Strengileus

Initiatief: NVVH Aantal modules: 12

Adhesiebarrières

Publicatiedatum: 09-04-2026
Beoordeeld op geldigheid: 09-04-2026

Uitgangsvraag

Wat is de waarde van het gebruik van adhesiebarrières voor secundaire preventie van recidief ileus?

Aanbeveling

Overweeg het gebruik van een adhesiebarrière bij patiënten met indicatie voor operatieve behandeling van strengileus om recidiefvorming te voorkomen, tenzij er contra-indicaties zijn (met name bij darmanastomosen).

 

Overweeg bij patiënten met recidiverende strengileus zonder indicatie voor operatie in de acute setting een electieve adhesiolyse met barrière, omdat dit gepaard gaat met fors lagere operatieve risico’s dan acute adhesiolyse.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Er werd literatuuronderzoek verricht naar het effect van adhesie barrières in volwassen patiënten die een operatie ondergaan voor recidief strengileus. Er werd één RCT gevonden die voldeed aan de PICO. Deze studie werd geïncludeerd.

Voor de cruciale uitkomstmaat recidief strengileus werd een klinisch relevant verschil gevonden in het voordeel van de patiënten die een adhesie barrière kregen. Voor de cruciale uitkomstmaat mortaliteit werd geen klinisch relevant verschil gevonden. De bewijskracht voor beide cruciale uitkomstmaten was laag. 

Voor de belangrijke uitkomstmaat dunne darm lekkage werd geen klinisch relevant verschil gevonden. Ook voor de belangrijke uitkomstmaten terugkeer van darmfunctie en verblijfsduur in het ziekenhuis werden geen klinisch relevante verschillen gevonden. De bewijskracht voor alle belangrijke uitkomstmaten was laag.

De uitkomstmaten IC opname, number needed to treat en kosteneffectiviteit werden niet gerapporteerd in de geïncludeerde studie.

 

Hierbij wordt opgemerkt dat de bewijskracht van de geïncludeerde RCT vooral laag is op basis van imprecisie bij relatief kleine groepsgrootte. De geïncludeerde RCT is de enige waarbij barriers werden toegepast in de specifieke setting van operaties voor strengileus. Een eerdere systematic met barriers bij een breed scala aan buikoperaties levert echter aanvullend indirect bewijs voor veiligheid en effectiviteit (Ten Broek, 2014).  In deze review werden 28 RCTs met 5191 patiënten en 4 verschillende barriers geïncludeerd waaronder Icodextrine 4%, zoals gebruikt in de P.O.P.A. trial (Catena, 2012). In deze review werden geen veiligheidsproblemen bij gebruik van deze barriers gevonden; wel zijn er voorschriften voor correct gebruik van toepassing (zie hier onder).

Alle barriers verminderden adhesievorming. Voor een aantal barriers werden ook significante resultaten op klinisch relevante eindpunten vermeld, ook op het gebied van strengileus. Carboxymethylcelloluse- hyaluronzuur verminderde de incidentie van heroperaties voor strengileus in 3 trials in colorectale chirurgie (RR 0.49, 95% CI 0.28–0.88). Overwegende daarbij dat barrieres verder eenvoudig in gebruik zijn, en slechts beperkte kosten met zich meebrengen, zou het gebruik hiervan serieus overwogen moeten worden, vooral bij een ongecompliceerde adhesiolyse. Aanvullend onderzoek is gewenst om deze bevindingen te bevestigen en de mate van effect en veiligheid verder te verduidelijken.

 

