Thuistoediening van medicatie

Initiatief: NVZA Aantal modules: 15

Toedieningsmethoden

Publicatiedatum: 21-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 21-07-2026

Uitgangsvraag

Welke (parenterale) toedieningsmethodes zijn er en wat zijn de overwegingen bij toepassing in de thuissituatie?

Aanbeveling

  • Zorg voor veilige introductie van de medische hulpmiddelen, waarbij de ziekenhuisprocessen worden gevolgd voor selectie, aanschaf, veilige introductie en beheer van de hulpmiddelen.
  • Beoordeel of de medische hulpmiddelen geschikt zijn voor de beoogde wijze van toediening en de beoogde medicatie. Betrek hiervoor medisch technologisch experts op het gebied van de medische hulmiddelen om de functionele en technische eigenschappen en veiligheid te kunnen afwegen en voor een optimale keuze voor toediening in de thuissituatie.
  • Uniformeer waar mogelijk het aantal toedieningsmethoden en het aantal verschillende medische hulpmiddelen dat ingezet wordt ten behoeve van organisatorische efficiëntie en veiligheid.

Overwegingen

Voor deze module heeft de systematische literatuursearch geen resultaat opgeleverd. De overwegingen en aanbeveling zijn gebaseerd op expert opinion en praktijkervaringen.

 

Voor de overwegingen is er gekozen om de focus te leggen op de parenterale-toedieningsmethoden die frequent worden toegepast in de thuissituatie:

  • Ambulante mechanische pompen
  • Elastomeerpomp
  • Zwaartekracht infuus
  • Bolus injectie

Voor andere toedieningsmethoden zoals subcutane/ intramusculair/epidurale injecties/infusie, zijn er op vergelijkbare aspecten overwegingen te maken. De keuze van het hulpmiddel dient uiteindelijk passend te zijn bij de toedieningsmethode en de medicatie.

 

Na de selectie van de toedieningsmethode, zal nog een keuze gemaakt moeten worden tussen de verschillende merken/varianten van deze medische hulpmiddelen, opties en accessoires die in de markt aangeboden worden. Denk hierbij aan infuuslijnen, filters, draagaccessoires, reserve accu’s, etc. De randvoorwaarden voor de selectie van de hulpmiddelen, de implementatie en het gebruik van de hulpmiddelen is terug te vinden in module randvoorwaarden.

 

Zie ook Leidraad Infusietechnologie (in ontwikkeling).

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Verschillende factoren hebben invloed op de keuze voor de meest geschikte toedieningsmethode. Het doel is dat een therapie veilig en met zo optimaal mogelijk patiëntcomfort thuis toegediend kan worden. In de thuissituatie voor IV-therapie zijn de overwegingen anders dan in het ziekenhuis. Er worden andere hulpmiddelen ingezet, zoals de elastomeerpompen en ambulante mechanische pompen omdat er niet op elke moment interventie mogelijk is door een zorgverlener, de patiënt mobieler is en de therapie vaak langdurig van aard is.

 

In de meeste gevallen zal de keuze voor een infusiemethode passend zijn voor de meerderheid van de patiënten met een vergelijkbare therapie. Andersom is het mogelijk dat een vergelijkbare therapie uitgevoerd wordt met verschillende toedieningsvormen doordat er lokaal, of ten behoeve van de patiënt, andere afwegingen zijn gemaakt.

 

Medicatie specifieke afwegingen

De karakteristieken van geneesmiddelen, zoals farmacokinetiek, stabiliteit, fotosensitiviteit en houdbaarheid, kunnen van invloed zijn op het bepalen van toedienmethoden. Het geneesmiddel moet veilig en met de juiste eisen (snelheid, nauwkeurigheid, etc) toegediend kunnen worden. Daarbij dienen de juiste condities bij de patiënt aanwezig te zijn om het geneesmiddel te bewaren en toe te dienen. Dit is anders ten opzichte van de korte logistieke routes binnen een ziekenhuis. In sommige gevallen is het wenselijk of niet anders mogelijk dan de thuiszorg een infuus of injectie klaar te laten maken voor toediening.

