Randvoorwaarden patiënt
Uitgangsvraag
Aan welke randvoorwaarden dient de patiënt en diens omgeving te voldoen voor veilige en efficiënte thuistoediening van medicatie?
Aanbeveling
Voldoe aan de volgende randvoorwaarden ten aanzien van de geschiktheid van de patiënt:
- Instemming is gevraagd van de patiënt met het behandelplan en de afspraken.
- De patiënt is fysiek en mentaal in staat deel te nemen aan de behandeling, eventueel met mantelzorgondersteuning.
Voldoe aan de volgende randvoorwaarden ten aanzien van de zorgomgeving:
- Zorg op maat wordt aangeboden en pas monitoring aan bij eventuele beperkingen (zoals visuele of motorische stoornissen, dementie, verstandelijke beperkingen of verslavingsproblematiek).
- De zorgverlener die de handeling uitvoert is bevoegd en bekwaam voor de betreffende handeling, conform de geldende wet- en regelgeving en professionele standaarden.
- De behandeling en bijbehorende afspraken zijn zorgvuldig overgedragen tussen betrokken zorgverleners, en er zijn duidelijke afspraken gemaakt over uitvoering, monitoring en opvolging.
- De leefomgeving is geschikt voor veilige medicatietoediening, of zorg dat deze op korte termijn geschikt gemaakt kan worden (bijvoorbeeld met aandacht voor communicatievoorzieningen en geschikte omstandigheden voor opslag van medicatie).
Overwegingen
Voor het veilig en verantwoord toedienen van medicatie in de thuissituatie is het van belang dat aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Allereerst geldt dat opname van de patiënt in het ziekenhuis (klinisch c.q. dagbehandeling) niet meer nodig is. Daarnaast moet de medicamenteuze behandeling geschikt zijn voor toediening buiten het ziekenhuis. Dit betekent onder andere dat er geen oraal alternatief beschikbaar is, dan wel voldoende effectief (bv intraveneuze diuretica bij hartfalen) Deze afweging vraagt om een kritische beoordeling; bijvoorbeeld bij OPAT (Outpatient Parenteral Antimicrobial Therapy) geldt dat, indien een oraal antibioticum mogelijk is, hier altijd de voorkeur naar uitgaat.
Voordat patiënten met bepaalde geneesmiddelen in de thuissituatie behandeld kunnen worden moet doorgaans eerst klinische stabiliteit van de behandeling bereikt zijn. In uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld bij specialistische behandeltrajecten, kan thuistoediening ook plaatsvinden bij een minder stabiel klinisch beeld, mits hiervoor duidelijke afspraken bestaan over monitoring, begeleiding en acute interventie. Ook is het noodzakelijk dat er voldoende bevoegd en bekwaam zorgpersoneel beschikbaar is binnen de wijkverpleging, technische thuiszorg of kinderthuiszorg. Een zorgvuldige overdracht en duidelijke afspraken over de klinische behandeling zijn hiervoor essentieel. Wanneer sprake is van medicatie waarbij snelle medische interventie nodig kan zijn, zoals bij oncolytica of epidurale toediening, moet bovendien een spoednummer beschikbaar en bereikbaar zijn. Indien het veiligheidsprofiel van het geneesmiddel dit vereist, dient ook passende noodmedicatie beschikbaar te zijn bij de patiënt of bij de zorgverlener die de toediening uitvoert.
De patiënt moet fysiek en mentaal in staat zijn om aan de behandeling deel te nemen, eventueel met ondersteuning van een mantelzorger. Beperkingen zoals visuele of motorische stoornissen, dementie, verstandelijke beperkingen of verslavingsproblematiek kunnen thuistoediening bemoeilijken, maar vormen niet per definitie een absolute contra-indicatie. In dergelijke situaties is zorg op maat, met passende monitoring, noodzakelijk. Tot slot moet de patiënt instemmen met het behandelplan en bereid zijn zich aan de afspraken te houden. De leefomgeving moet geschikt zijn voor veilige medicatietoediening, met aandacht voor praktische aspecten zoals een geschikte plaats voor opslag van medicatie en het vastleggen van medicatiegebruik. Of de leefomgeving dient op korte termijn geschikt gemaakt te kunnen worden, bijvoorbeeld met aandacht voor communicatievoorzieningen en geschikte omstandigheden voor opslag van medicatie.
