Subarachnoïdale bloeding

Initiatief: Cluster Cerebrovasculaire ziekte Aantal modules: 33

Behandeling met antifibrinolytica na een SAB

Publicatiedatum: 25-09-2026
Beoordeeld op geldigheid: 25-09-2026

Uitgangsvraag

Bij patiënten met een subarachnoïdale bloeding (SAB), leidt een behandeling met antifibrinolytica in vergelijking met geen behandeling met antifibrinolytica, tot een betere klinische uitkomst?

Aanbeveling

Behandel patiënten met een spontane SAB niet routinematig met tranexaminezuur.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Nadat een aneurysma gebarsten is, wordt de opening in de aneurysmawand afgesloten door een stolsel. Vooral in de eerste uren na ictus is dit stolsel instabiel, waardoor het aneurysma opnieuw kan gaan bloeden. Het exacte risico op een recidiefbloeding verschilt per studie, doch loopt van 6% (Kassell, 1983) tot 17% (Fujii, 1996). Uit alle onderzoeken wordt duidelijk dat de meeste recidiefbloedingen optreden in de eerste 24 uur. In een Zweedse multicenter trial, waarin 505 patiënten werden geïncludeerd in het insturende ziekenhuis, was 90% van de patiënten binnen 12 uur in een neurochirurgisch centrum gearriveerd en was 70% binnen 24 uur geclipt of gecoild. Desondanks traden er 33 (7%) recidiefbloedingen op (Hillman, 2002).

 

Hemostase berust op een balans tussen stolling en fibrinolyse. Verschillende studies onderzochten het effect van antifibrinolytica bij patiënten met een aneurysmatische SAB, met als achterliggend idee dat deze medicijnen de stabiliteit van het stolsel in de aneurysmawand versterken en daarmee het risico op een recidiefbloeding verminderen.

 

In 1984 werd aangetoond dat langdurige toediening van tranexaminezuur (gedurende maximaal 4 weken tot aan de aneurysma-behandeling) het risico op een recidiefbloeding verminderde, maar geen verbetering in functionele uitkomst gaf (Vermeulen, 1984). Hoewel tranexaminezuur de incidentie van een recidiefbloeding verlaagde, was er geen effect op de functionele uitkomst, wat werd verklaard door een hogere incidentie van ischemische complicaties. Een nieuwe gerandomiseerde studie werd opgezet nadat orale nimodipine en normovolemie standaardbehandelingen werden om het risico op delayed cerebral ischemia (DCI) te verminderen (Roos, 2000). De STAR-studie, gepubliceerd in 2000, toonde aan dat langdurige toediening van tranexaminezuur het risico op een recidiefbloeding verlaagde zonder het risico op DCI te verhogen. Ook in deze studie werd echter geen effect op de functionele uitkomst gevonden.

 

Ondertussen begon de timing van de aneurysma behandeling te verschuiven van uitgestelde behandeling (vaak meer dan 14 dagen na ictus) naar behandeling binnen drie dagen. Daarom onderzocht een nieuwe gerandomiseerde studie het effect van kortdurende (<72 uur) behandeling met tranexaminezuur (Hillman, 2002). De studie toonde aan dat kortdurende behandeling de incidentie van een recidiefbloeding verminderde zonder het risico op DCI te verhogen. Hoewel er een trend was richting verbetering van de functionele uitkomst, was deze studie niet gepowerd om een effect op de functionele uitkomst aan te tonen.

 

