Follow-up en verwijderen van centraal veneuze katheters
Uitgangsvraag
Welke infectiepreventiemaatregelen dienen genomen te worden tijdens de follow-up en bij het verwijderen van een centraal veneuze katheter?
Deelvraag 1
Wat is de plaats van het routinematig vervangen van centraal veneuze katheters bij de preventie van katheter-gerelateerde infecties?
Deelvraag 2
Welke overige infectiepreventiemaatregelen dienen genomen te worden tijdens de follow-up en bij het verwijderen van een centraal veneuze katheter?
Aanbeveling
Aanbeveling 1 – Vervangen en verwijderen
- Verwijder een centraal veneuze katheter niet routinematig.
- Verwijder een centraal veneuze katheter wanneer de indicatie voor de katheter vervalt.
- Verwijder een centraal veneuze katheter bij tekenen van een katheter-gerelateerde infectie alleen in overleg met de behandelend arts.
- Verwijder een connector die gebruikt wordt als koppeling tussen de centraal veneuze katheter en het toedieningssysteem tegelijk met de katheter, tenzij de fabrikant frequenter vervangen voorschrijft.*
- Leg indicaties en afspraken voor het verwijderen van centraal veneuze katheters vast in een lokaal protocol dat gebaseerd is op vigerende nationale en internationale richtlijnen.
- Pas bij het verwijderen van een centraal veneuze katheter de algemene voorzorgsmaatregelen toe conform de richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker, de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen, en de richtlijn Accidenteel bloedcontact.
- Desinfecteer de huid voorafgaand aan het verwijderen van een centraal veneuze katheter in het geval dat de kathetertip ingestuurd wordt voor kweek.
- Verwijder de katheter pas als de huid volledig aan de lucht gedroogd is.
- Voor de keuze van het desinfectans en de methode van desinfecteren wordt verwezen naar de richtlijn Desinfectie huid en slijmvliezen plus puncties.
- Dek de insteekplaats na het verwijderen van een centraal veneuze katheter af met (niet-steriel) verbandmateriaal.
* Connectoren die worden gebruikt als afsluiter van een extra toegang tot het toedieningssysteem horen bij het toedieningssysteem. Voor het vervangen hiervan wordt verwezen naar de aanbevelingen voor het vervangen van toedieningssystemen (zie module Toedieningssystemen voor intravasculaire katheters (nog in ontwikkeling)).
Aanbeveling 2 – Infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up
Perifeer of centraal ingebrachte niet-getunnelde centraal veneuze katheter
- Evalueer dagelijks of het noodzakelijk is dat de katheter nog in situ blijft.
Alle typen centraal veneuze katheter
- Controleer de insteekplaats van de katheter dagelijks op tekenen van infectie. Registreer de bevinding en meld tekenen van infectie bij de behandelend arts.
- Pas bij het manipuleren van de katheter de algemene voorzorgsmaatregelen toe conform de richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker, de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen, en de richtlijn Accidenteel bloedcontact.
- Desinfecteer koppelingen en bijspuitpunten aan de katheter voorafgaand aan het uitvoeren van handelingen hieraan.
- Gebruik voor het desinfecteren alcohol 70%.
- Hanteer een contacttijd van tenminste 30 seconden.
- Laat de alcohol volledig aan de lucht drogen.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Deelvraag 1 – Routinematig versus op klinische indicatie vervangen
Er is literatuuronderzoek verricht naar het effect van het routinematig dan wel (alleen) op klinische indicatie vervangen van perifeer veneuze katheters op katheter-gerelateerde infecties bij volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten) in de medisch-specialistische zorg.
Er werden geen studies gevonden die het routinematig vervangen van centraal veneuze katheters vergeleken met het (alleen) op klinische indicatie vervangen bij volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten) in de medisch-specialistische zorg.
Voor aanbevelingen baseert de werkgroep zich op de eerdere WIP-richtlijn Flebitis en bloedbaaninfecties door intraveneuze infuuskatheters, internationale richtlijnen, ondersteunende literatuur, en expert opinie.
Deelvraag 2 – Overige infectiepreventiemaatregelen
Er is geen systematisch literatuuronderzoek verricht naar overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up en bij het verwijderen van centraal veneuze katheters bij volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten) in de medisch-specialistische zorg.
Voor aanbevelingen baseert de werkgroep zich op de eerdere WIP-richtlijn Flebitis en bloedbaaninfecties door intraveneuze infuuskatheters, internationale richtlijnen, ondersteunende literatuur, en expert opinie.
Vervangen en verwijderen
Voor het vervangen en verwijderen van alle typen centraal veneuze katheters worden de volgende infectiepreventiemaatregelen aanbevolen:
- Verwijder een centraal veneuze katheter niet routinematig.
- Verwijder een centraal veneuze katheter wanneer de indicatie voor de katheter vervalt.
- Verwijder een centraal veneuze katheter bij tekenen van een katheter-gerelateerde infectie alleen in overleg met de behandelend arts
- Manipulaties aan de centraal veneuze katheter kunnen resulteren in (partiële) dislocatie van de katheter. Om manipulaties aan de katheter te beperken is het advies om een connector die gebruikt wordt als koppeling tussen de centraal veneuze katheter en het toedieningssysteem tegelijk met de katheter te vervangen, tenzij de fabrikant frequenter vervangen voorschrijft. Connectoren die gebruikt worden als afsluiter van een extra toegang tot het toedieningssysteem horen bij het toedieningssysteem. Voor het vervangen hiervan wordt verwezen naar de aanbevelingen voor het vervangen van toedieningssystemen (zie module Toedieningssystemen voor intravasculaire katheters is nog in ontwikkeling).
- Er is geen consensus over de indicaties voor het vervangen dan wel verwijderen van centraal veneuze katheters. Hier ligt een kennisvraag. De werkgroep adviseert om indicaties en afspraken voor het vervangen dan wel verwijderen van centraal veneuze katheters vast te leggen in een lokaal protocol dat gebaseerd is op vigerende nationale en internationale richtlijnen (Buetti, 2022; Mermel, 2009).
- Voor aanbevelingen over het hanteren van een lijnvrij interval in het geval van een geïnfecteerde centraal veneuze katheter wordt verwezen naar de module Lijnvrij interval.
- Voor aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van een geoccludeerde centraal veneuze katheter wordt verwezen naar de module Geoccludeerde lijn.
- Pas bij het verwijderen van een centraal veneuze katheter de algemene voorzorgsmaatregelen toe conform de richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker, de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen, en de richtlijn Accidenteel bloedcontact.
- Desinfecteer de huid voorafgaand aan het verwijderen van een centraal veneuze katheter in het geval dat de kathetertip ingestuurd wordt voor kweek. Op die manier wordt voorkómen dat de kathetertip tijdens het verwijderen besmet raakt met huidbacteriën.
- Verwijder de katheter pas als de huid volledig aan de lucht gedroogd is. Als de katheter wordt verwijderd terwijl de huid nog nat is van het desinfectans, kan het desinfectans de insteekplaats irriteren en tijdens het verwijderen in aanraking komen met de kathetertip, waardoor het kweekresultaat kan worden beïnvloed.
- Voor de keuze van het desinfectans en de methode van desinfecteren wordt verwezen naar de richtlijn Desinfectie huid en slijmvliezen plus puncties.
