Antitrombotisch beleid

Initiatief: Cluster Antitrombotisch beleid Aantal modules: 95

Samen beslissen en informatievoorziening

Publicatiedatum: 01-05-2026
Beoordeeld op geldigheid: 01-05-2026

Uitgangsvraag

Welke aspecten zijn belangrijk in de communicatie met patiënten die antitrombotica gebruiken?

Deze uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  • Wat zijn belangrijke aspecten met betrekking tot gezamenlijke besluitvorming ook wel ‘samen beslissen’ genoemd?
  • Welke informatie dient besproken te worden met patiënten Hierbij zal er ook aandacht gegeven worden aan (de naasten/ouders/verzorgers van) kinderen tot 18 jaar die antitrombotica gebruiken?

Aanbeveling

Gezamenlijke besluitvorming

Neem samen (patiënt en voorschrijvend arts of verpleegkundig specialist) beslissingen over de behandeling met antitrombotica, nadat:

  • de patiënt op de individuele situatie afgestemd en naar behoefte is geïnformeerd;
  • de voorkeuren van patiënt zijn besproken;
  • persoonlijke omstandigheden van de patiënt zijn meegenomen.

Deze beslissingen zijn gebaseerd op diverse patiëntfactoren zoals de onderliggende ziekte/indicatie voor de antitrombotica en patiëntfactoren zoals comorbiditeit, functioneren van nier- en lever, wensen en persoonlijke omstandigheden.

 

Informatievoorziening - algemeen

Wijs de patiënt op bestaande informatiebronnen, zoals het Nederlands Kennisplatform Antistolling, de Hartstichting, Thuisarts.nl, Cyberpoli, Trombose.steffie.nl; Trombosestichting, de Federatie van Nederlandse Trombosediensten, kijksluiter.nl en apotheek.nl.

 

Informatievoorziening - voorschrijven

Bespreek* samen (patiënt en voorschrijvend arts of verpleegkundig specialist) tenminste de volgende zaken bij het voorschrijven van het antitromboticum:

  • therapietrouw;
  • wie het aanspreekpunt is voor de patiënt;
  • actueel basisset medicatiegegevens  (incl. eventuele comedicatie);
  • afspraken over controles en periodieke opvolging;
  • beleid bij eventuele wens om te stoppen met medicatie;
  • belang dat patiënt bij een evt. (tandheelkundige of chirurgische) ingreep aangeeft dat er een antitromboticum  gebruikt wordt en contact opneemt;
  • mogelijkheid om een antistollingspas aan te vragen;
  • belang dat patiënt contact opneemt bij een zwangerschapswens.

* Als een gesprek over een of meerdere punten niet mogelijk/haalbaar is, verstrek dan informatie door middel van digitale of papieren folder

 

Informatievoorziening – ter hand stellen

Bespreek samen (patiënt en apotheker) tenminste de volgende zaken bij het voorschrijven van het antitromboticum:

  • duur behandeling;
  • de noodzaak om maagbeschermers te gebruiken bij NSAIDs;
  • kijksluiter.nl en apotheek.nl;
  • bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd: vermeld dat DOACs, VKAs en mogelijk P2Y12-remmers gestopt moeten worden bij een eventuele zwangerschap(swens).

Informatievoorziening - controles

Bespreek samen (patiënt en verstrekker) tenminste de volgende zaken bij de periodieke controles:

  • therapietrouw;
  • actueel medicatieoverzicht (incl. eventuele comedicatie);
  • of de indicatie voor het antitromboticum nog actueel is;
  • beleid bij eventuele wens om te stoppen met medicatie;
  • belang dat patiënt bij een evt. (tandheelkundige of chirurgische) ingreep aangeeft dat er een antitromboticum  gebruikt wordt en contact opneemt;
  • of er trombo-embolische complicaties of juist bloedingen/andere bijwerkingen zijn geweest.

Informatievoorziening kinderen en adolescenten

Wijs de (ouders/verzorgers/naasten van) kinderen en adolescenten met trombose op bestaande informatiebronnen, zoals de cyberpoli, kindertrombose.nl en de Stichting Zeldzame Bloedziekten.

