Behandeling van volwassenen met CU
Uitgangsvraag
Wat is de aanbevolen behandeling voor volwassenen met CU?
Aanbeveling
- Start de behandeling van CU met de geregistreerde dosis tweede generatie H1-antihistaminica. Evalueer het effect na 2-4 weken.
- Verhoog bij onvoldoende effect de dosering tot en met maximaal viermaal de standaarddosering van tweede generatie H1-antihistaminica (bij voorkeur in twee giften) (off-label). Evalueer het effect na 2-4 weken, tevens na elke verhoging. Houd rekening met kans op spontane remissie.
- Er wordt geadviseerd om omalizumab toe te voegen bij onvoldoende effect van de opgehoogde dosering H1-antihistaminica. Evalueer het effect na 3-6 maanden. Zie ook module Gepersonaliseerd behandelplan en het ‘Figuur 1. Stepped-care model’. NB: voor CIndU off-label.
- Overweeg bij patiënten met CSU én relevante comorbiditeiten waarvoor dupilumab een geregistreerde behandeling is, die onvoldoende reageren op opgehoogde H1-anthistaminica en nog geen behandeling middels omalizumab hebben gehad, behandeling met dupilumab te starten (zie toelichting en Figuur 1. Stepped-care model).
- Overweeg een lage dosering ciclosporine (2-3 mg/kg/dag) toe te voegen bij partiële responders of trage responders van omalizumab/dupilumab in combinatie met opgehoogde dosering H1-antihistaminica (expert opinie). Evalueer het effect na 4-12 weken. Zie hiervoor 'Figuur 1. Stepped-care model’.
- Overweeg te switchen naar ciclosporine in combinatie met opgehoogde dosering H1-antihistaminica bij patiënten die geen relevante klinische verbetering ervaren (volledige non-responders) of relevante bijwerkingen hebben van omalizumab of dupilumab.
- Overweeg een korte kuur van maximaal 7 dagen met orale corticosteroïden bij exacerbaties van CU om ziekteduur en -activiteit te verminderen.
Disclaimer: er is tot op heden (januari 2026) in Nederland nog geen vergoedingsstatus beschikbaar voor dupilumab bij chronische spontane urticaria
Let op: wanneer een off-label medicament wordt voorgeschreven, dient gehandeld te worden volgens de bijbehorende voorwaarden (zie voorwaarden van de IGJ).
Overwegingen
Kwaliteit van het bewijs
Voor deze module werd de internationale richtlijn van Zuberbier et al. (2022) als basis genomen. Dit werd aangevuld met adviezen op basis van expert opinie. De kwaliteit van bewijs voor de geïncludeerde studies is voor het tot en met viermaal opdoseren van antihistaminica en remibrutinib zeer laag tot laag. Voor de behandeling van CU met omalizumab en dupilumab is de kwaliteit redelijk tot hoog. Let op: er is tot op heden geen vergoedingsstatus beschikbaar voor dupilumab en remibrutinib.
Balans van gewenste en ongewenste effecten en professioneel perspectief
Bij de keuze voor de behandeling van CU moet rekening worden gehouden met de balans van gewenste en ongewenste effecten. Een gewenst effect is de effectiviteit op het verminderen van jeuk en het verbeteren van de kwaliteit van leven. Het opdoseren van antihistaminica kan een effectieve interventie zijn maar een hogere dosering kan leiden tot meer bijwerkingen zoals sufheid, vermoeidheid en een droge mond. Ciclosporine heeft een minder gunstig bijwerkingenprofiel en wordt onder andere om deze reden niet als eerste keus behandeling aanbevolen. Omalizumab daarentegen wordt meestal goed verdragen, de bijwerkingen zijn in de meeste gevallen mild waardoor patiënten vaak trouw blijven aan deze behandeling (Soegiharto, 2025). Het vinden van de juiste balans tussen symptoomverlichting en bijwerkingen is cruciaal voor een succesvolle behandeling van CU.
Verschillende onderzoeken tonen aan dat gebruik van een hogere dan de standaarddosis 2e generatie H1-antihistaminica leidt tot een betere klachten controle bij patiënten met CU. Onderzoeken ondersteunen het gebruik van maximaal viermaal de standaarddosis (bilastine niet verkrijgbaar in Nederland), cetirizine, desloratadine, ebastine, fexofenadine, levocetirizine en rupatadine). Het is belangrijk op te merken dat het verhogen van de dosering off-label is, aangezien deze hogere doseringen niet officieel zijn geregistreerd voor de behandeling van chronische urticaria. Desondanks wordt deze praktijk aanbevolen in diverse internationale richtlijnen. Bij hogere doseringen moeten patiënten duidelijk geïnstrueerd worden over de potentieel sedatieve effecten. Echter, tot op heden zijn er geen ernstige bijwerkingen gemeld, noch is erin de literatuur een ernstige bijwerking gemeld die wordt toegeschreven aan langdurige inname en mogelijke accumulatie (Zuberbier, 2022). De werkgroep adviseert om af te bouwen met het gebruik van antihistaminica bij een goed effect (off-label). In het geval van onvoldoende effect of bijwerkingen kan overwogen worden om na ophogen van de dosering te switchen van antihistaminicum, hier is echter onvoldoende overtuigend bewijs voor.
Sommige patiënten met CIndU kunnen baat hebben bij kortdurende profylactische behandeling met antihistaminica voorafgaand aan blootstelling aan relevante triggers (Zuberbier, 2022).
Vanwege het gebrek aan bewijs voor effectiviteit worden leukotriënenreceptorantagonisten niet standaard aanbevolen bij chronische urticaria. Montelukast lijkt echter veilig te kunnen worden toegepast. Overweeg montelukast in individuele gevallen, wanneer andere behandelingen onvoldoende effectief zijn.
Indien de klachten onvoldoende onder controle zijn met de opgehoogde dosering antihistaminica, wordt door de werkgroep aanbevolen om omalizumab als add-on behandeling toe te voegen.
Voor chronische spontane urticaria (CSU) betreft dit een geregistreerde indicatie. Het wordt aanbevolen om het effect van de behandeling na 3 maanden te evalueren, zo nodig eerder. In meerdere studies is aangetoond dat behandeling met omalizumab bij CSU leidt tot vermindering van klachten, waaronder angio-oedeem, en verbetering van de kwaliteit van leven.
Voor chronische inducibele urticaria (CIndU) is behandeling met omalizumab off-label, maar er is wetenschappelijke onderbouwing dat ook bij deze vorm van urticaria klachtenreductie en verbetering van kwaliteit van leven kan optreden.
Patiënten die onvoldoende baat hebben bij omalizumab in de geregistreerde dosis van 300 mg elke 4 weken, kunnen off-label behandeld worden met hogere doseringen, met kortere toedieningsintervallen, of een combinatie daarvan (Zuberbier, 2022). (Zie module Gepersonaliseerd behandelplan).
Overweeg bij patiënten met CSU én relevante comorbiditeiten waarvoor dupilumab een geregistreerde behandeling is, die onvoldoende reageren op opgehoogde H1-anthistaminica en nog geen behandeling middels omalizumab hebben gehad, behandeling met dupilumab te starten. Patiënten hoeven voor de comorbiditeiten dus geen behandelindicatie te hebben.
Let op: nog geen vergoedingsstatus. Zie ook Dupixent | European Medicines Agency (EMA). Het wordt geadviseerd het effect van dupilumab na 3 tot 6 maanden te evalueren. Bij goede ziektecontrole kan overwogen worden het doseerinterval stapsgewijs te verlengen. Voor adviezen ten aanzien van intervalverlenging wordt verwezen naar module Gepersonaliseerd behandelplan.
De behandeling middels omalizumab zal eerste keus blijven voor patiënten met matig tot ernstige CSU die onvoldoende reageren op opgehoogde H1-anthistaminica gezien de zeer hoge kans op een goed en snel effect. Enkel bij patiënten met relevante comorbiditeiten zal behandeling middels dupilumab nevengeschikt aan omalizumab overwogen worden.
