Reiniging, desinfectie en sterilisatie (herbruikbare) medische hulpmiddelen

Initiatief: SRI Aantal modules: 12

Vernevelaars en bevochtigers

Publicatiedatum: 15-01-2026
Beoordeeld op geldigheid: 15-01-2026

Uitgangsvraag

Voor deze module zijn twee deelvragen opgesteld:

Wat is de aanbevolen strategie voor infectiepreventie rondom vernevelen?

Wat is de aanbevolen strategie voor infectiepreventie rondom bevochtigen?

Aanbeveling

Vernevelaars

Randvoorwaarden apparatuur

Volg de randvoorwaarden zoals beschreven in de instructies van de fabrikant.

 

Randvoorwaarden vloeistoffen 

  • Gebruik gesteriliseerd water of natriumchloride 0,9% uit een verpakking voor eenmalig gebruik voor het oplossen van geneesmiddelen. Indien een naald en een spuit worden gebruikt om het water uit de ampul te halen, gebruik deze maar één keer. Gebruik geen kraanwater.
  • Zie ook de richtlijn VTGM buiten de apotheek en toediening van medicatie.

Reiniging en desinfectie 

Volg voor het reinigen en desinfecteren van de vernevelaars de instructies van de fabrikant. Zie de richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie van (herbruikbare) medische hulpmiddelen voor de randvoorwaarden van reiniging, desinfectie, drogen en opslag. Voer deze handeling niet uit boven de wasbak in verband met de kans op contaminatie.

 

Bevochtigers

Randvoorwaarden apparatuur

Volg de randvoorwaarden zoals beschreven in de instructies van de fabrikant.

  • Volg voor het gebruik van slangen en de vervangingsfrequentie de instructies van de fabrikant. 
  • Gebruik altijd een bacteriefilter of HME tussen de patiënt en de inspiratiepoort om contaminatie van de ventilator te voorkomen.
  • Overweeg een bacterie/virusfilter op de expiratiepoort tijdens bevochtiging. Vermijd bij bevochtiging een HME op de expiratiepoort omdat dit een verhoogde uitademweerstand geeft.

Randvoorwaarden vloeistoffen

  • Gebruik gesteriliseerd water.
  • Gebruik flessen gesteriliseerd water tot 24 uur na opening. Borg de houdbaarheid, bijvoorbeeld door datum/tijd van openen er op te noteren.
  • Vervang de zak, die aangeprikt wordt, bij disposable watersystemen elke 24 uur.

Reiniging en desinfectie

Volg voor het reinigen en desinfecteren van de vernevelaars de instructies van de fabrikant. Zie de richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie van (herbruikbare) medische hulpmiddelen voor de randvoorwaarden van reiniging, desinfectie, drogen en opslag. Voer deze handeling niet uit boven de wasbak in verband met de kans op contaminatie.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Voor deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Hieronder heeft de werkgroep door middel van de informatie uit de WIP richtlijn ‘Vernevelaars en verdampers’, expert opinion en ondersteunende literatuur de belangrijkste aspecten met betrekking tot vernevelen en bevochtigen beschreven.

 

Hieronder staan de belangrijkste infectiepreventie aspecten beschreven voor vernevelaars en bevochtigers.

 

Disclaimer: wanneer een merknaam in de praktijk vaak wordt gebruikt als soortnaam, wordt in onderstaande tekst de merknaam genoemd. De werkgroep wil benadrukken dat dit enkel is bedoeld om herkenbaarheid van de apparatuur te vergroten en geen voorkeursuiting is voor dit betreffende merk.

 

  1. Vernevelen

Vormen van vernevelaars

Vernevelen houdt in dat vloeistof - water of opgelost geneesmiddel - in de vorm van kleine druppeltjes aan de lucht of aan een gas(mengsel) wordt toegevoegd. Er ontstaat een nevel of aerosol. De druppelgrootte bepaalt hoe ver de nevel in de luchtwegen kan doordringen. Druppels kleiner dan 5 mm hebben de potentie door te dringen in de luchtwegen. Grotere druppels komen niet verder dan de mond- en keelholte. 

