Strengileus

Initiatief: NVVH Aantal modules: 12

Residu-arm dieet

Publicatiedatum: 09-04-2026
Beoordeeld op geldigheid: 09-04-2026

Uitgangsvraag

Wat is de waarde van een residu-arm of (grof)vezelbeperkt dieet voor secundaire preventie van strengileus?

Aanbeveling

Aanbeveling-1

Maak niet standaard gebruik van een residu-arm dieet bij volwassen patiënten ter preventie van een recidief strengileus.

 

Overweeg een residu-arm dieet ter overbrugging tot aan de electieve operatie bij (terugkerende) patiënten met een hoog risico op een ileus in de periode tot de geplande operatie.

 

Overweeg de diëtist te consulteren wanneer een residu-arm dieet tijdelijk wordt geadviseerd, ten behoeve van informatievoorziening en monitoring en begeleiding van het dieet.

 

Aanbeveling-2

Groepen waarbij operatie geen optie meer is en recidieven vaak voorkomen

 

Overweeg in samenspraak met de patiënt het inzetten van een residu-arm/(grof)vezelbeperkt dieet bij een recidiverende strengileus wanneer de patiënt inoperabel is en een conservatieve behandeling in de toekomst mogelijk geen oplossing biedt. Vraag de diëtist bij het opstarten van het dieet in consult.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Er is literatuuronderzoek verricht naar het effect van een residu-arm of vezelbeperkt dieet vergeleken met een normaal dieet bij volwassen patiënten met een (terugkerende) strengileus. Er werden geen studies gevonden die aan de PICO voldoen. Het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van een dergelijk dieet ter preventie van een recidief strengileus ontbreekt derhalve.

 

Er is beperkt indirect bewijs beschikbaar uit studies in bredere populaties met een darmobstructie.

Uit literatuuronderzoek concludeerde Ware (2025) dat sterk bewijs ontbreekt voor de rol van dieetaanpassingen bij de behandeling en preventie van een obstructie door maligniteit. Echter, slechts zeven publicaties werden geïncludeerd, bestaande uit haalbaarheidsstudies en ‘short communications’.

Allan (2024) beschreef in een studie waarin 30 patiënten met een inoperabele stenoserende darmtumor een zelfsturend vierstappen dieet volgden, bestaande uit helder vloeibaar, dun vloeibaar, (zacht)gemalen en vezelarme voeding, dat een afname van symptomen en ziekenhuisopnames, en verbetering van kwaliteit van leven werd gezien (Allan, 2024). Bovendien vonden 25 van de 30 patiënten het dieet makkelijk uitvoerbaar.

In een observationele cohortstudie (pilot studie) van Fahim (2020) met 61 patiënten met een darmobstructie of -stenose (ongeacht etiologie), werd het gebruik van een obstructieprotocol met preoperatieve dieetaanpassingen onderzocht. Er werd op basis van de symptomen en radiologische beeldvorming onderscheid gemaakt tussen verschillende fasen van obstructie, elk met een bijbehorend dieetadvies: een residu-arm dieet, volledige drink- of sondevoeding en totale parenterale voeding in combinatie met helder vloeibaar oraal. Binnen het residu-arme dieet werden grove/onverteerbare voedingsvezels, schillen, vellen, pitten en zaden geëlimineerd. Patiënten die orale of enterale voeding konden verdragen werden poliklinisch gemonitord en/of begeleid door een diëtist, physician assistant of chirurg. Ook leefstijl- en beweegadviezen maakten deel uit van het protocol. Het gebruik van dit protocol werd geassocieerd met minder spoedoperaties, postoperatieve morbiditeit en mortaliteit (Fahim, 2020).

Al met al lijken dieetaanpassingen bij een darmobstructie of -stenose van meerwaarde voor het verminderen van symptomen, de verbetering van de kwaliteit van leven, en de afname van opnames en/of spoedoperaties. Om die reden kan het dieet worden overwogen ter overbrugging tot een operatie.

