Thuistoediening van medicatie

Initiatief: NVZA Aantal modules: 15

Kind

Publicatiedatum: 21-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 21-07-2026

Uitgangsvraag

Wat zijn de specifieke overwegingen binnen de kindzorg met betrekking tot de thuistoediening van medicatie?

Aanbeveling

Zorg voor veilige en kindgerichte thuisbehandeling door goed georganiseerde transmurale medicatieprocessen. Pas dosering en monitoring aan op leeftijd en ontwikkeling, betrek ouders actief, voorkom traumatische ervaringen en handel volgens het Handvest Kind & Zorg en de MKS-werkwijze.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Voor deze module is geen systematische search uitgevoerd. Deze module is gebaseerd op expert opinion en best practice uit het werkveld. Wat zijn concrete kind specifieke overwegingen om rekening mee te houden indien u thuisbehandeling van een kind overweegt. De module heeft betrekking op de gehele pediatrische populatie (0–18 jaar), echter worden in de verdere tekst enkele overwegingen expliciet uitgewerkt voor pasgeborenen, zuigelingen en kleuters, omdat in deze leeftijdsgroepen de farmacokinetische variatie, doseringscomplexiteit en veiligheidsrisico’s het grootst zijn.

 

Transmurale medicatieprocessen bij kinderen – verwijzend naar de coördinatie van medicatiebeheer tussen verschillende zorgomgevingen (bijv. ziekenhuis naar thuis en andersom) – vereisen, net als bij volwassenen, zorgvuldige afweging van kinder specifieke farmacokinetiek, dosering, formulering en veiligheidsstrategieën.

Voordelen van transmurale medicatieprocessen bij pasgeborenen, zuigelingen en kleuters en oudere kinderen zijn onder meer een betere continuïteit van de zorg, goede start en verminderde belasting op de zorg.

 

Nadelen bij met name de jongere patiëntengroepen (pasgeborenen, zuigelingen en kleuters) hebben vooral betrekking op het verhoogde risico op medicatiefouten en bijwerkingen tijdens zorgovergangen, als gevolg van unieke pediatrische farmacokinetische profielen, het ontbreken van op de leeftijd afgestemde formuleringen en veelvuldig off-label gebruik van geneesmiddelen (Allegaert, 2025; Allegaert, 2017; Stark, 2022; Dabliz, 2012; CPEM, 2016; Kahn, 2019]. Onvoldoende communicatie, inconsistente documentatie en beperkte beschikbaarheid van pediatrische doseringsvormen kunnen leiden tot onnauwkeurige dosering, slechte therapietrouw en blootstelling aan onveilige hulpstoffen.

 

Kinderen zijn echter geen kleine volwassenen en daarbij zijn enkele specifieke overwegingen van belang:

Ontwikkeling

Kinderen vertonen aanzienlijke ontwikkelingsverschillen in de absorptie, distributie, metabolisme en uitscheiding van geneesmiddelen in vergelijking met volwassenen. Deze verschillen worden beïnvloed door leeftijdsafhankelijke veranderingen in orgaanfunctie, lichaamssamenstelling en enzymactiviteit, waardoor een geïndividualiseerde dosering op basis van gewicht (in kilogram), leeftijd en orgaanfunctie noodzakelijk is in plaats van simpelweg een verlaging van de dosering voor volwassenen (Allegaert, 2025; Allegaert, 2017; O’Hara, 2015). De zorgovergang van ziekenhuis naar huis moet duidelijke documentatie van de dosering, de toedieningsweg en het toedientijdstip(pen) omvatten, met afstemming binnen de gehele keten.

