Comprehensive geriatric assessment (CGA)

Initiatief: Cluster Algemene geriatrie/ouderengeneeskunde Aantal modules: 34

Geriatrisch assessment (GA)

Publicatiedatum: 25-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 25-06-2026

Uitgangsvraag

Welke elementen uit het comprehensive geriatric assessment (CGA) kunnen door medisch behandelaren in de tweede lijn (ziekenhuis en sGGZ) niet gespecialiseerd in de geriatrie of ouderengeneeskunde, uitgevoerd worden om inzicht te krijgen in de factoren geassocieerd met negatieve uitkomsten waaronder functionele achteruitgang, morbiditeit en mortaliteit bij de patiënt?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  • Wanneer moet er een geriatrisch assessment (GA) worden afgenomen?
  • Uit welke elementen bestaat een GA?
  • Wat kan aanvullend beleid zijn na het verrichten van een GA?

Aanbeveling

Aanbeveling-1

Verricht een GA in de tweede lijn bij ouderen voorafgaand aan een ingrijpende medische behandeling als bij screening een verhoogd risico blijkt op negatieve uitkomsten of beperkte gezondheidswinst.

 

Aanbeveling-2

Verricht een GA bestaand uit een aanvullende (hetero)anamnese en aanvullend onderzoek gericht op risicofactoren voor negatieve uitkomsten, waaronder functionele achteruitgang, morbiditeit en mortaliteit. Het aanvullend onderzoek omvat onder meer screeningslijsten en mobiliteitstesten, en wordt toegespitst op het onderliggende ziektebeeld waarvoor de patiënt primair bij de specialist onder behandeling is.

 

Aanbeveling-3

Bespreek de uitkomsten van het GA in een multidisciplinair overleg met een behandelaar van de klinisch geriatrie/interne ouderengeneeskunde volgens lokale afspraken.

  • Stel interdisciplinair een multidisciplinair zorgplan op basis van de gevonden risicofactoren vast.
  • Stel interdisciplinair vast of de patiënt alsnog verwezen moeten worden voor een CGA.

Bespreek na vaststellen van het zorgplan de uitkomsten van het GA met patiënt en mantelzorgers. Neem deze gegevens mee in het samen beslissen met de patiënt.

Overwegingen

De inhoud van het GA is afhankelijk van de setting (SEH of polikliniek) en afhankelijk van de patiëntengroep. Een voorbeeld van een uitgewerkt GA voor patiënten in de nefrologie wordt gegeven in submodule Nefrogeriatrisch assessment (NGA).

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Wanneer behandelend specialisten, niet zijnde klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde, een GA uitvoeren wordt mogelijk efficiënter gebruik gemaakt van geriatrische of ouderengeneeskundige expertise. Door de uitkomsten van een GA te bespreken met een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde kan er een conclusie getrokken worden over eventuele absolute en relatieve contra-indicaties die voortkomen uit een GA voor de voorgenomen diagnostiek of behandeling. Indien dit op basis van een GA niet mogelijk is dan adviseert het cluster patiënt te verwijzen voor een CGA. In deze sectie worden op basis van consensus binnen het cluster en in afstemming met de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) en Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG) onderdelen van het CGA aangemerkt die er mogelijk voor zorgen dat een behandelend specialist niet gespecialiseerd in de geriatrie of ouderengeneeskunde, na initiële screening (module Identificatie van kwetsbaarheid bij ouderen), een betere inschatting kan maken over de kwetsbaarheid van de patiënt. Indien er al contra-indicaties bestaan voor een bepaalde behandeling binnen het expertisegebied van de regiebehandelaar zijn, dan hoeft er uiteraard geen aanvullend GA verricht te worden.

 

Middels een GA wordt nader onderzoek verricht of de geriatrische/ouderengeneeskundige assen afwijkend zijn. Hierna kunnen de nodige maatregelen gericht op de gevonden kwetsbaarheid (zoals bijvoorbeeld delier) worden ingesteld, of kan worden overwogen de patiënt alsnog door te verwijzen naar de klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde voor een CGA.