 

Klinische praktijk

In de huidige klinische praktijk wordt een residu-arm dieet niet standaard geadviseerd aan patiënten met (kans op) een terugkerende strengileus, vanwege het ontbreken van bewijs, de beperkende aard van het dieet en daarmee ook de mogelijke impact op de kwaliteit van leven. Het dieet kan mogelijk invloed hebben op het sociale domein, de zelfstandigheid en de tevredenheid van de patiënt.  Bovendien kan dieetbegeleiding nodig of gewenst zijn ter voorkoming van mogelijke deficiënties of ondervoeding, vooral wanneer het dieet een langere tijd wordt gevolgd. Daarentegen zijn er ziektebeelden, zoals inflammatoire darmziekten en stenoserende darmtumoren, waarbij een (grof)vezelbeperkt dieet of andere dieetaanpassingen soms (tijdelijk) deel uitmaken van de behandeling (Gold, 2025; Ten Have, 2022).

 

Patiënten met een dreigende strengileus kunnen mogelijk baat hebben bij het volgen van een residu-arm dieet ter overbrugging tot een operatie. Bij patiënten met stenoserende darmtumoren wordt in de praktijk een (grof)vezelbeperkt dieet vaker geadviseerd (Ten Have, 2022), ondanks dat (sterk) wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit ervan ontbreekt.

 

In de praktijk is de ervaring dat dieetadvisering (tijdelijk) kan bijdragen aan het voorkomen van een ileus door voeding bij een stenoserende tumor, omdat binnen het dieet grove onverteerbare voedselresten zoveel mogelijk worden vermeden en in sommige gevallen zelfs vloeibare voeding wordt geadviseerd (Ten Have, 2022), waardoor darmpassage minder wordt benadeeld en patiënten verlichting van de symptomen kunnen ervaren. In dergelijke gevallen wordt het dieet vaak tijdelijk geadviseerd en gestopt wanneer darmpassage verbetert door behandeling van de obstruerende tumor of wanneer een ontlastende stoma wordt aangelegd. Binnen deze groep kunnen deficiënties voorkomen, maar het residu-arme of (grof)vezelbeperkte dieet wordt niet als bepalend ingeschat, omdat meerdere factoren kunnen meespelen die voldoende voedingsinname kunnen bemoeilijken (Muscaritoli, 2021). Anderzijds spelen vezels een belangrijke rol bij de darmpassage (Wuyts, 2025), waardoor bij een residu-arm/vezelbeperkt dieet mogelijk obstipatie als complicatie kan ontstaan. Dieetaanpassingen kunnen ook van meerwaarde zijn bij inoperabele obstruerende darmmaligniteit.

 

Kwaliteit van bewijs

Niet van toepassing.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Het is van belang dat patiënten goed worden geïnformeerd en dat zij worden meegenomen in de keuze voor een residu-arm dieet.

Het volgen van een residu-arm dieet vraagt soms aanzienlijke aanpassing in het dagelijks leven en wordt door veel patiënten als belastend ervaren, vooral wanneer het dieet langdurig gevolgd wordt. De beperkingen in voedselkeuze kunnen een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven. Zo kunnen patiënten onzeker worden over welke voedingsmiddelen veilig beschouwd kunnen worden. Daarnaast heeft het volgen van een residu-arm dieet ook invloed op de directe omgeving, bijvoorbeeld wanneer de partner boodschappen doet of kookt en dit anders aangepakt moet worden. Soms kan dit er in de praktijk toe leiden dat het eetpatroon van het hele gezin verandert en zo extra belastend kan zijn. Het kan nodig zijn om sociale activiteiten, zoals uit eten gaan, voor te bereiden. Dit kan ertoe leiden dat patiënten hierin terughoudender worden en/of er minder plezier aan beleven. Samenvattend vergt het volgen van een residu-arm dieet tijd, energie en aanpassing.