 

Monitoring

De kinderen waarbij er specifiek nagedacht moet worden over de monitoring van medicatie tijdens transmurale medicatieprocessen zijn pasgeborenen (van geboorte tot 28 dagen), zuigelingen (1 maand tot 12 maanden) en kleuters (1 tot 5 jaar). Deze groepen lopen het grootste risico vanwege uitgesproken ontwikkelingsveranderingen in de farmacokinetiek, de complexiteit van de dosering, beperkingen in de formulering en kwetsbaarheden op het gebied van veiligheid. Pasgeborenen en zuigelingen hebben een onvolgroeide lever- en nierfunctie, een afwijkende lichaamssamenstelling (meer lichaamsvocht, minder vet- en eiwitreserves) en een variabele enzymactiviteit, wat een aanzienlijke invloed heeft op de absorptie, distributie, metabolisme en uitscheiding van geneesmiddelen. Deze factoren maken gestandaardiseerde doseringsmethoden ontoereikend en een geïndividualiseerde, op het gewicht gebaseerde dosering en nauwlettende controle op toxiciteit en werkzaamheid noodzakelijk (Allegaert, 2025; Allegaert, 2017; O’Hara, 2015). Kleuters blijven dynamische veranderingen ondergaan in de rijping van organen en de lichaamssamenstelling, wat de dosering en de reactie op geneesmiddelen nog ingewikkelder maakt (Allegaert, 2017; O’Hara, 2015). Monitoring van medicatie en populatie-farmacokinetische modellering kan de zorg in de thuissituatie verder optimaliseren en toxiciteit minimaliseren, vooral bij pasgeborenen en zuigelingen met een zeer variabele klaring van geneesmiddelen.

 

Veiligheid

Veiligheidsrisico's, waaronder medicatiefouten en bijwerkingen, zijn het grootst in deze leeftijdsgroepen vanwege veelvuldig off-label gebruik van geneesmiddelen, het ontbreken van gestandaardiseerde protocollen en de noodzaak van nauwkeurige doseringsberekeningen. Veiligheidsprotocollen moeten rekening houden met het hoge risico op medicatiefouten bij deze leeftijdsgroepen. Strategieën omvatten onafhankelijke dubbele controles voor medicijnen met een hoog risico, gestandaardiseerde concentraties, barcodeverificatie en betrokkenheid van apothekers. Aandacht voor bijwerkingen van de grote hoeveelheid toegepaste off-label medicatie is noodzakelijk. Tevens dient er, zo mogelijk, gebruik te worden gemaakt van het Kinderformularium.

 

Traumavrije kindzorg

Traumavrije kindzorg voorkomt bij kinderen pijn, angst en dwang tijdens medische procedures, wat essentieel is voor hun welzijn, vertrouwen in de zorg en toekomstig herstel. Het belang ervan ligt in het beschermen van kinderen tegen traumatische herinneringen, het opbouwen van een duurzame vertrouwensrelatie met zorgverleners en het garanderen dat hun kwetsbaarheid en emotionele behoeften centraal staan. Door het toepassen van technieken als goede voorbereiding, afleiding en psycho-educatie, kunnen zorgprofessionals een positieve ervaring creëren die essentieel is voor de gezondheid en het welzijn van het kind.

 

Waarom traumavrije kindzorg belangrijk is:

Voorkomen van trauma en stress: Medische ingrepen kunnen, zelfs ogenschijnlijk eenvoudige, angst, stress en pijn veroorzaken, vooral bij jonge kinderen die de reden voor de behandeling niet begrijpen. Traumavrije zorg voorkomt dat deze ervaringen uitgroeien tot een traumatische gebeurtenis.

 

Opbouwen van vertrouwen: Een veilige en respectvolle aanpak creëert een duurzame vertrouwensrelatie tussen het kind, de ouders en de zorgverlener, wat essentieel is voor een effectieve behandeling en toekomstige zorg.

 

Verbetering van de genezing: Procedurele pijn en angst kunnen de genezing belemmeren en leiden tot wantrouwen. Door dit te voorkomen, bevordert traumavrije zorg het algehele welzijn en herstel van het kind.

 

Erkennen van kwetsbaarheid: Zowel het kind als de ouders zijn kwetsbaar in een medische situatie. Traumavrije zorg erkent deze kwetsbaarheid door de emotionele behoeften van het kind centraal te stellen en het kind en gezin te betrekken bij beslissingen.