De werkgroep adviseert om bij patiënten die partiële of trage respons vertonen op behandeling met omalizumab of dupilumab, te overwegen een lage dosering ciclosporine toe te voegen aan de behandeling met een opgehoogde dosering H1-antihistaminica (Sánchez, Alvarez, & Cardona, 2020; Maoz-Segal et al., 2020). Het effect dient na 4–12 weken te worden geëvalueerd (zie Figuur 1. Stepped-care model). Bij patiënten die geen klinische verbetering ervaren (volledige non-responders) of ernstige bijwerkingen hebben van omalizumab of dupilumab, wordt geadviseerd om te behandelen met ciclosporine als aanvullende behandeling bij opgehoogde dosering H1-antihistaminica. Daarnaast kan bij patiënten met een hoge ziektelast en een verwachte noodzaak voor orale corticosteroïden als overbrugging tot het optimale effect van omalizumab of dupilumab, direct gestart worden met (low/medium dose) ciclosporine. Dit kan ook een geschikte keuze zijn bij sterke aanwijzingen voor een auto-immuuntype CSU endotype op basis van biomarkers.
De startdosering van ciclosporine verschilt per patiënt en is afhankelijk van comorbiditeiten, de wens van de patiënt, de ziekteactiviteit, de initiële respons op omalizumab en het risico op bijwerkingen. De werkzaamheid van ciclosporine in combinatie met een tweede generatie H1-antihistaminicum is aangetoond in verschillende RCT’s. Ciclosporine is off-label voor de behandeling van chronische urticaria en wordt daarom alleen aanbevolen voor patiënten met ernstige ziekte die refractair zijn en/of bijwerkingen hebben bij behandeling met opgehoogde dosering antihistaminica in combinatie met omalizumab.
Verder adviseert de werkgroep, op basis van expert opinie, om orale corticosteroïden alleen te gebruiken bij exacerbaties van CU tijdens behandeling met antihistaminica en/of omalizumab/dupilumab. Een korte kuur van maximaal 7 dagen kan nuttig zijn om ziekteduur/activiteit te verminderen. Echter langdurig gebruik, gezien de vele bijwerkingen, wordt niet geadviseerd (Zuberbier, 2022).
Er zijn momenteel veel lopende onderzoeken naar behandelingen voor CU, waaronder naar Bruton’s tyrosine kinase-remmer (BTK-remmer) remibrutinib. Dit middel wordt naar verwachting op termijn goedgekeurd en toegelaten voor de behandeling van patiënten met CSU die onvoldoende baat hebben bij een (opgehoogde) dosering van 2e generatie H1-antihistaminica. Op dit moment is echter nog geen uitspraak te doen over de uiteindelijke plaatsbepaling van remibrutinib, mede vanwege het ontbreken van gegevens over vergoeding en beschikbaarheid.
Waarden en voorkeuren van patiënten
De klachten van CU verschillen per patiënt en beïnvloeden vaak het dagelijks leven, inclusief werk en sociale activiteiten. Symptomen zoals jeuk en zwellingen kunnen leiden tot verminderde productiviteit en slaapgebrek. Daarom is het cruciaal dat het behandelplan in samenspraak met de patiënt wordt opgesteld, waarbij persoonlijke ervaringen en omstandigheden worden meegenomen.
Dit betekent dat de verschillende behandelopties en mogelijke bijwerkingen goed worden uitgelegd. Bij de keuze voor een behandeling moeten belangrijke afwegingen zoals de invloed op functioneren (werk, onderwijs, sociaal) worden overwogen, en klachten moeten nauwkeurig worden gevolgd en waar nodig de medicatie aangepast.
Naast urticaria-medicatie wordt ook naar andere behandelingen gekeken, met oog voor psychosociale ondersteuning. De behandeling omvat een zorgvuldige planning van voorschrijftermijnen en duidelijke afspraken over hoe te handelen bij klachten. Dit omvat monitoring via vragenlijsten, dagboeken, apps, en (tussentijdse) contactmogelijkheden zoals digitaal, telefonisch, of fysieke consulten.
Aanvaardbaarheid en haalbaarheid
Bij het opvolgen van de aanbevelingen verwacht de commissie geen belangrijke neveneffecten zoals toepasbaarheid en eventuele kostenstijgingen. De behandeling met dupilumab gaat gepaard met relatief hoge kosten. Naar verwachting zal dit echter slechts een klein aantal patiënten betreffen dat daadwerkelijk met dit middel behandeld wordt (zie voor de meest actuele kosten (www.medicijnkosten.nl). Daar staat tegenover dat de kosten van behandeling met omalizumab inmiddels zijn gedaald door de beschikbaarheid van een biosimilar. Dupilumab is daarnaast een bestaande behandeloptie voor patiënten met constitutioneel eczeem, waardoor veel behandelaars hier de afgelopen jaren reeds ervaring mee hebben opgedaan. De aanbevelingen zijn derhalve aanvaardbaar en haalbaar voor alle belanghebbenden.
Onderbouwing
Achtergrond
Het stepped-care model biedt een gestructureerde aanpak voor de behandeling van CU bij volwassenen. Deze benadering omvat verschillende behandelstappen die progressief worden toegepast, afhankelijk van de ernst van de symptomen en de respons op eerdere behandelingen. Het stepped-care model benadrukt het belang van een individuele benadering van de behandeling, waarbij de therapie wordt aangepast aan de specifieke behoeften en respons van elke patiënt. De behandeling richt zich op het onderdrukken van de symptomen. CU is op dit moment niet te genezen.
Conclusies / Summary of Findings
Kwaliteit van bewijs
Antihistaminica viermaal daagse dosering versus eenmaal daagse dosering
Click here to see these tables in a document
|
Certainty assessment |
|
|
|
|
|
|
Aantal patiënten |
|
Effect |
|
Certainty |
Importantie |
|
Aantal studies |
Studieopzet |
Risk of bias |
Inconsistentie |
Indirect bewijs |
Onnauwkeurigheid |
Andere factoren |
Hoge dosering antihistaminica |
Normale dosering antihistaminica |
Relatief (95% CI) |
Absoluut (95% CI) |
|
|
|
Gedeeltelijk onder controle [kim,2023] (follow up: 4 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 (n=109) |
gerandomiseerde trials |
ernstiga |
niet ernstig |
ernstigb |
zeer ernstigc |
niet gevonden |
19/54 (35.2%) |
21/55 (38.2%) |
RR 0.92 (0.56 tot 1.51) |
31 minder per 1.000 (from 168 minder tot 195 meer) |
⨁◯◯◯ Zeer laag |
CRUCIAAL |
|
Goed onder controle [Kim, 2023] (follow up: 4 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 (n=109) |
gerandomiseerde trials |
ernstiga |
niet ernstig |
ernstigb |
ernstigd |
niet gevonden |
28/54 (51.9%) |
19/55 (34.5%) |
RR 1.50 (0.96 tot 2.34) |
173 meer per 1.000 (from 14 minder tot 463 meer) |
⨁◯◯◯ Zeer laag |
CRUCIAAL |
|
UAS7=0 [Kim, 2023] (follow up: 4 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 (n=109) |
gerandomiseerde trials |
ernstiga |
niet ernstig |
ernstigb |
ernstigd |
niet gevonden |
13/53 (24.5%) |
9/55 (16.4%) |
RR 1.50 (0.70 tot 3.21) |
82 meer per 1.000 (from 49 minder tot 362 meer) |
⨁◯◯◯ Zeer laag |
CRUCIAAL |
|
Veiligheid (bijwerkingen) (follow up: 4 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 (n=109) |
gerandomiseerde trials |
ernstiga |
niet ernstig |
ernstigb |
zeer ernstigc |
niet gevonden |
8/54 (14.8%) |
10/55 (18.2%) |
RR 0.81 (0.32 tot 1.78) |
35 minder per 1.000 (from 124 minder tot 142 meer) |
⨁◯◯◯ Zeer laag |
BELANGRIJK |
CI: Confidence interval; RR: Risk ratio
Explanations
a. Participanten, personeel en de beoordelaars van de uitkomsten waren niet geblindeerd