 

Kostenaspecten

Het volgen van een residu-arm dieet hoeft op zichzelf niet tot hogere kosten te leiden. In sommige gevallen kunnen extra hulpmiddelen, zoals keukenmachines of blenders voor het fijnmalen van voedsel, nodig zijn. Deze zijn echter niet altijd noodzakelijk en de aanschaf hangt af van de individuele situatie. Er kunnen kosten verbonden zijn aan een relatief intensievere begeleiding. Patiënten hebben soms frequenter contact met een diëtist om het dieet aan te passen aan de klachten. Ook kan betrokkenheid van een verpleegkundig specialist nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer er wordt toegewerkt naar een operatief traject. De frequentie en aard van de begeleiding verschilt per ziekenhuis.

Hoewel het residu-arm dieet in sommige gevallen tot extra zorgkosten kan leiden, is dit geen reden om het dieet niet aan te bevelen bij een specifieke patiëntengroep die er mogelijk baat bij kan hebben. Onduidelijk is of er hogere kosten kunnen ontstaan door ziekenhuisopnames wanneer het residu-arme dieet niet wordt geadviseerd aan patiënten die in de voorgeschiedenis bekend zijn met recidieven van een strengileus. Hierover ontbreekt bewijs.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Het volgen van een residu-arm dieet kan voor sommige patiënten en naasten extra uitdagingen met zich meebrengen, wat kan leiden tot ongelijkheid in de toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van dit dieet. Dit kan met name het geval zijn voor mensen met beperkte cognitieve- en gezondheidsvaardigheden, beperkte financiële middelen en een beperkt sociaal netwerk. Patiënten zijn mogelijk vaker aangewezen op zorgverleners, zoals de diëtist of verpleegkundig specialist, wat kan leiden tot meer ziekenhuisconsulten. Dit kan extra reistijd en reiskosten met zich meebrengen, wat voor sommige patiënten een drempel vormt.

Bij patiënten met cognitieve beperkingen, zoals dementie, kan het volgen van het dieet extra lastig en mogelijk niet haalbaar zijn, bijvoorbeeld doordat het dieet vergeten kan worden. Dit heeft invloed op de effectiviteit. Ook voor mensen zonder cognitieve problemen vraagt het dieet aanpassingsvermogen en flexibiliteit, bijvoorbeeld doordat aanpassingen in vertrouwde eetgewoonten of soms nieuwe kookvaardigheden nodig zijn. Dit kan ongelijkheid in de uitvoering versterken, zoals bij andere diëten die aanpassing vragen.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid

Er is geen bewijs voor het adviseren van een residu-arm dieet om een strengileus te voorkomen, terwijl het advies invloed heeft op de leefstijl en zo mogelijk ook op de ervaring van kwaliteit van leven van de patiënt. Het advies zou verwachtingen kunnen oproepen, terwijl het effect niet bewezen is. Patiënten kunnen mogelijk druk ervaren om hierin mee te gaan wanneer het dieet besproken of geadviseerd wordt, vooral wanneer andere goede preventieve maatregelen lijken te ontbreken. Tevens zou het dieet mogelijk kunnen bijdragen aan andere complicaties, zoals ondervoeding en/of obstipatie.

 

Duurzaamheid

Bij de interventie spelen de volgende duurzaamheidsaspecten een rol. Het residu-arm dieet kan in sommige gevallen leiden tot een minder duurzaam voedingspatroon, producten met een relatief lage milieu-impact – zoals bepaalde groenten en  fruit, peulvruchten, noten en zaden (Lynch, 2018; Nelson, 2016; Pots, 2022) – vaak (tijdelijk) beperkt of vermeden. Hierdoor verschuift de voeding regelamtig richting meer dierlijke producten.De keuze voor plantaardige alternatieven, zoals bijvoorbeeld tofu, is ook beperkter binnen het dieet, wat de duurzaamheid verder kan beïnvloeden. Hoewel deze aanpassing op individueel niveau slechts een beperkte ecologische impact heeft, draagt een residu-arm dieet bij een grotere groep patiënten mogelijk in bescheiden mate bij aan een minder duurzame voedselconsumptie.