 

Functionele afwegingen

De verschillende volumina van de pompen, infuuszakken of injecties hebben invloed op de mogelijkheden in relatie tot toegestane geneesmiddelconcentraties die nodig zijn voor therapeutische doseringen. Het vulvolume van de pompen en zakken of medicatiecassettes is hierin vaak een sturende factor.

 

De doseerfrequentie en toedieningsduur van de geneesmiddelen kunnen eveneens de keuze voor een bepaalde wijze van toediening sturen. Enkele toedieningsmethoden kunnen ingezet worden voor een specifieke infusieduur of gericht zijn op continue infusie. Ook is het goed om ter overweging te nemen of een additionele bolus noodzakelijk kan zijn, zoals bijvoorbeeld wanneer door de patiënt zelf-gereguleerde pijnmedicatie (patient controlled analgesia [PCA]) gewenst is. Hierin bieden niet alle toedieningsmethoden de mogelijkheid.

 

Afwegingen intraveneuze toegang

Er zijn verschillende afwegingen te maken om voor een intraveneuze toegang via een perifeer infuus, centraal veneus infuus of poortkatheter te kiezen. De voorschrijver maakt een afweging wat het meest geschikt is. Doel is een veilige en efficiënte vasculaire toegang.

 

Belangrijke afwegingen in de keuze van toegang zijn:

  • De duur en frequentie van de toediening
  • Type en eigenschappen van medicatie, zoals de concentratie, zuurgraad, toxiciteit
  • Patiëntspecifieke overwegingen, zoals vaattoegang, leeftijd, mobiliteit.

Functionele afwegingen

Wanneer het mogelijk is om medicatie niet-parenteraal (bijvoorbeeld oraal) toe te dienen heeft dit voorkeur. De meest discriminerende eigenschappen tussen de infusietoedieningsmethoden worden beschreven.

 

Wanneer continue toediening gewenst is en de patiënt ambulant is, dan kan een elastomeerpomp of een draagbare mechanische pomp (geschikt voor thuisgebruik) passend zijn.

 

Bij een mechanische draagbare pomp wordt de infusievloeistof afgegeven aan de patiënt vanuit een zak of cassette door elektronisch aangestuurde mechanische compressie en relaxatie van de infuuslijn. Hierdoor is de toedieningssnelheid nauwkeurig en ondervindt weinig invloed van tegendruk, temperatuur en positie. De pomp is programmeerbaar waardoor verschillende infusieprofielen mogelijk zijn, zoals continue, intermitterende, stap en patient-controlled toediening. Infusiesnelheden van 1 ml/uur tot wel 1500 ml/uur zijn mogelijk, afhankelijk van merk en type. De pomp kan ingesteld worden om te alarmeren op bijvoorbeeld occlusie, lege zak of luchtbellen. Infusiesnelheden kunnen eenvoudig aangepast worden.

 

Voor de afweging van aspecten in de keuze van type infuuspomp wordt verwezen naar de Leidraad Infusietechnologie (in ontwikkeling).

 

Een elastomeerpomp bestaat uit een opgerekte, elastische ballon gevuld met de medicatie/infuusvloeistof. De ballon oefent een continue druk uit op de medicatie, waardoor de infuusvloeistof de toedieningslijn in stroomt. Deze druk, in combinatie met een flowrestrictor op de huid, bepaalt de toedieningssnelheid. Er zijn dus geen accu’s of batterijen die opgeladen moeten worden. De toedieningssnelheid met een elastomeerpomp is echter veel onnauwkeuriger dan een mechanische pomp en van vele factoren afhankelijk, zoals de tegendruk, temperatuur, het resterend volume en hoogte en oriëntatie waarop de pomp gedragen wordt. De elastomeerpomp is dus alleen geschikt als de toedieningssnelheid minder nauwkeurig hoeft te zijn en restvolume geen consequenties heeft. Afhankelijk van de toedieningssnelheid en gekozen volume, kan er medicatie toegediend worden met 1 elastomeerpomp over een periode variërend van een half uur tot aan meerdere dagen. Gedurende de infusie kan de toedieningssnelheid niet aangepast worden en er vindt ook geen alarmering plaats.

