Gastroduodenoscopie voor diagnose van H. pylori-infectie bij kinderen
Uitgangsvraag
Welke plaats kan gastroduodenoscopie het beste krijgen in het diagnostisch traject van kinderen van 0-18 jaar verdacht van een H. pylori-infectie?
Aanbeveling
Verricht een gastroduodenoscopie bij aanwezigheid van alarmsymptomen en verdenking op een organische oorzaak van buikklachten. Daarmee wordt vooraf aan de behandeling van een H. pylori-infectie in principe altijd een gastroduodenoscopie verricht.
Overweeg een vervolggastroduodenoscopie te verrichten ter controle op genezing, complicaties en eradicatie met bioptgebaseerde testen, indien er sprake was van een gecompliceerde ulceratieve aandoening.
Zie module Diagnostiek bij gastroduodenoscopie voor te verrichten testen bij een gastroduodenoscopie.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is literatuuronderzoek gedaan naar (kosten-)effectiviteit van het gebruik van gastroduodenoscopie bij kinderen verdacht op H. pylori-infectie. Antibioticaresistentie en het falen van behandeling werden gedefinieerd als cruciale uitkomstmaten. Bijwerkingen, onnodig gebruik van invasieve test, complicaties en kosteneffectiviteit werden gedefinieerd als belangrijke uitkomstmaten.
Er is één studie geïncludeerd. De studie voortkomend uit de literatuursearch van Kori et al (2020) geeft geen sluitend antwoord op de vraag welke plaats gastroduodenoscopie moet hebben in de diagnostiek naar H. pylori. De studie vergelijkt antibioticaresistentie bij kinderen die een gastroduodenoscopie ondergingen bij twee groepen kinderen met verdenking op H. pylori-infectie: kinderen die nog niet zijn behandeld en kinderen die al minstens één antibioticabehandeling ter behandeling van H. pylori hebben ondergaan. Voor zowel metronidazol en claritromycine is er sprake van ongeveer een verdubbeling in de hoeveelheid antibioticaresistentie bij kinderen die al minstens één antibiotica behandeling hebben ondergaan t.o.v. kinderen die nog geen behandeling hebben ondergaan. Gecombineerde resistentie tegen beide antibiotica was bijna vijfmaal hoger bij kinderen die al een antibiotica behandeling hebben ondergaan. Amoxicilline resistentie was ruim driemaal hoger bij kinderen die al een antibiotica behandeling hadden ondergaan. De indicaties voor de endoscopieën waren vergelijkbaar tussen de twee groepen. Echter, omdat het een observationele studie betreft, kan niet uitgesloten worden en is het voorstelbaar, dat de groep kinderen die al minstens een antibiotica behandeling hebben ondergaan een geselecteerde groep is. Op basis van deze gegevens kunnen we niet concluderen dat het verrichten van een gastroduodenoscopie vooraf aan de behandeling voorkómt dat er antibioticaresistentie ontstaat. Wel weten we uit andere literatuur dat bij bekendheid van antibioticaresistentiepatroon de effectiviteit van antibiotica behandeling hoger is (Ikuse, 2017; Zhang, 2020). De bewijskracht van deze resultaten is zeer laag. De retrospectieve studie van Kori werd afgewaardeerd op drie verschillende domeinen: risico op bias, omdat er mogelijk selectiebias is ontstaan bij het selecteren van de patiënten die al minstens één behandeling hadden ondergaan; indirectheid, omdat wordt gekeken naar een populatie in heel Europa en deze mogelijk niet representatief is voor de populatie in Nederland; en imprecisie, omdat er sprake is van een kleine sample size.
In de praktijk kunnen verschillende redenen aanleiding zijn om een gastroduodenoscopie te verrichten bij kinderen.
Ten eerste wordt een scopie verricht om de oorzaak van lichamelijke klachten te achterhalen. Een absolute indicatie daarbij vormt het bestaan van alarmsymptomen en/of tekenen die kunnen wijzen op een andere ziekte. Welke alarmsymptomen de indicatie vormen voor diagnostiek naar H pylori wordt behandeld in module Welke kinderen van 0-18 jaar moeten worden getest op H. pylori-infectie?.
