Cerebrale en/of spinale spasticiteit bij volwassenen

Initiatief: VRA Aantal modules: 26

Orale spasmolytica

Publicatiedatum: 06-01-2026
Beoordeeld op geldigheid: 06-01-2026

Uitgangsvraag

Wat is de plaats van orale spasmolytica bij patiënten met cerebrale en/of spinale spasticiteit?

Aanbeveling

Eerste keuze orale spasmolytica

Overweeg orale spasmolytica bij systemische/gegeneraliseerde spasticiteit ter verlichting van klachten en verbetering van algeheel functioneren (ADL). Baclofen en tolperison zijn de middelen van eerste keuze, waarbij er beperkt bewijs is dat tolperison minder bijwerkingen veroorzaakt.

 

  • Geef geen tizanidine als eerstelijnstherapie, vanwege het frequent voorkomen van bijwerkingen en geen evidente voordelen t.o.v. baclofen en tolperison.
  • Geef geen cannabinoïden bij cerebrale of spinale spasticiteit gezien het gebrek aan effect en relatief grote kans op bijwerkingen.
  • Geef geen dantroleen vanwege de kans op ernstige hepatoxiciteit en gebrek aan nieuwe ondersteunende studies.

Wees kritisch met het gebruik van (centraal aangrijpende) orale spasmolytica bij patiënten met cognitieve stoornissen of verstandelijke beperkingen, ongeacht hun ziektediagnose.

 

Combinatie

Baclofen en tolperison zijn beide middelen van eerste keuze, maar kunnen naar inzicht van de werkgroep ook in combinatie worden toegepast. In de praktijk worden er weinig bijwerkingen gezien bij goed begeleid gebruik van deze combinatie.

 

Overweeg een combinatie van baclofen en tolperison indien monotherapie met één van beide middelen niet tot een adequate vermindering van klachten heeft geleid. Houd hierbij rekening met versterkte bijwerkingen en bespreek met de patiënt dat de behandeling off-label is (en niet ondersteund door literatuur), maar in de praktijk vaak wel goede resultaten laat zien.

 

Indien start met orale baclofen, bouw de dagdosis geleidelijk op (maximale verhoging met 15 mg elke 3 dagen) totdat bijwerkingen optreden (tot een maximum van 100 mg/dag). Indien eerder bijwerkingen optreden en de spasticiteit nog niet adequaat is behandeld, voeg tolperison toe aan de hoogste dosering baclofen waarbij nog geen bijwerkingen optreden. Bouw ook van tolperison de dagdosis geleidelijk op (maximale verhoging van de dagdosis met 150 mg elke 3 dagen, tot een maximum van 450 mg/dag).

 

Indien start met orale tolperison, kunnen dezelfde bovenstaande opbouw- en doseringsschema’s worden aangehouden.

 

Bij medicatieafbouw kunnen dezelfde stappen als hierboven genoemd worden gehanteerd, in omgekeerde richting.

 

Follow-up

Evalueer regelmatig het effect van orale spasmolytica en weeg daarbij nadrukkelijk af of dit opweegt tegen eventuele bijwerkingen. Overweeg afbouwen en/of andere therapeutische stappen (bijvoobreeld intrathecale baclofen) als het beoogde effect niet afdoende bereikt wordt.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Er is weinig bewijs voor de effectiviteit van orale spasmolytica bij spinale en/of cerebrale spasticteit op de vooraf gedefineerde uitkomstmaten. De meeste literatuur was te vinden voor het effect van cannabinoiden bij mensen met aan MS gerelateerde spasticiteit. In de tabel hieronder worden per groep kort de gevonden resultaten uit de literatuur weergegeven.