 

Hoe traumavrije kindzorg wordt bereikt:

Deskundige zorgprofessionals: Het trainen van zorgteams in het herkennen en aanpakken van pijn, angst en stress bij kinderen is cruciaal. De betrokken zorgorganisatie draagt zorg voor het borgen en periodiek toetsen van de deskundigheid en bekwaamheid van betrokken zorgprofessionals, conform de geldende professionele standaarden en lokale afspraken.

 

Voorbereiding en informatie: Het gebruik van hulpmiddelen zoals fotoboeken, instructiepoppen en video's, afgestemd op ontwikkelingsniveau, helpt kinderen en ouders zich voor te bereiden op medische procedures.

 

Afleiding en focus taal: Het afleiden van het kind en het gebruiken van positieve, helpende taal tijdens procedures kan veel angst wegnemen.

 

Samenwerking met kind en gezin: Gelijkwaardige samenwerking en het bieden van informatie en tools aan kinderen en ouders dragen bij aan een positieve zorgervaring.

 

Het Handvest Kind & Zorg

Het Handvest Kind & Zorg heeft als doel te waarborgen dat kinderen in de zorg centraal staan, met het recht op zorg die bij hun leeftijd en behoeften past, en dat hun gezin net zo belangrijk is. Het belang ligt in het uitwerken van kinderrechten in de praktijk door middel van tien regels, die een veilige, begrijpelijke en passende omgeving in de zorg bevorderen, net zoals het VN-Kinderrechtenverdrag dat ook vereist. Het Handvest Kind & Zorg is een verbreding van het Handvest Kind & Ziekenhuis (EACH Charter) en is in 2014 opgesteld door Stichting Kind en Ziekenhuis, Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg, V&VN Kinderverpleegkunde, Branchevereniging Integrale Kindzorg, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en Vereniging Samenwerkingsverband Chronische Ademhalingsondersteuning (VSCA). De handvesten zijn in overeenstemming met het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK) welke in 1989 is aangenomen door de Verenigde Naties en sinds 1995 van kracht is in Nederland.

 

Doel van het Handvest Kind & Zorg

Centraal stellen van het kind: Het handvest geeft kinderen en hun gezin een stem in de zorg, zodat hun specifieke behoeften worden erkend en gerespecteerd.

 

Toepassing van kinderrechten: Het vertaalt de algemene rechten uit het VN-Kinderrechtenverdrag naar concrete regels voor de gezondheidszorg, zowel in het ziekenhuis als daarbuiten.

 

Bevordering van optimale zorg: Het stelt eisen aan goede zorg, zodat deze afgestemd is op kinderen, hen de mogelijkheid geeft te spelen en zich te ontwikkelen, en hen een veilige omgeving biedt.

 

Belangrijke aspecten van het Handvest

Zorg op maat: Het recht op zorg die aansluit bij de leeftijd, omgang en omstandigheden van het kind, waarbij informatie in duidelijke taal wordt uitgelegd.

 

Betrokkenheid van ouders: Het gezin wordt als een integraal onderdeel van de zorg beschouwd en de ouders of verzorgers mogen altijd bij het kind zijn.

 

Patiëntvriendelijke omgeving: Het recht om bij leeftijdsgenoten te liggen, in een kindvriendelijke en veilige omgeving, en de vrijheid om te spelen en zich te vermaken.

 

Stimuleren van meebeslissen: Kinderen hebben het recht om mee te beslissen over hun eigen zorg, waarbij hun mening wordt gehoord en er rekening mee wordt gehouden.

 

Werken vanuit de Medische Kindzorg Samenwering (MKS), ontwikkeld vanuit NVK, BINKZ, Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg, Stichting Kind en Zorg, V&VN en Kinderverpleegkunde.nl.

