Strategie bij Upper Airway Cough Syndrome (UACS)
Uitgangsvraag
Wat is de aanbevolen strategie bij vermoeden op Upper Airway Cough Syndrome (UACS)?
Aanbeveling
Denk aan Upper Airway Cough Syndrome (UACS) als treatable trait bij chronisch hoesten, als er bij presentatie van de klachten ook een KNO-gerelateerde klacht is zoals rhinorhoe, postnasal drip of slijm in de keel.
Denk aan (chronische) rhinosinusitis, een ontsteking van de neus en de neusbijholten, bij klachten van neusverstopping of rhinorroe (anterieur of post nasal drip), pijn of druk in het aangezicht (waar geen haar groeit), en/of verminderde of afwezige reuk.
Start neusspoelingen met zout water en nasale corticosteroïden voor 4-8 weken als eerste behandeling bij mensen met rhinitis en chronische rhinosinusitis.
Verwijs patiënten met chronische hoest naar een KNO-arts voor verdere diagnostiek en behandeling in geval van:
- geen of onvoldoende effect na behandeling met neusspoelingen met zout water en nasaal corticosteroïd neusspray 4-8 weken; en
- er vermoeden is op een KNO-oorzaak.
Maak lokale afspraken tussen longarts en KNO-arts over (terug)verwijzingen van patiënten met chronische hoest.
Overwegingen
Upper Airway Cough Syndrome (UACS), beschreven als chronische hoest met daarbij klachten van de bovenste luchtweg, zoals postnasal drip, slijm in de keel en globus gevoel, sluit het beste aan bij de KNO-diagnose “rhinitis”. Op basis van verdere klachten en symptomen kan de diagnose “(chronische) rhinosinusitis”(CRS) mogelijk gesteld worden.
Rhinosinusitis is een ontsteking van het neuslijmvlies en de neusbijholten en wordt gekarakteriseerd door twee of meer symptomen, waarvan tenminste één òf 1) neusverstopping òf 2) rhinorroe (anterieur of post nasal drip) is, met daarbij 3) mogelijk pijn of druk in het aangezicht (waar geen haar groeit) en/of 4) verminderde of afwezige reuk.
Upper Airway Cough Syndrome kan een treatable trait zijn bij chronisch hoesten als er bij presentatie klachten aanwezig zijn van neusverstopping, rhinorhoe, postnasal drip, en/of slijm in de keel. Deze klachten zouden kunnen passen bij rhinitis, dan wel (chronische) rhinosinusitis, en het is aan te bevelen de klachten conform de daarbij horende richtlijn te behandelen (zie richtlijn Chronische rhinosinusitis (CRS) en neuspoliepen).
Een X-sinus of CT-sinus heeft geen plaats in de eerste diagnostiek bij chronische hoest. Een X-sinus wordt gezien als obsoleet en is weinig tot niet bijdragend in de diagnostiek.
Een CT-sinus wordt bij voorkeur alleen gemaakt in de diagnostiek bij chronische rhinosinusitis wanneer een neusbijholtenchirurgie wordt overwogen, bij unilaterale chronische rhinosinusitis of bij tekenen van secundair diffuse chronische rhinosinusitis (zie richtlijn Chronische rhinosinusitis (CRS) en neuspoliepen). Het routinematig verrichten van een X- of CT-sinus wordt in de diagnostiek voor UACS daarom afgeraden.
De eerste stap in behandeling van rhinitis en rhinosinusitis is het starten van nasale corticosteroïden en nasale lavage (d.w.z. spoelen van de neus met zoutwateroplossing). De meest gebruikte corticosteroïden neussprays zijn fluticasonpropionaat of fluticasonfuroaat, en bij bewezen allergische rhinitis is een combinatiepreparaat corticosteroïden met antihistaminicum een goede keuze.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
De behandelend arts bespreekt samen met de patiënt met chronische hoest de treatable trait van het hoesten. Neusspoelingen met zout water en corticosteroïden neusspray zijn eenvoudig in te zetten bij vermoeden op UACS.
Kostenaspecten
De interventie (neusspoelingen met zout water en corticosteroïden en neusspray) geeft minimale toename van kosten ten opzichte van niet behandelen.
Aanvaardbaarheid
De interventie lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.
