Indicatie voor interventie
Uitgangsvraag
Welke kinderen met progressieve myopie komen in aanmerking voor een interventie?
De uitgangsvraag omvat de volgende deelvraag:
- Wie stelt de indicatie voor een interventie?
Aanbeveling
Meet bij alle kinderen met in cycloplegie vastgestelde myopie de aslengte minstens tweemaal, met een half jaar tussenruimte, om progressie vast te stellen, voordat een eventuele interventie wordt gestart.
Verwijs kinderen met een verhoogd risico op een onderliggende oorzaak van (cycloplegisch vastgestelde) myopie naar een tertiair centrum voor diagnostiek. Verwijs in ieder geval:
- Kinderen van 0 tot en met 3 jaar met myopie
- Kinderen van 4 en 5 jaar met een matige myopie (-3 tot -6 dioptrie)
- Kinderen van 6 jaar en ouder met een myopie hoger dan de leeftijd
Laat de indicatie voor interventie bij kinderen van 6 tot en met 8 jaar vaststellen door een oogarts of orthoptist. Laat de indicatie voor interventie bij kinderen van 8 tot en met 12 jaar vaststellen door een oogarts, orthoptist of optometrist.
Bespreek de impact van leefstijl voordat je start met een farmacologische of optische interventie om de progressie van myopie te vertragen.
Bespreek opties ter beperking van progressieve myopie bij kinderen die voldoen aan de volgende criteria:
- Basisschoolleeftijd (6 tot en met 12 jaar) met myopie op basis van cycloplegische refractie; en
- een aslengtetoename van meer dan:
- 0,25 mm/jaar tussen de leeftijd van 6 tot 10 jaar; of
- 0,15 mm/jaar tussen de leeftijd van 10 tot en met 12 jaar.
Kinderen ouder dan 12 jaar kunnen ook in aanmerking komen voor interventie. De richtlijn richt zich echter op kinderen tot en met 12 jaar.
Overwegingen
Waarom deze aanbeveling?
Deze aanbeveling is opgesteld om een gedegen onderbouwing te bieden voor het starten van een medische interventie ter remming van myopieprogressie. Het beoogde effect moet opwegen tegen onnodige inzet van interventies, bijwerkingen, belasting of kosten. Het primaire doel is het voorkomen van visusbedreigende complicaties op latere leeftijd.
Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor.
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Algemene overwegingen
Gezien het risico op ernstige complicaties op latere leeftijd is het van cruciaal belang om effectieve interventies ter beperking van myopieprogressie op de kinderleeftijd te ontwikkelen en toe te passen bij de juiste groepen kinderen.
Het doel van het remmen/vertragen van myopieprogressie
Het doel van een interventie op de kinderleeftijd is om visusvermindering, slechtziendheid en blindheid op latere leeftijd te voorkomen. Voor de individuele patiënt valt de grootste winst te behalen bij kinderen met de grootste kans op hoge myopie, en daarmee de hoogste kans op complicaties die op latere leeftijd tot slechtziendheid kunnen leiden. Uitgangspunt voor medische interventie moet zijn om maximaal effectief te zijn in het voorkomen van latere visusbedreigende complicaties, zonder onnodige inzet van interventies bij kinderen die een zeer kleine kans hebben op hoge myopie en die met aanpassen van leefstijl een vergelijkbare winst kunnen halen. Uit onderzoek blijkt dat ook kinderen met een lage sterkte een verhoogd risico hebben op visusbedreigende complicaties zoals netvliesloslating en glaucoom, maar het absolute risico hierop blijft bij lage sterktes relatief klein (Flitcroft, 2012; Haarman, 2020).
Er zijn verschillende mogelijkheden om de progressie van myopie te beperken of te vertragen, waaronder leefstijlaanpassingen, farmacologische interventies (atropinedruppels) en optische interventies (myopieremmende zachte contactlenzen, myopieremmende brillenglazen en orthokeratologische lenzen). De voor- en nadelen van deze interventies worden beschreven in de betreffende richtlijnmodules. Voordat wordt gestart met een farmacologische of optische interventie, is het essentieel om eerst het gesprek te voeren over leefstijlfactoren. Zie hiervoor de module leefstijl.