MKS is een werkwijze voor het indiceren, organiseren en uitvoeren van verpleegkundige zorg aan zieke kinderen buiten het ziekenhuis. Het gaat om kinderen en jongeren tot achttien jaar met een somatische aandoening die onder de verantwoordelijkheid van een kinderarts of medisch specialist vallen. Het doel van MKS is om samen te werken om de zorg voor kind en gezin zo goed mogelijk te laten verlopen. De samenwerking vindt plaats van het ziekenhuis tot en met thuis en ook met bijvoorbeeld Jeugdgezondheidszorg, gemeente en school. Een samenwerking op deze manier met verschillende zorglijnen en met het sociale domein noemen we integrale zorg. MKS is een werkwijze bestaande uit 4 fasen om de integrale samenwerking te ondersteunen: verwijsboom, hulpbehoeftescan, zorgplan en beslisboom. De kern van MKS is: wie zet welke stappen om te komen tot goede kindzorg.

 

  • De ‘Verwijsboom zorg buiten ziekenhuis’ helpt de kinderarts (of andere medisch specialist) en/of de kinderverpleegkundige om te bepalen onder welke wetgeving de behandeling buiten het ziekenhuis – en dus de vergoeding – van het kind of de jongere valt. Het voordeel is dat je daarmee direct aan het goede loket kunt aankloppen.
  • Het kind mag naar huis en heeft in eigen omgeving nog zorg nodig. Om in kaart te brengen wat er nodig is voor de vervolgzorg en ondersteuning in de eigen omgeving van kind en gezin, wordt, voordat het kind het ziekenhuis gaat verlaten, een zgn. hulpbehoefte scan afgenomen. Over de 4 kinderleefdomeinen (medisch, ontwikkeling, sociaal en veiligheid) wordt geïnventariseerd wat de behoeften zijn van het kind, maar ook van de ouders en eventuele andere kinderen binnen het gezin. Deze hulpbehoefte scan die wordt afgenomen in het ziekenhuis, door de kinderverpleegkundige (al dan niet in samenwerking met de transferverpleegkundige) dient als basis voor het integrale zorgplan.
  • In het Zorgplan kind & gezin staat de (multidisciplinaire) zorg buiten het ziekenhuis voor het kind en gezin beschreven. Eén van de doelen van het MKS is, dat het kind en de ouders/verzorgers en alle betrokken professionals met elkaar samenwerken in hetzelfde Zorgplan. Het Zorgplan is gebaseerd op de behoeften van het kind en het gezin en sluit aan bij de vier kinderleefdomeinen die in kaart zijn gebracht met de Hulpbehoeftescan kind & gezin (fase 2).
  • De ‘Beslisboom afsluiten zorgplan kind & gezin’ is de laatste fase van het MKS. De Beslisboom is een hulpmiddel voor het bepalen van het vervolgtraject als kinderverpleegkundige zorg buiten het ziekenhuis niet langer nodig is.

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Een kind of jongere moet alle gelegenheid krijgen om zich in een veilige, stimulerende omgeving te ontwikkelen. Als een kind of jongere door welke aandoening dan ook wordt beperkt is het wenselijk dat de gevolgen die dit met zich meebrengt zo min mogelijk van invloed zijn op het dagelijks leven en de ontwikkeling van het kind of jongere. Belangrijk is dat de benodigde zorg is afgestemd op het ontwikkelingsniveau en de belevingswereld van het kind of jongere, de specifieke zorgvraag en de draagkracht van ouders of verzorgers.

 

Kostenaspecten

De kosten gerelateerd aan de thuistoediening van specifieke medicatie is voor volwassenen in de bijlage middels een BIA geëvalueerd. Her kosten aspect is voor de Nederlandse situatie onderzocht middels een kindspecifieke BIA. Deze is te vinden op: https://integralekindzorgmetmks.nl/info-en-tools/dagbehandeling-thuis-veel-genoemde-bezwaren-in-perspectief/ .

