Implementatietabel

(Sub)aanbeveling

 

Sterkte van de aanbeveling

Bewijskracht per uitkomstmaat

Verkeerslicht per (sub)aanbeveling

 

Aanbeveling 1:

  1. Gebruik een gen gespecificeerde omschrijving van het type Lynch syndroom in communicatie met en over de patiënt: MLH1-Lynch syndroom, MSH2-Lynch syndroom, MSH6-Lynch syndroom en PMS2-Lynch syndroom.
  2. Bespreek het risico op het ontwikkelen van kanker zoals beschreven in tabel 6. Neem daarbij de verschillen tussen de genen in acht.

 

Tabel 6 samenvattende overzichtstabel kankerrisico’s

 

CRC

EC

OC

UTUC en blaas

Maag

Dunne darm, pancreas en galwegen, hersenen

MLH1-LS

30-60%

30-50%

5-15%

~5%

~5%

≤5%

MSH2-LS

30-60%

30-50%

10-20%

10-15%

5-10%

<5%

MSH6-LS

20-40%

20-50%

5-10%

<5%

<3%

<5%

PMS2-LS

5-15%

10-15%

Niet verhoogd

Niet verhoogd

Niet verhoogd

Niet verhoogd

LS = Lynch syndroom

 

Overweeg gebruik te maken van de plsd.eu online risicotabel tool om het risico per gen, geslacht en leeftijd te laten zien.

X Sterk (doe/ gebruik)/

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H □ M □ L □ VL X NG

 

 

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

Aanbeveling 2

MLH1 -Lynch syndroom:

  • Verricht vanaf 40 tot 60 jaar 1x per jaar gynaecologisch onderzoek met:
    • Transvaginale echografie en bied een endometriumbiopsie (Pipelle) aan.
  • Zie submodule Chirurgische behandeling van Lynch syndroom voor adviezen met betrekking tot preventieve hysterectomie en risico-reducerende salpingo-oophorectomie (RRSO).
  • Test eenmalig op Helicobacter pylori infectie en afhankelijk van de uitslag: eradicatie.
  • Bied niet standaard surveillance aan voor de urinewegen/ blaas. Verwijs patiënt bij klachten van pijn bij plassen, aandrang, macroscopische hematurie laagdrempelig naar uroloog.
  • Verwijs naar de dermatoloog bij aanwezigheid van talgkliercarcinomen voor surveillance.
  • Overige tumoren: surveillance wordt niet aanbevolen.

 

MSH2-Lynch syndroom:

  • Verricht vanaf 40 tot 60 jaar 1x per jaar gynaecologisch onderzoek met:
    • Transvaginale echografie en bied endometriumbiopsie (Pipelle) aan.
  • Zie submodule Chirurgische behandeling van Lynch syndroom voor adviezen met betrekking tot preventieve hysterectomie en risico-reducerende salpingo-oophorectomie (RRSO).
  • Test eenmalig op Helicobacter pylori infectie en afhankelijk van de uitslag: eradicatie.
  • Bied niet standaard surveillance aan voor de urinewegen/ blaas. Verwijs patiënt bij klachten van pijn bij plassen, aandrang, macroscopische hematurie laagdrempelig naar uroloog.
  • Verwijs naar de dermatoloog bij aanwezigheid van talgkliercarcinomen voor surveillance.
  • Overige tumoren: surveillance wordt niet aanbevolen.

 

              MSH6-Lynch syndroom:

  • Verricht vanaf 40 tot 60 jaar 1x per jaar gynaecologisch onderzoek met:
    • Transvaginale echografie en bied een endometriumbiopsie (Pipelle) aan
  • Zie submodule Chirurgische behandeling van Lynch syndroom voor adviezen met betrekking tot preventieve hysterectomie en risico-reducerende salpingo-oophorectomie (RRSO).
  • Test eenmalig op Helicobacter pylori infectie en afhankelijk van de uitslag: eradicatie.
  • Bied niet standaard surveillance aan voor de urinewegen/ blaas. Verwijs patiënt bij klachten van pijn bij plassen, aandrang, macroscopische hematurie laagdrempelig naar uroloog.
  • Verwijs naar de dermatoloog bij aanwezigheid van talgkliercarcinomen voor surveillance.
  • Overige tumoren: surveillance wordt niet aanbevolen.

 

              PMS2-Lynch syndroom:

  • Verricht vanaf 50 tot 60 jaar 1x per jaar gynaecologisch onderzoek met:
    • Transvaginale echografie en bied een endometriumbiopsie (Pipelle) aan.
  • Zie submodule Chirurgische behandeling van Lynch syndroom voor adviezen met betrekking tot preventieve hysterectomie en risico-reducerende salpingo-oophorectomie (RRSO).
  • Verwijs naar de dermatoloog bij aanwezigheid van talgkliercarcinomen voor surveillance.

Overige tumoren: surveillance wordt niet aanbevolen.

X Sterk (doe/ gebruik)/

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H □ M □ L □ VL X NG

 

 

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

 

Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1 en 2

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

X Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

[Toelichting, beschrijf de huidige situatie indien mogelijk met onderbouwing/ getallen]

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

X < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze (sub-) module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: De surveillance voor gynaecologische tumoren hangt samen met de keuze voor preventieve hysterectomie en RRSO. Deze afweging zal gemaakt worden na counseling door de behandelend gynaecoloog.

 

□ Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

 

De huidige aanbevelingen zijn meer toegespitst op het type Lynch syndroom.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Er zal een bewustwording nodig zijn van het beschouwen van Lynch syndroom als 4 verschillende syndromen.

 

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

 

 

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

 

 

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

 

Ten opzichte van de vorige richtlijn wordt er minder surveillance geadviseerd wat een positief effect kan hebben op capaciteit.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

 

 

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

X Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

□ Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

…………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

[Toelichting]

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

X < 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

[Toelichting]

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

X Ja* □ Nee

 

Toelichting:

Er worden significante aanpassingen gedaan in het surveillance advies voor Lynch syndroom patiënten, dit zou via meerdere platformen gecommuniceerd moeten worden om implementatie te bevorderen.

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.