Incidentie, risico’s en surveillance
De meest voorkomende vormen van adenomateuze polyposis syndromen zijn familiaire adenomateuze polyposis (FAP), attenuated FAP (AFAP) en MUTYH-geassocieerde polyposis (MAP); andere adenomateuze polyposis syndromen zoals POLE/POLD, NTHL1-, MBD4-, MSH3-geassocieerde polyposis zijn veel zeldzamer en voor klinische beschrijving en surveillanceadvies van deze syndromen verwijzen we naar de nationale (richtlijnen voor diagnostiek en preventie van erfelijke en familiaire tumoren) en internationale richtlijnen(Adam, GeneReviews; Tischkowitz 2020; van Leerdam, 2019; Zaffaroni 2024).
Tenslotte wordt er bij meer dan 20% van adenomateuze polyposis patiënten, die voldoen aan de criteria voor DNA-onderzoek (zie submodule Genetische testen bij adenomateuze polyposis) geen onderliggend kiembaan defect aangetoond, zij worden omschreven als polyposis e.c.i of colonic polyposis unknown etiology (CPUE) (Terlouw, 2020; Stanich, 2019; Stathopoulos, 2024).
Familiaire adenomateuze polyposis (FAP)
Familiaire adenomateuze polyposis (FAP) wordt veroorzaakt door een kiembaan pathogene variant (PV) in het APC-gen en heeft een autosomaal dominant overervingspatroon. De prevalentie is ongeveer 1 op de 1:6.850 tot 1:23.700 personen. (Yen, GeneReviews) De ernst van het klinische beeld lijkt af te hangen af van het genotype, waarbij varianten in het 5' of 3' uiteinde een minder ernstig fenotype lijken te veroorzaken met minder dan 100 colorectale adenomen (zgn. attenuated FAP, AFAP). Bij klassieke FAP (met varianten in met name het mutatie cluster regio) ontwikkelen zich al vanaf 10-12-jarige leeftijd multipele adenomen in de dikke darm en het rectum. Zonder preventieve ingrepen is de gemiddelde leeftijd waarop een FAP-patiënt met CRC wordt gediagnostiseerd 35 tot 45 jaar (Yen, GeneReviews). Binnen families met dezelfde APC PV wordt er echter een grote variatie in het aantal adenomen gezien. Naast colorectale adenomen wordt (A)FAP geassocieerd met extracolonische manifestaties zoals poliepen en kanker in duodenum en maag, osteomen en desmoïdtumoren (Yen, GeneReviews).
Bij 10-25% van de patiënt en is de APC PV nieuw ontstaan (de novo). (Aretz, 2004) In 5-25% van patiënten met meer dan 10 adenomateuze poliepen kan een APC-PV in mozaïek worden gedetecteerd. (Spier, 2016; Jansen, 2017; Jansen, 2020; Hes, 2008) Patiënten met een APC-mozaïek hebben een APC PV in slechts een deel van de lichaamscellen als gevolg van een de novo-variant die optreedt tijdens de embryogenese. Over het algemeen hebben patiënten met een APC-mozaïek minder dan <100 adenomen en een gemiddelde leeftijd bij diagnose van 45 jaar (spreiding 14-73 jaar). (Spier, 2016; Jansen, 2017; Jansen, 2020; Hes, 2008; Terlouw, 2025)
Op basis van een recente Nederlandse studie, (preprint Terlouw, 2025) van 54 mozaïekpatiënten lijkt dat de coloscopie frequentie voor APC-mozaïekpatiënten in principe vergelijkbaar zou moeten zijn met die in de (A)FAP-richtlijnen. Bij tien van de 35 mozaïekpatiënten die een gastroduodenoscopie ondergingen, werden poliepen in twaalfvingerige darm- of maag gedetecteerd (Terlouw, 2025).