 

Voorwaarden voor afname van een GA

De behandelend specialist dient in samenwerking met de vakgroep geriatrie/interne ouderengeneeskunde afspraken te maken om de inhoud van het GA te bepalen. De inhoud moet aansluiten bij de locatie van afnemen (acute setting of polikliniek), de onderliggende pathologie en bij het CGA zoals deze lokaal wordt verricht. Het cluster adviseert dat de GA’s binnen een multidisciplinair overleg (MDO) worden besproken om vast te stellen of er relatieve of absolute geriatrische contra-indicaties of geen geriatrische contra indicaties voor de behandeling zijn. Hierna kunnen de nodige maatregelen gericht op de gevonden kwetsbaarheid (zoals bijvoorbeeld delier) worden ingesteld. Indien deze conclusie nog niet getrokken kan worden met het GA, adviseert het cluster de patiënt door te verwijzen naar de klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde voor een CGA. Het GA kan (deels) middels taakherschikking of taakdelegatie worden verricht, maar wordt uitgevoerd in afstemming met de regiebehandelaar.

 

Uit welke elementen bestaat een GA?

Het GA dient tenminste te bestaan uit de volgende onderdelen: overzicht van de voorgeschiedenis, anamnese en hetero-anamnese waarbij minstens de mate van zelfstandig functioneren, voedingsstatus, vallen en mobiliteit, sociale omstandigheden, steunsysteem, cognitieve danwel stemmingsstoornissen en eerder doorgemaakt delier worden uitgevraagd. Daarnaast moet er aandacht zijn voor de wensen en verwachtingen van de patiënt zelf. Naast de anamnese en hetero-anamnese, lichamelijk onderzoek kan aanvullende diagnostiek (zoals laboratoriumonderzoek) plaatsvinden afhankelijk van de gevonden afwijkingen. Overweeg aanvullend onderzoek afhankelijk van de lokale voorkeur of op indicatie en in afstemming met de klinisch geriater en/of internist ouderengeneeskunde. Het cluster adviseert minimaal de domeinen, voeding, cognitie (inclusief delierrisico), stemming, functioneren en mobiliteit (inclusief vallen) te inventariseren middels bij het ziektebeeld en de setting passende instrumenten.

 

Bij aanvullend onderzoek kan overwogen laboratoriumonderzoek te verrichten conform passend bij het CGA (submodule Laboratoriumonderzoek; bezinking, volledig bloedbeeld, nierfunctie, glucose, schildklierfunctie, elektrolyten (Na, K, Ca), leverenzymen (alkalische fosfatase, gGT, ALAT, ASAT, LDH), vit. B12 en foliumzuur, totaal eiwit en albumine).

 

Vervolgens dient een conclusie geformuleerd te worden waarin de kwetsbaarheid wordt benoemd waarbij duidelijk geconcludeerd wordt of er wel of geen relatieve of absolute geriatrische contra-indicatie voor de behandeling is. Op basis van de bevindingen worden er aanvullende adviezen gegeven.

 

Wat kan aanvullend beleid zijn naar aanleiding van afwijkingen in het GA?

  • In MDO met klinisch geriater of internist-ouderengeneeskunde een conclusie trekken over wel/geen (relatieve) contra-indicatie.
  • Indien geen overtuigende conclusie uit het GA dan in overleg met klinisch geriatrie/internist-ouderengeneeskundige danwel bij discrepantie tussen behandelwens van patiënt en geriatrische behandelmogelijkheid patiënt doorverwijzen voor het verrichten van een CGA.
  • Bij cognitieve stoornissen of grote risico’s op cognitieve stoornissen (anamnestisch en/of bij afwijkende testuitslagen) danwel stemmingsproblematiek verdere diagnostiek of behandeling via klinisch geriater of internist-ouderengeneeskunde.
  • Maatregelen ten behoeve van het voorkomen van een delier.
  • Bij ondervoeding doorverwijzen naar de diëtist.
  • Bij verminderde mobiliteit of verhoogd valrisico een verwijzing naar de fysiotherapie en/of ergotherapie, valpreventieve maatregelen.  