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Het thuis toedienen van medicatie leidt in grote mate tot een toename van gezondheidsgelijkheid. De zorg valt onder de zorgverzekeringswet en is daarmee beschikbaar voor alle kinderen. Kinderen missen zo minder school, dit leidt tot een grotere kansengelijkheid. Daarbij is er geen reistijd vereist. Ouders krijgen de kans de werkzaamheden vanuit huis voort te zetten tijdens de behandeling. Dit leidt tot een toename van gezondheidsgelijkheid. Indien voldaan wordt aan de criteria voor veilige toediening thuis dan schrijft het handvest kind en zorg voor dat kinderen zo mogelijk thuis de toediening krijgen.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid

De interventie lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren: een goede organisatie van deze zorg draagt ertoe bij dat zorgverleners, kinderen en ouders hun rol kennen en zich daarin gesteund voelen. Mits goed georganiseerd en ondersteund door alle betrokken afdelingen en organisatie, sluit de interventie aan bij het streven naar persoonsgerichte zorg, zelfregie en veilige zorg buiten het ziekenhuis.

 

Daarbij moet expliciet rekening worden gehouden met de draagkracht en belastbaarheid van ouders of andere mantelzorgers. Naast de dagelijkse zorg voor het kind kan medische zorg thuis extra tijd en inspanning vragen. Bij de planning van toedienmomenten dient daarom rekening gehouden te worden met voldoende rust- en hersteltijd voor ouders, waaronder voldoende nachtrust en een haalbaar toedieningsschema.

 

Duurzaamheid

Bij de interventie spelen de volgende duurzaamheidsaspecten een rol. Thuiszorg kan milieuwinst opleveren doordat minder vervoer van patiënten naar ziekenhuizen nodig is. Anderzijds kan toegenomen logistiek voor levering van (steriele) medische hulpmiddelen en geneesmiddelen in de thuissituatie extra transport vereisen. Dit geldt ook voor medewerkers van thuiszorgorganisaties die de toediening van de medicatie verzorgen. Een goede organisatie en het voorkomen dat meerdere thuiszorgorganisaties bij eenzelfde patiënt delen van zorg op zich nemen minimaliseert deze toename van extra transportbewegingen.

 

Daarentegen vereist ziekenhuiszorg vaak meer energie, middelen en infrastructuur. Afhankelijk van de concrete invulling kan thuiszorg dus duurzamer zijn, mits goed afgestemd op milieucriteria zoals herbruikbaarheid van hulpmiddelen of bundeling van transport. Indien patiënt en/of mantelzorger de toediening van de medicatie verzorgt is dit evident nog meer duurzaam.

 

Haalbaarheid

De haalbaarheid van thuistoediening van medicatie hangt af van een goed georganiseerde samenwerking tussen ziekenhuis, thuiszorg, leveranciers en kind en gezin. Deze zorg is over het algemeen al standaard in de praktijk. Een goede interne en externe organisatie en samenwerking door de verschillende ketenpartners beïnvloeden de haalbaarheid en faciliteren deze zorg waardoor deze zorg makkelijker te realiseren is.

 

Hiertoe wordt verwezen naar de handreiking medicatieveiligheid van BINKZ en IVM.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Specifieke overwegingen binnen de kindzorg met betrekking tot de thuistoediening van medicatie betreffen de specifieke kenmerken van de subgroep kindzorg.

Onderbouwing

The current situation regarding transitional care and medication management for neonates, infants, and preschool children is characterized by significant variability in practice, persistent risks, and ongoing efforts to improve safety and outcomes during transitions between hospital and outpatient settings.

 

Risks during these transitions include medication errors, overlooked discharge needs, adverse drug reactions, and unplanned readmissions. These are heightened by immature organ function, frequent off-label drug use, and inconsistent communication between inpatient and outpatient care providers. Systematic assessment of discharge needs -including medication, equipment, and caregiver competency - is essential to minimize these risks, as emphasized by the Institute for Healthcare Improvement and described in the medical literature. (Hamline, 2018; Berry, 2014; CPEM, 2016; Phillips, 2013; Parast, 2017; Leyenaar, 2016; De Lange, 2023; Abraham, 2016; Ballantyne, 2017; Zamora, 2023).