- Dek de insteekplaats na het verwijderen van een centraal veneuze katheter af met (niet-steriel) verbandmateriaal om bacteriële verontreiniging van de wond en wrijving van kleding te voorkomen.
Follow-up
Voor de follow-up van centraal veneuze katheters worden de volgende infectiepreventiemaatregelen aanbevolen:
Perifeer of centraal ingebrachte niet-getunnelde centraal veneuze katheters
- Evalueer dagelijks of het noodzakelijk is dat de katheter nog in situ blijft.
Alle typen centraal veneuze katheters
- Controleer de insteekplaats van de katheter dagelijks op tekenen van infectie, registreer de bevinding en meld deze bij de behandelend arts.
- Pas bij het manipuleren van de katheter de algemene voorzorgsmaatregelen toe conform de richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker, de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen, en de richtlijn Accidenteel bloedcontact.
- Desinfecteer koppelingen en bijspuitpunten aan de katheter voorafgaand aan het uitvoeren van handelingen hieraan.
- Gebruik voor het desinfecteren alcohol 70%.
- Hanteer een contacttijd van tenminste 30 seconden.
- Laat de alcohol volledig aan de lucht drogen.
- Voor aanbevelingen over de plaats van een antimicrobieel katheterslot bij de preventie van katheter-gerelateerde infecties bij patiënten in het ziekenhuis buiten de intensive care wordt verwezen naar de module Katheterslot. Voor patiënten op de intensive care zijn bij het literatuuronderzoek geen studies gevonden naar de plaats van een antimicrobieel katheterslot bij de preventie van katheter-gerelateerde infecties (zie module Katheterslot). Hier ligt een kennisvraag.
Internationale richtlijnen
De richtlijnen van Centers for Disease Prevention and Control (CDC) (O’Grady, 2017), International Nursing Society (INS) (No authors listed, 2021), Society for Healthcare Epidemiology of America, Infectious Disease Society of America and Association for Professionals in Infection Control and Epidemiology (SHEA/IDSA/APIC) (Buetti, 2022), en World Health Organization (WHO) (No authors listed, 2024) zijn geraadpleegd (Tabel 1).
CDC, INS, en SHEA/IDSA/APIC bevelen aan om centraal veneuze katheters niet routinematig te vervangen, en om de katheter te verwijderen zodra deze niet meer geïndiceerd is. WHO doet geen aanbevelingen over het routinematig dan wel op klinische indicatie vervangen van centraal veneuze katheters.
CDC en INS bevelen aan om bij tekenen van infectie een centraal veneuze katheter alleen te verwijderen na klinische beoordeling en afweging. SHEA/IDSA/APIC en WHO doen geen aanbevelingen over het verwijderen van een centraal veneuze katheter bij tekenen van infectie.
Geen van de geraadpleegde richtlijnen doet aanbevelingen over het evalueren van de indicatie voor de centraal veneuze katheter of het inspecteren van de insteekplaats op tekenen van infectie.
CDC, INS, en SHEA/IDSA/APIC bevelen aan om connectoren bij manipulatie te desinfecteren met chloorhexidine, povidon jodium, jodofoor of 70% alcohol. WHO doet geen aanbeveling over het desinfecteren van connectoren.
Geen van de geraadpleegde richtlijnen doet aanbevelingen over het desinfecteren van de insteekplaats voorafgaand aan het verwijderen van een centraal veneuze katheter of over het afdekken van de insteekplaats na het verwijderen van de katheter.
Tabel 1. Internationale richtlijnen voor de preventie van katheter-gerelateerde infecties
|
Richtlijn |
Aanbeveling(en) |
|
CDC (O’Grady, 2017) |
|
|
INS (No authors listed, 2021)1,2 |
Non-tunneled CVAD
Surgically placed CVAD
Connector
|
|
SHEA/IDSA/APIC (Buetti, 2022) |
|
|
WHO (No authors lister, 2024) |
|
APIC = Association for Professionals in Infection Control; CABSI = catheter-associated bloodstream infection (NL: katheter-geassocieerde bloedbaaninfectie); CDC = Centers for Disease Prevention and Control; CLABSI = central line-associated bloodstream infection (NL: centraal veneuze katheter-geassocieerde bloedbaaninfectie); CVAD = central venous access device (NL: centraal veneuze katheter); CVC = central venous catheter (NL: centraal veneuze katheter); IDSA = Infectious Diseases Society of America; INS = International Nursing Society; PICC = peripherally inserted central venous catheter (NL: perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter); SHEA = Society for Healthcare Epidemiology of America; VAT = vascular access team; WHO = World Health Organization
1 De INS-richtlijn is ontwikkeld met financiële ondersteuning van de industrie; ook waren auteurs niet vrij van persoonlijke financiële belangen.
2 Er wordt niet verwezen naar de in 2024 verschenen update van de INS-richtlijn, omdat deze niet publiek beschikbaar is.
Wettelijke kaders
Niet van toepassing.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)
Er is geen systematisch literatuuronderzoek verricht naar de waarden en voorkeuren van patiënten met betrekking tot het routinematig dan wel op klinische indicatie vervangen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up.
In het algemeen kan gezegd worden dat de preventie van katheter-gerelateerde infecties past binnen de huidige maatstaven voor passende zorg. Standaardisatie en naleving van aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up is voor patiënten belangrijk omdat dit de kans op infecties niet wegneemt, maar wel vermindert.
Het vervangen van een centraal veneuze katheter is een invasieve en voor de patiënt pijnlijke handeling waaraan risico’s zijn verbonden, zoals een kleine kans op bloedingen, ritmestoornissen, of een pneumothorax. Daarnaast is het aantal inbrenglocaties beperkt. Het onnodig vervangen van een centraal veneuze katheter is vanuit een patiëntperspectief dan ook niet wenselijk.
Kosten (middelenbeslag)
Er is geen systematisch literatuuronderzoek verricht naar de kosteneffectiviteit van het routinematig dan wel op klinische indicatie vervangen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up.
In het algemeen kan gezegd worden dat katheter-gerelateerde infecties gepaard gaan met meer zorgkosten (Baier, 2020; Patel 2019; Pu, 2020; Ullman 2022). Het voorkómen van deze complicaties door standaardisatie en naleving van aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up resulteert naar verwachting in een vermindering van zorgkosten.
Het vervangen van centraal veneuze katheters gaat gepaard met extra kosten op het gebied van materiaal en personele inzet en vraagt specifieke vaardigheid. Het onnodig vervangen van centraal veneuze katheters is vanuit kostenperspectief dan ook niet wenselijk.
Gelijkheid ((health) equity)
De werkgroep voorziet voor aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up geen effect op de gezondheidsgelijkheid.
Aanvaardbaarheid
Ethische aanvaardbaarheid
De werkgroep voorziet voor aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up geen ethische bezwaren.
Duurzaamheid
Er is geen systematisch literatuuronderzoek verricht naar de duurzaamheid van het routinematig dan wel op klinische indicatie vervangen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up.
Het is belangrijk een afweging te maken tussen de noodzaak van het vervangen van centraal veneuze katheters enerzijds en duurzaamheid anderzijds. Deze afweging moet vanuit infectiepreventieoogpunt verantwoord gebeuren en kan verschillen per zorgsetting. Uitgangspunt hierbij is dat duurzaamheid niet ten koste mag gaan van patiëntveiligheid.