De Nederlandse ULTRA-studie onderzocht het effect van zeer kortdurende (<24 uur) behandeling met tranexaminezuur, waarbij de behandeling werd gestart direct nadat in het eerste ziekenhuis de diagnose SAB op de CT-scan was bevestigd. Deze studie was wel gepowerd om een verschil in functionele uitkomst aan te tonen (Post, 2021). De mediane tijd tussen ictus en het starten van de behandeling was 185 minuten. Recidiefbloedingen na randomisatie en vóór aneurysma-behandeling kwamen voor bij 49 (10%) patiënten in de tranexaminezuurgroep en bij 66 (14%) patiënten in de controlegroep (OR 0,71; 95% BI 0,48–1,04). Een goede functionele uitkomst werd gezien bij 287 (60%) van de 475 patiënten in de tranexaminezuurgroep, en bij 300 (64%) van de 470 patiënten in de controlegroep (behandelcentrum-gecorrigeerde OR 0,86; 95% BI 0,66–1,12). Vergelijkbare resultaten werden gevonden in de subgroep van patiënten met een aneurysmatische SAB (Tjerkstra, 2022). Ondanks een statistisch significante afname van recidiefbloedingen (OR 0,66; 95% BI 0,44–0,99), werd er geen effect gevonden op een slechte functionele uitkomst (OR 1,08; 95% BI 0,82–1,43) of sterfte (OR 1,11; 95% BI 0,82–1,51). Kortdurende behandeling met tranexaminezuur verhoogde het risico op DCI niet (OR 0,99; 95% BI 0,72–1,36).

 

De ULTRA-studie leverde overtuigend bewijs dat zelfs zeer vroege en zeer kortdurende antifibrinolytische therapie de functionele uitkomst bij patiënten met een SAB niet verbetert. Ook een hierna geüpdate Cochrane review concludeerde dat er geen bewijs is voor routinematige behandeling met antifibrinolytica bij patiënten met een aneurysmatische SAB (Germans, 2022).

 

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs kon niet worden beoordeeld aangezien er voor deze module geen systematisch literatuuronderzoek dan wel GRADE beoordeling is uitgevoerd.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten

Het kan voor zowel de patiënt als diens naasten belastend zijn om na een SAB een periode van afwachten te moeten doormaken zonder actieve behandeling ter vermindering van het risico op een tweede bloeding. Tegelijkertijd is het belangrijk dat medicamenteuze interventies aantoonbaar bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid en functionele uitkomst van de patiënt. Uit de beschikbare studies blijkt dat antifibrinolytica de prognose na een spontane SAB niet verbetert. Daarom onderschrijft de werkgroep het advies om patiënten met een spontane SAB niet routinematig te behandelen met tranexaminezuur.

 

Kostenaspecten

Ultra-vroege en kortdurende toediening van tranexaminezuur bij patiënten met een spontane SAB is niet kosteneffectief (Denneman, 2025).

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Er is geen sprake van gezondheids(on)gelijkheid.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

Tranexaminezuur is een bestaand medicijn met een bekend bijwerkingenprofiel. Aangezien tranexaminezuur niet de uitkomst verbetert bij patiënten met een SAB, wordt routinematige toediening van dit medicijn niet ethisch geacht.

 

Duurzaamheid

Duurzaamheidsaspecten spelen geen doorslaggevende rol in deze module.

 

Haalbaarheid

Omdat tranexaminezuur niet effectief en niet kosteneffectief is bevonden, wordt het gebruik ervan niet aanbevolen. Daarmee is een beoordeling van de haalbaarheid van implementatie niet aan de orde.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Het advies is om patienten met een spontane SAB niet routinematig te behandelen met tranexaminezuur, aangezien het de uitkomst van de patiënt niet verbetert en niet kosteneffectief is.

 

Eindoordeel: Sterke aanbeveling tegen.

Onderbouwing

A recurrent bleeding is defined as any hemorrhage originating from the previously ruptured aneurysm that occurs after the initial bleeding event. This module addresses the question of whether treatment with antifibrinolytic agents is indicated.

Voor de moduleversie van 2013 is een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. In de bijlage bij deze module is een beschrijving van de gebruikte methoden en resultaten opgenomen.

 

Bij de herziening van deze module in 2025 is besloten gebruik te maken van het systematisch literatuuronderzoek dat is uitgevoerd voor de ontwikkeling van de Europese richtlijn (ESO) over aneurysmatische subarachnoïdale bloedingen. De overwegingen en aanbevelingen zijn op basis hiervan geactualiseerd. Daarnaast is voor het opstellen van de overwegingen en aanbevelingen gebruik gemaakt van kennis uit de praktijk en waar mogelijk niet-systematisch literatuuronderzoek. De zoekstrategie voor de ESO-richtlijn is opgenomen in de bijlage bij deze module.