Uit de literatuursearch werd naast de geïncludeerde RCT een observationele studie naar recidief strengileus gevonden (van den Beukel, 2023). In deze studie werden patiënten met adhesie-gerelateerde chronische buikpijn geïncludeerd. Een deel van deze patiënten werd behandeld met adhesiolyse met adhesie barrières en het andere deel van de patiënten werd niet operatief behandeld. Verschillende uitkomstmaten, waaronder incidentie van (recidief) strengileus, heropname, complicaties, het effect op dagelijkse activiteiten en persisterende buikklachten werden onderzocht in de studie. De patiënten die een operatie met adhesie barrière ontvingen hadden een strengileus incidentie van 6,5% na vijf jaar, vergeleken met een strengileus incidentie van 26,9% voor de patiënten die geen operatie kregen. In de subgroep van patiënten die al eerder een strengileus had gehad, was de incidentie na vijf jaar 15,3% voor de patiënten die operatie met adhesie barrière ontvingen, vergeleken met een incidentie van 44,5% na vijf jaar voor de patiënten die niet werden geopereerd. Er was één patiënt die na adhesiolyse een complicatie kreeg. Deze lagere hoeveelheid complicaties dan in de geïncludeerde RCT (Catena, 2012) kan worden verklaard doordat patiënten werden geopereerd in een electieve setting in plaats van in een spoed setting. Dit verklaart, naast de lagere hoeveelheid complicaties, ook de lagere mortaliteit. De prevalentie van buikpijn was vergelijkbaar in beide groepen. De studie concludeert dat adhesiolyse met adhesie barrière de incidentie van recidief strengileus verlaagt in patiënten met chronische adhesie-gerelateerde buikpijn. Op de lange termijn zou adhesiolyse met adhesie barrière de kwaliteit van leven voor patiënten kunnen verbeteren, door het verminderen van het risico op pijn en op recidief strengileus.

 

Er zijn diverse typen adhesie barrières beschikbaar. In de geïncludeerde RCT en de beschreven observationele studie zijn hoofdzakelijk Icodextrine 4% en Carboxymethylcelloluse- hyaluronzuur barriers gebruikt. Dit zijn ook de enige beschikbare barrières waarmee klinische studies in de setting van gastro-intestinale chirurgie zijn verricht. Veel nieuwere barrières zijn enkel toegepast in benigne gynaecologische chirurgie, en derhalve is minder informatie over

Bijwerkingen van deze barrières bij gastro-intestinale chirurgie bekend. Het toepassen van barrières is relatief eenvoudig en vereist geen specifieke chirurgische vaardigheden of apparatuur.

 

Voorzichtigheid met gebruik van barrières is geboden in geval van darmresectie en anastomose. Er is een verhoogd risico op verstoring van de naadgenezing bij verkeerd gebruik van barrières rond een anastomose, en infectieuze complicaties bij toepassing van barrières bij darmletsel met wondclassificatie ‘vuil’. Let per middel verder op specifieke aanwijzingen. Bijvoorbeeld, bij vloeibare barrières kunnen patiënten na gebruik een klotsend gevoel ervaren, en ook kan bij een CT-scan in de vroege postoperatieve fase vrij vocht worden verwacht op basis van het gebruik.

 

Kwaliteit van bewijs

De overall kwaliteit van bewijs is laag. Dit betekent dat we onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van de cruciale uitkomstmaten.

Er is afgewaardeerd vanwege zeer ernstige:

  • Imprecisie: onnauwkeurigheid, omdat het betrouwbaarheidsinterval de grens van klinische relevantie overschrijdt en vanwege een zeer klein aantal events bij een kleine steekproefgrootte.

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Patiënten ervaren de ziektelast van strengileus als hoog, bovendien ontwikkelt ongeveer 25% chronische klachten na een episode van strengileus. Patiënten zijn daarom direct gebaat bij interventies die het risico op recidief en/ of chronische klachten verminderen. Adhesie barriers kunnen ook chronische klachten verminderen (van den Breukel, 2018).

De risico’s en bijwerkingen van het gebruik van adhesie barriers zijn bij goed gebruik zeer beperkt. Met name bij een eenvoudig klieven van een streng, zonder aanleggen van darmnaden of een peritonitis beeld, zijn er geen ernstige bijwerkingen te verwachten. Gezien de mogelijke voordelen kan het gebruik van een barrier in de praktijk vaak worden bepaald op basis van de chirurgische inschatting van eventuele contra-indicaties, zonder dat dit in alle gevallen uitgebreid met de patiënt hoeft te worden besproken.