 

Informeer niet alleen de ouders/verzorgers/naasten, maar ook het kind zelf, afhankelijk van leeftijd en ontwikkeling, over de volgende zaken:

 

Bij voorschrijven

  • therapietrouw;
  • wie het aanspreekpunt is voor de ouders/verzorgers/naasten en patiënt;
  • actueel medicatieoverzicht (incl. eventuele comedicatie);
  • afspraken over controles en periodieke opvolging;
  • belang dat patiënt bij een evt. (tandheelkundige of chirurgische) ingreep aangeeft dat er een antitromboticum  gebruikt wordt en contact opneemt;
  • mogelijkheid om een antistollingspas aan te vragen;
  • duur van de behandeling;
  • geen NSAID-gebruik;
  • invloed op sporten, school en menstruatie;
  • belang dat patiënt contact opneemt bij een zwangerschap(swens).

Bij controles

  • of er trombo-embolische complicaties of juist bloedingen/andere bijwerkingen zijn geweest, o.a. menstruatie;
  • therapietrouw;
  • actueel medicatieoverzicht (incl. eventuele comedicatie);
  • of de indicatie voor het antitromboticum nog actueel is;
  • beleid bij eventuele wens om te stoppen met medicatie;
  • belang dat patiënt of ouders/verzorgers/naasten bij een evt. (tandheelkundige of chirurgische) ingreep aangeeft dat er een antitromboticum  gebruikt wordt en contact opneemt.

Overwegingen

Deel I Gezamenlijke besluitvorming

Het is belangrijk dat er samen besloten wordt of de patiënt antitrombotica gaat gebruiken en zo ja welke. Dit start met voorlichting over de aandoening, waarom behandeling nodig is en wat de verschillende medicamenteuze behandelopties zijn. Vervolgens bespreken de voorschrijvend arts, verpleegkundig specialist en de patiënt wat de voor- en nadelen van de verschillende opties zijn voor de individuele patiënt. Hierbij komen nadrukkelijk de individuele voorkeuren, eventuele persoonlijke bezwaren, waarden en het dagelijkse leven van de patiënt aan de orde.

 

Situaties in de spreekkamer

Er kunnen zich vier situaties voordoen met betrekking tot samen beslissen:

  1. De patiënt en de zorgverlener kiezen samen voor een bepaalde behandeling.
  2. De patiënt en de zorgverlener komen overeen dat een bepaalde behandeling niet de voorkeur heeft.
  3. De patiënt gaat niet mee in het behandelvoorstel van de zorgverlener. In vrijwel alle gevallen zal de zorgverlener hieraan gehoor geven en zal er naar een andere oplossing worden gezocht indien mogelijk.
  4. De patiënt stelt een (gewijzigde) behandeling voor, een andere dosering, een ander medicament, waar de zorgverlener het, vanuit een klinisch standpunt, niet mee eens is. In deze situatie zullen de richtlijnen en het best beschikbare bewijs goed aan de patiënt moeten worden uitgelegd dan wel samen doorgenomen moeten worden, zodat er begrip ontstaat voor de situatie en de behandelrelatie er niet onder lijdt.

Patiënten die de keuze aan de arts of verpleegkundig speclialist willen overlaten

Ondanks de groeiende trend richting samen beslissen, willen sommige patiënten de keuze voor een medicamenteuze behandeling liever aan hun zorgverlener over laten. Om als zorgverlener echter een passende keuze voor een patiënt te kunnen maken, is het toch belangrijk om samen behandelopties te bespreken in het licht van de voorkeuren, persoonlijke waarden en levensstijl van de patiënt. (Levinson, 2005; Neame, 2005; Nota, 2016). De wens om betrokken te worden kan ook veranderen tijdens het proces, afhankelijk van persoonlijke omstandigheden (Nota, 2016). Daarom is het belangrijk om hierop terug te komen tijdens controles en consulten. Al deze situaties vragen een empathische houding van de zorgverlener, waarbij zowel verbale als non-verbale communicatie van de patiënt belangrijk is om op te merken.