Een tweede reden voor een scopie (vooraf aan behandeling) is het bevestigen van een verdenking op een H. pylori-infectie. Non-invasieve testen worden voldoende sensitief en specifiek geacht om H. pylori vast te stellen, maar gecombineerde testen geven meer zekerheid vooraf aan het inzetten van een behandeling met relatief grote impact. De behandeling is belastend in verband met frequent optreden van bijwerkingen, en een grote negatieve invloed op het microbioom (Korpela, 2014). Bovendien bestaat er een associatie van antibiotica gebruik met een verhoogd risico op de ontwikkeling van chronische ziekten zoals IBD en astma.
Bij de gastroduodenoscopie kan antibioticaresistentie in kaart gebracht worden, teneinde de effectiviteit van behandeling te bevorderen en antibioticaresistentie te voorkomen. Dit is bij kinderen extra belangrijk, omdat er beperktere keuzemogelijkheden voor antibiotica zijn ten opzichte van volwassenen, doordat enkele antibiotica niet veilig of geschikt zijn om aan kinderen te geven.
Bij vaststelling van een H. pylori-infectie als “nevenbevinding” bij kinderen die een scopie ondergaan op verdenking van een andere aandoening (coeliakie, IBD, eosinofiele oesofagitis), kan – bij afwezigheid van complicaties - overwogen worden niet, of op latere leeftijd te behandelen.
Het verrichten van een gastroduodenoscopie vóór behandeling kan worden overwogen om oorzaken van klachten en mogelijke complicaties van de infectie te beoordelen en op basis van antibioticaresistentiepatroon gericht en effectief te behandelen.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)
Een gastroduodenoscopie is een invasief onderzoek. Het risico op complicaties is echter zeer laag en aanvaardbaar bij een kind met alarm symptomen, maar moet meegenomen worden in het gesprek met kind en ouders. Ook de sociale impact op het kind en ouders (afwezigheid school, werk, angst) moet meegenomen worden in de beslissing om dit onderzoek in te zetten. Traumatisering ten gevolge van scopie wordt in de praktijk zeer weinig gezien. De inzet van een psychosociaal team kan waardevol zijn, zeker bij kinderen die naar aanleiding van alarmsymptomen meerdere onderzoeken ondergaan.
Het is belangrijk kind en ouders mee te nemen in gezamenlijke besluitvorming, met bespreking van voor- en nadelen van invasieve diagnostiek en mogelijke complicaties, ook van de behandeling met antibiotica en protonpompremmers. De wens van kind en ouders is leidend, wel moet de afweging gemaakt worden in het licht van de aan- of afwezigheid van alarmsymptomen.
Kosten (middelenbeslag)
Uit de PICO zijn geen studies gekomen naar de kosteneffectiviteit van een endoscopie. In het algemeen geldt dat kosten van een gastroduodenoscopie aanzienlijk kunnen zijn (en verschillen per centrum), maar bij het bestaan van alarmsymptomen aanvaardbaar zijn.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Een kind moet voor een gastroduodenoscopie verwezen worden naar een kinderarts-MDL. De beschikbaarheid van kinderartsen-MDL en endoscopiefaciliteiten bij kinderen is in Nederland over het algemeen goed en vormt organisatorisch geen bezwaar.
Verwacht wordt dat het totale aantal gastroduodenoscopieën met invoering van deze richtlijn niet wezenlijk zal veranderen. Daarbij is het van belang dat alleen kinderen met alarmsymptomen getest worden op H. pylori, zie module Welke kinderen van 0-18 jaar moeten worden getest op H. pylori-infectie?.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Een gastroduodenoscopie wordt ten eerste gebruikt om de oorzaak van (buik-)klachten te achterhalen, en niet om een H. pylori-infectie vast te stellen. Meestal is er sprake van een verdenking op een andere aandoening, zoals coeliakie, eosinofiele oesofagitis of inflammatoire darmziekten (IBD). Recente literatuur (Wang, 2018; Aydin, 2019; Reedy, 2019; Berger, 2020) toont aan dat als er geen verdenking is op een organische ziekte, de kans op afwijkende bevindingen ten tijde van een scopie zeer laag is. Daarom bevelen wij aan, het verrichten van een gastroduodenoscopie te reserveren voor kinderen met alarmsymptomen.