 

Kostenaspecten

Hoewel er geen kosten-effectiviteitsanalyses zijn in de specifieke setting van behandeling van strengileus, zijn de kosten van barrières beperkt en hebben eerdere kosten-effectiviteitsstudies, op basis van enkele de directe zorgkosten, aangetoond dat het gebruik afhankelijk van het typen chirurgie kost besparend werkt of slecht beperkte toegevoegde kosten met zich meebrengt (Krielen, 2019). Gezien het hogere recidief risico bij strengileus lijkt dit bij een uitstek een groep bij wie het kostenaspect op lange-termijn gunstig uitvalt.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Niet van toepassing.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid

Niet van toepassing.

 

Duurzaamheid

De meeste typen adhesie barrières zijn lange termijn op kamertemperatuur houdbaar. Hiermee is transport, opslag en logistiek van barrières relatief duurzaam. Voor gebruik is ook geen specifieke infrastructuur noodzakelijk. Wel is sprake van steriele verpakkingen met plastics.

 

Haalbaarheid

Meerdere typen adhesie barrières zijn regulier leverbaar via bekende leveranciers van chirurgische materialen.

Barrières voor implementatie zijn enerzijds onbekendheid met het product wat een professionele barrière kan vormen. In het verleden zijn er verder enkele barrières geweest die weer van de markt gehaald zijn vanwege ernstige bijwerkingen, dit lijkt echter in steeds mindere mate een professionele barrière te vormen met de veilige nog beschikbare producten. Hoewel de kosten van barrières beperkt zijn, is er momenteel geen aparte vergoeding voor wat op ziekenhuis niveau een implementatie barrière kan vormen.

 

Rationale van aanbeveling-1: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Het beschikbare bewijs suggereert dat het gebruik van adhesiebarrières het risico op recidief strengileus kan verminderen, zonder aanwijzingen voor toename van mortaliteit of ernstige complicaties. De zekerheid van het bewijs is laag door imprecisie bij kleine patiëntenaantallen uit slechts 1 beschikbare RCT die effecttiviteit van een adhesiebarriere bij operatie vanwege strengileus heeft onderzocht, maar wordt wel ondersteund door indirect bewijs uit systematische reviews bij abdominale chirurgie in het algemeen. Observationeel onderzoek suggereert bovendien een reductie van recidief strengileus op de lange termijn, met name bij patiënten met een verhoogd risico.

De ziektelast van strengileus is hoog en effectieve alternatieve preventieve interventies ontbreken. Bij correct gebruik zijn de risico’s van adhesie barrières beperkt en voorspelbaar. Gezien de verwachte baten, lage kosten en beperkte nadelen lijken de voordelen mogelijk op te wegen tegen de onzekerheid in het bewijs. Dit is vooral het geval in situaties waarin er geen darmnaad wordt aangelegd, of sprake is van een peritonitis. Bij gebruik moet rekening worden gehouden met eventuele chirurgische contra-indicaties, met name bij aanleggen van darmanastomosen.

Wel kunnen beperkte bekendheid met adhesie barrières en het ontbreken van een specifieke vergoeding de haalbaarheid van implementatie beïnvloeden. Om deze bevindingen verder te bevestigen is aanvullend implementatie onderzoek gewenst.

 

Eindoordeel:

Zwakke aanbeveling voor

 

Rationale van aanbeveling-2: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Naast patiënten die behandeld worden in de spoedsetting, zijn er ook patiënten die terugkomen met recidiverende strengileus. Bij deze patiënten kan een operatie overwogen worden in de electieve setting. Ook bij deze groep patiënten kan het gebruik van adhesie barrières volgende recidieven mogelijk voorkomen.

 

Eindoordeel:

Zwakke aanbeveling voor

Onderbouwing

It is unknown whether patients with ASBO who receive an adhesion barrier are subsequently less likely to have recurrent ASBO.