MUTYH-geassocieerde polyposis (MAP)
MUTYH-geassocieerde polyposis (MAP) is een autosomaal recessief overervende aandoening. Het dragerschap in de populatie van een heterozygote MUTYH pathogene variant (PV) is ongeveer 1,3% in (Gnomad), en het verwachte aantal biallelische PV-dragers is ongeveer 1 op 20.000. MAP-patiënten hebben meestal 10 tot een paar honderd adenomen in de dikke darm en endeldarm. Duodenale en extra-intestinale manifestaties komen ook voor, maar minder vaak en op oudere leeftijd dan bij FAP. (Al-Tassan, 2002; Nielsen, 2012)
Personen met een heterozygote MUTYH PV-pathogene variant hebben een mogelijk licht verhoogd risico op CRC, maar in richtlijnen wordt er geen advies voor surveillance gegeven, behalve als de familie is aangedaan volgens de FCC-criteria (zie subodule Incidentie, risico’s en surveillance bij familiair colorectaal carcinoom) (Ma, 2014; Thompson, 2022; Breen, 2022; Hodan, 2024).
Adenomateuze polyposis e.c.i.
Patiënten met ≥ 10 colorectale adenomen zonder detecteerbare APC of MUTYH pathogene varianten (PVs) of PVs in andere genen, of APC-mozaïek, worden aangeduid als onverklaarde adenomateuze polyposis, adenomateuze polyposis e.c.i. of als colonic adenomatous polyposis of unknown etiology (CPUE) (NCCN 2024). In ongeveer 10-20% van de mensen met meer dan 100 poliepen en 60-70% van de mensen met tussen de 10 en 100 adenomateuze poliepen worden geen kiembaan-(mozaïek) APC en MUTYH (biallelische) PVs aangetoond (Terlouw, 2020), een klein deel (minder dan 5%) wordt verklaard door andere gen varianten (Stanich, 2019). Andere mogelijk oorzaken van adenomateuze polyposis zijn leefstijl en omgevingsfactoren (Hodan, 2024), bacterieel genotoxine colibactine, geproduceerd door aanwezigheid van pks+ E. Coli (Terlouw, 2024) en voorafgaande behandeling met chemotherapie en/of radiotherapie voor kanker bij kinderen en jongvolwassenen (Biller, 2020). Weinig studies zijn bekend, die keken naar uitkomst van colon en gastroduodenale surveillance in patiënten en coloscopie in familieleden (Long, 2021).
Behandeling en follow-up
De adviezen voor surveillance van het colorectum bij FAP, AFAP, MAP en adenomateuze polyposis e.c.i. zijn niet herzien, hier was geen uitgangsvraag voor. Een kennisvraag voor een volgende revisie is geformuleerd. De surveillance adviezen voor maag en duodenum zijn wel herzien in deze huidige richtlijnen, zie hiervoor submodule Optimale surveillance voor maag en duodenum poliepen bij FAP en MAP.
Verder geldt dat de zorg voor al deze polyposis patiënten in een expertisecentrum voor FAP plaats dient te vinden.
Onderbouwing
Referenties
- Adam MP, Feldman J, Mirzaa GM, et al., editors. GeneReviews® [Internet]. Seattle (WA): University of Washington, Seattle; 1993-2025. Available from: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK1116
- Al-Tassan N, Chmiel NH, Maynard J, Fleming N, Livingston AL, Williams GT, Hodges AK, Davies DR, David SS, Sampson JR, Cheadle JP. Inherited variants of MYH associated with somatic G:C-->T:A mutations in colorectal tumors. Nat Genet. 2002 Feb;30(2):227-32. doi: 10.1038/ng828. Epub 2002 Jan 30. PMID: 11818965.
- Aretz S, Uhlhaas S, Caspari R, Mangold E, Pagenstecher C, Propping P, Friedl W. Frequency and parental origin of de novo APC mutations in familial adenomatous polyposis. Eur J Hum Genet. 2004 Jan;12(1):52-8. doi: 10.1038/sj.ejhg.5201088. PMID: 14523376.