 

Met een zwaartekracht infuus kan continu over zowel een langere als kortere periode, grotere volumes medicatie worden toegediend, waarbij de toedieningssnelheid met een druppelteller ingesteld kan worden. De nauwkeurigheid van de toedieningssnelheid is laag en afhankelijk van vele factoren, vergelijkbaar met de elastomeerpomp, waardoor het lastig te voorspellen is wanneer een infuuszak leeg zal zijn. De zak moet voldoende hoog opgehangen worden aan een infuuspaal, wat de mobiliteit van de patiënt zeer beperkt. Hierdoor is de elastomeerpomp en de mechanische pomp bijna altijd een betere keuze in de thuissituatie.

 

De bolusinjectie, waarbij medicatie wordt toegediend via een bestaande toedieningsweg, door het gecontroleerd leegduwen van een met medicatie (voor)gevulde spuit, is geschikt voor toediening van kleine volumes, met een lage frequentie. De nauwkeurigheid van het toegediende volume is hoog, zeker bij gebruik van voorgevulde spuiten. Er is geen restvolume. Het is een kortdurende handeling die ook een patiënt aan te leren is met een zorgvuldig trainingstraject (bv flushes met NaCl 0,9%, heparinelocks maar ook bloedstollingsfactoren). Er zijn geen aanvullende materialen nodig, denk aan infuuspalen, accu’s, draagtassen etc.). De dosis en frequentie kan gedurende de therapie aangepast worden.

 

Bij meerdere injecties per dag kan de therapietrouw verminderen. De tijd tussen toediening wordt bepaald door de mate dat de patiënt zich houdt aan het voorschrift. Overdosering is mogelijk. Er is een hoger risico op infectie door herhaalde toegang op de katheter en het ontstaan van tromboflebitis door het gebruik van hogere geneesmiddelconcentraties.

 

Patiëntspecifieke afwegingen toedieningsvorm

Idealiter heeft de patiënt zo min mogelijk ongemak van de toediening van de medicatie in het dagelijks leven. Het is aan te bevelen een toedieningsmethode te kiezen waarmee medicatiehandelingen in de nacht voorkomen worden. Daarnaast is het van belang om met de patiënt af te stemmen met welke handelingen zij zelf of hun mantelzorger zich comfortabel en bekwaam voelen om uit te voeren. Dit bepaalt ook welke professionele ondersteuning nodig is. Voor de patiënt kunnen ook logistieke aspecten in de voorkeur meewegen zoals de frequentie en organisatie van het laten bezorgen, halen en afvoeren van de medicatie en hulpmiddelen.

 

Een bolusinjectie heeft het voordeel dat de patiënt geen materialen op het lijf hoeft te dragen en geen last heeft van een infuuslijn. Wel moet er op vaste momenten handelingen uitgevoerd worden, dus de patiënt moet de materialen in zijn buurt hebben. Het zwaartekracht infuus is vooral te overwegen voor patiënten die niet mobiel zijn. Een elastomeerpomp en mechanische pomp worden meegedragen in bijvoorbeeld een heup/handtas, indien nodig met koelelementen voor de medicatie. Gewicht en grootte, en dus comfort, is afhankelijk van het volume dat door de patiënt meegedragen moet worden.

 

Bij een ambulante mechanische pomp moet de patiënt regelmatig de batterij of accu wisselen en opladen. De patiënt of mantelzorger kunnen op alarmen vertrouwen om te borgen dat de infusie goed verloopt. Echter frequente alarmen kunnen door de patiënt als stressvol worden ervaren. De patiënt dient ook instructie te krijgen over de pomp en wat te doen bij defect en einde van het gebruik.