Not applicable.

No systematic review of the literature was performed to answer this question. However, literature on children was included in the searches performed in the other modules.

  1. Abraham J, Kannampallil T, Caskey RN, Kitsiou S. Emergency department-based care transitions for pediatric patients: a systematic review. Pediatrics. 2016 Aug;138(2):e20160969. doi: 10.1542/peds.2016-0969. PMID: 27482147.
  2. Allegaert K, Mian P, van den Anker JN. Developmental pharmacokinetics in neonates: maturational changes and beyond. Curr Pharm Des. 2017;23(38):5769-5778. doi: 10.2174/1381612823666170926121124. PMID: 29093704.
  3. Allegaert K, van den Anker JN. Adverse drug reactions in neonates and infants: a population-tailored approach is needed. Br J Clin Pharmacol. 2015 Oct;80(4):788-795. doi: 10.1111/bcp.12430. PMID: 26336759.
  4. Ballantyne M, Orava T, Bernardo S, McPherson AC, Church P, Fehlings D, et al. Parents’ early healthcare transition experiences with preterm and acutely ill infants: a scoping review. Child Care Health Dev. 2017 Nov;43(6):783-796. doi: 10.1111/cch.12458. PMID: 27912642.
  5. Berry JG, Blaine K, Rogers J, McBride SM, Stevenson DK, Feudtner C, et al. A framework of pediatric hospital discharge care informed by legislation, research, and practice. JAMA Pediatr. 2014 Oct;168(10):955-962. doi: 10.1001/jamapediatrics.2014.891. PMID: 25186781.
  6. Committee on Pediatric Emergency Medicine. Handoffs: transitions of care for children in the emergency department. Pediatrics. 2016 Nov;138(5):e20162680. doi: 10.1542/peds.2016-2680. PMID: 27738038.
  7. Dabliz R, Levine S. Medication safety in neonates. Am J Perinatol. 2012 Jan;29(1):49-56. doi: 10.1055/s-0031-1285831. PMID: 22187854.
  8. de Lange A, Alsem MW, Haspels HN, de Boer F, van der Lee JH, Gischler SJ, et al. Hospital-to-home transitions for children with medical complexity: part 1, a systematic review of reported outcomes. Eur J Pediatr. 2023 Sep;182(9):3805-3831. doi: 10.1007/s00431-023-05050-9. PMID: 37245060.
  9. Hamline MY, Speier RL, Vu PD, Tancredi DJ, Bardach NS, Kuo DZ, et al. Hospital-to-home interventions, use, and satisfaction: a meta-analysis. Pediatrics. 2018 Nov;142(5):e20180442. doi: 10.1542/peds.2018-0442. PMID: 30212419.
  10. Kahn S, Abramson EL. What is new in paediatric medication safety? Arch Dis Child. 2019 Jun;104(6):596-599. doi: 10.1136/archdischild-2018-315175. PMID: 30885538.
  11. Leyenaar JK, Desai AD, Burkhart Q, Parast L, Schuster MA, Mangione-Smith R. Quality measures to assess care transitions for hospitalized children. Pediatrics. 2016 Aug;138(2):e20160906. doi: 10.1542/peds.2016-0906. PMID: 27482148.
  12. O’Hara K, Wright IM, Schneider JJ, Jones AL, Martin JH. Pharmacokinetics in neonatal prescribing: evidence base, paradigms and the future. Br J Clin Pharmacol. 2015 Dec;80(6):1281-1288. doi: 10.1111/bcp.12741. PMID: 25919282.
  13. Parast L, Burkhart Q, Desai AD, Mangione-Smith R, Britto MT, Schneider EC, et al. Validation of new quality measures for transitions between sites of care. Pediatrics. 2017 May;139(5):e20164178. doi: 10.1542/peds.2016-4178. PMID: 28455154.
  14. Phillips RM, Goldstein M, Hougland K, Naylor AJ, Nalty CC, Brooten D, et al. Multidisciplinary guidelines for the care of late preterm infants. J Perinatol. 2013 Jun;33 Suppl 2:S5-S22. doi: 10.1038/jp.2013.53. PMID: 23824197.
  15. Stichting Kind & Ziekenhuis. Handvest Kind & Zorg. Kind & Zorg. Available from: https://kindenzorg.nl/handvest-kind-zorg/.
  16. Stichting Kind & Ziekenhuis. Onderzoek patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden (2024a). Kind & Zorg (Nieuws & achtergrond). 2019 Oct 22. Available from: https://kindenzorg.nl/nieuws_achtergrond/onderzoek-patienten-met-beperkte-gezondheidsvaardigheden/.
  17. Stichting Kind & Ziekenhuis. Onderzoek patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden (2024b). Kind & Zorg (Nieuws & achtergrond). 2019 Oct 22. Available from: https://kindenzorg.nl/nieuws_achtergrond/onderzoek-patienten-met-beperkte-gezondheidsvaardigheden/.
  18. Stark A, Smith PB, Hornik CP, Zimmerman KO, Watt KM, Laughon MM, et al. Medication use in the neonatal intensive care unit and changes from 2010 to 2018. J Pediatr. 2022 Feb;240:66-71.e4. doi: 10.1016/j.jpeds.2021.08.075. PMID: 34530399.
  19. Van Integrale Kindzorg met MKS. Blauwdruk IPS. 2024 Aug. Available from: https://integralekindzorgmetmks.nl/wp-content/uploads/2024/08/Blauwdruk-IPS.pdf.  
  20. Zamora M, Herman M, Herman A. Transitions of care from the womb to the world: implementation of inpatient neonatal med rec. J Am Pharm Assoc (2003). 2024 Mar-Apr;64(2):547-550. doi: 10.1016/j.japh.2023.10.034. Epub 2023 Nov 7. PMID: 37940103.
  21. Zorginstituut Nederland. Medische kindzorg thuis organiseren. Regelhulp – Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Available from: https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/medische-kindzorg-thuis/organiseren.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 21-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 21-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Algemene gegevens