Population: Adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Intervention: Adhesion barrier

Comparator: No adhesion barrier

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

No adhesion barrier

Adhesion barrier

ASBO recurrence

 

Relative risk: 0.2

(CI 95% 0.04 - 0.88)

Based on data from 181 participants in 1 studies

 

111

per 1000

22

per 1000

Low

Due to very serious imprecision1

An adhesion barrier may reduce ASBO recurrence when compared with no adhesion barrier in adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Difference: 89 fewer per 1000

(CI 95% 107 fewer - 13 fewer)

Mortality

 

Relative risk: 1.48

(CI 95% 0.25 - 8.67)

Based on data from 181 participants in 1 studies

 

22

per 1000

33

per 1000

Low

Due to very serious imprecision2

An adhesion barrier may result in little to no difference in mortality when compared with no adhesion barrier in adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Difference: 11 more per 1000

(CI 95% 16 fewer - 169 more)

Complications: need for surgery for ASBO recurrence

 

Relative risk: 0.33

(CI 95% 0.03 - 3.11)

Based on data from 181 participants in 1 studies

 

33

per 1000

11

per 1000

Low

Due to very serious imprecision3

An adhesion barrier may result in little to no difference in need for surgery when compared with no adhesion barrier in adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Difference: 22 fewer per 1000

(CI 95% 32 fewer - 70 more)

Complications: small bowel leakage

 

Relative risk: 0.99

(CI 95% 0.14 - 6.87)

Based on data from 181 participants in 1 studies

 

22

per 1000

22

per 1000

Low

Due to very serious imprecision4

An adhesion barrier may result in little to no difference in small bowel leakage when compared with no adhesion barrier in adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Difference: 0 fewer per 1000

(CI 95% 19 fewer - 129 more)

Return of bowel function

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 181 participants in 1 studies

 

6.9

Mean

7.1

Mean

Low

Due to very serious imprecision5

An adhesion barrier may result in little to no difference in return of bowel function when compared with no adhesion barrier in adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Difference: MD 0.2 higher

(CI 95% 0.55 lower - 0.95 higher)

Length of hospital stay

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 181 participants in 1 studies

 

7.2

Mean

6.8

Mean

Low

Due to very serious imprecision6

An adhesion barrier may result in little to no difference in length of hospital stay when compared with no adhesion barrier in adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Difference: MD 0.4 lower

(CI 95% 0.84 lower - 0.04 higher)

IC admission

 

 

 

IC admission was not reported in the included study.

 

 

 

Number needed to treat

 

 

 

 Number needed to treat was not reported in the included study.

 

 

 

Cost-efficacy

 

 

 

Cost-efficacy was not reported in the included study.

 

 

 

  1. Imprecision: very serious. Wide confidence intervals, Low number of patients;
  2. Imprecision: very serious. Wide confidence intervals, Low number of patients;
  3. Imprecision: very serious. Wide confidence intervals, Low number of patients;
  4. Imprecision: very serious. Wide confidence intervals, Low number of patients;
  5. Imprecision: very serious. Low number of patients;
  6. Imprecision: very serious. Low number of patients;

Description of studies

A total of one study was included in the analysis of the literature. Important study characteristics and results are summarized in table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’).

 

Catena (2012) performed a single-center, prospective randomized controlled clinical trial to evaluate the safety and efficacy of icodextrin 4% for decreasing incidence, extent and severity of adhesions in patients after abdominal surgery for ASBO. The inclusion criteria were: 18 years of age or older, being submitted to laparotomy for ASBO, showing clinical and radiological evidence of ASBO, with ASA I-III, and having given informed consent. Exclusion criteria were: findings of intraabdominal cancer, peritoneal contamination, IBD, positive history of radiotherapy, and any intraoperative finding of different pathology.

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

Follow-up

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Individual studies

Catena, 2012

N at baseline

Intervention: 91

Control: 90

 

Age (mean, SD)

Intervention: 68.1 ± 6.3 years

Control: 67.8 ± 5.4 years

 

Sex (male/female)

Intervention: 41/50

Control: 40/50

 

Number of previous ASBO

Intervention: 2.8 ± 1.1
Control: 2.6 ± 0.8

 

Length of ASBO (hours)

Intervention: 34.4 ± 5.4 hours

Control: 33.1 ± 6.2 hours

 

Diagnosis of ASBO: clinical symptoms and signs of intestinal obstruction and radiological evidence of obstruction on plain conventional abdominal x-rays (with or without CT)

Intervention: adhesion barrier 2,000 cc icodextrin 4%

Control: traditional treatment

Mean follow-up 41 months

Mortality

 