b. Interventie en controle bestonden uit subgroepen niet volledig overeenkomend met PICO
c. Zeer breed betrouwbaarheidsinter
Omalizumab 300 mg vs placebo
|
Certainty assessment |
|
|
|
|
|
|
Aantal patiënten |
|
Effect |
|
Certainty |
Importantie |
|
Aantal studies |
Studieopzet |
Risk of bias |
Inconsistentie |
Indirect bewijs |
Onnauwkeurigheid |
Andere factoren |
Omalizumab |
Placebo |
Relatief (95% CI) |
Absoluut (95% CI) |
|
|
|
Verschil DLQI [Giménez, 2022] (follow up: 12 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 (n=128) |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstiga |
niet ernstig |
niet gevonden |
Er was geen klinisch relevant verschil in least square mean tussen omalizumab en placebo. Er is waarschijnlijk nauwelijks effect op de kwaliteit van leven bij gebruik van omalizumab. |
|
|
|
⨁⨁⨁◯ Redelijk |
BELANGRIJK |
|
UAS7=0 [Maurer, 2019; Yuan, 2022] (follow up: 12 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 (n=378) |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet gevonden |
84/252 (33.3%) |
4/126 (3.2%) |
RR 9.39 (3.74 tot 23.60) |
266 meer per 1.000 (from 87 meer tot 717 meer) |
⨁⨁⨁⨁ Hoogd |
CRUCIAAL |
|
UAS7<6 [Yuan, 2022] (follow up: 12 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 (n=250) |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet gevonden |
81/167 (48.5%) |
9/83 (10.8%) |
RR 4.47 (2.37 tot 8.45) |
376 meer per 1.000 (from 149 meer tot 808 meer) |
⨁⨁⨁⨁ Hooge |
CRUCIAAL |
|
Veiligheid (ernstige bijwerkingen) [Maurer, 2019; Yuan, 2022] (follow up: 12 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 (n=378) |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstigb |
ernstigc |
niet gevonden |
10/252 (4.0%) |
10/126 (7.9%) |
RR 0.50 (0.20 tot 1.16) |
40 minder per 1.000 (from 63 minder tot 13 meer) |
⨁⨁◯◯ Laag |
CRUCIAAL |
CI: Confidence interval; MD: Mean difference; RR: Risk ratio
Explanations
a. LS mean en SE gebruikt
b. Voor de uitkomst zijn het aantal patiënten genomen dat tenminste 1 ernstige bijwerking hebben gemeld
c. Breed betrouwbaarheidsinterval
d. In Zuberbier et al. (2021) zijn in totaal 6 RCT’s met dezelfde uitkomst, gevonden effect voor omalizumab RR 6.34 (4.13 tot 9.74), kwaliteit van bewijs hoog
e. In Zuberbier et al. (2021) zijn in totaal 6 RCT’s met dezelfde uitkomst, gevonden effect voor omalizumab RR 3.70 (2.83 tot 4.82), kwaliteit van bewijs hoog
Dupilumab versus placebo
|
Certainty assessment |
|
|
|
|
|
|
Aantal patiënten |
|
Effect |
|
Certainty |
Importantie |
|
Aantal studies |
Studieopzet |
Risk of bias |
Inconsistentie |
Indirect bewijs |
Onnauwkeurigheid |
Andere factoren |
dupilumab |
placebo |
Relatief (95% CI) |
Absoluut (95% CI) |
|
|
|
UAS7<6 [Maurer, 2024 (Studie A+B)] (follow up: 24 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 (n=246) |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstiga |
niet gevonden |
45/124 (36.3%) |
26/122 (21.3%) |
RR 1.70 (1.13 tot 2.56) |
149 meer per 1.000 (from 28 meer tot 332 meer) |
⨁⨁⨁◯ Redelijk |
CRUCIAAL |
|
UAS7=0 [Maurer, 2024 (Studie A+B)] (follow up: 24 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 (n=246) |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstiga |
niet gevonden |
29/124 (23.4%) |
14/122 (11.5%) |
RR 2.03 (1.13 tot 3.64) |
118 meer per 1.000 (from 15 meer tot 303 meer) |
⨁⨁⨁◯ Redelijk |
CRUCIAAL |
|
Veiligheid (bijwerkingen) [Maurer, 2024 (Studie A+B)] (follow up: 24 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 (n=246) |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstiga |
niet gevonden |
69/122 (56.6%) |
71/124 (57.3%) |
RR 0.99 (0.77 tot 1.19) |
6 minder per 1.000 (from 132 minder tot 109 meer) |
⨁⨁⨁◯ Redelijk |
CRUCIAAL |
CI: Confidence interval; RR: Risk ratio
Explanations
a. Betrouwbaarheidsinterval is breed (kan gaan om een klinisch relevant en niet klinisch relevant effect)
Remibrutinib versus placebo
|
Certainty assessment |
|
|
|
|
|
|
Aantal patiënten |
|
Effect |
|
Certainty |
Importantie |
|
Aantal studies |
Studieopzet |
Risk of bias |
Inconsistentie |
Indirect bewijs |
Onnauwkeurigheid |
Andere factoren |
Remibrutinib |
placebo |
Relatief (95% CI) |
Absoluut (95% CI) |
|
|
|
UAS7≤6 [Maurer, 2022] (follow up: 12 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstiga |
ernstigb |
niet gevonden |
126/267 (47.2%) |
12/42 (28.6%) |
RR 1.65 (1.01 tot 2.71) |
186 meer per 1.000 (from 3 meer tot 489 meer) |
⨁⨁◯◯ Laag |
CRUCIAAL |
|
UAS7=0 [Maurer, 2022] (follow up: 12 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstiga |
ernstigb |
niet gevonden |
84/267 (31.5%) |
6/42 (14.3%) |
RR 2.20 (1.03 tot 4.72) |
171 meer per 1.000 (from 4 meer tot 531 meer) |
⨁⨁◯◯ Laag |
CRUCIAAL |
|
Veiligheid (bijwerkingen) [Maurer, 2022] (follow up: 12 weken) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 |
gerandomiseerde trials |
niet ernstig |
niet ernstig |
ernstiga,c |
ernstigb |
niet gevonden |
155/267 (58.1%) |
18/42 (42.9%) |
RR 1.35 (0.94 tot 1.95) |
150 meer per 1.000 (from 26 minder tot 407 meer) |
⨁⨁◯◯ Laag |
CRUCIAAL |
CI: Confidence interval; RR: Risk ratio
Explanations
a. Verschillende doseringen remibrutinib samen genomen
b. Breed betrouwbaarheidsinterval, daadwerkelijke effect kan klinisch relevant of niet klinisch relevant zijn
c. Voor de uitkomst zijn het aantal patiënten genomen dat tenminste 1 bijwerking hebben gemeld
Samenvatting literatuur
De zoekstrategie werd verricht op 03-03-2024. Er werden in totaal 27 studies geïncludeerd op basis van beoordeling van titel en abstract. Uiteindelijk zijn er na full tekst screening 5 studies geïncludeerd waarvan in totaal 6 publicaties. Er werden twee aanvullende studies (Seogiharto, 2025 en Metz, 2025) aangeleverd door de werkgroep, de GRADE-beoordeling werd op basis van deze aanvullende artikelen niet opnieuw uitgevoerd. Specifieke redenen voor exclusie zijn beschreven in de evidence tabellen.
Beschrijving van de resultaten bij patiënten met CSU
Viervoudige dosisverhoging antihistaminica
De studie van Kim et al. (2023) is een prospectieve, gerandomiseerde, open-label studie. In totaal werden 109 patiënten gerandomiseerd in twee groepen: de groep met een viervoudige dosering van antihistaminica (n=54) en de groep met een normale dosering antihistaminica (n=55). Na vier weken had 19 (35,2%) van de patiënten in de groep met dosisverhoging een redelijke respons, tegenover 21(38,2%) bij normale dosering. Daarnaast had 28 (51,9%) in de groep met dosisverhoging een goede respons, vergeleken met 19 (34,5%) bij normale dosering, dit verschil was significant (p=0,031). In totaal bereikte 13 (24,5%) van de patiënten met een hoge dosering complete respons (UAS=0) en 9 (16,4%) met een normale dosering, dit was niet significant (p=0,292). Het is onzeker wat het effect is van een viervoudige dosering antihistaminica op de effectiviteit. In de gevonden studies van Zuberbier et al. (2022) lijkt er geen verschil in effectiviteit te zijn tussen normale dosering en viervoudige dosering, de bewijskracht hiervoor is redelijk.