- Biller LH, Ukaegbu C, Dhingra TG, Burke CA, Chertock Y, Chittenden A, Church JM, Koeppe ES, Leach BH, Levinson E, Lim RM, Lutz M, Salo-Mullen E, Sheikh R, Idos G, Kastrinos F, Stoffel E, Weiss JM, Hall MJ, Kalady MF, Stadler ZK, Syngal S, Yurgelun MB. A Multi-Institutional Cohort of Therapy-Associated Polyposis in Childhood and Young Adulthood Cancer Survivors. Cancer Prev Res (Phila). 2020 Mar;13(3):291-298. doi: 10.1158/1940-6207.CAPR-19-0416. Epub 2020 Feb 12. PMID: 32051178; PMCID: PMC7060102.
- Breen KE, Katona BW, Catchings A, Ranganathan M, Marcell V, Latham A, Yurgelun MB, Stadler ZK. An updated counseling framework for moderate-penetrance colorectal cancer susceptibility genes. Genet Med. 2022 Dec;24(12):2587-2590. doi: 10.1016/j.gim.2022.08.027. Epub 2022 Oct 12. PMID: 36222830.
- Hes FJ, Nielsen M, Bik EC, Konvalinka D, Wijnen JT, Bakker E, Vasen HF, Breuning MH, Tops CM. Somatic APC mosaicism: an underestimated cause of polyposis coli. Gut. 2008 Jan;57(1):71-6. doi: 10.1136/gut.2006.117796. Epub 2007 Jun 29. PMID: 17604324.
- Hodan R, Gupta S, Weiss JM, Axell L, Burke CA, Chen LM, Chung DC, Clayback KM, Felder S, Foda Z, Giardiello FM, Grady W, Gustafson S, Hagemann A, Hall MJ, Hampel H, Idos G, Joseph N, Kassem N, Katona B, Kelly K, Kieber-Emmons A, Kupfer S, Lang K, Llor X, Markowitz AJ, Prats MM, Niell-Swiller M, Outlaw D, Pirzadeh-Miller S, Samadder NJ, Shibata D, Stanich PP, Swanson BJ, Szymaniak BM, Welborn J, Wiesner GL, Yurgelun MB, Dwyer M, Darlow S, Diwan Z. Genetic/Familial High-Risk Assessment: Colorectal, Endometrial, and Gastric, Version 3.2024, NCCN Clinical Practice Guidelines In Oncology. J Natl Compr Canc Netw. 2024 Dec;22(10):695-711. doi: 10.6004/jnccn.2024.0061. PMID: 39689429.
- Jansen AM, Crobach S, Geurts-Giele WR, van den Akker BE, Garcia MV, Ruano D, Nielsen M, Tops CM, Wijnen JT, Hes FJ, van Wezel T, Dinjens WN, Morreau H. Distinct Patterns of Somatic Mosaicism in the APC Gene in Neoplasms From Patients With Unexplained Adenomatous Polyposis. Gastroenterology. 2017 Feb;152(3):546-549.e3. doi: 10.1053/j.gastro.2016.10.040. Epub 2016 Nov 2. PMID: 27816598.
- Jansen AML, Goel A. Mosaicism in Patients With Colorectal Cancer or Polyposis Syndromes: A Systematic Review. Clin Gastroenterol Hepatol. 2020 Aug;18(9):1949-1960. doi: 10.1016/j.cgh.2020.02.049. Epub 2020 Mar 5. PMID: 32147591; PMCID: PMC7725418.
- Long, J.M., Powers, J.M., Stanich, P.P. et al. Clinical Management of Oligopolyposis of Unknown Etiology. Curr Treat Options Gastro 19, 183–197 (2021). https://doi.org/10.1007/s11938-021-00335-0.
- Ma X, Zhang B, Zheng W. Genetic variants associated with colorectal cancer risk: comprehensive research synopsis, meta-analysis, and epidemiological evidence. Gut. 2014 Feb;63(2):326-36. doi: 10.1136/gutjnl-2012-304121. Epub 2013 Aug 14. PMID: 23946381; PMCID: PMC4020522.