 

Gezondheidsvaardigheden

Het is van belang dat de voorschrijvend arts of verpleegkundig specialist nagaat of een patiënt beschikt over voldoende gezondheidsvaardigheden. Niet alleen woorden, maar ook getallen kunnen voor veel mensen een belemmering zijn in het begrijpen van uitleg of instructies. Indien blijkt dat de patiënt niet voldoende gezondheidsvaardigheden heeft, dan is het belangrijk om de patiënt extra te ondersteunen bij het samen beslissen over een behandeling en voor consulten tijdens de follow-up.

 

Tools en handreikingen

Wat komt er aan bod?

Kortom, beslissingen over de behandeling worden door de zorgverlener en patiënt samen genomen. Tijdens dit proces van samen beslissen ontvangt de patiënt neutrale informatie over de behandelopties en de voor- en nadelen daarvan. Daarnaast worden de voorkeuren en persoonlijke waarden van de patiënt besproken in het licht van de behandelopties. De uiteindelijke beslissing voor een behandeling is gebaseerd op de onderliggende ziekte/indicatie voor de antitrombotica en patiëntfactoren zoals comorbiditeit, functioneren van nier- en lever, persoonlijke wensen, voorkeuren en omstandigheden (bijv. een zwangerschapswens of arbeidsomstandigheden). Ook de invloed van antitrombotica op de menstruatie is een belangrijk gespreksonderwerp, net als eventuele bezwaren tegen het ontvangen van bloedproducten (zie alinea voorschrijven).

 

Door kwaliteitssystemen zoals patiënttevredenheid-evaluaties en interne en externe visitaties wordt het item gezamenlijke besluitvorming geborgd.

 

Deel II Informatiebeschikbaarheid en voorlichting aan volwassen patiënten

Informatiebronnen

Patiënten vinden het in zijn algemeenheid fijn om informatie na te kunnen lezen en dit te gebruiken om een goed geïnformeerde keuze te maken. Zorgverleners kunnen hierbij ondersteunen door betrouwbare informatiebronnen aan te reiken.

 

Er zijn veel verschillende websites en folders die informatie bieden over antitrombotica:

Het is van belang dat voorlichtingsmaterialen van medisch specialisten, trombosediensten, huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, apothekers en tandartsen op elkaar aansluiten. Lokaal zijn hiervoor reeds initiatieven ontplooid, bijvoorbeeld via regiotafels antistolling of antistollingscommissies in het ziekenhuis.

 

Informatievoorziening per fase

Het is belangrijk dat de zorgverleners met hun patiënten in gesprek gaan over de zaken die belangrijk zijn in de verschillende fases van hun behandeling, namelijk bij voorschrijven, ter hand stellen en ook bij de controles. Dit kan per patiënt en per situatie verschillen. Hieronder staat een (niet uitputtende) lijst van zaken die belangrijk kunnen zijn om samen te bespreken.

 

1. Informatievoorziening bij voorschrijven

Therapietrouw

De verantwoordelijkheid van de antistollingszorg ligt, waar mogelijk, gezamenlijk bij de voorschrijver en patiënt. Er kunnen daarom samen afspraken gemaakt worden over therapietrouw. De voorschrijver of apotheker kan de patiënt hierbij ondersteunen. Bij het maken van de keuze is het belangrijk om rekening te houden met factoren die de therapietrouw beïnvloeden, zoals bijvoorbeeld onregelmatige diensten en of een middel een- of tweemaal daags ingenomen zou moeten worden. Het bespreken en mogelijk wegnemen van bezwaren tegen medicatiegebruik, zoals bijwerkingen, en het onderstrepen van de positieve effecten vormen ook een onderdeel hiervan.

 

In de richtlijn over polyfarmacie bij ouderen worden tips gegeven om de therapietrouw onder ouderen die meerdere medicijnen gebruiken te bevorderen.

 

Basisset medicatiegegevens (BMG)

Het is van belang dat het basisset medicatiegegevens van de patiënt actueel is en deze met de patiënt besproken wordt. Hierbij dient er aangegeven te worden welk(e) antitromboticum(a) wordt(en) gebruikt.