Omalizumab
Yuan et al. (2022) voerden een dubbelblinde, gerandomiseerde gecontroleerde studie (RCT) uit naar de effectiviteit van omalizumab als add-on therapie bij antihistaminica. In totaal werden 403 patiënten gerandomiseerd in drie groepen: omalizumab 300 mg elke 4 weken (n=168), omalizumab 150 mg elke 4 weken (n=167) en placebo (n=83). Na 12 weken verbeterde de gemiddelde UAS7 bij omalizumab 300 mg 10,19 (p<0,001) ten opzichte van de placebogroep en 9,12 (p<0,001) bij omalizumab 150 mg. In totaal bereikte 62 (36,9%%) patiënten in de 300 mg groep een complete respons (UAS7=0), 39 (23,3%) patiënten in de 150 mg groep en 4 (4,8%) patiënten in de placebogroep. Een gedeeltelijke respons (UAS7 ≤ 6) werd gezien bij 81 patiënten (48,2%) in de 300 mg groep, 79 patiënten (47,3%) in de 150 mg groep en 9 (10,8%) patiënten in de placebogroep. De DLQI-score verbeterde na 12 weken met 4 punten (p= 0.002) in de 300 mg groep ten opzichte van de placebogroep en met 3,5 punten (p= 0.002) in de 150 mg groep. Bijwerkingen kwamen iets vaker voor in de 300 mg groep. Er werd één ernstige bijwerking gemeld in de omalizumab 150 mg groep, namelijk een pelvic inflammatory disease (PID), hoewel dit onwaarschijnlijk niet gerelateerd is aan omalizumab.
De publicaties van Maurer et al. (2019) en Giménez et al. (2022) betroffen dezelfde studie. Hierbij werd er gekeken naar de effectiviteit van ligelizumab en omalizumab ten opzichte van placebo bij patiënten met CSU in dezelfde studie populatie. Voor de uitgangsvraag van deze module is alleen gekeken naar de uitkomsten van omalizumab. In totaal werden 388 patiënten gerandomiseerd waarvan 85 patiënten werden behandeld met 300 mg omalizumab en 43 met een placebo injectie. In de publicatie van Maurer et al. (2019) bleek na 12 weken gebruik van omalizumab 22 (5,88%) patiënten een UAS7 score van 0 te bereiken ten opzichte van 0 (0%) patiënten in de placebogroep. De least square mean DLQI in de interventie-groep daalde met 8,35 (standard error (SE) 0,79) ten opzichte van baseline en 6,99 (1.11) in de placebogroep (Giménez, 2022).
De gevonden bewijskracht voor de effectiviteit van omalizumab is hoog. Dit bevestigt wat in de internationale richtlijn is gevonden. Het effect na 12 weken (complete respons) van de nieuwere studies is hoger dan de studies gevonden in de internationale richtlijn RR 6.34 (4.13 tot 9.74 versus RR 9.39 (3.74 tot 23.60), dit kan betekenen dat het daadwerkelijk effect hoger ligt dan beschreven door Zuberbier et al. (2022). Omalizumab geeft een grote vermindering van de klachten van CSU.
Dupilumab
De studie van Maurer et al. (2024) bestaat uit twee dubbelblinde RCT-studies, CUPID A en CUPID B. In totaal werden 246 patiënten,138 patiënten in studie A en 108 patiënten in studie B, gerandomiseerd in een interventiegroep (n=124) en een placebogroep (n=122). De patiënten in studie A waren nooit eerder behandeld met omalizumab, terwijl de patiënten in studie B eerder zonder succes waren behandeld met omalizumab vanwege bijwerkingen of onvolledige respons. In studie A toonde behandeling met dupilumab significant betere resultaten in vergelijking met placebo. De UAS7-score verbeterde met gemiddeld 20,5 punten in de dupilumab-groep, vergeleken met 12,0 punten in de placebogroep (p=0,0003). Na 24 weken had 32 (45,7%) van de patiënten in de dupilumab-groep goede respons (UAS7 ≤ 6) ten opzichte van 16(23,5%) in de placebo-groep. In de interventie-groep bereikte 22 (31,4%) een complete respons (UAS7 = 0), versus 9 (13,2%) in de placebogroep.
In studie B verbeterde de UAS7-score met gemiddeld 14,4 punten in de dupilumab-groep, vergeleken met 8,5 punten in de placebogroep (p=0,0390). Na 24 weken had 13(24,1%) van de patiënten in de dupilumab-groep een goede respons versus 10 (18,5%) in de placebogroep. In totaal bereikte 7(13,0%) een complete respons in vergelijking met 5 (9,3%) in de placebogroep. Studie A vond een groter effect ten opzichte van studie B waarbij de respons in de placebogroep van studie A hoger was dan studie B. Het aantal bijwerkingen was vergelijkbaar tussen de dupilumab- en placebogroepen. De meest voorkomende bijwerkingen waren nasofaryngitis, urticaria en erytheem op de injectieplaats. Er werden geen significante verschillen gevonden in ernstige bijwerkingen tussen de groepen.
Na het uitvoeren van de oorspronkelijke literatuursearch is een aanvullend artikel gepubliceerd met gegevens uit de CUPID C-trial (Casale, 2024). De resultaten van deze studie bevestigen de bevindingen uit de CUPID A-trial. Op basis van dit aanvullende artikel is de GRADE-beoordeling niet opnieuw uitgevoerd, en er is vooralsnog geen nieuwe literatuursearch verricht.
Ciclosporine
In het evidence report van de internationale richtlijn van Zuberbier et al. [2022] zijn twee RCT’s beschreven naar de effectiviteit van ciclosporine versus placebo. Er werd geen verschil gevonden in effect voor de uitkomsten complete respons en goede respons na 4 weken. Dit was tevens zo voor de veiligheid. De bewijskracht hiervoor was hoog. Er werd wel een positief effect gevonden voor ciclosporine voor de uitkomsten goede respons en verschil in UAS7 na 1-2 weken. De bewijskracht hiervoor was redelijk.
Remibrutinib
Let op: de EMA-registratieaanvraag is in behandeling, er is geen vergoedingsstatus beschikbaar (januari 2026).
De studie van Maurer et al. (2022) is een dubbelblinde dose finding RCT naar de effectiviteit en veiligheid van remibrutinib bij patiënten met CSU. In totaal werden 311 patiënten gerandomiseerd over zeven groepen; remibrutinib 10 mg eenmaal daags (1dd) (n=44), remibrutinib 35 mg 1dd (n=44), remibrutinib 100 mg 1dd (n=47), remibrutinib 10 mg tweemaal daags (2dd) (n=44), remibrutinib 25 mg 2dd (n=44), remibrutinib 100 mg 2dd (n=45) en placebo (n=43). Gedurende de gehele interventie periode van 12 weken gebruikten de patiënten tevens antihistaminica. Alle doseringen laten een significante afnamen in de UAS score zien na 4 weken ten opzichte van placebo, welke behouden bleef tot 12 weken. Het grootste effect was zichtbaar bij de 25 mg 2dd dosis. Voor het bepalen van het effect zijn alle dosisgroepen samengenomen. Het percentage dat een goede respons (UAS7 ≤ 6) vertoonde was voor remibrutinib 126 (47,2%) versus 12 (28,6%) in de placebogroep na 4 weken. In totaal behaalde 84 (31,5%) in de remibrutinib-groep na 4 weken een complete respons (UAS7=0) in vergelijking tot 6 (14,3%) in de placebogroep.
De meest voorkomende bijwerkingen waren infecties en huidaandoeningen, waaronder opvlammingen van CSU. Ernstige bijwerkingen, zoals ureterolithiasis, verergering van lymfadenopathie en CSU en werden zelden als gerelateerd aan de behandeling beschouwd. Het bewijs voor de effectiviteit van remibrutinib is van lage kwaliteit waarbij het effect niet erg groot lijkt. Remibrutinib zou de klachten van CSU enigszins kunnen verminderen. Maurer et al. (2022) concludeerde dat de dosering 25 mg 2dd het meest effectief bleek.
Ruim na het uitvoeren van de literatuursearch is door de werkgroep nog een aanvullend artikel ingebracht. Het betreft een publicatie uit 2025 waarin de effectiviteit en veiligheid van remibrutinib bij patiënten met urticaria wordt onderzocht. Deze studie wordt hieronder kort besproken.
De GRADE-beoordeling werd op basis van dit aanvullende artikel niet opnieuw uitgevoerd, en er is op dit moment geen aanvullende literatuursearch verricht. In de toekomst kan de module betreffende de behandeling van urticaria opnieuw worden herzien, mede met het oog op de ontwikkeling en beschikbaarheid van nieuwe behandelopties.