Hoe stel je de indicatie voor een interventie voor het remmen/vertragen van de myopie
Voor het stellen van de indicatie voor interventie wordt de cycloplegische refractie en aslengteprogressie bepaald. Het is belangrijk dat er minstens twee metingen worden uitgevoerd met een half jaar tussenruimte. Bij aanvang dient er altijd een aslengtemeting gedaan te worden voor een goed vervolg in de tijd. Voor de bepaling van progressie van de aslengte is een éénmalige aslengtemeting niet voldoende. Bij kinderen die stabiel zijn, d.w.z. geen progressie van de aslengte tonen, is een interventie voor progressieve myopie niet geïndiceerd. Wel is het belangrijk om deze kinderen te vervolgen.
Progressieve myopie heeft een te snelle aslengtetoename voor de leeftijd. Ook hypermetrope en emmetrope kinderen vertonen aslengtegroei, maar de groei neemt normaal gesproken af naarmate kinderen ouder worden. De groei tussen zes en tien jaar is bij emmetropen gemiddeld 0,20 mm/jaar, tussen de tien en veertien jaar 0.10 mm/jaar. In kinderen met myopie is dit respectievelijk gemiddeld 0,34 en 0,19 mm/jaar (Tideman, 2020).
Van een versnelde groei wordt gesproken bij een aslengtetoename van meer dan 0,25 mm/jaar voor de leeftijd van zes tot en met negen jaar en meer dan 0,15 mm/jaar tussen tien en veertien jaar.
Er zijn een aantal groepen kinderen waarbij het belangrijk is om eerst verder onderzoek te doen naar eventuele onderliggende oorzaken van toenemende myopie alvorens te starten met een farmacologische of optische interventie voor controle van myopieprogressie:
- Kinderen van 0 tot en met 3 jaar met myopie.
- Kinderen van 4 en 5 jaar met een matige myopie (-3 tot -6).
- Kinderen van 6 jaar en ouder met een myopie hoger dan de leeftijd.
Bij jonge kinderen met hoge myopie is er namelijk een grotere kans (15-60%) dat een erfelijke (monogenetische) oogheelkundige aandoening de oorzaak is van de hoge (progressieve) myopie, die consequenties kan hebben voor eventuele interventies (Haarman, 2022; Yu, 2023). Verwijzen voor diagnostiek is ook aangewezen bij myopie met onverklaarde suboptimale visus en/of bijkomende oogheelkundige klachten en symptomen zoals nachtblindheid, fotofobie, kleurzienstoornis, nystagmus, etc. Het is belangrijk deze kinderen door te verwijzen naar een derdelijns centrum (UMC’s, OZR of Bartiméus) met gespecialiseerde (kinder-)oogartsen.
Als er sprake is van onderliggende oogheelkundige pathologie, bijvoorbeeld lensluxatie, vitreoretinopathieën of prematurenretinopathie (ROP) is het belangrijk om na te gaan of deze pathologie een behandeling vereist alvorens te beoordelen of myopie-interventie geïndiceerd is (Alexander, 2023).
Bij strabismus en/of anisometropie, dat wil zeggen één oog hoog myoop en het andere oog hypermetroop, emmetroop of mild myoop, gaat amblyopiebehandeling vóór interventie bij progressieve myopie. Eventuele myopie-interventie start pas als de maximale visus is bereikt. Wel is het raadzaam om ook bij onderliggende oogheelkundige pathologie aandacht te geven aan het effect van leefstijl.
Myopie-interventie mag pas worden gestart als de visus goed ontwikkeld is en eventuele amblyopiebehandeling is voltooid. Daarom mag interventie < 6 jaar niet plaatsvinden, en daarboven alleen als er minstens 100% visus behaald is. Dit omdat myopieremmende methoden invloed kunnen hebben op de visusontwikkeling.
Contra indicaties voor specifieke interventies ter beperking van myopieprogressie komen verder aan bod in desbetreffende richtlijnmodules.
Doelgroep voor een interventie
De werkgroep is overeengekomen dat in ieder geval de volgende kinderen in aanmerking komen voor een interventie bij progressie van myopie:
- Basisschoolleeftijd (6 t/m 12 jaar*) waar sprake is van myopie op basis van cycloplegische refractie; en
- Indien de aslengte sneller groeit dan 0,25 mm/jaar van 6 tot en met 9 jaar of sneller dan 0,15 mm/jaar tussen de 10 en 12 jaar met bij aanvang een aslengtemeting en een aslengtemeting zes maanden later.
*Het wil niet zeggen dat kinderen boven de 12 jaar niet meer in aanmerking komen voor een interventie voor controle van myopieprogressie. De focus van deze richtlijn ligt echter op kinderen met een myopie onset tot en met 12 jaar.