Length of postoperative stay

 

Complications

 

ASBO recurrence

 

Need for surgery (for ASBO recurrence)

 

Return of bowel function

Funding: All the costs of the study were covered by St Orsola-Malpighi University Hospital

 

Conflicts of interest: NR

LOW

*For further details, see risk of bias table in the appendix

 

Results

ASBO recurrence (critical)

Catena (2012) reported the outcome measure ASBO recurrence. In total, 2 of the 91 patients (2.2%) who received an adhesion barrier had ASBO recurrence, compared with 10 of the 90 patients (11.1%) who received no adhesion barrier. The risk ratio was 0.20 (95% CI 0.04 to 0.88), in favor of the patients who received an adhesion barrier. This difference is considered clinically relevant.

 

Mortality (critical)

Catena (2012) reported the outcome measure 90 days mortality. In total, 3 of the 91 patients (3.3%) who received an adhesion barrier died, compared with 2 of the 90 patients (2.2%) who received no adhesion barrier. The risk ratio was 1.48 (95% CI 0.25 to 8.67), and the risk difference was 0.01 (95% CI -0.04 to 0.06), in favor of the patients who received no adhesion barrier. This difference is not considered clinically relevant.

 

Return of bowel function (important)

Catena (2012) reported the outcome measure bowel function. The patients who received an adhesion barrier (n=91) had a mean return of bowel function of 7.1 days (SD ± 2.2), compared with a mean return of bowel function of 6.9 days (SD ± 2.9) for the patients who received no adhesion barrier (n=90). The mean difference was 0.2 days (95% CI -0.55 to 0.95), in favor of the patients who received no adhesion barrier. This difference is not considered clinically relevant.

 

Complications (important)

Small bowel leakage

Catena (2012) reported the outcome measure small bowel leakage. In total, 2 of the 91 patients (2.2%) who received an adhesion barrier had small bowel leakage, compared with 2 of the 90 patients (2.2%) who received no adhesion barrier. The risk ratio was 0.99 (95% CI 0.14 to 6.87), and the risk difference was -0.00 (95% CI -0.04 to 0.04), in favor of the patients who received an adhesion barrier. This difference is not considered clinically relevant.

 

Need for surgery for ASBO recurrence

Catena (2012) reported the outcome measure surgery for ASBO recurrence. In total, 1 of the 91 patients (1.1%) who received an adhesion barrier underwent surgery for ASBO recurrence, compared with 3 of the 90 patients (3.3%) who received no adhesion barrier. The risk ratio was 0.33 (95% CI 0.03 to 3.11), and the risk difference was -0.02 (95% CI -0.07 to 0.02), in favor of the patients who received an adhesion barrier. This difference is not considered clinically relevant.

 

Length of postoperative stay (important)

Catena (2012) reported the outcome measure hospital stay. The patients who received an adhesion barrier (n=91) had a mean hospital stay of 6.8 days (SD ± 1.5), compared with a mean hospital stay of 7.2 days (SD ± 1.5) for the patients who received no adhesion barrier (n=90). The mean difference was -0.4 days (95% CI -0.84 to 0.04), in favor of the patients who received an adhesion barrier. This difference is not considered clinically relevant.

 

IC admission (important)

The outcome measure IC admission was not reported in the included study.

 

Number needed to treat (NNT) (important)

The outcome measure number needed to treat was not reported in the included study.

 

Cost-efficacy (important)

The outcome measure cost-efficacy was not reported in the included study.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What are the favorable and unfavorable effects of the administration of an adhesion barrier compared with no treatment for ASBO in adult patients?