Het bewijs dat het verrichten van een gastroduodenoscopie vooraf aan de eradicatie van H. pylori deze behandeling effectiever maakt, is niet sterk, maar kennis over het H. pylori antibioticaresistentiepatroon kan mogelijk het ontstaan van (multi-)resistentie voorkomen en wordt ook vanuit antimicrobial stewardship sterk aangeraden. Bovendien kunnen met de endoscopie complicaties in kaart gebracht worden. Tenslotte kan een scopie ook gebruikt worden ter controle op (succesvolle) eradicatie.
Door endoscopieën te beperken tot de groep kinderen met alarmsymptomen, wordt verwacht dat de voordelen van een scopie altijd opwegen tegen de nadelen, en wordt ten eerste onnodige behandeling met antibiotica voorkomen en ontstaat ten tweede daarmee mogelijk minder antibioticaresistentie.
Kinderen die een scopie ondergaan om een andere reden - in de praktijk zijn dat vooral kinderen met verdenking op coeliakie, eosinofiele oesofagitis of IBD - kunnen bij aanwezigheid van risicofactoren vooraf non-invasief getest worden op H. pylori. Bij macroscopische aanwijzingen voor een H. pylori-infectie kan tijdens de scopie diagnostiek ingezet worden (CLO, histologie, kweek, PCR), zie module Diagnostiek bij gastroduodenoscopie.
Onderbouwing
Achtergrond
This module describes how gastroduodenoscopy can be used in the diagnosis of H. pylori infection. H. pylori tests should only be performed in children undergoing endoscopy because of suspicion of an organic cause of their symptoms. The first and main goal of endoscopy is to find the cause of (gastrointestinal) symptoms. Secondly, endoscopy aims to determine H. pylori antimicrobial resistance before treatment is started.
Conclusies / Summary of Findings
|
Very low GRADE |
The evidence is very uncertain about the effect of gastroscopy leading to antibiotic resistance in children with a suspected H. pylori-infection.
Source: Kori, 2020 |
|
No GRADE |
No evidence was found for the effect of gastroscopy leading to adverse events in children with a suspected H. pylori-infection.
Source: Kori, 2020 |
|
No GRADE |
No evidence was found for the effect of gastroscopy leading to treatment failure in children with a suspected H. pylori-infection.
Source: Kori, 2020 |
|
No GRADE |
No evidence was found for the effect of gastroscopy leading to unnecessary use of antibiotics in children with a suspected H. pylori-infection.
Source: Kori, 2020 |
|
No GRADE |
No evidence was found for the effect of gastroscopy leading to complications in children with a suspected H. pylori-infection.
Source: Kori, 2020 |
|
No GRADE |
No evidence was found for the effect of gastroscopy leading to cost effectiveness in children with a suspected H. pylori-infection.
Source: Kori, 2020 |
Samenvatting literatuur
Description of studies
Kori (2020) performed a retrospective study which investigated 1333 children eighteen years or younger from 23 centers in 17 countries in Europe who were receiving a gastroscopy due to suspected H. pylori infection. The median age of the population was 12.6 years and 55.1% of patients were girls. Two different groups of patients were described; patient who were either treatment naïve or treatment resistant. Primary outcome measures were antibiotic resistance for metronidazole, clarithromycin, combined metronidazole and clarithromycin, and amoxicillin resistance in both groups of patients.
Results
1. Antibiotic resistance (critical)
In the study of Kori (2020), antibiotic resistance was reported for metronizadole, clarithromycin and amoxicillin.
Metronidazole resistance in the treatment naïve group was 205 out of 981 patients (20.9%) and in the treatment resistant group 77 out of 147 patients (52.4%). The relative risk was 0.40 (95%CI 0.33 – 0.49) and was calculated on based reported data. This results in a 60% lower chance to find metronidazole resistance in treatment naïve patients.
Clarithromycin resistance in the treatment naïve group was 244 out of 984 (24.8%) and in the treatment resistant group 70 out of 147 (47.6%). The relative risk was 0.52 (95%CI 0.43 – 0.64) and was calculated on based reported data. This results in a 48% lower chance to find clarithromycin resistance in treatment naïve patients.