 

Aanspreekpunt voor patiënt

Bij vragen, veranderingen in de persoonlijke situatie, in geval van een bloeding en als een patiënt een behandeling/ingreep moet ondergaan, moet het voor de patiënt duidelijk zijn met wie er laagdrempelig contact opgenomen kan worden. Dit moet goed worden vastgelegd en duidelijk zijn voor de patiënt. Naast het primaire aanspreekpunt kan de (openbaar) apotheker – en bij patiënten die een VKA gebruiken de Trombosedienst - een rol spelen bij de informatievoorziening, bijvoorbeeld bij problemen met het medicijngebruik of bij vragen over interacties met (zelfzorg)medicijnen en/of supplementen.

 

Controles

De afspraken over controles (INR, nierfunctie) en periodieke opvolging moeten duidelijk zijn.

 

Interventies (operatie of ingreep)

Informeer de patiënt duidelijk over het beleid als er een interventie (inclusief tandheelkundige ingrepen) moet plaatsvinden (stoppen, wanneer weer beginnen met antitrombotica), de risico’s en wanneer met wie contact moet worden opgenomen.

 

Bij alle perioperatieve trajecten (interventies waarbij anesthesiologische zorg gegeven wordt) is de anesthesioloog verantwoordelijk voor het antistollingsbeleid (zie Stap 2: Preoperatief anesthesiologisch onderzoek in de Richtlijn Perioperatief traject.

 

Indien er geen anesthesiologische zorg gegeven wordt, is het de verantwoordelijkheid van de zorgverlener die de interventie uitvoert om het beleid af te stemmen met de patiënt.

 

Bloedproducten

Sommige patiënten hebben bezwaren tegen het ontvangen van bloedproducten. De (beperkte) opties voor het couperen, indien noodzakelijk, kunnen invloed hebben op de keuze van een DOAC, aangezien dabigatran gecoupeerd kan worden met idariucizumab (geen bloedproduct) en de Xa remmers doorgaans gecoupeerd worden met 4-factoren concentraat (wel bloedproduct), hoewel ook daarvoor andexanet (geen bloedproduct) geregistreerd is, maar in sommige ziekenhuizen niet voorradig is.

 

Stoppen medicatie?

Bespreek dat de patiënt bij overweging om te stoppen (bijvoorbeeld bij bijwerkingen) altijd direct (telefonisch) contact opgenomen moet worden met de arts of verpleegkundig specialist en apotheker. Er kan niet  gewacht worden tot een volgende geplande afspraak. Bij gebruik van VKA moeten de patiënt en arts ook contact met de Trombosedienst opnemen. Indien de patiënt aan de Trombosedienst meldt te willen stoppen met de VKA of op eigen initiatief reeds gestopt is met de VKA, dient de Trombosedienst dit te melden aan de voorschrijvend arts of verpleegkundig specialist.

 

Antistollingspas

Geef bij de patiënt aan dat er een antistollingspas (zakkaartje met naam en dosering antitrombotica) aangevraagd kan worden bij de Trombosestichting.

 

Vruchtbare leeftijd

Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd: vermeld dat DOACs, VKAs en mogelijk P2Y12-remmers gestopt moeten worden bij een eventuele zwangerschap(swens). Daarom is het belangrijk dat vrouwen al bij een zwangerschapswens contact opnemen met de voorschrijver van de antistolling om af te spreken hoe te handelen. Soms wordt voor de zwangerschap de medicatie al aangepast, soms op het moment dat een vrouw daadwerkelijk zwanger is. Wat het juiste beleid is, hangt af van het type antitromboticum en de indicatie hiervan.

 

2. Informatievoorziening bij ter hand stellen

Duur behandeling

Bespreek met de patiënt dat het niet gaat om een eenmalige kuur maar om een langdurige behandeling waarvoor herhaalrecepten moeten worden opgehaald.

 

NSAIDs en maagbeschermers

Bespreek – waar relevant – met de patiënt dat er een maagzuurremmer gestart moet worden bij het gebruik van NSAIDs. In de NHG-Standaard Preventie van maagcomplicaties door geneesmiddelengebruik wordt uitgewerkt bij welke patiënten die NSAIDs gebruiken het gebruik van maagzuurremmers geïndiceerd is. 

 

Betrouwbare informatie

Verwijs de patiënt naar apotheek.nl voor aanvullende schriftelijke informatie over antitrombotica of naar kijksluiter.nl voor audiovisuele informatie over antitrombotica.

