Mannelijke subfertiliteit

Initiatief: NVOG Aantal modules: 17

Genetisch onderzoek

Publicatiedatum: 30-04-2026
Beoordeeld op geldigheid: 30-04-2026

Uitgangsvraag

Bij welke afwijkende semenonderzoeksuitslagen, in het bijzonder bij azoöspermie, extreme oligozoöspermie, afwijkende zaad(cel)morfologie of motiliteit, of laag bevruchtingspercentage na ICSI-behandeling, is welk type genetisch onderzoek geïndiceerd?

Aanbeveling

Aanbeveling-1

Verricht genetische diagnostiek bij:

  • (Niet-)obstructieve azoöspermie of extreme oligozoöspermie (<1 miljoen spermatozoa per ml ejaculaat): verricht AZF deletie screening, karyotypering, CFTR analyse en genpanel.
  • Verdenking op CBAVD/CUAVD (azöospermie met laag volume ejaculaat (<1 ml) en/of pH <6,5), waarbij bij voorkeur het gehele CFTR-gen geanalyseerd dient te worden: verricht CFTR analyse, al dan niet binnen genpanel.
  • Extreme, geïsoleerde asthenozoöspermie (afwijkende motiliteit) of geïsoleerde teratozoöspermie (mono-morfologische afwijkende zaad(cel)morfologie (globozoöspermie (zaadcellen met ronde koppen), macrozoöspermie (zaadcellen met vergrote koppen) of acephalic spermatozoa (zaadcellen met "pinhead” koppen), of multiple morfological abnormalities of the sperm flagella (MMAF), al dan niet in combinatie met een ernstige oligozoöspermie (<5 miljoen spermatozoa in het totale ejaculaat): verricht genpanel.
  • Total Fertilization Failure na ICSI indien er ook sprake is van astheno- en/of teratozoöspermie: verricht genpanel.
  • Total Fertilization Failure na ICSI, zonder morfologische afwijkingen, nadat een vrouwelijke factor uitgesloten is: verricht genpanel.
  • Een combinatie van meerdere van bovengenoemde kenmerken: diagnostiek afhankelijk van bevindingen bij semenanalyse, zie bullet points hierboven.

Aanbeveling-2

Overleg met een klinisch geneticus, bij voorkeur in een multidisciplinair of vergelijkbaar  overleg, of verwijs de patiënt direct naar een klinisch geneticus voor genetische counseling indien:

  • er een genetische afwijking is aangetoond;
  • dragerschapsonderzoek bij de partner van de patiënt geïndiceerd is;
  • er sprake is van consanguïniteit bij het paar.

Overweeg verwijzing naar een klinische geneticus voor nadere genetische diagnostiek indien er na anamnese verdenking is op een multisysteem aandoening waarvan subfertiliteit een onderdeel is.

Overwegingen

De werkgroep heeft een oriënterende literatuurstudie verricht naar welke genetische onderzoeken geïndiceerd zijn bij welke semenafwijkingen. Uit deze literatuurstudie werden geen vergelijkende studies gevonden die helpen om de uitgangsvraag te beantwoorden. De formulering en adviezen zijn tot stand gekomen in samenspraak met de gehele richtlijnwerkgroep.

 

In deze module wordt het overwegen van het aanvragen van genetische diagnostiek behandeld bij onderstaande bevindingen bij semenanalyse:

  • (Niet-)obstructieve azoöspermie en extreme oligozoöspermie (<1 miljoen spermatozoa per ml ejaculaat) zonder verdenking op conginatle bi/unilaterale afwezigheid van de vas deferens (CBAVD/CUAVD).
  • Verdenking op CBAVD/ CUAVD (azöospermie met klein volume ejaculaat (<1 ml) en/of pH <7.2).
  • Extreme asthenozoöspermie (afwijkende motiliteit) of teratozoöspermie (afwijkende zaad(cel)morfologie, inclusief multiple morfological abnormalities of the sperm flagella (MMAF), globozoöspermie (zaadcellen met ronde koppen)  of macrozoöspermie (zaadcellen met vergrote koppen en dubbele staarten) of a-cephalic spermatozoa (zaadcellen met "pinhead koppen”; feitelijk betreffen dit nek afwijkingen waardoor de kop niet meer vastzit) al dan niet in combinatie met ernstige oligozoöspermie (<5 miljoen spermatozoa in het totale ejaculaat).
  • Total Fertilization Failure na ICSI (bij voldoende stimulatie (>3 eicellen)).

Zie ook Wyrwoll (2024) voor een overzicht van de verschillende afwijkende fenotypes die bij semenanalyse gevonden kunnen worden.

 

Daarnaast wordt besproken wanneer er een indicatie is om subfertiele mannen te verwijzen naar de klinisch geneticus (organisatie van zorg).

 

De mogelijkheid voor het aanvragen van genetische diagnostiek bij mannelijke subfertiliteit op basis van hypogonadotroop hypogonadisme (CHH), variaties in de geslachtelijke ontwikkeling (DSD), gonadale dysgenesie, extreme hypospadie of cryptorchisme wordt NIET behandeld in deze module. Voor een aantal van deze (veelal) endocrinologische oorzaken van mannelijke subfertliteit zijn specifieke genetische panels beschikbaar (o.a. genpanels voor CHH en DSD) die door de uroloog, gynaecoloog of endocrinoloog aangevraagd kunnen worden. Voor diagnostische en behandelopties bij o.a. CHH worden aanbevelingen op basis van gemeengoed en expert opinion gedaan in module Endocrinologische diagnostiek en module Hypogonadisme van deze richtlijn. Andere relevante richtlijnen voor deze endocrinologische oorzaken van mannelijke subfertiliteit zijn de Leidraad hypogonadisme van de NVE en de richtlijn DSD van de NVK.

 

Ook de mogelijkheid van epi-genetische studies die methylatiepatronen in spermacellen onderzoeken wordt NIET behandeld in deze module, omdat dit in de Nederlandse praktijk niet diagnostisch wordt aangeboden en een afwijkend patroon vooralsnog geen klinische consequenties heeft.

 

Counseling van genetische diagnostiek voorafgaand aan aanvragen bij afwijkende semenanalyse (pre-test counseling) 

Diverse genetische afwijkingen kunnen een oorzaak zijn van mannelijke subfertiliteit en een aantal daarvan kunnen ook gevolgen hebben voor patiënt zelf, zijn nageslacht of familieleden (Lilford, 1994; van Golde, 2004). Bekende en nog onbekende genetische afwijkingen kunnen met geassisteerde voortplantingstechnieken doorgegeven worden aan het nageslacht. Pretest counseling van de patiënt is essentieel: voorafgaand aan de diagnostiek naar genetische oorzaken dient dan ook met het paar besproken te worden welke consequenties deze diagnostiek voor de desbetreffende man, het paar en overige familieleden kan hebben (het verkrijgen van informed consent). De counseling kan worden afgestemd tussen hoofdbehandelaar die het onderzoek in samenspraak met de patiënt uitvoert en de klinisch genetici en laboratoriumspecialisten door wie het onderzoek wordt uitgevoerd en geïnterpreteerd. Zie voor de aspecten die minimaal tijdens een genetische pretest counseling aan bod dienen te komen ook de leidraad van de VKGN uit 2023 (Leidraad aanvragen genetische diagnostiek in de kiembaan door niet klinisch genetische zorgprofessionals.pdf (vkgn.org)). In specifieke gevallen, bijv. als er na anamnese verdenking is op een multisysteem aandoening waarvan subfertiliteit een onderdeel is of bij familiaire subfertiliteit kan het aangewezen zijn de pretest counseling uit te laten voeren door de klinisch geneticus (zie ook aanbeveling 2).

 

Informed consent moet worden gedocumenteerd in het elektronisch patiëntendossier. Een goed geïnformeerde patiënt die genetisch onderzoek weigert kan niet worden uitgesloten van management van zijn aandoening. Het multidisciplinaire behandelteam kan wel een negatief behandeladvies geven bij onvolledige work-up waarbij mogelijke risico’s voor eventueel nageslacht niet in kaart gebracht zijn. Mogelijke risico’s voor het nageslacht dienen door het multidisciplinair behandelteam meegenomen te worden bij besluitvorming en het opstellen van het behandelplan.

 

Genetische diagnostiek bij azoöspermie en extreme oligozoöspermie zonder verdenking op CBAVD/CUAVD

Numerieke (bijvoorbeeld Klinefelter syndroom (47,XXY)) en structurele afwijkingen aan het Y-chromosoom of andere chromosomen (bijvoorbeeld een translocatie tussen chromosomen 13 en 14) worden gevonden bij 2-4% van de mannen met een extreme oligozoöspermie en bij 20% van de mannen met een niet-obstructieve azoöspermie (Tuerlings, 1998; Vincent, 2002; Majzoub, 2022; Marzouni, 2022). Aangezien chromosoomafwijkingen consequenties kunnen hebben voor de kans op een succesvolle TESE en/of ICSI-behandeling en in enkele gevallen consequenties kunnen hebben voor het nageslacht, is een niet-obstructieve azoöspermie en een extreme oligozoöspermie een reden om een karyogram te verrichten (Souter, 1998).