 

Haalbaarheid

De interventie lijkt haalbaar. De praktische uitvoerbaarheid van het dieet bij de patiënt thuis hangt mede af van hoe de verantwoordelijkheden voor het koken en de boodschappen binnen het huishouden verdeeld zijn. Als een patiënt hier niet zelfstandig toe in staat is, kan het dieet lastiger uitvoerbaar zijn zonder hulp van naasten of professionele ondersteuning. Het kan helpen om patiënten te verwijzen naar leveranciers van geschikte kant-en-klare maaltijden, al is dat mogelijk niet voor iedereen financieel haalbaar. Wanneer patiënten opgenomen zijn is dit dieet haalbaar; residu-arme maaltijden zijn beschikbaar in ziekenhuizen.

 

Informatievoorziening

Wanneer het residu-arme dieet wordt geadviseerd is het voor het beoogde effect en de goede uitvoering van het dieet belangrijk dat de patiënt goed geïnformeerd wordt, bijvoorbeeld met behulp van schriftelijke informatie en/of een consult bij de diëtist. Een diëtist kan goede mondelinge uitleg geven en de patiënt zo nodig bijsturen, vooral wanneer verdere dieetaanpassingen nodig of gewenst blijken.

 

Rationale van aanbeveling-1: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat het toepassen van een residu-arm dieet bij volwassen patiënten met een (terugkerende) strengileus effectief is in het voorkomen van recidieven, het verbeteren van de voedingstoestand of het verlengen van het recidiefvrije interval. De interventie is over het algemeen wel uitvoerbaar en acceptabel voor patiënten, en brengt beperkte kosten met zich mee. In specifieke situaties, zoals wanneer een operatie gepland staat en er aanwijzingen zijn voor een dreigende ileus, kan het residu-arm dieet mogelijk bijdragen aan een betere overbrugging van de periode tot de ingreep.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling tegen

 

Rationale van aanbeveling-2: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Er zijn geen studies gevonden die de uitgangsvraag ‘Wat is de waarde van een residu-arm of (grof)vezelbeperkt dieet voor secundaire preventie van strengileus?’ hebben onderzocht. Echter, er bestaan een beperkt aantal studies naar dieetaanpassingen bij een obstructie waaruit blijkt dat een residu-arm/(grof)vezelbeperkt dieet van meerwaarde kan zijn bij het verminderen van symptomen, de verbetering van de kwaliteit van leven en de afname van opnames. Om die reden kan dieetadvisering mogelijk wenselijk zijn wanneer een operatieve of conservatieve ingreep vanwege een beperkte levensverwachting, co-morbiditeit en de abdominale voorgeschiedenis niet meer zinvol of mogelijk wordt geacht bij een patiënt die bekend is met recidieven.

 

Eindoordeel:

Zwakke aanbeveling voor

Onderbouwing

Nutritional management, particularly the use of low-residue diet, may be considered as part of secondary prevention strategies aimed at reducing recurrence and symptom burden. However, the evidence supporting the effectiveness of such dietary interventions in preventing new adhesions remains unclear. Also, there is no clear, evidence-based definition of a low-residue diet. In the literature, the terms ‘low-residue’ and ‘low-fibre’ are used interchangeably. The amount of residue is often related to the amount of dietary fibre. (Thibault, 2021; Vanhauwaert, 2015). In addition, some studies define a low-fibre diet by specifying which foods are appropriate or inappropriate within the diet (Vanhauwaert, 2015). This module explores the value of a low-residue diet in the secondary prevention of ASBO.

Description of studies

N.a.

 

Results

N.a.

 

Summary of Findings

N.a.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What are favorable and unfavorable effects of a low residue / low fibre diet, compared with a normal diet for ASBO in adult patients?