Haalbaarheid
De interventie lijkt haalbaar. De interventie is al standaardzorg in de praktijk bij rhinitis en chronische rhinosinusitis en wordt over het algemeen goed verdragen door patiënten. Wel is het aan te bevelen om lokale afspraken te maken tussen longarts en KNO-arts over (terug)verwijzingen van patiënten met chronische hoest.
Rationale
Op basis van bovenstaande volgt het advies om een patiënt met chronisch hoesten, en na 4 tot 8 weken behandeling met nasaal corticosteroïd neusspray en neusspoelingen met zout water zonder effect, en er vermoeden is op een KNO-oorzaak/chronische rhinosinusitis, te verwijzen naar een KNO-arts voor verdere diagnostiek en behandeling. Bij bevestiging van de diagnose CRS zal de KNO-arts vervolgens behandelen conform de module Medicamenteuze behandeling bij CRS binnen de richtlijn Chronische rhiosinusitis (CRS) en neuspoliepen - Richtlijnendatabase.
Onderbouwing
Introduction
Upper Airway Cough Syndrome (UACS), is defined as chronic cough (present ≥ 8 weeks) related to upper airway abnormalities, often presenting in globus sensation, mucus in the throat and/or postnasal drip. In the past, UACS was also known as postnasal drip syndrome, but recent expert opinion debates UACS being part of cough hypersensitivity syndrome (Donaldson, 2022). In this module treatment strategy for UACS is described.
No systematic search is performed. Information in this chapter is based on the guideline Chronische rhinosinusitis.
- Donaldson AM. Upper Airway Cough Syndrome. Otolaryngol Clin North Am. 2023 Feb;56(1):147-155. doi: 10.1016/j.otc.2022.09.011. Epub 2022 Oct 22. PMID: 36283869.
- Quinton BA, Tierney WS, Benninger MS, Nelson RC, Gau VL, Hrelec CM, Bryson PC. The Role of Bilateral Superior Laryngeal Nerve Block in Managing Refractory Chronic Cough. Laryngoscope. 2024 Apr;134(4):1773-1777. doi: 10.1002/lary.31061. Epub 2023 Sep 26. PMID: 37750560.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 08-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 08-06-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).
De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van deze richtlijn is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg rondom chronische hoest bij volwassen patiënten. De richtlijn is gelijktijdig ontwikkeld met de richtlijn Hoesten in de palliatieve fase voor volwassenen.
Werkgroep
- Dr. J.W.K. (Jan Willem) van den Berg (NVALT), longarts, voorzitter werkgroep
- Drs. E.J. (Eva) Japenga (NVALT), longarts
- Dr. J. (José) de Kluijver (NVALT), longarts
- Dr. M. (Martijn) Goosens (NVALT), longarts
- Dr. A.J. (Arent Jan) Michels (NVALT), longarts
- Dr. D.A. (Derrek) Heuveling (NVKNO), KNO-arts
- Dr. E.M.J.M. (Emke) van den Broek (NVKNO), KNO-arts
- Dr. H.W.M. (Marleen) van Casteren (Verenso), specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg
- Dr. N.J.J. (Eline) Neels (NHG), huisarts
- Dr. F.Y.F.L. (Filip) de Vos (NIV), Internist-oncoloog en kaderarts palliatieve zorg
Klankbordgroep
- Dr. E. (Ellen) Ricke, Longfonds, Sr. Beleidsadviseur
- Dr. L.R. (Laura) de Baaij (NVMDL), maag-darm-lever arts
- Dr. B.D.L. (Lidewij) Broekhuizen (NHG), huisarts
- H. (Heleen) van Woudenberg (NVLF), stem- en hoestlogopedist
- M. (Marjolein) Frelier (NVLF), stem- en hoestlogopedist
Met ondersteuning van
- Dhr. H. (Hans) Ket, Literatuurspecialist, Maatschap Van Dusseldorp, Delavux & Ket
- Dr. A.C. (Anniek) van Westing, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. J.C. (José) Maas, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. P.G. (Phylisha) Bloemen - van Heemskerken, Junior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. N.L. (Nikita) van der Zwaluw, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, tot september 2025
- Dr. M.S. (Matthijs) Ruiter, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, vanaf september 2025
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Tabel Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke Financiële Belangen |