 

MS

Cerebrale Spasticiteit

Spinale spasticiteit

Spasticiteit

Geen verschil in effect cannabinoiden t.o.v. placebo (gemiddelde bewijskracht)

Geen richting van effect door baclofen (zeer lage bewijskracht)

Geen verschil in effect t.o.v. placebo (cannabinoiden, tolperison en baclofen; zeer lage bewijskracht)

Geen richting van effect door tizanidine (zeer lage bewijskracht)

Kwaliteit van leven

Geen klinisch relevant effect t.o.v. placebo (cannabinoiden; gemiddeld bewijskracht)

Geen studies

Geen studies

Functioneren

Geen klinisch relevant effect cannabinoiden t.o.v. placebo (lage bewijskracht)

Geen richting van effect door baclofen (zeer lage bewijskracht)

Positief effect op functioneren t.o.v. placebo (baclofen en tolperison; lage bewijskracht)

 

Pijn

Geen klinisch relevant effect t.o.v. placebo (cannabinoiden; zeer lage bewijskracht)

Geen richting van effect door cannabinoiden t.o.v. placebo (zeer lage bewijskracht)

 

Bijwerkingen

Meer bijwerkingen door cannabinoiden t.o.v. placebo (lage bewijskracht)

Geen richting van effect door baclofen (zeer lage bewijskracht)

Geen richting van effect t.o.v. placebo (cannabinoiden, baclofen en tolperison; zeer lage bewijskracht)

Geen richting van effect door tizanidine (zeer lage bewijskracht)

Binnen de werkgroep bestaat consensus, op basis van klinische ervaring, dat orale spasmolytica effectief kunnen zijn ter verlichting van klachten en verbetering van algeheel functioneren (ADL) bij gegeneraliseerde spasticiteit, in het bijzonder bij patiënten met een dwarslaesie en – in lagere dosering – bij patiënten met MS. Bij spasticiteit als gevolg van hersenaandoeningen (cerebraal letsel, cerebrale MS, congenitaal) kunnen de bijwerkingen interfereren met mogelijk aanwezige cognitieve stoornissen, waardoor het gebruik ervan in dat geval een minder rationele keuze is. De meest bekende bijwerking is slaperigheid, wat onder andere vermindering van functioneren en verhoogd valrisico met zich meebrengt.

 

Bij focale spasticiteit ligt de keuze voor een oraal spasmolyticum niet voor de hand, omdat bijwerkingen in deze gevallen vaak zwaarder wegen dan de effectiviteit. Intramusculaire injecties met botulinetoxine zijn dan doorgaans een meer logische keuze. Toch kunnen er omstandigheden zijn waarin gekozen wordt voor een oraal middel. Voorbeelden zijn symptoomreductie bij hinderlijke focale spasticiteit die ten koste gaat van de slaap, verzorgingsproblemen door spasticiteit, of een sensatie van pijnlijke stijfheid of kramp. In dergelijke gevallen kan gekozen worden voor een oraal spasmolyticum, waarbij de bijwerking (slaperigheid, sufheid) niet per sé een belemmering is, maar bij toediening voor de nacht ook een gewenst neveneffect kan zijn.

 

Het door Okuda (2022) onderzochte arbaclofen, de R-enantiomeer van het racemisch mengsel baclofen, is in Nederland niet op de markt. Het is onderzocht als formulering met vertraagde afgifte waardoor het mogelijk gunstigere farmacokinetische en klinische effecten zou hebben dan baclofen. Gezien de structurele verwantschap met baclofen en het gebrek aan andere studies bij MS heeft de werkgroep desalniettemin besloten de studie wel mee te nemen in de literatuuranalyse.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)

De mate waarin spasticiteit als belastend wordt ervaren is sterk patiëntafhankelijk. Behandeling van spasticiteit op zichzelf zal daarom ook niet in alle gevallen noodzakelijk zijn en moet met name gericht zijn op het voorkomen van negatieve gevolgen zoals pijn, contracturen, decubitus, slechte slaapkwaliteit en het onmogelijk maken van een adequate verzorging.

 

In de praktijk wordt vaak door patiënten geïnformeerd naar de werkzaamheid en beschikbaarheid van cannabinoïden, vandaar ook dat deze specifiek zijn meegenomen in de zoekopdracht.