Metz et al. (2025) voerden twee identieke fase III multicenter, dubbelblinde, gerandomiseerde placebogecontroleerde studies uit (REMIX-1 en REMIX-2) naar de effectiviteit en veiligheid van remibrutinib bij patiënten met symptomatische chronische spontane urticaria (CSU) die onvoldoende reageerden op tweedegeneratie H1-antihistaminica. In REMIX-1 en REMIX-2 werden respectievelijk 470 en 455 patiënten geïncludeerd. In beide studies werden patiënten in een 2:1 verhouding gerandomiseerd in een groep met 25 mg remibrutinib tweemaal daags (REMIX-1: n=313; REMIX-2: n=300) of een placebogroep (REMIX-1: n=157; REMIX-2: n=155).
In de groep patiënten op remibrutinib werd een significant grotere daling van de UAS7 score op week 12 aangetoond vergeleken met de placebo groep (least-square mean [±SE] verandering: −20,0±0,7 versus −13,8±1,0 [P<0,001] in REMIX-1 en −19,4±0,7 versus −11,7±0,9 [P<0,001] in REMIX-2), en dit effect bleef aanhouden tot week 24. Op week 12 had een significant groter percentage patiënten in de remibrutinibgroep een UAS7 ≤ 6 (REMIX-1: 49,8% versus 24,8% [P<0,001]; REMIX-2: 46,8% versus 19,6% [P<0,001]) en een UAS7 = 0 (REMIX-1: 31,1% versus 10,5% [P<0,001]; REMIX-2: 27,9% versus 6,5% [P<0,001]). Het percentage patiënten met (ernstige) bijwerkingen was vergelijkbaar tussen de remibrutinib- en placebogroepen, hoewel petechiën vaker werd gerapporteerd in de remibrutinibgroep (3,8% versus 0,3%, op basis van de gecombineerde gegevens van REMIX-1 en REMIX-2).
Beschrijving van de resultaten bij CIndU
Viervoudige dosering antihistaminica
Bij koude-urticaria is een viervoudige dosering ten opzichte van de normale dosering effectiever. Dit bewijs is van lage kwaliteit. Er werd geen verschil gevonden op het gebied van veiligheid. Dit bewijs is van hoge kwaliteit (Zuberbier, 2022).
Orale corticosteroïden
In de internationale richtlijn wordt beschreven dat er geen verschil werd gevonden in effectiviteit en veiligheid wanneer betamethason 2 mg wel of niet werd gebruikt als add-on therapie bij symptomatisch dermografisme. De bewijskracht hiervoor was zeer laag tot laag (Zuberbier, 2022).
Omalizumab
De werkgroep van de internationale richtlijn rapporteert dat meerdere studies hebben gerapporteerd dat omalizumab effectief is in de behandeling van CIndU, waaronder cholinergische urticaria, koude urticaria, solaire urticaria, warmte urticaria, symptomatische dermografisme en vertraagde drukurticaria (Zuberbier, 2022).
De retrospectieve studie van Soegiharto et al. (2025) onderzocht de effectiviteit, veiligheid en geschatte behandelduur van omalizumab, evenals de voorspellers hiervan en de verschillen tussen CIndU-subtypes in een groot lange termijn cohort. In totaal omvatte de studie 234 patiënten met CIndU, waarvan 76% (n=178) uitsluitend CIndU had en 24% (n=56) een combinatie van CIndU en CSU. Van de CIndU-patiënten met beschikbare responsgegevens (n=200) vertoonde 73% (n=145) een complete (UCT=16) of goede (UCT 12-15) respons op de behandeling met omalizumab, zonder significante verschillen tussen de CIndU-subtypes. In totaal stopten 62 patiënten (26%) met omalizumab, waarvan 47% (n=29) vanwege goed gecontroleerde ziekte, 34% (n=21) vanwege ineffectiviteit, 3% (n=2) vanwege bijwerkingen, 3% (n=2) door een combinatie van ineffectiviteit en bijwerkingen, en 13% (n=8) om andere redenen. De geschatte mediane behandelingsduur met omalizumab was meer dan 5 jaar, voornamelijk bepaald door goed gecontroleerde ziekte. Een hogere leeftijd voorspelde een lagere kans op het staken van omalizumab vanwege goed gecontroleerde ziekte (HR 0,969, 95% CI 0,945-0,995). Het CIndU-subtype en de aanwezigheid van CSU hadden geen invloed op de respons of de tijd tot het stoppen van omalizumab, ongeacht de reden. De studie concludeerde dat omalizumab zeer effectief en veilig is voor CIndU-patiënten, waarbij de lange geschatte behandelduur voornamelijk de lange ziekteduur weerspiegelt.
Risk of bias
De vijf geïncludeerde studies hebben een redelijk laag risico op risk of bias. De studie van Kim et al. (2023) heeft gezien dit een open label studie is de meeste risico op performance en detection bias. De Risk of bias analyse is te vinden in de evidence tabellen.
Zoeken en selecteren
Om de uitgangsvraag te beantwoorden zijn de uitkomsten te vinden in het evidence report van de internationale richtlijn van Zuberbier et al. (2022) als basis genomen. De zoekstrategie van Zuberbier et al. (2022) liep tot 2020. Om de recentere gepubliceerde artikelen te includeren in de richtlijn is een systematische literatuuranalyse vanaf 2020 uitgevoerd, deze werd verricht op 03-04-2024. Sommige middelen werden door Zuberbier et al. (2022) niet opgenomen in de richtlijn, hiervoor is de systematische literatuuranalyse verder uitgebreid.
Voor dit onderzoek is de volgende PICO opgesteld:
| P: | Patiënten met CU |
| I: |
Tweede generatie antihistaminica (cetirizine, desloradatine, ebastine, fexofenadine, levocetirizine, rupatadine) Leukotriene receptor antagonisten Omalizumab Ciclosporine Orale corticosteroïden (prednison, prednisolon, methylprednisolon, triamcinolon, betamethason, dexamethason) Remibrutinib Dupilumab |
| C: | Placebo of add-on vergelijkingen |
| O: |
Gemiddelde afname in wekelijkse Urticaria activiteitenscore (UAS7) Bijwerkingen Percentage deelnemers dat binnen een maand na het stoppen met de interventie terugvalt Percentage deelnemers met volledige onderdrukking van urticaria Percentage deelnemers met 'goede' of 'uitstekende' respons Verbetering in kwaliteit van leven |
De werkgroep definieerde de uitkomstmaten als volgt en hanteerde de in de studies gebruikte definities.
Primair (cruciaal):
- Gemiddelde afname in wekelijkse Urticaria activiteitenscore (UAS7)
- Bijwerkingen
- Percentage deelnemers dat binnen een maand na het stoppen met de interventie terugvalt
- Percentage deelnemers met volledige onderdrukking van urticaria
- Percentage deelnemers met 'goede' of 'uitstekende' respons
Secundair (belangrijk):
- Verbetering in kwaliteit van leven
Er werd een systematische zoekstrategie uitgevoerd in de elektronische databases Embase en Medline. De zoekstrategie is toegevoegd bij de Verantwoording. Studies werden geïncludeerd wanneer deze overeenkwamen met de elementen van de PICO en aan de volgende in- en exclusiecriteria voldeden:
Inclusie:
- Patiënten met CU
- SR, RCT’s en CCT’s, observationeel vergelijkende studies
- Volledig tekst beschikbaar in Nederlands of Engels
Exclusie:
- Dierenstudies
- Follow-up van korter dan 4 weken
- Observationeel niet vergelijkende studies
Referenties
- Casale, T. et al. (2024) Dupilumab significantly improves itch and hives in patients with chronic spontaneous urticaria (CUPID study C). Annals of Allergy, Asthma & Immunology, Volume 133, Issue 6, S2.
- Giménez-Arnau, A., Maurer, M., Bernstein, J., Staubach, P., Barbier, N., Hua, E., Severin, T., Joubert, Y., Janocha, R., & Balp, M. M. (2022). Ligelizumab improves sleep interference and disease burden in patients with chronic spontaneous urticaria. Clinical and translational allergy, 12(2), e12121. https://doi.org/10.1002/clt2.12121.
- Kim, M. A., Choi, J. H., Shin, Y. S., Park, H. S., Ye, Y. M., & KAAACI Work Group on Urticaria/Angioedema/Anaphylaxis (2023). Efficacy of Second-Line Treatments in Chronic Urticaria Refractory to Standard Dose Antihistamines. Allergy, asthma & immunology research, 15(4), 496–511. https://doi.org/10.4168/aair.2023.15.4.496.
- Maoz-Segal R, Levy T, Haj-Yahia S, Offengenden I, Iancovich-Kidon M, Agmon-Levin N. Combination therapy with omalizumab and an immune-suppressive agent for resistant chronic spontaneous rrticaria - A real-life experience. World Allergy Organ J. 2020 Aug 4;13(8):100448. doi: 10.1016/j.waojou.2020.100448. PMID: 32774663; PMCID: PMC7403771.
- Maurer, M., Berger, W., Giménez-Arnau, A., Hayama, K., Jain, V., Reich, A., Haemmerle, S., Lheritier, K., Walsh, P., Xia, S., & Storim, J. (2022). Remibrutinib, a novel BTK inhibitor, demonstrates promising efficacy and safety in chronic spontaneous urticaria. The Journal of allergy and clinical immunology, 150(6), 1498–1506.e2. https://doi.org/10.1016/j.jaci.2022.08.027.
- Maurer, M., Fluhr, J. W., & Khan, D. A. (2018). How to Approach Chronic Inducible Urticaria. The journal of allergy and clinical immunology. In practice, 6(4), 1119–1130. https://doi.org/10.1016/j.jaip.2018.03.007.
- Maurer, M., Giménez-Arnau, A. M., Sussman, G., Metz, M., Baker, D. R., Bauer, A., Bernstein, J. A., Brehler, R., Chu, C. Y., Chung, W. H., Danilycheva, I., Grattan, C., Hébert, J., Katelaris, C., Makris, M., Meshkova, R., Savic, S., Sinclair, R., Sitz, K., Staubach, P., Janocha, R. (2019). Ligelizumab for Chronic Spontaneous Urticaria. The New England journal of medicine, 381(14), 1321–1332. https://doi.org/10.1056/NEJMoa1900408.
- Maurer, M., Casale, T. B., Saini, S. S., Ben-Shoshan, M., Giménez-Arnau, A. M., Bernstein, J. A., Yagami, A., Stjepanovic, A., Radin, A., Staudinger, H. W., Patel, N., Amin, N., Akinlade, B., Fan, C., Bauer, D., Yancopoulos, G. D., Patel, K., Mannent, L. P., & Laws, E. (2024). Dupilumab in patients with chronic spontaneous urticaria (LIBERTY-CSU CUPID): Two randomized, double-blind, placebo-controlled, phase 3 trials. The Journal of allergy and clinical immunology, S0091-6749(24)00196-9. Advance online publication. https://doi.org/10.1016/j.jaci.2024.01.028.
- Metz, M., Giménez-Arnau, A., Hide, M., Lebwohl, M., Mosnaim, G., Saini, S., Sussman, G., Szalewski, R., Haemmerle, S., Lheritier, K., Martzloff, E. D., Seko, N., Wang, P., Zharkov, A., Maurer, M., REMIX-1 and REMIX-2 Investigators, REMIX-1 Investigators, & REMIX-2 Investigators (2025). Remibrutinib in Chronic Spontaneous Urticaria. The New England journal of medicine, 392(10), 984–994. https://doi.org/10.1056/NEJMoa2408792.
- Ritzel, D., & Altrichter, S. (2024). Chronic Inducible Urticaria. Immunology and allergy clinics of North America, 44(3), 439–452. https://doi.org/10.1016/j.iac.2024.03.003.
- Sánchez J, Alvarez L, Cardona R. Cyclosporine and omalizumab together: A new option for chronic refractory urticaria. J Allergy Clin Immunol Pract. 2020 Jun;8(6):2101-2103. doi: 10.1016/j.jaip.2020.02.012. Epub 2020 Feb 26. PMID: 32112923.
- Soegiharto, R., Alizadeh Aghdam, M., Sørensen, J. A., van Lindonk, E., Bulut Demir, F., Mohammad Porras, N., Matsuo, Y., Kiefer, L., Knulst, A. C., Maurer, M., Ritchie, C., Rudenko, M., Kocatürk, E., Criado, R. F. J., Gregoriou, S., Bobylev, T., Kleinheinz, A., Takahagi, S., Hide, M., Giménez-Arnau, A. M., … Röckmann, H. (2025). Omalizumab is effective and safe in chronic inducible urticaria (CIndU): Real-world data from a large multi-national UCARE study. Allergy, 80(2), 489–499. https://doi.org/10.1111/all.16334.
- Yuan, W., Hu, S., Li, M., Yang, L., Liu, L., Zheng, M., Guo, Z., Song, Z., Zhang, C., Diao, Q., Xu, J., Richard, A., Patwardhan, M., Lyu, T., Uddin, A., Fogel, R., Ligueros-Saylan, M., & Zheng, J. (2022). Efficacy and safety of omalizumab in Chinese patients with anti-histamine refractory chronic spontaneous urticaria. Dermatologic therapy, 35(4), e15303. https://doi.org/10.1111/dth.15303.
- Zuberbier, T., Abdul Latiff, A. H., Abuzakouk, M., Aquilina, S., Asero, R., Baker, D., Ballmer-Weber, B., Bangert, C., Ben-Shoshan, M., Bernstein, J. A., Bindslev-Jensen, C., Brockow, K., Brzoza, Z., Chong Neto, H. J., Church, M. K., Criado, P. R., Danilycheva, I. V., Dressler, C., Ensina, L. F., Fonacier, L., … Maurer, M. (2022). The international EAACI/GA²LEN/EuroGuiDerm/APAAACI guideline for the definition, classification, diagnosis, and management of urticaria. Allergy, 77(3), 734–766. https://doi.org/10.1111/all.15090.
Evidence tabellen
Risico op bias tabellen
Randomized controlled trial (RCT)
Beoordeling risk of bias door middel van Cochrane collaboration tool.
|
Study reference
(first author, publication year) |
Describe method of randomisation1 |
Random sequence generation (selection bias)2
(high/unclear/low risk) |
Allocation concealment (selection bias)3
(high/unclear/low risk) |
Blinding of participants and personnel (performance bias)4,6 All outcomes
(high/unclear/low risk) |
Blinding of outcome assessor (detection bias)5,6 All outcomes
(high/unclear/low risk) |
Incomplete outcome data (attrition bias)7 All outcomes
(high/unclear/low risk) |
Selective reporting (reporting bias)8
(high/unclear/low risk) |
Other bias9
(high/unclear/low risk) |
|
Kim, 2023 |
Randomisatie werd uitgevoerd volgens een ‘balanced block design’ met een centraal gegenereerde randomisatiecode. |
Low risk |
Low risk |
High risk
(open label studie) |
High risk
(open label studie) |
Low risk
<10% lost to follow up, reden niet genoemd. |
Low risk |
Low risk |
|
Maurer, 2024 |
Randomisatie werd uitgevoerd met behulp van interactieve responstechnologie |
Low risk |
Low risk |
Low risk |
Low risk |
Low risk 11% lost to follow up, reden worden genoemd. Niet waarschijnlijk op risk of bias. |
Low risk |
Low risk |
|
Maurer, 2022 |
Randomisatie werd uitgevoerd met behulp van interactieve responstechnologie |
Low risk |
Low risk |
Low risk |
Low risk |
Low risk 11% lost to follow up, reden worden genoemd. Niet waarschijnlijk op risk of bias. |
Low risk |
Low risk |
|
Maurer et al. [2019] / Giménez et al. [2022] |
Randomisatie werd uitgevoerd met behulp van interactieve responstechnologie |
Low risk |
Low risk |
Low risk |
Low risk |
Low risk 11% lost to follow up, reden worden genoemd. Niet waarschijnlijk op risk of bias. |
Low risk
|
Low risk |
|
Yuan, 2021 |
Randomisatie methode niet beschreven |
Unclear risk |
Unclear risk |
Low risk
(double blind studie) |
Low risk
(double blind studie) |
Low risk
<10% lost to follow up, redenen genoemd.
