Auto-immuun bepalingen bij cerebellaire ataxie
Uitgangsvraag
Wat is de aanbevolen diagnostische strategie m.b.t. het bepalen van anti-neuronale antistoffen om te komen tot een effectieve diagnose en behandeling van cerebellaire ataxie?
De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:
- Waar ligt het onderscheid tussen acuut/subacuut en chronisch cerebellair syndroom?
- Wat is de opbrengst van antistoftesten bij personen met cerebellaire ataxie?
Aanbeveling
Verricht bij alle volwassenen met cerebellaire ataxie van onbekende oorzaak diagnostiek naar GAD65 antistoffen en de twee met coeliakie geassocieerde antistoffen (anti-endomysium en anti-tissue transglutaminase (tTG2)).
Verricht bij volwassenen met subacute cerebellaire ataxie – binnen 6 maanden serieuze belemmeringen - aanvullend de volgende bepalingen:
- bij geïsoleerde ataxie:
- In serum: onconeuronale antistoffen (PNS pakket/blot), VGCC.
- In liquor: KLHL11.
- Ataxie gecombineerd met (Subtiele) andere bewegingsstoornis of andere neuropsychiatrische symptomen (epileptische insulten, cognitieve stoornissen)
- In serum: onconeuronale antistoffen (PNS pakket/blot), GAD65, VGCC, Caspr2, IgLON5, GlyR.
- In liquor: KLHL11, GFAP, NMDAR.
- Bij episodische ataxie:
- In serum: Caspr2, LGI1.
Verricht bij volwassenen met geleidelijk progressieve ataxie - waarbij de klachten meer dan 6 maanden bestaan - naast de standaard GAD65 en de twee met coeliakie geassocieerde antistoffen, alleen antistofdiagnostiek bij aanvullende kliniek of risicofactoren. Afhankelijk van de symptomen en risicofactoren (gewichtsverlies, onderliggende tumor, auto-immuunziekte, andere bewegingsstoornis, neuropsychiatrische symptomen of insulten) kan dan gekozen worden uit o.a. (zie ook Tabel 1):
-
- In serum: onconeuronale antistoffen (PNS pakket/blot*), VGCC, Caspr2, IgLON5, GlyR.
- In liquor: KLHL11, GFAP, NMDAR.
Een positief antistofresultaat dient bevestigd te zijn met een confirmerende techniek (meestal weefselbevestiging). Bij een negatief resultaat maar nog steeds een hoge verdenking op een immuungemedieerde oorzaak, overleg met een expertisecentrum.
Overwegingen
Waarom deze aanbeveling?
In de aanbeveling is er voor bepaalde afkappunten gekozen, gebaseerd op de beschikbare incidentie cijfers van immuungemedieerde oorzaken van cerebellaire ataxie (tabel 1). Hiermee wordt onnodige diagnostiek vermeden door de kans op het vinden van fout-positieve of niet-specifieke resultaten te verminderen.
Eindoordeel:
Zwakke aanbeveling voor (Doen).
Relevante antineuronale antistoffen bij diagnose en behandeling ataxie
Gezien de kwetsbaarheid van het cerebellum (en Purkinje cellen in het bijzonder) kan er bij een immuungemedieerde cerebellaire ataxie snel irreversibele schade ontstaan. Snelle diagnostiek naar bepaalde antineuronale antistoffen en eventuele behandeling is daarbij gewenst.
Bewegingsstoornissen komen vaak voor bij immuungemedieerde encefalitiden (zowel auto-immuun als paraneoplastische oorzaken), waarbij cerebellaire ataxie het meest prevalente symptoom is. In de internationale literatuur zijn ongeveer 40 antistoffen gerelateerd aan cerebellaire ataxie beschreven. Cerebellaire ataxie is aanwezig in ongeveer 20% van de immuungemedieerde encefalitiden, waarbij anti-Yo-antistoffen de meest beschreven antistof is, vrijwel altijd bij snel-progressieve ataxie (Kerstens, 2024; Kerstens, 2026).
Klinische kenmerken waarbij gedacht moet worden aan een onderliggende immuungemedieerde oorzaak van cerebellaire ataxie zijn snelle progressie van symptomen (dagen-weken; hoe korter het beloop, des te groter de kans op een immuungemedieerde oorzaak), encefalopathie, psychiatrische symptomen, bijkomende andere bewegingsstoornissen, epilepsie, andere auto-immuunziekte en aanwezigheid van een maligniteit. In deze gevallen is testen op anti-Yo, Hu, GAD65, VGCC, Tr/DNER, CASPR2, IgLON5, GlyR, KLHL11, GFAP en NMDAR meestal geïndiceerd vanwege de relevantie van een snelle diagnose en potentiële behandelmogelijkheden.