 

Het is wenselijk om de beslissing tot een medicamenteuze interventie samen met de patiënt en/of wettelijke vertegenwoordiger te bespreken.

 

Kosten (middelenbeslag)

De kosten van orale spasmolytica zijn beperkt en vormen op groepsniveau geen belangrijke belemmering voor de toepassing van deze middelen. Hierbij moet worden opgemerkt dat tolperison iets duurder is dan de andere orale spasmolytica, en dat er bovendien een eigen bijdrage van de patiënt vereist is bij de verstrekking in een poliklinische setting. De actuele bijbetaling kan worden geraadpleegd op www.medicijnkosten.nl en vervolgens besproken met de patiënt.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

In alle gevallen is het noodzakelijk de werking van het voorgeschreven middel regelmatig te evalueren, afhankelijk van de reden van voorschrijven minimaal een keer per half jaar, en vaker in de vroege fase. Bij deze evaluatie zullen effecten op klachtenpatroon, bijwerkingen en praktische gebruiksaspecten moeten worden meegewogen. Bij twijfel over de effectiviteit kan het zinvol zijn op proef de dosering een periode af te bouwen, onder nauwe begeleiding van de voorschrijvend arts, om te beoordelen of het gebruik nog effectief is. Bij patiënten die niet goed in staat zijn om feedback te geven over (bij)werkingen (bijv. patiënten met cognitieve stoornissen of verstandelijke beperkingen) kan dit zelfs de enige methode zijn om zicht te krijgen op de effectiviteit. In dat geval moet ook gelet worden op gedragsverandering als uiting van de ernst van de spasticiteit. In dit verband is een consultatiefunctie van een arts verstandelijk gehandicapten (AVG) en een specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn gewenst t.b.v. thuiswonende mensen met een, respectievelijk, verstandelijke beperking of dementieel syndroom. Voor een actueel overzicht van bekende en/of gemelde bijwerkingen bij medicatie kan de website van Bijwerkingencentrum Lareb worden geraadpleegd (www.lareb.nl). Via deze website kunnen ook eventuele bijwerkingen, ook bij off-label gebruik, worden gemeld.

 

Op basis van het ontbreken van literatuurgegevens is het voorschrijven van een combinatie van middelen niet goed onderbouwd. In de huidige praktijk wordt combinatietherapie van baclofen en tolpersion echter met regelmaat toegepast, waarbij regelmatig goede resultaten en betrekkelijk weinig bijwerkingen gezien worden. De werkgroep is dan ook van mening dat combinatietherapie van baclofen en tolpersion onder nauwe monitoring mogelijk is, mits de voor- en nadelen frequent worden geëvalueerd en bij gebrek aan effectiviteit of bij onacceptabele bijwerkingen één van beide middelen wordt gestaakt.

 

Rationale van de aanbevelingen

Op grond van literatuur zijn baclofen en tolperison de middelen van eerste keuze, waarbij het lijkt dat de frequentie van bijwerkingen bij tolperison lager ligt (Farmacotherapeutisch Kompas). In de vorige versie van de richtlijn werd het gebruik van dantroleen al ontmoedigd vanwege hepatotoxiciteit. Ook tizanidine lijkt geen logische keuze gezien beperkte bewijsvoering en relatief frequent voorkomen van bijwerkingen. Voor dosering van de verschillende middelen wordt verwezen naar het Farmacotherapeutisch Kompas (http://www.farmacotherapeutischkompas.nl; Zorginstituut Nederland).

 

Er is sinds het verschijnen van de vorige versie van de richtlijn nieuwe literatuur beschikbaar over de (neven)effecten van cannabinoiden. Hierbij moet worden opgemerkt dat de onderzochte middelen niet exact overeenkomen met de in Nederland beschikbare preparaten. Gezien de grote overeenkomsten ziet de werkgroep op basis van deze studies echter wel voldoende aanleiding om het toepassen van cannabinoïden te ontraden. Er is geen bewijs dat deze middelen resulteren in een klinisch relevant effect, maar wel bewijs dat er frequent sprake is van bijwerkingen.