Kinderen van myope ouders hebben meer risico op het vroeg ontstaan en snellere progressie van myopie. Bij het wel of niet starten van een interventie zullen echter bovenstaande punten de doorslag geven en niet zozeer het feit dat de ouders myoop zijn.
Gebruik van groeicurves
Groeicurves zijn een visualisatie van de groeisnelheid en kunnen een indicatie geven hoe de snelheid zich relateert tot normale groei. Het gebruik van groeicurves kan voor ouders inzichtelijk maken dat het kind een versnelde groei heeft, waar het kind staat ten opzichte van leeftijdsgenoten, en of de interventie effect heeft. Omdat de groeicurves van kinderen met verschillende etniciteit verschillen, worden bij voorkeur curves gebruikt van kinderen met eenzelfde etnische achtergrond.
Erfelijke netvliesaandoeningen
Erfelijke netvliesaandoeningen kunnen zowel stationair zijn als progressief. Kinderen met een progressieve erfelijke netvliesaandoening hebben een grote kans op ernstige slechtziendheid of blindheid op (jong) volwassen leeftijd.
Op dit moment is er onvoldoende bewijs voor myopie-interventies bij kinderen met een erfelijke netvliesaandoening. Argumenten tegen myopie-interventie bij deze groep kinderen zijn:
- Poels (2024) laat zien dat vrijwel alle progressie van de refractie bij patiënten met CSNB optreedt voor het vierde levensjaar.
- De prognose bij erfelijke netvliesaandoeningen lijkt in het algemeen veel sterker geassocieerd te zijn met het onderliggende gendefect dan met refractie (Bijveld, 2013; Khan 2018);.
- Kinderen met erfelijke netvliesaandoeningen zijn vaak slechtziend en fotofoob. Een interventie, met name atropine, kan als onethisch worden beschouwd doordat de fotofobie klachten verergeren en de visus, met name de nabijvisus, nog slechter maakt. Als een kind nog slechter gaat zien heeft dit invloed op de verdere ontwikkeling van het kind (Nguyen, 2023).
Argumenten voor myopie interventie bij deze groep kinderen zijn:
- Talib (2019) laat zien dat bij X-linked RP door RPGR mutaties, snellere achteruitgang van de visus wordt gezien bij patienten met hogere myopie en dit als onafhankelijke risicofactor geldt voor snellere afname van de visus. Dit geldt zowel bij RP als bij Cone-(rod)-dystrofie.
- Van der Sande (2023) laat zien dat hoge dosis atropine (1,0%) de aslengte progressie bij muizen met een specifieke genmutatie vertraagt. Bij kinderen met monogenetische myopie was de aslengte reductie gemiddeld vergelijkbaar met gematchte niet mono-genetische controles. De respons tussen genotypen varieerde echter, waarbij de helft geen respons vertoonde op atropine.
Het is aan de behandelend arts en patiënt om samen te beslissen of een interventie gewenst is voor een kind met een erfelijke netvliesaandoening.
Wie stelt de indicatie voor het starten van een interventie bij progressieve myopie?
Zoals eerder in deze module al beschreven is het belangrijk dat onderstaande groepen met myopie worden verwezen naar een tertiair centrum voor het stellen van de indicatie:
- Kinderen van 0 tot en met 3 jaar met myopie.
- Kinderen van 4 en 5 jaar met een matige myopie (-3 tot -6).
- Kinderen van 6 jaar en ouder met een myopie hoger dan de leeftijd.
Bij kinderen van 6 t/m 8 jaar moet de indicatie voor interventie gesteld worden door een oogarts of orthoptist. Bij kinderen van 8 t/m 12 jaar kan de indicatie ook gesteld worden door optometristen.
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van het bewijs kon niet worden vastgesteld omdat er niet systematisch is gezocht naar relevante literatuur.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
Het is belangrijk om met kinderen en hun ouders in gesprek te gaan over de voor- en nadelen van een myopie interventie en om samen te beslissen om wel of niet over te gaan tot een interventie ter beperking van myopieprogressie. De manier waarop de informatie wordt geboden aan (ouders van) patiënten is hierbij essentieel. Het is belangrijk dat alle voor- en nadelen van de verschillende interventies transparant worden besproken met de patiënten en hun ouders.
De voor- en nadelen van de specifieke interventies komen aan de orde in desbetreffende richtlijnmodules. Ook is het belangrijk om patiënten en ouders goed voor te lichten wat betreft de te verwachten effecten en kosten van de interventie. Hierbij moet zo duidelijk en concreet mogelijk worden geformuleerd dat de interventie tot doel heeft de progressie van de aslengte te verminderen.