 

Table 1. PICO

Patients

Adult patients after/with (recurrent) ASBO

Intervention

Low residue / low fibre diet

Control

Normal diet

Outcomes

Recurrence of ASBO, nutritional deficiency, recurrence free interval

Other selection criteria

Study design: systematic reviews and randomized controlled trials and observational studies

Relevant outcome measures

The guideline panel considered recurrence of ASBO as a critical outcome measure for decision making; and nutritional deficiency, and recurrence free interval as an important outcome measure for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined [fill in thresholds] as a minimal clinically (patient) important difference.

  • Nutritional status (score): a difference of 25%
  • Recurrence of ASBO (yes/no): a 10% difference in RR: 0.91≤RR≥1.10

Search and select (Methods)

The databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase.com) were searched with relevant search terms until 28-2-2025. The detailed search strategy is listed under the tab ‘Literature search strategy’. The systematic literature search resulted in 448 hits. Studies were selected based the PICO and on the following criteria:

  • systematic reviews, RCTs and observational studies
  • studies comparing early nutritional support with late nutritional support
  • in patients with ASBO

Initially, 13 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, all 13 studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and no studies were included.

  1. Allan L, Hatchett N, Skene SS, Eastley KB, Michael A. Management of inoperable malignant bowel obstruction using the 4-step BOUNCED diet. J Hum Nutr Diet. 2025 Feb;38(1):e13388. doi: 10.1111/jhn.13388. Epub 2024 Nov 5. PMID: 39498793.
  2. Fahim M, Dijksman LM, van Kessel CS, Smeeing DPJ, Braaksma A, Derksen WJM, Smits AB. Promising results of a new treatment in patients with bowel obstruction in colorectal surgery. Eur J Surg Oncol. 2020 Mar;46(3):415–419. doi:10.1016/j.ejso.2019.10.011. Epub 2019 Oct 16. PubMed PMID: 31676200
  3. Gold S, Park S, Katz J, McClave S, Martindale R. The evolving guidelines on fiber intake for patients with inflammatory bowel disease; from exclusion to texture modification. Curr Gastroenterol Rep. 2025 Mar 25;27(1):23. doi:10.1007/s11894-025-00975-7. PubMed PMID: 40131665
  4. Lynch H, Johnston C, Wharton C. Plant-Based Diets: Considerations for Environmental Impact, Protein Quality, and Exercise Performance. Nutrients. 2018 Dec 1;10(12):1841. doi: 10.3390/nu10121841. PMID: 30513704; PMCID: PMC6316289.
  5. Muscaritoli M, Arends J, Bachmann P, Baracos V, Barthelemy N, Bertz H, Bozzetti F, Hütterer E, Isenring E, Kaasa S, Krznaric Z, Laird B, Larsson M, Laviano A, Mühlebach S, Oldervoll L, Ravasco P, Solheim TS, Strasser F, de van der Schueren M, Preiser JC, Bischoff SC. ESPEN practical guideline: Clinical nutrition in cancer. Clin Nutr. 2021 May;40(5):2898–2913. doi: 10.1016/j.clnu.2021.02.005
  6. Nelson ME, Hamm MW, Hu FB, Abrams SA, Griffin TS. Alignment of Healthy Dietary Patterns and Environmental Sustainability: A Systematic Review. Adv Nutr. 2016 Nov 15;7(6):1005-1025. doi: 10.3945/an.116.012567. PMID: 28140320; PMCID: PMC5105037.
  7. Pots S, Verbaan J. Veganisme bij volwassenen [Internet]. Dieetbehandelingsrichtlijnen; 2025 [geraadpleegd 2025 juni 25]. Beschikbaar via: https://www.dieetbehandelingsrichtlijnen.nl/richtlijn/veganisme-bij- volwassenen/
  8. Ten Have H, Beijer S, Delsink P, Doornink N, van Lieshout R, Vogel‑Boezeman J, red. Handboek voeding bij kanker. 3e, volledig herziene druk. Utrecht: Boom; 2022. ISBN 9789058983480.
  9. Thibault R, Abbasoglu O, Ioannou E, Meija L, Ottens‑Oussoren K, Pichard C, Rothenberg E, Rubin D, Siljamäki‑Ojansuu U, Vaillant MF, Bischoff SC. ESPEN guideline on hospital nutrition. Clin Nutr. 2021 Dec;40(12):5684‑5709. doi:10.1016/j.clnu.2021.09.039
  10. Vanhauwaert E, Matthys C, Verdonck L, De Preter V. Low‑residue and low‑fiber diets in gastrointestinal disease management. Adv Nutr. 2015 Nov 13;6(6):820‑7. doi:10.3945/an.115.009688.
  11. Ware E, Tookman L, Sullivan ES, Johansson L, McNeish I, Allan L. What is the evidence for dietary modification in the management and prevention of malignant bowel obstruction? A scoping review. Support Care Cancer. 2025 Feb 27;33(3):231. doi: 10.1007/s00520-025-09279-y. PMID: 40014136; PMCID: PMC11868329.
  12. Wick JY. Diverticular disease: eat your fiber! Consult Pharm. 2012 Sep;27(9):613-8. doi: 10.4140/TCP.n.2012.613. PMID: 22982746.
  13. Wuyts M, Lewyllie J. Chronische obstipatie (herzien) [Internet]. Dieetbehandelingsrichtlijnen; 2025 [geraadpleegd 2025 oktober 15]. Beschikbaar via: https://www.dieetbehandelingsrichtlijnen.nl/richtlijn/chronische-obstipatie-2/