  1. 1 - Denneman N, Post R, van Eekelen R, Tjerkstra MA, Kempeneers MA, Labib H, Germans MR, Vergouwen MDI, Jellema K, Koot RW, Kruyt ND, Wolfs JFC, Nanda D, Van Der Pol B, Roks G, De Beer F, Reichman LJA, Brouwers PJAM, Vincent HK 1st, Bienfait HP, Boogaarts HD, Klijn CJM, van den Berg R, Coert BA, Horn J, Majoie CBLM, Rinkel GJE, Roos YBWEM, Vandertop WP, Verbaan D; ULTRA trial study group. Cost-Effectiveness of Ultra-Early Tranexamic Acid as Add-On to Standard Care After Subarachnoid Hemorrhage (ULTRA Trial). Eur J Neurol. 2025 Aug;32(8):e70208. doi: 10.1111/ene.70208. PMID: 40843772; PMCID: PMC12371436.
  2. 2 - Fujii Y, Takeuchi S, Sasaki O, Minakawa T, Koike T, Tanaka R. Ultra-early rebleeding in spontaneous subarachnoid hemorrhage. J Neurosurg 1996;84:35–42.
  3. 3 - Germans MR, Dronkers WJ, Baharoglu MI, Post R, Verbaan D, Rinkel GJ, Roos YB. Antifibrinolytic therapy for aneurysmal subarachnoid haemorrhage. Cochrane Database Syst Rev. 2022 Nov 9;11(11):CD001245. doi: 10.1002/14651858.CD001245.pub3. PMID: 36350005; PMCID: PMC9644641.
  4. 4 - Hillman J, Fridriksson S, Nilsson O, Yu Z, Saveland H, Jakobsson KE. Immediate administration of tranexamic acid and reduced incidence of early rebleeding after aneurysmal subarachnoid hemorrhage: a prospective randomized study. J Neurosurg. 2002 Oct;97(4):771-8. doi: 10.3171/jns.2002.97.4.0771. PMID: 12405362.
  5. 5 - Kassell NF, Torner JC. Aneurysmal rebleeding: a preliminary report of the Cooperative Aneurysm Study. Neurosurgery 1983;13:479-481.
  6. 6 - Post R, Germans MR, Tjerkstra MA, Vergouwen MDI, Jellema K, Koot RW, Kruyt ND, Willems PWA, Wolfs JFC, de Beer FC, Kieft H, Nanda D, van der Pol B, Roks G, de Beer F, Halkes PHA, Reichman LJA, Brouwers PJAM, van den Berg-Vos RM, Kwa VIH, van der Ree TC, Bronner I, van de Vlekkert J, Bienfait HP, Boogaarts HD, Klijn CJM, van den Berg R, Coert BA, Horn J, Majoie CBLM, Rinkel GJE, Roos YBWEM, Vandertop WP, Verbaan D; ULTRA Investigators. Ultra-early tranexamic acid after subarachnoid haemorrhage (ULTRA): a randomised controlled trial. Lancet. 2021 Jan 9;397(10269):112-118. doi: 10.1016/S0140-6736(20)32518-6. Epub 2020 Dec 23. PMID: 33357465.
  7. 7 - Roos Y. Antifibrinolytic treatment in subarachnoid hemorrhage: a randomized placebo-controlled trial. STAR Study Group. Neurology. 2000 Jan 11;54(1):77-82. doi: 10.1212/wnl.54.1.77. PMID: 10636129.
  8. 8 - Tjerkstra MA, Post R, Germans MR, Vergouwen MDI, Jellema K, Koot RW, Kruyt ND, Willems PWA, Wolfs JFC, de Beer FC, Kieft H, Nanda D, van der Pol B, Roks G, de Beer F, Halkes PHA, Reichman LJA, Brouwers PJAM, Van den Berg-Vos RM, Kwa VIH, van der Ree TC, Bronner I, Bienfait HP, Boogaarts H, Klijn CJM, van den Berg R, Coert BA, Horn J, Majoie CBLM, Rinkel GJE, Roos YBWM, Vandertop WP, Verbaan D; ULTRA investigators. Tranexamic Acid After Aneurysmal Subarachnoid Hemorrhage: Post Hoc Analysis of the ULTRA Trial. Neurology. 2022 Dec 5;99(23):e2605-e2614. doi: 10.1212/WNL.0000000000201160. PMID: 36266046.
  9. 9 - Vermeulen M, Lindsay KW, Murray GD, Cheah F, Hijdra A, Muizelaar JP, Schannong M, Teasdale GM, van Crevel H, van Gijn J. Antifibrinolytic treatment in subarachnoid hemorrhage. N Engl J Med. 1984 Aug 16;311(7):432-7. doi: 10.1056/NEJM198408163110703. PMID: 6379455.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 25-09-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 25-09-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Cerebrovasculaire ziekte
Geautoriseerd door:
  • Hersenletsel.nl
  • Stichting Hersenaneurysma Patiënten Platform
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Intensive Care
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Algemene gegevens

Het Nederlands Huisartsen Genootschap heeft een verklaring van geenbezwaar afgegeven.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Cerebrovasculaire ziekten bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • dr. J.H. (Julia) van Tuijl, neuroloog, NVN
  • dr. M.D.I. (Mervyn) Vergouwen, neuroloog, NVN
  • dr. I.R. (Ido) van den Wijngaard, neuroloog, NVN
  • dr. R. (René) van den Berg, interventie neuro-radioloog, NVvR
  • A.M. (Annegien) Lips, ervaringsdeskundige, Hersenletsel
  • dr. M. (Margriet) van der Werf, revalidatiearts, VRA
  • dr. H.D. (Jeroen) Boogaarts, neurochirurg, NVvN 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Prof. dr. A. (Bart) van der Zwan, neurochirurg, NVvN

Met ondersteuning van

  • dr. M.L. (Marja) Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • I. (Ingeborg) van Dusseldorp, senior informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

dr. J.H. (Julia) van Tuijl

Neuroloog, ETZ Tilburg

*Commissielid richtlijn epilepsie

*Voorzitter focusgroep acute neurologie van de ROAZ Brabant

Geen

Geen

Enkel deelname aan landelijke vasculaire trials zoals CASES en DIST

Geen

Geen

25-03-2025

Geen

dr. M.D.I. (Mervyn) Vergouwen

Neuroloog, UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

*CSL Behring: deelname aan advisory board meeting, betaling aan UMC Utrecht

*Bayer: onderzoeksgeld voor Investigator Initiated Research, betaling aan UMC Utrecht

Geen

Geen

15-08-2023

Geen

dr. I.R. (Ido) van den Wijngaard

Neuroloog, Haaglanden MC

Commissielid NVN richtlijn

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

02-08-2022

Geen

dr. R. (René) van den Berg

Interventie Neuro-radioloog, Amsterdam UMC, locatie AMC

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

15-08-2023

Geen

A.M. (Annegien) Lips

Patiëntvertegenwoordiger en ervaringsdeskundige NAH

Deelname aan verschillende richtlijnclusters

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

18-09-2025

Geen

dr. M. (Margriet) van der Werf

Revalidatiearts, Rijndam revalidatie

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

27-10-2022

Geen

dr. H.D. (Jeroen) Boogaarts

Neurochirurg, Radboud UMC, Nijmegen

Voorzitter stichting kwaliteitsbevordering neurochirurgie.

Geen

Geen

Gecombineerde subsidie van Hartstichting, ZonMW en ook industrie binnen CONTRAST WP2  en 6 (https://www.contrast-consortium.nl/) (voor verbetering overleving stroke patienten door betere triage en aandacht veilige behandeling

; alsook registratie SAB patienten

ZonMw; intracerebrale bloedingen trial (DIST) https://www.dutch-ich.nl/

Geen

Consultant voor stryker neurovascular, inkomsten worden aan de afdeling Neurochirurgie van het Radboud UMC betaald.

29-10-2024

Geen

Gemelde (neven)functies en belangen betrokken expertisegroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Prof. dr. A. (Bart) van der Zwan

Hoogleraar vasculaire neurochirurgie, universiteit Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-10-2022

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Behandeling met antifibrinolytica na een SAB

Geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven.

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Overige (niet-cerebrale) complicaties na SAB