 

Vruchtbare leeftijd

Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd: vermeld dat DOACs, VKAs en mogelijk P2Y12-remmers gestopt moeten worden bij een eventuele zwangerschap(swens). Daarom is het belangrijk dat vrouwen al bij een zwangerschapswens contact opnemen met de voorschrijver van de antistolling om af te spreken hoe te handelen. Soms wordt voor de zwangerschap de medicatie al aangepast, soms op het moment dat een vrouw daadwerkelijk zwanger is. Wat het juiste beleid is, hangt af van het type antitromboticum en de indicatie hiervan.

 

3. Informatievoorziening bij controles

De onderwerpen van belang bij de follow-up van patiënten met antitrombotica staan beschreven in de Landelijke Transmurale Afspraak Antistollingszorg.

 

Therapietrouw

Vraag bij de controles na of het middel volgens voorschrift geslikt wordt en of de patiënt problemen ervaart. Het is belangrijk om aan te sluiten bij de verwachtingen en behoeften van de patiënt. Om therapietrouw te stimuleren, is het belangrijk om hier rekening mee te houden in een eventuele gesprek over een ander antitromboticum. Het bespreken en mogelijk wegnemen van bezwaren tegen medicatiegebruik (inclusief bijwerkingen) en het onderstrepen van de voordelen vormen een onderdeel hiervan.

 

Indicatie en dosering actueel

Ga na of de indicatie en de dosering van de antitrombotica nog actueel en kloppend is en of bijvoorbeeld eventuele medicatie moet worden aangepast of gestopt. Hiervoor is regelmatige controle van de nierfunctie noodzakelijk.

 

Basisset medicatiegegevens (BMG)

Het is van belang dat de basisset medicatiegegevens van de patiënt actueel is en deze met de patiënt doorgenomen wordt. Hierbij dient er aangegeven te worden welk(e) antitromboticum(a) wordt(en) gebruikt. Ook dient duidelijk te zijn of er eventueel comedicatie gebruikt wordt dat mogelijk interactie heeft met het antitromboticum of dat invloed heeft op de hemostase.

 

Stoppen medicatie?

Bespreek dat bij overweging om te stoppen (bijvoorbeeld bij bijwerkingen) altijd direct (telefonisch) contact opgenomen moet worden met de arts en (openbaar) apotheker. Er kan niet gewacht worden tot een volgende geplande afspraak. Bij gebruik van VKA moet de patiënt en arts ook contact met de Trombosedienst opnemen. Indien de patiënt aan de Trombosedienst meldt te willen stoppen met de VKA of op eigen initiatief reeds gestopt is met de VKA, dient de Trombosedienst dit te melden aan de voorschrijvend arts.

 

Complicaties en bijwerkingen

Ga na of er trombo-embolische complicaties, bloedingen en andere bijwerkingen op zijn getreden en geef aan dat de patiënt bijwerkingen kan melden aan Lareb. Bespreek ook wat het bloedingsrisico is en of er factoren zijn waardoor dit bloedingsrisico verlaagd kan worden.

 

Interventies (operatie of ingreep)

Informeer de patiënt duidelijk over het beleid als er een interventie (inclusief tandheelkundige ingrepen) moet plaatsvinden (stoppen, wanneer weer beginnen met antitrombotica), de risico’s en wanneer met wie contact moet worden opgenomen.

 

Bij alle perioperatieve trajecten (interventies waarbij anesthesiologische zorg gegeven wordt) is de anesthesioloog verantwoordelijk voor het antistollingsbeleid (zie Stap 2: Preoperatief anesthesiologisch onderzoek in de Richtlijn Perioperatief traject.

 

Indien er geen anesthesiologische zorg gegeven wordt, is het de verantwoordelijkheid van de zorgverlener die de interventie uitvoert om het beleid af te stemmen met de patiënt.

 

Deel III: Informatievoorziening aan (ouders/verzorgers/naasten van) kinderen 0-18 jaar

Informatiebronnen

Naast de eerdergenoemde informatiebronnen voor volwassen patiënten zijn er ook websites en folders beschikbaar voor (ouders/verzorgers/naasten van) kinderen van 0-18 jaar:

  • Cyberpoli is een internetkliniek en ontmoetingsplaats voor kinderen en jongeren met een chronische aandoening, onder andere trombose. Ook ouders van deze jongeren en jongere kinderen zijn welkom. Op deze website is betrouwbare medische informatie te vinden met duidelijke uitleg en animaties, en filmpjes en interviews met patiënten, ouders en deskundigen. Ook kunnen op iedere poli vragen gesteld worden aan één van de deskundigen.
  • De stichting Zeldzame Bloedziekten faciliteert patiëntengroepen, onder andere kinderen met trombose. Op deze website staat veel informatie over trombose bij kinderen en kan men contact zoeken met de contactgroep.
  • Op www.kindertrombose.nl is de nationale patiënten folder voor ouders met kinderen met trombose te vinden. 

Informatievoorziening per fase

De informatievoorziening zoals beschreven in deel II voor volwassen patiënten is ook van toepassing op (ouders/verzorgers/naasten van) kinderen met trombose. Het is belangrijk dat zorgverleners niet alleen de ouders/verzorgers/naasten informeren, maar, afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind, het kind zelf steeds meer betrekken bij de informatievoorziening. Dit kan door middel van op het kind gerichte voorlichting, zoals begrijpelijke brochures, visuele uitleg of digitale middelen. Verder is het belangrijk om naast de genoemde zaken bij volwassenen de invloed van bloedverdunners te bespreken op het dagelijkse leven van kinderen, zoals bijvoorbeeld op school, en bij sporten. Ook de invloed van bloedverdunners op de menstruatie bij meisjes is een belangrijk gespreksonderwerp.

Onderbouwing

Wat een passende antistollingsbehandeling is voor een individuele patiënt wordt samen bepaald in een gesprek tussen de zorgverlener en de patiënt (eventueel met diens naaste(n)/ouder(s)/verzorger(s)). Samen beslissen over antitrombotica is van belang omdat de beschikbare verschillende antitrombotica diverse gevolgen kunnen hebben voor het dagelijkse leven van de patiënt. De communicatie tussen de zorgverlener en patiënt is hiervoor essentieel. Daarbij hoort eenvoudige informatie (waar mogelijk op taalniveau B1) over de aandoening, nut van de behandeling en verschillende antitrombotica. Waar van toepassing, is het van belang om een inschatting van de wilsbekwaamheid te maken ten aanzien van de beslissing die genomen moet worden, en zo nodig de wettelijk vertegenwoordiger te bepalen.

 

Andere belangrijke aandachtspunten zijn de vorm en stijl van de communicatie, rekening houdend met lage gezondheidsvaardigheden en culturele verschillen. Het gesprek zou moeten gaan over wat er voor de patiënt toe doet om zo samen tot de beste beslissing te komen. Daarnaast is samen beslissen geen moment opname, maar een continue proces tijdens controles en consulten.

Voor bovenstaande vraag/vragen is gezien de aard van de vragen geen systematisch literatuuronderzoek verricht. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de beschreven overwegingen.

 

Deze overwegingen zijn opgesteld door de werkgroepleden op basis van kennis uit de praktijk en waar mogelijk onderbouwd door niet systematisch literatuuronderzoek.

  1. Levinson W, Kao A, Kuby A, Thisted RA. Not all patients want to participate in decision making. A national study of public preferences. J Gen Intern Med. 2005 Jun;20(6):531-5. doi: 10.1111/j.1525-1497.2005.04101.x. PMID: 15987329; PMCID: PMC1490136.
  2. Neame R, Hammond A. Beliefs about medications: a questionnaire survey of people with rheumatoid arthritis. Rheumatology (Oxford). 2005 Jun;44(6):762-7. doi: 10.1093/rheumatology/keh587. Epub 2005 Mar 1. PMID: 15741193.
  3. Nota I, Drossaert CH, Taal E, van de Laar MA. Arthritis patients' motives for (not) wanting to be involved in medical decision-making and the factors that hinder or promote patient involvement. Clin Rheumatol. 2016 May;35(5):1225-35. doi: 10.1007/s10067-014-2820-y. Epub 2014 Nov 14. PMID: 25392118.
  4. Voshaar MJ, Nota I, van de Laar MA, van den Bemt BJ. Patient-centred care in established rheumatoid arthritis. Best Pract Res Clin Rheumatol. 2015 Aug-Dec;29(4-5):643-63. doi: 10.1016/j.berh.2015.09.007. Epub 2015 Oct 29. PMID: 26697772.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 01-05-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 01-05-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Antitrombotisch beleid
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Hartstichting