Wat dient er te gebeuren met de bevindingen?

De factoren geassocieerd met negatieve uitkomsten waaronder functionele achteruitgang, morbiditeit en mortaliteit worden opgespoord. Bij het uitslaggesprek worden afhankelijk van deze kwetsbaarheid de risico’s besproken op delier en andere complicaties, functionele achteruitgang, toename van zorgbehoefte en invloed van de voorgestelde behandeling op de kwaliteit van leven. Hierbij heeft samen beslissen van regiebehandelaar met patiënt of diens vertegenwoordiger en eventueel de naaste een prominente plaats. Een verslag met de uitkomsten van het GA dient in de medische status te worden vastgelegd.

 

Samenvattend:

Naast de reguliere work-up van het ziekte specifieke probleem door de betreffende behandelend specialist kan deze na screening (zie module Identificatie van kwetsbaarheid bij ouderen) een aanvullend GA verrichten, bestaand uit:

  • Uitbreiding van de (hetero)anamnese: de mate van zelfstandig functioneren, voedingsstatus, vallen en mobiliteit, sociale omstandigheden, steunsysteem, cognitieve danwel stemmingsstoornissen en eerder doorgemaakt delier.
  • Aanvullend klinimetrisch onderzoek gericht op de vier geriatrische/ouderengeneeskundige assen.
  • Aanvullend laboratoriumonderzoek indien nog niet verricht.
  • Formuleren van de conclusie met betrekking tot geriatrische/ouderengeneeskundige kwetsbaarheid en de invloed daarvan op beleid/behandeltraject.
  • Samen beslissen met betrekking tot de voorgestelde behandeling.
  • Aanvullende maatregelen treffen en bij geen duidelijke conclusie bij het GA verwijzing naar klinisch geriater of internist-ouderengeneeskunde.

Wanneer een behandelend specialist een GA uitvoert zal deze een beter beeld krijgen van de geriatrische/ouderengeneeskundige kwetsbaarheid, de risicofactoren voor negatieve uitkomsten waaronder functionele achteruitgang, morbiditeit en mortaliteit van de patiënt en kan er doelmatiger worden doorverwezen voor geriatrische of ouderengeneeskundige expertise. Dit kan ervoor zorgen dat patiënten eerder kunnen starten met een behandeling, passend bij de gezondheidsstatus en wensen van de patiënt. Echter, het kan ook gebeuren dat geriatrische of ouderengeneeskundige expertise ten onrechte wordt onthouden. Daarom is het van belang om de bevindingen van het GA multidisciplinair te bespreken met een afvaardiging van de vakgroep klinische geriatrie/interne ouderengeneeskunde. Tot slot is het mogelijk dat overbehandeling danwel onderbehandeling wordt voorkomen als uit het GA blijkt dat patiënt in mindere of betere conditie is dan vooraf werd ingeschat.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Waarden en voorkeuren zijn niet bekend uit representatief onderzoek. In de praktijk blijkt dat patiënten gebaat zijn bij geïnformeerde besluitvorming, waar het GA een bijdrage aan kan leveren. Een ongewenst effect van het uitvoeren van een GA kan zijn dat er bevindingen zijn, anders dan waar patiënt voor naar het ziekenhuis is gekomen, maar die wel invloed kunnen hebben op de zelfstandigheid. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het signaleren van cognitieve stoornissen of een groot risico op achteruitgang cognitie.

 

Kostenaspecten

De kostenaspecten van het uitvoeren van een GA zijn onder te verdelen in kosten voor de patiënt, kosten voor de afdeling en maatschappelijke kosten. De tijd van het (poliklinisch) bezoek wordt verlengd, hetgeen extra tijd en daarmee bijvoorbeeld parkeerkosten van de patiënt vraagt.