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Voor deze module is geen systematische literatuursearch uitgevoerd. De overwegingen en aanbevelingen zijn gebaseerd op expert opinie en praktijkervaringen. Thuistoediening van medicatie kan veilig plaatsvinden, mits voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden voor de patiënt. Tegelijkertijd kan de thuissituatie ook risico’s met zich meebrengen, bijvoorbeeld wanneer medicatie onjuist wordt gebruikt. Daarom is het belangrijk dat vooraf een individuele risicoafweging wordt gemaakt waarin zowel de voordelen als de mogelijke risico’s van thuistoediening worden meegenomen. Als deze voorwaarden zijn geborgd, kan de patiënt vanuit het ziekenhuis naar huis met medicatie die thuis wordt toegediend. Het verhoogt het comfort van de patiënt, voorkomt ziekenhuisopname of verlengt deze niet onnodig, en draagt bij aan autonomie en kwaliteit van leven. Daarbij ervaren patiënten de zorg thuis als minder intensief, wat door velen als positief wordt ervaren. Zie de module geneesmiddelen voor de geneesmiddelen die in aanmerking komen voor thuistoediening.
Voor sommige patiënten kan zelftoediening een optie zijn. In dat geval is aanvullende begeleiding, zoals instructie of training door een (regie/wijk/technische thuiszorg)verpleegkundige, een zorgacademie voor zelf- of mantelzorg of door de apothekersassistent, essentieel om veiligheid en juist gebruik te waarborgen. Deze interventies zijn dan ook van grote waarde voor het succes van zelftoediening.
Ongewenste effecten betreffen vooral risico’s op overbelasting van mantelzorgers en het ontbreken van directe klinische interventiemogelijkheden bij complicaties. Met name bij complexe medicatie (zoals intraveneuze antibiotica of oncolytica) is snelle bereikbaarheid van medische hulp van belang. Er is in de literatuur geen specifiek onderzoek gedaan naar de voorwaarden waaraan veilige thuistoediening moet voldoen; dit benadrukt het belang van expert-based criteria en individuele beoordeling.
Voor subgroepen zoals mensen met visuele beperkingen, dementie of mentale retardatie geldt dat zij in hun eigen vertrouwde omgeving vaak beter functioneren. Wel is aangepaste en intensievere monitoring bij deze groepen wenselijk.
Kwaliteit van bewijs
Voor deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Hieronder heeft de werkgroep op basis van expert opinion en ondersteunende literatuur de belangrijkste randvoorwaarden voor de patiënt beschreven die van toepassing zijn bij thuistoediening van medicatie beschreven.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
De waarden en voorkeuren van patiënten ten aanzien van thuistoediening van medicatie verschillen sterk per individu. Veel patiënten waarderen het comfort van hun eigen omgeving, het kunnen ontvangen van zorg zonder te hoeven reizen, de tijdsbesparing en de mogelijkheid om zorgmomenten beter af te stemmen op hun leefwijze, bijvoorbeeld in de avonduren voor werkenden. Thuistoediening kan bijdragen aan zelfstandigheid en kwaliteit van leven, wat vaak als een groot gewenst effect wordt ervaren.
Daartegenover staat dat sommige patiënten zich juist veiliger voelen in een ziekenhuissetting, waar directe medische ondersteuning beschikbaar is. Voor sommigen kan thuistoediening het ziek-zijn juist nadrukkelijker naar de thuissituatie brengen, wat emotioneel belastend kan zijn. Een voorbeeld hiervan is het toedienen van zoledroninezuur als supportive care bij borstkanker, waarbij patiënten aangeven dat zij het onprettig vinden om de ziekte 'weer mee naar huis' te nemen.