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 09-04-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 09-04-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging van Diëtisten
  • Stichting Darmkanker

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS)

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met schouderinstabiliteit.

 

Werkgroep richtlijn strengileus

  • dr. R.P.G. (Richard) ten Broek, chirurg Radboud UMC, NVvH – voorzitter richtlijnwerkgroep
  • dr. C. (Caroline) Andeweg, chirurg St. Jansdal Harderwijk, NVvH
  • Prof. dr. M. (Marja) Boermeester, chirurg Amsterdam UMC, NVvH
  • Dhr. dr. F.T.J. (Floris) Ferenschild, chirurg Radboud UMC, NVvH
  • dr. H.A. (Harmke) Polinder-Bos, klinisch geriater Erasmus MC, NVKG
  • Mevr. E. (Elif) Kilicoglu, diëtist, CWZ Nijmegen, NVD
  • Mevr. drs. M.W. (Wiesje) Prins, radioloog Maasziekenhuis, NVvR
  • drs. T.W.N. (Thomas) van den Goorbergh, spoedeisende hulp, St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, NVSHA
  • Mevr. S. (Silvie) Dronkers, ervaringsdeskundige en patiëntvertegenwoordiger Stichting Darmkanker Nederland † (in herinnering)

Klankbordgroep richtlijn strengileus

  • dr. A. (Sander) van der Beek, internist Ziekenhuis Rivierenland, NIV
  • dr. C. (Cor) de Kroon, gynaecoloog LUMC, NVOG
  • Mevr. S.D.M. (Sabine) Theuns-Valks, kinderarts Albert Schweitzer Ziekenhuis, NVK

Met ondersteuning van

  • dr. L.M. (Lisette) van Leeuwen, adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. E.R.L. (Evie) Verweg, junior adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Neven-werkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Werkgroepleden

Richard Ten Broek

Chirurg, Post-doctoraal onderzoeker bij Radboud UMC afdeling heelkunde (betaald)

 

Redacteur Wetenschap bij Nederlaqnd Tijdschrift voor Geneeskunde (betaald)
Gastdocent statistiek Neyenrode Business University (betaald)
Docent cursorisch onderwijs voor AIOS heelkunde (CASH 1.4) bij Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (betaald)

 

geen

 

geen

 

*Radboud Oncologie fonds: MISTIC studie naar gebruik MRI en cineMRI om coloncarcinomen beter te stadiëren
ZonMW: Veni beurs waaruit PainPad en PainTrac studies

*ZonMw/KCE, BENEFIT beurs voor onderzoek naar preventie van recidief ileus, rol als projectleider.

Speaker and/ or instructor on congres symposia, workshops and courses that have been sponsored by industry: Baxter and PolyMedics Innovations. Courses related to epidemiology, diagnosis and treatment of adhesions, no specific products have been discussed or promoted.

 

geen

 

19-1-2024

 

Geen

Floris Ferenschild

 

Kinder- en gastro-intestinaal chirurg Radboudumc

Chirurg: betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-1-2025

 

Silvie Dronkers

(Overleden 18-12-2025)

Coördinator Patiëntenparticipatie en Belangenbehartiging
Stichting Darmkanker Nederland
Onbetaald

Voorzitter Wooninitiatief Noorderzon
Onbetaald

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24-11-2023

Geen

Harmke Polinder-Bos

Klinisch geriater, Erasmus MC

 

Geen

Geen

Geen

COOP studie, financiering van ZonMW, lange termijn uitkomsten na COVID bij ouderen.

ZonMW: Klinische fellow beurs voor de GRISAILLE study. Intregrating Intrinsic capacity in clinical practice. Studie waarin ik een Intrinsic capacity score ontwikkel en deze toepas in oudere patienten die een intensieve behandeling krijgen zoals een operatie.

Behoudens dat de inhoud raakt aan mijn expertise in klinisch werk en onderzoek geen belangen.

Geen

1-12-2023

Geen

Thomas van den Goorbergh

Arts in opleiding tot spoedeisende hulp arts in het St Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein.

Instructor Advanced Life Support bij QTtime in Nieuwegein, betaald
Werkzaamheden: Cursisten onderwijzen en begeleiden tijdens 2-daagse cursussen gericht op specialistische reanimatie van patiënten. Betaald.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

8-12-2023

Geen

Elif Kilicoglu

Diëtist in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ)

Geen

Geen

Geen

 

Geen

Geen

Geen

30-12-2023

Geen

Wiesje Prins-van Uden

Radioloog, Maasziekenhuis Pantein

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-1-2024

Geen

Marja Boermeester

Amsterdam UMC
Afdeling Chirurgie

 

Medisch Ethische Commissie, Amsterdam UMC, locatie AMC
Antibiotica Commissie, Amsterdam UMC
Medische expertises (Intermedes)

Geen

Geen

Johnson&Johnson (voorkomen wondinfecties); 3M (voorkomen wondinfecties); New Compliance; Ipsen; ZonMW  TelaBio (outcome hernia repair)
Alle door de industrie gefinancierde studies en adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn. 

 

Speaker and/or instructor for J&J/Ethicon, 3M, BD, Gore, TelaBio, Medtronic, GD Medical, Smith&Nephew, Molnlycke, Angiodynamics. Voorzitter van diverse andere richtlijncommissies bij Kennisinstituut/FMS. Alle adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn.
Ik maak me sterk voor een 100% evidence-based benadering van maken van aanbevelingen, volledig transparant en reproduceerbaar. Dat is mijn enige belang in deze; geen persoonlijk gewin.

Geen

14-1-2024

Geen

Caroline Andeweg

 

 

 

Werkzaam als chirurg in St Jansdal ziekenhuis in Hardewijk

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

25-3-2024

Geen

Klankbordgroepleden

Cor de Kroon

LUMC, gynaecoloog

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

15-12-2023

Geen

Sabine Theuns-Valks

Kinderarts-maag darm leverziekten
Albert Schweitzer Ziekenhuis (32,5 u per week)
Betaald

Kinderarts bij Seys centra locatie Zwijndrecht (2,5 u per week)
Betaald (detachering vanuit ziekenhuis)

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9-1-2024

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker voor de knelpunteninventarisatie. Daarnaast nam een patiëntvertegenwoordiger van Stichting Darmkanker deel aan de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

 

De kwalitatieve raming volgt na de commentaarfase

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Residue-arm dieet

geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven.  

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling van deze richtlijn is hieronder weergegeven.