 

Kosten voor de afdeling bestaan uit inzet van een betrokken verpleegkundige om het GA af te nemen, het beoordelen van de testen en verder het bespreken van de testen in een MDO met minimaal de regiebehandelaar en een behandelaar van de klinisch geriatrie of interne ouderengeneeskunde. Verwachte tijdsinvestering is afhankelijk van de lokale afspraken. Voorstel vanuit praktische en tijdsefficiënte overweging is om meerdere patiënten in één overleg te bespreken. Door het identificeren van de kwetsbaarheden zullen ook extra interventies worden ingezet.

 

De extra kosten die een GA met zich meebrengt op afdelingsniveau staan tegenover de opbrengsten voor de patiënt waarbij persoonsgerichte behandelingen ingezet zullen worden en tevens patiënten bewuster kunnen kiezen voor een passende behandeling. Het beter identificeren van patiënten die geen voordeel van een behandeling hebben, kan maatschappelijk een kostenreductie geven.

 

Gelijkheid ((health)equity/equitable)

De interventie leidt tot een mogelijke afname van gezondheidsgelijkheid, want er wordt gekozen voor patiëntgerichte behandeling. De interventie zal leiden tot meer reiskosten voor de patiënt. Ook kunnen interventies gericht op leefstijl (bijvoorbeeld eiwit verrijkte voeding) of therapie (bijvoorbeeld fysiotherapie) niet voor iedereen even toegankelijk zijn.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

Het GA lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.

 

Duurzaamheid

Door het inzetten van een GA is een geïnformeerd keuzegesprek mogelijk. Door de kennis van behandeldoelen in combinatie met de huidige geriatrische status kan in de besluitvorming gekozen worden ten aanzien van doen of laten van een behandeling. Door geen of minder behandelingen te ondergaan, zal dit een positief effect hebben op duurzaamheid (R1- refuse: het niet gebruiken van een product)

 

Haalbaarheid

De interventie vereist een nieuwe manier van zorgverlening. Voor succesvolle implementatie zijn met name samenwerking met klinische geriatrie/interne ouderengeneeskunde en de andere specialisaties van belang. Daarnaast lijkt taakherschikking bij het afnemen van de testen van belang voor de haalbaarheid. Integratie van het GA in routine zorgbezoeken is ook afhankelijk van de mogelijke inzetbaarheid van een professional die het GA afneemt. Het cluster voorziet met name belemmeringen rondom financiële aspecten betreffende de financiering van de personele inzet om het GA uit te voeren.

 

Rationale van aanbeveling-1: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Een medisch behandelaar in de tweede lijn (ziekenhuis en sGGZ), niet gespecialiseerd in de ouderengeneeskunde, kan voorafgaand aan een ingrijpende medische behandeling op indicatie een GA (laten) afnemen bij oudere patiënten, als bij screening (zie module Identificatie van kwetsbaarheid bij ouderen) een verhoogd risico blijkt op negatieve uitkomsten of een beperkte winst op kwaliteit van leven. 

 

De uitkomsten zijn nodig om samen met de patiënt, eventuele naasten en behandelaren te komen tot een passend persoonsgericht behandelplan waarin de voor- en nadelen van behandeling samen met het overkoepelend behandeldoel inzichtelijk gemaakt worden.

 

Rationale van aanbeveling-2: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Bij het verrichten van een GA is het van belang dat de aanvullende onderzoeken die verricht worden passen bij de situatie (acuut of chronisch) danwel bij het onderliggend ziektebeeld. De elementen van het GA moeten aangepast worden aan de benodigde tijd en de te verwachten onderliggende pathofysiologie zodat ze passend zijn voor de patiëntenpopulatie die onderzocht wordt.