In het algemeen kan gezegd worden dat de preventie van katheter-gerelateerde infecties leidt tot minder gebruik van medische hulpmiddelen, minder gebruik van antibiotica en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van antibioticaresistentie.
Het onnodig vervangen centraal veneuze katheters is vanuit duurzaamheidsperspectief niet wenselijk.
Haalbaarheid
Het op klinische indicatie vervangen van centraal veneuze katheters sluit aan bij de bestaande klinische praktijk, vraagt minder handelingen en materialen dan het routinematig vervangen van centraal veneuze katheters en zal daarom gemakkelijker uitvoerbaar zijn.
De werkgroep voorziet voor aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van centraal veneuze katheters en overige infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid.
Rationale van aanbeveling 1 – Vervangen en verwijderen: weging van argumenten voor en tegen de interventies
De aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van centraal veneuze katheters bij volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten) in de medisch-specialistische zorg zijn gebaseerd op systematisch literatuuronderzoek, de eerdere WIP-richtlijn Flebitis en bloedbaaninfecties door intraveneuze infuuskatheters, internationale richtlijnen, ondersteunende literatuur, en expert opinie. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen volwassen patiënten en kinderen.
In het systematisch literatuuronderzoek zijn geen studies gevonden die het routinematig vervangen van centraal veneuze katheters op katheter-gerelateerde infecties hebben vergeleken met het (alleen) vervangen op klinische indicatie bij volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten) in de medisch-specialistische zorg.
Het vervangen van een centraal veneuze katheter is een invasieve en voor de patiënt pijnlijke handeling waaraan risico’s zijn verbonden voor de patiënt, zoals een kleine kans op bloedingen, ritmestoornissen, of een pneumothorax. Het routinematig vervangen van centraal veneuze katheters gaat gepaard met extra kosten op het gebied van materiaal en personele inzet. Daarnaast vereist het inbrengen/vervangen van een centraal veneuze katheter een specifieke vaardigheid en is het aantal inbrenglocaties beperkt.
De werkgroep is daarom van mening dat alle typen centraal veneuze katheters alleen op klinische indicatie en bij het vervallen van de indicatie voor de katheter moeten worden verwijderd. Het routinematig vervangen van centraal veneuze katheters wordt niet aanbevolen. Bij tekenen van infectie adviseert de werkgroep om voorafgaand aan het verwijderen van de katheter altijd te overleggen met de behandelend arts. De werkgroep maakt hierbij geen onderscheid tussen verschillende typen centraal veneuze katheters.
Om manipulaties aan de katheter te beperken adviseert de werkgroep om een connector die gebruikt wordt als koppeling tussen de centraal veneuze katheter en het toedieningssysteem tegelijk met de katheter te vervangen, tenzij de fabrikant frequenter vervangen voorschrijft.
Er is geen consensus over de indicaties voor het vervangen dan wel verwijderen van centraal veneuze katheters. Hier ligt een kennisvraag. De werkgroep adviseert om indicaties en afspraken voor het vervangen dan wel verwijderen van centraal veneuze katheters vast te leggen in een lokaal protocol dat gebaseerd is op vigerende nationale en internationale richtlijnen.
Bij het verwijderen van een alle typen centraal veneuze katheter dienen de algemene voorzorgsmaatregelen te worden toegepast conform de richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker, de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen, en de richtlijn Accidenteel bloedcontact.
De werkgroep adviseert om, in het geval dat de kathetertip ingestuurd wordt voor kweek, de huid te desinfecteren voorafgaand aan het verwijderen van de katheter. Het is hierbij van belang de katheter pas te verwijderen als de huid volledig aan de lucht gedroogd is. Voor de keuze van het desinfectans en de methode van desinfecteren wordt verwezen naar de richtlijn Desinfectie huid en slijmvliezen plus puncties. Tot slot adviseert de werkgroep om de insteekplaats na het verwijderen van de katheter af te dekken met (niet-steriel) verbandmateriaal.
Voor aanbevelingen over het hanteren van een lijnvrij interval in het geval van een geïnfecteerde centraal veneuze katheter wordt verwezen naar de module Lijnvrij interval.
Voor aanbevelingen over het vervangen en verwijderen van een geoccludeerde centraal veneuze katheter wordt verwezen naar de module Geoccludeerde lijn.
Rationale van aanbeveling 2 – Infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Er is geen systematisch literatuuronderzoek verricht naar infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up van centraal veneuze katheters bij volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten) in de medisch-specialistische zorg.
De aanbevelingen over infectiepreventiemaatregelen tijdens de follow-up van centraal veneuze katheters zijn gebaseerd op de eerdere WIP-richtlijn Flebitis en bloedbaaninfecties door intraveneuze infuuskatheters, internationale richtlijnen, ondersteunende literatuur, en expert opinie. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen volwassen patiënten en kinderen.
De werkgroep is van mening dat het vanuit infectiepreventie oogpunt belangrijk is om voor perifeer of centraal ingebrachte niet-getunnelde centraal veneuze katheters de noodzaak voor de katheter dagelijks te evalueren.
Voor alle type centraal veneuze katheters adviseert de werkgroep om de insteekplaats van de katheter dagelijks te controleren op tekenen van infectie, de bevinding te registreren, en tekenen van infectie te melden bij de behandelend arts.
Bij het manipuleren van alle typen centraal veneuze katheters dienen de algemene voorzorgsmaatregelen te worden toegepast conform de richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker, de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen, en de richtlijn Accidenteel bloedcontact.
Tot slot adviseert de werkgroep om koppelingen en bijspuitpunten aan een centraal veneuze katheter te desinfecteren met alcohol 70% voorafgaand aan het uitvoeren van handelingen hieraan.
Voor aanbevelingen over de plaats van een antimicrobieel katheterslot bij de preventie van katheter-gerelateerde infecties bij patiënten in het ziekenhuis buiten de intensive care wordt verwezen naar de module Katheterslot. Voor patiënten op de intensive care zijn bij het literatuuronderzoek geen studies gevonden naar de plaats van een antimicrobieel katheterslot bij de preventie van katheter-gerelateerde infecties (zie module Katheterslot). Hier ligt een kennisvraag.
Onderbouwing
Achtergrond
Een centraal veneuze katheter wordt ingebracht in een perifere of centrale vene en reikt tot in een centrale vene.
Een centraal veneuze katheter wordt gebruikt om (langer durend) toegang te verkrijgen tot de bloedbaan voor het toedienen van medicatie, vloeistoffen, bloedproducten en parenterale voeding, en in uitzonderlijk gevallen voor het afnemen van bloed.
Er zijn verschillende typen centraal veneuze katheters: 1) een centraal ingebrachte niet-getunnelde centraal veneuze katheter zonder ‘cuff’; 2) een centraal ingebrachte getunnelde centraal veneuze katheter met ‘cuff’; 3) een perifeer ingebrachte centraal veneuze katheter, ook welk bekend als ‘PICC’; en 4) een poortkatheter, ook wel bekend als ‘port-a-cath’. Centraal ingebrachte getunnelde centraal veneuze katheters zonder ‘cuff’ worden buiten beschouwing gelaten omdat deze in de Nederlandse praktijk niet worden toegepast.
Het gebruik van een centraal veneuze katheter kan gepaard gaan met infectieuze en niet-infectieuze complicaties, zoals bloedbaaninfecties en trombose. Deze complicaties kunnen belastend zijn voor de patiënt en kunnen resulteren in een afname van de kwaliteit van leven en een toename in zorgkosten.