 

Organisatorische aspecten

De bolusinjectie en het zwaartekracht infuus zijn qua toediening het makkelijkste te organiseren omdat naast de medicatie enkel eenvoudige wegwerp hulpmiddelen nodig zijn. De elastomeerpomp moet specifiek gekozen worden op basis van gewenste volume en toedieningssnelheid en voor toediening gereed gemaakt worden een bereidende apotheek of extern bereider met de gewenste medicatie.

 

De mechanische pomp zorgt voor extra logistieke handelingen doordat de pomp na gebruik terug moet naar de leverancier, en mogelijk vaker ondersteuning wordt gevraagd door de patiënt doordat er alarmen af kunnen gaan. Ook zal de pomp geprogrammeerd moeten worden en is er controle en onderhoud nodig van de pomp. De logistiek en organisatie hiervan kan belegd worden kan bij een externe partij als de verantwoordelijkheden en afspraken contractueel goed vastgelegd worden. Er is expertise gewenst omdat meerdere typen van verschillende fabrikanten pompen aangeboden worden.

 

Het aantal toedieningsmomenten per dag wordt waar mogelijk geminimaliseerd. Een thuiszorgorganisatie zal vaker de mogelijkheid hebben om een patiënt in zorg te nemen als er maar 1 zorgmoment is gedurende dag. Twee of drie keer per dag is al veel lastiger te organiseren.

 

Alleen de toedieningsvormen waarvoor het mogelijk is om deskundige gebruikers in te zetten of te organiseren komen in aanmerking.

 

Kostenaspecten

De materiele kosten voor IV-push en een zwaartekracht infuus zijn lager, dan voor een elastomeerpomp of een mechanische ambulante pomp, omdat hiervoor alleen eenvoudige disposable materialen nodig zijn. De elastomeerpomp is een duurder hulpmiddel en dient gevuld te worden door de (bereidende) apotheek. Bij de inzet van een ambulante pomp zijn er naast de wegwerp materialen ook de aanschafkosten van de pomp en accessoires, de kosten van controles, logistiek, onderhoud en training voor de bediening en het programmeren van de pomp waar rekening mee gehouden moet worden. De kosten van de toedieningsmethode dienen onderdeel te zijn van de totale businesscase voor de thuistoediening. Hierbij kunnen tevens nog bekostiging van het hulpmiddel vanuit de zorgverzekeringswet dan wel verzekeraars een rol spelen. Niet-bekostigde kosten kunnen bij de patiënt dan wel de organisatie terecht komen.

 

Duurzaamheidsafweging

Het is belangrijk dat de patiënt gefaciliteerd en geïnstrueerd wordt om op een verantwoorde wijze de gebruikte hulpmiddelen af te voeren. Het centraal organiseren van vervoer van medicatie en hulpmiddelen lijkt een duurzamere afweging dan de patiënt zelf de logistiek uit te laten voeren. De ambulante mechanische pomp zal het laagst scoren in duurzaamheid omdat er naast wegwerpvoorwerpen, tevens apparatuur, batterijen en accu’s en logistiek nodig is. De bolusinjectie zal per injectie het meest duurzaam zijn, maar kan bij langdurige en frequente toepassing ook tot veel materiaal en afval leiden. Het verschil in duurzaamheid in de hele keten van toediening is dus afhankelijk van veel factoren.

 

Veiligheid

Bij het gebruik van verschillende toedieningswijzen in combinatie met geneesmiddelen is het raadzaam om tijdens opstart aanvullend een risico analyse op de gekozen of te kiezen toedieningswijze uit te voeren. Hierbij moet er gedacht worden aan het niet beschikbaar zijn, falen of niet goed gebruik van de eventuele pomp. Beheersmaatregelen kunnen sturing geven in een veiligere optie. Een medisch technologisch expert dient hierin betrokken te worden.

 

Uit o.a. veiligheidsoverwegingen is het van belang het aantal typen en merken pompen te beperken zodat er een uniforme werkwijze mogelijk is en er genoeg expertise en ervaring aanwezig is bij het gebruik van de pompen en bij het oplossen van eventuele fout- en alarmmeldingen.