 

Rationale van aanbeveling-3: weging van argumenten voor en tegen de interventies

De uitkomsten van het GA worden besproken met een klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde om zo interdisciplinair tot een multidisciplinair zorgplan voor de patiënt te komen. Op basis van de gevonden risicofactoren voor negatieve uitkomsten worden aanvullende interventies ingesteld.

Onderbouwing

Behandelend specialisten in de tweede lijn (ziekenhuis en sGGZ) krijgen door toenemende diagnostische en therapeutische mogelijkheden en de toename van het aantal oudere mensen meer ouderen als patiënt. Een deel van deze ouderen zal ‘kwetsbaar’ zijn en een verhoogd risico hebben op negatieve uitkomsten waaronder functionele achteruitgang, morbiditeit en mortaliteit.

 

Het CGA is een arbeidsintensief instrument waar niet alle (kwetsbare) ouderen baat bij hebben. Met de dubbele vergrijzing zal bijna iedere behandelend specialist met oudere patiënten te maken krijgen. Er is derhalve behoefte aan een handreiking voor behandelend specialisten, niet zijnde klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde, om zelf een inschatting te maken over de potentiële kwetsbaarheden van de oudere patiënt. Dit heet een geriatrisch assessment (GA). Het GA kan gezien worden als een minimale inschatting om de potentiële risicofactoren van een patiënt in kaart te brengen en kan alleen verricht worden als aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan (module Organisatie van zorg). Aan de hand van deze inschatting kan besloten worden om voor de gevonden risicofactoren een passend diagnostisch dan wel therapeutisch behandelplan op te stellen, of de patiënt alsnog te verwijzen naar een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde voor het verrichten van een CGA. In deze module beschrijft het cluster de aandachtspunten voor een GA op de polikliniek en geeft het cluster advies over binnen welke kaders een behandelend specialist een GA kan afnemen.

 

Indien een patiënt bij screening potentieel kwetsbaar bevonden is (module Identificatie van kwetsbaarheid bij ouderen) of indien er verwacht wordt dat er een andere behandeling gestart wordt indien een patiënt kwetsbaar blijkt, kan de behandelend specialist kiezen om zelf een GA uit te voeren. Het GA heeft als doel om als behandelend specialist niet gespecialiseerd in de geriatrie of ouderengeneeskunde, passende zorg voor de (mogelijk kwetsbare) patiënt te leveren in het kader van getrapte zorg. De behandelend specialist kan aan de hand van de uitkomsten van het GA ook besluiten de patiënt voor een CGA te verwijzen naar de klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde.

Er is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd, omdat er geen geschikte onderzoeksopzet lijkt te bestaan om de oorspronkelijke vraag te kunnen beantwoorden. De overwegingen zijn daarom onderbouwd met niet-systematisch literatuuronderzoek en op basis van expertise van het cluster en in afstemming met de NIV en NVKG. Voor nefrogeriatrische patiënten is er wel een systematisch literatuuronderzoek verricht. Hiervoor verwijzen we naar submodule Nefrogeriatrisch assessment (NGA).

