Schouderprothese

Initiatief: NOV Aantal modules: 20

Patiëntvoorlichting, communicatie en het belang van mentale gezondheid bij schouderprothese

Publicatiedatum: 12-03-2026
Beoordeeld op geldigheid: 12-03-2026

Uitgangsvraag

Hoe dient patiëntvoorlichting en aandacht voor mentale gezondheid bij schouderprothese operaties vormgegeven worden?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  1. Welke voorlichting moet worden gegeven aan patiënten met indicatie schouderprothese over de diagnostiek, chirurgische behandeling en de postoperatieve zorg en waar dient de communicatie aan te voldoen vanuit het perspectief van de patiënt?
  2. Welke rol speelt de mentale gezondheid van de patiënt in de uitkomsten van schouderprothese operatie? 

Aanbeveling

Aanbeveling-1

Geef goede voorlichting waarin minimaal het volgende aan bod komt:

  1. informatie over de diagnose;
  2. het type prothese en de daarbij behorende prognose;
  3. de preoperatieve screening;
  4. de ingreep zelf;
  5. mogelijke complicaties van de ingreep;
  6. het postoperatieve verloop en daarbij het gebruik van de schouder (denk aan de duur van het slinggebruik en de opbouw van belasting) en de nazorg.

Verwijs in ieder geval naar Thuisarts en in aanvulling hierop naar schriftelijke en digitale informatie van uw zorginstelling en/of de betreffende patiëntenorganisaties (bijvoorbeeld ReumaNederland of ReumaZorg Nederland) of de Nederlandse Orthopaedische Vereniging.

 

Maak gebruik van 3 goede vragen om zo goed mogelijk te komen tot de best passende voorlichting voor de individuele patiënt.

 

Aanbeveling-2

Wees bewust van de relatie tussen mentale factoren, zoals angst en depressie, en de uitkomsten van een schouderprothese. Indien er sprake is van verminderde mentale gezondheid, neem dit dan mee in de individualisering van het behandelplan.

Overwegingen

Verwachtingen van patiënten

De verwachtingen van patiënten zijn een belangrijke factor in het herstel na een schouderprothese. Volgens Claes (2024) kunnen onrealistische verwachtingen leiden tot teleurstelling en een grotere kans op ontevredenheid na de ingreep. Patiënten die vooraf een positieve en realistische verwachting hebben van de resultaten van de operatie, zoals beschreven door Hesseling (2024), hebben meer kans op een beter herstel en grotere tevredenheid met de uitkomst van de schouderprothese. Een van de belangrijke aspecten bij het behandelen van patiënten met een indicatie voor een schouderprothese is dat goed nagegaan wordt wat de reële verwachtingen (zie de module Patiëntverwachtingen) en coping vaardigheden van de patiënt zijn. Patiënttevredenheid kan hiermee samenhangen. Een ander aspect is dat de voorlichting minimaal bestaat uit 1. informatie over de diagnose, 2. het type prothese en de daarbij behorende prognose, 3. de preoperatieve screening, 4. de ingreep zelf en 5. het postoperatieve verloop, waarbij het gebruik van de schouder aan bod komt (denk aan de duur van het slinggebruik en de opbouw van belasting) en de benodigde extra zorg in en om het huis in de postoperatieve fase. De betrokken disciplines en aandachtspunten voor nazorg zijn beschreven in de module Organisatie van zorg. Het is wenselijk dat de informatie die wordt gegeven door de verschillende zorgverleners in essentie weinig verschilt en aansluit op de individuele behoefte van de patiënt.

 

Voorlichting en informatie 

Bij het eerste consult en eventuele vervolgconsulten bij de orthopeed is juiste en eenduidige voorlichting en informatie onmisbaar. In Nederland wordt in bijna alle praktijken gebruikt gemaakt van schriftelijke ondersteuning bij het geven van pre- en perioperatieve voorlichting en informatie, naast audiovisuele hulpmiddelen en voorlichtingsbijeenkomsten. Het is van belang dat patiënten, die voor de keuze staan tot wel of geen orthopedische ingreep bij artrose aan de schouder, goed geïnformeerd worden zowel mondeling, met gelegenheid tot het stellen van vragen, als schriftelijk. Hierbij moeten zaken als alternatieve behandeling, risico’s en complicaties (zoals bacteriële infecties), het herstel en de nazorg worden besproken evenals de lange termijn verwachting. Het liefst volgens de methodologie zoals beschreven in het project ‘Beslist Samen!’, dat helpt bij het veranderen van zorgprocessen om zodoende meer/beter samen te kunnen beslissen (NIVEL transparantiemonitor, 2018 tot 2022).

 

Het instrument ‘3 goede vragen’ (https://3goedevragen.nl/) geeft de patiënt handvatten (in de vorm van drie vragen aan de arts) om de verschillende behandelopties én de eigen voorkeuren met de arts te bespreken. De drie vragen zijn: 1- Wat zijn mijn mogelijkheden?, 2- Wat zijn de voor- en nadelen van deze mogelijkheden?, 3- Wat betekent dat in mijn situatie? Het doel van deze vragen is om patiënten en zorgverleners bewust te maken van de mogelijkheid om samen te beslissen over de best passende zorg voor de patiënt. Het kan voor de communicatie met de patiënt, rondom de besluitvorming van een ingreep, zeer nuttig zijn.

 

Bij mensen met comorbiditeit, waarbij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) reeds worden belemmerd, zoals bijvoorbeeld mensen met ontstekingsreuma, is het raadzaam om preoperatief de ergotherapeut in te schakelen voor advies over hulpmiddelen.

 

Naast de preoperatieve chirurgische voorlichting, die gegeven wordt tijdens het spreekuur door de betreffende zorgprofessional (gedacht kan worden aan de chirurg, physician assistant, verpleegkundig specialist of de klinisch fysiotherapeut) wordt geadviseerd de volgende onderwerpen te bespreken.

 

Voor pre- en postoperatieve communicatie ten aanzien van de patiëntverwachtingen wordt verwezen naar de module Patiëntverwachtingen.

 

Preoperatief

Algemene voorlichting betreft: adviezen over basis ADL-vaardigheden met 1 arm, oefenen van sling gebruik, doornemen van bewegingen met verhoogd luxatierisico, oefeningen doornemen voor de eerste week postoperatief. Inschakeling van thuishulp postoperatief, duur van sling gebruik, bespreken tijdspad voor patiënt specifieke activiteiten, revalidatieschema doornemen en adviezen voor inzet van de nabehandelend fysiotherapeut. Bespreek de patiëntverwachtingen, zoals pijn en functie na de operatie en geef deze mee op schrift.

 

Postoperatief

De fysiotherapeut in het ziekenhuis checkt de afspraak met de nabehandelend fysiotherapeut en stemt de preoperatieve voorlichting af met de postoperatieve situatie. Schriftelijke informatie (overdracht) wordt aan de patiënt meegegeven over de revalidatie en over afwijkend beloop.

 

Geef afhankelijk van de voorkeuren en gezondheidsvaardigheden van de patiënt de informatie tijdens het consult (eventueel via videoconsultatie). In aanvulling hierop wordt de informatie over ziekenhuisopname en postoperatieve revalidatie op schrift meegegeven of opgestuurd indien het een videoconsultatie betrof.

 

De relatie tussen mentale gezondheid en (functionele) schouderprothese uitkomsten

Mentale gezondheid heeft een belangrijke samenhang met de uitkomsten van schouderprotheses. Studies hebben aangetoond dat patiënten met een slechte mentale gezondheid, zoals angst en depressie, vaak slechtere functionele en pijnscores rapporteren voor en na een schouderoperatie. Dit kan resulteren in een vertraagd herstel en een grotere kans op blijvende pijn na de ingreep. Volgens Sheikhzadeh (2021) zijn  psychologische stress, inclusief negatieve gedachten en een verhoogde angst geassocieerd met pijnperceptie en functionele prestaties bij patiënten met musculoskeletale schouderklachten. Broekman (2024) vond dat een slechtere mentale gezondheid, gemeten aan de hand van depressie en angst, gecorreleerd was met hogere niveaus van pijn en verminderde functionele capaciteiten bij patiënten die een schouderprothese ondergingen. Dit suggereert dat mentale gezondheidsproblemen niet alleen de beleving van pijn kunnen beïnvloeden, maar ook het vermogen om fysiek te functioneren na de ingreep. Ook de kans op langdurige pijn na reverse totale schouderartroplastiek is groter bij patiënten met een slechte mentale gezondheid. Brune (2024) ontdekte dat patiënten met een verhoogd risico op postoperatieve pijn vaker kampen met psychologische factoren zoals depressie en angst.

 

Psychologische screening en interventies

Het belang van psychologische screening

Gezien de samenhang tussen mentale gezondheid en de uitkomst van schouderprotheses lijkt het zinvol om screening van mentale gezondheidsproblemen te integreren in het zorgpad van patiënten die een schouderprothese ondergaan. Psychologische screening kan helpen bij het identificeren van risicopatiënten die mogelijk baat hebben bij aanvullende psychologische psychologische ondersteuning en pijnmanagement. Het tijdig identificeren en aandacht geven aan psychologische risicofactoren kan bijdragen aan een beter herstelproces. Echter, er is nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs om psychologische screeningtools als standaardonderdeel van het zorgpad voor schouderprotheses te adviseren. Verdere studies zijn nodig om de toepasbaarheid en effectiviteit van screening binnen deze specifieke patiëntengroep te onderbouwen. In patiënten met hand- en polsaandoeningen is er literatuur die het belang van psychologische screening ondersteunt (Wouters, 2024). Hoewel een gevalideerde screeningstool voor patiënten met schouderartrose ontbreekt, kunnen inzichten uit dergelijke studies mogelijk richting geven aan toekomstige ontwikkelingen op dit gebied.

 

Psychologische interventies

Er wordt verondersteld dat patiënten met mentale gezondheidsproblemen mogelijk baat kunnen hebben bij interventies zoals cognitieve gedragstherapie of andere vormen van psychologische ondersteuning om de mentale gezondheid te verbeteren en postoperatieve pijn en beperkingen te verminderen. Hoewel er aanwijzingen zijn dat dergelijke interventies in andere medische domeinen effectief kunnen zijn, ontbreekt op dit moment robuust wetenschappelijk bewijs bij patiënten met schouderprotheses. Het is daarom een aandachtspunt voor toekomstig onderzoek.

 

Multidisciplinaire zorg

Wanneer er aanwijzingen zijn voor mentale gezondheidsproblemen bij een patiënt die een schouderprothese krijgt, kan een multidisciplinair behandelteam bestaande uit orthopedisch chirurgen, fysiotherapeuten en psychologen mogelijk bijdragen aan een betere zorgverlening. De exacte meerwaarde hiervan dient verder onderzocht te worden. Tot er meer bewijs beschikbaar is, is het raadzaam dat hoofdbehandelaars alert zijn op mentale gezondheidsproblemen en, waar nodig, overwegen om een psycholoog bij het preoperatieve behandelproces te betrekken. Zie ook submodule Randvoorwaarden optimale zorg

 

Relevante patiëntinformatie:

Informatie voor de patiënt is te vinden op Thuisarts (www.thuisarts.nl). Verder is informatie te vinden in folders of op de website van de zorginstelling, bij patiëntorganisaties ReumaNederland (https://reumanederland.nl/reuma/behandelingen/operaties/schouderprothese/) en Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland (https://reumazorgnederland.nl/) en bij de NOV (https://www.zorgvoorbeweging.nl/schouder).

 

Rationale van aanbeveling-1: weging van argumenten voor en tegen de interventies

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor (Doen).

 

Rationale van aanbeveling-2: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Mentale gezondheid is geassocieerd met de uitkomsten van schouderprotheses. Psychologische factoren zoals angst, depressie, en verwachtingen spelen een rol in de pijnbeleving en het functionele herstel van patiënten. De werkgroep is van mening dat het essentieel is dat zorgverleners de mentale gezondheid van patiënten in overweging nemen bij de planning en uitvoering van schouderprotheses. Een holistische benadering van zorg kan bijdragen aan betere herstelresultaten en een hogere tevredenheid van patiënten. Omdat de bewijslast voor specifieke (screening)tools en interventies op dit gebied momenteel nog te laag is, kan de werkgroep op dit moment slechts adviseren om hier aandacht voor te hebben. Daarnaast kan het zinvol zijn om een psycholoog te betrekken bij het multidisciplinair overleg in het preoperatieve traject wanneer de hoofdbehandelaar mentale gezondheidsproblemen bij de patiënt signaleert, al ontbreekt op dit moment hiervoor ook voldoende wetenschappelijk bewijs om dit als aanbeveling te formuleren.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor (Doen).

Onderbouwing

In de huidige situatie worden patiënten door de operateur geadviseerd en geïnformeerd over de te plaatsen schouderprothese. Tijdens het poliklinische bezoek is er met name aandacht voor de prioriteiten van de patiënt en zijn/haar verwachtingen ten aanzien van de postoperatieve functie. Hierdoor kan mogelijk essentiële praktische informatie over het postoperatieve traject en de thuissituatie en mentale gezondheid onbesproken blijven. Voorlichting door het multidisciplinaire team geruime tijd voor de ingreep zal een betere voorbereiding opleveren voor de patiënt en realistische behandeldoelen kunnen worden vastgesteld. Mentale gezondheid is geassocieerd met het herstel en de uitkomst van schouderprotheses (Broekman, 2024). Onderzoek toont aan dat psychologische factoren zoals angst, depressie, verwachtingen en coping strategieën samenhangen met het hersteltrajecten van patiënten na schouderoperaties, waaronder schouderprotheses (Broekman, 2024). Deze module biedt inzicht in het verband tussen mentale gezondheid en de functionele uitkomsten van schouderprotheses en benadrukt het belang van een holistische benadering binnen de orthopedische zorg.

Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse uitgevoerd. De aanbevelingen zijn uitsluitend gebaseerd op overwegingen die zijn opgesteld door de werkgroepleden op basis van kennis uit de klinische praktijk en vanuit het perspectief van de patiënt.