- Nielsen M, Infante E, Brand R. MUTYH Polyposis. 2012 Oct 4 [updated 2021 May 27]. In: Adam MP, Feldman J, Mirzaa GM, Pagon RA, Wallace SE, Amemiya A, editors. GeneReviews® [Internet]. Seattle (WA): University of Washington, Seattle; 1993–2025. PMID: 23035301.
- Spier I, Drichel D, Kerick M, Kirfel J, Horpaopan S, Laner A, Holzapfel S, Peters S, Adam R, Zhao B, Becker T, Lifton RP, Perner S, Hoffmann P, Kristiansen G, Timmermann B, Nöthen MM, Holinski-Feder E, Schweiger MR, Aretz S. Low-level APC mutational mosaicism is the underlying cause in a substantial fraction of unexplained colorectal adenomatous polyposis cases. J Med Genet. 2016 Mar;53(3):172-9. doi: 10.1136/jmedgenet-2015-103468. Epub 2015 Nov 27. PMID: 26613750.
- Stanich PP, Pearlman R, Hinton A, Gutierrez S, LaDuca H, Hampel H, Jasperson K. Prevalence of Germline Mutations in Polyposis and Colorectal Cancer-Associated Genes in Patients With Multiple Colorectal Polyps. Clin Gastroenterol Hepatol. 2019 Sep;17(10):2008-2015.e3. doi: 10.1016/j.cgh.2018.12.008. Epub 2018 Dec 14. PMID: 30557735.
- Stathopoulos AG, Hylind LM, Giardiello FM, Foda ZH. Demographics and Clinical Characteristics of Patients With Cpue: A Retrospective Study. J Clin Gastroenterol. 2024 Nov 7. doi: 10.1097/MCG.0000000000002099. Epub ahead of print. PMID: 39918261.
- Terlouw D, Suerink M, Singh SS, Gille HJJP, Hes FJ, Langers AMJ, Morreau H, Vasen HFA, Vos YJ, van Wezel T, Tops CM, Ten Broeke SW, Nielsen M. Declining detection rates for APC and biallelic MUTYH variants in polyposis patients, implications for DNA testing policy. Eur J Hum Genet. 2020 Feb;28(2):222-230. doi: 10.1038/s41431-019-0509-z. Epub 2019 Sep 16. PMID: 31527860; PMCID: PMC6974599.
- Terlouw D, Boot A, Ducarmon QR, Nooij S, Suerink M, van Leerdam ME, van Egmond D, Tops CM, Zwittink RD, Ruano D, Langers AMJ, Nielsen M, van Wezel T, Morreau H. Enrichment of colibactin-associated mutational signatures in unexplained colorectal polyposis patients. BMC Cancer. 2024 Jan 18;24(1):104. doi: 10.1186/s12885-024-11849-y. PMID: 38238650; PMCID: PMC10797792.
- Terlouw D, Suerink M, Buitelaar Y, van Leerdam ME, Hes FJ, van Egmond D, Ruano D, Wagner A, Groenendijk FH, Meijssen IC, Overwater E, Bajwa-Ten Broeke SW, MensenkampAR, Nagtegaal ID, Tops CM, Langers AMJ, van Wezel T, Morreau H, Nielsen, M. Prevalence and consequences of APC mosaicism in patients with colorectal adenomas. [preprint] doi: https://doi.org/10.1101/2025.02.18.25322465
- Tischkowitz M, Colas C, Pouwels S, Hoogerbrugge N; PHTS Guideline Development Group; European Reference Network GENTURIS. Cancer Surveillance Guideline for individuals with PTEN hamartoma tumour syndrome. Eur J Hum Genet. 2020 Oct;28(10):1387-1393. doi: 10.1038/s41431-020-0651-7. Epub 2020 Jun 12. PMID: 32533092; PMCID: PMC7608293.
- Thompson AB, Sutcliffe EG, Arvai K, Roberts ME, Susswein LR, Marshall ML, Torene R, Postula KJV, Hruska KS, Bai S. Monoallelic MUTYH pathogenic variants ascertained via multi-gene hereditary cancer panels are not associated with colorectal, endometrial, or breast cancer. Fam Cancer. 2022 Oct;21(4):415-422. doi: 10.1007/s10689-021-00285-7. Epub 2022 Jan 4. PMID: 34981295.