Voor patiënten is het belangrijk dat de uiteindelijke aslengte op volwassen leeftijd zoveel mogelijk wordt gereduceerd om de kans op visusbedreigende complicaties op de volwassen leeftijd te verkleinen. Het zal per kind (en ouders) verschillen wat de balans is tussen haalbaar effect en risico’s op bijwerkingen.
Kostenaspecten
Het toepassen van een interventie brengt kosten met zich mee. Echter het onthouden van interventie kan ertoe leiden dat een patiënt op latere leeftijd visusbedreigende complicaties krijgt. De afweging van kosten en effectiviteit zal in de verschillende modules die de interventies beschrijven worden toegelicht, indien beschikbaar.
Aanvaardbaarheid:
Ethische aanvaardbaarheid
Per individueel kind zal een afweging gemaakt moeten worden tussen voor- en nadelen van een interventie. De afweging van de aanvaardbaarheid van de verschillende opties ter beperking van progressieve myopie zal in de verschillende modules die de interventies beschrijven worden beschreven.
Duurzaamheid
De afwegingen rondom duurzaamheid zullen worden gemaakt in de verschillende modules die de specifieke interventies beschrijven.
Haalbaarheid
Haalbaarheid zal afhangen van de zorgvuldigheid waarmee de indicatie voor interventie wordt gesteld. Het aantal kinderen met een aslengte op of boven de P75 omvat namelijk tienduizenden per leeftijdscohort. Daarom is te snelle aslentegroei als tweede criterium essentieel om overbelasting van de gezondheidszorg te voorkomen. De afwegingen rondom haalbaarheid voor de verschillende interventies zullen verder worden gemaakt in desbetreffende modules.
Onderbouwing
The prevalence of myopia (nearsightedness) has increased worldwide in recent decades, especially in Southeast Asia and Singapore (currently ± 80% of young adults). However, prevalence is also high in childhood in the United States and Europe, with rates ranging from 11% to 50% around the ages of 15 to 18 years (Dolgin, 2015; Hagen, 2018; Hönekopp, 2024; Kneepkens, 2024; Lundberg, 2018; Matamoros, 2015; Popović-Beganović, 2018; Williams, 2015; Yang, 2020).
Myopia is associated with eye conditions that can lead to visual impairment in adulthood, such as myopic macular degeneration, glaucoma, and retinal detachment. The higher the degree of myopia, the greater the risk of these complications. This module focuses on establishing indications, providing guidance on who may be eligible for myopia control treatment. This guideline specifically targets children from 6 to 12 years.
No systematic review of the literature has been performed as it is not conceivable that a research design can be used to answer the initial question.
- Alexander P, Fincham GS, Brown S, Collins D, McNinch AM, Poulson AV, Richards A, Martin H, Wareham N, Snead MP. Cambridge Prophylactic Protocol, Retinal Detachment, and Stickler Syndrome. N Engl J Med. 2023 Apr 6;388(14):1337-1339. doi: 10.1056/NEJMc2211320. PMID: 37018499.
- Bijveld MM, Florijn RJ, Bergen AA, van den Born LI, Kamermans M, Prick L, Riemslag FC, van Schooneveld MJ, Kappers AM, van Genderen MM. Genotype and phenotype of 101 dutch patients with congenital stationary night blindness. Ophthalmology. 2013 Oct;120(10):2072-81. doi: 10.1016/j.ophtha.2013.03.002. Epub 2013 May 25. PMID: 23714322.
- Brennan NA, Cheng X. Commonly Held Beliefs About Myopia That Lack a Robust Evidence Base. Eye Contact Lens. 2019 Jul;45(4):215-225. doi: 10.1097/ICL.0000000000000566. PMID: 31241603.
- Dolgin E. The myopia boom. Nature. 2015 Mar 19;519(7543):276-8. doi: 10.1038/519276a. PMID: 25788077.
- Flitcroft DI. The complex interactions of retinal, optical and environmental factors in myopia aetiology. Prog Retin Eye Res. 2012 Nov;31(6):622-60. doi: 10.1016/j.preteyeres.2012.06.004. Epub 2012 Jul 4. PMID: 22772022.
- Flitcroft I, Ainsworth J, Chia A, Cotter S, Harb E, Jin ZB, Klaver CCW, Moore AT, Nischal KK, Ohno-Matsui K, Paysse EA, Repka MX, Smirnova IY, Snead M, Verhoeven VJM, Verkicharla PK. IMI-Management and Investigation of High Myopia in Infants and Young Children. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2023 May 1;64(6):3. doi: 10.1167/iovs.64.6.3. PMID: 37126360; PMCID: PMC10153576.
- Haarman AEG, Enthoven CA, Tideman JWL, Tedja MS, Verhoeven VJM, Klaver CCW. The Complications of Myopia: A Review and Meta-Analysis. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2020 Apr 9;61(4):49. doi: 10.1167/iovs.61.4.49. PMID: 32347918; PMCID: PMC7401976.
- Haarman AEG, Thiadens AAHJ, van Tienhoven M, Loudon SE, de Klein JEMMA, Brosens E, Polling JR, van der Schoot V, Bouman A, Kievit AJA, Hoefsloot LH, Klaver CCW, Verhoeven VJM. Whole exome sequencing of known eye genes reveals genetic causes for high myopia. Hum Mol Genet. 2022 Sep 29;31(19):3290-3298. doi: 10.1093/hmg/ddac113. PMID: 35567543; PMCID: PMC9523556.
- Hagen LA, Gjelle JVB, Arnegard S, Pedersen HR, Gilson SJ, Baraas RC. Prevalence and Possible Factors of Myopia in Norwegian Adolescents. Sci Rep. 2018 Sep 7;8(1):13479. doi: 10.1038/s41598-018-31790-y. PMID: 30194363; PMCID: PMC6128933.
- Hönekopp A, Tommes LM, Doebler P, Weigelt S. Myopia prevalence, refractive status and uncorrected myopia among primary and secondary school students in Germany. Front Med (Lausanne). 2024 Dec 12;11:1483069. doi: 10.3389/fmed.2024.1483069. PMID: 39726677; PMCID: PMC11669525.
- Hyman L, Gwiazda J, Hussein M, Norton TT, Wang Y, Marsh-Tootle W, Everett D. Relationship of age, sex, and ethnicity with myopia progression and axial elongation in the correction of myopia evaluation trial. Arch Ophthalmol. 2005 Jul;123(7):977-87. doi: 10.1001/archopht.123.7.977. PMID: 16009841.
- Khan KN, Robson A, Mahroo OAR, Arno G, Inglehearn CF, Armengol M, Waseem N, Holder GE, Carss KJ, Raymond LF, Webster AR, Moore AT, McKibbin M, van Genderen MM, Poulter JA, Michaelides M; UK Inherited Retinal Disease Consortium. A clinical and molecular characterisation of CRB1-associated maculopathy. Eur J Hum Genet. 2018 May;26(5):687-694. doi: 10.1038/s41431-017-0082-2. Epub 2018 Feb 1. PMID: 29391521; PMCID: PMC5945653.
- Kneepkens S, Enthoven CA, Polling JR, de Vries VA, Tideman JWL, Klaver C; Eye Epidemiology research group. Trends in myopia prevalence and projected visual impairment in Western Europe: a pooled analysis of Dutch population-based cohorts (1900-2000). BMJ Public Health. 2025 Sep 29;3(2):e002307. doi: 10.1136/bmjph-2024-002307. PMID: 41035767; PMCID: PMC12481288.
- Lundberg K, Suhr Thykjaer A, Søgaard Hansen R, Vestergaard AH, Jacobsen N, Goldschmidt E, Lima RA, Peto T, Wedderkopp N, Grauslund J. Physical activity and myopia in Danish children-The CHAMPS Eye Study. Acta Ophthalmol. 2018 Mar;96(2):134-141. doi: 10.1111/aos.13513. Epub 2017 Jul 3. PMID: 28671340.
- Matamoros E, Ingrand P, Pelen F, Bentaleb Y, Weber M, Korobelnik JF, Souied E, Leveziel N. Prevalence of Myopia in France: A Cross-Sectional Analysis. Medicine (Baltimore). 2015 Nov;94(45):e1976. doi: 10.1097/MD.0000000000001976. PMID: 26559276; PMCID: PMC4912270.
- McCullough S, Adamson G, Breslin KMM, McClelland JF, Doyle L, Saunders KJ. Axial growth and refractive change in white European children and young adults: predictive factors for myopia. Sci Rep. 2020 Sep 16;10(1):15189. doi: 10.1038/s41598-020-72240-y. PMID: 32938970; PMCID: PMC7494927.
- Morgan IG, Wu PC, Ostrin LA, Tideman JWL, Yam JC, Lan W, Baraas RC, He X, Sankaridurg P, Saw SM, French AN, Rose KA, Guggenheim JA. IMI Risk Factors for Myopia. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2021 Apr 28;62(5):3. doi: 10.1167/iovs.62.5.3. PMID: 33909035; PMCID: PMC8083079.
- Németh J, Tapasztó B, Aclimandos WA, Kestelyn P, Jonas JB, De Faber JHN, Januleviciene I, Grzybowski A, Nagy ZZ, Pärssinen O, Guggenheim JA, Allen PM, Baraas RC, Saunders KJ, Flitcroft DI, Gray LS, Polling JR, Haarman AE, Tideman JWL, Wolffsohn JS, Wahl S, Mulder JA, Smirnova IY, Formenti M, Radhakrishnan H, Resnikoff S. Update and guidance on management of myopia. European Society of Ophthalmology in cooperation with International Myopia Institute. Eur J Ophthalmol. 2021 May;31(3):853-883. doi: 10.1177/1120672121998960. Epub 2021 Mar 5. PMID: 33673740; PMCID: PMC8369912.
- Nguyen XT, Moekotte L, Plomp AS, Bergen AA, van Genderen MM, Boon CJF. Retinitis Pigmentosa: Current Clinical Management and Emerging Therapies. Int J Mol Sci. 2023 Apr 19;24(8):7481. doi: 10.3390/ijms24087481. PMID: 37108642; PMCID: PMC10139437.
- Poels MMF, de Wit GC, Bijveld MMC, van Genderen MM. Natural Course of Refractive Error in Congenital Stationary Night Blindness: Implications for Myopia Treatment. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2024 Dec 2;65(14):9. doi: 10.1167/iovs.65.14.9. PMID: 39625438; PMCID: PMC11620013.
- Polling JR, Klaver C, Tideman JW. Myopia progression from wearing first glasses to adult age: the DREAM Study. Br J Ophthalmol. 2022 Jun;106(6):820-824. doi: 10.1136/bjophthalmol-2020-316234. Epub 2021 Jan 25. PMID: 33495159; PMCID: PMC9132855.
- Popović-Beganović A, Zvorničanin J, Vrbljanac V, Zvorničanin E. The Prevalence of Refractive Errors and Visual Impairment among School Children in Brčko District, Bosnia and Herzegovina. Semin Ophthalmol. 2018;33(7-8):858-868. doi: 10.1080/08820538.2018.1539182. Epub 2018 Oct 26. PMID: 30365355.
- Talib M, van Schooneveld MJ, Thiadens AA, Fiocco M, Wijnholds J, Florijn RJ, Schalij-Delfos NE, van Genderen MM, Putter H, Cremers FPM, Dagnelie G, Ten Brink JB, Klaver CCW, van den Born LI, Hoyng CB, Bergen AA, Boon CJF. CLINICAL AND GENETIC CHARACTERISTICS OF MALE PATIENTS WITH RPGR-ASSOCIATED RETINAL DYSTROPHIES: A Long-Term Follow-up Study. Retina. 2019 Jun;39(6):1186-1199. doi: 10.1097/IAE.0000000000002125. PMID: 29528978.
- Tideman JWL, Polling JR, Vingerling JR, Jaddoe VWV, Williams C, Guggenheim JA, Klaver CCW. Axial length growth and the risk of developing myopia in European children. Acta Ophthalmol. 2018 May;96(3):301-309. doi: 10.1111/aos.13603. Epub 2017 Dec 19. PMID: 29265742; PMCID: PMC6002955.
- Tideman JWL, Enthoven C, Jaddoe VWV, Polling JR, Klaver CCW; Axial length growth from 6 to 13 years of age and risk of myopia at age 13: the Generation R study. Invest. Ophthalmol. Vis. Sci. 2020;61(7):852.
- van der Sande E, Polling JR, Tideman JWL, Meester-Smoor MA, Thiadens AAHJ, Tan E, De Zeeuw CI, Hamelink R, Willuhn I, Verhoeven VJM, Winkelman BHJ, Klaver CCW. Myopia control in Mendelian forms of myopia. Ophthalmic Physiol Opt. 2023 May;43(3):494-504. doi: 10.1111/opo.13115. Epub 2023 Mar 7. PMID: 36882953.
- Wildsoet CF, Chia A, Cho P, Guggenheim JA, Polling JR, Read S, Sankaridurg P, Saw SM, Trier K, Walline JJ, Wu PC, Wolffsohn JS. IMI - Interventions Myopia Institute: Interventions for Controlling Myopia Onset and Progression Report. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2019 Feb 28;60(3):M106-M131. doi: 10.1167/iovs.18-25958. Erratum in: Invest Ophthalmol Vis Sci. 2019 Apr 1;60(5):1768. doi: 10.1167/iovs.18-25958a. PMID: 30817829.
- Williams KM, Verhoeven VJ, Cumberland P, Bertelsen G, Wolfram C, Buitendijk GH, Hofman A, van Duijn CM, Vingerling JR, Kuijpers RW, Höhn R, Mirshahi A, Khawaja AP, Luben RN, Erke MG, von Hanno T, Mahroo O, Hogg R, Gieger C, Cougnard-Grégoire A, Anastasopoulos E, Bron A, Dartigues JF, Korobelnik JF, Creuzot-Garcher C, Topouzis F, Delcourt C, Rahi J, Meitinger T, Fletcher A, Foster PJ, Pfeiffer N, Klaver CC, Hammond CJ. Prevalence of refractive error in Europe: the European Eye Epidemiology (E(3)) Consortium. Eur J Epidemiol. 2015 Apr;30(4):305-15. doi: 10.1007/s10654-015-0010-0. Epub 2015 Mar 18. PMID: 25784363; PMCID: PMC4385146.
- Wolffsohn JS, Flitcroft DI, Gifford KL, Jong M, Jones L, Klaver CCW, Logan NS, Naidoo K, Resnikoff S, Sankaridurg P, Smith EL 3rd, Troilo D, Wildsoet CF. IMI - Myopia Control Reports Overview and Introduction. Invest Ophthalmol Vis Sci. 2019 Feb 28;60(3):M1-M19. doi: 10.1167/iovs.18-25980. PMID: 30817825; PMCID: PMC6735780.
- Yang L, Vass C, Smith L, Juan A, Waldhör T. Thirty-five-year trend in the prevalence of refractive error in Austrian conscripts based on 1.5 million participants. Br J Ophthalmol. 2020 Oct;104(10):1338-1344. doi: 10.1136/bjophthalmol-2019-315024. Epub 2020 Feb 5. Erratum in: Br J Ophthalmol. 2021 Dec;105(12):e3. doi: 10.1136/bjophthalmol-2019-315024corr1. PMID: 32024654.
- Yu X, Yuan J, Chen ZJ, Li K, Yao Y, Xing S, Xue Z, Zhang Y, Peng H, An G, Yu X, Qu J, Su J; Myopia Associated Genetics and Intervention Consortiums. Whole-Exome Sequencing Among School-Aged Children With High Myopia. JAMA Netw Open. 2023 Dec 1;6(12):e2345821. doi: 10.1001/jamanetworkopen.2023.45821. PMID: 38039006; PMCID: PMC10692858.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 26-08-2026
Beoordeeld op geldigheid : 26-08-2026
Het cluster Oog is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn.
Algemene gegevens
De ontwikkeling van deze richtlijn werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). Patiëntenparticipatie bij deze richtlijn werd medegefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Patiënten Consumenten (SKPC) binnen het programma Kwaliteit, Inzicht en Doelmatigheid in de medisch specialistische Zorg (KIDZ). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met kinderen met progressieve myopie.
Werkgroep
Dr. M. (Martha) Tjon-Fo-Sang, oogarts, Het Oogziekenhuis Rotterdam, Rotterdam (voorzitter), NOG
Prof. Dr. C.C.W. (Caroline) Klaver, oogarts, Erasmusmc, Rotterdam & Radboudumc, Nijmegen, NOG
Dr. J.W.L. (Willem) Tideman, oogarts, Martini Ziekenhuis Groningen; Post-doc, Erasmusmc, Rotterdam, NOG
Prof. Dr. M.M. (Mies) van Genderen, oogarts, Bartiméus, Zeist & UMC Utrecht, Utrecht, NOG,
Dhr. G.J. (Gerlof) du Bois, patiëntvertegenwoordiger, Voorzitter patiëntengroep
Hoge Myopie (Oogvereniging)
Mevr. K.E.M. (Karin) van Hees – Teuben, optometrist, Lens Optiek, OVN
Drs. D. (Daisy) Laan, orthoptist en optometrist, Flevoziekenhuis, Almere, NVVO
Drs. H. (Marieke) Schut, gedragskundige, Bartimeus, Utrecht, NVO
Klankbordgroep
Drs. V. (Vasanthi) Iyer, arts M+G/jeugdarts, AJN Jeugdartsen Nederland, AJN
Mevr. E. (Esmee) Bennen, optometrist, Visser Contactlenzen, OVN
Mevr. C.W.M. (Corlien) Stoop, orthoptist, Catharina ziekenhuis, Eindhoven, NVVO
Met ondersteuning van
Dr. R. (Romy) Zwarts-van de Putte, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Drs. E.R.L. (Evie) Verweg, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Drs. B.L. (Babette) Gal-de Geest, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
A. (Alies) Oost, medisch informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
Tjon Fo Sang |
Oogarts, Oogziekenhuis Rotterdam |
Geen |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
29-10-2023 |
Geen restricties |
|
Van Genderen |
Oogarts, hoogleraar oogheelkunde, Stichting Bartiméus, o,6 FTE, betaald |