 

Sinds de vorige versie van deze richtlijn is het geen gangbaar beleid meer om vóór de toepassing van intrathecale baclofen eerst orale medicatie tot maximale mogelijke dosis en indien mogelijk in combinatie te hebben uitgeprobeerd. Dit beleid werd en wordt niet ondersteund, noch door de literatuur, noch door de klinische praktijk. Deze benadering kan veeleisend, duur en belastend zijn, en zeker niet vrij van ongewenste neveneffecten, vooral bij patiënten met ernstige spasticiteit (zie ook aanbevelingen bij module Intrathecale baclofen (ITB)). 

 

Er is geen literatuur gevonden die het toepassen van combinatietherapie met meerdere orale spasmolytica ondersteunt. In de praktijk wordt echter wel combinatietherapie van baclofen en tolperison toegepast met soms goede resultaten en doorgaans acceptabele bijwerkingen. Op basis van een verschillend werkingsmechanisme (baclofen grijpt in op de spinale GABA-B receptoren en tolperison heeft primair een membraanstabiliserend effect op afferente en efferente neuronen van hersenstam en ruggenmerg door beïnvloeding van natriumkanalen en calciumkanalen) lijkt het combineren van baclofen en tolperison rationeel. Omdat deze behandeling off-label is, moet vooraf in samenspraak met de patiënt worden afgewogen of deze wenselijk is, en besproken worden dat combinatietherapie niet wordt ondersteund door onderzoek maar door praktijkervaring. Bij ouderen moet extra voorzichtigheid worden betracht bij het voorschrijven van combinatietherapie.

Onderbouwing

  1. Agarwal S, Patel T, Shah N, Patel BM. Comparative study of therapeutic response to baclofen vs tolperisone in spasticity. Biomed Pharmacother. 2017 Mar;87:628-635. doi: 10.1016/j.biopha.2017.01.005. Epub 2017 Jan 10. Erratum in: Biomed Pharmacother. 2017 Aug;92:1140. PMID: 28086137.
  2. Filippini G, Minozzi S, Borrelli F, Cinquini M, Dwan K. Cannabis and cannabinoids for symptomatic treatment for people with multiple sclerosis. Cochrane Database Syst Rev. 2022 May 5;5(5):CD013444. doi: 10.1002/14651858.CD013444.pub2. PMID: 35510826; PMCID: PMC9069991.
  3. Marinelli L, Puce L, Mori L, Leandri M, Rosa GM, Currà A, Fattapposta F, Trompetto C. Cannabinoid Effect and Safety in Spasticity Following Stroke: A Double-Blind Randomized Placebo-Controlled Study. Front Neurol. 2022 Jun 23;13:892165. doi: 10.3389/fneur.2022.892165. PMID: 35812088; PMCID: PMC9261779.
  4. Okuda DT, Kantor D, Jaros M, deVries T, Hunter S. Arbaclofen extended-release tablets for spasticity in multiple sclerosis: randomized, controlled clinical trial. Brain Commun. 2022 Nov 23;4(6):fcac300. doi: 10.1093/braincomms/fcac300. PMID: 36519155; PMCID: PMC9732858.
  5. Riva N, Mora G, Sorarù G, Lunetta C, Ferraro OE, Falzone Y, Leocani L, Fazio R, Comola M, Comi G; CANALS Study Group. Safety and efficacy of nabiximols on spasticity symptoms in patients with motor neuron disease (CANALS): a multicentre, double-blind, randomised, placebo-controlled, phase 2 trial. Lancet Neurol. 2019 Feb;18(2):155-164. doi: 10.1016/S1474-4422(18)30406-X. Epub 2018 Dec 13. PMID: 30554828.
  6. Bahreini M, Safaie A, Mirfazaelian H, Jalili M. How much change in pain score does really matter to patients? Am J Emerg Med. 2020 Aug;38(8):1641-1646. doi: 10.1016/j.ajem.2019.158489. Epub 2019 Nov 4. PMID: 31744654.
  7. Hsieh YW, Wang CH, Wu SC, Chen PC, Sheu CF, Hsieh CL. Establishing the minimal clinically important difference of the Barthel Index in stroke patients. Neurorehabil Neural Repair. 2007 May-Jun;21(3):233-8. doi: 10.1177/1545968306294729. Epub 2007 Mar 9. PMID: 17351082.
  8. Wise RA, Brown CD. Minimal clinically important differences in the six-minute walk test and the incremental shuttle walking test. COPD. 2005 Mar;2(1):125-9. doi: 10.1081/copd-200050527. PMID: 17136972.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 06-01-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 06-01-2026

De Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen geeft bestuurlijke goedkeuring onder voorwaarde van autorisatie door de ALV van 17 april 2026.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Ergotherapie Nederland
  • Dwarslaesie Organisatie Nederland

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met Cerebrale en/of spinale spasticiteit.

 

Werkgroep

  • prof. dr. A.C.H. Geurts (voorzitter), hoogleraar neurorevalidatie, Radboud UMC en Sint Maartenskliniek, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • drs. A.M.V. Dommisse, revalidatiearts, Isala Klinieken Zwolle, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • drs. P.J. van Dongen, patiëntvertegenwoordiger bij Hersenletsel.nl
  • Dr. M. van Eijk, specialist ouderengeneeskunde, Marnix Medisch B.V., namens Verenso
  • dr. J.F.M. Fleuren, revalidatiearts, Jeroen Bosch Ziekenhuis / Tolbrug, ‘s Hertogenbosch, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • F. van Gorp-Swart, MSc, ziekenhuisapotheker, Diakonessenhuis, Utrecht/Zeist/Doorn, namens de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers
  • prof. dr. G. Kwakkel, hoogleraar neurorevalidatie, Amsterdam UMC, Amsterdam, namens het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • drs. E. Kurt, neurochirurg, Radboud UMC en Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen, namens de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Prof. dr. C.G.M. Meskers, hoogleraar revalidatiegeneeskunde, Amsterdam UMC, Amsterdam, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • dr. H.A. Moser, anesthesioloog, Radboud UMC, Nijmegen en Care4homecare, Bladel, namens de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • drs. W.P. Polomski, revalidatiearts (gepensioneerd), voorheen in Spaarne Gasthuis, Hoofddorp, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • drs. M.N. Ruissen-Eversdijk, ergotherapeut en bewegingswetenschapper, Reade, Amsterdam, namens Ergotherapie Nederland
  • dr. A.V.C.M. Zeegers, orthopedisch chirurg, Medisch Spectrum Twente, Enschede, namens de Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • dr. J.M. Zuidam, plastisch chirurg, Erasmus MC, namens de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie

Klankbordgroep

  • P.M. van Lamoen, gepensioneerd, namens Dwarslaesieorganisatie Nederland
  • M. Pol, Dwarslaesie Organisatie Nederland, tot september 2024
  • Dr. A.E. Tigchelaar, Dwarslaesie Organisatie Nederland, vanaf september 2024
  • Dr. W.J. Kruithof, revalidatiearts, Universitair Medisch Centrum Utrecht
  • Dr. I.H. Zaal-Schuller, arts verstandelijk gehandicapten/kaderarts palliatieve zorg 

Met ondersteuning van

  • Dr. M.L. Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. M.M.J. van Rooijen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Geurts (voorzitter)

Hoogleraar neurorevalidatie, Radboud UMC, Nijmegen en Sint Maartenskliniek

  • Supervisor en wetenschappelijk adviseur in Sint Maartenskliniek
  • Voorzitter Dutch Society for Neurorehabilitation
  • Voorzitter hooglerarenconvent revalidatiegeneeskunde

Geen.

Geen restricties.