- van Leerdam ME, Roos VH, van Hooft JE, Dekker E, Jover R, Kaminski MF, Latchford A, Neumann H, Pellisé M, Saurin JC, Tanis PJ, Wagner A, Balaguer F, Ricciardiello L. Endoscopic management of polyposis syndromes: European Society of Gastrointestinal Endoscopy (ESGE) Guideline. Endoscopy. 2019 Sep;51(9):877-895. doi: 10.1055/a-0965-0605. Epub 2019 Jul 23. PMID: 31342472.
- Yen T, Stanich PP, Axell L, Patel SG. APC-Associated Polyposis Conditions. 1998 Dec 18 [updated 2022 May 12]. In: Adam MP, Feldman J, Mirzaa GM, Pagon RA, Wallace SE, Amemiya A, editors. GeneReviews® [Internet]. Seattle (WA): University of Washington, Seattle; 1993–2025. PMID: 20301519.
- Zaffaroni G, Mannucci A, Koskenvuo L, de Lacy B, Maffioli A, Bisseling T, Half E, Cavestro GM, Valle L, Ryan N, Aretz S, Brown K, Buttitta F, Carneiro F, Claber O, Blanco-Colino R, Collard M, Crosbie E, Cunha M, Doulias T, Fleming C, Heinrich H, Hüneburg R, Metras J, Nagtegaal I, Negoi I, Nielsen M, Pellino G, Ricciardiello L, Sagir A, Sánchez-Guillén L, Seppälä TT, Siersema P, Striebeck B, Sampson JR, Latchford A, Parc Y, Burn J, Möslein G. Updated European guidelines for clinical management of familial adenomatous polyposis (FAP), MUTYH-associated polyposis (MAP), gastric adenocarcinoma, proximal polyposis of the stomach (GAPPS) and other rare adenomatous polyposis syndromes: a joint EHTG-ESCP revision. Br J Surg. 2024 May 3;111(5):znae070. doi: 10.1093/bjs/znae070. Erratum in: Br J Surg. 2024 Oct 1;111(10):znae263. doi: 10.1093/bjs/znae263. PMID: 38722804; PMCID: PMC11081080.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 29-09-2025
Beoordeeld op geldigheid : 15-09-2025
Algemene gegevens
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Belangrijkste wijzigingen t.o.v. vorige versie:
|
Onderwerp |
Wijzigingen meest recente versie |
|
Module 1: Diagnostiek en verwijzing |
|
|
Module 2: Familiair colorectaal carcinoom |
|
|
Module 3: Lynch syndroom |
|
|
Module 4: Adenomateuze polyposis |
|
|
Module 5: Serrated polyposis en overige vormen van polyposis |
|
|
Andere aanpassingen |
|
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met Erfelijke darmkanker.