 

Kindzorg

Voor de kindzorg specifiek gelden gelijke overwegingen. Echter er dient wel rekening gehouden te worden met specifiek voor de kindzorg relevante thema’s zoals residu van vloeistof in lijnen en (elastomeer)pompen na toedieningen, draagbaarheid ten behoeve van het niet belemmeren van spel in relatie tot de veiligheid en kansen op traumavrije toediening door het zoveel mogelijk beperken van traumatische handelingen.

 

Voor kindzorg zie module kind.

Onderbouwing

Traditionally patients requiring parenteral therapies receive treatment in hospital settings, which can be burdensome and limit their independence. Understanding the differences between the possibilities to administer parenteral medication in the home setting is necessary to select an appropriate route of administration and concurrent medical device to ensure good therapy adherence, limit complications, and ensure a good quality of life of patients.

Not applicable. No literature was found that systematically compares different routes of administration methods or administration devices in the home setting on specified outcomes as flow accuracy, user friendliness, complexity, patient comfort, costs, sustainability, safety.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What are the differences between outpatient parenteral therapy devices and what considerations should be made in selecting an adequate device?

 

Table 1. PICO

Patients All patients receiving medication at home
Intervention

Medication method: Different route of administration;

  • Bolus injection
  • Elastomer pump
  • Gravity
  • Mechanical pumps
Control One of the interventions
Outcomes Technology, flow, user friendliness, complexity, patient comfort, costs, sustainability, safety
Other selection criteria

Study design: systematic reviews and randomized controlled trials, observational studies.

Exclude insulin studies

Relevant outcome measures

The guideline panel considered Technology, flow, user friendliness, complexity, patient comfort as a critical outcome measure for decision making; and costs, sustainability, safety as an important outcome measure for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel did not define a minimal clinically (patient) important difference.

 

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline all. Both databases were searched from 2005 to January 24, 2025 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from two primary search concepts: (1) home parenteral therapy; (2) infusion administration methods. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 241 records were imported for title/abstract screening. Initially, 68 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, all studies were excluded.

  1. Kim, Petrfreund et al. Drug Infusion Systems: Technologies, Performance and Pitfalls (2017).
  2. Leidraad Infuusbeleid Nederland 2025 van de VIT.
  3. Loriaux, Desmond et al. A primer on Home Infusion Administration Methods (2022).
  4. Woerdenbag, Dillingh et al. Elastomeer-infuuspompen getest voor de praktijk (2011).

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 21-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 21-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Algemene gegevens

De ontwikkeling deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de thuisdoening van medicatie.

 

Werkgroep

  • P.J.J.M. Janssen, ziekenhuisapotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), voorzitter
  • A.I. de Bruin, apotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA)
  • J. ten Oever, internist-infectioloog, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • A. Beeker, internist, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • M.A.W. Gorter-Stam, kinderpalliatief specialist, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
  • B.A.E. de Koning, kinderarts, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
  • Dr. Ir. A.G. van der Giessen, klinisch fysicus, Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF)
  • C.A.M. Reeuwijk, gespecialiseerd reumaverpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
  • I. Cornelis BN wijkverpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)

Klankbordgroep

  • R.J.P. van der Wal, orthopedisch chirurg, Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)
  • Dr. S. de Boer, cardioloog, Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVvC)
  • E. Doganer, Kind en Zorg (K&Z)

Met ondersteuning van

  • A. Oost, literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. A.E. Sussenbach, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. A.J. Versteeg, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen werkgroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

P.J.J.M Janssen

Ziekenhuisapotheker, ErasmusMC

bestuursfunctie CPF, organisatie gelieerd aan NVZA. CPF verzorgt de collectieve belangenbehartiging voor poliklinische apotheken. Binnen de grenzen van mededingingsrecht werken poliklinische apotheken samen in de zorgverkoop

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

18-04-2024

Geen restricties

A.I. de Bruin

Poliklinisch Apotheker, UMC Utrecht (medisch specialist)

Lid Adviesraad Collectief Poliklinische Farmacie (CPF); betreft inkoop extramurale farmacie (vacatiegeld); CPF verzorgt de collectieve belangenbehartiging voor poliklinische apotheken.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

20-06-2024

Geen restricties

J. ten Oever

Radboudumc: internist-infectioloog (betaald), primaire functie, voltijd

Voorzitter SWAB Werkgroep antimicrobial stewardship, betaald.