De ontwikkeling deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de thuisdoening van medicatie.

 

Werkgroep

  • P.J.J.M. Janssen, ziekenhuisapotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), voorzitter
  • A.I. de Bruin, apotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA)
  • J. ten Oever, internist-infectioloog, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • A. Beeker, internist, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • M.A.W. Gorter-Stam, kinderpalliatief specialist, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
  • B.A.E. de Koning, kinderarts, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
  • Dr. Ir. A.G. van der Giessen, klinisch fysicus, Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF)
  • C.A.M. Reeuwijk, gespecialiseerd reumaverpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
  • I. Cornelis BN wijkverpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)

Klankbordgroep

  • R.J.P. van der Wal, orthopedisch chirurg, Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)
  • Dr. S. de Boer, cardioloog, Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVvC)
  • E. Doganer, Kind en Zorg (K&Z)

Met ondersteuning van

  • A. Oost, literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. A.E. Sussenbach, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. A.J. Versteeg, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen werkgroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

P.J.J.M Janssen

Ziekenhuisapotheker, ErasmusMC

bestuursfunctie CPF, organisatie gelieerd aan NVZA. CPF verzorgt de collectieve belangenbehartiging voor poliklinische apotheken. Binnen de grenzen van mededingingsrecht werken poliklinische apotheken samen in de zorgverkoop

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

18-04-2024

Geen restricties

A.I. de Bruin

Poliklinisch Apotheker, UMC Utrecht (medisch specialist)

Lid Adviesraad Collectief Poliklinische Farmacie (CPF); betreft inkoop extramurale farmacie (vacatiegeld); CPF verzorgt de collectieve belangenbehartiging voor poliklinische apotheken.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

20-06-2024

Geen restricties

J. ten Oever

Radboudumc: internist-infectioloog (betaald), primaire functie, voltijd

Voorzitter SWAB Werkgroep antimicrobial stewardship, betaald.