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 25-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 25-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Algemene geriatrie/ouderengeneeskunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2024 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Algemene geriatrie/ouderengeneeskunde bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Drs. A.J. (Arend) Arends (voorzitter), klinisch geriater, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, NVKG
  • Prof. Dr. S.P. (Simon) Mooijaart (vicevoorzitter), internist, werkzaam in het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden, NIV
  • Drs. R.L. (Rozemarijn) van Bruchem-Visser, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Erasmus MC te Rotterdam, NIV
  • Drs. N.S. (Niamh) Landa-Hoogerbrugge, verpleegkundig specialist, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, V&VN
  • Drs. E.M. (Eefje) Meulenberg, klinisch geriater, werkzaam in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis te Tilburg, NVKG
  • G.J.M. (Truus) Noij, vrijwilliger, Senioren Brabant-Zeeland
  • Dr. T.R. (Rikje) Ruiter, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, NIV
  • Drs. F.J. (Erik) Slim, revalidatiearts, werkzaam in het Ziekenhuis Rivierenland te Tiel, VRA
  • Dr. W.M.W.H. (Walther) Sipers, klinisch geriater, werkzaam in het Zuyderland Medisch Centrum te Heerlen/Sittard-Geleen, NVKG 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Dr. A.C. (Alferso) Abrahams, internist-nefroloog, werkzaam in het UMC Utrecht te Utrecht, NIV
  • Drs. S.J.J. (Sietske) Broekstra, verpleegkundig specialist, werkzaam bij Laurens te Rotterdam, V&VN
  • Dr. A.P.M. (Angèle) Kerckhoffs, internist ouderengeneeskunde en internist-nefroloog, werkzaam in het Jeroen Bosch Ziekenhuis te Den Bosch, NIV
  • Drs. S. (Simone) Verhaar, klinisch geriater, werkzaam in het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven, NVKG
  • Drs. H.P.P.R. (Heike) de Wever, specialist ouderengeneeskunde, werkzaam bij TanteLouise te Bergen op Zoom, Verenso

Met ondersteuning van

  • Dr. R. (Renee) Bolijn, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. M. (Mischa) Lenaers, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Arends

klinisch geriater in SpijkenisseMC en VanWeel-Bethesdaziekenhuis; gedetacheerd

voorzitter Stichting Mentorschap Rotterdam per 1-1-2024

Geen

Geen restricties

 

Van Bruchem-Visser

internist ouderengeneeskunde/ethicus 1.0 fte Erasmus MC Rotterdam

koplopertraject cognitieve stoornissen,

inventarisatie diagnostische instrumenten

Lid sectie ouderengeneeskunde NIV, vacatiegelden

Presentaties over ethiek op congressen, opbrengsten gaan naar de stichting

Geen restricties

Landa-Hoogerbrugge

Verpleegkundig specialist bij Rivas Zorggroep (ouderengeneeskunde)

Bij start project verpleegkundig specialist geriatrie/chirurgie in het Maasstad ziekenhuis.

Geen

Geen

Geen restricties

Meulenberg

Klinisch geriater ETZ

Bestuurslid Coöperatie Medisch Specialisten Midden Brabant (stafbestuur ETZ, onderdeel van hoofdfunctie)

Geen

Geen restricties

Mooijaart

Hoogleraar interne geneeskunde i.h.b. ouderengeneeskunde, Leids Universitair Medisch Centrum

Werkgroep Spoedzorg, Nederlandse Internisten Vereniging (lid)

Cluster Geriatrie/Ouderengeneeskunde, FMS (vice-voorzitter)

Acuut Presenterende Oudere Patiënt studie (APOP; hoofdonderzoeker)

COVID-19 Outcomes in Older Peeople (COOP; hoofdonderzoeker; ZonMw)

COVID-19 Ouderen Landelijke Database (COVID-OLD; hoofdonderzoeker)

Chemotherapie Op Maat in Ouderen (COMO; hoofdaanvrager; ZEGG)

Cognition in Older People with End Stage Renal Disease (COPE; lid stuurgroep)

Pathway for Older People with ESRD studie (POLDER; lid stuurgroep)

DIAlysis or not: Outcomes in Older people With Geriatric Assessment study (DIALOGICA; lid stuurgroep; ZEGG)

Triage in Elderly people Needing Treatment study (TENT; lid stuurgroep)

Geen restricties

Noij

geen werkgever bekend

Vrijwilliger bij Senioren Brabant-Zeeland

Geen

Geen restricties

Ruiter

Internist ouderengeneeskunde, klinisch farmacoloog, Maasstad ziekenhuis 0.8 fte.

Mijn aanstelling bij het college ter beoordeling van Geneesmiddelen, ik ben daar collegelid, 0.16 fte

Postdoctoraal onderzoeker, afdeling epidemiologie, EMC, Rotterdam, 0.1 fte.