 

De prevalentie van AZoospermia Factor (AZF) deleties op de lange arm van het Y-chromosoom is ongeveer 3% bij mannen met een azoöspermie of een extreme oligozoöspermie (Skaletsky, 2003; Pryor, 1997; Johnson, 1998; Krausz, 1999; Signore, 2020; Krausz, 2023).

 

Een complete deletie van de AZF-a of AZF-b regio is een contra-indicatie voor TESE (Krausz, 2023), omdat deze resulteren in een histologisch Sertoli cell-only beeld of germ cell arrest, en de kans op een succesvolle TESE daarmee vrijwel nihil is. De kans op een succesvolle TESE bij een complete deletie van de AZF-c regio is ~50%, tenzij er ook een 45,X cellijn aanwezig is (mozaïek 45,X/46,XY karyotype), waarbij de kans lager wordt (Jaruzelska, 2001; Yuen, 2021). Karyotypering dient dan ook altijd uitgevoerd te worden indien er een complete AZF-c deletie wordt aangetoond (Krausz, 2023). Een complete AZF-c deletie wordt met MAR altijd doorgegeven aan het mannelijk nageslacht, dat daarmee ook subfertiel zal zijn.

 

Internationale richtlijnen hanteren verschillende grenzen waaronder wordt aanbevolen karyotypering en screening naar AZF-deleties te verrichten. Om een goede balans tussen kosten-effectiviteit en diagnostische opbrengst te houden, neemt de werkgroep het advies van de vorige Nederlandse richtlijn over, te weten het verrichten van karyotypering en screening naar AZF-deleties bij azoöspermie en extreme oligozoöspermie (<1 miljoen spermatozoa per ml ejaculaat).

 

Middels copy number variant (CNV) analyse (onderzoek naar deleties/duplicaties) kunnen de veelvoorkomende geslachtschromosomale oorzaken (Klinefelter syndroom, idic(Y), XX-male, AZF-deleties) ook opgespoord worden. Het is aan het laboratorium om te bepalen welke techniek wordt gebruikt voor het detecteren van deze CNVs en van gebalanceerde reciproke translocaties. Het detecteren van een gebalanceerde Robertsoniaanse translocatie is momenteel nog niet mogelijk met andere technieken dan conventionele karyotypering (Schober, 2024). Omdat de aanwezigheid van een gebalanceerde Robertsoniaanse translocatie een verhoogd risico geeft op herhaalde miskramen danwel een ernstig aangedaan kind bij een voortgaande zwangerschap, beveelt de werkgroep aan om naast het genpanel en AZF-deletie screening vooralsnog ook klassieke karyotypering in te zetten bij azoöspermie en extreme oligozoöspermie. Indien in de nabije toekomst alle gebalanceerde translocaties (zowel reciproke als Robertsoniaanse) gedetecteerd kunnen worden met next generation genetische technieken (bijv. long read genoomsequencing of optical genome mapping) kan door het laboratorium besloten worden een andere techniek dan conventionele karyotypering te gebruiken om deze afwijkingen aan te tonen.

 

Recente studies hebben laten zien dat in 9-20% van de mannen met azoöspermie of extreme oligozoöspermie zonder chromosomale afwijkingen, AZF-deleties of CFTR-varianten, pathogene varianten kunnen worden gevonden in een gen betrokken in de spermatogenese (Kherraf, 2022; Tang, 2022; Ghieh, 2022; Nagirnaja, 2022). Het inzetten van een genpanel voor mannen met azoöspermie of extreme oligozoöspermie is dan ook aanbevolen naast karyotypering en AZF-deletie screening; de onderliggende sequencing techniek en de inhoud van het genpanel kan per genetisch diagnostisch laboratorium worden bepaald o.b.v expert opinion van de desbetreffende laboratoriumspecialist klinische genetica. Het is wenselijk om de inhoud van de genpanels te uniformeren in Nederland.

 

Indien een azoöspermie gepaard gaat met een laag volume (<1 mL) en (met name) een laag pH (<7,2) is dit een aanwijzing zijn voor CBAVD, ook wanneer er beiderzijds een vas deferens gevoeld is bij lichamelijk onderzoek (Smits, 2019). Zie volgende paragraaf voor verdere diagnostiek.

 

Naast het vaststellen van de oorzaak van de mannelijke subfertiliteit en daarmee de “waarom?”-vraag van het koppel te beantwoorden, kan het vinden van pathogene varianten in een specifiek gen in enkele gevallen ook leiden tot aanpassen van advies over behandelopties of uitkomsten, bijv. wel of geen TESE uitvoeren op basis van de kans op aanwezigheid van zaad in het testisbiopt. Echter, het aantal beschreven patiënten met varianten in een specifiek gen is vaak nog relatief klein, waardoor er na een genetische diagnose niet altijd een gericht (behandel)advies te geven is.

 

Genetische diagnostiek bij verdenking op CBAVD/CUAVD o.b.v. lichamelijk onderzoek, laag volume en/of laag pH

Obstructieve azoöspermie als gevolg van congenitale bilaterale of unilaterale afwezigheid van de vas deferens (CBAVD/CUAVD) is o.a. geassocieerd met varianten in het CFTR-gen (OMIM #602421), welke ook worden gevonden bij taaislijmziekte (cystische fibrosis, CF) (De Braekeleer, 1996; Bieniek, 2021) Bij verdenking op CBAVD/CUAVD wordt dan ook geadviseerd het CFTR-gen te screenen. Alleen lichamelijk onderzoek blijkt regelmatig niet voldoende om CBAVD uit te sluiten (Smits, 2019): het resultaat van de semenanalyse (combinatie van azoöspermie, een laag volume (<1,0 mL) en (met name) een laag pH (<7,2) zonder afwijkend lichamelijk onderzoek is daarom al voldoende indicatie voor analyse van het alleen CFTR gen (optie A in het flowschema in de bijlagen bij deze module). Indien CFTR-diagnostiek geen oorzaak oplevert, is er een indicatie voor aanvullende genetische diagnostiek (o.a.a ADGRG2 gen); om tijd te besparen en afhankelijk van de gebruikte technieken in het genoomdiagnostisch laboratorium, kan dit ook simultaan gebeuren of kan het CFTR-gen in het genpanel opgenomen worden (optie B in het flowschema in de bijlagen bij deze module).

Omdat bekend is dat bij CBAVD patiënten vaak een zeldzame variant naast een veelvoorkomende variant wordt aangetoond in het CFTR gen, heeft het de voorkeur om het gehele gen te screenen (Claustres, 2000; Giuliani, 2010; Smits, 2019) en niet enkel de veelvoorkomende  varianten (hierin wordt weloverwogen afgeweken van de European best practice guideline voor CFTR diagnostiek uit 2009 die nadien niet is gereviseerd (Dequeker, 2009)).

 

Indien klinisch relevante varianten in het CFTR-gen worden aangetoond, beveelt de werkgroep aan om post-test counseling uit te laten voeren door een klinisch geneticus, aangezien het zinvol is om symptomen passend bij milde cystische fibrose danwel CFTR-gerelateerde ziektes bij de man in kaart te brengen en het belang van onderzoek van familieleden van de aangedane man toe te lichten. Zo nodig kan een man verwezen worden naar een longarts verbonden aan een CF-expertisecentrum.

Gezien de hoge dragerschapsfrequentie voor CF (1/30 in de West-Europese, witte bevolking) en de risico’s op taaislijmziekte bij het nageslacht, dient bij de man waarbij een variant wordt aangetoond die ook cystische fibrose kan veroorzaken, de partner tevens gescreend te worden op pathogene varianten in het CFTR-gen (Dequeker, 2009). Dit onderzoek bij de partner kan aangevraagd worden nadat de dragerschap bij de man is aangetoond, waarbij counseling door een klinisch geneticus noodzakelijk is (zie ook de Leidraad aanvragen genetische diagnostiek in de kiembaan door niet klinisch genetische zorgprofessionals.pdf (vkgn.org))). Het multidisciplinaire behandelteam kan ervoor kiezen onderling afspraken te maken over wie het materiaal van de partner instuurt, wie de uitslag bespreekt, en wanneer de counseling door de klinisch geneticus plaatsvindt. De werkgroep adviseert het fertiliteitstraject te pauzeren totdat de uitslag van het dragerschapsonderzoek bij de partner bekend is.