Werkgroep
- dr. M. (Maartje) Nielsen (voorzitter), Klinisch geneticus, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden, VKGN
- prof. dr. N. (Nicoline) Hoogerbrugge, internist, Radboud UMC, Nijmegen, VKGN
- dr. A. (Anja) Wagner, Klinisch geneticus, Erasmus MC Kanker Instituut, Universitair Medisch Centrum Rotterdam, Rotterdam, VKGN
- dr. S.W. (Sanne) Bajwa – ten Broeke, Klinisch geneticus, Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen, VKGN
- prof. Dr. M.E. (Monique) van Leerdam, MDL-arts, Nederlands Kanker Instituut, Amsterdam, Leiden University Medical Center, NVMDL
- dr. T.M. (Tanya) Bisseling, MDL-arts, Radboud UMC, Nijmegen, NVMDL
- dr. M.C.A. (Mariëtte) van Kouwen, MDL-arts, Radboud UMC, Nijmegen, NVMDL
- prof. Dr. E. (Evelien) Dekker, MDL-arts, Amsterdam UMC, Amsterdam, NVMDL
- drs. H. (Hicham) Bouchiba, Arts-onderzoeker MDL, Amsterdam UMC, Amsterdam, persoonlijke titel
- dr. C.J. (Charlotte) Verberne, Chirurg, Ziekenhuis Amstelland, Amstelveen
- dr. J.M. (Jorien) Woolderink, Gynaecoloog, Martini Ziekenhuis, Groningen, NVOG
- dr. R.S. (Chella) van der Post, Patholoog, Radboud UMC, Nijmegen, NVVP
- dr. J.E. (Jurgen) Seppen, Patiëntvertegenwoordiger, Stichting Lynch Polyposis
- dr. A.R. (Arjen) Mensenkamp, laboratoriumspecialist Klinische genetica, Radboud UMC, Nijmegen, VKGL
- dr. C.M.J. (Carli) Tops, laboratoriumspecialist Klinische genetica, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden, VKGL
- I.J.H. (Ivonne) Schoenaker, Verpleegkundig specialist MDL, Isala Ziekenhuis, Zwolle, V&VN oncologie
- L.J.(Lisette) Saveur, Verpleegkundig specialist MDL, Nederlands Kanker Instituut, Amsterdam, V&VN oncologie
Klankbordgroep:
- Dr. F.J.B. (Fränzel) van Duijnhoven, Universitair hoofddocent voeding, genen en kanker WUR, Wageningen, persoonlijke titel
- Dr. J.A.J. (Job) Verdonschot, AIOS klinische Genetica, Maastricht Universitair Medisch Centrum, Maastricht, persoonlijke titel
- Dr. A.G. (Toine) van der Heijden, Oncologisch uroloog, Radboud UMC, Nijmegen, persoonlijke titel
Met ondersteuning van
- dr. J. (Joppe) Tra, Senior-Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. D. (Dagmar) Nieboer, Senior-Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. J. (Josefien) Buddeke, Senior-Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. M. (Mirre) den Ouden-Vierwind, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. M. (Merel) Wassenaar, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. A.C. (Anniek) van Westing, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. L. (Leanne) Küpers, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. J. (Jing) de Haan- Du, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. S.N. (Sarah) van Duijn, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- dr. M. (Majke) van Bommel, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- drs. E. (Evie) Verweg, Junior Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- D.P. (Diana) Gutierrez, projectsecretaresse, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een (sub-) module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Werkgroepleden |
||||
|
Nielsen |
Klinisch geneticus, volledig betaald door de afdeling. |
2012 - present: the International Society for Gastrointestinal Hereditary Tumors (InSiGHT)
Betaling per bijeenkomst (vacation money for expenses made)
Lid adviesraad Stichting Lynch- Polyposis (onbetaald) |
Lopende subsidiegelden – waar ik bij betrokken bij ben:
|
Geen |
|
Hoogerbrugge – van der Linden |
Medisch specialist en hoogleraar erfelijke kanker
|
Geen |
Geen extern gefinancierd onderzoek in relatie tot deze functie |
Geen |
|
Wagner |
Klinisch geneticus |
Bestuurslid Stichting Opsporing Erfelijke tumoren (onbetaald); |
Extern gefinancierd onderzoek. WP3 leider KWF-project nr: 14976 (Smart measurement of circulating tumour DNA: a tumour-agnostic computational tool to improve CRC-care) |
Geen |
|
Bajwa – ten Broeke |
Klinische geneticus UMCG PI, betaald (vanuit KWF-subsidie) |
Lid European Hereditary Tumor Group (onbetaald), Bestuurslid DCCG |
Ja, subsidie voor onderzoek door KWF (young investigator grant), 2021-2025 |
Geen |
|
Van Leerdam |
MDL-arts Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam (0,6 FTE) betaald
|
Medisch directeur stichting opsporing erfelijke tumoren, Leiden, onbetaald |
Extern gefinancierd onderzoek |
Geen |
|
Bisseling |
MDL-arts Radboud UMC 0.9 fte |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Van Kouwen |
Maag-Darm-Leverarts Radboud UMC Nijmegen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Dekker |
Maag-Darm-Leverarts, FT, Amsterdam UMC (betaald)
|
Lid raad van Commissarissen The eNose Company (betaald)
|
I have received honorarium for consultancy* from FujiFilm, Olympus, GI Supply, PAION and Ambu, and speakers' fees from Olympus, GI Supply, Norgine, IPSEN, PAION and FujiFilm. -Studies gefinancierd door KWF, MLDS, TKI, ZonMW, Celtic, FujiFilm. * Single meeting about development, innovation and research |