Lid deelnemersraad SWAB, onbetaald.

Lid RCT AMR Zorgnetwerk GAIN, betaald. Via deze functie ook betaalde projecten, zoals regionale A-team meeting en revisie OPAT-praktijkgids

Aankomend voorzitter NVII (v.a. 30/5/24), onbetaald

Lid commissie kwaliteit NVII, onbetaald.

 Geen

Geen

*Pfizer:

Onderzoek naar OPAT, projectleider

*Pfizer: Microbioomonderzoek bij antibotica

*Effectiviteit cefazoline en flucloxacilline bij S. aureusbacteriëlemie

*Onderzoek naar OPAT, projectleider

*SOD als additionele profylaxe bij eosfagusresectie

 Geen

Geen

 20-06-2024

Geen restricties

A. Beeker

Internist hemato-oncoloog en medisch manager oncologiecentrum Spaarne Gasthuis

Lid oncologiecommissie ONconovo +, onbetaald.

Lid geneesmiddelen commissie NWH, onbetaald.

Lid wetenschapscommissie NWH, onbetaald.

Lid redactieraad NTVL, onbetaald

Hoofdredacteur medidact oncologie/hematologie, onkostenvergoeding.

Lid dagelijks bestuur vakgroep interne geneeskunde-MOL Spaarne Gasthuis, onbetaald.

Lid Care Coalition, onkostenvergoeding

Geen

Geen.

Geen

Geen

02-12-2024

Geen restricties

M.A.W. Gorter-Stam

Medisch Adviseur: KinderThuisZorg Nederland; 16uur

-Medisch advies intern

-transmurale zorgprojecten diverse

-Scholing

Medisch Ethische Commissie: Make-A-Wish; 16 uur

-Medisch advieswerk

-Onderzoek QoL

Eigenaar Close Of Life

-Scholing

-Advieswerk

-Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg; diverse projecten

Advisor to the International Medical Committee Make-A-Wish

Geen

Geen

Geen

Nee, behoudens dat ik werkzaam ben in het extramurale veld, waarvoor deze richtlijn van belang is om zo de medicatieveiligheid van de patiënten te verhogen

Geen

24-06-2024

Geen restricties

B.A.E. de Koning

Kinderarts MDL, ErasmusMC

Geen

Geen

Geen

MLDS en Zeldzame ziekten fonds, sportinterventie bij patienten met darmfalen, beide projectleider.

Geen

Geen

30-08-2024

 Geen restricties

Dr. Ir. A.G. van der Giessen

Algemeen klinisch fysicus- Maxima Medisch Centrum

Opleider binnen post-master opleiding Qualified Medical Engineering - Technische Universiteit Eindhoven

Geen

Geen

Geen

Geen vermarkting;

Wel mogelijkheid voor reputatie gewin/schade op dit gebied binnen specialisme in verband borgen met de rol van de klinische fysica binnen dit domein

Geen

11-06-2024

Geen restricties

C.A.M. Reeuwijk

Reumaverpleegkundige Isala zkh

V&VN reumatologie (voorzitter)

Geen

Geen

Geen

Voorzitter V&VN reumatologie

Geen

23-05-2024

Geen restricties

I. Cornelis

Gespecialiseerd wijkverpleegkundige bij Groene Kruis Thuiszorg, onderdeel van de Zorggroep

Bestuurslid V&VN, afdeling TTV (vrijwillig)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

02-07-2024

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland (PFNL) voor de schriftelijke knelpuntenanalyse en door het betrekken van een afgevaardigde van stichting Kind & Ziekenhuis in de klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de patiëntenvereniging en stichting Kind & Ziekenhuis en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Kind

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de

zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden

daarom geen financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze.