Axillaire stadiëring: SWK procedure
Uitgangsvraag
Bij welke patiënt(e) zonder verdachte lymfeklieren bij echografie kan een schildwachtklierprocedure achterwege worden gelaten?
Aanbeveling
Eindoordeel: Sterke aanbeveling tegen (Niet doen)
Verricht bij patiënten met borstsparende therapie (chirurgie met radiotherapie) geen schildwachtklierprocedure bij:
- >70 jaar met cT1a/bN0 HR+ Her2-, graad 1-2 of T1c graad 1 borstkanker
Bespreek het achterwege laten van een schildwachtklierprocedure en invloed op beleid in het MDO bij:
- >50 jaar en ≤70 jaar met cT1HR+ Her2-, graad 1-2 borstkanker
Zorg dat je met samen beslissen een keuze maakt met de patiënt.
Verricht een schildwachtklierprocedure bij alle overige cN0 patiënten na bespreken van invloed op beleid in MDO en met aandacht voor ‘samen beslissen’ met de patiënt.
In de praktijk zullen veel patiënten een indicatie hebben voor neo-adjuvante systemische behandeling; hiervoor bestaat een aparte module.
Voor beleid bij DCIS zie module SWK-procedure bij DCIS.
Overwegingen
De aanbevelingen zijn gebaseerd op consensus binnen de multidisciplinaire werkgroep, aangevuld met internationale richtlijnen (ASCO 2025, EUSOMA 2022, NCCN 2023), Nederlandse kwaliteitsstandaarden van het NABON en de NVvH, meta-analyses en gerandomiseerde studies. In de literatuursamenvatting is de beschikbare literatuur over de schildwachtklier (SWK) procedure samengevat.
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Zowel de SOUND- als de INSEMA-studie tonen aan dat bij patiënten met laag-risico invasieve borstkanker behandeld met borstsparende therapie, zonder verdenking op lymfekliermetastasen bij preoperatieve axillaire echografie, het achterwege laten van axillaire stadiëring door middel van schildwachtklier (SWK) procedure geen negatieve invloed heeft op uitkomstparameters zoals recidief en overleving.
In beide studies betrof het patiënten met een mediane leeftijd van 60-62 jaar met overwegend T1 ductale tumoren (de INSEMA-studie includeerde beperkt T2 tumoren), die voornamelijk hormoon positief en HER2neu negatief waren.
Verschillen tussen studies en Nederlandse praktijk
Het overgrote deel van de patiënten werd adjuvant behandeld met hormoontherapie. Dit is niet conform de Nederlandse praktijk waarin men terughoudender omgaat met adjuvante hormonale behandeling. Hierdoor zijn de resultaten niet volledig representatief voor de Nederlandse situatie.
Axillaire recidieven binnen vijf jaar kwamen in beide studies slechts zelden voor (0,3-1%), ondanks dat er in de SWK-bioptgroep bij 14-15% van de patiënten lymfekliermetastasen werden gevonden. Ook afstandsmetastasen kwamen beperkt voor na vijf jaar (1,8–2,7%). Er is slechts beperkt evidence beschikbaar over de rol van adjuvante hormonale therapie in het voorkomen van axillaire recidieven of metastasen. Een enkele patiëntenserie, gepubliceerd in 2000 door Greco, waarbij slechts 34% van de patiënten tamoxifen ontving, toont ca. 2% axillaire recidieven bij T1a/b tumoren gedurende 5 jaar follow-up en max 6% metastasen, niet gerelateerd aan tamoxifengebruik. Een hypothese die in 2005 door Veronesi werd gepubliceerd is dat een deel van de axillaire lymfekliermetastasen zich nooit klinisch zullen openbaren.
De rol van postoperatieve radiotherapie is ook niet volledig duidelijk. In beide studies werd voornamelijk volledige borstbestraling toegepast. Het valt te beargumenteren dat in geval van partiele borstbestraling de axillaire klieren een significant lagere dosis ontvangen dan bij volledige borstbestraling (Behzadi 2025). Een systematische review (van Wely 2011) toonde aan dat axillaire recidieven vaker optreden wanneer er geen EBRT gegeven is (in een groep patiënten met negatieve sentinel node). De CALGB 9343 trial (Hughes, 2013) suggereert een beperkt effect van radiotherapie van de borst in aanvulling op alleen tamoxifen bij het voorkomen van axillaire metastasen (0% versus 3% na 10 jaar bij patiënten >70 jaar met ER-positieve klinisch stadium 1 borstkanker). Echter, in deze studie werden patiënten geïncludeerd van 1994-1999, welke dus geen up-to-date systemische behandeling (o.a. immuuntherapie) ontvingen. Deze studie toont ook dat de algehele overleving in deze patiëntengroep vooral wordt beïnvloed door andere factoren dan borstkanker.
Alles afwegend is de richtlijncommissie van mening dat ook zonder adjuvante hormonale behandeling en met partiele borstbestraling (in plaats van bestraling van de gehele borst)de SWK- procedure achterwege gelaten kan worden in de groep waar de kans op axillaire recidieven en metastasen laag is. Ook is invloed op overleving onwaarschijnlijk.
Patiëntenselectie
Patiënten met T2 tumoren in de INSEMA-studie lieten vergelijkbare resultaten zien als de T1 tumoren, hoewel de kans op recidief ziekte iets hoger was. Deze groep was echter te klein om conclusies te trekken. Patiënten met graad 3 borstkanker of HER2neu positiviteit waren beperkt vertegenwoordigd, aangezien zij in de praktijk vaak in aanmerking komen voor neo-adjuvante behandeling. In zowel de SOUND- als de INSEMA-studie werden patiënten met mastectomie indicatie en mannen met borstkanker niet geïncludeerd.
Patiënten met een lobulair carcinoom of multicentrisch/multifocaal mammacarcinoom waren slechts beperkt of niet vertegenwoordigd in beide studies. Er is onzekerheid of de uitkomsten voor deze groep vergelijkbaar zijn. Het is onduidelijk of axillaire recidieven of metastasen bij deze groepen vaker zullen voorkomen.
Bij onverwachte T2, graad 3, angioinvasie of andere receptorstatus na operatie is mogelijke aanvullende behandeling rechtvaardigd. In het MDO kan besproken worden of patiënt mogelijk baat heeft van aanvullende RT of adjuvante systemische behandeling.
Kwaliteit van bewijs
Er heeft geen systematisch literatuuronderzoek plaatsgevonden om de samenvattingen van de literatuur inclusief GRADE-beoordeling een update te geven.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
De kans op recidief ziekte bij de beschreven populatie is klein. De SWK procedure is een invasieve wijze van diagnostiek die niet lijkt te leiden tot aanpassing van behandelkeuzes bij een geselecteerde groep.
Het achterwege laten van de SWK procedure zal leiden tot onderstadiering bij een kleine groep, mogelijk wordt adjuvante behandeling deze groep onthouden en kunnen er meer axillaire recidieven en metastasen voorkomen.
Het achterwege laten van axillaire chirurgie biedt mogelijk voordelen voor de patiënt en kwaliteit van leven. De INSEMA-studie toonde aan dat armklachten in de axillaire chirurgie-groep weinig voorkwamen (<6%), maar wel significant meer dan de groep zonder axillaire chirurgie (<2%). De analyses van de Nederlandse BOOG-08-studie tonen echter dat armklachten en invloed op kwaliteit van leven niet beïnvloed worden door het achterwege laten van de schildwachtklierprocedure.
Een mogelijk voordeel van een SWK procedure is dat een negatieve SWK patiënten een bepaalde geruststelling kan geven. Andersom kan een positieve SWK bij een kleiner deel van de patiënten ook juist onrust veroorzaken, terwijl de kans op recidief ziekte zeer klein is.
Kostenaspecten
Het achterwege laten van de SWK procedure zorgt voor een kostenbesparing op korte termijn. Dit gaat om directe kosten van de procedure en eventuele aanvullende beleidsverandering. Mogelijk leidt het hogere risico op recidief op de lange termijn juist tot aanvullende kosten. Dit is niet nader geanalyseerd.
Gelijkheid ((health) equity/equitable)
De interventie leidt niet tot een verandering in gezondheidsgelijkheid.
Aanvaardbaarheid:
Ethische aanvaardbaarheid
Er zijn geen ethische bezwaren.
Duurzaamheid
Het achterwege laten van de SWK procedure zal zeer beperkt zorgen voor besparingen op het gebied van productie van radioactieve isotopen, colloïden, ICG en Methyleen Blue gezien grotere inzet voor andere toepassingen. SPECT/CT en fluorescentiecamera zijn veelal ook voor andere toepassingen aanwezig.
Haalbaarheid
Het achterwege laten van de SWK procedure is haalbaar.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Op basis van de resultaten van twee RCT’s kan worden geconcludeerd dat de schildwachtklierprocedure achterwege gelaten kan worden bij vrouwen >50 jaar met invasieve borstkanker met een tumor <2 cm, indien de echo axilla geen verdachte lymfeklieren toont en de tumor HR+ en Her2Neu- is. Bij deze groep van wie bijna allen hormonale therapie en radiotherapie hebben gehad is er beperkte invloed op het aanvullende beleid te verwachten van de uitkomst van de SWK procedure en is er waarschijnlijk geen relatie met kans op recidief ziekte na 5 jaar. Uitkomsten voor de groep patiënten die geen adjuvante hormonale therapie krijgen en ‘slechts’ regionale radiotherapie zijn onzeker. In de zoektocht naar een balans tussen over- en onderbehandeling kiest de commissie ervoor om overbehandeling te voorkomen en adviseert om ook in deze groep de SWK procedure achterwege te laten bij patiënten >70. De kans op klinisch relevante effecten wordt bij deze groep klein geschat. Deze zelfde argumentatie geldt voor patiënten met een lobulair of multifocaal carcinoom die ondervertegenwoordigd waren in de studies.
SWK- procedure; indocyanine groen (ICG) of Tc99m-(nano)colloid (eventueel in combinatie met dimethyleen blauw).
De gouden standaard in Nederland voor visualisatie van de schildwachtklier is de 1- of 2 daagse procedure met Tc99m-(nano)colloid, soms nog gecombineerd met dimethyleen blauw. Studies die de rol van de schildwachtklier biopsie beschrijven en de invloed op beleid en prognose maken overwegend gebruik van bovenbeschreven procedure met de radioactieve tracer.
Inmiddels zijn er meerdere publicaties over het gebruik van het fluorescente indocyanine groen (ICG) als alternatief voor (of aanvulling op) de radioactieve tracer Tc99m-nanocolloid. De schildwachtklier kan na toediening van ICG direct pre-operatief, per-operatief worden gevisualiseerd met een fluorescentiecamera.
Verschillende meta-analyses (Sugie 2017, Kedrzycki 2021 en White 2024) tonen aan dat de schildwachtklier biopsie met ICG niet-inferieur is aan de methode met Tc99m-nanocolloid.
ICG is een gelijkwaardig alternatief voor Tc99m-nanocolloid bij de schildwachtklierprocedure als het gaat om detectie van schildwachtklier en metastasen. Ondanks gebrek aan specifieke studies valt er een vergelijkbare impact op beleid en prognose te verwachten.
De keuze is in de praktijk afhankelijk van de lokale beschikbaarheid. ICG heeft enkele voordelen boven de lokalisatie van de schildwachtklier met Tc99m-nanocolloid als het gaat om belasting voor de patiënt (geen extra onderzoek) en inzet van personeel en andere middelen.
Onderbouwing
Background
Current guidelines indicate sentinel node biopsy in cT1-2N0 and cT3N0 breast cancer. Risk for relevant metastasis is low in cT1 and T2 stage breast cancer. Recent publications showed non-inferior results with regard to recurrence and survival when omitting sentinel node biopsy in a selected population.
Summary of literature
In 2023 and 2024, two important trials, the Italian SOUND-trial and German INSEMA-trial, have been published regarding omission of axillary surgery in women with small breast cancer. Two other trials, the BOOG 2013-08 and NAUTILUS, are still ongoing (results expected between 2025 and 2027).
The SOUND-trial, a prospective, noninferiority phase 3 randomized clinical trial, aimed to determine whether omitting axillary surgery is non-inferior to sentinel lymph node biopsy (SLNB) in women with invasive small breast cancer (BC) and negative results on ultrasonography of the axillary lymph nodes (Gentilini, 2023). The trial concluded that omission of axillary surgery was noninferior to SLNB in this patiënt population.
The trial included 1,405 patiënts with BC <2 cm, randomized 1:1, all planned for breast-conserving surgery and whole-breast radiotherapy. Exclusion criteria included the preoperative presence of multiple doubtful or suspicious lymph nodes, extensive multifocality or multicentricity, bilateral BC, synchronous distant metastases, previous cancer, ongoing pregnancy or lactation, and obstacles to obtaining informed consent or regular follow-up.
The primary endpoint was 5-year distant disease-free survival (DDFS). Secondary endpoints were the cumulative incidence of distant and axillary recurrences, disease free survival (DFS), overall survival (OS), and adjuvant treatment recommendations.
Median tumor size was 1.1 cm (IQR: 0.8-1.5 cm), median age was 60 years (IQR: 52-68), and 88% had ER-positive and HER2neu negative BC. 78% had pathologically invasive ductal carcinoma and 9% lobular carcinoma. Nodal involvement was found in 14% of the SLNB group.
ER positivity was 92% vs. 94% (SLNB vs. no axillary surgery group), with 98% in both groups receiving hormone therapy. HER2 positivity was 7% in both groups, with 94% versus 98% receiving trastuzumab, and 20% versus 18% receiving chemotherapy. Radiotherapy was given to 98% in both groups; 11% in both groups received pregionale radiotherapieial-breast radiotherapy, and 84% versus 81% received whole-breast radiotherapy.
With a median follow-up of 5.7 years, 5-year DFS was 98% in both groups. 5-year DFS (95 versus 94%) and OS (both 98%) showed no differences. Locoregional relapse (1.7% versus 1.6%), distant metastasis (1.8% versus 2.0%), and mortality (3.0% versus 2.6%) showed no significant differences. Axillary recurrence was 0.4% in both groups.
These findings suggest that patiënts with ER+/HER2 neg BC <2 cm and negative axillary ultrasonography can be safely spared any axillary surgery. with radiotherapy.
The INSEMA-trial, a prospective, randomized, noninferiority trial, investigated the omission of axillary surgery compared to SLNB in patiënts with clinically node-negative (diagnostic workup included routine axillary ultrasonography) invasive BC (staged as T1 or T2 with tumor size ≤5 cm) undergoing breast-conserving surgery (Reimer, 2024). The trial showed that omission of surgical axillary staging was noninferior to SLNB after a median follow-up of 6 years.
A total of 4,858 cT1 and cT2 BC patiënts were prospectively included and randomized in a 1:4 ratio (no SLNB versus SLNB). In case SLNB showed 1-3 macro metastasis there was randomization 1:1 to ALND or not (results not included). All patiënts underwent unilateral breast-conserving surgery and whole-breast irradiation. Regional nodal irradiation was permitted in patiënts with ≥4 axillary lymph node metastases in the surgery ALND? group, while pregionale radiotherapieial breast irradiation was not allowed.
The primary endpoint was 5-year DFS. Median age was 62 years, and the median pre-operative tumor size was 11 mm (IQR: 8-16 mm): 90% of patiënts had T1 BC, and 98% were hormone positive, 76 % had pathologically invasive carcinoma NST and 13% lobular. 3,896 patiënts underwent SLNB of which 15% had any lymph node metastasis and 11% had macro-metastasis. ALND was performed in 191 patiënts. Chemotherapy was administered to 10% in the no SLNB group versus 13% in the SLNB group.
With a median follow-up of 74 months, 5-year DFS was 92% in both groups. Recurrence occurred in 11% of the patiënts, with axillary recurrence rates of 1% versus 0.3%, distant relapse 2.7% in both groups, and mortality rates of 1.4% vs 2.4% for no SLNB versus SLNB, respectively.
Quality of life scores with regard to breast and arm symptoms were better in the group who did not undergo SLNB (Reimer, 2022). Patiënts in the no-SLNB group as compared with those in the SLNB group had reduced incidence of lymphedema (1.8% versus 5.7%), restriction of arm or shoulder mobility (2.0% versus 3.5%), and pain with arm or shoulder movement (2.0% versus 4.2%). These differences were more pronounced when comparing QOL results following the second randomization i.e. ALND versus no ALND in patiënts with a tumour positive SLNB, although this was a smaller group (191 ALND versus 294 SLNB only).
This trial shows that omitting SLNB does not compromise survival in patiënts with early-stage, cN0 BC who plan to undergo primary breast-conserving surgery including whole breast radiotherapy and endocrine therapy. This de-escalation concept may be suitable for patiënts aged 50 years or older with low-risk (grade G1 or G2), HR-positive, HER2-negative invasive BC and clinical T1 tumors receiving hormone therapy.
Additionally in July 2025, the 20 years follow-up results from the INT09/98 randomized trial were published which explored the omission of axillary surgery in early-stage breast cancer in 565 patiënts under 65 years of age (Agresti 2025). Follow-up at 20 years showed no significant differences between both arms. The adjusted hazard ratio for OS was 1.18 (P = 0.326) and DFS was 1.27 (P = 0.280) respectively, both within the predetermined non-inferiority limit. Seventy-nine of the 517 patiënts developed distant metastases, 36 (13.2%) in the axillary surgery arm and 43 (17.6%) in arm without surgery. Axillary relapse rate in the no axillary surgery arm remained low (11%), indicating that only a subset of metastatic nodes cause recurrences if not removed. Contributing factors may include long-term tamoxifen use, radiotherapy extending to the lower axillary region.
An older study by Veronesi (2005) showed comparable results from which they hypothesized that occult axillary metastases might never become clinically overt and axillary dissection might be avoided in patiënts with small carcinomas and a clinically negative axilla. 435 patiënts over 45 years old with breast cancer up to 1.2 cm and no palpable axillary nodes were randomized 214 to breast conservation without axillary treatment and 221 to breast conservation plus axillary RT. After a median follow-up of 63 months, overt axillary metastases were fewer than expected: three cases in the no axillary treatment group (1.5%) and one in the RT group (0.5%). Expected cases were 43 in the no axillary treatment group and 10 in the RT group. Rates of distant metastases and local failures were low, and 5-year disease free survival was 96.0% (95% confidence interval, 94.1%-97.9%) without significant differences between the two arms. Tamoxifen use was >90%.
A study published in 2000 by Greco described a series of 401 patiënts in which only 34% received adjuvant hormone treatment. In general, in patiënts with axillary recurrence who had not received tamoxifen before, the decision was made to give tamoxifen if axillary lymph nodes were histologically
involved. However, tamoxifen therapy had no effect on the frequency of axillary recurrence or on the ultimate outcome.
Search and select
For this question no new systematic literature search was performed. The module was updated in 2025 by incorporating the results of two recent randomized controlled trials (SOUND and INSEMA). No formal GRADE assessment of the evidence was performed. Ongoing studies (such as BOOG 2013-08 and NAUTILUS) may warrant a systematic re-evaluation once results become available.
- 1 - Roberto Agresti, Marco Sandri, Giuseppe Capri, Giulia Bianchi, Tiziana Triulzi, Laura Lozza, Giovanna Trecate, Anna Trapani, Cristina Ferraris, Biagio Paolini, Sylvie Menard, Marco Greco, Secondo Folli, Elda Tagliabue, Axillary surgery versus no-axillary staging in T1N0 breast cancer: 20-year follow-up of the INT 09/98 randomized clinical trial, BJS, Volume 112, Issue 3, March 2025, znae311, https://doi.org/10.1093/bjs/znae311
- 2 - Gentilini OD, Botteri E, Sangalli C, Galimberti V, Porpiglia M, Agresti R, Luini A, Viale G, Cassano E, Peradze N, Toesca A, Massari G, Sacchini V, Munzone E, Leonardi MC, Cattadori F, Di Micco R, Esposito E, Sgarella A, Cattaneo S, Busani M, Dessena M, Bianchi A, Cretella E, Ripoll Orts F, Mueller M, Tinterri C, Chahuan Manzur BJ, Benedetto C, Veronesi P; SOUND Trial Group. Sentinel Lymph Node Biopsy vs No Axillary Surgery in Patiënts With Small Breast Cancer and Negative Results on Ultrasonography of Axillary Lymph Nodes: The SOUND Randomized Clinical Trial. JAMA Oncol. 2023 Nov 1;9(11):1557-1564. doi: 10.1001/jamaoncol.2023.3759. PMID: 37733364; PMCID: PMC10514873.
- 3 - Greco M, Agresti R, Cascinelli N, Casalini P, Giovanazzi R, Maucione A, Tomasic G, Ferraris C, Ammatuna M, Pilotti S, Menard S. Breast cancer patients treated without axillary surgery: clinical implications and biologic analysis. Ann Surg. 2000 Jul;232(1):1-7. doi: 10.1097/00000658-200007000-00001. PMID: 10862188; PMCID: PMC1421101.
- 4 - Hughes KS, Schnaper LA, Bellon JR, Cirrincione CT, Berry DA, McCormick B, Muss HB, Smith BL, Hudis CA, Winer EP, Wood WC. Lumpectomy plus tamoxifen with or without irradiation in women age 70 years or older with early breast cancer: long-term follow-up of CALGB 9343. J Clin Oncol. 2013 Jul 1;31(19):2382-7. doi: 10.1200/JCO.2012.45.2615. Epub 2013 May 20. PMID: 23690420; PMCID: PMC3691356.
- 5 - Reimer T, Stachs A, Veselinovic K, Polata S, Müller T, Kühn T, Heil J, Ataseven B, Reitsamer R, Hildebrandt G, Knauer M, Golatta M, Stefek A, Zahm DM, Thill M, Nekljudova V, Krug D, Loibl S, Gerber B; INSEMA investigators. Patiënt-reported outcomes for the Intergroup Sentinel Mamma study (INSEMA): A randomised trial with persistent impact of axillary surgery on arm and breast symptoms in patiënts with early breast cancer. EClinicalMedicine. 2022 Nov 25;55:101756. doi: 10.1016/j.eclinm.2022.101756. PMID: 36457648; PMCID: PMC9706517.
- 6 - Reimer T, Stachs A, Veselinovic K, Kühn T, Heil J, Polata S, Marmé F, Müller T, Hildebrandt G, Krug D, Ataseven B, Reitsamer R, Ruth S, Denkert C, Bekes I, Zahm DM, Thill M, Golatta M, Holtschmidt J, Knauer M, Nekljudova V, Loibl S, Gerber B. Axillary Surgery in Breast Cancer - Primary Results of the INSEMA Trial. N Engl J Med. 2024 Dec 12. doi: 10.1056/NEJMoa2412063. Epub ahead of print. PMID: 39665649.
- 7 - van Wely BJ, Teerenstra S, Schinagl DA, Aufenacker TJ, de Wilt JH, Strobbe LJ. Systematic review of the effect of external beam radiation therapy to the breast on axillary recurrence after negative sentinel lymph node biopsy. Br J Surg. 2011 Mar;98(3):326-33. doi: 10.1002/bjs.7360. Epub 2010 Nov 30. PMID: 21254004.
- 8 - Veronesi U, Orecchia R, Zurrida S, Galimberti V, Luini A, Veronesi P, Gatti G, D'Aiuto G, Cataliotti L, Paolucci R, Piccolo P, Massaioli N, Sismondi P, Rulli A, Lo Sardo F, Recalcati A, Terribile D, Acerbi A, Rotmensz N, Maisonneuve P. Avoiding axillary dissection in breast cancer surgery: a randomized trial to assess the role of axillary radiotherapy. Ann Oncol. 2005 Mar;16(3):383-8. doi: 10.1093/annonc/mdi089. Epub 2005 Jan 24. PMID: 15668261.
- 9 - Wintraecken VM, Boersma LJ, van Roozendaal LM, de Vries J, van Kuijk SMJ, Vane MLG, van Dalen T, van der Hage JA, Strobbe LJA, Linn SC, Lobbes MBI, Poortmans PMP, Tjan-Heijnen VCG, van de Vijver KKBT, Westenberg AH, de Wilt JHW, Smidt ML, Simons JM; BOOG 2013-08 group. Quality assurance of radiation therapy after breast-conserving surgery among patients in the BOOG 2013-08 trial. Radiother Oncol. 2024 Feb;191:110069. doi: 10.1016/j.radonc.2023.110069. Epub 2023 Dec 21. PMID: 38141879.
- 10 - Wintraecken VM, van Roozendaal LM, Simons JM, de Vries J, van Kuijk SMJ, Vane MLG, van Dalen T, Sackey H, van der Hage JA, Strobbe LJA, Linn SC, Lobbes MBI, Poortmans PMP, Tjan-Heijnen VCG, van de Vijver KKBT, Westenberg HH, Dirksen CD, de Wilt JHW, Boersma LJ, Smidt ML. Three-year patient-reported outcomes of the BOOG 2013-08 RCT evaluating omission of sentinel lymph node biopsy in early-stage breast cancer patients treated with breast conserving surgery: Impact of personality traits on health-related quality of life. Br J Surg. 2025 Apr 30;112(5):znaf031. doi: 10.1093/bjs/znaf031. PMID: 40365927; PMCID: PMC12076147.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 17-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 17-06-2026
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Borstkanker bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:
Clusterstuurgroepleden
- C.H. (Carolien) Smorenburg, Internist-Oncoloog, NIV (tot september 2025)
- B.E.P.J. (Birgit) Vriens, Internist-Oncoloog, NIV
- A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV (vanaf juli 2025)
- H.J.G.D. (Desirée) van den Bongard, Radiotherapeut-Oncoloog, NABON/NVRO
- M.A.M. (Marc) Mureau, Plastisch chirurg, NVPC
- C. (Cristina) Guerreo Paez, Directeur, BVN
- C. (Christiaan) van Swol, Klinisch fysicus, NVKF
- F.H. (Frederieke) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
- J.H. (José) Volders, Oncologisch chirurg, NVvH
Betrokken clusterexpertisegroepleden
- H. (Helma) Dollevoet, Patiëntvertegenwoordiger, BVN
- F. (Femke) Intema, Nucleaire geneeskunde, NVNG
- C.E. (Claudette) Loo, Radioloog, NVvR
- C. (Carla) Meeuwis, Mammaradioloog, NVvR
- D.J.P. (Dominique) van Uden, Chirurg, NVvH
- M.L. (Marjolein) Smidt, Chirurg, NVvH
- A.P.G. (Anne) Crijns, Radiotherapeut, NVRO
- S.C.J. (Sophie) Bosma, Radiotherapeut, NVRO
- C.P.H. (Celien) Vreuls, Patholoog, NVVP
Met ondersteuning van
- S.N. (Sarah) van Duijn, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024)
- J. (Joppe) Tra, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2023-2024)
- M.A. (Margreet) Pols, adjunct directeur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024-2025)
- L.C. (Lotte) Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf 2025)
- E. (Eline) de Heus, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- M. (Michiel Oerbekke, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- J. (Joline) Rohof, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van de clusterleden vindt u in onderstaande tabel. Alle clusterleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Belangrijk om te benoemen dat:
- Clusterleden werken niet als enige inhoudsdeskundige aan de module;
- Een clusterlid werkt tenminste samen met een ander clusterlid met een vergelijkbare expertise in alle fasen (zoeken, studieselectie, data-extractie, evidence synthese, Evidence-to-decision, aanbevelingen formuleren) van het ontwikkelproces. Indien nodig worden clusterleden toegevoegd aan het cluster;
- In alle fasen van het ontwikkelproces is een onafhankelijk methodoloog betrokken;
- Overwegingen en aanbevelingen worden besproken en vastgesteld tijdens een clustervergadering onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.
Wellicht ten overvloede willen wij erop wijzen dat medisch specialistische richtlijnen niet worden vastgesteld door de betreffende richtlijnwerkgroep maar door de besturen/ledenvergadering van de betrokken verenigingen.
De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Clusterstuurgroepleden
Tabel 4 Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
Birgit Vriens |
Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Afgelopen jaren (2021-2022-2023) een sprekersvergoeding van Novartis ontvangen. |
|
Annette van der Velden
|
Internist-oncoloog |
Kaderarts palliatieve zorg |
nvt |
nvt |
nee |
nee |
nee |
|
Desiree van den Bongard |
Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC |
Lid NABON bestuur (onbetaald) |
Geen |
Geen |
KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patiënts (BREAST-ART, 2020) - Projectleider. |
Geen |
Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom |
|
Marc Mureau |
Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam |
Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald) |
Geen |
Geen |
Polytech Health & Asethetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider (Afgerond) |
Geen |
Geen |
|
Cristina Guerreo Paez |
Directeur Borstkanker Vereniging Nederland |
Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit partïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consorium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider). |
Boegbeeldfuncties patiëntenorganisatie |
Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister. |
|
Christiaan van Swol |
* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte) |
Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Frederieke van Duijnhoven |
Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis |
* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group |
Geen |
Geen |
* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patiënts with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI |
In antwoord op deze vraag moet ik vermelden dat ik als arts ook betrokken ben bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. Medisch-inhoudelijk voel ik daarbij absoluut geen persoonlijk intellectueel belang |
Geen |
|
Carolien Smorenburg |
* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald) |
Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
In 2018 een vergoeding van €1307,00 ontvangen van Pfizer ivm congres. |
|
José Volder s |
Oncologische chirurg |
* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Betrokken clusterexpertisegroepleden
Tabel 5 Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
Sophie Bosma |
Radiotherapeut-oncoloog, LUMC (per 1-11-2024) |
Geen |
Geen |
Nee |
- |
Geen |
Nee |
|
Femke Intema |
Nucleair geneeskundige Meander Medisch Centrum |
Werkgroep Richtlijn botmetastasen. |
Inkomsten binnen MSB zijn zeer beperkt gerelateerd aan aantal radiologische en nucleaire verrichtingen dat geadviseerd wordt in de richtlijn. Dit effect wordt echter nagenoeg opgeheven door de landelijke normering van aantallen naar fte. |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Claudette Loo |
Radioloog, gespecialiseerd mammaradiologie & screening BVO (regio midden west). NKI-AVL (Nederlands Kanker Instituut, Antoni van Leeuwenhoek) en BVO midden west. |
wetenschappelijke cie NBCA (deels betaald/vakatie) accreditiatie cie NVVR (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Carla Meeuwis |
Mammaradioloog Ziekenhuis Rijnstate
|
NABON werkgroep standaardisatie verslaglegging (onbetaald) |
Geen |
Geen |
1. SENO medical - Echografie gecombineerd met laeserlicht voor de diagnostiek bij verdachte massa's in de borst (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Dominique van Uden |
chirurg-oncoloog CWZ te Nijmegen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Marjolein Smidt |
Oncologisch chirurg MUMC+; |
Research / Onderwijs |
Geen |
Geen |
1. Nutricia - MIcrobioom, CRC, chemotherapie en prebiotica (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Anne Crijns |
Radiotherapeut Oncoloog UMCG (Hans Langendijk) |
Geen |
Geen |
Geen |
1. Euratom research&training programme 2014-2018 grant agreement N0 755523 - EDIRAD BRACE en EARLY HEART; prediction models for radiation induced cardiac events; detection of the most important cardiac imaging (ECHO-ST, CT and MRI) and circulating biomarkers of radiation-induced cardiovascular changes (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Celien Vreuls |
patholoog, UMC Utrecht |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Helma Dollevoet |
Belangenbehartiger Borstkankervereniging Nederland. Tijdelijke waarneming voor een openstaande FTE. Waarschijnlijk tot oktober 2025. |
Eigenaar van creatief bureau paars. Momenteel ook projectmanager voor herziening website Zeldzame bloedziekten patiëntenorganisatie. Zie evt.: https://creatiefbureaupaars.nl/ |
geen |
Nee |
Neem momenteel niet deel aan extern gefinancierd onderzoek |
Belangenbehartiging voor een specifieke doelgroep: Nederlandse patiënten met borstkanker en hun naasten. |
Zover ik weet niet. |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname van Borstkankervereniging Nederland.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Axillaire stadiëring: SWK procedure |
Geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven. |