Persoonlijke Relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intell. belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Actie |
|
Arent Jan Michels |
Longarts vrij gevestigd |
Voorzitter MSB Anna ziekenhuis (onkostenvergoeding) |
geen vast dienstverband; |
Geen |
Geen |
Hoestpolikliniek |
Geen |
31-12-2024 |
Geen restricties |
|
Derrek Heuveling |
Lid, NVKNO |
Lid standpuntnota benigne speekselklierpathologie. NVKNO. |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
11-05-2024 |
Geen restricties |
|
Eline Neels |
* Huisarts, praktijkhouder |
* Medisch coördinator Hospice Clarahotje (betaald) |
- |
Nee |
- |
- |
- |
5-05-2024 |
Geen restricties |
|
Emke van den Broek |
UMC Utrecht |
Cluster laryngologie en kerngroep laryngologie |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Zie boven gedeeld belang wv kno |
Niet van toepassing |
26-03-2024 |
Geen restricties |
|
Eva Japenga |
Longarts |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Eenmalige bijeenkomst MSD-adviesraad Gefapixant (12-4-23) |
26-01-2024 |
Geen restricties |
|
Jan Willem van den Berg (voorzitter) |
longarts, |
Geen |
Geen |
Geen |
Ja:
Participatie BUS-P3-01 CALM-1-studie, GSK, P2X3 remmer |
Hoestpoli; national lead Neurocough CRC ERS |
Dienstverlening (adviesraad, spreker etc.) |
16-01-2024 |
Geen restricties. Onderwerpen van extern gefinancierd onderzoek komen niet terug in de uitgangsvragen. |
|
José de Kluijver |
Longarts |
Hoofdredactieraad NTvAAKI (onbetaald) – eind 2025 gestaakt |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Hoestpoli Reinier de Graaf Ziekenhuis |
Niet van toepassing |
5-01-2024 |
Geen restricties |
|
Marleen van Casteren |
Specialist ouderengeneeskunde bij St. Kalorama, betaald voor 0,8 FTE |
Palliatief consulent bij PZNL voor ongeveer 1 uur per week |
Geen |
Geen |
PALSED studie: |
Geen |
Geen |
28-02-2024 |
Geen restricties |
|
Martijn Goosens |
longarts |
Principal investigator meerdere trials, waaronder momenteel 1x studie chronische hoest met een P2X3-receptor antagonist. |
Geen actuele belangen |
Neen |
BUS-P3-01 CALM-1-studie: |
geen |
geen |
3-03-2024 |
Restricties op besluitvorming over P2X3-receptor antagonist. |
|
Filip de Vos |
Internist-oncoloog en kaderarts palliatieve zorg |
Geen |
Geen |
Geen |
Ja: |
Nee |
BMS Advisory Board; Faculty member ESMO CNS tumors; Quality of Care commission Dutch Society of Medical Oncology; |
20-12-2023 |
Geen restricties. Extern gefinancierd onderzoek buiten bestek van de richtlijn. |
|
Klankbordgroep |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ellen Ricke (tot 2025) |
Sr beleidsadviseur bij Longfonds |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
29-01-2024 |
Geen restricties |
|
Pascale Lubbers |
Beleidsadviseur Longfonds |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
21-05-2025 |
|
|
Laura de Baaij |
Maag-darm-leverarts, Reinier de Graaf Gasthuis |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
24-10-2024 |
Geen restricties |
|
Lidewij Broekhuizen |
Huisarts/praktijkhouder in |
Kaderarts astma COPD |
Geen |
Geen |
Nee |
Commissielid van de NHG-standaard COPD en Astma voor Volwassenen |
Geen |
22-08-2024 |
Geen restricties |
|
Heleen van Woudenberg |
Logopedie Voorburg - eigen praktijk |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
29-01-2025 |
Geen restricties |
|
Marjolein Frelier |
Logopedist |
gastlessen op scholen/opleidingen incidenteel |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
04-02-2025 |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afvaardiging van de Longfonds in de klankbordgroep en het uitnodigen van het Longfonds en de Patiëntenfederatie voor de knelpunteninventarisatie. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan het Longfonds en de Patiëntenfederatie en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Strategie bij Upper Airway Cough Syndrome (UACS) |
Geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.