Combined metronidazole and clarithromycin resistance in the treatment naïve group was 57 out of 983 patients (5.8%) and in the treatment resistant group 40 out of 146 patients (27.4%). The relative risk was 0.20 (95%CI 0.14 – 0.29) and was calculated based on reported data. This results in a 80% lower risk to find combined metronidazole and clarithromycin resistance in treatment naïve patients.
Amoxicillin resistance in the treatment naïve group was 8 out of 889 patients (0.9%) and in the treatment resistant group 4 out of 121 patients (3.3%). The relative risk was 0.28 (95%CI 0.09 – 0.91) and was calculated on based reported data and this could explain why the subgroup totals do not match the total number of tests performed. This results in a 72% lower chance to find amoxicillin resistance in treatment naïve patients.
2. Adverse events (important)
No studies reported adverse events.
3. Treatment failure (important)
No studies reported treatment failure.
4. Unnecessary use of invasive test (important)
No studies reported unnecessary use of invasive tests.
5. Complications (important)
No studies reported complications.
6. Cost effectiveness (important)
No studies reported cost effectiveness.
Level of evidence of the literature
The level of evidence regarding the outcome measure antibiotic resistance was downgraded by three levels because of study limitations (risk of bias); applicability (bias due to indirectness); number of included patients (imprecision).
Zoeken en selecteren
A systematic review of the literature was performed to answer the following question: What are the (un)beneficial effects of gastroscopy before first treatment on antibiotic resistance when compared to gastroscopy after treatment failure in children suspected of a helicobacter pylori-infection?
| P: |
Children (0-18 years old) suspected of H. pylori-infection |
| I: |
Gastroscopy before first treatment |
| C: |
Gastroscopy after treatment failure |
| O: |
Antibiotic resistance, adverse events (e.g. skin eruption, diarrhea, loose stool, taste disturbance, dyspepsia, nausea, candidiasis, urticaria, hemorrhagic colitis), treatment failure, unnecessary use of invasive test, complications, cost effectiveness |
| T/S: |
Er zijn verschillende momenten waarop de gastroscopie ingezet kan worden. 1. Bij een positieve non-invasieve test. 2. Indien op basis van een niet-invasieve test H. pylori-infectie is vastgesteld en de therapie heeft gefaald (zowel de eerste als tweede behandeling, i.e. triple therapie met respectievelijk PPI+claritromycine+amoxicilline en PPI+metronidazol+amoxicilline). 3. Indien alarmsymptomen bestaan die kunnen wijzen op een andere/onderliggende aandoening die een indicatie voor gastroscopie vormen. |
Relevant outcome measures
The guideline development group considered antibiotic resistance as a critical outcome measure for decision making; and adverse event (e.g. skin eruption, diarrhea, loose stool, taste disturbance, dyspepsia, nausea, candidiasis, urticaria, hemorrhagic colitis), treatment failure, unnecessary use of invasive test, complications, and cost effectiveness as important outcome measures for decision making.
Search and select (Methods)
The databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase.com) were searched with relevant search terms until February 1st, 2023. The detailed search strategy is depicted under the tab Methods. The systematic literature search resulted in 502 hits. Studies were selected based on the following criteria: systematic reviews, RCTs and observational literature about the place of gastroscopy during the diagnostic trajectory of children with a suspected H. pylori-infection. Thirty studies were initially selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 29 studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and one study was included.
Results
One study was included in the analysis of the literature. Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables.
Referenties
- Aydin M, Niggeschmidt J, Ballauff A, Wirth S, Hensel K. Common indications and the diagnostic yield of esophagogastroduodenoscopy in children with gastrointestinal distress. Klin Padiatr. 2019;231(1):21‐27.
- Berger TD, Soffer S, Vurzel‐Harel T, et al. The yield of upper gastrointestinal endoscopy at a pediat-ric tertiary care center. Isr Med Assoc J. 2020;22(3):164‐168.
- Ikuse T. Antibiotic Resistance of Helicobacter pylori and Eradication Rate in Japanese Pediatric Pa-tients. Adv. Microbiol. 2017;07:241–252. doi: 10.4236/aim.2017.74020.