Lid deelnemersraad SWAB, onbetaald.

Lid RCT AMR Zorgnetwerk GAIN, betaald. Via deze functie ook betaalde projecten, zoals regionale A-team meeting en revisie OPAT-praktijkgids

Aankomend voorzitter NVII (v.a. 30/5/24), onbetaald

Lid commissie kwaliteit NVII, onbetaald.

 Geen

Geen

*Pfizer:

Onderzoek naar OPAT, projectleider

*Pfizer: Microbioomonderzoek bij antibotica

*Effectiviteit cefazoline en flucloxacilline bij S. aureusbacteriëlemie

*Onderzoek naar OPAT, projectleider

*SOD als additionele profylaxe bij eosfagusresectie

 Geen

Geen

 20-06-2024

Geen restricties

A. Beeker

Internist hemato-oncoloog en medisch manager oncologiecentrum Spaarne Gasthuis

Lid oncologiecommissie ONconovo +, onbetaald.

Lid geneesmiddelen commissie NWH, onbetaald.

Lid wetenschapscommissie NWH, onbetaald.

Lid redactieraad NTVL, onbetaald

Hoofdredacteur medidact oncologie/hematologie, onkostenvergoeding.

Lid dagelijks bestuur vakgroep interne geneeskunde-MOL Spaarne Gasthuis, onbetaald.

Lid Care Coalition, onkostenvergoeding

Geen

Geen.

Geen

Geen

02-12-2024

Geen restricties

M.A.W. Gorter-Stam

Medisch Adviseur: KinderThuisZorg Nederland; 16uur

-Medisch advies intern

-transmurale zorgprojecten diverse

-Scholing

Medisch Ethische Commissie: Make-A-Wish; 16 uur

-Medisch advieswerk

-Onderzoek QoL

Eigenaar Close Of Life

-Scholing

-Advieswerk

-Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg; diverse projecten

Advisor to the International Medical Committee Make-A-Wish

Geen

Geen

Geen

Nee, behoudens dat ik werkzaam ben in het extramurale veld, waarvoor deze richtlijn van belang is om zo de medicatieveiligheid van de patiënten te verhogen

Geen

24-06-2024

Geen restricties

B.A.E. de Koning

Kinderarts MDL, ErasmusMC

Geen

Geen

Geen

MLDS en Zeldzame ziekten fonds, sportinterventie bij patienten met darmfalen, beide projectleider.

Geen

Geen

30-08-2024

 Geen restricties

Dr. Ir. A.G. van der Giessen

Algemeen klinisch fysicus- Maxima Medisch Centrum

Opleider binnen post-master opleiding Qualified Medical Engineering - Technische Universiteit Eindhoven

Geen

Geen

Geen

Geen vermarkting;

Wel mogelijkheid voor reputatie gewin/schade op dit gebied binnen specialisme in verband borgen met de rol van de klinische fysica binnen dit domein

Geen

11-06-2024

Geen restricties

C.A.M. Reeuwijk

Reumaverpleegkundige Isala zkh

V&VN reumatologie (voorzitter)

Geen

Geen

Geen

Voorzitter V&VN reumatologie

Geen

23-05-2024

Geen restricties

I. Cornelis

Gespecialiseerd wijkverpleegkundige bij Groene Kruis Thuiszorg, onderdeel van de Zorggroep

Bestuurslid V&VN, afdeling TTV (vrijwillig)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

02-07-2024

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland (PFNL) voor de schriftelijke knelpuntenanalyse en door het betrekken van een afgevaardigde van stichting Kind & Ziekenhuis in de klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de patiëntenvereniging en stichting Kind & Ziekenhuis en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Toedieningsmethoden

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de

zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden

daarom geen financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze.

Volgende:
Monitoring