Polyneuropathie

Initiatief: NVN Aantal modules: 17

Startpagina - Polyneuropathie

Waar gaat deze richtlijn over?
De richtlijn heeft betrekking op alle patiënten met een subacute en chronische polyneuropathie. Het doel van de richtlijn is vooral het verbeteren van de diagnostiek naar de oorzaak van subacute en chronische polyneuropathie.

In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Anamnese en neurologisch onderzoek
  • Alarmsymptomen
  • Diagnostiek polyneuropathie
  • Diagnostiek EMG
    • Indicatie EMG
    • Criteria waaraan een EMG moet voldoen
    • Onderscheid EMG demyeliniserende polyneuropathie
  • Identificatie inflammatoire polyneuropathiëen met echo
  • Behandeling
  • Dunnevezelneuropathie
  • Organisatie van zorg

 

De richtlijn gaat niet over patiënten met een acute polyradiculoneuropathie, zoals het Guillain-Barré-syndroom. Zie hiervoor de richtlijn Guillain-Barré syndroom:

(https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/guillain-barre_syndroom).
Voor de behandeling van patiënten met polyneuropathie ten gevolge van diabetes mellitus wordt verwezen naar de richtlijn pijnlijke diabetische neuropathie:

(https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/pijnlijke_diabetische_neuropathie_pdnp)
Voor de operatieve behandeling van hereditaire motorische en sensorische neuropathie (HMSN) wordt verwezen naar de betreffende richtlijn:

(https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/operatieve_behandeling_bij_hmsn)

 

Definities en begrippen

Polyneuropathie

Een polyneuropathie is een symmetrische aandoening van de perifere zenuwen, die wordt gekenmerkt door sensibele en/of motorische afwijkingen die in de regel distaal meer dan proximaal en aan de benen meer dan aan de armen aanwezig zijn. Bij een polyneuropathie zijn per definitie meerdere zenuwen betrokken. Polyneuropathie is een klinische diagnose die met EMG bevestigd en nader onderverdeeld kan worden in een axonale of demyeliniserende polyneuropathie. Als er klinisch duidelijke aanwijzingen zijn voor een polyneuropathie, dan worden er bij EMG-onderzoek meestal afwijkingen gevonden (zie module EMG).

De meeste polyneuropathieën geven zowel sensibele als motorische klachten en bevindingen. Echter, een polyneuropathie kan ook enkel sensibele of enkel motorische betrokkenheid geven. Dit laatste is meestal een alarmsymptoom. In uitzonderlijke gevallen kan een polyneuropathie ook in asymmetrisch of multifocaal zijn. Zie hiervoor de module ‘Alarmsymptomen’.

 

Subacuut versus chronisch en relatie tot beloop

Er worden in de literatuur verschillende definities gebruikt voor de indeling in acute, subacute en chronische polyneuropathie. Bij een acute polyneuropathie is er progressie van de klachten en verschijnselen gedurende een periode van minder dan één maand. Zoals al eerder aangegeven, worden deze polyneuropathieën niet in deze richtlijn behandeld. Een belangrijk voorbeeld is het Guillain-Barre syndroom (waarvoor een richtlijn beschikbaar is). Bij een polyneuropathie die subacuut optreedt ontstaan er duidelijke klachten, verschijnselen en beperkingen tussen de een en de drie maanden. Voorbeelden van een subacute polyneuropathie zijn paraneoplastische neuropathie (Zis, 2017), vasculitisneuropathie (Collins, 2017, Gwathmey 2017) of chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP) (Reynolds, 2013). Het is belangrijk een subacute polyneuropathie te herkennen omdat deze polyneuropathie, mits tijdig herkend, vaak oorzakelijk behandeld kan worden. Er moet bij een subacute polyneuropathie vrijwel altijd van het standaard flowdiagram afgeweken worden en extra diagnostiek worden verricht (zie stroomdiagram).

Bij chronische polyneuropathie ontstaan de klachten, verschijnselen en de beperkingen in een periode langer dan drie tot zes maanden, zoals bijvoorbeeld bij chronische idiopathische axonale polyneuropathie (CIAP) (Visser, 2013).

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met subacute en chronische polyneuropathie, in het bijzonder neurologen en revalidatieartsen. Echter ook huisartsen, internisten, geriaters, revalidatieartsen en physician assistants kunnen deze richtlijn gebruiken.

 

Voor patiënten
Polyneuropathie is een aandoening van de zenuwen die leidt tot vermindering of verandering van gevoel en een niet of onvoldoende functioneren van spieren.

In Nederland hebben naar schatting 250.000 – 300.000 mensen met een chronische polyneuropathie (Hanewinckel, 2017). De eerste klachten ontstaan gemiddeld rond het vijfenvijftigste jaar.

 

Op Thuisarts.nl staat informatie in begrijpelijke taal voor mensen die (misschien) polyneuropathie hebben: 

Thuisarts.nl/polyneuropathie

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN). De richtlijn is evidence-based opgesteld door een werkgroep bestaande uit neurologen, een AIOS neurologie en een patiëntenvertegenwoordiger.

 

Toepassen
Bij deze richtlijn is een stroomdiagram ontwikkeld. Dit stroomschema beschrijft de stappen die worden genomen in het diagnostisch proces van polyneuropathie.

Volgende:
Anamnese en neurologisch onderzoek