- Kori M, Le Thi TG, Werkstetter K, Sustmann A, Bontems P, Lopes AI, Oleastro M, Iwanczak B, Kalach N, Misak Z, Cabral J, Homan M, Cilleruelo Pascual ML, Pehlivanoglu E, Casswall T, Urruzuno P, Martinez Gomez MJ, Papadopoulou A, Roma E, Dolinsek J, Rogalidou M, Urbonas V, Chong S, Kindermann A, Miele E, Rea F, Cseh Á, Koletzko S; Helicobacter pylori Working Group of ESPGHAN. Helicobacter pylori Infection in Pediatric Patients Living in Europe: Results of the EuroPedHP Registry 2013 to 2016. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2020 Oct;71(4):476-483. doi: 10.1097/MPG.0000000000002816. PMID: 32541200.
- Korpela et al. Intestinal microbiome is related to lifetime antibiotic use in Finnish pre-school chil-dren. Nat Commun 2016; 7:10410; Ungaro et al. Antibiotics associated with increased risk of new-onset Crohn’s disease but not ulcerative colitis: a meta-analysis. Am J. Gastroenterol 2014: 109:1728-38.
- Malfertheiner P, Megraud F, Rokkas T, Gisbert JP, Liou JM, Schulz C, Gasbarrini A, Hunt RH, Leja M, O'Morain C, Rugge M, Suerbaum S, Tilg H, Sugano K, El-Omar EM; European Helicobacter and Microbiota Study group. Management of Helicobacter pylori infection: the Maastricht VI/Florence consensus report. Gut. 2022 Aug 8:gutjnl-2022-327745. doi: 10.1136/gutjnl-2022-327745. Epub ahead of print. PMID: 35944925.
- Reedy RA, Filipp SL, Gurka MJ, Shenoy A, Davis MK. Utility of esophagogastroduodenoscopy in the evaluation of uncomplicated abdominal pain in children. Glob Pediatr Health. 2019;6:2333794X1989834.
- Savoldi A, Carrara E, Graham DY, Conti M, Tacconelli E. Prevalence of Antibiotic Resistance in Helico-bacter pylori: A Systematic Review and Meta-analysis in World Health Organization Regions. Gastroenterology. 2018 Nov;155(5):1372-1382.e17. doi: 10.1053/j.gastro.2018.07.007. Epub 2018 Jul 7. PMID: 29990487; PMCID: PMC6905086.
- Wang S, Younus O, Rawat D, et al. Clinical presentation and outcomes of diagnostic endoscopy in newly presenting children with gastrointestinal symptoms. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2018;66(6):876‐881.
- Zhang YD, Dong QW, Zhang SH, et al. [Effectiveness of eradication regimen based on the bacterial susceptibility and CYP2C19 genotype in children with refractory Helicobacter pylori in-fection]. Zhonghua er ke za zhi = Chinese Journal of Pediatrics. 2020 Jan;58(1):41-45. DOI: 10.3760/cma.j.issn.0578-1310.2020.01.010. PMID: 31905475.
Evidence tabellen
Table of excluded studies
|
Reference |
Reason for exclusion |
|
Botija. 2021 |
No pre-gastroscopy data |
|
Butenko, 2017 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Slovenia |
|
Cam, 2014 |
Outcome was gastric cancer risk |
|
Ciftci, 2014 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Turkey, mainly on adults
|
|
Galos, 2023 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Romania |
|
Gastli, 2021 |
No pre-gastroscopy data; diagnostic outcomes |
|
Giorgio, 2013 |
No pre-gastroscopy data; gene expression outcomes |
|
Guven, 2019 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Turkey
|
|
Hojsak, 2012 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Croatia |
|
Hu, 2016 |
No pre-gastroscopy data; study performed in China |
|
Hung, 2022 |
No pre-gastroscopy data |
|
Jansson, 2019 |
No pre-gastroscopy data |
|
Kalach, 2022 |
Gastric cancer risk outcomes |
|
Karczewska, 2014 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Poland |
|
Kori, 2017 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Israel |
|
Maleknejad, 2015 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Iran |
|
Marginean, 2013 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Romania |
|
Miyata, 2021 |
No pre-gastroscopy data |
|
Morilla, 2017 |
Study performed in adults; diagnostic outcomes |
|
Pacheco, 2013 |
No pre-gastroscopy data; population upto 20 years old; diagnostic outcomes |
|
Ramos-Soriano, 2015 |
No pre-gastroscopy data |
|
Shahinyan, 2022 |
No pre-gastroscopy data; study performed in Armenia |
|
Shu, 2018 |
No pre-gastroscopy data; study performed in China |
|
Tam, 2011 |
No pre-gastroscopy data; study performed in China |
|