Doel en doelgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Het cluster Antitrombotisch beleid bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden geven hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Prof. dr. M.V. (Menno) Huisman, internist-vasculaire geneeskunde, LUMC, NIV (voorzitter)
  • Dr. M.J.H.A. (Marieke) Kruip, internist-hematoloog, Erasmus MC, NIV, NVVH (Nederlandse Vereniging voor Hematologie)
  • Dr. S.H. (Steven) Renes, anesthesioloog, Radboudumc, NVA
  • Dr. L.M. (Linda) de Heer, cardiothoracaal chirurg, UMC Utrecht, NVT
  • Dr. A.K. Stroobants, klinisch chemicus, Radboudumc, NVKC
  • Drs. E. (Egbert) Krug, traumachirurg, LUMC, NVvH
  • Dr. H.B. (Harmen) Ettema, orthopedisch chirurg, Isala, NOV
  • Dr. B. (Banne) Nemeth, aios orthopedie, LUMC, NOV
  • Dr. M.E. (Maarten) Tushuizen, maag-darm-leverarts, LUMC, NVMDL
  • Dr. C.H. (Heleen) van Ommen, kinderarts-hematoloog, Erasmus MC, NVK
  • Dr. E.J. (Esther) Nossent, longarts, Amsterdam UMC, NVALT
  • Dr. N. (Nakisa) Khorsand, ziekenhuisapotheker, OLVG, NVZA
  • Dr. S.A. (Sonja) de Munnik, klinisch geneticus, Radboudumc, VKGN

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Dr. T.C.C. (Tessa) Jaspers, ziekenhuisapotheker, Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis, NVZA
  • Drs. N. (Noa) Rosenberg, beleidsadviseur, Hartstichting

Meelezende clusterexpertisegroepleden

  • M. (Miriam) Kap MSc, verpleegkundig specialist longgeneeskunde, Erasmus MC, V&VN
  • P.H.J. (Henja) Doornhein, verpleegkundig specialist hematologie, Erasmus MC, V&VN
  • Drs. A.C. (Anke) Lambooij – van Vliet, apotheker, IVM, KNMP
  • Dr. M.F. (Margreet) van Herwaarden, apotheker, KNMP

Met ondersteuning van

  • H. (Hanneke) Olthuis, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (tot 1 februari 2026)
  • H.J. (Harm-Jan) van der Hart, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, Informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden en betrokken clusterexpertisegroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Restrictie

Stuurgroepleden

Huisman (vz)

internist LUMC Leiden

Voorzitter nederlands kennisplatform antistollingszorg onbetaald;
board of directors PERT USA onbetaald

geen

geen

Hartstichting, COVID en herseninfarct, projectleider ja;
ZonMw register atriumfibrilleren, projectleider ja;
BI, register AF -afgerond, register af, - afgerond;
Bayer, register VTE en Kanker, projectleider ja – afgerond;
Leo Pfizer-BMS, register VTE en kanker, projectleider ja - afgerond

nee

nvt

Geen restricties

Ettema

Orthopedisch chirurg Isala Zwolle

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties (in 2025 geen herbevestiging ontvangen)

de Heer

Cardio-thoracaal chirurg
UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Stroobants

Klinisch chemicus
RadboudUMC

Bestuur vakvereniging VHL (secretaris, onbetaald),
Werkgroep hemostase VHL (voorzitter, onbetaald),
Sectie stolling van de SKML (voorzitter, onbetaald),
Advisory board ECAT (onbetaald);

RvT ECAT (betaald, aan RadboudUMC)

Dienstverband RadboudUMC

n.v.t.

n.v.t.

Geen

n.v.t.

