manier mogelijk dat ik financieel af ander belang heb met de uitkomst van het verniewde advies, richtlijn WIP sondevoeding

geen

geen

geen

geen

30-01-2025

geen restrictie

Esmeralda Veldkamp

(Kinder) diëtist in Flevoziekenhuis en kinderpoli (kinderkliniek)

Netwerk Kinderdiëtiek (bestuurslid)(onbetaald)

Geen

geen

geen

geen

geen

14-02-2025

geen restrictie

 

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Patiëntfederatie Nederland (PFNL) voor de invitational conference. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan PFNL en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase). 

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

 

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Toedienen sondevoeding

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. 

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Sondevoeding op de afdeling neonatologie