Tolone, 2012 |
No pre-gastroscopy data; intervention with lactoferrin and probiotics |
|
Vacsei, 2011 |
No pre-gastroscopy data |
|
Wang, 2022 |
Full-text in Chinese |
|
Zhang, 2021 |
No pre-gastroscopy data; study performed in China |
|
Zviagin, 2011 |
Full-text in Russian |
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 25-06-2025
Beoordeeld op geldigheid : 24-04-2025
Algemene gegevens
Belangrijkste wijzigingen t.o.v. vorige versie: De vorige richtlijn stamde uit 2012, sindsdien zijn de inzichten in knelpunten veranderd, alsmede de stand van wetenschap en het antibioticaresistentiepatroon van infecties met H. pylori. Tevens is er in 2024 een nieuwe internationale richtlijn over H. pylori gepubliceerd door de ESPHGAN/NASPGHAN. Deze richtlijn tracht hier zoveel als mogelijk bij aan te sluiten met inachtneming van de situatie in Nederland.
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor kinderen met een verdachte of bevestigde H. pylori-infectie of klachten die hierbij passen.
Werkgroep
- Dr. A. (Angelika) Kindermann, kinderarts MDL, Amsterdam UMC, Amsterdam, NVK, voorzitter
- Dr. R.W.B. (Renske) Bottema, kinderarts MDL, Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede, NVK
- Dr. P.E.C. (Nel) Mourad-Baars, kinderarts MDL n.p., NVK
- Dr. M. (Marianne) Almaç – Linthorst, jeugdarts, CJG Rijnmond, Rotterdam, AJN
- Dr. L.C. (Leo) Smeets, arts-microbioloog, Reinier Haga MDC, Delft, NVMM, vanaf maart 2024
- Dr. J. (Jasmijn) Jagt, ANIOS kindergeneeskunde, Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede, persoonlijke titel
- E.C. (Esen) Doganer, junior projectmanager/ beleidsmedewerker, Stichting Kind en Ziekenhuis, tot maart 2023 en vanaf mei 2024
- M. (Marjolein) Jager, beleids-/projectmedewerker, Stichting Kind en Ziekenhuis, maart 2023 tot mei 2024
- Dr. W.A. (Wink) de Boer, MDL-arts, Bernhoven, Uden, NVMDL, tot maart 2024
- Dr. R.A.G. (Robert) Huis in ’t Veld, arts-microbioloog, UMCG, Groningen, tot maart 2024
Met ondersteuning van
- Dr. J. (Janneke) Hoogervorst-Schilp, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. T. (Tim) Christen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- J. (Julia) Hofkes, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Mevr. dr. A. (Angelika) Kindermann (NVK, voorzitter) |
Kinderarts-MDL, Amsterdam UMC |
geen |
geen |
geen |
|
Mevr. (Esen) Doganer MSc (Stichting Kind&Ziekenhuis) |
Projectmanager beleidsmedewerker, Stichting Kind&Ziekenhuis |
geen |
geen |
geen |
|
Mevr. M. (Marjolein) Jager (Stichting Kind&Ziekenhuis) |
Beleids-/projectmedewerker, Stichting Kind&Ziekenhuis |
geen |
geen |
geen |
|
Mevr. dr. R.W.B. (Renske) Bottema (NVK) |
Kinderarts-MDL, Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede |
geen |
geen |
geen |
|
Mevr. dr. P.E.C. (Nel) Mourad-Baars (NVK) |
Kinderarts-MDL n.p. |
geen |
geen |
geen |
|
Mevr. Dr. M. (Marianne) Almaç – Linthorst (AJN) |
Jeugdarts KNMG, CJG Rijnmond |
geen |
geen |
geen |
|
Dhr. Dr. L.C. (Leo) Smeets (NVMM) |
Arts-microbioloog, Reinier Haga MDC, Delft |
geen |
geen |
geen |
|
Mevr. Dr. J. (Jasmijn) Jagt (persoonlijke titel) |
ANIOS kindergeneeskunde, Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede |
geen |
geen |
geen |
|
Dhr. Dr. W.A. (Wink) de Boer (NVMDL, tot maart 2024) |
MDL-arts, Bernhoven, Uden |
geen |
geen |
geen |
|
Dhr. Dr. R.A.G. (Robert) Huis in ’t Veld (NVMM, tot maart 2024) |
Arts-microbioloog, UMCG, Groniningen |
geen |
geen |
geen |
|
Klankbordgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
- |
|
|
|
|
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van Stichting Kind en Ziekenhuis voor de schriftelijke invitational conference en een afgevaardigde van Stichting Kind en Ziekenhuis in de werkgroep. Het verslag van de invitational conference is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de patiëntenvereniging en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Gastroduodenoscopie bij diagnose H. pylori-infectie bij kinderen |
Geen financiële gevolgen |
Module beschrijft zorg die voor het overgrote deel reeds aan deze aanbeveling voldoet. |
De kwalitatieve raming volgt na de commentaarfase.