 

Genetische diagnostiek bij asthenozoöspermie, teratozoöspermie of (herhaalde) total fertilization failure

Gestandaardiseerde klinische validiteitsbeoordelingen (“clinical validity assessments”) en systematische reviews hebben laten zien dat >50 genen betrouwbaar geassocieerd kunnen worden met afwijkende zaad(cel)motiliteit dan wel -morfologie (resp. astheno- en teratozoöspermie;) en total fertilization failure (TFF) na ICSI (Marzouni, 2022; Lin, 2021; Marzouni, 2021; Rhouma, 2019; Oud, 2022; Amor, 2022; Houston, 2022; Robay, 2018; Nagirnaja, 2022; Wyrwoll, 2023; Oud, 2019; Xie, 2022). Zie voor definities ook tabel 1. Een astheno- of teratozoöspermie gaat vaak, maar niet altijd, samen met een oligozoöspermie (<5 miljoen zaadcellen in het totale ejaculaat); in enkele gevallen, bijv. bij het doofheid-infertiliteit syndroom, kan echter alleen een asthenozoöspermie (in combinatie met een normozoöspermie) gezien worden.

 

De werkgroep beveelt aan om genetisch onderzoek te verrichten naar pathogene varianten in genen geassocieerd met asthenozoöspermie of teratozoöspermie (zie voor definities ook tabel 1): bij enkele specifieke subtypes kan zelfs in de meerderheid van de patiënten een genetische oorzaak gevonden worden (bijvoorbeeld Multiple Morphological Abnormalities of the Sperm Flagellum (MMAF; tot wel 50% verklaard) of globozoöspermie (tot wel 80% verklaard)). Het is belangrijk te vermelden dat genetische varianten ook partiële asthenozoöspermie en polymorfe, niet geïsoleerde teratozoöspermie kunnen geven.

 

Bij de meeste genen geassocieerd met TFF wordt ook een astheno- en/of teratozoöspermie gezien (globozoöspermie bij DPY19L2, amorfe koppen bij ACTL7A) en is er op basis daarvan al een indicatie voor genetische diagnostiek, maar bij variantien in het PLZC1 gen, het meest beschreven gen bij TFF, worden meestal geen morfologische afwijkingen gezien. De werkgroep beveelt daarom aan om, als er geen structurele afwijkingen worden gezien aan de spermatozoa en wanneer een vrouwelijke factor uitgesloten is (denk bijv. aan de leeftijd van de vrouw of aan ICSI met suboptimale stimulatie, onrijpe of afwijkende eicellen of, indien gedaan, een negatief genpanel bij de vrouw), genetische diagnostiek middels een genpanel uit te voeren bij de man.

 

De onderliggende sequencing techniek en de inhoud van het genpanel kan per genetisch diagnostisch laboratorium worden bepaald o.b.v. expert opinion van de desbetreffende laboratoriumspecialist klinische genetica. Het is wenselijk om de inhoud van de genpanels te uniformeren in Nederland.

 

Naast het vaststellen van de oorzaak van de mannelijke subfertiliteit en daarmee de “waarom?”-vraag van het koppel te beantwoorden, kan het vinden van pathogene varianten in een specifiek gen in enkele gevallen ook leiden tot aanpassen van het MAR type. Als voorbeeld worden pathogene varianten in CATSPER2 (al dan niet als onderdeel van het doofheid-infertiliteit syndroom) genoemd, waardoor het de zaadcellen ontbreekt aan hyperactivatie en penetratie van de zona pellucida niet mogelijk is, met als gevolg dat natuurlijke conceptie en conceptie na IUI of IVF zullen falen en ICSI nodig is. Een ander voorbeeld zijn pathogene varianten in het AURKC gen (vaker voorkomend in de Noord-Afrikaanse populatie), welke macrozoöspermie veroorzaken en zaadcellen zeer vaak aneuploïde zijn, en waarbij een traject met eigen zaad afgeraden moet worden. Verder kan bijv. bij een extreme oligozoöspermie zonder motiele zaadcellen na genetische bevestiging dat het een MMAF betreft, met een korte onthoudingstijd vaak toch voldoende spermatozoa voor ICSI verkregen worden en kan een TESE voorkomen worden (expert opinion).

 

Ook kan een genetische diagnose een indicatie stellen voor een andere behandelvormen dan standaard ICSI, zoals eicelactivatie voorafgaand aan ICSI, bij ernstige vormen van teratozoöspermie (zoals globozoöspermie), of total fertilization failure door bijv. genetische afwijkingen in het PLZC1 gen.

 

Omdat het aantal beschreven patiënten met varianten in een specifiek gen vaak nog relatief klein is, is er na een genetische diagnose niet altijd een advies te geven over behandelopties of behandeluitkomsten (bijv. wel of geen eicelactivatie bij ICSI).

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Het is belangrijk de patiënt en zijn partner goed te informeren over het doel en de mogelijke uitkomsten van genetisch onderzoek. Het vinden van een genetische oorzaak voor de mannelijke subfertiliteit kan antwoord geven op de vraag waarom een koppel onvruchtbaar is, kan de zorgverlener helpen in het bepalen van welke behandeling toegepast moet worden, kan duidelijkheid geven over risico’s voor nakomelingen of andere familieleden en kan mogelijke risico’s op co-morbiditeiten voor de man blootleggen (bijv. bij een multisysteem aandoening met infertiliteit als onderdeel). De diagnose of behandeling van een multisysteem aandoening kan de kwaliteit van leven kan verbeteren.

 

Zie verder ook de alinea over waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten).

 

Kwaliteit van bewijs

De werkgroep heeft een oriënterende literatuurstudie uitgevoerd naar de indicaties voor genetisch onderzoek bij afwijkende uitslagen van het semenonderzoek. De overwegingen in deze module zijn gebaseerd op de bevindingen uit deze verkennende zoekopdracht en op basis van expert opinion. De formulering van de uitgangsvraag en de bijbehorende adviezen zijn tot stand gekomen in samenspraak met de volledige richtlijnwerkgroep.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun partner)

Het is belangrijk de patiënt en zijn partner goed te informeren over het doel en de mogelijke uitkomsten van genetisch onderzoek tijdens de pretest counseling.

Het uitvoeren van genetisch onderzoek kan inzicht geven in de oorzaak van de subfertiliteit.

 

Het vinden van een genetische oorzaak kan helpen bij de acceptatie van de aandoening en inzicht geven in de pathofysiologie. Hierdoor kunnen er gerichte behandeladviezen volgen en is er soms reden om aanvullend onderzoek te doen, bv als het beschreven gen naast subfertiliteit geassocieerd is met andere aandoeningen. Ook is afhankelijk van de bevindingen (pathogeniciteit van de variant, type overerving) soms familieonderzoek mogelijk.

 

Mogelijke ongewenste effecten zijn bij deze specifieke genetische diagnostiek laag. Er is een kans op het vinden van dragerschap van bepaalde aandoeningen, zoals cystische fibrose, zonder dat deze de aandoening verklaart. In die situatie is aanvullend (familie)onderzoek nodig. Ook kan bij het genetisch onderzoek een variant van onbekende betekenis worden gevonden of een aanleg voor een andere ziekte dan de infertiliteit (nevenbevinding). Goede pretest en posttest counseling is van belang om de patiënt hierop voor te bereiden, en de klinische relevantie van de bevinding met patiënt te bespreken (zie ook de Leidraad aanvragen genetische diagnostiek in de kiembaan door niet klinisch genetische zorgprofessionals.pdf (vkgn.org))).

 

Uitslagen van genetisch onderzoek kunnen psychosociale en maatschappelijke consequenties hebben. Voor meer informatie over verzekeringen en erfelijke ziektes, zie

https://erfelijkheid.nl/erfelijk-en-dan/verzekeringen-en-erfelijke-ziektes

 

Kostenaspecten

De interventie levert meer kosten ten opzichte van de adviezen uit de vorige richtlijn. Dit weegt wel op tegen het verschil in effectiviteit, omdat meer genetische diagnoses gesteld kunnen worden, ook in patiënten voor wie tot op heden geen genetische diagnostiek geïndiceerd was, waardoor o.a. behandeltrajecten effectiever aangepast kunnen worden.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Genetische diagnostiek leidt tot een toename van gezondheidsgelijkheid, omdat bij vermoeden op genetische aanleg ook daadwerkelijk onderzoek kan worden uitgevoerd, net als bij vermoeden op andere (zeldzame) erfelijke aandoeningen waar genetisch onderzoek gebruikelijk is (zoals ontwikkelingsachterstand, hartaandoeningen, etc.).