 

Er zijn diverse manieren van vernevelen:

  • Jet-vernevelen, zowel bij kamerlucht als perslucht: Bij de jet-vernevelaar wordt de vloeistof (met opgelost geneesmiddel) door capillaire werking door kanalen rondom het luchtkanaal geleid, waarbij door impulsoverdracht met de luchtstroom druppels ontstaan van verschillende grootte, boven de vloeistof, die met de lucht worden meegevoerd. Door een druppelvanger worden de te grote druppels opgevangen en weer teruggevoerd naar het vloeistofreservoir. De druk van de lucht in het systeem ten gevolge van de werking van de compressor is altijd hoger dan die van de uitademingslucht. Daardoor kan er geen (eventueel besmette) lucht in vloeistofreservoir of geneesmiddelcup teruggeblazen worden. 
  • Ultrasoon vernevelen: Ultrasoon vernevelen werkt door middel van een elektronisch opgewekte hoogfrequente trilling in een kristal, waardoor de te vernevelen vloeistof zodanig in beweging wordt gebracht dat zeer kleine druppeltjes aan de vloeistof ontsnappen en als nevel boven het vloeistofoppervlak blijven hangen. Ultrasone vernevelapparaten kunnen disposable onderdelen bevatten, zoals waterfles, slangen, geneesmiddelcups of mondstukken
  • Mesh vernevelen: Mesh vernevelaars maken gebruik van een membraam met zeer fijne perforaties van ongeveer 3mm in diameter.  Vloeistof (met opgelost medicijn) wordt door dit membraan geleid, waardoor fijne aerosolen ontstaan.

 

Vernevelaars1

Figuur 1. Aangepast van Respaud R, Vecellio L, Diot P, Heuzé-Vourc'h N. Nebulization as a delivery method for mAbs in respiratory diseases. Expert Opin Drug Deliv. 2015 Jun;12(6):1027-39. doi: 10.1517/17425247.2015.999039. Epub 2015 Jan 5. PMID: 25557066.

 

Randvoorwaarden vernevelapparatuur

Bij het gebruik van vernevelapparatuur dienen de randvoorwaarden te worden toegepast volgens instructies van de fabrikant.

 

Randvoorwaarden vloeistoffen voor vernevelen

Bij het gebruik van vloeistoffen voor vernevelen dienen de volgende randvoorwaarden in acht te worden genomen: 

  • Het water of de natriumchloride 0,9%, te gebruiken voor het oplossen van geneesmiddelen, dient gesteriliseerd te zijn, uit een verpakking voor eenmalig gebruik. Indien een naald en een spuit worden gebruikt om het water uit de ampul te halen, mogen deze maar één keer worden gebruikt. Kraanwater is niet steriel en kan dus niet worden gebruikt.
  • Flessen gesteriliseerde vloeistof mogen na opening niet langer dan 24 uur worden gebruikt. Daarom moeten datum en tijdstip van openen op de verpakking worden genoteerd. De vloeistof moet in de koelkast worden bewaard.
  • Geneesmiddelen, zoveel mogelijk te gebruiken uit een éénmalige verpakking, dienen steriel te zijn. 
  • Bij gebruik van multi-dose flacons wordt de aangegeven maximale bewaarduur alsmede de bewaarcondities in acht genomen. De datum van openen moet op de verpakking worden vermeld. 

Zie ook de richtlijn Voor toediening gereedmaken buiten de apotheek en toediening van medicatie.

 

Reiniging en desinfectie vernevelaars

Voor reiniging en desinfectie zijn de instructies van de fabrikant leidend. De fabrikant van de vernevelingsapparatuur is verplicht een schriftelijke instructie over het doel, de gebruikswijze en de wijze van reiniging, desinfectie en sterilisatie van de apparatuur mee te leveren (Medical Device Regulation (MDR); EU no 2017/745). Wanneer chemische desinfectie vereist is, dient de fabrikant ook informatie over het te gebruiken desinfectans te verstrekken. De fabrikant moet ook aangeven hoe vaak een procedure van reiniging en desinfectie en eventueel sterilisatie kan worden uitgevoerd zonder nadeel voor de kwaliteit van de apparatuur. 

 

In de richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie van (herbruikbare) medische hulpmiddelen worden de randvoorwaarden van reiniging, desinfectie, drogen en opslag uitgebreid beschreven. Voer deze handeling niet uit boven de wasbak in verband met de kans op contaminatie.

Indien de fabrikant geen advies geeft ten aanzien van disposable patiëntgebonden onderdelen kan in de ziekenhuissituatie dit advies volstaan:

  • Vernevelaars moeten na elk gebruik worden afgespoeld met lauw water en vervolgens worden gereinigd, gedesinfecteerd met alcohol 70% en aan de lucht worden gedroogd
  • Masker, mondstuk en koppelstukken worden bij één en dezelfde gebruiker dagelijks gereinigd, gedesinfecteerd met alcohol 70% en aan de lucht gedroogd.