Dommisse

Revalidatiearts, Vogellanden

Geen

Speakerfee bij Ipsen farmaceutica voor:

  • het ontwikkelen van e-learning over de behandeling van spasticiteit in de volle breedte van het spectrum (botox klein onderdeel binnen alle behandelopties, geen specifiek merk aanbevolen).
  • presentatie GRZ congres over samenwerking SOG's en revalidatieartsen

Geen restricties; e-learning en presentaties betreffen de volle breedte van de behandel opties

van Dongen

Patiëntvertegenwoordiger Hersenletsel.nl

Deelname andere werkgroepen

Geen

Geen restricties.

van Eijk

Specialist Ouderengeneeskunde, Marnix Medisch B.V

  • Docent LUMC
  • Webinars en scholingen over spasticiteit (ong 1-2 per jaar; en samenwerking in dit kader tussen Ipsen, Willpharma, medtronic: geen inbreng, alleen facilitatie om langdurige zorg op de kaart te krijgen)

Extern gefinancierd onderzoek over heupfracturen:

1. FITHIP; onderzoek naar valangst bij patienten met heupfractuur

2. GR HIP; onderzoek naar herstel na heupfractuur

3. HIPCARE; onderzoek naar herstel en biomarkers bij heupfractuur

Geen restricties; De webinars waren gericht op samenwerking specialisten ouderengeneeskunde en revalidatieartsen

Fleuren

Revalidatiearts, Tolbrug

Bestuurslid VRA (onbetaald)

Geen.

Geen restricties.

van Gorp

Ziekenhuisapotheker

Lid werkgroep interacties KNMP

Geen.

Geen restricties.

Kwakkel

Hoogleraar neurorevalidatie, Amsterdam UMC, locatie VUMC

  • European Editor Neuro Rehabilitation & Neural Repair
  • Handling editor Stroke

Geen

Geen restricties.

Kurt

Neurochirurg, Radboud UMC, Nijmegen

Geen

Geen

Geen restricties.

Meskers

Revalidatiearts, Amsterdam UMC locatie VUMC

Geen

Geen.

Geen restricties.

Moser

Anesthesioloog, Radboud UMC, Nijmegen en Care4homecare, Bladel

Geen

Geen

Geen restricties.

Polomski

Revalidatiearts Spaarne Gasthuis (gepensioneerd vanaf 1 mei 2023).

Geen

Lid Adviesraad Merz Benelux, raakt niet aan de modules

Restrictie ten aanzien van besluitvorming met betrekking tot botulinetoxine

Ruissen-Eversdijk

Ergotherapeut bij Reade Revalidatie.

Geen.

Geen.

Geen restricties.

Zeegers

Orthopedisch chirurg, Medisch Spectrum Twente, Enschede (tot 1-6-2025), en UMCG (vanaf 1-6-2025)

  • Lid LROI adviesraad (onbetaald)
  • Lid geschillencommissie KNMG (onbetaald)
  • voorzitter centrale opleidingscommissie Medisch Spectrum Twente (tot 1-1-2024)
  • Decaan en medisch manager Leerhuis MST (betaald)
  • Lid programmacommissie OOR NO (onbetaald)
  • Opleider Orthopedie (tot 1-10-2024) (onbetaald)
  • Onafhankelijk deskundige voor NOV bij FMS

Geen.

Geen restricties.

Zuidam

Plastisch chirurg, Erasmus MC Rotterdam

Geen.

Geen.

Geen restricties.

 

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Hersenletsel.nl en Dwarslaesie Organisatie Nederland (DON) bij de schriftelijke knelpuntenanalyse. DON heeft een enquête bij hun achterban uitgezet, en knelpunten werden meegenomen in het proces. Het verslag van deze enquête is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. In de werkgroep heeft een vertegenwoordiger van Hersenletsel.nl deelgenomen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Hersenletsel.nl, DON, MS Nederland en Spierziekten Nederland, en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase). Uit deze kwalitatieve raming bleek dat er geen grote financiële gevolgen te verwachten zijn.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Intrathecale baclofen