Deze module beschrijft de infectiepreventiemaatregelen die genomen dienen te worden tijdens de follow-up en bij het verwijderen van centraal veneuze katheters bij volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten) in de medisch-specialistische zorg. Centraal veneuze katheters voor hemodialyse vallen buiten de scope van deze richtlijn. Datzelfde geldt voor de diagnostiek van katheter-gerelateerde infecties.
In de huidige Nederlandse klinische praktijk worden centraal veneuze katheters niet routinematig vervangen. Het is onduidelijk wat het effect is van het routinematig vervangen van centraal veneuze katheters op het optreden van katheter-gerelateerde infecties vergeleken met het vervangen op klinische indicatie; het literatuuronderzoek richt zich op dit aspect.
Samenvatting literatuur
Subquestion 1 – Routine versus clinically indicated replacement
No studies compared routine catheter replacement with clinically indicated catheter replacement in in-hospital patients with a central venous catheter.
Subquestion 2 – Other infection control measures
Not applicable.
Zoeken en selecteren
Subquestion 1 – Routine versus clinically indicated replacement
A systematic review of the literature was performed to answer the following (search)question:
What is the effect of routine schedule-based catheter replacement compared with clinical indication-based catheter replacement on catheter-related infections for in-hospital patients with a central venous catheter?
Table 1. PICOS
|
Patients |
Patients (non-neonates) with a central venous catheter |
|
Intervention |
Routine catheter replacement based on a predefined schedule |
|
Control |
Clinically indicated catheter replacement (suspected or confirmed complication) |
|
Outcomes* |
CRBSI CABSI** Insertion site infection (Thrombo)phlebitis All-cause mortality CRBSI/CABSI-related mortality |
|
Setting |
Hospital |
|
Other selection criteria |
Study design: systematic review, randomized controlled trial, or comparative observational study |
CABSI = catheter-associated bloodstream infection; CRBSI = catheter-related bloodstream infection
* Per patient and, if reported, per 1,000 catheter days
**If CRBSI is not reported in any of the included studies
Relevant outcome measures
The guideline panel considered catheter-related bloodstream infection (CRBSI) and catheter-associated bloodstream infection (CABSI)* as critical outcome measures for decision-making; and insertion site infection, (thrombo)phlebitis, all-cause mortality, CRBSI (CABSI)-related mortality, insertion failure, and catheter failure for any reason as important outcome measures for decision-making.
* If CRBSI is not reported in any of the included studies
For CRBSI and CABSI, the guideline panel decided to use the definitions as described previously (Maki, 2006; Mermel, 2009; O’Grady, 2011). CRBSI was defined as a primary bloodstream infection with laboratory confirmation of the catheter as the source of the infection. CABSI was defined as a laboratory-confirmed primary bloodstream infection with the catheter in situ or within 48 hours of removal. For all other outcome measures, the guideline panel decided to use the definitions used by the authors of the individual studies.
The guideline panel defined the following thresholds for clinical relevance:
- Mortality: risk ratios of 0.95 and 1.05 (RR<0.95 or RR>1.05)
- Other dichotomous outcomes: risk ratios of 0.8 and 1.25 (RR<0.8 or RR>1.25)
Methods
The literature search for this search question was combined with the similar search question for peripheral venous catheters (see module Follow-up en verwijderen van perifeer veneuze katheters) and peripheral arterial catheters (see module Follow-up en verwijderen van perifeer arteriële katheters).
Embase.com and Ovid/Medline databases were systematically searched with relevant search terms from 2000 until April 12, 2024. See Verantwoording for the detailed search strategy. The systematic literature search resulted in 890 unique hits.
Studies were selected based on the following eligibility criteria:
- Systematic review (SR) of randomized controlled trials (RCT) (at least two databases searched, detailed search strategy with search date, in- and exclusion criteria, description of individual study results, risk of bias assessment per study), or RCT; if an SR of RCTs or RCTs were not available, comparative observational studies were selected;
- SR describes at least one RCT that is not described in another selected SR;
- The research question includes all elements of the PICOS;
- The study population is not limited to hemodialysis patients;
- Routine catheter replacement at intervals of at least 72 hours;
- Full paper (i.e., no conference abstract, editorial, letter, or note);
- Full text is available;
- Full text is written in English or Dutch.
The reference lists of excluded systematic reviews were checked for studies that fulfilled the eligibility criteria and were not retrieved in the systematic literature search.
Based on title and abstract screening, 29 studies were initially selected. After reading the full text, all 29 studies were excluded (Table of excluded studies), and none were included. Reference checking of excluded systematic reviews did not result in additional eligible studies.
Subquestion 2 – Other infection control measures
For other infection control measures related to the removal and replacement of central venous catheters, no systematic literature search was performed.
The recommendations were based on the previous WIP-guideline Flebitis en bloedbaaninfecties door intraveneuze infuuskatheters, international guidelines, supporting literature, and expert opinion.
Referenties
- Baier C, Linke L, Eder M, Schwab F, Chaberny IF, Vonberg RP, Ebadi E. Incidence, risk factors and healthcare costs of central line-associated nosocomial bloodstream infections in hematologic and oncologic patients. PLoS One. 2020 Jan 24;15(1):e0227772. doi: 10.1371/journal.pone.0227772. PMID: 31978169; PMCID: PMC6980604.
- Buetti N, Marschall J, Drees M, Fakih MG, Hadaway L, Maragakis LL, Monsees E, Novosad S, O'Grady NP, Rupp ME, Wolf J, Yokoe D, Mermel LA. Strategies to prevent central line-associated bloodstream infections in acute-care hospitals: 2022 Update. Infect Control Hosp Epidemiol. 2022 May;43(5):553-569. doi: 10.1017/ice.2022.87. Epub 2022 Apr 19. PMID: 35437133; PMCID: PMC9096710.
- Maki DG, Kluger DM, Crnich CJ. The risk of bloodstream infection in adults with different intravascular devices: a systematic review of 200 published prospective studies. Mayo Clin Proc. 2006 Sep;81(9):1159-71. doi: 10.4065/81.9.1159. PMID: 16970212.
- Mermel LA, Allon M, Bouza E, Craven DE, Flynn P, O'Grady NP, Raad II, Rijnders BJ, Sherertz RJ, Warren DK. Clinical practice guidelines for the diagnosis and management of intravascular catheter-related infection: 2009 Update by the Infectious Diseases Society of America. Clin Infect Dis. 2009 Jul 1;49(1):1-45. doi: 10.1086/599376. Erratum in: Clin Infect Dis. 2010 Apr 1;50(7):1079. Dosage error in article text. Erratum in: Clin Infect Dis. 2010 Feb 1;50(3):457. PMID: 19489710; PMCID: PMC4039170.
- O'Grady NP, Alexander M, Burns LA, Dellinger EP, Garland J, Heard SO, Lipsett PA, Masur H, Mermel LA, Pearson ML, Raad II, Randolph AG, Rupp ME, Saint S; Healthcare Infection Control Practices Advisory Committee (HICPAC). Guidelines for the prevention of intravascular catheter-related infections. Clin Infect Dis. 2011 May;52(9):e162-93. doi: 10.1093/cid/cir257. Epub 2011 Apr 1. PMID: 21460264; PMCID: PMC3106269.