Behandelveiligheid

Vernevelen is een aerosolvormende handeling en kan een respiratoire infectie overbrengen of medicatiedamp in de omgeving brengen. Plaats altijd een filter op het uitstroomgedeelte van de vernevelaar samen met de juiste vernevelprocedure door de gebruiker vermindert dit het infectierisico voor de omgeving. Voor infectiepreventiemaatregelen rondom aerosolvormende handelingen, zie richtlijn Isolatie.

 

  1. Bevochtigen

Vormen van bevochtigen

Bij bevochtiging is sprake van verspreiding van water in de gasfase en niet van druppels of andere partikels waarin of waarop bacteriën verspreid zouden kunnen worden. Bevochtiging valt volgens de WHO niet onder de aerosolvormende handelingen (WHO). Toch zijn er verheffingen gezien van infectieuze ziekten (bijvoorbeeld SARS-Cov 2) bij het (langdurig) gebruik van sommige vormen van bevochtiging, zoals High Flow Oxygen Therapy (Mourik, 2021). Mogelijk omdat hierbij ook gehoest wordt en oppervlakken besmet worden. Voor infectiepreventiemaatregelen rondom aerosolvormende handelingen, zie richtlijn Isolatie

 

Bij direct contact met gecontamineerd water en besmette vloeistofreservoirs kan dit een besmettingsbron zijn voor de gebruiker van de apparatuur en personeel. De mate van besmettingsgevaar hangt af van factoren zoals de watertemperatuur, aanwezigheid van voedingsstoffen en gebruiksduur.

 

Bevochtigen kan plaatsvinden met verwarmde of niet-verwarmde apparatuur en betreft zowel disposable als niet-disposable apparaten. 

 

1. Bubble diffusion-bevochtigers: Onverwarmd gas wordt geleid door onverwarmd water, bekende merknamen die als soortnaam worden gebruikt zijn "Aquapack" of “Aquapak”. Ze bevatten gesteriliseerd water en dienen voor het bevochtigen van medische zuurstof (3-6 l/min). 

 

2. Heat and Moisture Exchangers (HME): Filters in beademings- en anesthesieapparatuur die ingeademde gasmengsels verwarmen en bevochtigen door de uitademing. Gebruik is patiëntgebonden en ze zijn altijd disposable. Meer informatie over deze zogenaamde kunstneus is te vinden in de richtlijn Invasieve Beademing.

 

3. Ultrasonic Humidifiers: Deze maken gebruik van ultrasone trillingen om water in fijne mist om te zetten, wat een effectieve manier is om lucht te bevochtigen zonder verwarming. Er bestaan zowel disposables als reusables.

 

4. High Flow Humidifiers: Dit zijn herbruikbare bevochtigers met disposable inserts zoals High Flow Oxygen Therapy (HFOT) of High Flow Nasal Cannula (HFNC) ook wel High Flow Nasal Oxygen (HFNO) of “Optiflow” genoemd. Onverwarmd gas (in hoge flows tot 80 liter per minuut) wordt geleid door een reservoir met een verwarmingsplaat en gesteriliseerd water waardoor het gas het nodige vocht opneemt. De disposable inserts (waterreservoir met slangen) worden na elke patient vervangen om kruisbesmetting te voorkomen, terwijl het grotere apparaat kan worden gereinigd en hergebruikt. Vervang eventuele airfilters volgens de aanwijzingen van de fabrikant.

 

Randvoorwaarden bij bevochtigen

Bij het gebruik van bevochtigingsapparatuur dienen de randvoorwaarden te worden toegepast volgens instructies van de fabrikant.

  • Volg voor het gebruik van slangen en de vervangingsfrequentie de instructies van de fabrikant. 
  • Gebruik altijd een bacteriefilter of HMEF tussen de patiënt en de inspiratiepoort om contaminatie van de ventilator te voorkomen.
  • Overweeg een bacterie/virusfilter op de expiratiepoort tijdens bevochtiging. Vermijd HME omdat dit een verhoogde uitademweerstand geeft.