Het afkappunt tussen acuut/subacute en chronische cerebellaire ataxie is relevant voor de keuze welke anti neurale antistoffen te testen om onder- danwel overdiagnostiek te voorkomen, maar dit betreft een graduele schaal. Een afkappunt van 6 maanden tot ontstaan van invaliderende cerebellaire ataxie lijkt hierin het best een balans te vinden. Een cerebellaire ataxie die binnen 6 maanden invaliderend is, ook als dit geïsoleerde ataxie betreft, rechtvaardigt onderzoek naar een immuungemedieerde oorzaak. Voorbij de zes maanden is een immuungemedieerde oorzaak echter zeldzamer; standaard is er in dat geval alleen reden om GAD65 en de twee met coeliakie geassocieerde antistoffen te testen; verder antistofonderzoek is alleen zinvol als er aanvullende (subtiele) klinische kenmerken/ alarmsymptomen zijn (zie boven). Deze symptomen kunnen in dat geval helpen om de juiste volwassenen met cerebellaire ataxie te selecteren voor antistofdiagnostiek.
Glutengerelateerde aandoeningen zijn auto-immuunziekten die uitgelokt worden door blootstelling aan gluten via de voeding. Bij personen met ataxie met bewezen coeliakie (gastro-intestinaal) zijn cerebellaire ataxie en polyneuropathie bekende (zeldzame) neurologische complicaties. Screening naar anti-tTG IgA, anti-endomysium en anti-gedeamideerd gliadine in serum kan in eerste instantie gebruikt worden. De goudstandaard voor de diagnose coeliakie is echter een afwijkend dunnedarmbiopt. Volgens sommige experts kan ‘glutenataxie’ ook voorkomen bij personen met ataxie zonder een biopt bewezen gastro-intestinale coeliakie (Hadjivassiliou, 2016), maar dit is controversieel. Een recente Nederlandse studie vond geen verschil in prevalentie van tTG2/tTG6 of gliadineantistoffen tussen volwassenen met idiopathische ataxie, controles of neuropathie (met de reguliere afkapwaarden). Uitzondering hierop vormde een verhoogd aandeel gliadine-IgG-antistoffen met titers net onder de drempel voor positiviteit, waarvan de klinische relevantie vooralsnog onduidelijk is (Rouvroye, 2025). De enige bekende effectieve behandeling is een strikt en levenslang volgehouden glutenvrij dieet (Kerstens, 2026b).
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Bij de uitvoer van antistofbepalingen dient men zich bewust te zijn van de waarde van de diagnostische bevindingen. Ondanks het feit dat de specificiteit van de antistof-testen zeer hoog is (>95% tot >99%), kan het onnodig testen van personen met ataxie, evenals het onzorgvuldig selecteren van te testen antistoffen leiden tot fout-positieve bevindingen. Fout-positieve bevindingen leiden tot onnodige vervolgdiagnostiek, behandelingen en kosten als ook onnodige onzekerheid voor een persoon.
Om de kans op fout-positieve bevindingen minder waarschijnlijk te maken, dient een positieve uitslag (meestal verkregen middels een lijn blot, ELISA of cell-based assay) altijd bevestigd te worden met een tweede analysetechniek, zoals een tissue-based analysis (TBA) (Déchelotte, 2020).
Er wordt daarom geadviseerd de diagnostiek naar immuungemedieerde oorzaken van cerebellaire ataxie gedifferentieerd uit te voeren, waarbij ook aanvullende klachten en de duur van de klachten bepalend is. Omdat ataxie geassocieerd met GAD65 antistoffen zowel subacuut als chronisch kan voorkomen, episodisch als continu en geïsoleerd of met andere symptomen, dienen GAD65 antistoffen altijd bepaald te worden. Omdat GAD-antistoffen ook bij type 1-diabetes en zelfs bij gezonde controles kunnen voorkomen wordt een hogere afkapwaarde voor ataxie aanbevolen om het als relevant te beschouwen (>10,000 IU/ml voor serum en >100 IU/ml voor CSF; normale afkapwaarde voor positiviteit van de GAD ELISA >5 IU/ml)(Muñoz-Lopetegi, 2020). De diagnostiek dient bij een verdenking op een immuungemedieerde oorzaak met een duur van minder dan 6 maanden in eerste instantie gericht te zijn op de meest voorkomende oorzaken, gebaseerd op de frequenties beschreven in Tabel 1.
Verricht bij een geïsoleerde ataxie een PNS blot (Yo, Hu, Ri, TR/DNER, etc.), GAD65, VGCC en KLHL11. Bij bijkomende symptomen (psychiatrisch, epileptisch, andere bewegingsstoornis of een andere reden voor verdenking op een immuungemedieerde oorzaak) kan aanvullend gekeken worden naar CASPR2, IgLON5, GlyR, GFAP of NMDAR-antistoffen (Tabel 1). Bij episodische ataxie kan er specifiek gekeken worden naar CASPR2 of LGI1 antistoffen, naast GAD65 antistoffen.
Bij een duur van > 6 maanden is, behalve voor GAD65 en de twee met coeliakie geassocieerde antistoffen, de aanwezigheid van aanvullende klachten leidend om wel/niet aanvullend te testen (zie boven en Tabel 1).
Wanneer sprake is van een hoge verdenking op een paraneoplastische oorzaak met een snel progressief beeld, wordt geadviseerd om naast de (onco-)neuronale antistoffen gelijktijdig diagnostiek in te zetten gericht op een onderliggende tumor (Titulaer, 2011; Graus, 2021).
Ook is het in veel gevallen wenselijk direct eventuele infecties en lymfoom uit te sluiten. Dit om indien nodig een snelle optimale behandeling mogelijk te maken. Voor meer informatie over de behandeling zie module Medicatie bij immuungemedieerde cerebellaire ataxie
Wanneer de testresultaten voor de voorgestelde antistoffen negatief zijn, en er sterke aanwijzingen zijn voor een auto-immuun oorzaak, is verder onderzoek te overwegen. Dit geldt vooral voor personen met ataxie met een hoog risico, met snel verergerende klachten, afwijkingen in liquor of suggestieve MRI-afwijkingen, de keuze voor het inzetten van additionele testen zal echter individueel gemaakt moeten worden. Om relevante antistoffen niet te missen, maar ook om onnodig testen te voorkomen, is het in deze gevallen wenselijk de keuze hiervoor af te stemmen met een expertisecentrum (als het Erasmus MC).
Tabel 1. Frequentie van optreden van cerebellaire ataxie bij verschillende antistoffen
|
Antilichaam |
Aantal geregistreerde casus N(%)‡‡ |
Aantal geregistreerde casus met ataxie N(%) |
Ataxie als geïsoleerd symptoom N (% van ataxie casus) |
Meest gerapporteerde bewegingsstoornis |
Gemiddelde leeftijd (range)‡ |
M/V (%V)‡ |
Paraneoplastisch ja/nee |
Frequentie onderliggende maligniteit [1, 3] |
Aanvullende kenmerken |
|
Yo |
50 |
46 (92) |
40 (87) |
Ataxie |
63 (34-77) |
94 |
Ja |
>90% |
Vrijwel altijd een snel-progressief beeld (weken) |
|
HuD |
212 |
44 (21) |
17 (37) |
Ataxie |
68 (50-87) |
62 |
Ja |
85% |
Hierbij komt vaak polyneuropathie en encefalomyelitis voor |
|
GAD65 |
135 |
31 (23) |
16 (52) |
Stiff person syndrome |
49 (11-83) |
78 |
|
<15% |
Episodische ataxie kan hierbij voorkomen |
|
Caspr2 |
47 |
17 (36) |
0 (0) |
Ataxie¥ |
67 (42-86) |
6 |
|
<30% |
Episodische ataxie kan hierbij voorkomen. In geval van het Morvan syndroom komt een onderliggende maligniteit (thymoom) in ongeveer 50% van de gevallen voor. |
|
CV2 |
60 |
14 (23) |
4 (29) |
Ataxie |
|
50 |
Ja |
>80% |
|
|
NMDAR |
189 |
10 (5) |
0 (0) |
Dyskinesieën |
33 (1-87) |
72 |
|
38% |
Ataxie bij NMDA vrijwel alleen bij (jonge) kinderen |
|
VGCC |
39 |
10 (26) |
3 (30) |
Ataxie |
65 (47-85) |
54 |
Ja |
50 |
Komt vaak bij kleincellig longcarcinoom voor (wordt in ~90% van de gevallen gevonden) |
|
KLHL11 |
16 |
10 (63) |
1 (10) |
Ataxie |
54 (19-76) |
13 |
|
80% |
|
|
Amphi |
38 |
9 (24) |
3 (33) |
Ataxie |
66 (46-84) |
37 |
Ja |
80% |
|
|
Ma2 |
21 |
8 (38) |
1 (13) |
Ataxie |
56 (32-76) |
24 |
Ja |
>75% |
|
|
Tr/DNER |
8 |
8 (100) |
8 (100) |
Ataxie |
59 (49-73) |
25 |
Ja |
90% |
|
|
Ri |
19 |
6 (32) |
0 (0) |
Opsoclonus |
58 (48-64) |
74 |
Ja |
>70% |
|
|
IgLON5 |
23 |
5 (22) |
0 (0) |
Chorea |
68 (47-85) |
43 |
|
9% |
|
|
LGI1 |
187 |
3 (2) |
0 (0) |
Chorea |
65 (9-85) |
39 |
|
<10% |
Episodische ataxie kan hierbij voorkomen |
|
GFAP |
21 |
3 (14) |
0 (0) |
Tremor |
50 (13-82) |
24 |
|
20% |
|
|
GlyR |
15 |
3 (20) |
0 (0) |
Myoclonus |
58 (20-82) |
33 |
|
<10% |
|
|
GABABR |
59 |
2 (4) |
0 (0) |
Myoclonus |
67 (47-85) |
53 |
Ja |
<30% |
|
|
Ma |
6 |
2 (33) |
0 (0) |
Ataxie |
53 (30-69) |
67 |
Ja |
80% |
|
|
AMPAR |
13 |
1 (8) |
0 (0) |
Ataxie/ Myoclonus |
56 (7-73) |
69 |
|
>50% |
|
|
DPPX |
5 |
1 (20) |
0 (0) |
Myoclonus |
60 (51-71) |
0 |
|
<10% |
|
|
mGluR1 |
3 |
1 (33) |
0 (0) |
Ataxie/ Myoclonus /Tremor |
65 (56-78) |
67 |
|
30% |
|
|
CARPVIII |
1 |
1 (100) |
0 (0) |
Ataxie |
61 (61-61) |
100 |
|
onbekend |
|
M: Man; V: Vrouw
‡‡ Uit cohort met 1140 personen met ataxie uit Erasmus MC tussen 2000 tot 2024, beschreven in (Kerstens, 2026).