- O'Grady NP, Alexander M, Burns LA, Dellinger EP, Garland J, Heard SO, Lipsett PA, Masur H, Mermel LA, Pearson ML, Raad II, Randolph AG, Rupp ME, Saint S; Healthcare Infection Control Practices Advisory Committee (HICPAC). Guidelines for the prevention of intravascular catheter-related infections, 2011. Update 2017. 2017. (https://www.cdc.gov/infection-control/media/pdfs/Guideline-BSI-H.pdf, accessed November 1, 2024).
- Patel AR, Patel AR, Singh S, Singh S, Khawaja I. Central Line Catheters and Associated Complications: A Review. Cureus. 2019 May 22;11(5):e4717. doi: 10.7759/cureus.4717. PMID: 31355077; PMCID: PMC6650175.
- Pu YL, Li ZS, Zhi XX, Shi YA, Meng AF, Cheng F, Ali A, Li C, Fang H, Wang C. Complications and Costs of Peripherally Inserted Central Venous Catheters Compared With Implantable Port Catheters for Cancer Patients: A Meta-analysis. Cancer Nurs. 2020 Nov/Dec;43(6):455-467. doi: 10.1097/NCC.0000000000000742. PMID: 31464692.
- Ullman AJ, Gibson V, Takashima MD, Kleidon TM, Schults J, Saiyed M, Cattanach P, Paterson R, Cooke M, Rickard CM, Byrnes J, Chopra V. Pediatric central venous access devices: practice, performance, and costs. Pediatr Res. 2022 Nov;92(5):1381-1390. doi: 10.1038/s41390-022-01977-1. Epub 2022 Feb 8. PMID: 35136199; PMCID: PMC9700519.
- No authors listed. 2021 Infusion Therapy Standards of Practice Updates. J Infus Nurs. 2021 Jul-Aug 01;44(4):189-190. doi: 10.1097/NAN.0000000000000436. PMID: 34197345.
Evidence tabellen
Tables of excluded studies
Systematic search – full text assessment
|
Reference |
Reason for exclusion |
|
Cepkova M, Matthay MA. Reducing risk in the ICU: Vascular catheter-related infections. Infections Medicine. 2006;23(4):141-152. |
Cost-effectiveness study |
|
Cooper AS. Clinically Indicated Replacement Versus Routine Replacement of Peripheral Venous Catheters. Crit Care Nurse. 2019 Aug;39(4):67-68. doi: 10.4037/ccn2019187. PMID: 31371371. |
Summary of systematic review (Webster, 2019) |
|
Farooqi UG, Sabahat M, Akhter AS, Ali MA. Rehman SU, Rahman FU. Incidence, risk factors and prevention related to infusion phlebitis. J Pharmaceutical Negative Results. 2022; 13:2822-2825. |
Insufficient reporting of intervention, comparator and outcome data |
|
Farr BM. Preventing vascular catheter-related infections: current controversies. Clin Infect Dis. 2001 Nov 15;33(10):1733-8. doi: 10.1086/323402. Epub 2001 Oct 5. PMID: 11595992. |
Narrative review |
|
de Jonge RC, Polderman KH, Gemke RJ. Central venous catheter use in the pediatric patient: mechanical and infectious complications. Pediatr Crit Care Med. 2005 May;6(3):329-39. doi: 10.1097/01.PCC.0000161074.94315.0A. PMID: 15857534. |
Narrative review |
|
Ho KH, Cheung DS. Guidelines on timing in replacing peripheral intravenous catheters. J Clin Nurs. 2012 Jun;21(11-12):1499-506. doi: 10.1111/j.1365-2702.2011.03974.x. Epub 2012 Feb 17. PMID: 22340078. |
Critical appraisal of a since-updated systematic review (Webster, 2010; update 2019) |
|
Idvall E, Gunningberg L. Evidence for elective replacement of peripheral intravenous catheter to prevent thrombophlebitis: a systematic review. J Adv Nurs. 2006 Sep;55(6):715-22. doi: 10.1111/j.1365-2648.2006.03962.x. PMID: 16925620. |
Selection criteria for systematic reviews were not fulfilled
|
|
Li J, Ding Y, Lu Q, Jin S, Zhang P, Jiang Z, Zhang F, Lyu Y, Lin F. Routine replacement versus replacement as clinical indicated of peripheral intravenous catheters: A multisite randomised controlled trial. J Clin Nurs. 2022 Oct;31(19-20):2959-2970. doi: 10.1111/jocn.16129. Epub 2021 Nov 14. PMID: 34779070. |
P didn’t meet PICOS |
|
Lin SW, Chen SC, Huang FY, Lee MY, Chang CC. Effects of a Clinically Indicated Peripheral Intravenous Replacement on Indwelling Time and Complications of Peripheral Intravenous Catheters in Pediatric Patients: A Randomized Controlled Trial. Int J Environ Res Public Health. 2021 Apr 5;18(7):3795. doi: 10.3390/ijerph18073795. PMID: 33916497; PMCID: PMC8038579. |
P didn’t meet PICOS |
|
Lu H, Yang Q, Nor HM, Lv Y, Zheng X, Xin X, Feng A, Sun Y, Zhou X, Zhang L, Qu Y, Li J, Guo X, Yang Y, Jiao J, Xie N. The safety of clinically indicated replacement or routine replacement of peripheral intravenous catheters: A randomized controlled study. J Vasc Access. 2022 May;23(3):436-442. doi: 10.1177/1129729821998528. Epub 2021 Mar 12. PMID: 33706602. |
P didn’t meet PICOS |
|
Mermel LA. Prevention of intravascular catheter-related infections. Ann Intern Med. 2000 Mar 7;132(5):391-402. doi: 10.7326/0003-4819-132-5-200003070-00009. Erratum in: Ann Intern Med 2000 Sep 5;133(5):395. PMID: 10691590. |
Narrative review |
|
Morrison K, Holt KE. The Effectiveness of Clinically Indicated Replacement of Peripheral Intravenous Catheters: An Evidence Review With Implications for Clinical Practice. Worldviews Evid Based Nurs. 2015 Aug;12(4):187-98. doi: 10.1111/wvn.12102. Epub 2015 Aug 4. PMID: 26243585. |
Selection criteria for systematic reviews were not fulfilled |
|
Nishanth S, Sivaram G, Kalayarasan R, Kate V, Ananthakrishnan N. Does elective re-siting of intravenous cannulae decrease peripheral thrombophlebitis? A randomized controlled study. Natl Med J India. 2009 Mar-Apr;22(2):60-2. PMID: 19852337. |
I/C didn’t meet PICOS |
|
O'Grady NP. Applying the science to the prevention of catheter-related infections. J Crit Care. 2002 Jun;17(2):114-21. doi: 10.1053/jcrc.2002.34366. PMID: 12096374. |
Selection criteria for systematic reviews were not fulfilled
|
|
O'Grady NP, Alexander M, Dellinger EP, Gerberding JL, Heard SO, Maki DG, Masur H, McCormick RD, Mermel LA, Pearson ML, Raad II, Randolph A, Weinstein RA; Healthcare Infection Control Practices Advisory Committee. Guidelines for the prevention of intravascular catheter-related infections. Infect Control Hosp Epidemiol. 2002 Dec;23(12):759-69. doi: 10.1086/502007. PMID: 12517020. |
CDC guideline / updated in 2017 |
|
O'Grady NP, Alexander M, Dellinger EP, Gerberding JL, Heard SO, Maki DG, Masur H, McCormick RD, Mermel LA, Pearson ML, Raad II, Randolph A, Weinstein RA; Healthcare Infection Control Practices Advisory Committee. Guidelines for the prevention of intravascular catheter-related infections. Am J Infect Control. 2002 Dec;30(8):476-89. doi: 10.1067/mic.2002.129427. PMID: 12461511. |
CDC guideline / updated in 2017 |
|
Pirracchio R, Legrand M, Rigon MR, Mateo J, Lukaszewicz AC, Mebazaa A, Raskine L, Le Pors MJ, Payen D. Arterial catheter-related bloodstream infections: results of an 8-year survey in a surgical intensive care unit. Crit Care Med. 2011 Jun;39(6):1372-6. doi: 10.1097/CCM.0b013e3182120cf7. PMID: 21336106. |
P didn’t meet PICOS |
|
Rickard CM, McCann D, Munnings J, McGrail MR. Routine resite of peripheral intravenous devices every 3 days did not reduce complications compared with clinically indicated resite: a randomised controlled trial. BMC Med. 2010 Sep 10;8:53. doi: 10.1186/1741-7015-8-53. PMID: 20831782; PMCID: PMC2944158. |
Possible (partial) duplicate publication (Rickard, 2012) |
|
Rickard CM, Webster J, Wallis MC, Marsh N, McGrail MR, French V, Foster L, Gallagher P, Gowardman JR, Zhang L, McClymont A, Whitby M. Routine versus clinically indicated replacement of peripheral intravenous catheters: a randomised controlled equivalence trial. Lancet. 2012 Sep 22;380(9847):1066-74. doi: 10.1016/S0140-6736(12)61082-4. PMID: 22998716. |
P didn’t meet PICOS |
|
Stevens C, Milner KA, Trudeau J. Routine Versus Clinically Indicated Short Peripheral Catheter Replacement: An Evidence-based Practice Project. J Infus Nurs. 2018 May/Jun;41(3):198-204. doi: 10.1097/NAN.0000000000000281. PMID: 29659468. |
Narrative review and quasi-experimental study (before-after study) with insufficient reporting of outcome data |
|
Timsit JF. Scheduled replacement of central venous catheters is not necessary. Infect Control Hosp Epidemiol. 2000 Jun;21(6):371-4. doi: 10.1086/501775. PMID: 10879566. |
Narrative review |
|
Tuffaha HW, Rickard CM, Webster J, Marsh N, Gordon L, Wallis M, Scuffham PA. Cost-effectiveness analysis of clinically indicated versus routine replacement of peripheral intravenous catheters. Appl Health Econ Health Policy. 2014 Feb;12(1):51-8. doi: 10.1007/s40258-013-0077-2. PMID: 24408785. |
Cost-effectiveness study |
|
Ullman A, Keogh S, Marsh N, Rickard C. Routine versus clinically indicated replacement of peripheral catheters. Br J Nurs. 2015 Jan 22-Feb 11;24(2):S14. doi: 10.12968/bjon.2015.24.Sup2.S14. PMID: 25616125. |
Summary of previously published RCT (Rickard, 2012) |
|
Vendramim P, Avelar AFM, Rickard CM, Pedreira MDLG. The RESPECT trial-Replacement of peripheral intravenous catheters according to clinical reasons or every 96 hours: A randomized, controlled, non-inferiority trial. Int J Nurs Stud. 2020 Jul;107:103504. doi: 10.1016/j.ijnurstu.2019.103504. Epub 2020 Jan 11. PMID: 32334176. |
P didn’t meet PICOS |
|
Webster J, Clarke S, Paterson D, Hutton A, van Dyk S, Gale C, Hopkins T. Routine care of peripheral intravenous catheters versus clinically indicated replacement: randomised controlled trial. BMJ. 2008 Jul 8;337(7662):a339. doi: 10.1136/bmj.a339. PMID: 18614482; PMCID: PMC2483870. |
P didn’t meet PICOS |
|
Wu MA, Casella F. Is clinically indicated replacement of peripheral catheters as safe as routine replacement in preventing phlebitis and other complications? Intern Emerg Med. 2013 Aug;8(5):443-4. doi: 10.1007/s11739-013-0940-z. Epub 2013 Apr 6. PMID: 23564486. |
Summary of previously published RCT (Rickard, 2012) |
|
Xu L, Hu Y, Huang X, Fu J, Zhang J. Clinically indicated replacement versus routine replacement of peripheral venous catheters in adults: A nonblinded, cluster-randomized trial in China. Int J Nurs Pract. 2017 Dec;23(6). doi: 10.1111/ijn.12595. Epub 2017 Oct 9. PMID: 28990241. |
P didn’t meet PICOS |
C = comparator; I = intervention; O = outcome; P = population; RCT = randomized controlled trial; S = setting.
In- and excluded systematic reviews – reference lists
|
Reference |
Reason for exclusion |
|
Barker P, Anderson AD, MacFie J. Randomised clinical trial of elective re-siting of intravenous cannulae. Ann R Coll Surg Engl. 2004 Jul;86(4):281-3. doi: 10.1308/147870804317. PMID: 15239872; PMCID: PMC1964197. |
I/C didn’t meet PICOS |
|
Cobb DK, High KP, Sawyer RG, Sable CA, Adams RB, Lindley DA, Pruett TL, Schwenzer KJ, Farr BM. A controlled trial of scheduled replacement of central venous and pulmonary-artery catheters. N Engl J Med. 1992 Oct 8;327(15):1062-8. doi: 10.1056/NEJM199210083271505. PMID: 1522842. |
Published before 2000 |
|
Cook D, Randolph A, Kernerman P, Cupido C, King D, Soukup C, Brun-Buisson C. Central venous catheter replacement strategies: a systematic review of the literature. Crit Care Med. 1997 Aug;25(8):1417-24. doi: 10.1097/00003246-199708000-00033. PMID: 9267959. |
Published before 2000 |
|
Eyer S, Brummitt C, Crossley K, Siegel R, Cerra F. Catheter-related sepsis: prospective, randomized study of three methods of long-term catheter maintenance. Crit Care Med. 1990 Oct;18(10):1073-9. PMID: 2209033. |
Outcome data were not reported by device type |
|
Kerin MJ, Pickford IR, Jaeger H, Couse NF, Mitchell CJ, Macfie J. A prospective and randomised study comparing the incidence of infusion phlebitis during continuous and cyclic peripheral parenteral nutrition. Clin Nutr. 1991 Dec;10(6):315-9. doi: 10.1016/0261-5614(91)90060-p. PMID: 16839938. |
I/C didn’t meet PICOS |
|
May J, Murchan P, MacFie J, Sedman P, Donat R, Palmer D, Mitchell CJ. Prospective study of the aetiology of infusion phlebitis and line failure during peripheral parenteral nutrition. Br J Surg. 1996 Aug;83(8):1091-4. doi: 10.1002/bjs.1800830817. PMID: 8869311. |
I/C didn’t meet PICOS |
|
Nakae H, Igarashi T, Tajimi K. Catheter-related infections via temporary vascular access catheters: a randomized prospective study. Artif Organs. 2010 Mar;34(3):E72-6. doi: 10.1111/j.1525-1594.2009.00960.x. PMID: 20447037. |
I/C didn’t meet PICOS |
|
Uldall PR, Merchant N, Woods F, Yarworski U, Vas S. Changing subclavian haemodialysis cannulas to reduce infection. Lancet. 1981 Jun 20;1(8234):1373. doi: 10.1016/s0140-6736(81)92553-8. PMID: 6113344. |
P didn’t meet PICOS |
|
Van Donk P, Rickard CM, McGrail MR, Doolan G. Routine replacement versus clinical monitoring of peripheral intravenous catheters in a regional hospital in the home program: A randomized controlled trial. Infect Control Hosp Epidemiol. 2009 Sep;30(9):915-7. doi: 10.1086/599776. PMID: 19637959. |
S didn’t meet PICOS |
C = comparator; I = intervention; O = outcome; P = population; S = setting.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 12-02-2026
Beoordeeld op geldigheid : 12-02-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door het ministerie van VWS. De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Werkgroep
- S. (Selma) Bons, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), voorzitter
- Dr. M. (Michelle) Gompelman, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging van Internist-Infectiologen (NVII)
- R. (Renze) Jongstra, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
