Startpagina - Intravasculaire katheters
Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn beschrijft de huidige maatstaven voor passende zorg rondom het gebruik van intravasculaire katheters (perifeer veneuze -, centraal veneuze -, en perifeer arteriële katheters) voor het verkrijgen van toegang tot de bloedbaan. Hierbij wordt aandacht besteed aan de toegepaste technieken en de bijbehorende (infectie)preventieve maatregelen.
Afbakening van de richtlijn
Deze richtlijn beschrijft de zorg rondom het inbrengen, verzorgen en verwijderen van intravasculaire katheters en toedieningssystemen voor intravasculaire katheters voor verschillende patiëntpopulaties in de medische specialistische zorg.
De onderwerpen die in de richtlijn aan bod komen zijn:
|
Module |
Doelgroep/patiëntenpopulatie |
|
Indicatiestelling* |
(klinisch en poliklinisch behandelde) volwassen patiënten, met uitzondering van patiënten die opgenomen zijn op de intensive care
Voor patiënten die opgenomen zijn op de intensive care wordt verwezen naar de richtlijn Centraal veneuze lijn (NVIC).
|
|
Optimale type lijn* |
|
|
Staken van antistolling* |
|
|
Beeldvorming voorafgaand aan plaatsing van een centraal veneuze lijn* |
|
|
Echogeleid aanprikken* |
|
|
Optimale locatie van de tip* |
|
|
Controle van de tiplocatie* |
|
|
Geoccludeerde lijn* |
|
|
Katheterslot* |
|
|
Lijnvrij interval* |
|
|
Vaattoegangsteam* |
|
|
Interdisciplinaire afstemming* |
|
|
Patiëntvoorlichting* |
|
|
Materiaalkeuze voor intravasculaire katheters^ |
(klinisch en poliklinisch behandelde) volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten), inclusief patiënten die opgenomen zijn op de intensive care
|
|
Type perifeer ingebrachte veneuze katheter^ |
|
|
Inbrengen van intravasculaire katheters^ |
|
|
Afdekken en fixeren van intravasculaire katheters^ |
|
|
Follow-up en verwijderen van intravasculaire katheters^ |
|
|
Toedieningssystemen voor intravasculaire katheters^ |
* Ontwikkeld door werkgroep NVvH. Onderhoud via het cluster Arteriële en veneuze pathologie
^ Ontwikkeld door werkgroep SRI. Onderhoud via het cluster Zorgprocedures
Een aantal modules is van toepassing op uitsluitend (klinisch en poliklinisch behandelde) volwassen patiënten, met uitzondering van IC-patiënten. Voor die specifieke onderwerpen wordt er voor patiënten die opgenomen zijn op de intensive care verwezen naar de richtlijn Centraal veneuze lijn (NVIC).
De overige modules beschrijven specifieke maatregelen gericht op de preventie van infectieuze complicaties van intravasculaire katheters. Deze modules zijn van toepassing voor volwassen patiënten en kinderen (geen neonaten), inclusief patiënten op de intensive care. De exacte patiëntenpopulatie per module is gespecificeerd in de tabel en toegelicht in de achtergrondinformatie van de betreffende richtlijnmodules.
- Maatregelen gericht op de preventie van infectieuze complicaties van intravasculaire katheters bij neonaten in de medisch-specialistische zorg vallen buiten de scope van deze richtlijn.
- Voor de aanleg van de vaattoegang voor hemodialyse en maatregelen gericht op de preventie van infectieuze complicaties van veneuze katheters voor hemodialyse bij patiënten in de medisch-specialistische zorg wordt verwezen naar de richtlijn Vaattoegang voor hemodialyse en de richtlijn Hemodialyse.
- Voor maatregelen gericht op de preventie van infectieuze complicaties van veneuze katheters voor bloedtransfusie bij patiënten in de medisch-specialistische zorg wordt voor de maximale toedieningstijd van bloed- en bloedproducten, het interval voor het vervangen van het toedieningssysteem, en het gebruik van een multilumen katheter bij het gelijktijdig toedienen van medicatie en bloedproducten verwezen naar de richtlijn Bloedtransfusiebeleid.
- Maatregelen gericht op de preventie van infectieuze complicaties van intravasculaire katheters die worden gebruikt voor (endo)vasculaire interventies vallen buiten de scope van de richtlijn.
- Voor maatregelen gericht op de preventie van mechanische of trombo-embolische complicaties van intravasculaire katheters bij patiënten in de medisch-specialistische zorg wordt verwezen naar de richtlijn Antitrombotische beleid.
- Voor maatregelen gericht op de preventie van infectieuze complicaties van perifeer veneuze katheters bij patiënten in de langdurige zorg wordt verwezen naar de richtlijn Perifeer veneuze katheters in de langdurige zorg (SRI/SKILZ, in ontwikkeling).
- De plaats van antimicrobiële profylaxe bij de preventie van infectieuze complicaties van intravasculaire katheters valt buiten de scope van deze richtlijn. Hiervoor wordt verwezen naar de richtlijnen van de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB).
- De diagnostiek en behandeling van infectieuze complicaties van intravasculaire katheters vallen buiten de scope van deze richtlijn.
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
De richtlijn is bedoeld voor zorgmedewerkers die betrokken zijn bij het inbrengen, verzorgen en verwijderen van intravasculaire katheters en toedieningssystemen voor intravasculaire katheters en diegenen die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van het infectiepreventiebeleid in de medisch-specialistische zorg.
Voor patiënten
Voor sommige behandelingen, zoals het toedienen van bepaalde geneesmiddelen of voeding via de bloedbaan (parenterale voeding), is het nodig om een speciale lijn in een bloedvat in te brengen. Dit noemen we een intravasculaire katheter. Er zijn verschillende soorten katheters, zoals een perifeer veneuze -, een centraal veneuze -, en een perifeer arteriële lijn. Welke katheter een patiënt krijgt, hangt af van de behandeling en hoe lang deze nodig is.
Het inbrengen, verzorgen, en verwijderen van een intravasculaire katheter gebeurt op verschillende manieren. Zowel vóór, tijdens als na het inbrengen van de katheter kunnen complicaties optreden. Complicaties zijn vervelend voor de patiënt en kunnen herstel vertragen. Deze richtlijn beschrijft welke maatregelen genomen kunnen worden tijdens het inbrengen, verzorgen en verwijderen van intravasculaire katheters om complicaties te voorkomen.
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) en het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie (SRI).
De richtlijn is opgesteld door twee parallelle multidisciplinaire werkgroepen (NVvH en SRI) met vertegenwoordigers van de NVvH, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM), Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC), Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), en Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN). De ontwikkelde modules van beide werkgroepen zijn in deze richtlijn samengevoegd. De richtlijn is in de commentaarfase voorgelegd aan onder andere de Patiëntenfederatie, de koepels van ziekenhuizen en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
De NVvH en het SRI zijn als houders van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijk verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de eerstverantwoordelijke over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied. De richtlijnontwikkeling is ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en werd gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
Met het uitbrengen van deze richtlijn vervallen de WIP-richtlijn Arteriële katheters en de WIP-richtlijn Flebitis en bloedbaaninfecties door intraveneuze infuuskatheters.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 12-02-2026
Beoordeeld op geldigheid : 12-02-2026