Bevochtigde beademingslucht kan via de expiratiepoort geen infectieuze ziekte overdragen. Wanneer de patiënt een besmettelijke ziekte heeft moet de medewerker zich beschermen met PBM, voor het geval het circuit onderbroken wordt. Een filter plaatsen op de expiratiepoort is alleen nodig bij het vernevelen van medicatie om te voorkomen dat:

  1. het expiratieventiel kleverig wordt en gaat disfunctioneren.
  2. de zorgverlener blootgesteld worden aan medicatie

Dit kan dan een “gewoon” filter zijn, geen bacterie/virusfilter. Zie ook de richtlijn Invasieve beademing.

 

Randvoorwaarden vloeistoffen bevochtigers

Bij het gebruik van vloeistoffen voor bevochtigen dienen de volgende randvoorwaarden in acht te worden genomen: 

  • Gebruik gesteriliseerd water.
  • Flessen gesteriliseerd water mogen tot 24 uur na opening worden gebruikt. Borg de houdbaarheid, bijvoorbeeld door datum/tijd van openen er op te noteren. 
  • Bij disposable watersystemen waarbij een zak aangeprikt wordt de zak elke 24 uur vervangen.

Reiniging en desinfectie bevochtigers

Voor reiniging en desinfectie zijn de instructies van de fabrikant leidend. De fabrikant van de bevochtigingsapparatuur is verplicht een schriftelijke instructie over het doel, de gebruikswijze en de wijze van reiniging, desinfectie en sterilisatie van de apparatuur mee te leveren (Medical Device Regulation (MDR); EU no 2017/745). Wanneer chemische desinfectie vereist is, dient de fabrikant ook informatie over het te gebruiken desinfectans te verstrekken. De fabrikant moet ook aangeven hoe vaak een procedure van reiniging en desinfectie en eventueel sterilisatie kan worden uitgevoerd zonder nadeel voor de kwaliteit van de apparatuur. 

In de richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie van (herbruikbare) medische hulpmiddelen worden de randvoorwaarden van reiniging, desinfectie en sterilisatie uitgebreid beschreven.

 

Internationale richtlijnen

Bij de werkgroep zijn er geen internationale richtlijnen bekend over dit onderwerp. 

 

Wettelijke kaders

Reiniging, desinfectie en sterilisatie van medische hulpmiddelen worden uitgevoerd zoals beschreven in de (Nederlandstalige) Instructions for Use (IFU) van de fabrikant die moet voldoen aan de Nederlandse wetgeving (Medical Device Regulation (MDR); EU no 2017/745).

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)

Voor patiënten is het van belang dat iedere medische handeling veilig plaatsvindt. Het doel van het toepassen van infectiepreventiemaatregelen bij het gebruik van vernevelaars en bevochtigers is het voorkomen dat micro-organismen zich kunnen handhaven, vermeerderen en verspreiden. Als gevolg hiervan wordt het risico op een klinisch relevante infectie bij de patiënt gereduceerd. Belangrijk is om te benadrukken dat standaardisatie en strikte naleving van reinigings- en desinfectieprotocollen in combinatie met algemene hygiënische maatregelen in de hele keten het risico op een klinisch relevante infectie weliswaar niet geheel wegneemt, maar wel verder kan reduceren. Als de patiënt na een opname thuis een vernevelaar of bevochtiger gaat gebruiken moet er samen met de patiënt aandacht zijn voor instructie en veiligheid.

 

Kosten (middelenbeslag)

Zorg gerelateerde infecties genereren veel leed en leiden tot hoge kosten, omdat patiënten langer zorg en vaker/langer medicatie nodig hebben. Door adequate reiniging, desinfectie en sterilisatie van herbruikbare medische hulpmiddelen in goed onderhouden en gevalideerde apparatuur wordt de kans op transmissie en zorg gerelateerde infecties verkleind waardoor daarmee gepaard gaande kosten worden vermeden. 

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De bovenstaande uitgangspunten zijn zodanig geschreven dat acceptatie en implementatie in de eigen zorginstelling mogelijk is. De beschreven uitgangspunten sluiten nauw aan op de klinische praktijk en bevatten geen wijzigingen ten opzichte van het huidige beleid. Op basis hiervan verwacht de werkgroep geen tot weinig barrière voor uitvoerbaarheid en implementatie.

 

Duurzaamheid

Bij verneveling en bevochtiging worden veel disposable en non-disposable materialen verbruikt die frequent dienen te worden vervangen. Voor de frequentie van het vervangen van gebruiksmaterialen zijn de instructies van de fabrikant leidend. De onderbouwing voor de frequenties die door de fabrikant worden voorgesteld zijn echter mogelijk beperkt, terwijl deze frequenties wel grote invloed hebben op de hoeveelheid materialen die wordt gebruikt. In het kader van duurzaamheid kunnen zorginstellingen, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving, overwegen om middels een risico-inventarisatie te onderzoeken of er een optimale vervangingsfrequentie is, zonder dat patiënten aan onverantwoorde risico’s worden blootgesteld. De meeste studies naar de milieu impact van inhalatoren focussen op dosisaerosolen (DA) en droog poeder inhalatoren (DPI). Een studie heeft de milieu impact van DA vergeleken met een jet-vernevelaar. Hieruit bleek dat de vernevelaar een duidelijke lagere milieu impact had (Goublet, 2017). 

 

Rationale van de aanbeveling

Voor deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. De werkgroep heeft door middel van de informatie uit de WIP richtlijn ‘Vernevelaars en verdampers’, expert opinie en ondersteunende literatuur de belangrijkste aspecten met betrekking tot vernevelen en bevochtigen beschreven.

Onderbouwing

In deze module worden maatregelen ter preventie van infecties bij het gebruik van apparaten voor vernevelen en bevochtigen beschreven. Luchtweginfecties bij de patiënt kunnen enerzijds ontstaan wanneer micro-organismen die in de door vernevelen geproduceerde aerosolen terecht zijn gekomen, worden ingeademd. Anderzijds is besmetting van de patiënt mogelijk door contact met besmette onderdelen van de apparatuur. De besmettingskans kan worden verkleind door toepassing van duidelijke voorschriften betreffende het veilig handelen en het reinigen, desinfecteren en/of steriliseren van de apparatuur. Deze richtlijn richt zich op de risico’s voor de patiënt en diens omgeving.

 

De vernevelings- en bevochtigingsapparatuur die in deze module aan de orde komt, wordt in het ziekenhuis vooral gebruikt op afdelingen kindergeneeskunde, keel-, neus- en oorziekten, longgeneeskunde, cardiologie, intensive care, Cardiac Care Unit en spoedeisende hulp. Daarnaast worden sommige vernevelaars ook thuis gebruikt.

 

Vernevelings- en bevochtigingsapparatuur kan zowel op zich gebruikt worden, als ook in combinatie met beademings- en anesthesie-apparatuur. Zie hiervoor daarom tevens de richtlijn Invasieve beademing. Devices die gebruikt worden om geneesmiddelen in poedervorm en dosis aerosolen te kunnen inhaleren, worden in deze richtlijn niet besproken, evenmin als de arbeidshygiënische aspecten van verneveling van geneesmiddelen of andere stoffen.

The WIP-guideline Vernevelaars en verdampers was examined in order to answer the clinical question. No systematic literature analysis was performed for this clinical question.

  1. Goulet, B., Olson, L., & Mayer, B. K. (2017). A Comparative Life Cycle Assessment between a Metered Dose Inhaler and Electric Nebulizer. Sustainability, 9(10), 1725. https://doi.org/10.3390/su9101725
  2. Henderson E, Ledgerwood D, Hope KM, Hume K, Krulicki W, Ford G, Golar S, Sutherland L, Louie TJ. Prolonged and multipatient use of prefilled disposable oxygen humidifier bottles: safety and cost. Infect Control Hosp Epidemiol. 1993 Aug;14(8):463-8. doi: 10.1086/646780. PMID: 8376736.
  3. Respaud R, Vecellio L, Diot P, Heuzé-Vourc'h N. Nebulization as a delivery method for mAbs in respiratory diseases. Expert Opin Drug Deliv. 2015 Jun;12(6):1027-39. doi: 10.1517/17425247.2015.999039. Epub 2015 Jan 5. PMID: 25557066.
  4. Mourik M, Notermans N, Sikkema R, van Os Y, Wensing A, Troelstra A. Lessen uit een verheffing van COVID¬19 in een ziekenhuis. Ned Tijdschr Med Microbiol 2021; 29: nr 4.
  5. World Health Organization (WHO). Scientific Brief: Transmission of SARS-CoV-2: implications for infection prevention precautions. 9 July 2020; https://www.who.int/news-room/commentaries/detail/transmission-of-sars-cov-2-implications-for-infection-prevention-precautions

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 15-01-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 15-01-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose
  • Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Intensive Care
  • Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg
  • Longfonds

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en werd gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Werkgroep

  • Drs. J.A.J.M. (Jeroen) van Exsel, voorzitter, Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT)
  • J. (Jeroen) van Rosmalen, Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC)
  • G. (Gea) van der Wal, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG)
  • Prof. dr. B.N.M. (Bhanu) Sinha, Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)
  • H. (Heleen) Aardema, Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)
  • W.J.M. (Walter) van Litsenburg, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
  • T. (Titia) Klemmeier, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), tot juli 2024
  • Drs. P.M.G.A. (Pascale) Lubbers, Longfonds 

Met ondersteuning van:

  • Drs. A.E. (Annelotte) Sussenbach, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. E. (Evelien) Belfroid, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Drs. J.A.J.M. (Jeroen) van Exsel

Longarts
HagaZiekenhuis

lid adviescommissie Caspir CAHAG

docent Caspir cursus (longfunctiescholing) 

spreker Boerhaave scholing 

lid GMR de Groeiling 

Presentaties voor Chiesi Pharmaceuticals niet gerelateerd aan het onderwerp van de richtlijn

geen relaties die van invloed zijn op de uitkomst van het advies 

Financier: GSK
Inhoud onderzoek: 
Matinee trial - anti-IL5 bij exacerbatie COPD. Rol projectleider: Ja

Geen

Geen

22-04-2024

Geen restrictie (nascholingen en extern gefinancierd onderzoek niet gerelateerd aan het onderwerp van de richtlijn).

J. (Jeroen) van Rosmalen

Physician assistant Intensive Care en Ventilation practitioner Maxima MC te Veldhoven

Geen

Geen

Geen

Geen

Auteur van “Beademing, een praktische handleiding” (uitgever Venticare) en het hoofdstuk Respiratie in het “Leerboek Intensive Care verpleegkunde” (uitgever BSL)

Geen

23-11-2023

Geen actie vereist

G. (Gea) van der Wal

Deskundige infectiepreventie Deventer Ziekenhuis

Vrijwilliger bij de Diabetes Vereniging Nederland (DVN)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

27-05-2024

Geen actie vereist

Prof. dr. B.N.M. (Bhanu) Sinha

Arts-microbioloog, UMCG

SWAB-bestuur: secretaris 

SWAB WG AMS

SWAB redactiegroep Lediraad/RL Medicamenteuze behandeling van patiënten

met COVID-19 (infectie met SARS-CoV-2)

Verschillende functies in meerdere UMCG commissies 

Verschillende RL commissies 

ECCMID/ESCMID Global Programme Committee

Faculty, tutor ESCMID AMS Certificate

Geen

Geen

Geen van de grants heeft te maken met het onderwerp van de RL.

CBI (Cross Border Institute of Healthcare Systems and Prevention [U Groningen-U Oldenburg]), CHARE-GD II, Regional access to Medical Microbiology; projectleider (Co-PI):

PUSH (Partnership of UMCG-Siemens for building the future of Health), Vascular tree imaging, projectleider (Co-PI)

PUSH (Partnership of UMCG-Siemens for building the future of Health), IDENTICAL - Imaging infective endocarditis, projectleider

Geen

Geen

10-09-2024

Geen restrictie (extern gefinancierd onderzoek en nevenactiviteiten hebben geen relatie met het onderwerp van de richtlijn).

H. (Heleen) Aardema

Arts-microbioloog, UMCG

Geen

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

1-09-2024

Geen actie vereist

W.J.M. (Walter) van Litsenburg

Verpleegkundig Specialist Astma + COPD (1FTE), Catharina Ziekenhuis Eindhoven

Docent Hogeschool Arnhem Nijmegen IMIS trainer (inhalatie-medicatie)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-10-2023

Geen actie vereist

T. (Titia) Klemmeier

longverpleegkundige ketenzorg friesland

stichting IMIS, coordinator en secretaresse

Geen

Geen

Financier: Universiteitskliniek Bonn en Maxima MC.
Inhoud onderzoek: PReSPON-studie.
Rol projectleider: Ja

Geen

Geen

3-11-2023

Geen actie vereist

P.M.G.A. (Pascale) Lubbers

Beleidsadviseur Zorg team ZRN Longfonds

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10-09-2024

Geen actie vereist

 

Inbreng patiëntenperspectief

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Patiëntenfederatie Nederland (PFNL) voor de knelpunteninventarisatie en het deelnemen van Longfonds aan de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan het Longfonds en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Wkkgz & kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Vernevelaars en bevochtigers

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.