Of een patiënt in aanmerking komt voor thuistoediening hangt af van diens fysieke en mentale geschiktheid en van de bereidheid om het follow-up plan te volgen. Indien de patiënt (en/of diens verzorger) akkoord is, en de medicatie en toedieningsvormen geschikt zijn, kan thuistoediening plaatsvinden. Bij patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden, zoals laaggeletterdheid of beperkte kennis over gezondheid en behandeling, is het belangrijk om extra ondersteuning en monitoring op maat te organiseren. Instrumenten zoals de Pharos-checklist kunnen helpen om inzicht te krijgen in over welke vaardigheden de patiënt beschikt en waar mogelijk aanvullende ondersteuning nodig is.
In het kader van gelijk(waardig)heid moet expliciet rekening worden gehouden met specifieke doelgroepen zoals ouderen, mensen met meerdere chronische aandoeningen, mensen met een kwetsbare gezondheid, jongeren, kinderen en gender-gerelateerde verschillen. Deze groepen kunnen andere voorkeuren of ondersteuningsbehoeften hebben.
Het maken van de afweging tussen thuistoediening of behandeling in een klinische setting vraagt om gezamenlijke besluitvorming tussen patiënt, naasten en zorgverleners, waarbij medische geschiktheid, persoonlijke voorkeuren en praktische haalbaarheid samen worden gewogen.
Omdat waarden en voorkeuren van patiënten sterk individueel kunnen verschillen, is gezamenlijke besluitvorming essentieel. Hierbij is het belangrijk om expliciet aandacht te hebben voor de zorgen, verwachtingen en voorkeuren van de patiënt en deze mee te nemen in de afweging voor thuistoediening van medicatie.
Kostenaspecten
Thuistoediening van medicatie kan kostenbesparend zijn ten opzichte van intramurale behandeling. Wanneer de zorg rondom ontslag goed wordt ingericht, met duidelijke afspraken, overdracht en begeleiding, kan dit leiden tot kortere of zelfs geen klinische ligduur. Hierdoor nemen de intramurale kosten af. Daarnaast vervallen reiskosten voor patiënten en wordt minder beroep gedaan op ziekenhuisfaciliteiten.
Gelijkheid ((health) equity/equitable)
Bij thuistoediening van medicatie is het belangrijk om gezondheidsongelijkheid te voorkomen en gelijke toegang tot zorg voor alle patiënten te waarborgen. Instructie op maat is hierbij essentieel, zeker voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden of specifieke ondersteuningsbehoeften.
Het is van belang om patiënten goed te informeren over eventuele eigen kosten die gemoeid kunnen zijn met de behandeling, om onverwachte financiële drempels te voorkomen.
Aanvaardbaarheid:
Ethische aanvaardbaarheid
Thuistoediening is ethisch aanvaardbaar mits de patiëntveiligheid gewaarborgd blijft en patiënten op basis van goede informatie kunnen instemmen met deze vorm van zorg. Ethische risico’s ontstaan wanneer verantwoordelijkheid onduidelijk is of als patiënten overbelast worden met taken waarvoor zij onvoldoende toegerust zijn.
Daarnaast is het van belang dat thuistoediening van medicatie op een gelijke en toegankelijke manier wordt georganiseerd, zodat patiënten die hiervoor in aanmerking komen hiervan gebruik kunnen maken ongeacht hun sociaaleconomische positie of inkomenssituatie.
Duurzaamheid
Thuistoediening van medicatie draagt op verschillende manieren bij aan duurzaamheid. Het vermindert het aantal kilometers dat patiënten moeten afleggen voor ziekenhuisbezoeken, wat leidt tot een lagere CO₂-uitstoot en geen parkeerkosten. De effecten op reisbewegingen kunnen variëren afhankelijk van de wijze waarop de zorg wordt georganiseerd. In sommige situaties kan inzet van thuiszorg leiden tot extra reisbewegingen, terwijl in andere situaties juist minder reisbewegingen nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer patiënten zelf toedienen of wanneer begeleiding (deels) digitaal plaatsvindt. Daarnaast wordt het gebruik van ziekenhuisfaciliteiten verminderd: er is geen (dag)opname nodig, wat bespaart op middelen zoals wasgoed, schoonmaak, administratieve handelingen en inzet van fysieke ruimtes.