 

Genetisch onderzoek is beschikbaar in Nederland en wordt vergoed vanuit het basispakket. Hoewel diagnostiek middels een genpanel niet in alle centra wordt aangeboden, kan dit door alle specialisten worden aangevraagd, ook van buiten de regio van de centra die het onderzoek uitvoeren.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

De diagnostiek lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren. Genetisch onderzoek is bij vermoeden op een genetische aanleg veelal opgenomen in de mainstream diagnostiek; de patiënt kan afzien van genetisch onderzoek indien gewenst.

 

Duurzaamheid

Bij de interventie spelen duurzaamheidsaspecten geen rol.

 

Haalbaarheid

De werkgroep voorziet geen belemmeringen rondom haalbaarheid. Genetische diagnostiek is over het algemeen al standaardzorg, daar komt nu uitbreiding bij met genpanelanalyse.

 

Rationale van aanbeveling-1

De werkgroep is van mening dat genetische diagnostiek verricht moet worden bij (bij herhaling) afwijkende semenanalyse. De diagnostische opbrengst kan mogelijk verdubbeld worden, omdat een genpanel niet alleen genetische oorzaken kan detecteren bij semenafwijkingen anders dan azoöspermie of extreme oligozoöspermie (waarvoor tot op heden geen genetische diagnostiek was geïndiceerd), maar ook monogene oorzaken voor azoöspermie of extreme oligozoöspermie kan detecteren die hiervoor niet onderzocht werden. Een genetische diagnose helpt de zorgprofessional in de counseling voor MAR opties, kan het risico op co-morbiditeiten benadrukken en helpt in het inschatten van het risico voor het nageslacht of familieleden.

 

Zie flowchart in deze module voor de aanbeveling welke genetische test in te zetten bij welk resultaat van de semenanalyse.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor het verrichten van genetische diagnostiek bij mannelijke subfertiliteit.

 

Rationale van aanbeveling-2

De werkgroep is van mening dat indien er bij genetisch onderzoek een afwijking wordt gevonden, overleg met of verwijzing naar een klinisch geneticus voor genetische counseling aanbevolen is. Het is van belang om als multidisciplinair behandelteam hier duidelijke afspraken over te maken. Indien er na anamnese verdenking is op een multisysteem aandoening waarvan subfertiliteit een onderdeel is (bijv. verdenking op primaire ciliaire dyskinesie of doofheid-infertiliteit syndroom), of bij familiaire infertiliteit kan al voordat genetische diagnostiek ingezet wordt een verwijzing naar een klinisch geneticus overwogen worden.

 

De werkgroep is van mening dat indien er sprake is van naaste of verre verwantschap bij het wenspaar (consanguïniteit), het aanbevolen is om te overleggen met of te verwijzen naar een klinisch geneticus voor genetische counseling, omdat er een verhoogd risico is op het krijgen van kinderen met een autosomaal recessief ziektebeeld.

 

Veel van de genen die zijn geassocieerd met niet-syndromale subfertiliteit erven autosomaal recessief over en kennen een zeer lage dragerschapsfrequentie. Het risico op een aangedane zoon met eenzelfde klinisch beeld (mannelijke subfertiliteit) is dan ook klein. Voor broers, in een enkel geval zussen (indien een gen ook geassocieerd is met bijv. primaire ovariële insufficiëntie) en voor overige familieleden, is er mogelijk wel een verhoogd risico.

 

Het aanvragen van genetische diagnostiek bij mensen zonder symptomen (presymptomatisch onderzoek) of dragerschapsonderzoek bij autosomaal recessieve ziektebeelden is een bevoegdheid die valt onder de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen (WBMV), regeling Planningsbesluit klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering. Zie ook de Leidraad aanvragen genetische diagnostiek in de kiembaan door niet klinisch genetische zorgprofessionals.pdf (vkgn.org))).

 

De noodzaak van genetisch onderzoek bij overige familieleden wordt besproken tijdens een genetische counseling. Familieleden kunnen via hun huisarts verwezen worden indien genetisch onderzoek bij hen geïndiceerd is.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor het overleggen met of verwijzen naar een klinisch geneticus bij een aangetoonde genetische afwijking, indien dragerschapsonderzoek bij de partner van de patiënt geïndiceerd is, of wanneer er sprake is van consanguïniteit bij het paar. Overweeg verwijzing naar een klinische geneticus voor nadere genetische diagnostiek indien er na anamnese verdenking is op een multisysteem aandoening waarvan subfertiliteit een onderdeel is.

Onderbouwing

Several genetic factors play a role in male infertility; e.g. chromosomal abnormalities (Klinefelter syndrome), Y chromosome microdeletions (AZF region), genetic mutations (e.g. in CFTR) (Majzoub, 2022). In recent years, the investigation of monogenetic causes and epigenetic factors has revealed further insights into the background of male infertility (Marzouni, 2022; Linn, 2021; Marzouni, 2021; Rhouma, 2019; Oud, 2022; Amor, 2022; Houston, 2022; Robay, 2018; Nagirnaja, 2022; Wyrwoll, 2023; Oud, 2019 & Xie, 2022). 

 

The previous urology guidelines indicate that patients with extreme oligozoospermia and azoospermia should be tested for chromosomal imbalances (with karyotyping), AZF deletions and/or CFTR variants. For other sperm abnormalities, like severe oligoasthenoteratozoospermia, multiple morphological abnormalities of the sperm flagella (MMAF), macrozoospermia, or globozoospermia, no genetic diagnostics were recommended, even though more than 100 genes are confidentially linked to these types of male infertility (Wang, 2022; Sudhakar, 2021; Heidary, 2020; Crafa, 2022; Wei, 2024; Mazaheri, 2021; Cavarocchi, 2022; Houston, 2022). Adding a multigene panel to standard screening in male infertility could significantly improve the diagnostic yield of genetic testing. For a subset of genetic causes, the knowledge about this can provide guidance in the choice as to which medically assisted reproduction (MAR) type to apply, e.g. no TESE at all in case of AFZa or AZFb deletions, ICSI instead of IUI/IVF in case of CATSPER2 variants, or artificial oocyte activation in combination with ICSI in case of globozoospermia or PLCZ1 variants. Moreover, some genetic causes of male infertility may be syndromic, necessitating screening for associated diseases, e.g. in primary ciliairy dyskinesia (PCD) (Newman, 2023) and some genetic causes may be transferable to the offspring in case MAR is successful (Mikec, 2022).

To answer our clinical question, a systematic literature analysis was performed. This was an orientational search to examine which genetic testing is indicated in case of which abnormal semen analysis result.

P: patients Males with subfertility
I: intervention Genetic testing, (non)obstructive azoospermia, severe oligozoospermia, severe asthenozoospermia, severe teratozoospermia, severe oligoasthenoteratozoospermia, globozoospermia, macrozoospermia, or fertilization failure after ICSI
C: control Not applicable
O: outcome measure Not applicable

Relevant outcome measures

The guideline development group did not formulate relevant outcome measures for this orientational search.

 

Search and select (Methods)

The database Embase (via Embase.com) was searched from 2010 to 22-02-2024 using relevant search terms for systematic reviews (SRs), randomized controlled trials (RCTs) and observational studies (OBS). The detailed search strategy of this orientational search is depicted under the tab Methods. The literature search resulted in 2611 hits.  The screening of abstracts was performed in the same manner as for a PICO oriented search as described in the tab ‘Verantwoording’. Due to the large number of hits, we started title abstract screening of SRs only (356 abstracts). A total of 63 abstract of SRs, which were about genetic evaluations on genomic DNA in representative cohorts of males with infertility due to a severe seme phenotype, were selected. Based on the literature, the narrative review shown below was written by the guideline committee.