Geen
Geen deelname aan adviesraden gedurende de richtlijnontwikkeling |
|
Bouchiba |
PhD kandidaat/Arts-onderzoeker maag-darm-leverziekten Amsterdam UMC. |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Verberne |
Chirurg in het ziekenhuis Amstelland, Amstelveen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Woolderink |
Gynaecoloog, Martini Ziekenhuis Groningen |
Lid adviesraad Stichting Lynch- Polyposis (onbetaald) |
Geen |
Geen |
|
Van der Post |
Patholoog, Radboud UMC
|
Bestuurslid Stichting Opsporing Erfelijke tumoren (onbetaald) |
Geen extern gefinancierd onderzoek in relatie tot deze functie |
Geen |
|
Seppen |
Universitair hoofddocent, Amsterdam UMC |
Bestuurslid Stichting Lynch Polyposis |
Geen |
Geen |
|
Mensenkamp |
Laboratoriumspecialist klinische genetica, Radboud UMC Nijmegen |
Voorzitter landelijk overleg erfelijke borstkankerdiagnostiek (LOB)
|
-Medewerking verleend aan workshops variantclassificatie en betrokken als assessor bij kwaliteitsrondzendingen BRCA-diagnostiek op tumorweefsel (EMQN/GenQA, gesponsord door AstraZeneca, betaald aan de afdeling Genetica) -VCo-applicant CRAFT project bij KWF. |
Geen |
|
Tops |
Laboratorium specialist klinische genetica, KG, LUMC
|
Geen |
KWF 14469 - Functionele test Lynch genen - Geen projectleider |
Geen |
|
Schoenaker |
Verpleegkundige specialist AGZ (MDL Oncologie) Isala, betaald
|
Geen |
EASIER study; Electronic nose for breath Analysis after curative Surgery to detect dIstant mEtastases or locoregional Recurrence of colon cancer |
Geen |
|
Saveur |
Verpleegkundig specialist Antoni van Leeuwenhoek |
Geen |
Geen |
Geen |
|
|
||||
|
Klankbordgroepleden |
||||
|
Van Duijnhoven |
Associate Professor
|
Geen |
Onderzoeksproject gefinancierd door World Cancer Research Fund/ Wereld Kanker Onderzoek Fonds |
Geen |
|
Verdonschot |
AIOS Klinische Genetica, MUMC+ |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Van der Heijden |
Oncologisch uroloog
|
Geen |
ZonMW; BladParadigm; RCT mpMRI versus TURT.Projectleider ja |
Geen |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door afvaardiging vanuit de patiëntenvereniging Stichting Lynch Polyposis in de werkgroep. De afgevaardigde heeft meebeslist bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen.
De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Stichting Lynch Polyposis de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). De eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Submodule Incidentie, risico’s en surveillance |
Geen mogelijk financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zullen hebben voor de collectieve uitgaven. |
Werkwijze
AGREE
Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).
Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen
Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep schriftelijk de knelpunten in de zorg voor patiënten met Erfelijke darmkanker. Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.
Uitkomstmaten
Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Methode literatuursamenvatting
Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. Review Manager 5.4 werd gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).
GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog |
er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt; het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd. |
|
Redelijk |
er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt; het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd. |
|
Laag |
er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt; er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd. |
|
Zeer laag |
er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt; de literatuurconclusie is zeer onzeker. |
Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello, 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE-gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
Voor- en nadelen van interventies dienen goed met de patiënt te worden doorgenomen.
|
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers |
||
|
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
|
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
|
Voor behandelaars |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
|
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Organisatie van zorg
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.
Literatuur
Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.
Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.
Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.
Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html
Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.
Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.