  1. 3 goede vragen https://3goedevragen.nl/ (oktober 2020).
  2. Broekman M, Brinkman N, Thomas JE, Doornberg J, Spekenbrink-Spooren A, Gosens T, Ring D, van den Bekerom M. Associations of mental, social, and pathophysiological factors with pain intensity and capability in patients with shoulder osteoarthritis prior to shoulder arthroplasty: a Dutch Arthroplasty Register Study. J Shoulder Elbow Surg. 2024 Sep 11:S1058-2746(24)00627-X. doi: 10.1016/j.jse.2024.07.034. Epub ahead of print. PMID: 39270771.
  3. Broekman MM, Brinkman N, Swanson D, Ring D, van den Bekerom M, Jawa A. Variations in 1-year Trajectories of Levels of Pain and Capability After Shoulder Arthroplasty Are Associated With Baseline Mental Health. Clin Orthop Relat Res. 2024 Mar 1;482(3):514-522. doi: 10.1097/CORR.0000000000002821. Epub 2023 Sep 7. PMID: 37678387; PMCID: PMC10871746.
  4. Brune D, George SZ, Edwards RR, Moroder P, Scheibel M, Lazaridou A. Which patient level factors predict persistent pain after reverse total shoulder arthroplasty? J Orthop Surg Res. 2024 Nov 22;19(1):786. doi: 10.1186/s13018-024-05285-8. PMID: 39578842; PMCID: PMC11585229.
  5. Carter MJ, Mikuls TR, Nayak S, Fehringer EV, Michaud K. Impact of total shoulder arthroplasty on generic and shoulder-specific health-related quality-of-life measures: a systematic literature review and meta-analysis. J Bone Joint Surg Am. 2012 Sep 5;94(17):e127. doi: 10.2106/JBJS.K.00204. PMID: 22992856.
  6. Chambers MM, Castaneda DM, Rivera-Pintado C, Gentile P, Hunter K, Fedorka CJ. Mental health disorders and pain modulation in orthopedic shoulder patients. JSES Int. 2023 Jul 14;7(6):2523-2527. doi: 10.1016/j.jseint.2023.06.013. PMID: 37969524; PMCID: PMC10638564.
  7. Claes A, Mesel A, Verborgt O, Struyf F. Effects of pre-operative patient expectations on the outcome after total shoulder arthroplasty: A systematic review. Shoulder Elbow. 2024 Oct 15:17585732241282021. doi: 10.1177/17585732241282021. Epub ahead of print. PMID: 39545011; PMCID: PMC11559730.
  8. Hesseling B, Prinsze N, Jamaludin F, Perry SIB, Eygendaal D, Mathijssen NMC, Snoeker BAM. Patient-related prognostic factors for function and pain after shoulder arthroplasty: a systematic review. Syst Rev. 2024 Nov 22;13(1):286. doi: 10.1186/s13643-024-02694-y. PMID: 39578927; PMCID: PMC11583791.
  9. Jochl OM, Afetse EK, Garg S, Kanakamedala AC, Lind DRG, Hinz M, Rizzo M, Millett PJ, Ruzbarsky J, Provencher MT. The impact of mental health conditions on clinical and functional outcomes after shoulder arthroplasty: a systematic review. JSES Rev Rep Tech. 2024 May 15;4(3):371-378. doi: 10.1016/j.xrrt.2024.04.014. PMID: 39157244; PMCID: PMC11329040.
  10. LROI overzicht 2015 www.zorgvoorbeweging.nl/files/ZCardSchouder-LROI2015.pdf (oktober 2020).
  11. Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland https://reumazorgnederland.nl/ (oktober 2020).
  12. Nivel Transparantiemonitor https://nivel.nl/nl/transparantiemonitor (oktober 2020).
  13. NOV Zorg voor beweging https://www.zorgvoorbeweging.nl/schouder (oktober 2020).
  14. ReumaNederland https://reumanederland.nl/reuma/behandelingen/operaties/schouderprothese (oktober 2020).
  15. Rubenstein WJ, Warwick HSL, Aung MS, Zhang AL, Feeley BT, Ma CB, Lansdown DA. Defining recovery trajectories after shoulder arthroplasty: a latent class analysis of patient-reported outcomes. J Shoulder Elbow Surg. 2021 Oct;30(10):2375-2385. doi: 10.1016/j.jse.2021.02.024. Epub 2021 Mar 19. PMID: 33753273.
  16. Sheikhzadeh A, Wertli MM, Weiner SS, Rasmussen-Barr E, Weiser S. Do psychological factors affect outcomes in musculoskeletal shoulder disorders? A systematic review. BMC Musculoskelet Disord. 2021 Jun 19;22(1):560. doi: 10.1186/s12891-021-04359-6. PMID: 34147071; PMCID: PMC8214793.
  17. Thuisarts https://www.thuisarts.nl/ (oktober 2020).
  18. Vajapey SP, Cvetanovich GL, Bishop JY, Neviaser AS. Psychosocial factors affecting outcomes after shoulder arthroplasty: a systematic review. J Shoulder Elbow Surg. 2020 May;29(5):e175-e184. doi: 10.1016/j.jse.2019.09.043. Epub 2019 Dec 30. PMID: 31899094.
  19. Wouters RM, de Ridder WA, Slijper HP, Vermeulen GM, Hovius SER, Selles RW; Hand-Wrist Study Group; van der Oest MJW.Clin Orthop Relat Res. 2024 Jan 1;482(1):59-70. doi: 10.1097/CORR.0000000000002718. Epub 2023 Jun 20.PMID: 37449885 Free PMC article.
  20. Zhang W, Singh SP, Clement A, Calfee RP, Bijsterbosch JD, Cheng AL. Improvements in Physical Function and Pain Interference and Changes in Mental Health Among Patients Seeking Musculoskeletal Care. JAMA Netw Open. 2023 Jun 1;6(6):e2320520. doi: 10.1001/jamanetworkopen.2023.20520. PMID: 37378984; PMCID: PMC10308248.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 12-03-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 12-03-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • ReumaNederland
  • Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland

Algemene gegevens

De herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Bovenste extremiteiten bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Dhr. Dr. J.J.A.M. (Jos) van Raaij, orthopedisch chirurg, niet praktiserend, NOV – voorzitter cluster Bovenste extremiteiten
  • Prof. Dr. M.P.J. (Michel) van den Bekerom, orthopedisch chirurg OLVG en MC Jan van Gooijen, NOV
  • Dhr. Dr. R.J. (Robert Jan) Derksen, traumachirurg Zaans Medisch Centrum, NVvH
  • Mevr. Drs. G. (Gerardine) Willemsen- de Mey, patiëntvertegenwoordiger Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland
  • Dhr. Dr. H.J. (Henk-Jan) van der Woude, radioloog OLVG, NVvR 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Prof. dr. T. (Taco) Gosens, orthopedisch chirurg Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, NOV

Met ondersteuning van

  • MSc. T. (Tessa) Geltink, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. F. (Floor) Willeboordse, senior, adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. L.M. (Lisette) van Leeuwen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Clusterstuurgroepleden

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Jos van Raaij (voorzitter)

Voorheen orthopedisch chirurg, Martini ziekenhuis Groningen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-07-2022

Geen restricties

Michel van den Bekerom

Orthopedisch chirurg, OLVG, Amsterdam
Orthopedisch chirurg, OEC, Amsterdam
Hoogleraar, VU, Amsterdam

Betaald onderwijs geven bij/voor:
Orthopedisch Expertisecentrum Amsterdam, Nederlands paramedisch instituut, SOMT (University of Physiotherapy Master)
Onbetaald onderwijs op vele congressen/symposia

Geen

Geen

Onderzoek gesteund door: SECEC (European Society for surgery of the shoulder an the elbow) , ZonMW, SNN (Smith and Nephew).

Het OLVG ontvangt financiële support voor een shoulder and elbow clinical and research fellowship van van Smith en Nephew. Dit fellowship wordt mede (financieel) ondersteund door een firma die materiaal maakt dat gebruikt wordt voor schouderstabilisaties. Het betreft een overeenkomst tussen het OLVG en de firma vanwege educatieve doeleinden.

Geen

Het OLVG is voornemens om een consultancy contract met zimmer/biomet op te stellen zodat ik op vraag elders kan opereren.

19-10-2022

Geen restricties

 

Robert Jan Derksen

Traumachirurg Zaans Medisch Centrum

Bestuurslid NVT
Voorzitter richtlijncommissie schouderluxaties
Course Director ATLS

Niet van toepassing

Geen

Geen

Geen

Geen

28-08-2022

Geen restricties

Gerardine Willemsen - de Mey

Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland

patientpartner onbetaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

07-09-2022

Geen restricties

Henk-Jan van der Woude

radioloog Onze Lieve Vrouwe Gasthuis Amsterdam

Consulent Commissie voor Beentumoren, onbezoldigd

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

07-02-2023

Geen restricties

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Taco Gosens

Orthopedisch chirurg, Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis

 

 

geen

geen

geen

geen

geen

geen

27-09-2024

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntperspectief door Patiëntenfederatie Nederland en andere relevante patiëntenorganisaties uit te nodigen voor een schriftelijke knelpuntenanalyse. Het verslag hiervan (zie bijlagen) is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen. Bovendien werd het patiëntperspectief vertegenwoordigd door afvaardiging van patiëntenorganisaties ReumaNederland en Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland in de werkgroep. Tot slot werden de modules voor commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en andere relevante patiëntenorganisaties en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Patiëntvoorlichting, communicatie en het belang van mentale gezondheid bij schouderprothese

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Gebruik van pre-operatieve planningssoftware