NIV:

Lid commissie richtlijnen - vacatie gelden.

Secretaris Forum Visitatorum - vacatie gelden.

Overig:

Lid Raad van Toezicht Stichting Landelijk Wonen Klein Houtdijk - vacatiegelden.

Redactie lid Tijdschrift voor gerontologie en geriatrie. - onbezoldigd.

Geen

Geen restricties

Sipers

scen-arts, klinisch geriater, opleider binnen Zuyderland Medisch Centrum te Heerlen-Sittard-Geleen.

Richtlijn Ondervoeding en sarcopenie

Cluster algemene geriatrie

Namens NVKG afgevaardigd om de participeren in de werkgroep als voorzitter om deze richtlijn te ontwikkelen

Die heb ik niet. Na mijn promotie onderzoek is mijn interesse voor ondervoeding en sarcopenie alleen maar groter geworden en hoop ik een bijdrage te kunnen leveren aan zinnige zorg.

Geen restricties

Slim

Revalidatiearts ziekenhuis rivierenland Tiel (loondienst).

Revalidatiearts Jow Voetkliniek (vaste aanstelling) ZBC gericht op zkh verplaatste zorg in de eerstelijn.

2025 Revalidatiearts Deventer zkh (tijdelijke waarneming).

2025 Revalidatiearts CIR tijdelijk contract.

*Docent UMCU, onbetaald.

*Raad van Advies OIM-OSB van SEMH, onkostenvergoeding.

*Scientific Review Committee Leprosy Research Initiative. Lepastichting, onbetaald.

*Firma IPSEN. Onderwijsproject. Skills lab anatomie, onkostenvergoeding.

*ZonMW: deelname aan gesubsidieerd onderzoek naar gevolgen en revalidatie van post-IC patienten die Covid hebben gehad.

*ZonMW: deelname aan Shoe-OFF studie

Geen restricties

Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Abrahams

Internist-nefroloog UMC Utrecht

Geen

1.

DIALOGICA: Conservatieve behandeling vs dialyse bij oudere patienten met nierfalen, projectleider

2. Domestico: Effecten van thuisdialyse vs centrumdialyse, projectleider

Geen restricties

Broekstra

Verpleegkundig Specialist bij Goudenhart

Geen

Geen

Geen restricties

Kerckhoffs

internist ouderengeneeskunde jeroen bosch ziekenhuis betaalde functie ( 2 dagen per week)

internist nefroloog jeroen bosch ziekenhuis betaalde functie ( 2,5 dag per week)

Geen

Geen

Geen restricties

Verhaar

Klinisch geriater, Catharina Ziekenhuis

Betaald werk als klinisch geriater, loondienst

Deelname richtlijn diëtetiek bij kwetsbare ouderen en richtlijn ondervoeding en sarcopenie bij kwetsbare ouderen en geriatrische patiënten. Beide vacatiegelden.

Geen

Geen restricties

De Wever

Specialist ouderengeneeskunde, werkgever stichting tanteLouise, Bergen op Zoom.

Neem deel aan platform Prothese van het VWS.

Geen

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door deelname van relevante patiëntenorganisaties aan de need-for-update en/of prioritering. Vanuit de stuurgroep nam tevens een lid deel namens Senioren Brabant Zeeland. De verkregen input is meegenomen bij het afbakenen en uitwerken van de modules. De conceptrichtlijnmodules zijn daarnaast ter commentaar voorgelegd aan alle relevante patiëntenorganisaties in de stuur- en expertisegroep (zie ‘Samenstelling cluster’ onder ‘Verantwoording’) en aan alle patiëntenorganisaties die niet deelnemen aan de stuur- en expertisegroep, maar wel hebben deelgenomen aan de need-for-update (zie ‘Need-for-update’ onder ‘Verantwoording’). De eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Geriatrisch Assessment (GA)

Geen financiële gevolgen

Uitkomst 3: Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling breed toepasbaar is (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten van zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Effectiviteit CGA