|
Low risk |
Low risk |
Overzicht van geëxcludeerde studies
|
Artikel |
Reden van exclusie |
|
Alrichter, 2024 |
Interventie komt niet overeen met PICO |
|
Bernstein, 2020 |
Geen controlegroep |
|
Bhanja, 2015 |
Interventie komt niet overeen met PICO |
|
Boonpiyathad, 2017 |
Al opgenomen in internationale richtlijnen |
|
Chen, 2024 |
Geen dosisverhoging van antihistaminica |
|
Di gioacchino, 2003 |
Artikel niet gevonden |
|
Engin, 2008 |
Interventie komt niet overeen met PICO |
|
Gabizon, 2020 |
Geen controlegroep |
|
Goswamy, 2022 |
Geen CU, alleen patiënten met angio-oedeem |
|
Grattan, 2000 |
Al opgenomen in internationale richtlijnen |
|
Honeywell, 2007 |
Artikel niet gevonden |
|
Jain, 2024 |
Geen controlegroep |
|
Leducq, 2020 |
Al opgenomen in internationale richtlijnen |
|
Morgan, 2014 |
Al opgenomen in internationale richtlijnen |
|
Pathania, 2019 |
Geen controlegroep |
|
Reeves, 2004 |
Interventie komt niet overeen met PICO |
|
Sanchez, 2020 |
Geen controlegroep |
|
Serhat inaloz, 2008 |
Uitkomstmaat komt niet overeen met PICO |
|
Shah, 2022 |
Geen controlegroep |
|
Sussman, 2020 |
Komt niet overeen met PICO |
|
Vena, 2006 |
Reeds opgenomen in internationale richtlijn |
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 28-01-2026
Beoordeeld op geldigheid : 28-01-2026
Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijn is de werkgroep grotendeels in stand gehouden. Op modulair niveau is een onderhoudsplan beschreven. Bij het opstellen van de richtlijn heeft de werkgroep per module een inschatting gemaakt over de maximale termijn waarop herbeoordeling moet plaatsvinden en eventuele aandachtspunten geformuleerd die van belang zijn bij een toekomstige herziening (update).
De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) is regiehouder van deze richtlijn Chronische Urticaria (CU) en eerstverantwoordelijke op het gebied van de actualiteitsbeoordeling van de richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de regiehouder over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.
Algemene gegevens
Aanleiding en afbakening onderwerp
Op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie is de richtlijn chronische urticaria in 2023-2024 modulair herzien. De herziening betreft overwegend de toevoeging van nieuwe modules met klinische relevante onderwerpen welke ontbraken of toe waren aan herziening: classificatie, monitoring van ziekteactiviteit, ziektecontrole en ziektelast, behandeling van CSU en CIndU bij volwassenen, behandeling bij kinderen, behandeling tijdens zwangerschap, borstvoeding en kinderwens, organisatie van zorg en gepersonaliseerd behandelplan.
Financiering
De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De SKMS ondersteunt medisch-specialistische beroepsverenigingen bij het bevorderen van de kwaliteit van zorg. De financiering heeft geen invloed gehad op de inhoudelijke totstandkoming van de richtlijn. De werkgroep heeft onafhankelijk gewerkt conform de geldende methodologische standaarden.
Doel en doelgroep
Doel
Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over begeleiding en behandeling van patiënten met chronische urticaria.
Doelgroep
De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroep. Daartoe behoren onder andere: Dermatologen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, Secundair kan de richtlijn nuttig zijn voor internisten, allergologen, kinderartsen, huisartsen en apothekers. Voor patiënten werd informatie op thuisarts.nl en een patiënten folder ontwikkeld.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden. Naast de afgevaardigden van de verschillende beroepsgroepen is er ook een patiëntvertegenwoordiger betrokken geweest bij de ontwikkeling van de richtlijn.
|
Werkgroepleden |
Vereniging |
|
Dr. H. Röckman, dermatoloog (voorzitter) |
NVDV |
|
Dr. M.B.A. van Doorn, dermatoloog |
NVDV |
|
Drs. B. Peters, dermatoloog |
NVDV |
|
Drs. M. Stadermann, kinderarts-allergoloog |
NVK |
|
Dr. J.N.G. Oude Elberink, internist-allergoloog |
NVvAKI |
|
P.A. Kentie, verpleegkundig specialist |
V&VN |
|
Prof. Dr. E.P. van Puijenbroek, arts, klinisch farmacoloog |
Lareb |
|
P. van den Broek, patiëntvertegenwoordiger |
HN |
|
C. Berkhof, patiëntvertegenwoordiger |
PU |
|
Ondersteuning werkgroep |
Vereniging |
|
Drs. T. M. Nlgisang, arts-onderzoeker (vanaf juni 2023) |
NVDV |
|
Drs. L.J. van den Oord, arts-onderzoeker (vanaf april 2024) |
NVDV |
|
Dr. W.A. van Enst, klinisch epidemioloog & directeur NVDV |
NVDV |
|
Drs. M.R. Masselink, arts-onderzoeker (vanaf april 2025) |
NVDV |
|
Drs. T. A. Teunissen, arts-onderzoeker (vanaf april 2025) |
NVDV |
Belangenverklaringen
De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciëring) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.
|
Werkgroeplid |
Hoofdfunctie(s) |
Nevenfunctie(s) |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Getekend op |
Acties (voorstel) |
|
Mw. Dr. H. Röckman, (voorzitter) |
Dermatoloog (UMC Utrecht) |
Geen |
(nationale) global adviesraad Novartis Sanofi
Research Roundup ThirdHarmonic
Spreker vergoeding Novartis |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
16-4-2023 |
Geen |
|
Dhr. Dr. M.B.A. van Doorn |
Dermatoloog-klinisch farmacoloog (Erasmus MC) 0,8 fte
Dermatoloog-klinisch farmacoloog (Centre for Human Drug Research) 0,2 fte |
Spreker, deelname aan adviesraden en organisatie van nascholingen i.s.m. de farmaceutische industrie waarvoor financiële vergoeding (Novartis, AbbVie, Pfizer, LEO pharma, Sanofi, Lilly, Janssen, UCB, BMS, Celgene, Third Harmonic) |
Adviseur voor Novartis (deelname adviesraden) |
Geen |
Uitvoering/deelname aan verschillende extern gefinancierde clinical trials op gebied van chronische urticaria (Novartis, Sanofi, ThirdHarmonic) |
Geen |
Geen |
25-09-2023 |
Geen |
|
Dhr. Drs. B. Peters |
Dermatoloog (Rijnstate) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Mw. Drs. M. Stademann |
Kinderarts-allergoloog (UMC Utrecht en Diakonessenhuis Utrecht)
Adviseur Allergie team (Kinderkliniek Almere) |
Bestuursectie KinderAllergologie (NVK)
Organisator basiscurcus kinderallergologie |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
16-11-2023 |
Geen |
|
Mw. Dr. J.N.G. Oude Elberink |
Internist-allergoloog (UMCG) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Mw. P.A. Kentie |
Verpleegkundig specialist allergologie (UMC Utrecht) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
23-09-2023 |
Geen |
|
Dhr. Prof. Dr. E.P. van Puijenbroek |
Senior adviseur Bijwerkingen centrum Lareb |
Verbonden aan Rijksuniversiteit Groningen waarvan tot 1 maart 2024 als bijzonder hoogleraar |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
29-72024 |
Geen |
|
Dhr. P. van den Broek |
Eigenaar Van den Broek Advies & Interim
Adviseur/projectleider voor Huid Nederland
Een deel van die activiteiten wordt mede mogelijk gemaakt door externe financiëring van Novartis (publicatie naar patiënten in kader van Wereldnetelroosdag, informatie over urticaria op de websittes Patiëntenplatform Urticaria en Huid Nederland). Die activiteiten staan los van de inzet in het kader van de richtlijnen
|
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
22-09-2023 |
Geen |
|
Dhr. C. Berkhof |
Patiëntenvertegenwoordiger
Key Accountmanager Benelux Sunrise Medical BV |
Beheerder van de Facebook Pagina Urticaria NL/BE; met 800+ leden.
Eigenaar van de website www.urticaria.nl
Alle werkzaamheden zijn onbetaald vanuit een derde partij; dit wordt betaald uit eigen (privé) middelen.
EMA; soms meedenken of deelname over het uitvoeren van nieuwe studies |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
22-09-2023 |
Geen |
Inbreng patiëntenperspectief
Er is aandacht besteed aan het patiënten perspectief in alle modules van de herziende richtlijn Chronische Urticaria door de zitting neming van afgevaardigden van Huid Nederland (HN) en Patiëntenplatform Urticariapatiënt (PU) in de werkgroep en de opname van een module over patiëntenvoorlichting. conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan HN en PU.
Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (gebaseerd op het stroomschema ontwikkeld door FMS).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst Raming |
Toelichting |
|
Behandeling van volwassenen met CU |
Geen substantiële financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht. |
Implementatie
In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn(module) en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt via het internet verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan de richtlijn. Tevens zal een samenvatting worden gemaakt. De voorlichtingsfolder van de NVDV zal worden afgestemd op de richtlijn. Het volledige implementatieplan is opgenomen in het bijlagedocument.
Werkwijze
AGREE
Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is. Onderstaand is de methode stapsgewijs beschreven.
Knelpuntenanalyse
In de voorbereidingsfase heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. In deze bijeenkomst zijn knelpunten aangedragen door de werkgroepleden en gemandateerde van verschillende (wetenschappelijke) verenigingen en stakeholders.
Uitgangsvragen en uitkomstmaten
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse heeft de werkgroep uitgangsvragen opgesteld. Daarbij inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur
Voor de afzonderlijke uitgangsvragen werd aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen en consultatie van experts. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. Literatuur is geselecteerd op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden bij de Zoekverantwoording.
Kwaliteitsbeoordeling individuele studies
Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) tabellen. De gebruikte RoB instrumenten zijn gevalideerde instrumenten die worden aanbevolen door de Cochrane Collaboration: AMSTAR - voor systematische reviews; Cochrane - voor gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek; Newcastle-Ottowa - voor observationeel onderzoek; QUADAS II – voor diagnostisch onderzoek.
Samenvatten van de literatuur
De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn overzichtelijk weergegeven in evidencetabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur. Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review Manager 5.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs (2021)
A) Voor interventievragen (vragen over therapie of screening)
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog
|
|
|
Redelijk
|
|
|
Laag
|
|
|
Zeer laag
|
|
B) Voor vragen over diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode: GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, 2008) en een generieke GRADE-methode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose. In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias).
C) Voor vragen over de waarde van meet- of classificatie-instrumenten (klinimetrie)
Deze instrumenten werden beoordeeld op validiteit, intra- (test-hertest) en inter-beoordelaarsbetrouwbaarheid, responsiviteit (alleen bij meetinstrumenten) en bruikbaarheid in de praktijk. (naar keuze: optie-1 ‘Bij ontbreken van een gouden standaard, werd een beoordeling van de bewijskracht van literatuurconclusies achterwege gelaten.’ Of optie-2 ‘De kracht van het wetenschappelijk bewijs werd bepaald met de generieke GRADE-methode’).
Formuleren van de conclusies
Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in één of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek. De werkgroepleden maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen. De overkoepelende bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overkoepelende conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk. Door gebruik te maken van de Guideline Development Tool werd het Evidence to decision framework conform GRADE methodiek toegepast. Alle werkgroepleden hebben systematisch antwoord gegeven op vragen over de grootte van het effect en grootte van negatieve consequenties, waarden en voorkeuren van de patiënt, kosten en kosteneffectiviteit, beschikbaarheid van voorzieningen, aanvaardbaarheid, en overwegingen voor subgroepen in de patiëntenpopulatie. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.
Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.
Indicatorontwikkeling
Er werden geen indicatoren ontwikkeld voor deze richtlijn.
Kennislacunes
Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling beschreven (zie bijlagen bij de modules).
Juridische betekenis van richtlijnen
Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Een richtlijn beschrijft wat goede zorg is, ongeacht de financieringsbron Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvullende verzekering of eigen betaling door de cliënt/patiënt. Opname van een richtlijn in een register betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat de in de richtlijn beschreven zorg verzekerde zorg is. Informatie over kosten zoals beschreven in de richtlijn is gebaseerd op beschikbare gegevens ten tijde van schrijven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, (patiënt) organisaties en stakeholders voorgelegd ter commentaar (zie ook tabel 1). De commentaren zijn verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren is de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter autorisatie.
Literatuur
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, et al. AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348.
Higgins JPT, Green S (editors). Cochrane Handbook for Systematic Reviews of Interventions Version 5.1.0 [updated March 2011]. The Cochrane Collaboration, 2011. Available from www.handbook.cochrane.org.
Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit.. Online beschikbaar op http://richtlijnendatabase.nl/ Laatst geraadpleegd op [DATUM geraadpleegd voor concepttekst].
Van Everdingen JJE, Burgers JS, Assendelft WJJ, et al. Evidence-based richtlijnontwikkeling. Bohn Stafleu Van Loghum 2004.
Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.
Zoekverantwoording
Behandeling van chronische urticaria [TT1] (CSU en CIndU) overkoepelende zoekopdracht
De volgende afbakening is gebruikt:
Voor de P: Patiënten met CSU en CIndU
Voor de I: Tweede generatie antihistaminica (cetirizine, desloradatine, ebastine, fexofenadine, levocetirizine, rupatadine)
Leukotriene receptor antagonisten
Omalizumab
Ciclosporine
Orale corticosteroïden (prednison, prednisolon, methylprednisolon, triamcinolon, betamethason, dexamethason)
Remibrutinib
Dupilumab
Dapson
Methotrexaat/MTX
Azathioprine
Mycofenolaatmofetil
UVB
Hydroxychloroquine/Plaquenil
Rituximab
Anti-IL-5
Anti-IL-17
Anti-IL-23
Anti-TNF
Voor de C: Placebo of add-on vergelijkingen
Voor de O: Gemiddelde afname in wekelijkse Urticaria activiteitenscore (UAS7)
Bijwerkingen
Percentage deelnemers dat binnen een maand na het stoppen met de interventie terugvalt
Percentage deelnemers met volledige onderdrukking van urticaria
Percentage deelnemers met 'goede' of 'uitstekende' respons
Verbetering in kwaliteit van leven
Inclusie- en exclusiecriteria
|
Inclusiecriteria |
Exclusiecriteria |
|
Patiënten met CSU en CIndU |
Dierenstudies |
|
SR, RCT’s en CCT’s, observationeel vergelijkende studies vanaf 2020 |
Follow-up van korter dan 4 weken |
|
Volledig tekst beschikbaar in Nederlands of Engels |
Observationeel niet vergelijkende studies |
Uitgangsvragen
- Wat is de aanbevolen behandeling voor volwassenen met CSU en kan het huidige stepped care model worden aangepast?
- Welke overige behandelmogelijkheden worden aanbevolen als het stepped care model onvoldoende effect geeft bij volwassenen met CSU?
- Welke behandeling wordt aanbevolen voor volwassenen met CIndU en kan hier een stepped care model voor worden gemaakt?
EMBASE (3-4-2024)
Zoektermen
- 'urticaria'/exp OR urticaria*:ti,ab,kw OR weal:ti,ab,kw OR wheal:ti,ab,kw OR wealing:ti,ab,kw OR weals:ti,ab,kw OR whealing:ti,ab,kw OR wheals:ti,ab,kw OR dermatographi*:ti,ab,kw OR 'muckle wells syndrome*':ti,ab,kw OR 'schnitzler syndrome*':ti,ab,kw OR hives:ti,ab,kw OR ((vibrator* NEAR/3 (angioedema OR angiooedema OR 'angio edema' OR 'angio oedema')):ti,ab,kw)
- #1 AND [2020-2024]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)
- 'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti
- #2 AND #3 Clinical trials
Resultaten = 1779
MEDLINE (3-4-2024)
Zoektermen
- exp Urticaria/ or urticaria*.ti,ab,kf. or weal.ti,ab,kf. or wheal.ti,ab,kf. or wealing.ti,ab,kf. or weals.ti,ab,kf. or whealing.ti,ab,kf. or wheals.ti,ab,kf. or dermatographi*.ti,ab,kf. or muckle wells syndrome*.ti,ab,kf. or schnitzler syndrome*.ti,ab,kf. or hives.ti,ab,kf. or (vibrator* adj3 (angioedema or angiooedema or angio edema or angio oedema)).ti,ab,kf.
- 2 limit 1 to yr="2020 - 2024"
- exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw.
- 2 and 3 Clinical trials
Resultaten = 568
Alle resultaten
|
Database |
Datum |
# hits |
|
EMBASE |
3-4-2024 |
1779 |
|
MEDLINE |
3-4-2024 |
568 |
|
Totaal |
2347 |
|
|
Duplicates |
317 |
|
|
Netto aantal |
2030 |
|