‡ Gemiddelde leeftijd en verdeling geslacht berekend over gehele groep met antilichaam dragers, onafhankelijk van aanwezigheid ataxie.
¥ Faciobrachiale dystone aanvallen worden niet geclassificeerd als bewegingsstoornis maar als epileptisch fenomeen.
Kwaliteit van bewijs
Er is geen specifieke literatuuranalyse verricht, maar overwegingen zijn gebaseerd op de internationale consensus richtlijnen en internationale literatuur. Gezien de beschrijvende aard van de studies is er geen GRADE toegepast. De bewijskracht voor de toegevoegde waarde van antistofdiagnostiek is dan ook niet weergegeven.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
Een snelle en accurate diagnose bij volwassenen met een verdenking op een immuungemedieerde cerebellaire ataxie is essentieel want dit zorgt voor eerder duidelijkheid, een eerdere start van de behandeling en mogelijk een betere klinische uitkomst. Starten met een initiële basisset aan diagnostiek die op geleide van uitslagen, verdere verdenking verder trapsgewijs uitgebreid kan worden lijkt daarin zinvol.
Duidelijke selectiecriteria leiden tot optimale detectie van antineuronale en paraneoplastische antistoffen, met minimale hoeveelheid fout-positieve bevindingen Dit is belangrijk omdat fout-positieve bevindingen kunnen leiden tot onnodige vervolgdiagnostiek, behandelingen en kosten, als ook onnodig zorgen bij een persoon.
Hierbij moet dus altijd samen met een persoon een goede afweging gemaakt worden o.b.v. de kliniek als ook de duur van de symptomen welke antistofbepalingen worden uitgevoerd om geen onnodige diagnostiek te verrichten.
Deze gedifferentieerde aanpak zou echter wel kunnen leiden tot enige vertraging (aantal weken) in het aantonen van een zeldzamere voorkomende antistof en daarmee het opstarten van de behandeling. De verwachting is dat dit, gezien de zeldzaamheid van voorkomen, slechts zeer zelden het geval zal zijn.
Kostenaspecten
Het stapsgewijs en meer selectief uitvoeren van diagnostiek kan leiden tot een verlaging van kosten, omdat i) elke apart geteste antistof kosten met zich meebrengt (50-200 euro per antistof of -panel) en ii) onnodige vervolgdiagnostiek in geval van fout-positieve bevindingen hiermee voorkomen wordt. Als implementatie van de richtlijn leidt tot het testen van meer personen, dan kan dit tot een milde toename van de kosten. Daar dit type immuungemedieerde ataxie potentieel behandelbaar is, zal snelle en adequate behandeling van deze personen leiden tot betere uitkomsten en minder beroepsmatige uitval (klein aantal personen, hoge kostenreductie per patiënt). In totaal zullen de extra lasten of de te realiseren kostenreductie waarschijnlijk zeer beperkt zijn en niet wezenlijk doorslaggevend.
Gelijkheid ((health) equity/equitable)
Er is geen reden om aan te nemen dat (het trapsgewijs) uitvoeren van diagnostiek naar anti-neuronale antistoffen zou leiden tot ongelijkheid in de toegang tot zorg.
Aanvaardbaarheid
Er lijken geen ethische aspecten de aanvaardbaarheid in de weg te zitten bij de (trapsgewijze) uitvoer van diagnostiek naar anti-neuronale antistoffen.
Duurzaamheid
Het selectief uitvoeren van diagnostiek zal leiden tot een verminderd gebruik van middelen in laboratoria, wat een positief effect heeft op duurzaamheid. Het stapsgewijs uitvoeren van diagnostiek leidt niet tot een toename van gebruik van middelen, omdat bloed en eventueel liquor nog steeds in één keer wordt afgenomen; alleen de analyse vindt stapsgewijs plaats.
Haalbaarheid
Diagnostiek van antineurale antistoffen bij personen met een verdenking op immuungemedieerde cerebellaire ataxie is haalbaar. Het gaat om slechts enkele honderden personen per jaar en de uitvoer van deze diagnostiek wordt al standaard verricht.
De trapsgewijze diagnostiek waarbij er geen extra liquor hoeft worden afgenomen zorgt dan ook niet voor extra belasting voor een persoon en zal ook voor het laboratorium geen grote consequenties met zich mee brengen. Er lijken derhalve geen belemmeringen te zijn voor de haalbaarheid.
Onderbouwing
Antibody-mediated cerebellar ataxia is a rare disorder, and exact population statistics cannot be given due to its rarity and the potential overlap with other neurological conditions. Clinical clues for an autoimmune cause include an acute to subacute course, but the exact distinction from a chronic course is not well defined. Additionally, it is currently unclear what the yield is of antibody testing in different types of patients with cerebellar syndrome.
Description of studies
Frequency of the occurrence of antineural antibodies in cerebellar ataxia
A large retrospective cohort from Erasmus MC, including patients with immune-mediated encephalitis between 2000 and 2024, has recently been published (Kerstens, 2026). In this cohort, 22 antibodies associated with cerebellar ataxia were identified, occurring at varying frequencies and either isolated or combined with other movement disorders (see Table 1). Five patients presented with episodic ataxia (three with anti-Caspr2, one with anti-LGI1, and one with anti-GAD65).
Test characteristics of the antibody tests
In the nationwide study by Kerstens (2024), the performance of antibody detection in auto-immune encephalitis and paraneoplastic neurologic syndromes (PNS) in the Netherlands was investigated using immunoblot, with or without addition of tissue-based assays (TBAs). The study analyzed serum and cerebrospinal fluid samples from patients tested between 2016 and 2021 for antibodies against intracellular antigens (IA; mostly paraneoplastic) and extracellular antigens (EA, mostly non-paraneoplastic). Nearly all antibody tests showed high to very high specificity (>95% - >99%), sensitivity varied between antibodies but was generally high (>95%). The positive predictive value (PPV) for serum testing of intracellular antibodies was moderate to low, reflecting the risk of false positives in cases with lower clinical suspicion. The negative predictive value (NPV) was high across tests, making negative results generally reliable in ruling out disease. Lastly, CSF testing generally had a better predictive value than serum testing.
The addition of TBA to the initial testing method significantly improved both specificity and positive predictive value for detecting neuronal antibodies. This combined approach enhanced diagnostic accuracy compared to using a single assay alone.
Two studies assessed the performance of commercial TBAs for detecting antibodies against intracellular (Milano, 2025) and extracellular antigens (Papi, 2025). In this selected sample set, sensitivity ranged between 63% and 84% and specificity ranged between 72% and 96%. Hence, TBAs alone are insufficient for screening and should be combined with antigen-specific tests and careful clinical evaluation (Milano, 2025; Papi, 2025).
The international consensus paper about paraneoplastic neurological syndromes by Graus (2021) describes rapidly progressing cerebellar ataxia (without significant early cerebellar atrophy) as one of the ‘high-risk’ phenotypes suggestive of PNS. While some cases show hyperacute, unilateral, or slow progression of ataxia mimicking neurodegenerative diseases, most patients develop severe, bilateral cerebellar symptoms within three months, affecting daily activities. Cerebellar ataxia can present with various antibodies with or without cancer. A distinction is made between high-risk antibodies (>70% associated with cancer) and intermediate risk phenotypes (30-70% associated with cancer). Antibody-specific frequencies of cancer can be found in Table 1 in the guidelines.
Newly discovered antibodies related to cerebellar ataxia are often reported in small case series, and further research is needed to clarify antibody-specific clinical features, and its value in regular clinical practice.
The guideline panel aimed to answer the following question(s):
What are the (un)beneficial effects of testing antineuronal antibodies on diagnosis and treatment compared to no antibody testing of patients with cerebellar ataxia?
Table 2. PIC(R)O’s
| PICO 1 Impact outcomes | |
| Patients | Patients with cerebellar ataxia |
| Index test | Antineural antibodies |
| Comparator test | No test of antibodies |
| Reference test | NA |
| Outcomes |
|
| Other selection criteria | - |
Relevant outcome measures
The guideline panel considered frequency of the occurrence of antineural antibodies in ataxia, as well as the test characteristics of the antibody tests as critical outcome measures for decision making.
It was not possible to reliably compare the outcome when antibody testing is performed versus not performed, or to compare early versus late antibody testing, because case variation would introduce bias into the results (in less severely affected patients, antibody testing is more likely to be conducted at a later stage or omitted altogether).
Due to the diversity in outcome measures reported in studies, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.
Search and select (Methods)
No systematic search was performed as it was expected that no studies were available that would answer the research question. The question was answered with the expertise of the working group, international literature representative for the Dutch population, such as Kerstens (2024), Kerstens (2026), and international consensus papers, such as Graus (2021).
- Déchelotte B, Muñiz-Castrillo S, Joubert B, Vogrig A, Picard G, Rogemond V, Pinto AL, Lombard C, Desestret V, Fabien N, Honnorat J. Diagnostic yield of commercial immunodots to diagnose paraneoplastic neurologic syndromes. Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2020 Mar 13;7(3):e701. doi: 10.1212/NXI.0000000000000701. PMID: 32170044; PMCID: PMC7136063.
- Graus F, Vogrig A, Muñiz-Castrillo S, Antoine JG, Desestret V, Dubey D, Giometto B, Irani SR, Joubert B, Leypoldt F, McKeon A, Prüss H, Psimaras D, Thomas L, Titulaer MJ, Vedeler CA, Verschuuren JJ, Dalmau J, Honnorat J. Updated Diagnostic Criteria for Paraneoplastic Neurologic Syndromes. Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2021 May 18;8(4):e1014. doi: 10.1212/NXI.0000000000001014. PMID: 34006622; PMCID: PMC8237398.
- Hadjivassiliou M, Rao DG, Grìnewald RA, Aeschlimann DP, Sarrigiannis PG, Hoggard N, Aeschlimann P, Mooney PD, Sanders DS. Neurological Dysfunction in Coeliac Disease and Non-Coeliac Gluten Sensitivity. Am J Gastroenterol. 2016 Apr;111(4):561-7. doi: 10.1038/ajg.2015.434. Epub 2016 Feb 2. PMID: 26832652; PMCID: PMC4854981.
- Kerstens J, Schreurs MWJ, de Vries JM, Neuteboom RF, Brenner J, Crijnen YS, van Steenhoven RW, de Bruijn MAAM, van Sonderen A, van Coevorden-Hameete MH, Bastiaansen AEM, Vermeiren MR, Damoiseaux JGMC, Otten HG, Frijns CJM, Meek B, Platteel ACM, van de Mortel A, Delnooz CCS, Broeren MAC, Verbeek MM, Hoff EI, Boukhrissi S, Franken SC, Nagtzaam MMP, Paunovic M, Veenbergen S, Sillevis Smitt PAE, Titulaer MJ. Autoimmune Encephalitis and Paraneoplastic Neurologic Syndromes: A Nationwide Study on Epidemiology and Antibody Testing Performance. Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2024 Nov;11(6):e200318. doi: 10.1212/NXI.0000000000200318. Epub 2024 Oct 28. PMID: 39467237; PMCID: PMC11521097.
- Kerstens J, de Vries JM, Brenner J, Crijnen YS, Van Steenhoven RW, De Bruijn MAAM, Van Sonderen A, Van Coevorden-Hameete MH, Bastiaansen AEM, Vermeiren MR, Neuteboom RF, Veenbergen S, Sillevis Smitt PAE, Boon AJW, Titulaer MJ. Movement Disorders in Antibody-Associated Neurologic Diseases: A Nationwide Study. Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2026 Jan;13(1):e200516. doi: 10.1212/NXI.0000000000200516. Epub 2025 Nov 21. PMID: 41270249; PMCID: PMC12643523.
- Kerstens J, Titulaer MJ. Immuungemedieerde cerebellaire ataxieën. Nervus. In press 2026.
- Milano C, Businaro P, Papi C, Arlettaz L, Marmolejo L, Naranjo L, Gastaldi M, Iorio R, Saiz A, Planagumà J, Aguilar E, Pizzanelli C, Martinez-Hernandez E, Armangué T, Guasp M, Ruiz-García R, Sabater L, Dalmau JO, Graus F, Spatola M. Assessing Commercial Tissue-Based Assays for Autoimmune Neurologic Disorders (I): Antibodies to Intracellular Antigens. Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2025 Jul;12(4):e200410. doi: 10.1212/NXI.0000000000200410. Epub 2025 May 20. PMID: 40393022; PMCID: PMC12153943.
- Muñoz-Lopetegi A, de Bruijn MAAM, Boukhrissi S, Bastiaansen AEM, Nagtzaam MMP, Hulsenboom ESP, Boon AJW, Neuteboom RF, de Vries JM, Sillevis Smitt PAE, Schreurs MWJ, Titulaer MJ. Neurologic syndromes related to anti-GAD65: Clinical and serologic response to treatment. Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2020 Mar 2;7(3):e696. doi: 10.1212/NXI.0000000000000696. Erratum in: Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2020 Apr 15;7(4):e733. doi: 10.1212/NXI.0000000000000733. Erratum in: Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2024 Mar;11(2):e200215. doi: 10.1212/NXI.0000000000200215. PMID: 32123047; PMCID: PMC7136051.
- Papi C, Milano C, Arlettaz L, Businaro P, Marmolejo L, Naranjo L, Planagumà J, Martinez-Hernandez E, Armangué T, Guasp M, Ruiz-García R, Aguilar E, Gastaldi M, Iorio R, Gaig C, Saiz A, Sabater L, Graus F, Dalmau JO, Spatola M. Assessing Commercial Tissue-Based Assays for Autoimmune Neurologic Disorders (II): Antibodies to Surface Antigens. Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm. 2025 Jul;12(4):e200406. doi: 10.1212/NXI.0000000000200406. Epub 2025 May 20. PMID: 40393020; PMCID: PMC12153941.
- Rouvroye MD, Warendorf J, Vrancken A, Eftimov F, Wieske L, Faber CG, Hoeijmakers JGJ, Damoiseaux J, van de Warrenburg B, van Gaalen J, van der Molen R, Bouma G, Bontkes H. Serological analysis of gluten-related antibodies in idiopathic neuropathies and cerebellar ataxia. J Neurol. 2025 Jun 7;272(7):447. doi: 10.1007/s00415-025-13187-w. PMID: 40481865; PMCID: PMC12145279.
- Titulaer MJ, Soffietti R, Dalmau J, Gilhus NE, Giometto B, Graus F, Grisold W, Honnorat J, Sillevis Smitt PA, Tanasescu R, Vedeler CA, Voltz R, Verschuuren JJ; European Federation of Neurological Societies. Screening for tumours in paraneoplastic syndromes: report of an EFNS task force. Eur J Neurol. 2011 Jan;18(1):19-e3. doi: 10.1111/j.1468-1331.2010.03220.x. Epub 2010 Sep 29. PMID: 20880069; PMCID: PMC3086523.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 23-09-2026
Beoordeeld op geldigheid : 23-09-2026
Algemene gegevens
De herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor volwassenen met cerebellaire ataxie.
Werkgroep
- Prof. dr. B.P.C. (Bart) van de Warrenburg, Neuroloog, werkzaam bij het Radboudumc, NVN (voorzitter)
- Drs. J.J. (Jeroen) de Vries, Neuroloog, werkzaam bij het UMC Groningen en het Universitair Centrum Ouderengeneeskunde, NVN
- Dr. M.J.(Maarten) Titualaer, Neuroloog, werkzaam bij het ErasmusMC Rotterdam, NVN
- Drs. J. (Judith) van Gaalen, Neuroloog, werkzaam bij Rijnstate en Radboudumc, NVN
- Drs. T.H. (Teije) van Prooije, werkzaam bij het Radboudumc, NVN
- Dr. L.I. (Lennard) Boon, AIOS-neurologie, werkzaam bij het Amsterdam UMC, NVN
- Dr. H.J.R. (Hanneke) Duijnhoven, Revalidatiearts, werkzaam bij het Radboudumc, VRA
- Dr. J. (Jetty) van Meeteren, Revalidatiearts, werkzaam bij het ErasmusMC Rijndam, VRA
- Drs. M (Meyke) Schouten, Klinisch geneticus, werkzaam bij het Radboudumc Nijmegen, VKGN
- Dr. L. (Laura) Donker Kaat, Klinisch geneticus, werkzaam bij het ErasmusMC Rotterdam, VKGN
- Dr. E.J. (Erik-Jan) Kamsteeg, Laboratoriumspecialist klinische genetica, werkzaam bij het Radboudumc, VKGL
- Drs. J. (Jolien) Visser, Vertegenwoordiger wetenschapscommissie, Ataxie Vereniging Nederland
Met ondersteuning van
- Dr. M. (Merel) Wassenaar, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. I.J. (Ilse) Blokland, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. A. (Astrid) Dorhout, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. D.A.M. (Danique) Middelhuis, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- A. (Alies) Oost, informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
Bart van de Warrenburg (voorzitter) |
Neuroloog Radboudumc |
Onbezoldigd: Medisch Adviseur Ataxievereniging Medisch Adviseur Spierziekten Nederland Voorzitter MDS Ataxia Study Group Board member ERN-RND Member Scientific Advisory Board Cure Rare Disease Member Ataxia Global initiative (AGI) Voorzitter Advisory Committee Therapeutics (ACT) Ataxia (deel AGI)
Consultancy (betaald aan Radboudumc) voor Biogen, Vico, Servier, Biohaven Pharmaceuticals |
Geen |
Geen |
Ja ZonMw; Projecten SCA1, VIMP-project, ACT-MD project, projectleider Ja Hersenstichting;Projecten drug repurposing CACNA1A, SCA7, cerebellaire tDCS, projectleider Ja Vico Therapeutics; Klinische trials AON,projectleider Klinische trials AON FARA; Projecten rond Friedreich, projectleider Ja Servier; ESMI/SCA3 project, projectleider Nee |
Het betreft hier een richtlijn die voor een deel gaat over een groep zeldzame aandoening (de erfelijke ataxieën) waarvoor ik wel een KOL ben / boegbeeldfunctie heb |
Geen |
02-10-2024 |
Geen restricties |
|
Erik-Jan Kamsteeg |
Laboratoriumspecialist klinische genetica |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
01-08-2024 |
Geen restricties |
|
Meyke Schouten |
Klinisch geneticus, Radboudumc, Nijmegen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
19-09-2024 |
Geen restricties |
|
Jetty van Meeteren |
Revalidatiearts Rijndam, locatie Erasmus MC |
Voorzitter Medische adviesraad ataxievereniging (niet betaald) Medisch advies commissie MSVN (niet betaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Positief effect voor voorzitter MAR ataxievereniging |
Geen |
19-09-2024 |
Geen restricties |
|
Laura Donker Kaat |
Klinisch geneticus bij Erasmus MC Rotterdam |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
02-10-2024 |
Geen restricties |
|
Jeroen de vries |
UMC Groningen - Afdeling Neurologie - Neuroloog 0,5 fte (betaald) UMC Groningen - Afdeling Interne Geneeskunde/ Universitair Centrum Ouderengeneeskunde - Neuroloog 0,5 fte (betaald) |
RvC-lid Goedemorgen (Zorghuis voor mensen met dementie) (betaald) |
Adviesraad Biogen (tweemaal sessie) maar alle gelden zijn naar de algemene rekening van de afdeling Neurologie van het UMC Groningen gegaan, zodat ik er geen persoonlijk gewin uithaal ook niet qua onderzoek. |
Geen |
Geen |
Het Expertisecentrum Bewegingsstoornissen Groningen van het UMC Groningen kan baat hebben door bestendiging van lokaal aanwezige expertise. Persoonlijk baten kunnen zijn de betrokkenheid bij patiëntenorganisatie. |
Geen |
02-10-2024 |
Geen restricties |
|
Judith van Gaalen |
Neuroloog Rijnstate 0.8 fte Neuroloog Radboudumc 0.08 fte |
Diagnosewerkgroep Friedreich Ataxie Vereniging Spierziekten Nederland. Redacteur Nervus Medisch adviseur diagnose werkgroep Friedreich Ataxie VSN - onbetaald Redacteur Nervus - honorarium Eenmalige deelname adviesraad Biogen tav nieuw Friedreich medicijn - Consultancy. |
Geen |
Geen |
FARA - Friedreich |
Geen |
Geen |
14-10-2024 |
Geen restricties |
|
Lennard Boon |
AIOS-neurologie, Amsterdam UMC |
Geen. |
Geen. |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
07-10-2024 |
Geen restricties |
|
Teije van Prooije |
AIOS-neurologie, Radboudumc |
Promovendus onderzoeksgroep zeldzame erfelijke bewegingstoornissen, afdeling Neurologie, Radboudumc |
Geen |
Geen |
grant van ZonMw- Natuurlijke beloop studie bij SCA1-geen projectleider |
Geen |
Geen |
14-10-2024 |
Geen restricties |
|
Jolien Visser |
Vertegenwoordiger wetenschapscommissie van de Ataxie Vereniging Nederland |
Fysiotherapeut en patiënt |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
23-10-2024 |
Geen restricties |
|
Hanneke van Duijnhoven |
Revalidatiearts Radboudumc |
Medisch adviseur diagnosegebonden werkgroep Friedreichse Ataxie van Spierziekte Nederland - onbetaald Lid werkgroep neurorevalidatie VRA - onbetaald Docent scholing gespecialiseerde paramedische eerstelijnszorg voor mensen met ataxie – betaald aan werkgever Expert advies Skyclarys op basis van consultancy - betaald aan mijn werkgever |
Geen |
Geen |
Geen |
hoofd multidisciplinaire polikliniek revalidatie binnen Radboudumc expertisecentrum voor zeldzame en erfelijke bewegingsstoornissen waaronder cerebellaire ataxie en friedreichse ataxie |
Geen |
12-11-2024 |
Geen restricties |
|
Maarten Titulaer |
Neuroloog, Erasmus MC Rotterdam |
- vice-voorzitter Hoofdredactieraad TNN (tijdschrift voor Neurologie en Neurochirurgie) - editorial board Neurology Neuroimmunology & Neurinflammation (onbezoldigd) - lid medische adviesraad ItsME (patientenorganisatie, charity, onbezoldigd) - lid medische adviesraad Encephalitis International (patientenorganisatie, charity, onbezoldigd) - lid medisch-wtenschappelijke adviesraad Autoimmune Encephalitis Alliance (patientenorganisatie, charity, onbezoldigd) - schrijver artikel UpToDate (royalties) - consultant Guidepoint Global LLC (kan gevraagd worden voor consulten met een initieel onbekende partner, ataxie niet genoemd als expertise; al enkele jaren geen consult meer via hun uitgevoerd, ondanks meerdere uitnodigingen) |
Consultancy voor opstarten trials in autoimmuun encefalitis (gelden betaald aan onderzoeksrekening Erasmus MC, niet persoonlijk): - AmGEN (anti-CD19 therapie) - UCB (FcRN blokkers) - ArgenX (FcRn blokkers; PROSE-vragenlijst) |
Geen |
ZonMW;ACT MD (autoimmuniteit en ataxie);PL nee ZonMW (2x)UltraAIE: single cell in AIE; PARADE-VIMP: antistoffen in (snelprogressieve) dementie;PL Ja EpilepsieNL & CSL Behring;AMICE: IVIg Dioraphte; PROMISE;PROMISE: patient-gerapporteerde uitkomsten in AIE; PL Ja NIH/NINDS/Univ of Utah; ExTINGUISH: fase 2b RCT Inebilizumab in NMDAR encephalitis;PJ Ja |
- copyright PROSE, patient reported outcome measure voor autoimmuun encefalitis, niet gericht op ataxie - patent over KCTD8/12/16 antistoffen icm GABAbR antistoffen ("filed a patent for methods for typing neurologic disorders and cancer, and devices for use therein"); potentieel profit zou zijn geweest voor Erasmus MC, maar niet verlengd. |
verricht antineuronale antistoftesten die niet commercieel beschikbaar of gevalideerd zijn voor diagnostiek van patienten in Nederland; de vergoeding vanuit de diagnostiek wordt gebruikt voor de antistoftesten en de tijd en inzet van analisten en raters (geen winstoogmerk, noch winst). Dit betreft ook antistoffen die voor ataxie relevant kunnen zijn. |
22-01-2025 |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door de Ataxie Vereniging Nederland uit te nodigen voor de schriftelijke knelpuntenanalyse en een patiëntvertegenwoordiger namens Ataxie Vereniging Nederland was betrokken bij de ontwikkeling van de modules. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de Ataxie Vereniging Nederland en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Auto-immuunbepalingen bij cerebellaire ataxie |
Geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de herziening van deze richtlijn is hieronder weergegeven.