Werkwijze
AGREE
Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).
Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen
Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de zorg voor kinderen met H. pylori-infectie De werkgroep beoordeelde de aanbeveling(en) uit de eerdere richtlijnmodule (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, 2012) op noodzaak tot revisie. Tevens zijn er knelpunten aangedragen door medisch specialisten en verpleegkundigen door middel van een invitational conference.
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.
Uitkomstmaten
Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Methode literatuursamenvatting
Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. Indien mogelijk werden de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. Review Manager 5.4 werd gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).
GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog |
|
|
Redelijk |
|
|
Laag |
|
|
Zeer laag |
|
Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
|
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers |
||
|
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
|
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
|
Voor behandelaars |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
|
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Organisatie van zorg
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.
Literatuur
Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.
Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.
Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.
Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html
Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.
Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.
Zoekverantwoording
Zoekstrategie
Embase.com
|
No. |
Query |
Results |
|
#11 |
#8 OR #9 OR #10 |
427 |
|
#10 |
#4 AND #7 NOT (#8 OR #9) = OBS |
390 |
|
#9 |
#4 AND #6 NOT #8 = RCT |
26 |
|
#8 |
#4 AND #5 = SR |
11 |
|
#7 |
'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR 'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti OR 'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab))) |
16346198 |
|
#6 |
'randomized controlled trial'/exp OR random*:ti,ab OR (((pragmatic OR practical) NEAR/1 'clinical trial*'):ti,ab) OR ((('non inferiority' OR noninferiority OR superiority OR equivalence) NEAR/3 trial*):ti,ab) OR rct:ti,ab,kw |
1839814 |
|
#5 |
'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab |
897631 |
|
#4 |
#1 AND #2 AND #3 AND ([english]/lim OR [dutch]/lim) AND [01-03-2011]/sd NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp) |
491 |
|
#3 |
'gastroscopy'/exp/mj OR 'gastrointestinal endoscopy'/exp/mj OR 'endoscope'/mj OR 'gastroscope'/mj OR gastroscop*:ti,ab,kw OR endoscop*:ti,ab,kw |
421479 |
|
#2 |
'adolescent'/exp OR 'baby'/exp OR 'boy'/exp OR 'child'/exp OR 'minors'/exp/mj OR 'pediatric patient'/exp OR 'pediatrics'/exp OR 'schoolchild'/exp OR infan*:ti,ab,kw OR newborn*:ti,ab,kw OR 'new born*':ti,ab,kw OR perinat*:ti,ab,kw OR neonat*:ti,ab,kw OR baby*:ti,ab,kw OR babies:ti,ab,kw OR toddler*:ti,ab,kw OR minors*:ti,ab,kw OR boy:ti,ab,kw OR boys:ti,ab,kw OR boyfriend:ti,ab,kw OR boyhood:ti,ab,kw OR girl*:ti,ab,kw OR kid:ti,ab,kw OR kids:ti,ab,kw OR child*:ti,ab,kw OR children*:ti,ab,kw OR schoolchild*:ti,ab,kw OR adolescen*:ti,ab,kw OR juvenil*:ti,ab,kw OR youth*:ti,ab,kw OR teen*:ti,ab,kw OR pubescen*:ti,ab,kw OR pediatric*:ti,ab,kw OR paediatric*:ti,ab,kw OR peadiatric*:ti,ab,kw OR school:ti,ab,kw OR school*:ti,ab,kw OR prematur*:ti,ab,kw OR preterm*:ti,ab,kw |