Geen restricties

Tushuizen

MDL-arts LUMC

lid Horizonscan Geneesmiddelen, onbetaald

Geen

Geen

TNO, markers voor fibrose, rol als projectleider

Geen

Geen

Geen restricties

Khorsand

Ziekenhuisapotheker OLVG

Voorzitter SIG hematologie NVZA (onbetaald); Voorzitter programma commissie congres NVZA (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Kruip

Hematoloog Erasmus MC (0.3 FTE)
Directier Kwaliteite en Patiëntenzorg Erasmus MC (0.7 FTE)

Voorzitter Federatie Nederlandse trombosediensten, onbetaald (afgerond);
Bestuur Nederlandse Vereniging voor Trombose en hemostase, onbetaald (afgerond);
RvT Trombosestichting Nederland, onbetaald;

RvC Lenticure, onbetaald;

Lid guideline committee European Hematology Association, onbetaald

Geen

Geen

ZonMw en  Trombosestichting NL, Trombose bij Covid 19 (afgerond); ZonMw, VITT na Coronavaccinatie (afgerond); FNT, coronavaccinatie bij VKA (afgerond);
Sobi, DDAVP bij milde hemof (afgerond);

Trombosestichting NL - Antiplatelet Therapy and menstrual blood loss; PARASOL study (Projectleider JA);

Horizon Europe - SERENITY: Improved supportive, palliative, survivorship and end-of-life care of cancer patients (Local PI);

Zorginstituut, Recognition and registration of low health literary in patients with diabetes to enable shared decision making (Projectleider NEE);

ZonMW, Bloedstollend veilig: Safety-II education focused on anticoagulants in master of Medicine  (Projectleider NEE);

Citrienfonds, Inclusieve zorg voor mensen met geldzorgen in digitale tijden (projectleider NEE)

Geen

Sprekersvergoeding, betaald aan het Erasmus MC van Sobi, Roche en BMS (afgerond)

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancieerd onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus)

Renes

Anesthesioloog-pijnspecialist, RadboudUMC (betaald)

Kwaliteitsvisitatie NVA (vacatiegeld)
Medische expertise op persoonlijke titel (betaald)

geen

geen

geen

geen

geen

Geen restricties

van Ommen

Hoofd afd. Kinderhematologie & kinderoncologie Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis

Geen

geen

Geen

Fase 3 trial effectiviteit van edoxaban voor behandeling van trombose bij kinderen, financier Daiichi Sankyo, local PI en steeringCie (afgesloten in 2022); Microscopic evaluation of clots in ECMO systems, Octapharma, rol als PI; IPTN ThromPED registry (international observational registry/study of children with thrombosis, financier BI, BMS en INVENT, rol als chair IPTN

Geen

Adviseur voor verschillende farmaceuten voor ontwikkeling van onderzoek van antistollingsmiddelen of antidota bij kinderen zoals Asundexian (Bayer BV), andexanet (Astra Zeneca)

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancierd onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus, adviesrollen neergelegd gedurende de richtlijnontwikkeling.)

Krug

Chirurg, LUMC

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

de Munnik

Klinisch geneticus Radboudumc
Klinisch geneticus MUMC+

Voorzitter commissie kwaliteit VKGN,
Lid werkgroep prenatale genetica VKGN, Vertegenwoordiger in de raad van Kwaliteit van de FMS

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Nossent

Longarts
Amsterdam UMC

NVALT Bronkhorst Colloquium(onbetaald);   

NVALT CCO Pulmonary Vascular Diseases and ILD; chair (betaald);

Scientific Committtee PHA Europe (onbetaald);

ERS/ESC taskforce redefining pulmonary arterial hypertension with cardiopulmonary comorbidities; secretary (onbetaald);

PHAROS TF PH-CLD (onbetaald);

Medical advisory board: MSD. (betaald).

Geen.

Geen

E.J. Nossent has received research grants from:
Janssen
Bayer/MSD
Boehringer Ingelheim B.V. (OPTICS-studie, afgerond)
United Therapeutics/Ferrer
AbbVie
Breathomix (P4O2 ILD-extension, rol als projectleider)

Geen

Geen

Geen restricties (studies en betreffen onderwerpen die niet relevant zijn in deze cyclus)

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Jaspers

Ziekenhuisapotheker in Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Rosenberg

beleidsadviseur Hartstichting

Gastvrijheidsverlening Amsterdam UMC en CBG tbv afronding PhD (onbezoldigd)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Samen beslissen en informatievoorziening

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.