- H. (Heidy) Koene, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG)
- M.H.H. (Marc) Königs, Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC)
- Dr. B.J. (Bart) Laan (AIOS), Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging van Internist-Infectiologen (NVII)
- K. (Kelly) Niggebrugge-Mentink, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA)
- Dr. J.H. (Jan) van Zeijl, Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)
Klankbordgroep
- Dr. J.R.A. (Jeetindra) Balak, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN)
- Werkgroep richtlijn Centraal veneuze toegang (NVvH)
- Werkgroep leidraad Infusietechnologie (NVKF)
Met ondersteuning van
- Mw. A. (Alies) Oost, informatiespecialist, Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten
- Dr. H. (Haitske) Graveland, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten
- Dr. M.F.Q. (Marjolein) Kluijtmans-van den Bergh, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
S. (Selma) Bons |
Anesthesioloog, Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie, Utrecht |
Lid werkgroep SRI richtlijnen
Lid bestuur sectie kinderanesthesiologie NVA
Lid SRI |
Geen |
Geen restrictie |
|
Dr. M. (Michelle) Gompelman |
Internist-infectioloog, Elkerliek Ziekenhuis, Helmond |
Lid werkgroep FMS-richtlijn Centraal veneuze toegang
|
Geen |
Geen restrictie |
|
A. (Renze) Jongstra |
Intensive care verpleegkundige |
Vicevoorzitter V&VN afdeling IC (onbetaald)
|
Geen |
Geen restrictie |
|
H. (Heidy) Koene |
Deskundige infectiepreventie, Erasmus MC, Rotterdam |
Geen |
Geen |
Geen restrictie |
|
M.H.H. (Marc) Königs |
Intensivist, Maxima Medisch Centrum. Eindhoven/Veldhoven (100%) |
Duikerarts / duikclubarts
Waarnemer intensivist Aruba en via IC (max. 200 uur/jaar) In het verleden voordrachten op congressen voor 3M en BD (betaald) - ESAIC ( Milaan / München) - WOCOVA ( Athene) - Nordic congres for vasculary acces |
Geen |
Geen restrictie (adviseurschap 3M onbetaald) |
|
Dr. B.J. (Bart) Laan |
AIOS Interne Geneeskunde, Amsterdam UMC, Amsterdam |
Geen |
Geen |
Geen restrictie |
|
K. (Kelly) Niggebrugge-Mentink |
Ziekenhuisapotheker, Hagaziekenhuis, Den Haag |
Gastdocent Fontys Hogeschool (verpleegkundig specialistenopleiding); betaald Gastspreker congres Stichting Vascular Infusion Technology; onbetaald |
Geen |
Geen restrictie |
|
Dr. J.H. (Jan) van Zeijl |
Arts-microbioloog, Certe Medische Diagnostiek & Advies, afdeling Medische Microbiologie (tot april 2024)
Waarnemend arts-microbioloog, Certe Medische Diagnostiek & Advies, afdeling Medische Microbiologie (september t/m december 2025) |
Bestuurslid (sinds januari 2024 voorzitter) Vasculitis Stichting met portefeuille vrijwilligersbeleid en Zorg, Research en Belangenbehartiging; onbetaald |
Geen |
Geen restrictie |
|
Klankbordgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Dr. J.R.A. (Jeetindra) Balak |
Internist, Leids UMC, Leiden |
Geen |
Geen |
Geen restrictie |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van Patiëntenfederatie Nederland (PFNL) voor de schriftelijke knelpunteninventarisatie. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan PFNL en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Follow-up en verwijderen van centraal veneuze katheters |
Geen substantiële financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
AGREE
Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II-instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).
Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen
Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten met betrekking tot infectiepreventiemaatregelen rondom intravasculaire katheters. De werkgroep beoordeelde de aanbeveling(en) uit de eerdere WIP-richtlijn Arteriële katheters en de WIP-richtlijn Flebitis en bloedbaaninfecties door intraveneuze infuuskatheters. Tevens zijn er in de schriftelijke knelpunteninventarisatie knelpunten aangedragen door Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Landelijke Vereniging van Operatieassistenten (LVO), Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers (NVAM), Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM), Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Stichting Kind en Ziekenhuis, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). Een verslag hiervan is opgenomen onder Verslag schriftelijke knelpunteninventarisatie.
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.
Uitkomstmaten
Na het opstellen van de zoekvragen behorende bij de uitgangsvragen inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Ook definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Methode literatuursamenvatting
Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder Zoekverantwoording. Indien mogelijk werden de gegevens uit verschillende studies gepoold in een random-effects-model. Review Manager 5.4 werd gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de wetenschappelijke bewijskracht wordt hieronder toegelicht.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie https://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).
GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog |
|
|
Redelijk |
|
|
Laag |
|
|
Zeer laag |
|
Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nul effect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), duurzaamheid, aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje Overwegingen en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016A; Alonso-Coello 2016B). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE-methodiek.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling is gekomen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
|
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers |
||
|
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
|
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
|
Voor behandelaars |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
|
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.
Literatuur
Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417. A
Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494. B
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.
Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.
Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0 (2023). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Available from: https://richtlijnendatabase.nl/uploaded/docs/FMS_MedSpecRicht_2023__v04.pdf?u=1bULOR
Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. PMID: 26772609.
Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from: https://gdt.gradepro.org/app/handbook/handbook.html.