5622360 |
|
#1 |
'helicobacter pylori'/exp/mj OR 'helicobacter infection'/exp/mj OR 'helicobacter'/mj OR (((helicobacter OR 'h') NEAR/3 pylori):ti,kw) OR 'helicobacter':ti,kw |
55874 |
Ovid/Medline
|
# |
Searches |
Results |
|
12 |
9 or 10 or 11 |
228 |
|
11 |
(5 and 8) not (9 or 10) = OBS |
204 |
|
10 |
(5 and 7) not 9 = RCT |
13 |
|
9 |
5 and 6 = SR |
11 |
|
8 |
exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw. or Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ or Case-control Studies/ or clinical trial, phase ii/ or clinical trial, phase iii/ or clinical trial, phase iv/ or comparative study/ or control groups/ or controlled before-after studies/ or controlled clinical trial/ or double-blind method/ or historically controlled study/ or matched-pair analysis/ or single-blind method/ or (((control or controlled) adj6 (study or studies or trial)) or (compar* adj (study or studies)) or ((control or controlled) adj1 active) or "open label*" or ((double or two or three or multi or trial) adj (arm or arms)) or (allocat* adj10 (arm or arms)) or placebo* or "sham-control*" or ((single or double or triple or assessor) adj1 (blind* or masked)) or nonrandom* or "non-random*" or "quasi-experiment*" or "parallel group*" or "factorial trial" or "pretest posttest" or (phase adj5 (study or trial)) or (case* adj6 (matched or control*)) or (match* adj6 (pair or pairs or cohort* or control* or group* or healthy or age or sex or gender or patient* or subject* or participant*)) or (propensity adj6 (scor* or match*))).ti,ab,kf. or (confounding adj6 adjust*).ti,ab. or (versus or vs or compar*).ti. or ((exp cohort studies/ or epidemiologic studies/ or multicenter study/ or observational study/ or seroepidemiologic studies/ or (cohort* or 'follow up' or followup or longitudinal* or prospective* or retrospective* or observational* or multicent* or 'multi-cent*' or consecutive*).ti,ab,kf.) and ((group or groups or subgroup* or versus or vs or compar*).ti,ab,kf. or ('odds ratio*' or 'relative odds' or 'risk ratio*' or 'relative risk*' or aor or arr or rrr).ab. or (("OR" or "RR") adj6 CI).ab.)) |
8126109 |
|
7 |
exp randomized controlled trial/ or randomized controlled trials as topic/ or random*.ti,ab. or rct?.ti,ab. or ((pragmatic or practical) adj "clinical trial*").ti,ab,kf. or ((non-inferiority or noninferiority or superiority or equivalence) adj3 trial*).ti,ab,kf. |
1587353 |
|
6 |
meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf. |
649558 |
|
5 |
limit 4 to yr="2011 -Current" |
382 |
|
4 |
1 and 2 and 3 |
1081 |
|
3 |
exp Gastroscopy/ or exp Gastroscopes/ or exp Endoscopy, Gastrointestinal/ or *Endoscopy/ or gastroscop*.ti,ab,kf. or endoscop*.ti,ab,kf. |
299931 |
|
2 |
(child* or schoolchild* or infan* or adolescen* or pediatri* or paediatr* or neonat* or boy or boys or boyhood or girl or girls or girlhood or youth or youths or baby or babies or toddler* or childhood or teen or teens or teenager* or newborn* or postneonat* or postnat* or puberty or preschool* or suckling* or picu or nicu or juvenile?).tw. |
2855402 |
|
1 |
exp Helicobacter pylori/ or exp Helicobacter Infections/ or exp Helicobacter/ or ((helicobacter or 'h') adj3 pylori).ti,ab,kf. or 'helicobacter'.ti,ab,kf. |
52908 |