  1. Amor H, Hammadeh ME. A Systematic Review of the Impact of Mitochondrial Variations on Male Infertility. Genes (Basel). 2022 Jun 30;13(7):1182. doi: 10.3390/genes13071182. PMID: 35885965; PMCID: PMC9325252.
  2. Cavarocchi E, Whitfield M, Saez F, Touré A. Sperm Ion Transporters and Channels in Human Asthenozoospermia: Genetic Etiology, Lessons from Animal Models, and Clinical Perspectives. Int J Mol Sci. 2022 Apr 1;23(7):3926. doi: 10.3390/ijms23073926. PMID: 35409285; PMCID: PMC8999829.
  3. Claustres M, Guittard C, Bozon D, Chevalier F, Verlingue C, Ferec C, Girodon E, Cazeneuve C, Bienvenu T, Lalau G, Dumur V, Feldmann D, Bieth E, Blayau M, Clavel C, Creveaux I, Malinge MC, Monnier N, Malzac P, Mittre H, Chomel JC, Bonnefont JP, Iron A, Chery M, Georges MD. Spectrum of CFTR mutations in cystic fibrosis and in congenital absence of the vas deferens in France. Hum Mutat. 2000;16(2):143-56. doi: 10.1002/1098-1004(200008)16:2<143::AID-HUMU7>3.0.CO;2-J. PMID: 10923036.
  4. Crafa A, Condorelli RA, La Vignera S, Calogero AE, Cannarella R. Globozoospermia: A Case Report and Systematic Review of Literature. World J Mens Health. 2023 Jan;41(1):49-80. doi: 10.5534/wjmh.220020. Epub 2022 Jul 6. PMID: 36047070; PMCID: PMC9826911.
  5. De Braekeleer M, Férec C. Mutations in the cystic fibrosis gene in men with congenital bilateral absence of the vas deferens. Mol Hum Reprod. 1996 Sep;2(9):669-77. doi: 10.1093/molehr/2.9.669. PMID: 9239681.
  6. Dequeker E, Stuhrmann M, Morris MA, Casals T, Castellani C, Claustres M, Cuppens H, des Georges M, Ferec C, Macek M, Pignatti PF, Scheffer H, Schwartz M, Witt M, Schwarz M, Girodon E. Best practice guidelines for molecular genetic diagnosis of cystic fibrosis and CFTR-related disorders--updated European recommendations. Eur J Hum Genet. 2009 Jan;17(1):51-65. doi: 10.1038/ejhg.2008.136. Epub 2008 Aug 6. PMID: 18685558; PMCID: PMC2985951.
  7. Ghieh F, Barbotin AL, Swierkowski-Blanchard N, Leroy C, Fortemps J, Gerault C, Hue C, Mambu Mambueni H, Jaillard S, Albert M, Bailly M, Izard V, Molina-Gomes D, Marcelli F, Prasivoravong J, Serazin V, Dieudonne MN, Delcroix M, Garchon HJ, Louboutin A, Mandon-Pepin B, Ferlicot S, Vialard F. Whole-exome sequencing in patients with maturation arrest: a potential additional diagnostic tool for prevention of recurrent negative testicular sperm extraction outcomes. Hum Reprod. 2022 May 30;37(6):1334-1350. doi: 10.1093/humrep/deac057. PMID: 35413094; PMCID: PMC9156845.
  8. Giuliani R, Antonucci I, Torrente I, Grammatico P, Palka G, Stuppia L. Identification of the second CFTR mutation in patients with congenital bilateral absence of vas deferens undergoing ART protocols. Asian J Androl. 2010 Nov;12(6):819-26. doi: 10.1038/aja.2010.58. Epub 2010 Jul 26. PMID: 20657600; PMCID: PMC3739074.
  9. van Golde RJ, van der Avoort IA, Tuerlings JH, Kiemeney LA, Meuleman EJ, Braat DD, Kremer JA. Phenotypic characteristics of male subfertility and its familial occurrence. J Androl. 2004 Sep-Oct;25(5):819-23. doi: 10.1002/j.1939-4640.2004.tb02860.x. PMID: 15292115.
  10. Heidary Z, Saliminejad K, Zaki-Dizaji M, Khorram Khorshid HR. Genetic aspects of idiopathic asthenozoospermia as a cause of male infertility. Hum Fertil (Camb). 2020 Jun;23(2):83-92. doi: 10.1080/14647273.2018.1504325. Epub 2018 Sep 9. PMID: 30198353.
  11. Houston BJ, Riera-Escamilla A, Wyrwoll MJ, Salas-Huetos A, Xavier MJ, Nagirnaja L, Friedrich C, Conrad DF, Aston KI, Krausz C, Tüttelmann F, O'Bryan MK, Veltman JA, Oud MS. A systematic review of the validated monogenic causes of human male infertility: 2020 update and a discussion of emerging gene-disease relationships. Hum Reprod Update. 2021 Dec 21;28(1):15-29. doi: 10.1093/humupd/dmab030. PMID: 34498060; PMCID: PMC8730311.
  12. Jaruzelska J, Korcz A, Wojda A, Jedrzejczak P, Bierla J, Surmacz T, Pawelczyk L, Page DC, Kotecki M. Mosaicism for 45,X cell line may accentuate the severity of spermatogenic defects in men with AZFc deletion. J Med Genet. 2001 Nov;38(11):798-802. doi: 10.1136/jmg.38.11.798. PMID: 11732492; PMCID: PMC1734763.
  13. Johnson MD. Genetic risks of intracytoplasmic sperm injection in the treatment of male infertility: recommendations for genetic counseling and screening. Fertil Steril. 1998 Sep;70(3):397-411. doi: 10.1016/s0015-0282(98)00209-x. PMID: 9757865.
  14. Kherraf ZE, Cazin C, Bouker A, Fourati Ben Mustapha S, Hennebicq S, Septier A, Coutton C, Raymond L, Nouchy M, Thierry-Mieg N, Zouari R, Arnoult C, Ray PF. Whole-exome sequencing improves the diagnosis and care of men with non-obstructive azoospermia. Am J Hum Genet. 2022 Mar 3;109(3):508-517. doi: 10.1016/j.ajhg.2022.01.011. Epub 2022 Feb 15. PMID: 35172124; PMCID: PMC8948161.
  15. Krausz C, Quintana-Murci L, Barbaux S, Siffroi JP, Rouba H, Delafontaine D, Souleyreau-Therville N, Arvis G, Antoine JM, Erdei E, Taar JP, Tar A, Jeandidier E, Plessis G, Bourgeron T, Dadoune JP, Fellous M, McElreavey K. A high frequency of Y chromosome deletions in males with nonidiopathic infertility. J Clin Endocrinol Metab. 1999 Oct;84(10):3606-12. doi: 10.1210/jcem.84.10.6040. PMID: 10523003.
  16. Krausz C, Quintana-Murci L, McElreavey K. Prognostic value of Y deletion analysis: what is the clinical prognostic value of Y chromosome microdeletion analysis? Hum Reprod. 2000 Jul;15(7):1431-4. doi: 10.1093/humrep/15.7.1431. PMID: 10875846.
  17. Lilford R, Jones AM, Bishop DT, Thornton J, Mueller R. Case-control study of whether subfertility in men is familial. BMJ. 1994 Sep 3;309(6954):570-3. doi: 10.1136/bmj.309.6954.570. PMID: 8086942; PMCID: PMC2541440.
  18. Linn E, Ghanem L, Bhakta H, Greer C, Avella M. Genes Regulating Spermatogenesis and Sperm Function Associated With Rare Disorders. Front Cell Dev Biol. 2021 Feb 16;9:634536. doi: 10.3389/fcell.2021.634536. PMID: 33665191; PMCID: PMC7921155.
  19. Majzoub A, Arafa M, Clemens H, Imperial J, Leisegang K, Khalafalla K, Agarwal A, Henkel R, Elbardisi H. A systemic review and meta-analysis exploring the predictors of sperm retrieval in patients with non-obstructive azoospermia and chromosomal abnormalities. Andrologia. 2022 Apr;54(3):e14303. doi: 10.1111/and.14303. Epub 2021 Nov 2. PMID: 34729809.
  20. Marzouni, E. T., Harchegani, A. B., & Layali, I. (2021). Chromosomal aneuploidies and associated rare genetic syndromes involved in male infertility.
  21. Marzouni ET, Ilkhani H, Harchegani AB, Shafaghatian H, Layali I, Shahriary A. Epigenetic modifications, a new approach to male infertility etiology: a review. Int J Fertil Steril. 2022;16(1):1.
  22. Mazaheri Moghaddam M, Mazaheri Moghaddam M, Hamzeiy H, Baghbanzadeh A, Pashazadeh F, Sakhinia E. Genetic basis of acephalic spermatozoa syndrome, and intracytoplasmic sperm injection outcomes in infertile men: a systematic scoping review. J Assist Reprod Genet. 2021 Mar;38(3):573-586. doi: 10.1007/s10815-020-02008-w. Epub 2021 Jan 15. PMID: 33452591; PMCID: PMC7910383.
  23. Mikec Š, Kolenc Ž, Peterlin B, Horvat S, Pogorevc N, Kunej T. Syndromic male subfertility: A network view of genome-phenome associations. Andrology. 2022 May;10(4):720-732. doi: 10.1111/andr.13167. Epub 2022 Mar 15. PMID: 35218153; PMCID: PMC9314622.
  24. Nagirnaja L, Lopes AM, Charng WL, Miller B, Stakaitis R, Golubickaite I, Stendahl A, Luan T, Friedrich C, Mahyari E, Fadial E, Kasak L, Vigh-Conrad K, Oud MS, Xavier MJ, Cheers SR, James ER, Guo J, Jenkins TG, Riera-Escamilla A, Barros A, Carvalho F, Fernandes S, Gonçalves J, Gurnett CA, Jørgensen N, Jezek D, Jungheim ES, Kliesch S, McLachlan RI, Omurtag KR, Pilatz A, Sandlow JI, Smith J, Eisenberg ML, Hotaling JM, Jarvi KA, Punab M, Rajpert-De Meyts E, Carrell DT, Krausz C, Laan M, O'Bryan MK, Schlegel PN, Tüttelmann F, Veltman JA, Almstrup K, Aston KI, Conrad DF. Diverse monogenic subforms of human spermatogenic failure. Nat Commun. 2022 Dec 26;13(1):7953. doi: 10.1038/s41467-022-35661-z. PMID: 36572685; PMCID: PMC9792524.
  25. Newman L, Chopra J, Dossett C, Shepherd E, Bercusson A, Carroll M, Walker W, Lucas JS, Cheong Y. The impact of primary ciliary dyskinesia on female and male fertility: a narrative review. Hum Reprod Update. 2023 May 2;29(3):347-367. doi: 10.1093/humupd/dmad003. PMID: 36721921; PMCID: PMC10152180.
  26. Pryor JL, Kent-First M, Muallem A, Van Bergen AH, Nolten WE, Meisner L, Roberts KP. Microdeletions in the Y chromosome of infertile men. N Engl J Med. 1997 Feb 20;336(8):534-9. doi: 10.1056/NEJM199702203360802. PMID: 9023089.
  27. Schobers G, Derks R, den Ouden A, Swinkels H, van Reeuwijk J, Bosgoed E, Lugtenberg D, Sun SM, Corominas Galbany J, Weiss M, Blok MJ, Olde Keizer RACM, Hofste T, Hellebrekers D, de Leeuw N, Stegmann A, Kamsteeg EJ, Paulussen ADC, Ligtenberg MJL, Bradley XZ, Peden J, Gutierrez A, Pullen A, Payne T, Gilissen C, van den Wijngaard A, Brunner HG, Nelen M, Yntema HG, Vissers LELM. Genome sequencing as a generic diagnostic strategy for rare disease. Genome Med. 2024 Feb 14;16(1):32. doi: 10.1186/s13073-024-01301-y. PMID: 38355605; PMCID: PMC10868087.
  28. Skaletsky H, Kuroda-Kawaguchi T, Minx PJ, Cordum HS, Hillier L, Brown LG, Repping S, Pyntikova T, Ali J, Bieri T, Chinwalla A, Delehaunty A, Delehaunty K, Du H, Fewell G, Fulton L, Fulton R, Graves T, Hou SF, Latrielle P, Leonard S, Mardis E, Maupin R, McPherson J, Miner T, Nash W, Nguyen C, Ozersky P, Pepin K, Rock S, Rohlfing T, Scott K, Schultz B, Strong C, Tin-Wollam A, Yang SP, Waterston RH, Wilson RK, Rozen S, Page DC. The male-specific region of the human Y chromosome is a mosaic of discrete sequence classes. Nature. 2003 Jun 19;423(6942):825-37. doi: 10.1038/nature01722. PMID: 12815422.
  29. Oud MS, Smits RM, Smith HE, Mastrorosa FK, Holt GS, Houston BJ, de Vries PF, Alobaidi BKS, Batty LE, Ismail H, Greenwood J, Sheth H, Mikulasova A, Astuti GDN, Gilissen C, McEleny K, Turner H, Coxhead J, Cockell S, Braat DDM, Fleischer K, D'Hauwers KWM, Schaafsma E; Genetics of Male Infertility Initiative (GEMINI) consortium; Nagirnaja L, Conrad DF, Friedrich C, Kliesch S, Aston KI, Riera-Escamilla A, Krausz C, Gonzaga-Jauregui C, Santibanez-Koref M, Elliott DJ, Vissers LELM, Tüttelmann F, O'Bryan MK, Ramos L, Xavier MJ, van der Heijden GW, Veltman JA. A de novo paradigm for male infertility. Nat Commun. 2022 Jan 10;13(1):154. doi: 10.1038/s41467-021-27132-8. PMID: 35013161; PMCID: PMC8748898.
  30. Oud MS, Volozonoka L, Smits RM, Vissers LELM, Ramos L, Veltman JA. A systematic review and standardized clinical validity assessment of male infertility genes. Hum Reprod. 2019 May 1;34(5):932-941. doi: 10.1093/humrep/dez022. PMID: 30865283; PMCID: PMC6505449.
  31. Ben Rhouma M, Okutman O, Muller J, Benkhalifa M, Bahri H, Ben Rhouma K, Tebourbi O, Viville S. Aspect génétique de l’infertilité masculine : de la recherche à la clinique [Genetic aspects of male infertility: From bench to clinic]. Gynecol Obstet Fertil Senol. 2019 Jan;47(1):54-62. French. doi: 10.1016/j.gofs.2018.11.004. Epub 2018 Dec 1. PMID: 30514637.
  32. Robay A, Abbasi S, Akil A, El-Bardisi H, Arafa M, Crystal RG, Fakhro KA. A systematic review on the genetics of male infertility in the era of next-generation sequencing. Arab J Urol. 2018 Feb 14;16(1):53-64. doi: 10.1016/j.aju.2017.12.003. PMID: 29713536; PMCID: PMC5922186.
  33. Smits RM, Oud MS, Vissers LELM, Lugtenberg D, Braat DDM, Fleischer K, Ramos L, D'Hauwers KWM. Improved detection of CFTR variants by targeted next-generation sequencing in male infertility: a case series. Reprod Biomed Online. 2019 Dec;39(6):963-968. doi: 10.1016/j.rbmo.2019.08.005. Epub 2019 Aug 22. PMID: 31672438.
  34. Souter VL, Penney G, Hopton JL, Templeton AA. Patient satisfaction with the management of infertility. Hum Reprod. 1998 Jul;13(7):1831-6. doi: 10.1093/humrep/13.7.1831. PMID: 9740434.
  35. Sudhakar DVS, Shah R, Gajbhiye RK. Genetics of Male Infertility - Present and Future: A Narrative Review. J Hum Reprod Sci. 2021 Jul-Sep;14(3):217-227. doi: 10.4103/jhrs.jhrs_115_21. Epub 2021 Sep 28. PMID: 34759610; PMCID: PMC8527069.
  36. Tang D, Li K, Geng H, Xu C, Lv M, Gao Y, Wang G, Yu H, Shao Z, Shen Q, Jiang H, Zhang X, He X, Cao Y. Identification of deleterious variants in patients with male infertility due to idiopathic non-obstructive azoospermia. Reprod Biol Endocrinol. 2022 Apr 2;20(1):63. doi: 10.1186/s12958-022-00936-z. Erratum in: Reprod Biol Endocrinol. 2022 May 20;20(1):79. doi: 10.1186/s12958-022-00950-1. PMID: 35366911; PMCID: PMC8976310.
  37. Tuerlings JH, de France HF, Hamers A, Hordijk R, Van Hemel JO, Hansson K, Hoovers JM, Madan K, Van der Blij-Philipsen M, Gerssen-Schoorl KB, Kremer JA, Smeets DF. Chromosome studies in 1792 males prior to intra-cytoplasmic sperm injection: the Dutch experience. Eur J Hum Genet. 1998 May-Jun;6(3):194-200. doi: 10.1038/sj.ejhg.5200193. PMID: 9781022.
  38. Vincent MC, Daudin M, De MP, Massat G, Mieusset R, Pontonnier F, Calvas P, Bujan L, Bourrouillout G. Cytogenetic investigations of infertile men with low sperm counts: a 25-year experience. J Androl. 2002 Jan-Feb;23(1):18-22; discussion 44-5. doi: 10.1002/j.1939-4640.2002.tb02597.x. PMID: 11780918.
  39. Yuen W, Golin AP, Flannigan R, Schlegel PN. Histology and sperm retrieval among men with Y chromosome microdeletions. Transl Androl Urol. 2021 Mar;10(3):1442-1456. doi: 10.21037/tau.2020.03.35. PMID: 33850779; PMCID: PMC8039602.
  40. Wang J, Wang W, Shen L, Zheng A, Meng Q, Li H, Yang S. Clinical detection, diagnosis and treatment of morphological abnormalities of sperm flagella: A review of literature. Front Genet. 2022 Nov 8;13:1034951. doi: 10.3389/fgene.2022.1034951. PMID: 36425067; PMCID: PMC9679630.
  41. Wei Y, Wang J, Qu R, Zhang W, Tan Y, Sha Y, Li L, Yin T. Genetic mechanisms of fertilization failure and early embryonic arrest: a comprehensive review. Hum Reprod Update. 2024 Jan 3;30(1):48-80. doi: 10.1093/humupd/dmad026. PMID: 37758324.
  42. Wyrwoll MJ, Köckerling N, Vockel M, Dicke AK, Rotte N, Pohl E, Emich J, Wöste M, Ruckert C, Wabschke R, Seggewiss J, Ledig S, Tewes AC, Stratis Y, Cremers JF, Wistuba J, Krallmann C, Kliesch S, Röpke A, Stallmeyer B, Friedrich C, Tüttelmann F. Genetic Architecture of Azoospermia-Time to Advance the Standard of Care. Eur Urol. 2023 May;83(5):452-462. doi: 10.1016/j.eururo.2022.05.011. Epub 2022 Jun 8. PMID: 35690514.
  43. Wyrwoll MJ, van der Heijden GW, Krausz C, Aston KI, Kliesch S, McLachlan R, Ramos L, Conrad DF, O'Bryan MK, Veltman JA, Tüttelmann F. Improved phenotypic classification of male infertility to promote discovery of genetic causes. Nat Rev Urol. 2024 Feb;21(2):91-101. doi: 10.1038/s41585-023-00816-0. Epub 2023 Sep 18. PMID: 37723288.
  44. Xie C, Wang W, Tu C, Meng L, Lu G, Lin G, Lu LY, Tan YQ. Meiotic recombination: insights into its mechanisms and its role in human reproduction with a special focus on non-obstructive azoospermia. Hum Reprod Update. 2022 Nov 2;28(6):763-797. doi: 10.1093/humupd/dmac024. PMID: 35613017.

Risk of Bias tables

Not applicable.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 30-04-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 30-04-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
  • Vereniging Klinische Genetica Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
  • Vereniging Klinisch Genetische Laboratoriumdiagnostiek
  • Vereniging voor Klinische Embryologie
  • Freya
  • Vereniging voor Fertiliteitsartsen

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met mannelijke subfertiliteit.

 

Werkgroep

  • Cantineau A.E.P. (Astrid), gynaecoloog, subspecialist voortplantingsgeneeskunde Universitair Medisch Centrum Groningen te Groningen, NVOG
  • Dinkelman-Smit M. (Marij), uroloog-androloog, Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam, NVU
  • Verberg M.F.G. (Marieke), gynaecoloog, Medisch Spectrum Twente te Enschede, NVOG
  • Heida K.Y. (Karst), gynaecoloog, Dijklander ziekenhuisbte Purmerend, NVOG
  • van der Houwen L.E.E. (Lisette), gynaecoloog, Radboud universitair medisch centrum te Nijmegen, NVOG
  • de Bruin J.P. (Jan Peter), gynaecoloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis te ’s Hertogenbosch, NVOG
  • van Breda H.M.K. (Jetske), uroloog-androloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht te Utrecht, NVU
  • van Roijen J.H. (Herman), uroloog-androloog, voorheen ETZ Tilburg – nu gepensioneerd
  • D’Hauwers K.W.M. (Kathleen), uroloog-androloog, Radboud universitair medisch centrum te Nijmegen, NVU
  • Meißner A. (Andreas), uroloog-androloog, Amsterdam Universitair Medisch Centrum te Amsterdam, NVU
  • Bailleux B.B.E.P. (Bart), laboratoriumspecialist Klinische Chemie en Endocrinologie, Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden, NVKC
  • Kempers M.J.E. (Marlies), klinisch geneticus, Radboud universitair medisch centrum te Nijmegen, VKGN
  • van der Kevie-Kersemaekers A.M.F. (Anne-Marie), laboratoriumspecialist klinische genetica, Universitair Medisch Centrum Utrecht te Utrecht, VKGL
  • Westra D. (Dineke), laboratoriumspecialist klinische genetica, Radboud universitair medisch centrum te Nijmegen, VKGL
  • Ramos L. (Liliana), klinisch embryoloog, Radboud universitair medisch centrum te Nijmegen, KLEM
  • Grolle R.L. (Rosanne), fertiliteitsarts, Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam, VVF
  • Sinjorgo S. (Simone), medewerker medewerker patientenperspectief wetenschappelijk onderzoek en richtlijnen, Freya (vanaf december 2024)
  • Vermeulen M. (Marloes), medewerker patientenperspectief wetenschappelijk onderzoek en richtlijnen, Freya (tot december 2024)

Met ondersteuning van

  • Mostovaya I.M. (Irina), senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • van der Lee J.H. (Hanneke), senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Middelhuis D. (Danique), adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Van Bommel M. (Majke), adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Schultink J.M. (Janneke), adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaam-heden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Astrid Cantineau (voorzitter)

Gynaecoloog. UMCG, 1.0 FTE

auteur Up to date Hyperthecosis

Geen

Geen

Geen

Voorzitter SIG andrologie NVOG

aanvrager subsidie ZonMw over leefstijl en mannelijke subfertiliteit

Geen

13/11/2022

Geen restricties.

Marij Dinkelman-Smit (vice voorzitter)

Staflid Uroloog-Androloog

Voorzitter Voortplantingscentrum Erasmus MC

Plaatsvervangend afdelingshoofd Urologie Erasmus MC

Erasmus MC Universitair Medisch Centrum

Bestuurslid Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU) (onbetaald)

Bestuurslid multidisciplenaire Special Interest Group (SIG) Andrologie, Nederlandse Verening voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) (onbetaald)

Bestuurslid European Association of Urology (EAU) section for Andrological Urology (ESAU) (onbetaald)

Medical director European Academy of Andrology (EAA) training center Andrology Erasmus MC (onbetaald)

Lid Commissie Kwaliteitvisitatie NVU (onbetaald)

Medische adviesraad Klinefelter Vereniging (onbetaald)

Medische adviesraad Stichting Lichen Sclerosus (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12/12/2022

Geen restricties.

Marieke Verberg

Gynaecoloog, Medisch Spectrum Twente 0.5 FTE betaalde functie

Gynaecoloog en statutair directeur Fertiliteitskliniek Twente 0.5 FTE betaalde functie

Geen relevante

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

19/11/2022

Geen restricties.

Karst Heida

Gynaecoloog bij het Dijklander ziekenhuis - betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

7/12/2022

Geen restricties.

Lisette van der Houwen

Gynaecoloog - fellow voortplantingsgeneeskunde Radboudumc

Bestuurslid SIG endometriose NVOG

algemeen lid SIG ART en SIG fertiliteitspreservatie van de NVOG

Geen

Geen

Merck / Impect study - improving patient-centeredness in endometriosis care. / Ja

Geen

Geen

02/12/2022

Geen restricties, extern gefinancierd onderzoek heeft geen betrekking op richtlijn onderwerp.

Jan Peter de Bruin

Gynaecoloog Jeroen Bosch Ziekenhuis, betaald

Waarnemend gynaecoloog Radboudumc, betaald

Medical Advisory Board Ferring BV - De medical advisory board komt op verzoek van Ferring ongeveer eens per jaar samen. Daarbij worden ontwikkelingen in het veld en relevant studie uitkomsten bediscussieerd. Ferring gebruikt de uitkomsten van deze besprekingen als input voor hun strategie.

-

Ja - Het gaat om eigen onderzoek op gebied voortplantingsgeneeksunde waarvoor mijn afdeling een unrestricted research grant kreeg. Dit onderzoek bestaat uit de volgende lijnen:

• het ontwikkelen en evalueren van toepassingen voor online fertilteitszorg (geen raakvlak met uit te werken modules voor deze richtlijn).

• het effect van gebruik van supplementen op de zwangerschapskans bij paren met mannelijke subfertiliteit (raakvlak met module over supplementen waar de Bruin bij betrokken is als locale hoofdonderzoeker, tweede auteur van de nog te publiceren paper) Gefinincierd door Goodlife pharma

-

-

26/11/2022

Vanwege deelname aan een adviesraad aan de start van het traject is de richtlijn tijdens de commentaarfase ook aan de Commissie Kwaliteitsdocumenten van de NVOG voorgelegd. Verder is dit lid uitgesloten van besluitvorming bij onderwerpen die raken aan de adviesraad.

Jetske van Breda

Uroloog/ Androloog  UMCUtrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

18/11/2022

Geen restricties.

Kathleen D' Hauwers

Uroloog, staflid Radboudumc: betaald

Lid Cie Kwaliteit NVU: onbetaald

Lid Cie Andrologie NVU: onbetaald

Board memeber Klinefelter Vereniging Nederland: onbeteaald

Cie Keuzehulp ED: vergoed

Geen

Geen

Geen

Inbrengen van expertise.

Geen specifieke, persoonlijke baat bij één of ander: het gaat om de patiënt / klant.

Geen

28/09/2022

Geen restricties.

Andreas Meißner

Uroloog - Androloog

Staflid Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde, locatie AMC, en afdeling Urologie, locatie VUMC, van het Amsterdam UMC

betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24/11/2022

Geen restricties.

Herman van Roijen

Uroloog ETZ Tilburg

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

13/11/2022

Geen restricties.

Bart Ballieux

Laboratoriumspecialist Klinische Chemie en Endocrinologie

Afdeling KCL, LUMC, Leiden

Geen

geen persoonlijke financiele belangen

Geen relevante persoonlijke relaties die van invloed kunnen zijn op mijn adviezen

geen

Geen intellectuele belangen bij mijn adviezen

Geen overige belangen

10/01/2023

Geen restricties.

Marlies Kempers

Klinisch Geneticus (Radboudumc)

Voorzitter subcommissie Richtlijnen, onderdeel van Kwaliteitscommissie VKGN

Geen

Geen

Aytu Pharma / Prevent studie (effect Enzastaurin bij vasculair EDS)

Studie is nog niet gestart, financiering on hold

/ Tijdelijk, ter vervanging

verlof projectleider

Geen

Geen

10/11/2022

Geen restricties. De studie waar mw. Kempers bij betrokken was is nooit gestart. Inhoudelijk had deze studie niet met mannelijke infertiliteit te maken.

Anne-Marie van der Kevie - Kersemaekers

laboratoriumspecialist klinische genetica

UMC Utrecht

Vakdeskundige

Raad van Accreditatie

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

28/03/2023

Geen restricties.

Manon Oud

Laboratoriumspecialist Klinische Genetica in opleiding, Radboudumc

Betaalde functie (hoofdberoep)

Geen

Geen

Geen

Deelname aan onderzoeksproject als PhD student De novo mutations in male infertility (NWO VICI van prof. Joris Veltman) van 2015-2020

Travel Grant van de Catherine van Tussenbroek Foundation voor bezoek van 3 maanden aan Monash University (2019)

Geen

Geen

8/11/2022

Geen restricties, niet actief geweest in de werkgroep.

Dineke Westra

Laboratoriumspecialist Klinische Genetica (1.0 FTE, betaald)

Afd. Genetica, sectie Genoomdiagnostiek

Radboudumc, Nijmegen

Werkzaamheden: Genetische diagnostiek

Technical Assessor ISO15189 Raad van Accreditatie

betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

16/02/2023

Geen restricties.

Liliana Ramos

Klinisch embryoloog Radboudumc

Geen

Geen

Geen

Geen

 

Boegbeeldfunctie bij patiënten en beroepsorganisatie

Geen

10/08/2023

Geen restricties.

Rosanne Grolle

Fertiliteitsarts, Erasmus MC.

Het begeleiden en behandelen van paren met een kinderwens. Functie is betaald.

Lid van de symposiumcommissie van de VVF

Onder andere het opstellen van het wetenschappelijk programma, het vragen van sprekers, het regelen van een symposiumlocatie en buffet, het versturen van de uitnodigingen en het aanvragen van accreditatie en sponsoring.

Functie is onbetaald.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

3/11/2022

Geen restricties.

Marloes Vermeulen

Freya, medewerker externe relaties

Verloskundige 1e lijn.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

27/09/2022

Geen restricties.

José Knijnenburg

Directeur bij Freya, vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen - 32u p/wk

Medewerker communicatie en marketing bij van der Pol-consulting b.v. - 8u p/wk

Geen

Dienstverband bij de (onafhankelijke) landelijke patiëntenvereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen.

Geen

ZonMW / Alife2 en T4Life / nee

ZonMW / Antarctica2 / nee

ZonMW / Cosy - Zin en zwanger / nee

ZonMW / FOAM / nee

ZonMW / Scratch-OFO / nee

ZonMW / TOF (3 or 5) / nee

ZonMW / H2Olie / nee

ZonMW / H2OlieFlush / nee

ZonMW / MYPP - myo-inositol bij PCOS / nee

ZonMW / PSIDER Embryonic checkpoints - releasing the brakes on IVF /nee

RadboudUMC/Goodlife / Summer - voedingssupplement man / nee

ZonMW / Divine - dosiscalculator / nee

Amsterdam UMC / ANDES / nee

ZonMW / PSIDER - Hip gametes / nee

ZonMW / COPIE - - endometriose en IVF / nee

Belangenbehartiger bij patiëntenorganisatie

Radboud/MUMC / Hmove sporten en afweersysteem bij miskramen / nee

ZonMW / Medium2 kweekvloeistof IVF / nee

ZonMW / Selectimo timelapse / nee

MUMC+ / Murlm hhmk en ril / nee

ZonMw / LUMO luteal phase support / nee

ZonMw / PSIDER SteMBlast / nee

ZonMw / SEGa veiligheid vp-technieken / nee

ZonMw / Covid-19 Impact endometriose/fertiliteitspatiënten / nee

ZonMw / PREMI / nee

ZonMw / HyFosy-HSG stugie / nee

ZonMw / REMI III / nee

20/07/2023

Geen restricties, mevrouw was tijdelijke inval tijdens zwangerschapsverlof. In rol van patientvertegenwoordiger betrokken bij onderzoek.

Simone Sinjorgo

Parttime medewerker patientenperspectief en -participatie bij Freya (vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen) - betaald 14 uur https://www.freya.nl/over-freya/wie-we-zijn/de-werknemers.

Ter info: door mijn functie bij Freya ben ik betrokken bij diverse richtlijnontwikkeling en/of onderzoeken op het gebied van fertiliteit. In de vorm van toelichten, belichten en/of vertegenwoordigen van alleen het patiëntenperspectief tav het bepaalde onderwerp, zoals bij deze 3 richtlijnen OFO, OHSS en mannelijke subfertiliteit.

Lichaamsgericht psychosociaal therapeut - zzp eigen praktijk in Dongen-Vaart - geregistreerd therapeut RBCZ incl. AGB-codes. www.praktijkdediamant.nl

 

- Psychosociaal docent Bijscholing Instituut voor therapeuten - betaling via praktijk https://bivt.nl/?s=lichaamsgericht+coachen

 

- Psychosociaal docent vrouwencoach opleiding - betaling via praktijk https://www.devrouwencoach.nl/vrouwencoach-opleiding/

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

03/12/2024

Geen restricties.

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Freya en de Patientenfederatie Nederland voor de invitational conference. Daarnaast zat namens Freya een afgevaardigde in de werkgroep. Het verslag van de invitational conference is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen (zie kop waarden en voorkeuren van patiënten). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Freya en de Patiëntenfederatie Nederland en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Genetisch onderzoek

Geen financiele gevolgen.

Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zullen hebben voor de collectieve uitgaven.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Zoekverantwoording

Zoekopbrengst

 

EMBASE

Ontdubbeld

SR

357

356

RCT

247

247

Observationeel

2027

2008

Totaal

2631

2611*

*in Rayyan

 

Zoekstrategie

Embase.com

No.

Query

Results

#1

'male infertility'/exp OR 'male fertility'/exp OR (('subfertility'/de OR 'childlessness'/exp) AND 'male'/exp) OR (((male* OR men OR man) NEAR/3 (infertil* OR hypofertil* OR 'fertil*' OR subfertil* OR infecund* OR childless* OR reproduct*)):ti,ab,kw) OR (((spermatogen* OR spermiation OR spermiogen*) NEAR/3 failure):ti,ab,kw) OR ((spermatozoon NEAR/3 (abnormalit* OR anomal*)):ti,ab,kw) OR (((semen OR sperm) NEAR/3 (qualit* OR quantit*)):ti,ab,kw) OR asperm*:ti,ab,kw OR asthenazoosperm*:ti,ab,kw OR asthenosperm*:ti,ab,kw OR asthenozoosperm*:ti,ab,kw OR azoosperm*:ti,ab,kw OR cryptosperm*:ti,ab,kw OR cryptozoosperm*:ti,ab,kw OR hyposperm*:ti,ab,kw OR oligoasthenosperm*:ti,ab,kw OR oligosperm*:ti,ab,kw OR oligozoosperm*:ti,ab,kw OR 'retrograde ejaculat*':ti,ab,kw OR 'sco syndrome*':ti,ab,kw OR 'sertoli cell only syndrome*':ti,ab,kw OR teratozoosperm*:ti,ab,kw OR 'thermosensitive genic male steril*':ti,ab,kw OR globozoosperm*:ti,ab,kw OR macrozoosperm*:ti,ab,kw

106669

#2

'genetics'/exp OR 'genetic screening'/exp OR genetic*:ti,ab,kw OR ((gene* NEAR/3 (relationship* OR caus*)):ti,ab,kw)

2739174

#3

#1 AND #2

16805

#4

#3 AND [2010-2024]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

5695

#5

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

1002104

#6

'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti

3971651

#7

'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti)

8073871

#8

'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab)))

14821300

#9

#4 AND #5

357

#10

#4 AND #6 NOT #9

247

#11

#4 AND (#7 OR #8) NOT (#9 OR #10)

2027

#12

#9 OR #10 OR #11

2631

Volgende:
Leefstijlinterventies