Haalbaarheid
Het thuis toedienen van medicatie is standaardzorg in de praktijk van de technische thuiszorg verpleegkundigen/wijkverpleging. Zij zijn bevoegd en bekwaam en voeren deze handelingen met grote regelmaat uit.
Kindzorg
Voor de kindzorg gelden aanvullende randvoorwaarden. Bij de beoordeling van geschiktheid voor thuistoediening moet rekening worden gehouden met het gehele (gezins)systeem, waaronder de aanwezigheid en belastbaarheid van ouders of verzorgers. Daarnaast vragen kinderen specifieke aandacht vanwege een mogelijk fluctuerend klinisch beeld, de noodzaak tot snelle medische respons bij complicaties, en het gebruik van leeftijds- en gewichtsspecifieke doseringen en kinderformuleringen. Voor verdere kind-specifieke overwegingen wordt verwezen naar de module Kind.
Verder hebben kinderen recht op specifieke kinderverpleegkundige zorg, zoals beschreven in artikel 2 van het handvest Kind en Zorg. ‘Ik word altijd verpleegd en behandeld door mensen die geleerd hebben hoe dit bij kinderen moet.’
https://kindenzorg.nl/nieuws_achtergrond/onderzoek-patienten-met-beperkte-gezondheidsvaardigheden/
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Thuistoediening van medicatie kan veilig plaatsvinden, mits voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden voor de patiënt. Als deze voorwaarden zijn geborgd, kan de patiënt vanuit het ziekenhuis naar huis met thuistoediening. Hierbij kan zelftoediening een optie zijn, mits de patiënt goed geïnstrueerd is, en er een professionele back-up is georganiseerd in de vorm van (gespecialiseerde technische) thuiszorg. Tevens dient er oog te zijn voor (dreigende) overbelasting van de mantelzorg.
In de nabije toekomst zal er eerst aan thuistoediening gedacht dienen te worden, voor er tot (dag) opname in een klinische setting wordt overgegaan: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan, passend binnen de bredere beweging richting passende zorg en zorg dichter bij huis zoals beschreven in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA).
Onderbouwing
Currently, certain medical treatments are typically administered in clinical settings, which can place a burden on both patients and healthcare systems. The increasing interest in home-based care raises questions about patient safety and suitability for treatment at home. The lack of clear criteria for medical and infection prevention for home administration presents a major barrier. Establishing expert-based conditions for safe home treatment could enhance patient comfort, reduce hospital visits, and potentially improve health outcomes.
Not applicable.
No systematic literature analysis was performed for this clinical question. The working group made recommendations based on expert opinion.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 21-07-2026
Beoordeeld op geldigheid : 21-07-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de thuisdoening van medicatie.
Werkgroep
- P.J.J.M. Janssen, ziekenhuisapotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), voorzitter
- A.I. de Bruin, apotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA)
- J. ten Oever, internist-infectioloog, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- A. Beeker, internist, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- M.A.W. Gorter-Stam, kinderpalliatief specialist, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
- B.A.E. de Koning, kinderarts, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
- Dr. Ir. A.G. van der Giessen, klinisch fysicus, Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF)
- C.A.M. Reeuwijk, gespecialiseerd reumaverpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
- I. Cornelis BN wijkverpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
Klankbordgroep
- R.J.P. van der Wal, orthopedisch chirurg, Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)
- Dr. S. de Boer, cardioloog, Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVvC)
- E. Doganer, Kind en Zorg (K&Z)
Met ondersteuning van
- A. Oost, literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. A.E. Sussenbach, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. A.J. Versteeg, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Gemelde (neven)functies en belangen werkgroepleden
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
P.J.J.M Janssen |
Ziekenhuisapotheker, ErasmusMC |
bestuursfunctie CPF, organisatie gelieerd aan NVZA. CPF verzorgt de collectieve belangenbehartiging voor poliklinische apotheken. Binnen de grenzen van mededingingsrecht werken poliklinische apotheken samen in de zorgverkoop |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
18-04-2024 |
Geen restricties |
|
A.I. de Bruin |
Poliklinisch Apotheker, UMC Utrecht (medisch specialist) |
Lid Adviesraad Collectief Poliklinische Farmacie (CPF); betreft inkoop extramurale farmacie (vacatiegeld); CPF verzorgt de collectieve belangenbehartiging voor poliklinische apotheken. |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
20-06-2024 |
Geen restricties |
|
J. ten Oever |
Radboudumc: internist-infectioloog (betaald), primaire functie, voltijd |
Voorzitter SWAB Werkgroep antimicrobial stewardship, betaald. Lid deelnemersraad SWAB, onbetaald. Lid RCT AMR Zorgnetwerk GAIN, betaald. Via deze functie ook betaalde projecten, zoals regionale A-team meeting en revisie OPAT-praktijkgids Aankomend voorzitter NVII (v.a. 30/5/24), onbetaald Lid commissie kwaliteit NVII, onbetaald. |
Geen |
Geen |
*Pfizer: Onderzoek naar OPAT, projectleider *Pfizer: Microbioomonderzoek bij antibotica *Effectiviteit cefazoline en flucloxacilline bij S. aureusbacteriëlemie *Onderzoek naar OPAT, projectleider *SOD als additionele profylaxe bij eosfagusresectie |
Geen |
Geen |
20-06-2024 |
Geen restricties |
|
A. Beeker |
Internist hemato-oncoloog en medisch manager oncologiecentrum Spaarne Gasthuis |
Lid oncologiecommissie ONconovo +, onbetaald. Lid geneesmiddelen commissie NWH, onbetaald. Lid wetenschapscommissie NWH, onbetaald. Lid redactieraad NTVL, onbetaald Hoofdredacteur medidact oncologie/hematologie, onkostenvergoeding. Lid dagelijks bestuur vakgroep interne geneeskunde-MOL Spaarne Gasthuis, onbetaald. |
Lid Care Coalition, onkostenvergoeding |
Geen |
Geen. |
Geen |
Geen |
02-12-2024 |
Geen restricties |
|
M.A.W. Gorter-Stam |
Medisch Adviseur: KinderThuisZorg Nederland; 16uur -Medisch advies intern -transmurale zorgprojecten diverse -Scholing Medisch Ethische Commissie: Make-A-Wish; 16 uur -Medisch advieswerk -Onderzoek QoL Eigenaar Close Of Life -Scholing -Advieswerk -Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg; diverse projecten |
Advisor to the International Medical Committee Make-A-Wish |
Geen |
Geen |
Geen |
Nee, behoudens dat ik werkzaam ben in het extramurale veld, waarvoor deze richtlijn van belang is om zo de medicatieveiligheid van de patiënten te verhogen |
Geen |
24-06-2024 |
Geen restricties |
|
B.A.E. de Koning |
Kinderarts MDL, ErasmusMC |
Geen |
Geen |
Geen |
MLDS en Zeldzame ziekten fonds, sportinterventie bij patienten met darmfalen, beide projectleider. |
Geen |
Geen |
30-08-2024 |
Geen restricties |
|
Dr. Ir. A.G. van der Giessen |
Algemeen klinisch fysicus- Maxima Medisch Centrum |
Opleider binnen post-master opleiding Qualified Medical Engineering - Technische Universiteit Eindhoven |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen vermarkting; Wel mogelijkheid voor reputatie gewin/schade op dit gebied binnen specialisme in verband borgen met de rol van de klinische fysica binnen dit domein |
Geen |
11-06-2024 |
Geen restricties |
|
C.A.M. Reeuwijk |
Reumaverpleegkundige Isala zkh |
V&VN reumatologie (voorzitter) |
Geen |
Geen |
Geen |
Voorzitter V&VN reumatologie |
Geen |
23-05-2024 |
Geen restricties |
|
I. Cornelis |
Gespecialiseerd wijkverpleegkundige bij Groene Kruis Thuiszorg, onderdeel van de Zorggroep |
Bestuurslid V&VN, afdeling TTV (vrijwillig) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
02-07-2024 |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland (PFNL) voor de schriftelijke knelpuntenanalyse en door het betrekken van een afgevaardigde van stichting Kind & Ziekenhuis in de klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de patiëntenvereniging en stichting Kind & Ziekenhuis en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Randvoorwaarden patiënt |
geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze.