Leidraad Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn

Initiatief: NVA / VRA Aantal modules: 4

Op- en afschaling binnen chronische pijn zorg

Publicatiedatum: 12-02-2026
Beoordeeld op geldigheid: 12-02-2026

Uitgangsvraag

Welke criteria kunnen gebruikt worden bij de opschaling en afschaling binnen de eerste, tweede en derdelijn van patiënten met chronische pijn?

Aanbeveling

Bied de meest effectieve behandeling aan op de juiste plaats, passend bij de aard en ernst van het probleem en context. Pas zo veel mogelijk de principes van ‘samen beslissen’ toe.

 

Overweeg in samenspraak met de patiënt opschaling naar een hoger echeleon bij één of meer van deze factoren:

  • De juiste pijndiagnose of verklaring kan niet worden gesteld of worden gevonden en aanvullend onderzoek, advies en/of expertise is nodig (inclusief second en third opinion);
  • De complexiteit van de klachten van de patiënt is te hoog (teveel onderhoudende beïnvloedende factoren die de pijn en functioneren negatief beïnvloeden en niet zelf kunnen worden behandeld);
  • Verwachte reductie in pijn en verhoging van functioneren blijven uit/ ingezette therapie niet effectief en geen alternatieve mogelijkheden binnen huidige echelon;
  • Er is geen aansluiting bij de hulpvraag, behoefte en/of waarde van de patiënt.

Overweeg in samenspraak met de patiënt de zorg af te schalen naar een lager echeleon indien er sprake is van één of meer van deze factoren:

  • er is een adequate pijndiagnose gesteld, er is inzicht in de onderhoudende beïnvloedende factoren (bio-psycho-sociaal; en
  • er is een effectieve, minder belastende, goedkopere of korte vorm van behandeling mogelijk in een lagere lijn; of
  • de ingezette therapie is niet effectief en er is geen alternatief binnen competenties; of
  • er is geen aansluiting bij de hulpvraag, behoefte of waarden van de patiënt.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Er werden zeven publicaties die vijf RCTs beschreven geïncludeerd. Deze studies vergeleken uitkomsten na risico-gestratificeerde zorg (waarbij in de meeste gevallen de STarT Back voor risicostratificatie werd gebruikt) met uitkomsten na standaard zorg. Het is mogelijk dat de resultaten ook afhankelijk zijn van de eventueel ingezette behandeling na risicostratificatie.

 

De studies werden uitgevoerd bij patiënten met aspecifieke lage rugpijn (Cherkin, 2018; Hill, 2011 & Whitehurst, 2012; Jamal, 2020), bij patiënten met ischias (Foster, 2020 & Konstantinou, 2020) en bij patiënten met musculoskeletale pijn (Hill, 2020). Er werden geen studies gevonden die opschaling en afschalingscriteria op een andere manier toepasten dan risico-stratificering op baseline of in andere patiëntengroepen. Patiënten met psychiatrische en/of somatische comorbiditeit waren in veel van de studies uitgesloten van deelname.

 

De cruciale uitkomstmaten ‘kwaliteit van leven’ en ‘patiënttevredenheid’ werden beschreven door de geïncludeerde studies. Er werden geen klinisch relevante verschillen gevonden in de risico-gestratificeerde groep in vergelijking met standaard zorg. Vanwege beperkingen in studieopzet, het relatief lage aantal patiënten en inconsistente studieresultaten was de bewijskracht zeer laag. Op basis van de cruciale uitkomstmaten kan geen voorkeur worden gegeven voor risico-gestratificeerde zorg of standaard zorg.

 

De belangrijke uitkomstmaten ‘fysiek functioneren’ en ‘kosteneffectiviteit’ werden beschreven door de geïncludeerde studies. De bewijskracht werd verlaagd gezien de beperkingen in de onderzoeksopzet, inconsistente studieresultaten en het geringe aantal patiënten. Ook voor deze uitkomstmaten is de bewijskracht zeer laag.

 

Enkele studies rapporteerden subgroep resultaten voor laag- matig- en hoog-risicogroepen zoals ingedeeld op baseline. De resultaten in hoog-risicopatiënten wijzen erop dat fysiek functioneren (op basis van de rug-gerelateerde RMDQ-score) mogelijk beter is na risico-gestratificeerde zorg dan na standaard zorg. De resultaten in de laag- en matig-risicogroepen wisselden, waardoor op basis van de literatuur geen uitspraak gedaan kan worden over het effect van risico-gestratificeerde zorg in vergelijking met standaard zorg op fysiek functioneren in deze subgroepen.

 

De belangrijke uitkomstmaat ‘duur van de behandeling’ werd niet beschreven door de geïncludeerde studies.

 

Op basis van de gevonden literatuur is het onduidelijk of het toepassen van specifieke op- en afschalingcriteria bij patiënten met chronische pijn meerwaarde heeft. Naast de in de literatuuranalyse beschreven resultaten, zijn er in Nederland eerder experimenten binnen de Health Deal Chronische Pijn (Wolff, 2018) geweest waarin werd onderzocht of stepped care op kleinere schaal georganiseerd kon worden. In de diverse living labs heeft de health deal geleid tot intensievere samenwerking. Echter alle deelnemende regio’s ervaarden ook diverse belemmeringen die de implementatie van de Zorgstandaard Chronische pijn (Dutch Pain Society en Vereniging Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem, 2017) vertraagde en op sommige punten zelfs onmogelijk maakte. Denk hier bij aan silowerking binnen de zorg (financiering, beroepskaders en eigen belang boven algemeen belang) en de huidige rol van de huisartsen in de keten. Op- en afschalingscriteria konden zo niet ontwikkeld en onderzocht worden. Uit het rapport lage rugpijn van ZIN blijkt dat slechts circa 5% van de patiënten wordt doorverwezen naar de 2e lijn. Echter binnen de 2e lijn wordt vaak toch onderling doorverwezen met veel diagnostiek en behandelingen. Mogelijk bestaat hier verbeterruimte d.m.v. meer afschaling of of meer en vroegere (multidisciplinaire) afstemming ten behoeve van  juiste zorg op de juiste plek.

 

Gezien bovenstaande, zijn de aanbevelingen in deze module geformuleerd op basis van expert opinion van de werkgroep en de eerder in de Zorgstandaard Chronische Pijn opgenomen omschrijving van het stepped care principe.

 

Stepped care

In de Zorgstandaard Chronische Pijn wordt het proces van stepped care als volgt omschreven: ‘aan een patiënt wordt altijd de meest effectieve, minst belastende, goedkoopste en kortste vorm van behandeling aangeboden die mogelijk is gezien de aard en de ernst van de problematiek. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoeftes van de patiënt en wordt passende zorg geboden op basis van de benodigde zorgzwaarte. Als de minimaal noodzakelijke interventie onvoldoende effect heeft, wordt naar een intensievere interventie overgegaan.’ (Zorgstandaard Chronische pijn, p. 6, regel 41-46; Dutch Pain Society en Vereniging Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem, 2017). Op basis van deze omschrijving van stepped care, is het mogelijk om waar mogelijk de tweede lijn over te slaan. De werkgroep is van mening, analoog aan de omschrijving in de Zorgstandaard, dat er gestreefd moet worden om passende zorg bij de benodigde zorgzwaarte te bieden: Voor iedere patiënt wordt een op maat gemaakte behandeling aangeboden, waarbij geldt: zo licht als mogelijk en zo intensief als nodig (matched care). Belangrijk aandachtspunt is daarbij wel dat er optimale mogelijkheden worden gecreëerd binnen de eerste lijn in de vorm van multidisciplinaire eerstelijnszorg. De onderstaande op- en afschalingscriteria zijn gebaseerd op deze visie.

 

Voorgestelde kernvragen voor zelf behandelen of verwijzen en op- of afschalen

Het grootste deel van de patiënten zal in de nabije toekomst in de eerste (en anderhalve) lijn behandeld worden. Daar waar nodig kan echter aanvullende expertise, advies of onderzoek in de tweede lijn of derde lijn aangevraagd worden. Ook indien de complexiteit van de patiënt te hoog is, de ingezette therapie niet effectief is gebleken, er geen alternatieve adequate interventies binnen de competenties van de zorgprofessional zijn en/of er onvoldoende aansluiting is bij de hulpvraag of behoefte van de patiënt, moet opschaling overwogen worden. Figuur 3.1 geeft de kernvragen en globale stappen voor opschaling weer in geval aanhoudende pijn en/of toenemende afname van functioneren een probleem vormt.

 

Zoals in de module ‘Organisatie van zorg’ is beschreven, wordt er momenteel te weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om af te schalen naar een lagere lijn. Voor professionals in de tweede of derde lijn adviseert de werkgroep afschaling te overwegen indien er een effectieve, minder belastende, goedkopere en/of korte vorm van behandeling mogelijk is in bijvoorbeeld de nulde of eerste lijn (juiste zorg op juiste plek), de ingezette therapie niet effectief is en geen alternatief is binnen competenties van de zorgverlener/organisatie en/of er geen aansluiting is bij de hulpvraag of behoefte van de patiënt. Het afschalen betreft niet alleen minder belastend, goedkoper of korter (in plaats van) maar vooral passende zorg na een andere (hier dus 2e of 3e lijns) interventie. Als voorbeeld kan je denken aan eerstelijns behandeling na MSR om verkregen vaardigheden in zelfmanagement met pijn verder te integreren en te bestendigen in het dagelijkse functioneren.

Figuur 3.1 geeft de vijf kernvragen en stappen weer om op te schalen wanneer pijnklachten aanhouden. Figuur 3.2 geeft de 3 globale vragen en stappen om af te schalen weer wanneer aanhoudende pijn vermindert en/of hanteerbaar wordt.

 

Figuur 3.1 Vijf kernvragen voor opschalen (5J’s)

 

 

Figuur 3.2 Drie kernvragen om af te schalen

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun naasten)

Voor elke patiënt heeft het leven met chronische pijn een andere betekenis. Het is voor de patiënt belangrijk dat hij/zij passende zorg krijgt op basis van de benodigde zorgzwaarte en waarden. De behoefte die iemand heeft kan echter veranderen gedurende de tijd. Dit door veranderde leefomstandigheden, bepaalde levensfase of het doorlopen van een eigen (acceptatie) proces. Deze wisselende behoeften vragen om goede afstemming tussen de patiënt en de zorgprofessional. Kan deze zorgprofessional het behandelaanbod of de begeleiding (nog) geven die passend is? Sluit het aan bij de hulpvraag en de waarden van de patiënt? Voor de patiënt is het belangrijk dat de keuzes omtrent op- en afschaling  worden gemaakt in samenspraak tussen patiënt en zorgprofessional (samen beslissen). Het antwoord op de vraag of de behandeling nog aansluit bij de behoeften van de patiënt van dat moment is een logisch  criterium om op te schalen of af te schalen.

 

Het is de verwachting van de werkgroep dat op- en afschalingscriteria en het toepassen van het stepped care en Matched care principe zoals beschreven in de Zorgstandaard, bijdragen aan patiënttevredenheid. In zijn algemeenheid zal de patiënt het waarderen indien de zorgverlener duidelijk aangeeft waar de behandelmogelijkheden liggen, en waar de behandelmogelijkheden ophouden en verwijzing naar een andere discipline nodig is. Matched care bevordert dat patiënten sneller de zorg krijgen die zij nodig hebben. Daarnaast is het voor de patiënt belangrijk om de zorg zo dicht mogelijk bij huis te ontvangen. Tijdige afschaling maakt dit mogelijk.

 

Kosten (middelenbeslag)

De evidence is onzeker over de kosteneffectiviteit van gestratificeerde zorgpaden bij patiënten met chronische pijn. Verder is er geen informatie over de kosteneffectiviteit van het inzetten van specifieke op- en afschalingcriteria beschikbaar. De werkgroep verwacht echter dat door het inzetten van de voorgestelde op- en afschalingscriteria, alsmede de toepassing van het stepped care principe zoals beschreven in de Zorgstandaard, de zorg goedkoper en efficiënter wordt. Door betere samenwerking en tijdige inzet van elkaars expertise (als onderdeel van netwerkzorg) krijgt de patiënt eerder de passende zorg.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Een mogelijke barrière voor zorgprofessionals om patiënten te verwijzen naar een andere zorgverlener is dat hij/zij de patiënt dan ‘kwijtraakt’ (en dus omzet mist). Duidelijke criteria voor op- en afschaling zullen helpend zijn bij het vormgeven van de samenwerking en het maken van keuzes.

 

De aanbevelingen met betrekking tot op- en afschaling zijn eenvoudig en makkelijk in de praktijk toe te passen. Een valkuil bij toepassing van het stepped care model is dat ook een vaste volgorde wordt aangehouden waar dit niet zinvol is. In het geval van complexe problematiek leidt dit tot uitstel van de juiste zorg en daarmee tot verminderde kwaliteit van leven en toename van directe en indirecte kosten (zie ook elders de betreffende literatuur over wachtlijst problematiek). Op indicatie moet de patiënt direct naar de juiste zorg op de juiste plek kunnen worden verwezen (matched care).

 

Een ander ervaringsvoorbeeld uit de praktijk waarom toepassing van stepped care momenteel nog problematisch is, is dat vergoeding voor een belangrijk deel productie gedreven is en onderlinge afstemming, intensieve analyse en advisering onvoldoende gestimuleerd wordt. Afstemming, zeker bij patiënten met een hoge complexiteit, tussen en binnen de lijnen en stappen (steps) is van groot belang.

 

Er zijn ten aanzien van de aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie geen overwegingen die van invloed zijn op de besluitvorming omtrent de aanbevelingen.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

De werkgroep onderschrijft de omschrijving van stepped care en matched care in de Zorgstandaard en het belang van ‘samen beslissen’. Ze kiest daarom om de eerste aanbeveling als ‘sterke’ aanbevelingen te formuleren. Ten aanzien van de voorgestelde op- en afschalingscriteria, hoewel gerelateerd aan stepped care, is er zeer beperkte evidence, daarom heeft de werkgroep hier gekozen voor een zwakke aanbeveling.

 

Onderbouwing

Zorg voor patiënten met chronische pijn is vaak complex en vraagt om betrokkenheid van verschillende zorgverleners. Samenwerking en afstemming in het netwerk “horizontaal en in de keten” en  tussen de diverse lijnen en zorgverleners is belangrijk om te zorgen dat 1. de patiënt zo spoedig mogelijk op de juiste plek komt en 2. er op tijd wordt ingespeeld bij een veranderde situatie. De diversiteit en complexiteit van chronische pijnzorg vraagt om handvatten voor op- en afschaling. In deze module willen we komen tot een instrument of handvatten die zorgprofessionals kunnen gebruiken om te zien of opschaling nodig is of afschaling gewenst is. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de relatie met en invulling van het stepped and matched care principe.

Kwaliteit van leven (cruciaal)

Zeer laag GRADE

Het bewijs is onzeker over het effect van gestratificeerde zorgpaden in vergelijking met standaard zorg op kwaliteit van leven bij patiënten met chronische pijn.

 

Bronnen: Foster (2020) & Konstantinou (2020), Hill (2020), Whitehurst (2012)

 

Patienttevredenheid (cruciaal)

Zeer laag GRADE

Het bewijs is onzeker over het effect van gestratificeerde zorgpaden in vergelijking met standaard zorg op patiënttevredenheid bij patiënten met chronische pijn.

 

Bronnen: Cherkin (2018), Foster (2020) & Konstantinou (2020), Hill (2011), Hill (2020)

 

Fysiek functioneren (belangrijk)

Zeer laag

GRADE

Totale groep patiënten

Het bewijs is onzeker over het effect van gestratificeerde zorgpaden in vergelijking met standaard zorg op fysiek functioneren bij patiënten met chronische pijn

 

Bronnen: Cherkin (2018), Foster (2020) & Konstantinou (2020), Hill (2011), Hill (2020), Jamal (2019)

Laag

GRADE

Het bewijs suggereert dat gestratificeerde zorgpaden in vergelijking tot standaard zorg mogelijk resulteren in een beter fysiek functioneren bij hoog-risico patiënten met chronische pijn.

 

Zeer laag GRADE

Het bewijs is onzeker over het effect van gestratificeerde zorgpaden in vergelijking met standaard zorg op fysiek functioneren bij laag- en matig-risico patiënten met chronische pijn

 

Bronnen: Cherkin (2018), Hill (2011)

 

 

Duur van de behandeling (belangrijk)

geen GRADE

Er was geen literatuur beschikbaar waarin de duur van de behandeling van zorg met gestratificeerde zorgpaden werd vergeleken met standaard zorg bij patiënten met chronische pijn.

 

Bronnen: -

 

Kosteneffectiviteit (belangrijk)

Zeer laag GRADE

Het bewijs is onzeker over het effect van gestratificeerde zorgpaden in vergelijking met standaard zorg op de kosteneffectiviteit bij patiënten met chronische pijn.

 

Bronnen: Foster (2020) & Konstantinou (2020), Hill (2011) & Whitehurst (2012)

Beschrijving studies

Cherkin (2018) beschrijft een cluster RCT in huisartsenpraktijken (primary care clinics) in Engeland bij patiënten met aspecifieke lage rugpijn. In de interventiepraktijken werd de STarT Back tool voor risico stratificatie geïmplementeerd, werden de zorgverleners voorzien van informatie over de aanbevolen behandeling volgens de risicoclassificering (STarT Back tool) en werden de eerstelijnszorgverleners en fysiotherapeuten getraind in het gebruik van deze aanpak. De uitkomsten van de interventie werden vergeleken met standaard zorg.

Zes praktijken werden gerandomiseerd en via de medische dossiers werden alle volwassen patiënten met een primaire diagnose van aspecifieke lage rugpijn geïdentificeerd en uitgenodigd voor het onderzoek. In totaal kwamen er 2138 patiënten in de interventie klinieken en 2571 in de controle klinieken. 36% daarvan gaf toestemming voor deelname. Patiënten die deelnamen waren gemiddeld 57,1 jaar oud en iets meer dan de helft vrouw. Het percentage patiënten dat deelnam aan de follow-up metingen was 93% voor de meting na 2 maanden en 91% na 6 maanden.

Relevante uitkomstmaten waren effect van behandeling (rug-gerelateerd fysiek functioneren, pijn), patiënttevredenheid en zorggebruik.

 

Foster (2020) en Konstantinou (2020) beschrijven de SCOPiC trial, een RCT in huisartsenpraktijken in het Verenigd Koninkrijk, bij patiënten met ischias. Volwassenen die zorg zochten vanwege rug of been-klachten, onafhankelijk van de duur en waarbij de huisarts sciatica vermoedde, kwamen in aanmerking voor de studie. In de interventiepraktijken werd gerichte behandeling gegeven op basis van risicostratificering (STarT Back Tool en aanvullende klinische karakteristieken). Op basis van deze risicoclassificering werd richting gegeven aan het behandelplan (zie evidence table voor details). Uiteindelijk werden er 476 deelnemers van 42 praktijken geïncludeerd en werden aan elk van de behandelgroepen 238 patiënten toegewezen. Patiënten in de interventiegroep waren gemiddeld 50,7 (SD 14,5) jaar oud, vergeleken met 53,3 (SD 13,5) jaar in de controlegroep. Beide groepen bestonden voor 50% uit vrouwen.

Relevante uitkomsten waren effect van behandeling (rug-gerelateerd fysiek functioneren), kwaliteit van leven, patiënttevredenheid, zorggebruik en kosteneffectiviteit.

 

Hill (2011) beschrijft de STarT Back trial, een RCT in huisartspraktijken (general practices) in Engeland, bij patiënten met lage rugpijn. Volwassenen die zorg zochten voor lage rugpijn, met of zonder gerelateerde pijn in het been, kwamen in aanmerking voor deelname. In de interventiepraktijken werd gerichte behandeling gegeven op basis van risicostratificering (STarT Back Tool). Patiënten met een laag risico ontvangen geen aanvullende zorg, patiënten met een matig en hoog risico ontvingen aanvullende gerichte zorg (zie evidence table voor details). Tien praktijken werden gerandomiseerd en in totaal werden er 568 patiënten geïncludeerd in interventiepraktijken en 283 in controlepraktijken. Patiënten waren gemiddeld 50 jaar (range 18-87) en 500 (59%) was vrouw. Relevante uitkomsten waren effect van behandeling (rug-gerelateerd fysiek functioneren, perceptie van verandering in rugpijn), kwaliteit van leven, patiënttevredenheid en zorggebruik. Aanvullend beschrijft Whitehurst (2012) een kosteneffectiviteit studie.

 

Hill (2020) beschrijft een cluster RCT in huisartspraktijken (general practices) in Engeland, bij patiënten met musculoskeletale pijn. Volwassenen die zorg zochten voor musculoskeletale pijn, als nieuwe of terugkerende patiënt, kwamen in aanmerking voor deelname. Patiënten die op basis van ‘rode vlaggen’ mogelijk urgente medische interventie nodig hadden, werden geëxcludeerd. In de interventiepraktijken werd gerichte behandeling gegeven op basis van risicostratificering (STarT Back Tool). Op basis van de locatie van de pijn en de risicoclassificering, werd het behandelplan opgesteld (zie evidence table voor details).

Acht praktijken werden gerandomiseerd en in totaal werden er 231 patiënten geïncludeerd in interventiepraktijken en 293 in controlepraktijken. Patiënten waren gemiddeld 61,1 jaar (SD 14,8) en 318 (60; 7%) was vrouw. Relevante uitkomsten waren effect van behandeling (rug-gerelateerd fysiek functioneren, perceptie van verandering in rugpijn), kwaliteit van leven, patiënttevredenheid en zorggebruik.

 

Jamal (2020) beschrijft een RCT in 93 huisartspraktijken in Nederland, bij patiënten met lage rugpijn. Volwassenen van 18 tot 45 jaar waar minimaal 12 weken een registratie bij openstond voor ICPC code L03 (LBP zonder uitstraling) kwamen in aanmerking voor de studie. In de interventiepraktijken werden patiënten op basis van de Case Finding Axial Spondyloarthritis (CaFaSpA) verwijzing strategie verwezen. Uiteindelijk namen 140 huisartsen uit de 93 praktijken deel en werden er 333 patiënten binnen de interventiegroep gezien en 346 binnen de controlegroep. Patiënten waren gemiddeld 36.2 jaar oud en 64% van de patiënten was vrouw. De relevante uitkomst was effect van behandeling.

 

Resultaten

Kwaliteit van leven (cruciaal)

Kwaliteit van leven werd beschreven door vijf publicaties over drie studies, die allen de EQ-5D score rapporteerden. Dit is een generieke maat voor kwaliteit van leven. De maximale score is 1, waarbij een hogere score wijst op een hoger kwaliteit van leven.

 

Foster (2020) en Konstantinou (2020) rapporteerden dat de gemiddelde baseline EQ-5D score 0,5168 (SD 0,2109) was in de interventiegroep en 0,5201 (SD 0,2300) in de controlegroep. Na vier maanden was de EQ-5D score 0,6710 (SD 0,2006) in de interventiegroep en 0,6806 (SD 0,1955) in de controlegroep. De MD was -0,009 (95% BI -0,046 tot 0,026), ten gunste van de controlegroep.

Na 12 maanden was de EQ-5D score in de interventiegroep 0,7138 (SD 0,2137)

en 0,7320 (SD 0,1879) in de controlegroep. De MD was -0,018 (95% BI -0,054 tot 0,0176), ten gunste van de controlegroep.

Deze verschillen waren niet klinisch relevant (< 0,03).

 

Whitehurst (2012) rapporteerde de kwaliteit van leven apart voor de laag, matig en hoog-risico groepen. De gemiddelde baseline EQ-5D scores voor interventie- en controlegroep waren: laag-risico: 0,725 (SD 0,19) en 0,733 (SD 0,15); matig-risico: 0,540 (SD 0,27) en 0,573 (SD 0,27); hoog-risico: 0,325 (SD 0,33) en 0,252 (SD 0,35).

 

Voor de laag-risicogroep werd na vier maanden een EQ-5D score van 0,799 (SD 0,21) in de interventiegroep en 0,821 (SD 0,18) in de controlegroep gerapporteerd. De MD was −0,022 (95%BI −0,07 tot 0,03), ten gunste van de controlegroep.

Na 12 maanden was de EQ-5D score 0,787 (SD 0,20) in de interventiegroep en 0,773 (SD 0,24) in de controlegroep. De MD was 0,014 (95%BI −0,05 tot 0,08), ten gunste van de interventiegroep. Deze verschillen waren niet klinisch relevant (< 0,03).

 

Voor de matig-risicogroep werd na vier maanden een EQ-5D score van 0,702 (SD 0,28) in de interventiegroep en 0,674 (SD 0,28) in de controlegroep gerapporteerd. De MD was 0,028 (95% BI -0,03 tot 0,09), ten gunste van de interventiegroep. Dit was geen klinisch relevant verschil (< 0,03). Na 12 maanden was de EQ-5D score 0,687 (SD 0,32) in de interventiegroep en 0,635 (SD 0,31) in de controlegroep. De MD was 0,052 (95% BI −0,01 tot 0,12), ten gunste van de interventiegroep. Dit verschil was klinisch relevant (> 0,03).

 

Voor de hoog-risicogroep werd na vier maanden een EQ-5D score van 0,585 (SD 0,35) in de interventiegroep en 0,474 (SD 0,38) in de controlegroep gerapporteerd. De MD was 0,111 (95% BI 0,02 tot 0,20), ten gunste van de interventiegroep. Na 12 maanden was de EQ-5D score 0,541 (SD 0,37) in de interventiegroep en 0,458 (SD 0,38) in de controlegroep. De MD was 0,083 (95% BI −0,01 tot 0,18) ten gunste van de interventiegroep. Dit waren klinisch relevante verschillen (> 0,03).

 

Gezien het geringe aantal patiënten in deze groepen is de bewijskracht voor de studies zeer laag tot laag en is er geen aparte conclusie opgesteld specifiek voor matig- en hoog-risicogroepen.

 

Hill (2020) rapporteerde een EQ-5D score op baseline van 0,55 (SD 0,25; n = 226) in de interventiegroep en 0,57 (SD 0,22; n = 287) in de controlegroep. Na 6 maanden was de EQ-5D score 0,65 (SD 0,26; n = 208) in de interventiegroep en 0,63 (SD 0,25; n = 258) in de controlegroep. De MD was 0,02 (95% CI -0,03 tot 0,07), ten gunste van de interventiegroep. Dit was geen klinisch relevant verschil (< 0,03).

 

Cherkin (2018) en Jamal (2019) beschreven geen resultaten voor kwaliteit van leven.

 

Bewijskracht van de literatuur

De bewijskracht voor de uitkomstmaat begon hoog, omdat het gebaseerd werd op RCTs. De bewijskracht is met drie niveaus verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias, -1), inconsistentie tussen studieresultaten (inconsistentie, -1) en het geringe aantal patiënten (imprecisie, -1). De bewijskracht komt daarmee op zeer laag.

 

Patiënttevredenheid (cruciaal)

Voor vier studies werd de patiënttevredenheid beschreven. De schalen en items waarmee dit gebeurde, varieerde tussen studies. De resultaten zijn samengevat in onderstaande tabel.

Het varieerde of de scores voor patiënttevredenheid ten gunste waren van de interventiegroep of controlegroep. Enkele resultaten waren klinisch relevant, maar ook hier zien we een inconsistent beeld.

 

Studie

Item

Follow-up

Interventie

groep

Controle

groep

RR (95% BI) of anders

Ten gunste van

Klinisch relevant

Cherkin, 2018

Very satisfied with care

 

6M

OR pre-post 1,01 (0,63 tot 1,61)

OR 1,27

(0,83 tot 1,94)

OR interventie vs. control 0,79

(0,42 tot 1,49)

Controle

 

 

 

Very satisfied with treatment

 

 

OR 1,15

(0,68 tot 1,95)

OR 0,91

(0,57 tot 1,44)

OR 1,26

(0,63 tot 2,54)

Interventie

 

 

Very satisfied with information about cause of pain

 

OR 1,29

(0,76 tot 2,20)

OR 1,52

(0,94 tot 2,46)

OR 0,85

(0,41 tot 1,740)

Controle

 

Foster, 2020

Konstantinou, 2020

Satisfaction with care

Very satisfied

4M

65/153 (43%)

57/158 (36%)

1,18 (0,89 tot 1,55)

Interventie

Ja

 

Quite satisfied

4M

42/153 (27%)

48/158 (30%)

0,90 (0,64 tot 1,28)

Controle

Nee

 

Not satisfied

4M

24/153 (16%)

26/158 (16%)

0,95 (0,57 tot 1,58)

Geen

Nee

 

Satisfaction with care

Very satisfied

12M

42/123 (34%)

50/132 (38%)

0,90 (0,65 tot 1,25)

Controle

Nee

 

Quite satisfied

12M

32/123 (26%)

36/132 (27%)

0,95 (0,63 tot 1,43)

Controle

Nee

 

Not satisfied

12M

17/123 (14%)

18/132 (14%)

1,01 (0,55 tot 1,88)

Geen

Nee

 

Satisfaction with results of care – Very satisfied

4M

62/153 (41%)

42/158 (27%)

1,52 (1,10 tot 2,10)

Interventie

Ja

 

Quite satisfied

4M

43/153 (28%)

58/158 (37%)

0,77 (0,55 tot 1,06)

Controle

Ja

 

Not satisfied

4M

27/153 (18%)

28/158 (18%)

1,00 (0,62 tot 1,61)

Geen

Nee

 

Satisfaction with results of care – Very satisfied

12M

37/123 (30%)

49/132 (37%)

0,81 (0,57 tot 1,15)

Controle

Ja

 

Quite satisfied

12M

36/123 (30%)

37/132 (28%)

1,04 (0,71 tot 1,54)

Interventie

Nee

 

Not satisfied

12M

16/123 (13%)

19/132 (14%)

0,90 (0,49 tot 1,68)

Interventie

Nee

Hill, 2011

Satisfaction with care-

Very satisfied

4M

166/416 (40%)

46/197 (23%)

1,71 (1,29 tot 2,26)

Interventie

Ja

 

Quite satisfied

4M

139/416 (33%)

81/197 (41%)

0,81 (0,66 tot 1,01)

Controle

Ja

 

Not satisfied

4M

111/416 (27%)

70/197 (36%)

0,75 (0,59 tot 0,96)

Interventie

Ja

Hill, 2020

 

Satisfaction with GP care for MSK pain –

Very satisfied

6M

48/200 (24,2%)

58/158 (22,8%)

1,07 (0,76 tot 1,49)

Interventie

Nee

 

Quite satisfied

6M

71/200 (35,9%)

89/258 (34,9%)

1,03 (0,80 tot 1,32)

Interventie

Nee

 

Not very satisfied

6M

25/200 (12,6%)

44/258 (17,3%)

0,73 (0,47 tot 1,16)

Interventie

Ja

 

Not at all satisfied

6M

8/200 (4,0%)

4/258 (1,6%)

2,58 (0,79 tot 8,45)

Controle

Ja

 

Jamal (2019) beschreef geen resultaten voor patiënttevredenheid.

 

Bewijskracht van de literatuur

De bewijskracht voor de uitkomstmaat begon hoog, omdat het gebaseerd werd op RCTs. De bewijskracht is met 3 niveaus verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias, -1), inconsistentie tussen studieresultaten (inconsistentie, -1) en het geringe aantal patiënten (imprecisie, -1). De bewijskracht komt daarmee op zeer laag.

 

Fysiek functioneren (belangrijk)

Alle vijf de studies rapporteerden met de Roland-Morris Disability Questionnaire (RMDQ) resultaten voor rug-gerelateerd fysiek functioneren. Vanwege de vergelijkbaarheid tussen de studies werd deze maat gekozen als weergave voor rug-gerelateerd fysiek functioneren. De RMDQ heeft een schaal van 0 tot 24, waarbij een hogere score duidt op meer beperkingen.

 

Cherkin (2018) beschrijft dat de baseline RMDQ score 11,8 (SD 6,1) was in de interventiegroep en 11,8 (SD 6,3) in de controlegroep. In vergelijking met de score op baseline was het verschil op zes maanden follow-up −0,05 (95% BI −0,83, 0,73) in de interventiegroep en −0,55 (95% BI −1,26 tot 0,15) in de controlegroep. Het gemiddelde verschil tussen de groepen was 0,50 (95% BI −0,55 tot 1,55), ten gunste van de controlegroep. Dit is geen klinisch relevant verschil (<10%). Gesplitst voor risicoscore op baseline was het effect in de laag-risico en hoog-risico groepen ten gunste van de controlegroep en in de matig-risico groep ten gunste van de interventiegroep (MD: laag-risico 0,56 (95% BI − 0,71 tot 1,82), hoog-risico 1,76 (95% BI −1,10 tot 4,62) en matig-risico −0,06 (95% BI −1,94 tot 1,81). Dit verschil was klinisch relevant voor de hoog-risico patiënten (> 10%), maar niet voor de laag- en matig-risico patiënten (< 10%).

 

Foster (2020) en Konstantinou (2020) beschreven dat de baseline scores 11,1 (SD 5,2) in de interventiegroep en 11,3 (5,4) in de controlegroep waren. Op vier maanden was de RMDQ-score in de interventie groep 6,5 (SD 6,3) en 6,2 (SD 6,0) in de controlegroep. Het gemiddeld verschil tussen de groepen was 0,43 (95% BI –0,69 tot 1,54), ten gunste van de controlegroep. Op 12 maanden was de RMDQ-score in de interventiegroep 5,0 (SD 6,2) en in de controlegroep 5,5 (SD 6,0). Het gemiddelde verschil was -0,53 (95% BI –1,84 tot 0,78), ten gunste van de interventiegroep. De verschillen na vier en 12 maanden (resp. 0,43 en -0,53) waren niet klinisch relevant (< 10%).

 

Hill (2011) beschreef de RMDQ-verschilscore na vier maanden en 12 maanden, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, baseline RMDQ en duur van rugpijn. De baseline scores waren 9,8 (SD 5,6) in de interventiegroep en 9,7 (SD 5,8) in de controlegroep. Na vier maanden was de RMDQ-verschilscore in de interventiegroep 4,7 (SD 5,9) en in de controlegroep 3,0 (SD 5,9). Het verschil was 1,81 (95% BI 1,06 tot 2,57), ten gunste van de interventiegroep.

Na 12 maanden was de RMDQ-verschilscore in de interventiegroep 4,3 (SD 6,4) en in de controlegroep 3,3 (SD 6,2). Het verschil was 1,06 (95% BI 0,25 tot 1,86), ten gunste van de interventiegroep. Dit zijn klinisch relevante verschillen (> 10%).

De scores werden ook beschreven voor de subgroepen op basis van baseline risico-stratificering. De verschilscore was in alle drie de risicogroepen groter in de interventiegroep, ten gunste van de interventiegroep. Het verschil tussen de groepen was op vier maanden: laag-risico: 0,66 (95% BI –0,41 tot 1,74), matig-risico: 1,99 (95% BI 0,75 tot 3,22); hoog-risico 2,53 (95% BI 0,90 tot 4,16); en op 12 maanden: laag-risico: 0,12 (95% BI –1,13 tot 1,38); matig-risico: 1,33 (95% BI 0,15 tot 2,52); hoog-risico: 1,22 (95% BI –0,47 tot 2,91). Deze verschillen waren klinisch relevant voor de matig- en hoog-risico patiënten (> 10%), maar niet voor de laag-risico patiënten (< 10%).

 

Hill (2020) beschreef dat de RMDQ score op baseline 9,84 (SD 5,40) was in de interventiegroep en 9,38 (SD 5,57) in de controlegroep. Na zes maanden was de RMDQ score 6,90 (SD 6,52) in de interventiegroep en 6,44 (SD 5,80) in de controlegroep. De MD was 0,46 (95% BI -1,64 tot 2,56), ten gunste van de controlegroep. Dit was geen klinisch relevant verschil.

 

Hill (2020) includeerde naast patiënten met rugpijn ook patiënten met andere musculoskeletale pijn. Daarom werden er naast de RMDQ op zes maanden ook andere functievragenlijsten ingevuld. De algemene musculoskeletale gezondheid werd gemeten met de Musculoskeletal Health Questionnaire (MSK-HQ; schaal 0 tot 56; hogere score wijst op betere gezondheidsstatus. De baseline MSK-HQ waren 29,9 (SD 10,5) in de interventiegroep en 29,4 (SD 10,4) in de controlegroep. De MSK-HQ score op zes maanden was 37,5 (SD 12,8) in de interventiegroep en 37,3 (SD 11,8) in de controlegroep. De MD was 0,20 (95% BI -2,13 tot 2,53), ten gunste van de interventiegroep. Dit verschil was niet klinisch relevant (< 10%).

 

Jamal (2019) beschreef dat de baseline mediaan RMDQ score 8 (IKR 4-12) was in de interventiegroep en 8 (4-12) in de controlegroep. Na vier maanden was de gemiddelde RMDQ score 7,65 (95% BI 6,79 tot 8,50) in de interventiegroep en 8,15 (95% BI 7,34 tot 8,96) in de controlegroep. De MD was -0,50 (95% CI -1,68 tot 0,68), ten gunste van de interventiegroep. Dit was geen klinisch relevant verschil (< 10%).

 

Bewijskracht van de literatuur

Totale groep patiënten

De bewijskracht voor de uitkomstmaat ‘fysiek functioneren’ begon hoog, omdat het gebaseerd werd op RCTs. De bewijskracht is met 3 niveaus verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias, -1), inconsistente resultaten tussen studies (inconsistentie, -1) en het geringe aantal patiënten (imprecisie, -1). De bewijskracht komt daarmee op zeer laag.

 

Hoog-risico patiënten

De bewijskracht voor de uitkomstmaat ‘fysiek functioneren’ in hoog-risicopatiënten begon hoog, omdat het gebaseerd werd op RCTs. De bewijskracht is met 2 niveaus verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias, -1) en het geringe aantal patiënten (imprecisie, -1). De bewijskracht komt daarmee op laag.

  

Laag- en matig-risico patiënten

De bewijskracht voor de uitkomstmaat ‘fysiek functioneren’ in laag- en matig-risico patiënten begon hoog, omdat het gebaseerd werd op RCTs. De bewijskracht is met 3 niveaus verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias, -1), inconsistente resultaten (inconsistentie, -1) en het geringe aantal patiënten (imprecisie, -1). De bewijskracht komt daarmee op zeer laag.

 

Duur van behandeling (belangrijk)

Duur van behandeling werd in de geïncludeerde studies niet vergeleken tussen de interventiegroep en controlegroep.

 

Bewijskracht van de literatuur

Er was geen literatuur beschikbaar waarin de duur van behandeling van de interventiegroep werd vergeleken met de duur van behandeling van de controlegroep.

 

Kosteneffectiviteit (belangrijk)

Twee studies beschreven het verschil in totale zorgkosten en de kosteneffectiviteit. Bij de bepaling van de kosteneffectiviteit werd uitgegaan van de EuroQol-5D. Het is belangrijk om bij de interpretatie van deze resultaten mee te nemen dat het zorgstelsel en de zorgkosten per element verschillen van de situatie in Nederland.

 

Foster (2020) en Konstantinou (2020) rapporteerden over de SCOPiC trial, een studie bij patiënten in het Verenigd Koninkrijk. In de totale zorgkosten werden zowel zorgkosten die vergoed werden meegenomen, als kosten die berekend werden aan de patiënten, zoals over-the-counter medicatie en private zorg.

 

De zorgkosten voor de patiënten in de interventiegroep waren gemiddeld £743.23 (SD 764.05) en in de controlegroep £665.55 (SD978.15). Dat is een verschil van £77.67 (95% BI –70.49 tot 232.94), ten gunste van de controlegroep. De gemiddelde QALY’s van de interventiegroep waren met een verschil van –0.011 (95% BI –0.035 tot 0.013) lager dan de gemiddelde QALY’s van de controle groep. Dit zijn geen klinisch relevante verschillen.

 

Hill (2011) en Whitehurst (2012) rapporteerden over de STarT Back trial, een studie in patiënten het Verenigd Koninkrijk. In de totale kosten werden diverse zorgkosten (eerstelijnszorg, tweedelijnszorg, andere zorg, over-the-counter middelen en medicatie op recept) opgenomen. De zorgkosten voor de patiënten in de interventiegroep waren gemiddeld £240.01 (SD 356.3) en in de controlegroep £274.40 (SD 350.8). Dat is een verschil van £-34.39 (95% BI -80.3 tot 11.5), ten gunste van de interventiegroep. De interventie leverde gemiddeld 0.039 (95% BI 0.01 tot 0.07) QALY’s op voor de patiënten in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep. Dit verschil is niet klinisch relevant.

 

Studie

Variabele

Gestratificeerde zorg

Standaard zorg

Gemiddelde verschil (95% BI)

SCOPiC trial (Foster (2020), Konstantinou (2020))

Gemiddelde kosten (SD), £

743.23 (764.05)

665.55 (978.15)

77.67* (–70.49 tot 232.94)

 

 

Gemiddelde QALYs (SD)

0.6599 (0.1731)

0.6713 (0.1685)

–0.011* (–0.035 tot 0.013)

 

 

 

 

 

STarT Back trial (Hill (2011) en Whitehurst (2012))

Gemiddelde kosten (SD), £

240.01 (356.3)

274.40 (350.8)

-34.39 (-80.3 tot 11.5)

 

Gemiddelde QALYs (SD)

niet gespecificeerd

niet gespecificeerd

0.039 (0.01 tot 0.07)

*: gecorrigeerd voor waarden op baseline

 

Kosteneffectiviteit werd niet beschreven door Cherkin (2018), Hill (2020) en Jamal (2019).

 

Bewijskracht van de literatuur

De bewijskracht voor de uitkomstmaat begon hoog, omdat het gebaseerd werd op RCTs. De bewijskracht is met 3 niveaus verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias, -1), brede betrouwbaarheidsintervallen (imprecisie, -1) en de indirectheid van de resultaten gezien het verschil in zorgstelsel (indirectheid, -1). De bewijskracht komt daarmee op zeer laag.

Er zijn verschillende benaderingen mogelijk om deze uitgangsvraag te beantwoorden. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een beschrijving van de mogelijke criteria te geven zonder verdere analyse wat de beste criteria zijn, te focussen op kwalitatieve studies of een volledige literatuursamenvatting waarin onderzocht wordt of de toepassing van specifieke op- en afschalingscriteria effectief is op voor patiënt belangrijke uitkomstmaten. De werkgroep heeft gekozen voor de laatste optie.

 

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende zoekvraag: wat is het effect van het toepassen van specifieke op- en afschalingcriteria in vergelijking met standaard zorg op het effect van behandeling, kwaliteit van leven, patiënttevredenheid, de duur van behandelingen, en kosteneffectiviteit bij patiënten met chronische pijn?

 

P: Patiënten met chronische pijn

I: Toepassing van specifieke op- en afschalingcriteria

C: Standaard zorg

O: Kwaliteit van leven, patiënttevredenheid, fysiek functioneren, duur van behandeling, kosteneffectiviteit.

 

Relevante uitkomstmaten

De werkgroep achtte kwaliteit van leven en patiënttevredenheid voor de besluitvorming cruciale uitkomstmaten; en fysiek functioneren, duur van de behandeling en kosteneffectiviteit  voor de besluitvorming belangrijke uitkomstmaten.

 

De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaten, maar hanteerde de in de studies gebruikte definities.

 

Kwaliteit van leven en fysiek functioneren kunnen met veel verschillende instrumenten gemeten worden. De werkgroep definieerde de kleinste minimal important difference (MID) zoals gerapporteerd voor het specifieke instrument als klinisch (patiënt) relevant verschil. Indien deze onbekend is, hanteerde de werkgroep op basis van consensus een grens van 10%.

 

De werkgroep definieerde voor de kosteneffectiviteit zoals bepaald met behulp van de EQ-5D een verschil van 0,03 (Soer, 2012) als een klinisch (patiënt) relevant verschil.

De uitkomstmaat ‘patiënttevredenheid’ kan op verschillende manieren gescoord worden. De werkgroep acht een relatief verschil van 10% als klinisch relevant verschil.

 

Voor de duur van de behandeling werd niet a priori vastgesteld welk verschil in behandelduur als klinisch relevant verschil werd gezien. Bij deze uitkomstmaat moet opgemerkt worden dat een kortere of langere behandelduur niet per se gunstig is voor de patiënt, maar dat de interpretatie bij deze uitkomstmaat afhankelijk is van de gevonden resultaten op de overige patiëntrelevantie uitkomstmaten. Deze weging wordt, waar relevant, gemaakt in de overwegingen.  

 

Zoeken en selecteren (Methode)

In de databases Medline (via OVID) en Embase (via Embase.com) is op 25 januari 2021 met relevante zoektermen gezocht naar studies naar op- en afschalingcriteria voor zorg bij patiënten met chronische pijn. De zoekverantwoording is weergegeven onder het tabblad Verantwoording. De literatuurzoekactie leverde 1952 treffers op. Studies werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria: RCT waarin methoden van op- en afschaling of stratificatie met elkaar vergeleken worden bij patiënten met chronische pijn. Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie 38 artikelen voorgeselecteerd. Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens 31 publicaties geëxcludeerd (zie exclusietabel onder het tabblad Verantwoording), en zeven publicaties over vijf studies definitief geselecteerd.

 

Resultaten

Er zijn zeven publicaties gevonden die resultaten van vijf RCTs beschrijven opgenomen in de literatuuranalyse. De belangrijkste studiekarakteristieken en resultaten zijn opgenomen in de evidencetabellen. De beoordeling van de individuele studieopzet (risk of bias) is opgenomen in de risk-of-biastabellen.

 

Op basis van de RCTs zijn voor elk van de cruciale uitkomstmaten resultaten beschikbaar. Aangezien observationele vergelijkende studies ten opzichte van RCTs op een lager niveau van bewijskracht beginnen (laag in plaats van hoog), is het minder waarschijnlijk dat inclusie van observationele studies zou bijdragen aan een hogere bewijskracht. Er is daarom gekozen om alleen RCT’s te includeren.

  1. Cherkin, D., Balderson, B., Wellman, R., Hsu, C., Sherman, K. J., Evers, S. C., . . . Foster, N. E. (2018). Effect of Low Back Pain Risk-Stratification Strategy on Patient Outcomes and Care Processes: the MATCH Randomized Trial in Primary Care. Journal of General Internal Medicine, 33(8), 1324-1336. https://doi.org/10.1007/s11606-018-4468-9
  2. Dutch Pain Society en Vereniging Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem. (2017). Zorgstandaard Chronische Pijn. https://www.zorginzicht.nl/binaries/content/assets/zorginzicht/kwaliteitsinstrumenten/Zorgstandaard+Chronische+Pijn.pdf
  3. Foster, N. E., Konstantinou, K., Lewis, M., Ogollah, R., Saunders, B., Kigozi, J., . . . Dunn, K. M. (2020). Stratified versus usual care for the management of primary care patients with sciatica: the SCOPiC RCT. Health Technology Assessment, 24(49), 1-130. https://doi.org/10.3310/hta24490
  4. Hill, J. C., Whitehurst, D. G., Lewis, M., Bryan, S., Dunn, K. M., Foster, N. E., . . . Hay, E. M. (2011). Comparison of stratified primary care management for low back pain with current best practice (STarT Back): a randomised controlled trial. The Lancet, 378(9802), 1560-1571. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60937-9
  5. Hill, J. C., Garvin, S., Chen, Y., Cooper, V., Wathall, S., Saunders, B., Lewis, M., Protheroe, J., Chudyk, A., Dunn, K. M., Hay, E., van der Windt, D., Mallen, C., & Foster, N. E. (2020). Stratified primary care versus non-stratified care for musculoskeletal pain: findings from the STarT MSK feasibility and pilot cluster randomized controlled trial. BMC family practice, 21(1), 30. https://doi.org/10.1186/s12875-019-1074-9
  6. Jamal, M., Korver, A. M., Kuijper, M., Lopes Barreto, D., Appels, C., Spoorenberg, A., Koes, B.W., Hazes, J., Hoeven, L. V., & Weel, A. (2020). The IMPACT study: A clustered randomized controlled trial to assess the effect of a referral algorithm for axial spondyloarthritis. PloS one, 15(1), e0227025. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0227025
  7. Konstantinou, K., Lewis, M., Dunn, K. M., Ogollah, R., Artus, M., Hill, J. C., . . . Foster, N. E. (2020). Stratified care versus usual care for management of patients presenting with sciatica in primary care (SCOPiC): a randomised controlled trial. The Lancet Rheumatology, 2(7), e401-e411. https://doi.org/10.1016/s2665-9913(20)30099-0
  8. Wolff, A., Thomassen, I., Jong de, E., Engelbart, D., Niendieker, H., & Oosting, H. (2018). De Health Deal Chronische Pijn. NTTP , 14-19.

Evidence table for intervention studies (randomized controlled trials and non-randomized observational studies [cohort studies, case-control studies, case series])1

 

Study reference

Study characteristics

Patient characteristics

Intervention (I)

Comparison / control (C)

 

Follow-up

Outcome measures and effect size

Comments

Cherkin, 2018

 

Matching Appropriate Treatments to Consumer

Healthcare needs (MATCH) trial

Type of study:

RCT [pragmatic

cluster randomized trial]

 

Setting and country:

Six primary care clinics were randomized to intervention or control; The trial was conducted in Group Health (GH), an integrated healthcare delivery system in Washington State serving over 600,000 members; Washington, USA

 

Funding and conflicts of interest:

Inclusion criteria:

  • 18+ years of age
  • identified in

electronic health records as having received primary diagnosis consistent with non-specific LBP (e.g., lumbago, back pain not otherwise specified)

 

Exclusion criteria:

  • specific causes of pain (e.g., pregnancy, disc herniation, vertebral fracture, spinal

stenosis)

  • job injuries

 

N total at baseline:

Intervention: 945

Control: 756

 

Important prognostic factors2:

Sex (female, No. (%))

I: 512 (54.2)

C: 441 (58.3)

Age (mean (SD), y

I: 55 (17.3)

C: 58 (18.4)

 

Back-related function (RMDQ;

0–23 scales) mean (SD); higher score indicates greater dysfunction

I: 11.8 (6.3)

C: 11.8 (6.1)

Back pain severity; (0–10 scales;

mean (SD)); higher score indicates greater pain severity 

I: 5.4 (2.5)

C: 5.5 (2.5)

 

STarT back risk group

Low (No. (%))

I: 392 (41.5)

C: 305 (40.3)

Medium (No. (%))

I: 348 (36.8)

C: 286 (37.8)

High (No. (%))

I: 205 (21.7)

C: 165 (21.8)

 

Groups comparable at baseline.

Risk-stratification strategy

(STarT back tool)

 

  • Incorporating the original STarT back tool in the electronic health records,
  • identifying recommended treatment options available from GH for patients in each risk subgroup, and
  • training the primary care teams and physical therapists.
  • After a patient’s responses had been entered, the EHR automatically calculated the patient’s risk stratum and displayed the recommended treatment

options for that stratum on a screen visible to both

clinicians and patients.

  • Clinician could then discuss the treatment options with the patients.
  • To promote routine use

of the STarT Back Tool, we let clinics and clinicians decide how to most consistently and efficiently collect and enter the STarT Back Tool data into the EHR. Although the process varied, most clinicians had their medical assistants

collect the data either on a paper copy and then

enter it into the EHR, or enter it directly into the EHR.

 

Development and implementation (training of primary care providers en physical therapists) are describe in the protocol paper (Cherkin, 2016)

 

Care as usual

 

Control clinicals received no training.

 

 

Length of follow-up:

6 months;

“Adults receiving primary care for nonspecific LBP were invited to provide data 2 weeks after their primary care visit and follow-up data 2 and 6months (primary endpoint) later.”

 

Loss-to-follow-up:

Variable per outcome; numbers included in analysis are provided per result

 

 

Treatment effect

Back-related physical function (RMDQ); difference at 6M FU (95% CI)

I (n=245):  −0.05 (−0.83, 0.73)

C (n=297): −0.55 (−1.26, 0.15)

Diff: 0.50 (−0.55, 1.55), p 0.35

  Low risk:

  I (n=109):  −0.01 (−0.94, 0.93)

  C (n=122): −0.56 (−1.42, 0.29)

Diff 0.56 (− 0.71, 1.82), p 0.39

  Moderate risk:

  I (n=88): −0.43 (−1.82, 0.96)

  C (n=108): −0.36 (− 1.61, 0.89)

Diff −0.06 (−1.94, 1.81), p 0.95

  High risk:

  I (n=48): 0.69 (−1.46, 2.84)

  C (n=67): −1.07 (−2.92, 0.79)

Diff 1.76 (−1.10, 4.62), p 0.23

 

Pain severity

I (n=297): −0.19 (−0.56, 0.18)

C (n=245): −0.32 (−0.66, 0.01)

Diff 0.13 (−0.37, 0.63), p 0.61

  Low risk:

  I (n=109): −0.15 (−0.66, 0.36)

  C (n=122): −0.12 (−0.59, 0.35)

Diff −0.03 (−0.72, 0.66), p 0.93

  Moderate risk:

  I (n=88): −0.33 (−0.97, 0.32)

  C (n=108): −0.34 (−0.91, 0.23)

Diff 0.02 (−0.85, 0.88), p 0.97

  High risk:

  I (n=48): 0.06 (−0.89, 1.01)

  C (n=67): −0.8 (−1.62, 0.03)

Diff 0.86 (−0.41, 2.12), p 0.18

 

Quality of life

Not reported

 

Patient satisfaction, 6M;

OR pre-post (95% CI) OR int-contr (95% CI)

Very satisfied with care

I: 1.01 (0.63, 1.61)

C: 1.27 (0.83, 1.94)

OR 0.79 (0.42, 1.49), p 0.471

Very satisfied with treatment

I:  1.15 (0.68, 1.95)

C: 0.91 (0.57, 1.44)

OR 1.26 (0.63, 2.54), p 0.516

Very satisfied with information about cause of pain

I:  1.29 (0.76, 2.20)

C: 1.52 (0.94, 2.46)

OR 0.85 (0.41, 1.740), p 0.65

 

Duration of treatment

not reported

 

Cost-effectiveness

Not reported

 

Authors conclusion:

A resource-intensive intervention to support stratified care for LBP in a US healthcare setting had no effect on patient outcomes or healthcare use.

Foster, 2020

 

The SCOPiC RCT

 

Type of study:

RCT

 

Setting and country:

general practices in three

areas: (1) North Staffordshire, (2) North Shropshire/Wales and (3) Cheshire.

 

Funding and conflicts of interest:

Inclusion & exclusion criteria:

See Konstantinou, 2020

 

N total at baseline: 476

Intervention: 238

Control: 238

 

Important prognostic factors2:

STarT Back Screening Tool risk subgroup, n (%)

Low

I: 56 (23.6)

C: 52 (21.9)

Medium

I: 133 (56.1)

C: 130 (54.9)

High

I: 45 (20.3)

C: 55 (23.2)

 

Groups comparable at baseline/

Stratified care.

 

See Konstantinou, 2020

 

Usual non-stratified care

 

See Konstantinou, 2020

 

See Konstantinou, 2020

 

 

See Konstantinou, 2020

 

Cost-effectiveness

Mean costs, £, mean per-participant sciatica-related resource use and costs over 12 months, by intervention arm

=NHS perspective

I: 743.23 (764.05)               

C: 665.55 (978.15)  

MD: 77.67 (–70.49 tot 232.94)

 

Mean QALYs

I: 0.6599 (0.1731)

C: 0.6713 (0.1685)

MD –0.011 (–0.035 to 0.013)

Definitions:

 

Remarks:

 

Authors conclusion:

The stratified care model tested in this trial was not more clinically effective than usual care, and was not likely to be a cost-effective option. The fast-track pathway was felt to be acceptable to both patients and clinicians; however, clinicians expressed reluctance to consider invasive procedures if symptoms were of short duration.

Konstantinou, 2020

 

The SCOPiC RCT

 

Type of study:

RCT;

 

Setting and country:

42 general practices surrounding three centres (North Staffordshire, North Shropshire/ Wales, and Cheshire); enrolment May 28, 2015, and July 18, 2017; UK

 

Funding and conflicts of interest:

Funding: National Institute for Health Research. Interests reported in paper.

Inclusion criteria:

  • aged 18 years or older
  • clinical diagnosis of sciatica,
  • access to a mobile phone or landline number
  • not pregnant,
  • not currently

receiving treatment for the same problem

  • no previous spinal surgery.

 

Exclusion criteria:

  • clinical suspicion (by their GP or assessing physiotherapist) of serious spinal pathology (eg, cauda equina syndrome, fracture, spondyloarthropathy, malignancy, infection, or foot drop)
  • serious physical

or mental co-morbidities

 

N total at baseline: 476

Intervention: 238

Control: 238

 

Important prognostic factors2:

age mean (SD):

I: 50.7 (14.5) y

C: 53.3 (13.5) y

Sex:

I: 106/237 (45%)

C: 108/238 (45%)

Symptom duration

<2 weeks

  I: 15 (6%)

  C: 33 (14%)

2–6 weeks

  I: 99 (42%)

  C: 98 (41%)

6–12 weeks

  I: 58 (24%)

  C: 46 (19%)

3–6 months

  I: 31 (13%)

  C: 29 (12%)

6–12 months

  I: 10 (4%)

  C: 10 (4%)

>12 months

  I: 24 (10%)

  C: 22 (9%)

 

Physical function (RMDQ 0–23), mean (SD)

I: 11.1 (5.2)

C: 11.3 (5.4)

 

Groups comparable at baseline.

 

Stratified care

 

In the stratified care arm, the stratification algorithm

(figure 1) was used to allocate patients to one of three groups.

 

STarT Back tool score 3 or lower à group 1

 

STarT Back tool score

higher than 3: assess STarT Back tool psychological sub score (0-5):

  • 3 or lower à

assess clinical characteristics (0-4; current leg pain (NRS >6 [0–10]), pain below knee, interference with work and home activities (NRS >6 [0–10]), objective sensory deficit);

3 or lower à group 2;

all 4 à group 3

 

  • STarT Back tool psychological sub score 4 or higher: assess clinical characteristics (see above);
  • 2 or lower à group 2
  • 3 or higher à group 3

 

Group 1: brief self-management support (up to 2 sessions)

Group 2: physiotherapy course (up to 6 sessions)

Group 3: referral to MRI and specialist

spinal services

 

Physiotherapists treating patients in groups 1 and 2 were responsible for providing good clinical governance and could overrule the stratification

algorithm recommendation for matched care pathways if they thought it clinically appropriate.

 

Care as usual

 

All participants in

the usual care arm had a consultation with a physiotherapist at the SCOPiC research clinic, their care was planned without the use of any stratification tools, and referrals for further physiotherapy or to other services were made at the discretion of the assessing physiotherapist

and in consultation with the patient.

 

 

Length of follow-up:

12 months (also 4 M reported)

 

Response rate:

Primary outcome:

I: 4688 [88%] of 5310

C: 4779 [90%] of 5291

Overall:

I: 81%

C:  84%

12-month questionnaire:

I: 74%

C:  76%

 

Loss-to-follow-up:

Intervention:

N (%)

Reasons (describe)

 

Control:

N (%)

Reasons (describe)

 

Incomplete outcome data:

Intervention:

N (%)

Reasons (describe)

 

Control:

N (%)

Reasons (describe)

 

 

Treatment effect

Physical function (RMDQ, 0–23)

4 months

I:  n=192, 6.5 (6.3)

C: n=201, 6.2 (6.0)

MD 0.43 (–0.69 to 1.54) p=0.45

12 months

I: n=177, 5.0 (6.2)

C: n=182, 5.5 (6.0)

MD –0.53 (–1.84 to 0.78) p=0.43

 

Time to resolution of sciatica symptoms

Adjusted HR=1.14 (95% CI 0.89–1.46)

Cumulative proportion of resolved cases by week 48:

All: 0.754 (all)

I: 0.780

C: 0.729

 

Also reported:

Global perceived change, usual backpain (NRS), usual leg pain (NRS), SBI, S-LANSS, fear of movement

 

Quality of life

 

Health outcomes

I: n=238

C: n=238

Difference (CI)(SC-UC)

Base-case (Imputed) analysis

Baseline EQ-5D

I: 0.5168 (0.2109)

C: 0.5201 (0.2300)

MD -0.003 (-0.043, 0.037)

4 month EQ-5D

I: 0.6710 (0.2006)

C: 0.6806 (0.1955)

MD -0.009 (-0.046, 0.026)

12 month EQ-5D

I: 0.7138 (0.2137)

C: 0.7320 (0.1879)

MD -0.018 (-0.054, 0.0176)

 

Unadjusted QALYs

I: 0.6599 (0.1731)

C: 0.6713 (0.1685)

MD -0.011 (-0.042, 0.019)

 

Patient satisfaction

 

Satisfaction with care

At 4 months

Very satisfied

I: 65/153 (43), C: 57/158 (36)

Quite satisfied

I: 42/153 (27), C: 48/158 (30) No opinion

I: 22/153 (14), C: 27/158 (17) Not satisfied

I: 24/153 (16), C: 26/158 (16)

P = 0.210

 

12 months

Very satisfied

I: 42/123 (34), C: 50/132 (38)

Quite satisfied

I: 32/123 (26), C: 36/132 (27)

No opinion

I: 32/123 (26), C: 28/132 (21)

Not satisfied

I: 17/123 (14), C: 18/132 (14)

P = 0.873

 

Satisfaction with results of care

At 4 months

Very satisfied

I: 62/153 (41), C: 42/158 (27)

Quite satisfied

I: 43/153 (28), C: 58/158 (37) No opinion

I: 20/153 (13), C: 30/158 (19) Not satisfied

I: 27/153 (18), C: 28/158 (18)

P = 0.030

 

12 months

Very satisfied

I: 37/123 (30), C: 49/132 (37)

Quite satisfied

I: 36/123 (30), C: 37/132 (28)

No opinion

I: 33/123 (27), C: 27/132 (20)

Not satisfied

I: 16/123 (13), C: 19/132 (14)

P = 0.935

 

Duration of treatment

Not reported

 

Cost-effectiveness

Mean costs, £, mean per-participant sciatica-related resource use and costs over 12 months, by intervention arm

=NHS perspective

I: 663.58 (737.14)

C: 617.37 (935.50)

MD 46.21 (–110.60 to 187.06)

 

Mean QALYs

I: 0.6599 (0.1731)

C: 0.6713 (0.1685)

MD –0.011* (–0.035 to 0.013)

Authors conclusion:

The stratified care model for patients with sciatica consulting in primary care was not better than usual care for either clinical or health economic outcomes. These results do not support a transition to this stratified care model for patients with sciatica.

Hill, 2011

 

STarT Back

Trial Study Protocol

Type of study:

RCT

 

Setting and country:

10 general practices, England

 

Funding and conflicts of interest: funded by Arthritis Research UK; “We declare that we have no conflicts of interest.”

Inclusion criteria:

  • ≥ 18 years of age
  • seek care for LBP with or without associated leg pain
  • speak and understand English
  • be willing and able to give full,

informed written consent.

 

Exclusion criteria:

  • potentially serious pathology (e.g. cauda equina compression,

inflammatory arthritis, malignancy etc), serious comorbidity,

psychiatric illness or personality disorder;

spinal surgery in the last 6 months;

  • pregnancy;
  • already receiving

treatment other than GP care for this episode of back pain;

  • inability to attend regular physiotherapy

appointments

 

N total at baseline: 851

Intervention: 568

Control: 283

 

Important prognostic factors2:

age (SD):

I: 50.1 (15.0)

C: 49.1 (14.3)

Sex:

I: 330 (58%) F

C: 170 (60%) F

Back pain and function

RMDQ disability score

I: 9.8 (5.6)

C: 9.7 (5.8)

Back pain intensity I: 5.3 (2.2)

C: 5.2 (2.2)

 

Groups comparable at baseline.

 

Describe intervention (treatment/procedure/test):

 

  • initial 30-minute protocolised intervention with specially trained study physiotherapist: reassurance about the benign nature of their pain, and simple messages of advice (e.g. pain relief, appropriate activity levels, role of further investigations)
  • the physiotherapist is guided by the results of the patient's STarT Back tool score so that specific concerns can be identified and addressed on an individual basis.
  • 'Back Book' [35] is given, together with information sheet of local contacts for exercise venues such as swimming pools, gyms and exercise on prescription, and self-help groups.
  • 15-minute educational video based on The Back Book, called 'Get Back Active' [36] is shown

 

Low risk:

  • receive no further treatment

Medium & high risk:

  • Treatment according to STarT Back assessment and treatment algorithms and STarT Back physiotherapy manual.
  • Evidence-based physiotherapy techniques addressing 'signs and symptoms' in non-specific LBP presentations, according to current

recommendations from guidelines and high quality clinical trials.

  • Evidence-based advice, education and reassurance for symptoms and management, according to guidelines and current literature within the

biopsychosocial model.

 

Medium risk [predominantly physical prognostic indicators, without high levels of psychosocial distress]:

  • target physical characteristics using a range of physiotherapy techniques delivered over 6 x 30-minute sessions.

High risk [high psychosocial]:  

  • Assessing and addressing biopsychosocial risk factors by adopting cognitive behavioural principles to address unhelpful beliefs and behaviours.

 

All patients are advised that they can access their GP for

ongoing care in the usual way, and that they should contact their GP if their condition worsens.

Best current care

 

  • 30-minute consultation with physiotherapist, who is blinded to STarT Back tool results.
  • A management plan is formulated according to normal clinical practice.
  • If thought necessary, this may include referral to community physiotherapy

 

All patients are advised that they can access their GP for

ongoing care in the usual way, and that they should contact their GP if their condition worsens.

Length of follow-up:

4 and 12 months

 

Loss-to-follow-up & incomplete outcome data:

Intervention: 128/568 (22.5%)

Reasons: withdrawal (n=15; did not respond to questionnaire (n=113)

 

Control: 74/283 (26.1%)

Reasons withdrawal (n=8; did not respond to questionnaire (n=66)

 

 

Treatment effect (effect on pain, but also adherence / drop-out rates)

RMDQ score; mean change

4 months

  I: 4.7 (5.9)

  C: 3.0 (5.9)

  OR 1.85 (1.36 to 2.51)

  12 months

  I:  4.3 (6.4)

  C: 3.3 (6.2)

  OR 1.48 (1.02 to 2.15)

Results also provided per sub groups (risk at baseline)

 

Back pain intensity, scale Mean change (SD);

4 months,

I: 3.2 (2.5)

C: 2.6 (2.4)

MD 0.55 (0.23 to 0.86)

12 months,

I: 3.0 (2.8)

C: 2.8 (2.6)

MD 0.11 (–0.21 to 0.43)

 

StarT Back risk group

4 months

Low: I 77%, C 66%

Medium: I 18%, C 25%

High: I 5%, C 10%

OR 2.09 (1.40 to 3.12)

12 months

Low: I 76%, C 69%

Medium: I 20%, C 25%

High: I 5%, C 6%

OR 1.51 (1.01 to 2.25)

Also reported for patients at low/medium/high risk at baseline

 

Also reported: global change in back pain.

 

Quality of life

SF12, physical component, mean change (SD)

4 months

I: –7.5 (13.0)

C: –5.2 (13.3)

MD –2.83* (–4.62 to –1.05)

P= 0.0010

12 months

I:  –7.5 (11.3)

C: –5.2 (10.9)

MD –2.93 (–4.31 to –1.56)

P <0.0001

SF12, mental component

4 months

I:  –2.1 (11.3)

C: –2.1 (11.0)

MD –0.16 (–1.63 to 1.32)

P=0.8327

12 months

I: –1.7 (13.0)

C: –1.2 (13.4)

MD –0.69* (–2.39 to 1.01)

P= 0.4050

 

Patient satisfaction

Satisfaction with care¶

Very satisfied

I: 166/416 (40%)

C: 46/197 (23%)

Quite satisfied

I: 139/416 (33%)

C: 81/197 (41%)

Not satisfied

I: 111/416 (27%)

C: 70/197 (36%)

OR 1.98† (1.45 to 2.70)

 

Duration of treatment

Not reported

 

Cost-effectiveness

Primary (imputed) analysis:

I: n=568

C: n=283

Mean costs (SD), £             

I: 240.01 (356.3)

C: 274.40 (350.8)               

MD -34.39 (-80.3 tot 11.5)

QALYs over 12 months (estimates following multiple regression-based adjustment for age, gender, duration of pain at baseline, and baseline scores on the RMDQ and EQ-5D.)

MD 0.039 (0.01 to 0.07)

p-value = 0.01 (2 d.p.)

Definitions:

* - Mean for the intervention group minus mean for the control group (by use of linear regression adjusted for

age, sex, baseline RMDQ, and duration of back pain).

† - Based on observed or available case data.

‡ - Based on imputed datasets with adjustment for clustering by therapist (by use of random-effects linear

regression modelling).

 

Whitehurst, 2012

 

Sub-study of Hill et al. 2011

 

STarT Back

Trial Study Protocol

Type of study:

Within trial study; additional to Hill (2011) RCT; cost analysis

 

Setting and country;

See Hill (2011); UK

 

Funding and conflicts of interest:

“Funding: Arthritis Research UK”

“Competing interests None.”

Inclusion & exclusion criteria and baseline characteristics: See Hill 2011

 

See Hill 2011

 

See Hill 2011

 

 

Length of follow-up:

12 months

 

Loss-to-follow-up:

None, data was imputed for all 851 participants

 

Incomplete outcome data:

“Cost estimates were derived for 567 (67%) responders at

12 months. For the EQ-5D, complete data were provided by 458 (54%) participants; time-point specific response rates were 99% (baseline), 73% (4 months) and 62% (12 months).”

 

Following the multiple imputation procedure, all 851 participants were included in the base-case analysis.

 

Treatment effect

Not reported

 

Quality of life

Low-risk; I: n=148, C: n=3

  Baseline EQ-5D

  I: 0.725 (0.19)

  C: 0.733 (0.15)

  MD −0.008 (−0.05 to 0.04)

4-month EQ-5D

  I: 0.799 (0.21)

  C: 0.821 (0.18)

  MD −0.022 (−0.07 to 0.03)

12-month EQ-5D

  I: 0.787 (0.20)

  C: 0.773 (0.24)

  MD 0.014 (−0.05 to 0.08)

Medium-risk; I: n=263, C:n=131

Baseline EQ-5D

  I: 0.540 (0.27)

  C: 0.573 (0.27)

  MD −0.033 (−0.12 to 0.06)

4-month EQ-5D

  I: 0.702 (0.28)

  C: 0.674 (0.28)

  MD 0.028 (−0.03 to 0.09)

12-month EQ-5D

  I: 0.687 (0.32)

  C: 0.635 (0.31)

  MD 0.052 (−0.01 to 0.12)

High-risk; I: n=157, C: n=79

Baseline EQ-5D

  I: 0.325 (0.33),

  C: 0.252 (0.35)

  MD 0.073 (−0.02 to 0.16)

4-month EQ-5D

  I: 0.585 (0.35)

  C: 0.474 (0.38)

  MD 0.111 (0.02 to 0.20)

12-month EQ-5D

  I: 0.541 (0.37)

  C: 0.458 (0.38)

  MD 0.083 (−0.01 to 0.18)

 

Patient satisfaction

Not reported

 

Duration of treatment

Not reported

 

Cost-effectiveness

Estimates for the base-case (imputed) analysis

Total healthcare cost:

Low-risk group (n=221)

   I: 96.15 (191.6)

   C: 160.44 (279.8)

MD (95% CI; p value)* −64.29 (−132.0 to 3.5; 0.06)

Medium-risk group (n=394)

   I: 235.08 (304.0)

   C: 287.8 (338.6)

MD (95% CI; p value)* −52.72 (−119.0 to 13.6; 0.12)

High-risk group (n=236)

   I: 383.88 (456.3)

   C: 357.47 (585.7)

MD (95% CI; p value)* 26.41 (−112.6 to 165.5; 0.71)

 

Descriptive and incremental health outcomes, over 12 months for the base-case and complete case analyses.

Low-risk; I: n=148, C: n=3

QALYs over 12 months‡

MD −0.001 (−0.04 to 0.03)

p=0.94 (2 dp)

Medium-risk; I: n=263, C:n=131

QALYs over 12 months‡

MD 0.044 (0.00 to 0.09)

p=0.04 (2 dp)

High-risk; I: n=157, C: n=79

QALYs over 12 months‡

MD 0.057 (−0.01 to 0.12)

p=0.08 (2 dp)

Definitions:

‡ Incremental QALY estimates following multiple regression-based adjustment for age, gender, duration of pain at baseline, and baseline scores on the RMDQ and EQ-5D. For the complete case analysis, only the incremental QALY estimate is provided.

 

Authors conclusion:

Compared with current best practice, stratified primary care management for low back pain provides a highly cost-effective use of resources across all risk-defi ned subgroups

Hill, 2020

Type of study:

RCT

 

Setting and country:

8 general practices,

West Midlands region of England; recruitment Oct

2016 to May 2017.

 

Funding and conflicts of interest:

funded by the National Institute for Health

Research (NIHR) under its Programme Grants for Applied Research scheme

(grant number: RP-PG-1211-20010) as well as Centre of Excellence funding

from Versus Arthritis (grant reference: 20202);

Competing interests:

None declared.

Inclusion criteria:

  • aged over 18 years
  • registered at that general practice,
  • consulting for MSK pain in the back, neck, shoulder, knee or multi-site pain

 

Exclusion criteria:

  • clinical indicators

of (suspected) serious ‘red flag’ pathology requiring urgent medical intervention

  • known systemic inflammatory

condition

  • unable to communicate in

English (reading / speaking)

  • vulnerable patients including those on the ‘severe and enduring mental health register’
  • diagnosis of dementia or

terminal illness,

  • recent trauma or bereavement

 

N total at baseline: 524

Intervention: 231

Control: 293

 

Important prognostic factors2:

age (SD):

I: 60.3 (15.1)

C:61.8 (14.5)

Sex, male:

I: 98/231 (42%)

C: 108/293 (37%)

 

No. of previous MSK pain episodes, median (IQR)

I: 5 (1–15) [n=186]

C: 5 (1–30) [n=229]

 

MSK Risk status (Keele development version of the STarT MSK Tool – note it was not the final version), mean (SD) [n = 482]

Low risk (0–3 score), n (%)

I: 67 (30.9%)

C: 88 (33.2%)

Medium risk (4–7 score), n (%)

I: 119 (54.8%)

C: 144 (54.3%)

High risk (8–9 score), n (%)

I: 31 (14.3%)

C: 33 (12.5%)

 

Groups comparable at baseline.

Stratified care

 

GPs were supported to deliver stratified care, by extending the trial point-of-consultation identification EMR with a prognostic stratification tool (a development version of the Keele STarT MSK tool).

 

Based on the location of the pain and the risk class, matched treatment options were recommended.

 

  • Low: restricted to supporting self-management and over-the-counter medication, discouraging unnecessary investigations or referral.
  • Medium: referral to conservative non-pharmacological treatments (e.g. those offered by physio-therapists) and workplace assessment and advice
  • High: referral for corticosteroid injections specialist clinical services (including rheumatology, orthopaedics and pain clinics), and opioids.

 

GPs received training by an experienced trainer and also received a training-update half-way through their recruitment period (feedback data, peer-to-peer comparisons, discussion)

 

 

 

 

 

 

Usual care

 

“Usual primary care is known to be variable [43–45]; for example,

some patients may receive advice, prescriptions for medications and nothing more, some may be asked to return to the GP for follow-up assessment or treatment, whereas others may be referred to other services, including for tests and investigations, or treatment services such as physiotherapy, orthopaedics or pain clinics. As part of the trial’s participant identification screen, GPs in control

(and intervention) practices recorded patient’s average

MSK pain intensity (see outcomes section) and primary MSK pain site at the point-of-consultation on the study EMR identification template.”

 

 

 

 

Length of follow-up:

6 months

 

Loss-to-follow-up

I: 5 withdrawals (2.2%)

C: 10 withdrawals (3.4%)

 

Incomplete outcome data:

I: 21/231 (9.1%)

C: 24/293 (8.2%)

 

 

 

N=

I: 200

C:  258

 

Treatment effect

Overall musculoskeletal health status (MSK-HQ, 0–56, the higher score the better), mean (SD)

I: 37.5 (12.8) [n = 193]

C: 37.3 (11.8) [n = 248]

 

Knee physical function using KOOS (the higher score the better), mean (SD)

I: 51.7 (24.5) [n = 55]

C: 53.6 (22.9) [n = 72]

Neck physical function using NDI (the higher score the worse), mean (SD)

I: 7.80 (5.83) [n = 27]

C: 11.89 (11.57) [n = 24]

Back physical function using RMDQ (the higher score the worse), mean (SD)

I: 6.90 (6.52) [n = 61]

C: 6.44 (5.80) [n = 75]

Shoulder physical function using SPADI-Function

(the higher score the worse), mean (SD)

I: 30.2 (29.6) [n = 44]

C: 33.4 (27.8) [n = 62]

 

Quality of life

Quality of life using EQ5D-5 L, mean (SD)

I: 0.65 (0.26) [n = 208]

C: 0.63 (0.25) [n = 258]

 

Patient satisfaction

Satisfaction with GP care for MSK pain

Very satisfied, n (%)

I: 48 (24.2%); C: 58 (22.8%)

Quite satisfied, n (%)

I: 71 (35.9%); C: 89 (34.9%)

No opinion, n (%)

I: 46 (23.2%); C: 60 (23.5%)

Not very satisfied, n (%)

I: 25 (12.6%); C: 44 (17.3%)

Not at all satisfied, n (%)

I: 8 (4.0%); C: 4 (1.6%)

 

Duration of treatment

Not reported

 

Cost-effectiveness

Not reported

 

Authors conclusion:

This feasibility and pilot trial has successfully demonstrated

the feasibility of the cluster RCT design with high retention rates over 6 months (> 90%) and little evidence of selection bias, although changes to the

main trial sample size were required due to a slower

than expected recruitment rate. GP point-of-consultation

fidelity to the stratified care intervention was mixed with GPs using the tool less often than expected (only when they coded consultations, when they had time and when MSK pain was the primary

reason for the visit). However, there was high fidelity to choosing recommended matched treatment options

(> 80% of cases). The learning from this feasibility and pilot RCT has led to a number of important changes prior to the main STarT MSK trial testing the clinical and cost-effectiveness of stratified primary care for patients with MSK pain.

Jamal, 2019

Type of study:

RCT; cluster

 

Setting and country:

140 GPs (93 general practices) out of 1145 invited GPs; Recruitment 10 Sept 2014 and 6 Nov 2015; follow-up

period 10 Jan 2015 and 6 March 2016; widely spread over the country, the Netherlands

 

Funding and conflicts of interest:

‘The author(s) received no specific

funding for this work.’; ‘The authors have declared

that no competing interests exist.’

Inclusion criteria:

  • age 18–45 years
  • current low back pain (LBP) for more than 12

weeks

registered by means of the ICPC code L03 (LBP without radiation)

 

Exclusion criteria:

  • clear medical explanation for the back pain (e.g. trauma, hernia nuclei pulposi),
  • being mentally incompetent
  • having insufficient understanding of the Dutch language (written).

 

N total at baseline: 679

Intervention: 333

Control: 346

 

Important prognostic factors2:

age ± SD:

I: 36.7 ± 7.1 y

C: 35.8 ± 7.8 y

Sex, male:

I: 115/333 (35%)

C: 130/346 (38%)

chronic low back pain duration, year median (IQR)

I: 10 (4–15)

C: 9 (4–15)

 

Groups comparable at baseline.

CaFaSpA referral model

 

Digital CaFaSpA referral strategy consists of four parameters:

  • inflammatory back pain (IBP) (questionnaire)
  • positive family history of axSpA (question by GP)
  • positive response to treatment with NSAID’s (question by GP)
  • duration of back pain for more than 5 years (question by GP)

 

If at least-two out of four referral items are present, referral to a rheumatologist is advised.

 

Usual care

 

GPs took care of their patients as usual.

 

Due to ethical reasons the

score of the CaFaSpA referral strategy was given to both the GP and patient at the end of the 4

months follow-up period.

Length of follow-up:

4 months

 

Loss-to-follow-up:

Not described

 

Missing assessment:

Baseline

I: 63/333 (18.9%)

C: 39/346 (11.3%)

4 months

I: 117/333 (35.1%)

C: 78/346 (22.5%)

 

 

Treatment effect

RMDQ, mean SD:

Baseline

I: 8.39 (7.59–9.18)

C: 8.61 (7.83–9.39)

4 months

I: 7.65 (6.79–8.50)

C: 8.15 (7.34–8.96)

 

Frequency of new axSpA diagnosis

I: 192/333 (58%) received  positive referral advice based on the CaFaSpA rule.

103/192 (54%) visited a rheumatologist (of which 75 (73) were verified by hospital records

In total, n=6 (8%)  received diagnosis axSpA from rheumatologist

 

Quality of life

Not reported

 

Patient satisfaction

Not reported

 

Healthcare utilization

Not reported

 

Cost-effectiveness

Not reported

 

Authors conclusion:

The CaFaSpA referral strategy for axSpA did not have an effect on disability after four

months caused by CLBP. However, the strategy is able to detect the axSpA patient within the large CLBP population sufficiently.

 

Risk of bias table for intervention studies (randomized controlled trials) 

Study reference

 

(first author, publication year)

Describe method of randomisation1

Bias due to inadequate  concealment of allocation?2

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to inadequate blinding of participants to treatment allocation?3

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to inadequate blinding of care providers to treatment allocation?3

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to inadequate blinding of outcome assessors to treatment allocation?3

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to selective outcome reporting on basis of the results?4

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to loss to follow-up?5

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to violation of

intention to treat analysis?6

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Cherkin, 2018

Web-based

 

Prior to the intervention, the trial biostatistician randomly assigned one clinic in each of the three geographic and sociodemographic

matched pairs of clinics to the intervention by

computer-generated random number. All eligible patients seen

in the intervention clinics were considered to have received the

intervention.

Unlikely

 

Adequate, randomized before participation of patients and providing the intervention.

Unlikely

 

Researchers did not inform patients that their clinics were participating in an intervention.

 

Likely

 

Care providers were aware of the allocation as they were trained or not trained. This might have induced an (unaware) difference in contact with the patient, on top of the difference in provided intervention.

 

 

 

 

Unlikely

 

Interviewers were

blinded to patients’ clinics.

Likely

 

Trial registration present:  NCT02286141. Registered November 5, 2014.

 

Unclear Satisfaction was measured at a 10-item instrument among three dimensions; in this report only 3 dichotomous outcomes are presented

Likely

 

The numbers of patients that  consented and provided baseline data do not correspond with patients numbers of the results.

Unclear for which patients the baseline characteristics were provided.

Likely

 

No intention-to-treat analysis, high rate of missing data

Foster, 2020

 

& Konstantinou, 2020

 

SCOPiC trial

Computerised

 

At the research clinic, eligible patients who gave written informed consent were randomly assigned by a computer-generated

code, to either stratified care or usual care.

Randomisation was done with a web-based service from Keele Clinical Trials Unit, and was stratified by centre and sciatica group allocation (sciatica groups 1, 2, and 3), by

use of random permuted blocks of varying size (2, 4, and 6).

Unlikely

 

Allocation not known before inclusion; computerized strategy by external service

Likely

 

Patients were told that the trial was comparing

two approaches for the treatment of sciatica, one based on matching patients to treatment by use of a simple tool that helps to decide on the treatment pathway, and one based on treatment needed as discussed and agreed between the patient and physiotherapist.

Unlikely

 

To further help with

allocation concealment, participants randomised to the UC arm of the trial were seen by physiotherapists

who had not carried out their detailed clinical assessment and eligibility screen for the trial. Therefore,

physiotherapists in the UC arm remained blinded to both the details of the stratification algorithm and the individual patient’s sciatica group status, hence avoiding contamination between the two trial arms.

Unlikely

 

Statisticians and outcome assessors were masked to treatment allocation.

Unlikely

 

Outcomes consistent with protocol; relevant sub group reporting

Likely

 

% of non-responders s 12% and 10% for the primary outcome and 19% and 16% for the secondary outcomes. This is quite a high percentage and could induce a bias in the results.

Costs and EQ-5D data were imputed to minimise bias.

Likely

 

Not all patients were included in analysis; up to data available for  75% of the patients for the physical function (RMDQ) at 12 months.

Hill, 2011

&

Whitehurst 2012

Computerized

 

A clinic administrator telephoned a remote clinical trials unit (Keele University), which assigned participants to

intervention and control groups by use of computer-generated

stratified block randomisation (block sizes of three) in a 2:1 ratio to enable future secondary analysis

of targeted treatment mechanisms.

Unlikely

 

Administrator randomly assigned the patients; clinicians and research nurse no insight in allocation

Likely

 

Participants, administrator,

or physiotherapists could not be masked to randomisation

 […], however, we ensured that the therapists administering

the control treatment were not made aware of the details of the stratified model of care during the trial, and

that patients were made aware that they would be treated

according to one of two primary care management models.

Likely

 

Participants, administrator,

or physiotherapists could not be masked to randomisation

because therapists were administering the active intervention;

however, we ensured that the therapists administering

the control treatment were not made aware of the details of the stratified model of care during the trial, and

that patients were made aware that they would be treated

according to one of two primary care management models.

Unlikely

 

The research nurse who retrieved outcome data was masked to randomisation, and the concealment strategies

were that the nurse was in a separate office during clinic, the administrator randomly assigned the patients, and the use of a masked follow-up database.

Unlikely

 

Elaborate protocol; announced outcomes reported; no questionable sub-group analyses

Likely

 

In total, quite high rate of missing data / withdrawal (I: 22.5%, C: 26.1%), plus slight imbalance in attrition between the groups

Unlikely

 

Analysis performed according to intention-to-treat analysis; missing data was imputed

Hill, 2020

Computerised

 

Randomisation used stratified block randomisation

based on GP practice list size to allocate the 8 practices

in a ratio of 1:1 (4 intervention, 4 control). Keele Clinical

Trials Unit (CTU) computer-generated the random sequence

and ensured concealment by providing each

practice with an anonymised code.

 

Unlikely

 

Keele Clinical

Trials Unit (CTU) computer-generated the random sequence

and ensured concealment by providing each

practice with an anonymised code.

Unlikely

 

Blinding for participating GPs was obviously not possible,

however, patients were unaware of the RCT and the differences between consultations in intervention and control practices, and instead were informed about, and consented to, providing questionnaire data for a study investigating the Treatment of Aches and Pains (TAPs)

Likely

 

Blinding for participating GPs was obviously not possible [..]

 

Allocation (at cluster

and individual level) was shared with the study team (except for the trial statistician and outcome data collectors who were blinded until the analysis was finalised).

Unlikely

 

Allocation (at cluster

and individual level) was shared with the study team

(except for the trial statistician and outcome data collectors

who were blinded until the analysis was finalised).

Unlikely

 

Outcomes consistent with trial, registered before study onset.

Unlikely

 

Numbers provided per outcome; follow-up rate of > 75% with less than 5% missing items in participant questionnaires

Likely

 

No intention-to-treat analysis, no data imputed; rate of missing data 9.1% (intervention) and 8.2% (control).

Jamal, 2019

Computerised

 

The block randomization schedule was computer generated and

conducted by an independent person, who was not involved in patient care. Randomization was stratified for the number of GPs working in the general practices (one or two vs. more

than two) to ensure a similar number of patients in both groups.

Unclear

 

Concealment of allocation not described and unclear at which moment allocation was known.

Likely

 

Patients and GPs were

unblinded, because of the nature of the intervention.

Likely

 

Patients and GPs were

unblinded, because of the nature of the intervention.

Unlikely

 

Online questionnaire, by patient

Likely

 

Outcomes not consistent or incomplete compared to protocol paper (effect on quality of life and costs not described)

Likely

 

Percentage of missing data is relatively high and unequal between groups.

Baseline: I: 18.9%, C: 11.3%; 4 months:  I 35.1%, C: 22.5%.

 

Likely

 

No intention-to-treat analysis performed;

linear mixed model allows for patients to have a missing outcome at either baseline visit or after 4 months (but not all (both) visits), but yields unbiased estimates in case the data is missing at random.

 

Exclusietabel 

Auteur en jaartal

Redenen van exclusie

Karran, 2017

Sluit niet aan bij PICO (P)

Peterson, 2018

Sluit niet aan bij PICO (I)

Van Der Windt, 2013

Studie design

Van Hooff, 2014

Sluit niet aan bij PICO (I)

Smink, 2013

Sluit niet aan bij PICO (I)

Bair, 2009

Studie design

Bier, 2018

Sluit niet aan bij PICO (I)

Azevedo, 2013

Studie design

Foster, 2017

Type publicatie

Nicholas (2020)

sluit niet aan bij PICO (P)

Murphy, 2016

Studie design

Morso, 2018

Type publicatie

Murphy, 2013

Type publicatie

Cherkin, 2016

Type publicatie

Rebbeck, 2016

Type publicatie

Rua, 2020

Type publicatie

Suri, 2018

Studie design

Schedlbauer, 2019

Type publicatie

Kroenke, 2013

Type publicatie

Lipton, 200

Sluit niet aan bij PICO (I)

Knoop, 2020

Type publicatie

Saunders, 2020

Studie design;

Maselli, 2020

Studie design

Taneja, 2014

Sluit niet aan bij PICO (P, I)

Hussenbux, 2015

Sluit niet aan bij PICO (I)

Button, 2019

Sluit niet aan bij PICO (P, I, C)

Petit, 2015

Type publicatie

Meyer, 2018

Revelante studies zijn individueel geïncludeerd

Babatunde, 2020

Revelante studies zijn individueel geïncludeerd

Smith, 2011

Type publicatie

van Hooff, 2018

Studie design; Sluit niet aan bij PICO (I, O)

Bishop, 2015

Sluit niet aan bij PICO (I, C)

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 12-02-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 12-02-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde
  • Ergotherapie Nederland
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck
  • Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers
  • Nederlandse Associatie Physician Assistants
  • Nederlandse Chiropractoren Associatie

Algemene gegevens

Goedgekeurd door:

  • Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem
  • Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten ‘de Wervelkolom‘
  • Patiëntenfederatie Nederland

De ontwikkeling/herziening van deze leidraad werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de leidraad.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de leidraad zijn in 2020 een multidisciplinaire werkgroep en klankbordgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met chronische pijn. De werkgroep heeft de leidraad opgesteld, de leden uit de klankbordgroep hebben deze kritisch meegelezen. Naast deze groepen is in 2021 een werkgroep Haalbaarheid & Implementatie gevormd, welke: 1. Input heeft gegeven met betrekking tot de haalbaarheid, implementatie en randvoorwaarden voor toepassing van de leidraad; en 2. Het disseminatie- en implementatieplan heeft ontwikkeld.

 

Werkgroep leidraad

  • Prof. dr. A. Wolff, anesthesioloog, NVA (voorzitter)
  • Dr. H.R. Schiphorst Preuper, revalidatiearts, VRA (vicevoorzitter)
  • Drs. Z. Damen, huisarts niet praktiserend en senior wetenschappelijk medewerker, NHG
  • P. de Haan, ergotherapeut, EN
  • E. de Jong, oefentherapeut, VvOCM
  • Dr. B.C. ter Meulen, neuroloog, NVN
  • Drs. C.J. van Oort, anesthesioloog, NVA
  • Prof. dr. R.J.E.M. Smeets, revalidatiearts, VRA
  • Drs. I.L. Thomassen-Hilgersom, patiëntvertegenwoordiger, Samenwerkingsverband pijnpatiënten naar één stem
  • Dr. L.P. Voogt, lector complexe pijn, fysiotherapeut en manueel therapeut, KNGF
  • Dr. L.N.L. Zonneveld, klinisch psycholoog, NIP

Meelezers leidraad

  • G. Fennis-de Vries, MSc, pijnverpleegkundige, V&VN
  • Drs. M.E. Havinga, orthopedisch chirurg, NOV
  • Drs. J. Heering, huisarts en senior beleidsmedewerker, LHV
  • G.R.M van Hoof, arts M&G, medisch adviseur, ZN
  • Prof. dr. F.J.P.M. Huygen, anesthesioloog, pijnspecialist, NvNN
  • Dr. P. van den Munckhof, neurochirurg, NVvN
  • J.F.A. van Kessel, Physician Assistant, NAPA

  • Dr. A.J.A. Köke, senior onderzoeker en fysiotherapeut/bewegingswetenschapper KNGF
  • Drs. R.L. Kriekaart, klinisch geriater, NVKG
  • Dr. M.M. Lipvsky, internist en psychotherapeut, NIV
  • Drs. C.H. Lunter, psychiater, NVvP
  • H. Macleane, MPA, bedrijfskundig zorgmanager en physician assistant, NAPA
  • R. Mali, oefentherapeut NCP, VvOCM
  • R. van der Noord, MSc, fysiotherapeut, psychosomatisch fysiotherapeut en EFIC pijnfysiotherapeut, KNGF
  • K. Roeleveld, oefentherapeut NCP, psychosomatisch oefentherapeut, VvOCM

  • V.M. Schoorlemmer, MSc, geriatrie oefentherapeut, VvOCM
  • Dr. A.C.L.P.J. Verhoeven, bedrijfsarts, NVAB
  • B.L. van der Vossen, MSc, chiropractor, NCA
  • L. Voogt, patiëntvertegenwoordiger, NVVR
  • H.W.A. Walravens, MANP, verpleegkundig specialist, V&VN
  • Dr. T.R. Zijlstra, reumatoloog, NVR

Werkgroep haalbaarheid & implementatie

  • Dr. L. Timmerman, NVA (Voorzitter)
  • R. Mali, oefentherapeut NCP, VvOCM

  • M.P.G.J. Berkhout, VRA
  • I. Bruaset, NVZ
  • A. van der Gaag, NVA
  • M. Horn, ZIN (toehoorder)
  • G.R.M van Hoof, arts M&G, medisch adviseur, ZN
  • M. Liedorp, ZKN
  • Drs. M.J. Oostindiër, FMCC
  • Drs. C. Ritoe, ZN (toehoorder)
  • Dr. H.R. Schiphorst Preuper, revalidatiearts, VRA
  • V.M. Schoorlemmer, MSc, geriatrie oefentherapeut, VvOCM
  • Drs. J. Smale, VRA/RN
  • Drs. I.L. Thomassen-Hilgersom, patiëntvertegenwoordiger, Samenwerkingsverband pijnpatiënten naar één stem
  • Dr. L.P. Voogt, lector complexe pijn, fysiotherapeut en manueel therapeut, KNGF
  • Prof. Dr. A. Wolff, anesthesioloog, NVA
  • Dr. L.N.L. Zonneveld, klinisch psycholoog, NIP (meelezer)

Met ondersteuning van Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten:

  • Dr. L.M.P. Wesselman, adviseur
  • Dr. L.M. van Leeuwen, adviseur (vanaf maart 2023)
  • Dr. S.N. Hofstede, senior adviseur (vanaf september 2022)
  • Dr. D.H.H. Dreesens, senior adviseur (van april 2022 tot maart 2023)
  • Dr. S. Persoon, senior adviseur (tot maart 2022)

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werk- en klankbordgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling van de leidraad zijn wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring zijn opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Werkgroep leidraad

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Wolff (Voorzitter)

Anesthesioloog-pijnspecialist, medisch hoofd UMCG Pijncentrum Universitair Medisch Centrum Groningen

Hoogleraar Anesthesiologie i.h.b. Pijngeneeskunde

Rijksuniversiteit Groningen

Bestuurslid stichting Helpelandsdoorn (onbetaald)

 

Beleidsadviseur VOLT (onbetaald)

Co-voorzitter PA!N (onbetaald)

Counsilor EFIC (onbetaald)klankbordgroep RL pijnrevalidatie (onbetaald)

Extern gefinancierd onderzoek:

ZonMw; AAL; Philips; Grünenthal; (investigator initiated onderzoek).

 

Consultancy of vergoedingen:

Pfizer

QPS, Equip, Novartis; NVA, NPZF, Overprikkeling

Geen actie, alle subsidiegevers hebben geen belang bij adviezen uit de leidraad.

Schiphorst Preuper

Revalidatiearts, Universitair docent

Afdeling Revalidatiegeneeskunde

UMCG

Voorzitter Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland (WPN) van de VRA tot 2022 onbetaald; per 2022 lid WPN;

Secretaris van de Pijnalliantie in Nederland (PA!N); van 2022 t/m 2023 lid algemeen bestuur PA!N, onbetaald;

Lid van kernredactie NTPP t/m 2023, onbetaald;

Lid van congrescommissie PA!N congres 2022 (08-12-2022), onbetaald;

Lid van congrescommissie 18th International Forum on Back and Neck Pain Research in Primary Care 2023;

(onbezoldigd) Werkgroeplid Richtlijn Pijnrevalidatie; vacatiegelden naar CvR UMCG;

Per 2023 WECO van de VRA (lid); onbezoldigd.

Geen

Geen actie nodig

Damen

Senior wetenschappelijk medewerker/huisarts niet praktiserend bij het NHG

Geen

Betrokken bij de herziening van de NHG-standaard Pijn, op het gebied van toepassing opioïden bij chronische niet-oncologische pijn.

Geen actie nodig

De Haan

Ergotherapeut

Praktijkhouder ErgoAnders (gespecialiseerd in chronische pijn en vermoeidheid).

Daarnaast 27,5 contracturen Roessingh Revalidatiecentrum

Docent Pro-Education (NCOI) (betaald).

Verzorging cursussen (betaald)

Teamondersteuner RC Roessingh – betaald

Lid Overleggroep Chronische pijn Ergotherapie Nederland (onbetaald).

 

 

 

Geen actie nodig

De Jong

Werkzaam als Oefentherapeut Cesar/Mensedieck in praktijk Isokin Training & Therapie voor 24 uur per week

Bestuurslid Landelijk Netwerk Oefentherapeuten Chronische Pijn, (deels betaald, deels onbetaald)

Bestuurslid bij Landelijk Netwerk Oefentherapeuten Chronische Pijn

Geen actie nodig

Smeets

Hoogleraar Revalidatiegeneeskunde, Universiteit Maastricht (0,5 fte)

Revalidatiearts, CIR revalidatie (0,6 fte)

Lid van Wetenschappelijke Advies Raad patiëntenvereniging de Wervelkolom.

Lid van Wetenschappelijk Advies Raad patiëntenvereniging HME/MO

Geen

Geen actie nodig

Ter Meulen

Neuroloog OLVG

Raad van advies  Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten ‘de Wervelkolom’

Geen

Geen actie nodig

Thomassen-Hilgersom

Vrijwilliger Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem (onbetaald)

Voorzitter patiëntenvereniging CRPS, vrijwilliger (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Van Oort

Anesthesioloog-pijnbestrijder; Ikaziaziekenhuis en van Weel Bethesda ziekenhuis Dirksland

Centraal Medisch Tuchtcollege (onkostenvergoeding)

adviseur NVA (onkostenvergoeding)

Medisch coördinator OK tot 1 juli 2021 (betaald)

Geen

Geen actie nodig

Voogt

Lector ‘Complexe pijn’ Hogeschool Rotterdam

Visiting professor Vrije Universiteit Brussel.

Lid commissie  Zorgstandaard Chronische Pijn (KNGF).

Geen

Geen actie nodig

Zonneveld

Klinisch psycholoog, Amsterdam UMC, locatie AMC (Poli pijngeneeskunde)

Voorzitter werkgroep ‘Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen’ van de Landelijke Vereniging Medische Psychologie (LVMP)

(onbetaald)

Voorzitter commissie ‘Financiering van het NIP en de LVMP’ (onbetaald)

Bestuurslid PA!N (onbetaald)

ZonMw, Amsterdams Universiteitsfonds

 

 

Klankbordgroep leidraad

Klankbordgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Fennis-de Vries

Verpleegkundig Specialist pijnkliniek
Teamleider Pijnkliniek en Pre Operatieve Screening

Maasstad ziekenhuis Rotterdam

 

lid congrescommissie V&VN pijn (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Havinga

Orthopedisch chirurg OCON

Lid beroepsbelangen commissie NOV (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Heering

beleidsadviseur Landelijke Huisartsen Vereniging

huisarts (betaald)

Geen

Geen actie nodig

Huygen

Hoogleraar Anesthesiologie Erasmusmc (0,9 fte)

Hoogleraar Anesthesiologie UMCU (0,1 fte)

Lid Centraal tucht college (vacatiegeld).

Lid wetenschappelijke adviesraad Patiëntenvereniging voor CRPS (Nederland en USA)

(onbezoldigd).

Director International Research Consortium CRPS (onbezoldigd).

Lid Advisory Board Abbott, Boston Scientific, Saluda, Medtronic (bezoldigd).

Voorzitter Vereniging voor Neuromodulatie Nederland (onbezoldigd).

Geen

Geen actie nodig. De leidraad richt zich niet op medicatie/medische technologie.

Van Kessel

 

Physician Assistant

Libra revalidatie&audiologie locatie Blixembosch Eindhoven

Geen

Geen actie nodig

Geen actie nodig

Köke

Senior onderzoeker, vakgroep revalidatiegeneeskunde Universiteit Maastricht 0,5 fte. Coordinator innovatie Kenniscentrum Adelante Hoensbroek 0,5 fte.

Hoofdredacteur Nederlands Tijdschrift Pijn en Pijnbestrijding, (onbetaald).

Vertegenwoordiger KNGF bij Pijn Alliantie Nederland, (onbetaald).

Geen

Geen actie nodig

Kriekaart

Tot oktober 2021: Klinische geriater Radboudumc.

Klinisch geriater Sint Maartenskliniek.

Waarnemend klinisch geriater Propersona, locatie Marie McKenzie, ouderenpsychiatrie.

Vanaf oktober 2021:

Klinisch geriater werkzaam in Gelre ziekenhuis Apeldoorn/Zutphen.

Geen

 

Geen actie nodig

Lipovsky

Internist en psychotherapeut, boegbeeld TOPGGZ, Altrecht Psychosomatiek Eikenboom

Gastdocentschappen SOLK-communicatie voor medisch specialisten en AIOS, deels betaald, (ism Erasmus Medisch Centrum), deels onbetaald (UMCU e.a.).

Geen

Geen actie nodig

Lunter

Psychiater en boegbeeld TOPGGZ, Altrecht Psychosomatiek Eikenboom

Bestuurslid landelijk Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK) – (onbetaald)

Bestuurslid Pijn Alliantie In Nederland (PA!N) – (onbetaald)

Enkele docentschappen – (betaald)

Geen

Geen actie nodig

Macleane

Physician assistant bij Excellent Klinieken, 85%

Bestuurder bij Ecxellent Klinieken, 15%

Geen

Geen

Geen actie nodig

Van den Munckhof

Neurochirurg Amsterdam UMC

Geen

Geen

Geen actie nodig

Van Hoof

Medisch adviseur bij zorgverzekeraar bij CZ

Lid commissie EEK van ZonMw

Geen

Geen actie nodig

Schoorlemmer

Geriatrie oefentherapeut, praktijk Oefentherapie in Kampen en in Lemmer.

Ketenpartner vanuit Netwerk Oefentherapeuten Chronische Pijn bij Regionaal Pijncentrum Zwolle (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Van der Noord

Praktijkeigenaar Interfysio, fysiotherapiepraktijk voor chronische pijn en psychosomatiek

Wetenschappelijke Advies Raad (WAR) Psychosomatiek namens de Nederlandse vereniging voor Fysiotherapie volgens de Psychosomatiek (NFP) – alleen vergaderingen betaald.

- Projectgroep Psychosomatische fysiotherapie binnen de GGZ (een NFP project) – Betaald

- Projectgroep Visie op (chronische) pijn voor de fysiotherapeut, voor de Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) – Betaald

- Scholingen voor fysiotherapeuten op het gebeid van pijn diagnostiek en pijneducatie – betaald.

Geven van scholingen op het gebied van diagnostiek en educatie bij chronische pijn voor fysiotherapeuten

Geen actie nodig

Roeleveld

Praktijkeigenaar oefentherapie voor chronische pijn en neurologische aandoeningen BeweegBewust in Aalsmeer

Regiocoördinator/voorzitter Parkinsonnet regio Amsterdam/Amstelland (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Van der Vossen

Chiropractor, Chiropractie Epe

Bestuurslid Stichting Chiropractie (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Verhoeven

Instituutsopleider, bedrijfsarts en verzekeringsarts (0,8fte)
SGBO I Eerstelijns Geneeskunde Vervolgopleidingen I Radboudumc Nijmegen
Bedrijfsarts (0,2 fte)
Immediator I Paradigma Groep, Nieuwegein

Adviseur en docent via eigen bedrijf 'carco consult & medische advies' (betaald)

Geen

Geen actie nodig

Voogt

Voorzitter NVVR de Wervelkolom

Geen

Geen

Geen actie nodig

Walravens

Verpleegkundig specialist, polikliniek Pijnbehandeling UMC Utrecht

Incidenteel consultancy voor Grunenthal gericht op scholing neuropathische pijn

Geen

Geen actie nodig

Zijlstra

Reumatoloog, Isala, Zwolle

Geen

Geen

Geen actie nodig

 

Werkgroep haalbaarheid & implementatie

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Timmerman (voorzitter)

Anesthesioloog-pijnspecialist St Antonius Ziekenhuis, Utrecht-Nieuwegein

Hoofd afdeling R&D anesthesiologie, coördinatie wetenschappelijk onderzoek op gebied van anesthesiologie, IC en pijngeneeskunde. Onbetaald.

Lid maatschap anesthesiologie, intensive care en pijngeneeskunde.

Geen actie nodig

Mali

Oefentherapeut NCP, Praktijkeigenaar Haarlem Centrum & Velserbroek

Voorzitter Platform Psychosomatiek & Netwerk Chronische Pijn VvOCM (bestuursvergoeding)

Algemeen Bestuurslid PA!N (Pijn Alliantie in Nederland), als afgevaardigde namens de oefentherapeuten (onbetaald)

Lid Congrescommissie PA!N (Pijn Alliantie in Nederland) (onbetaald)

Voorzitter Regionaal Netwerk Chronische Pijn Haarlem/Haarlemmermeer e.o. (onbetaald)

Voorzitter Patform oefentherapie Kennemerland & Haarlemmermeer (POKH) (onkostenvergoeding)

Geen

Geen actie nodig

Berkhout

Directeur Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen

Bestuurslid stichting Revalidatie Impact. Onbetaald

Geen

Geen actie nodig

Bruaset

Medisch Manager Anesthesiologie en pijnbestrijding
Medisch Manager Radiologie
Anesthesioloog

Geen

Geen

Geen actie nodig

Van der Gaag

Medisch Specialist Anesthesioloog - pijnspecialist
Catharina ziekenhuis Eindhoven
Lid MSB
Lid Cooperatie Anesthesiologie IC, pijngeneeskunde Groot Eindhoven u.a.

Bestuurslid sectiebestuur pijn en pallitatieve geneeskunde Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie

Geen

Geen actie nodig

Horn (toehoorder)

Adviseur, Zorginstituut Nederland.
-projectleider Zinnige Zorgtraject klachten vanuit de lage rug
-adviseur Zinnige Zorgtraject reumato'|'de artritis

 

Geen

Geen

Geen actie nodig

Van Hoof

Medisch adviseur bij zorgverzekeraar bij CZ

Lid commissie EEK van ZonMw

Geen

Geen actie nodig

Liedorp

Lid commissie - vertegenwoordiger ZKN
Neuroloog

lid MR basisschool IKC de Piramide (onbetaald)
Bestuurslid Waterbuurtvereniging Zoetermeer (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Oostindiër

Maxima Medisch Centrum (MMC): Beleidsadviseur huisartsenzorg w.o. secretaris bestuur FMCC
Coördinator en lid DB Vereniging Consortium Integrale Zorg en Gezondheid (gedetacheerd vanuit MCC)

Mede-eigenaar van medisch kwartier Eindhoven (onbezoldigd) 1e lijns gezondheidscentrum

 

Geen

Geen actie nodig

Ritoe

Medisch Adviseur - Zorgverzekeraars Nederland

Geen

Geen

Geen actie nodig

Schoorlemmer

Geriatrie oefentherapeut, praktijk Oefentherapie in Kampen en in Lemmer.

Ketenpartner vanuit Netwerk Oefentherapeuten Chronische Pijn bij Regionaal Pijncentrum Zwolle (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Schiphorst Preuper

Revalidatiearts, Universitair docent

Afdeling Revalidatiegeneeskunde

UMCG

Voorzitter Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland (WPN) van de VRA tot 2022 onbetaald; per 2022 lid WPN;

Secretaris van de Pijnalliantie in Nederland (PA!N); van 2022 t/m 2023 lid algemeen bestuur PA!N, onbetaald;

Lid van kernredactie NTPP t/m 2023, onbetaald;

Lid van congrescommissie PA!N congres 2022 (08-12-2022), onbetaald;

Lid van congrescommissie 18th International Forum on Back and Neck Pain Research in Primary Care 2023;

(onbezoldigd) Werkgroeplid Richtlijn Pijnrevalidatie; vacatiegelden naar CvR UMCG;

Per 2023 WECO van de VRA (lid); onbezoldigd.

Geen

Geen actie nodig

Smale

Beleidsadviseur
Ik zit in de werkgroep namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)

Geen

Geen

Geen actie nodig

Thomassen-Hilgersom

Vrijwilliger Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem (onbetaald)

Voorzitter patiëntenvereniging CRPS, vrijwilliger (onbetaald)

Geen

Geen actie nodig

Voogt

Lector ‘Complexe pijn’ Hogeschool Rotterdam

Visiting professor Vrije Universiteit Brussel.

Lid commissie  Zorgstandaard Chronische Pijn (KNGF).

Geen

Geen actie nodig

Wolff

Anesthesioloog-pijnspecialist, medisch hoofd UMCG Pijncentrum Universitair Medisch Centrum Groningen

Hoogleraar Anesthesiologie i.h.b. Pijngeneeskunde

Rijksuniversiteit Groningen

Bestuurslid stichting Helpelandsdoorn (onbetaald)

 

Beleidsadviseur VOLT (onbetaald)

Co-voorzitter PA!N (onbetaald)

Counsilor EFIC (onbetaald)klankbordgroep RL pijnrevalidatie (onbetaald)

Extern gefinancierd onderzoek:

ZonMw; AAL; Philips; Grünenthal; (investigator initiated onderzoek).

 

Consultancy of vergoedingen:

Pfizer

QPS, Equip, Novartis; NVA, NPZF, Overprikkeling

Geen actie, alle subsidiegevers hebben geen belang bij adviezen uit de leidraad.

Zonneveld

Klinisch psycholoog, Amsterdam UMC, locatie AMC (Poli pijngeneeskunde)

Voorzitter werkgroep ‘Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen’ van de Landelijke Vereniging Medische Psychologie (LVMP)

(onbetaald)

Lid commissie ‘Financiering van de LVMP’ (onbetaald)

Bestuurslid PA!N (onbetaald)

ZonMw, Amsterdams Universiteitsfonds

Geen actie nodig

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door het uitnodigingen de Nederlandse Vereniging van Rugpatiënten ‘de Wervelkolom’ (NVVR) en het Samenwerkingsverband pijnpatiënten naar één stem voor de invitational conference en de deelname van een afgevaardigde namens het Samenwerkingsverband in de werkgroep en van de NVVR in de klankbordgroep. De conceptleidraad is tevens voor commentaar voorgelegd aan het Samenwerkingsverband, de NVVR en Patiëntenfederatie Nederland en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase). Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er geen substantiële financiële gevolgen zijn: het merendeel van de kosten van chronische pijn wordt niet veroorzaakt door medische kosten maar door indirecte maatschappelijke kosten door ziekteverzuim en presenteïsme. De verwachting is dat bij een betere organisatie van de pijnzorg deze kosten zullen afnemen. Een overzicht van uitkomsten van de kwalitatieve raming met bijbehorende toelichting vindt u in  onderstaande tabel.

 

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Organisatie van de chronische pijnzorg

Geen  substantiële  financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Module Versterking eerste lijn

Geen  substantiële  financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Module Op- en afschalingscriteria

Geen  substantiële  financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

 

Ten aanzien van de aanbevelingen

De voorgestelde aanbevelingen sluiten aan bij de wens van de overheid om meer in te zetten op taakherschikking en -verschuiving en de juiste zorg op de juiste plek. De implementatie zal echter veel aandacht vragen. Waar we in deze leidraad op landelijk niveau de grote lijnen beschrijven, zal de invulling vooral regionaal moeten gebeuren. De werkgroep acht het bijvoorbeeld belangrijk dat er regionaal/lokaal afspraken worden gemaakt over welke zorgprofessional(s) de verschillende taken op zich gaan nemen. Afhankelijk van de invulling zullen er ook afspraken moeten worden gemaakt over supervisie en de juridische aansprakelijkheid. Er zijn op dit moment nog een aantal algemene barrières voor implementatie, te weten:

  • Financiering voor de inzet van de zorgprofessionals met expertise in pijnzorg.
  • Er zijn op dit moment landelijk gezien te weinig – in chronische pijn geschoolde – professionals beschikbaar die in de eerste lijn kunnen worden ingezet. Voor de uitvoering van de beschreven taken bestaat nog geen specifieke opleiding. Als startpunt acht de werkgroep het gewenst dat de zorgprofessional minimaal is opgeleid in alle componenten zoals beschreven in het curriculum van de International Association for Study of Pain (IASP). In de toekomst zou het wenselijk zijn als voor de zorgprofessionals die deze taken gaan oppakken een beroepsprofiel, kwaliteitscriteria en opleiding beschikbaar komen.

Het veld zal tijd nodig hebben om deze barrières te overkomen. Met betrekking tot haalbaarheid en implementatie en randvoorwaarden daarvoor wordt verwezen naar het bijgaande Haalbaarheid & Implementatieplan.

Werkwijze

Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen

Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de organisatie en werkwijze van de zorg voor patiënten met chronische pijn. Tevens zijn er knelpunten aangedragen door de NVA, VRA, KNMP, KNGF, NAPA, NCA, PA!N, Samenwerkingsverband pijnpatiënten naar één stem, VVOCM, VVGN, ZiNL, ZKN, NVVR en twee personen op eigen titel tijdens een invitational conference. Een verslag hiervan is opgenomen onder aanverwante producten.

 

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep drie concept uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld. Deze drie vragen worden in afzonderlijke modules beantwoord. In de eerste module worden de knelpunten en gewenste situatie omschreven in de organisatie van chronische pijn zorg. In de laatste twee modules wordt er respectievelijk ingezoomd op twee specifieke aspecten binnen de organisatie van de pijnzorg: de versterking van de eerste lijn en de op- en afschalingscriteria. Bij de ontwikkeling van deze modules is de gangbare richtlijnmethodiek gevolgd. Deze methodiek voldoet aan de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit, welke is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010). De methodiek wordt in de onderstaande paragrafen toegelicht. De gehanteerde werkwijze wordt in de overwegingen van de deze module verder toegelicht.

 

Voor de modules ‘Organisatie van de chronische pijnzorg’ en ‘Op- en afschalingscriteria’

Er zijn zorgpaden uitgewerkt die beschrijven en visueel weergeven welk traject de patiënt doorloopt wanneer er sprake is van (een vermoeden van) chronische pijn. Hiervoor werden vier werksessies en een focusgroep georganiseerd. De vier werksessies werden gehouden bij verschillende lokale samenwerkingsverbanden voor chronische pijn (regio’s Maastricht, Sneek, Eindhoven en Zwolle). Hierbij waren verschillende zorgverleners en patiëntvertegenwoordigers aanwezig. Daarnaast is een focusgroep gehouden met patiënten. Naast het uitwerken van de zorgpaden werden beïnvloedende factoren voor het doorlopen van de zorgpaden geïnventariseerd, en werden mogelijke oplossingsrichtingen om de  beïnvloedende factoren te overwinnen in het zorgpad besproken. Tevens werden op- en afschalingscriteria besproken.

 

Voor de modules ‘Versterking van de eerste lijn’ en ‘Op- en afschalingscriteria’

Uitkomstmaten

Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep (inclusief patiëntvertegenwoordiger) welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep (waaronder de patiëntvertegenwoordiger) tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch relevant (voor de patiënt) vonden.

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur en de beoordeling van de risk-of-bias van de individuele studies is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).

GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).

 

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

 

Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in kwaliteitsstandaarden volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.

 

Voor alle modules

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.

In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

 

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende gebruikers

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. 

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen.

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren.

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. 

 

Organisatie van zorg

Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van de chronische pijnzorg. Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De concept leidraad werd schriftelijk aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep, waarna een tweede commentarenronde volgde. Daarna is de aangepaste leidraad besproken tijdens een tweede invitational conference. Naar aanleiding van de twee commentaarrondes en de input tijdens de tweede invitational conference werd de conceptleidraad aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve leidraad werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

 

Literatuur

Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.

 

Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.

 

Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.

 

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.

 

Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.

 

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html

 

Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.

 

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.

Zoekverantwoording

Zoekverantwoording

 

Algemene informatie

Richtlijn: Leidraad Organisatie en werkwijze zorg voor patiënten met chronische pijn

Uitgangsvraag: Wanneer is escalatie en de-escalatie binnen de chronische pijnzorg geïndiceerd?

Database(s): Ovid/Medline, Embase

Datum: 25-01-2021

Periode: 2000 - heden

Talen: Engels, Nederlands

Literatuurspecialist: Miriam van der Maten

BMI zoekblokken: voor verschillende opdrachten wordt (deels) gebruik gemaakt van de zoekblokken van BMI-Online https://blocks.bmi-online.nl/ Bij gebruikmaking van een volledig zoekblok zal naar de betreffende link op de website worden verwezen.

Toelichting en opmerkingen:

  • Voor deze vraag is gezocht op de elementen chronische pijn aandoeningen en concepten gerelateerd aan verwijzingscriteria (risico stratificatie, interdisciplinaire communicatie, patiënten verwijzing).
  • Met werkgroep en adviseur afgestemd dat termen als eerst/tweede/derde lijn te veel ruis opleveren
  • Groot deel van de termen op major mesh om hoeveelheid ruis te beperken.
  • De opgegeven sleutel artikelen worden gevonden met de search.

Te gebruiken voor richtlijnen tekst:

In de databases Embase.com en Ovid/medline is op 25-01-2021 met relevante zoektermen gezocht naar systematische reviews, randomized controlled trials en observationele studies over escalatie en de-escalatie criteria binnen de chronische pijnzorg. De literatuurzoekactie leverde 1952 unieke treffers op.

 

 

Zoekopbrengst

 

Embase

OVID/MEDLINE

Ontdubbeld

SRs

114

72

186

RCT

357

276

633

Observationeel

558

575

1133

Totaal

1040

1575

1952

 

Zoekstrategie

Embase

No.

Query

Results

#13

#10 OR #11 OR #12

1040

#12

#6 AND #9 NOT (#10 OR #11) = observationeel

563

#11

#6 AND #8 NOT #10 = RCT

360

#10

#6 AND #7 = SR

117

#9

'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'cohort analysis'/de OR cohort*:ab,ti OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti)

5861214

#8

'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti

3212295

#7

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

700542

#6

#1 AND (#2 OR #3 OR #4 OR #5) AND ([english]/lim OR [dutch]/lim) AND [2000-2021]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it)

1576

#5

'patient referral'/exp/mj OR gatekeep*:ti,ab,kw OR referring:ti,kw OR referral:ti,kw

43277

#4

'integrated health care system'/exp OR (((integrated OR network) NEAR/3 ('health care' OR medicine OR healthcare)):ti,ab,kw)

21813

#3

'interdisciplinary communication'/exp OR (((interdisciplinary OR 'inter-disciplinary' OR 'cross-disciplinary' OR 'multi-disciplinary' OR multidisciplinary OR 'trans-disciplinary' OR transdisciplinary) NEAR/1 communication*):ti,ab,kw)

13345

#2

'stratified medicine'/exp OR 'stepped care'/exp OR ((care NEAR/3 (stepped OR stratified OR matched)):ti,ab,kw) OR 'risk stratification':ti,ab,kw OR ((criteria NEAR/2 (referring OR referral OR escalation OR 'de-escalation')):ti,ab,kw)

62296

#1

'chronic pain'/exp OR 'complex regional pain syndrome'/exp/mj OR 'low back pain'/exp/mj OR 'fibromyalgia'/exp/mj OR 'rheumatic disease'/exp/mj OR 'whiplash injury'/exp OR 'neuropathic pain'/exp OR 'headache'/exp/mj OR 'abdominal pain'/exp/mj OR 'visceral pain'/exp/mj OR 'pelvic pain'/exp/mj OR 'pelvic girdle pain'/exp/mj OR 'neuralgia'/exp/mj OR 'musculoskeletal pain'/exp/mj OR 'fibromyalgia':ti,ab,kw OR 'rheuma*':ti,ab,kw OR 'whiplash*':ti,ab,kw OR 'headache*':ti,ab,kw OR 'head ache*':ti,ab,kw OR neuralgia:ti,ab,kw OR ((chronic NEAR/3 pain):ti,ab,kw) OR (((longterm OR 'long term') NEAR/2 pain):ti,ab,kw) OR 'complex regional pain':ti,ab,kw OR 'musculoskeletal pain':ti,ab,kw

723661

 

Ovid/Medline

#

Searches

Results

14

11 or 12 or 13

1575

13

(7 and 10) not (11 or 12) = observationeel

951

12

(7 and 9) not 11 = RCT

475

11

7 and 8 = SR

149

10

Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort*.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/

3781407

9

exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw.

2262917

8

meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.

502056

7

limit 6 to (english language and yr="2000 -Current")

2723

6

1 and (2 or 3 or 4 or 5)

3590

5

exp "Referral and Consultation"/ or gatekeep*.ti,ab,kf. or referring.ti,kf. or referral.ti,kf.

89022

4

exp "Delivery of Health Care, Integrated"/ or ((integrated or network) adj3 ('health care' or medicine or healthcare)).ti,ab,kf.

20276

3

exp *Interdisciplinary Communication/ or ((interdisciplinary or 'inter-disciplinary' or 'cross-disciplinary' or 'multi-disciplinary' or multidisciplinary or 'trans-disciplinary' or transdisciplinary) adj1 communication*).ti,ab,kf.

7320

2

((care adj3 (stepped or stratified or matched)) or 'risk stratification' or (criteria adj2 (referring or referral or escalation or 'de-escalation'))).ti,ab,kf.

36347

1

exp Chronic Pain/ or exp *"Complex Regional Pain Syndromes"/ or *"Low Back Pain"/ or *Fibromyalgia/ or exp *"Rheumatic Diseases"/ or exp *"Whiplash Injuries"/ or exp *Neuralgia/ or exp *Headache/ or exp *"Abdominal Pain"/ or exp *"Visceral Pain"/ or exp *"Pelvic Pain"/ or exp *"Pelvic Girdle Pain"/ or exp *"Musculoskeletal Pain"/ or 'fibromyalgia'.ti,ab,kf. or 'rheuma*'.ti,ab,kf. or 'whiplash*'.ti,ab,kf. or 'headache*'.ti,ab,kf. or 'head ache*'.ti,ab,kf. or neuralgia.ti,ab,kf. or (chronic adj3 pain).ti,ab,kf. or ((longterm or 'long term') adj2 pain).ti,ab,kf. or 'complex regional pain'.ti,ab,kf. or 'musculoskeletal Pain'.ti,ab,kf.

497567