Zoekverantwoording
|
Richtlijn Intravasculaire katheters |
|
|
Uitgangsvraag: Wat is de plaats van het routinematig vervangen van een perifeer veneuze katheter, een centraal veneuze katheter en een perifeer arteriële katheter bij de preventie van katheter-gerelateerde infecties? Zoekvraag: What is the effect of routine, time schedule-based, catheter replacement compared with clinical indication-based catheter removal/replacement on catheter-related infectious complications in patients requiring a peripheral venous catheter, (non-tunneled) central venous catheter or arterial catheter? |
|
|
Database(s): Embase.com, Ovid/Medline |
Datum: 12 april 2024 |
|
Periode: vanaf 2000 |
Talen: geen restrictie |
|
Literatuurspecialist: Alies Oost |
Rayyan review: https://rayyan.ai/reviews/995636 |
|
BMI-zoekblokken: voor verschillende opdrachten wordt (deels) gebruik gemaakt van de zoekblokken van BMI-Online https://blocks.bmi-online.nl/ Deduplication: voor het ontdubbelen is gebruik gemaakt van http://dedupendnote.nl/ |
|
|
Toelichting: Voor deze vraag is gezocht op de elementen:
|
|
Zoekopbrengst
|
|
EMBASE |
OVID/MEDLINE |
Ontdubbeld |
|
SR |
62 |
48 |
62 |
|
RCT |
248 |
184 |
319 |
|
Observationele studies |
384 |
385 |
509 |
|
Totaal |
694 |
617 |
890* |
*in Rayyan
Zoekstrategie
Embase.com
|
No. |
Query |
Results |
|
#1 |
'central venous catheter'/exp OR 'central venous catheterization'/exp OR 'peripherally inserted central venous catheter'/exp OR 'peripheral venous catheter'/exp OR 'artery catheter'/exp OR 'artery catheterization'/exp OR ((peripheral* NEAR/4 (catheter* OR cannula* OR line* OR access* OR infusion OR iv OR ivs)):ti,ab,kw) OR pivc:ti,ab,kw OR pivcs:ti,ab,kw OR 'venous access':ti,ab,kw OR ((('central intravenous' OR 'central vein*' OR 'central venous') NEAR/3 (catheter* OR device* OR line* OR infusion OR iv OR ivs OR access OR cannula*)):ti,ab,kw) OR hickman*:ti,ab,kw OR broviac:ti,ab,kw OR picc*:ti,ab,kw OR 'pic line*':ti,ab,kw OR 'central line*':ti,ab,kw OR 'central catheter*':ti,ab,kw OR cvc:ti,ab,kw OR cvcs:ti,ab,kw OR cvad*:ti,ab,kw OR 'swan ganz':ti,ab,kw OR (((arterial OR artery) NEAR/3 (catheter* OR cannula* OR line* OR access)):ti,ab,kw) |
137284 |
|
#2 |
('catheter removal'/exp OR 'device removal'/de) AND ('time factor'/exp OR 'time'/de OR 'dwell time'/exp OR 'time interval'/de OR 'timeliness'/exp) OR 'catheter removal'/exp/mj OR 'device removal'/mj OR (((remov* OR replac* OR change OR resit* OR 're sit*') NEAR/3 (routin* OR schem* OR schedul* OR timing OR time OR timely OR standard* OR planned OR interval*)):ti,ab,kw) OR (((remov* OR replac*) NEAR/4 routin*):ti,ab,kw) OR (((remov* OR replac* OR resit* OR 're sit*' OR interval*) NEAR/3 ('24 hour*' OR '24 h' OR 24h OR '48 hour*' OR '48 h' OR 48h OR '72 hour*' OR '72 h' OR 72h OR '96 hour*' OR '96 h' OR 96h)):ti,ab,kw) |
103650 |
|
#3 |
#1 AND #2 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp) |
1228 |
|
#4 |
#3 AND [2000-2024]/py |
1082 |
|
#5 |
'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab |
1018502 |
|
#6 |
'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti |
4009991 |
|
#7 |
'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) |
8169857 |
|
#8 |
'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab))) |
14987968 |
|
#9 |
#4 AND #5 - SR |
62 |
|
#10 |
#4 AND #6 NOT #9 - RCT |
248 |
|
#11 |
#4 AND (#7 OR #8) NOT (#9 OR #10) - observationeel |
384 |
|
#12 |
#9 OR #10 OR #11 |
694 |
Ovid/Medline
|
# |
Searches |
Results |
|
1 |
exp Central Venous Catheters/ or exp Catheterization, Central Venous/ or exp Catheterization, Peripheral/ or Vascular Access Devices/ or (peripheral* adj4 (catheter* or cannula* or line* or access* or infusion or iv or ivs)).ti,ab,kf. or pivc.ti,ab,kf. or pivcs.ti,ab,kf. or 'venous access'.ti,ab,kf. or (('central intravenous' or 'central vein*' or 'central venous') adj3 (catheter* or device* or line* or infusion or iv or ivs or access or cannula*)).ti,ab,kf. or hickman*.ti,ab,kf. or broviac.ti,ab,kf. or picc*.ti,ab,kf. or 'pic line*'.ti,ab,kf. or 'central line*'.ti,ab,kf. or 'central catheter*'.ti,ab,kf. or cvc.ti,ab,kf. or cvcs.ti,ab,kf. or cvad*.ti,ab,kf. or 'swan ganz'.ti,ab,kf. or ((arterial or artery) adj3 (catheter* or cannula* or line* or access)).ti,ab,kf. |
77952 |
|
2 |
(exp Device Removal/ and (Time/ or Time Factors/)) or ((remov* or replac* or change or resit* or 're sit*') adj3 (routin* or schem* or schedul* or timing or time or timely or standard* or planned or interval*)).ti,ab,kf. or ((remov* or replac*) adj4 routin*).ti,ab,kf. or ((remov* or replac* or resit* or 're sit*' or interval*) adj3 ('24 hour*' or '24 h' or 24h or '48 hour*' or '48 h' or 48h or '72 hour*' or '72 h' or 72h or '96 hour*' or '96 h' or 96h)).ti,ab,kf. |
72387 |
|
3 |
(1 and 2) not (comment/ or editorial/ or letter/) not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) |
924 |
|
4 |
limit 3 to yr="2000 -Current" |
781 |
|
5 |
meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf. |
738752 |
|
6 |
exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw. |
2712176 |
|
7 |
Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ [Onder exp cohort studies vallen ook longitudinale, prospectieve en retrospectieve studies] |
4698772 |
|
8 |
Case-control Studies/ or clinical trial, phase ii/ or clinical trial, phase iii/ or clinical trial, phase iv/ or comparative study/ or control groups/ or controlled before-after studies/ or controlled clinical trial/ or double-blind method/ or historically controlled study/ or matched-pair analysis/ or single-blind method/ or (((control or controlled) adj6 (study or studies or trial)) or (compar* adj (study or studies)) or ((control or controlled) adj1 active) or "open label*" or ((double or two or three or multi or trial) adj (arm or arms)) or (allocat* adj10 (arm or arms)) or placebo* or "sham-control*" or ((single or double or triple or assessor) adj1 (blind* or masked)) or nonrandom* or "non-random*" or "quasi-experiment*" or "parallel group*" or "factorial trial" or "pretest posttest" or (phase adj5 (study or trial)) or (case* adj6 (matched or control*)) or (match* adj6 (pair or pairs or cohort* or control* or group* or healthy or age or sex or gender or patient* or subject* or participant*)) or (propensity adj6 (scor* or match*))).ti,ab,kf. or (confounding adj6 adjust*).ti,ab. or (versus or vs or compar*).ti. or ((exp cohort studies/ or epidemiologic studies/ or multicenter study/ or observational study/ or seroepidemiologic studies/ or (cohort* or 'follow up' or followup or longitudinal* or prospective* or retrospective* or observational* or multicent* or 'multi-cent*' or consecutive*).ti,ab,kf.) and ((group or groups or subgroup* or versus or vs or compar*).ti,ab,kf. or ('odds ratio*' or 'relative odds' or 'risk ratio*' or 'relative risk*' or aor or arr or rrr).ab. or (("OR" or "RR") adj6 CI).ab.)) |
5664797 |
|
9 |
4 and 5 - SR |
48 |
|
10 |
(4 and 6) not 9 - RCT |
184 |
|
11 |
(4 and (7 or 8)) not (9 or 10) - observationeel |
385 |
|
12 |
9 or 10 or 11 |
617 |