Adviescomissies: |
nvt |
nvt |
ja, gefinancierd door Bartiméus Fonds, ZonMW, Wishdom Foundation) |
nvt |
nvt |
17-10-2023 |
Geen restricties |
|
Laan |
Optometrist en Orthoptist bij het Flevoziekenhuis in Almere |
Bestuurslid Nederlandse Vereniging van Orthoptisten |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
4-10-2023 |
Geen restricties |
|
Du Bois |
Voorzitter patiëntengroep Hoge Myopie - Oogvereniging |
Geen |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
28-10-2023 |
Geen restricties |
|
Tideman |
Oogarts martini ziekenhuis Groningen |
Geen andere werkzaamheden |
nvt |
nvt |
Topcon heeft Generation R gesponsord om de groeicurve te kunnen gebruiken |
We hebben de groeicurve ontwikkeld voor goed myopie management. Deze zijn open source beschikbaar in Acta Ophthalmologica |
nvt |
31-10-2023 |
Geen restricties |
|
Van Hees-Teuben |
Optometrist, Lens Optiek |
Auteur voor een aantal vakbladen (tegen auteursvergoeding) |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
7-11-2023 |
Geen restricties |
|
Schut |
Gedragsdeskundige bij Bartiméus (gedragsdeskundige kind & jeugd, 24 uur per week, betaald) |
Supervisor en docent bij RINO Utrecht bij OG-opleiding en GZ-opleiding (opleidingsinstelling, gemiddeld 2 uur per week, betaald) |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
5-12-2023 |
Geen restricties |
|
Klaver |
Hoogleraar OHK Erasmus MC 0,6 fte |
Sporadisch advies functies farmaceutische industrie t.b.v. (maculadegeneratie) |
nvt |
nvt |
Epidemiologie myopie |
Word regelmating uitgenodigd voor internationale congressen als Key Opinion Leader in het myopie veld. |
nvt |
16-7-2026 |
Geen restricties |
Gemelde (neven)functies en belangen klankbordgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
Iyer |
AJN Ambassadeur Visus Inzicht (onbetaald) Officieel werkzaam als instituutsopleider bij TNO 0,5 fte |
Lobbywerkzaamheden in huidige rol van voorzitter Stichting Netwerk Zicht op Buiten;; het netwerk houdt zich bezig met de gevolgen voor de fysieke gezondheid vanwege o.a. leefstijl/de toegenomen schermgebruik bij de jeugd. |
Geen financieel voordeel |
nee |
Publicatiekosten beschikbaar gesteld; verder niet gefinancierd |
Boegbeeldfunctie bij beroepsvereniging, AJN ambassadeur Visus Inzicht en voorzitter van de Stichting Netwerk Zicht op Buiten |
nee |
24-10-2025 |
Geen restricties |
|
Stoop |
Orthopist, Catharina ziekenhuis Eindhoven |
Per september 2025 (na het afronden van de module myopie remmende glazen) toegetreden tot de medical advice board van Hoya (brillenglazen fabrikant). Tot op heden is er een bijeenkomst geweest, De bedoeling van de bijeenkomst (maximaal 2 á 3) is om de kennis van het behandelen van de myopie tot een hoger niveau te brengen in Nederland. En hoe zorg je dat alle spelers op de markt (orthoptist, optometrist, opticien, contactlensspecilialist en oogarts) beter samenwerken tbv de patienten. Onkosten vergoeding 75 euro per uur en reiskosten 0.21 euro/km.
|
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
13-7-2026 |
Geen restricties |
|
Bennen |
Optometrist, Visser Contactlenzen |
Geen |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
nvt |
13-1-2025 |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Oogvereniging voor de invitational conference en een afgevaardigde vanuit deze patiëntenorganisatie in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen van de verschillende richtlijnmodules. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de Oogvereniging en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat [het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet OF het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft]. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie (GRADE) verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling van deze richtlijn is hieronder weergegeven.