 

Table 1. PICO

Patients

Adult patients who undergo surgery for (recurrent) ASBO

Intervention

Adhesion barrier

Control

Standard surgery without barrier

Outcomes

Recurrence of ASBO, mortality, return of bowel function, complications, length of hospital stay, IC admission, NNT

Other selection criteria

Study design: systematic reviews and randomized controlled trials

Relevant outcome measures

The guideline panel considered recurrence of ASBO and mortality as critical outcome measures for decision making; and return of bowel function, complications, length of hospital stay, IC admission, number needed to treat (NNT) as important outcome measures for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined the following differences as a minimal clinically (patient) important difference:

  • Recurrence of ASBO: 25% (RR < 0.8 or RR > 1.25)
  • Mortality: 25% (RR < 0.8 or RR > 1.25)
  • Return of bowel function: 25% (RR < 0.8 or RR > 1.25)
  • Complications: 25% (RR < 0.8 or RR > 1.25)
  • Length of hospital stay: 1 day
  • IC admission: 25% (RR < 0.8 or RR > 1.25)
  • NTT: ≤20

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from 2005 to 17th of May 2025 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from two primary search concepts: (1) small bowel obstruction; (2) adhesion barrier. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 548 records were imported for title/abstract screening. Initially, 25 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 24 studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and one study was included.

  1. Catena F, Ansaloni L, Di Saverio S, Pinna AD; World Society of Emergency Surgery. P.O.P.A. study: prevention of postoperative abdominal adhesions by icodextrin 4% solution after laparotomy for adhesive small bowel obstruction. A prospective randomized controlled trial. J Gastrointest Surg. 2012 Feb;16(2):382-8. doi: 10.1007/s11605-011- 1736-y. Epub 2011 Nov 4. PMID: 22052104.
  2. Krielen P, Grutters JPC, Strik C, Ten Broek RPG, van Goor H, Stommel MWJ. Cost- effectiveness of the prevention of adhesions and adhesive small bowel obstruction after colorectal surgery with adhesion barriers: a modelling study. World J Emerg Surg. 2019 Aug 16;14:41. doi: 10.1186/s13017-019-0261-2. PMID: 31428188; PMCID: PMC6698039.
  3. Ten Broek RPG, Stommel MWJ, Strik C, van Laarhoven CJHM, Keus F, van Goor H. Benefits and harms of adhesion barriers for abdominal surgery: a systematic review and meta-analysis. Lancet. 2014 Jan 4;383(9911):48-59. doi: 10.1016/S0140-6736(13)61687-6. Epub 2013 Sep 27. PMID: 24075279.
  4. van den Beukel BAW, Stommel MWJ, van Leuven S, Strik C, IJsseldijk MA, Joosten F, van Goor H, Ten Broek RPG. A Shared Decision Approach to Chronic Abdominal Pain Based on Cine-MRI: A Prospective Cohort Study. Am J Gastroenterol. 2018 Aug;113(8):1229-1237. doi: 10.1038/s41395-018-0158-9. Epub 2018 Jun 27. PMID: 29946174.
  5. Van den Beukel BAW, Toneman MK, van Veelen F, van Oud-Alblas MB, van Dongen K, Stommel MWJ, van Goor H, Ten Broek RPG. Elective adhesiolysis for chronic abdominal pain reduces long-term risk of adhesive small bowel obstruction. World J Emerg Surg. 2023 Jan 23;18(1):8. doi: 10.1186/s13017-023-00477-9. PMID: 36691000; PMCID: PMC9872389.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 09-04-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 09-04-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging van Diëtisten
  • Stichting Darmkanker

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS)

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met schouderinstabiliteit.

 

Werkgroep richtlijn strengileus

  • dr. R.P.G. (Richard) ten Broek, chirurg Radboud UMC, NVvH – voorzitter richtlijnwerkgroep
  • dr. C. (Caroline) Andeweg, chirurg St. Jansdal Harderwijk, NVvH
  • Prof. dr. M. (Marja) Boermeester, chirurg Amsterdam UMC, NVvH
  • Dhr. dr. F.T.J. (Floris) Ferenschild, chirurg Radboud UMC, NVvH
  • dr. H.A. (Harmke) Polinder-Bos, klinisch geriater Erasmus MC, NVKG
  • Mevr. E. (Elif) Kilicoglu, diëtist, CWZ Nijmegen, NVD
  • Mevr. drs. M.W. (Wiesje) Prins, radioloog Maasziekenhuis, NVvR
  • drs. T.W.N. (Thomas) van den Goorbergh, spoedeisende hulp, St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, NVSHA
  • Mevr. S. (Silvie) Dronkers, ervaringsdeskundige en patiëntvertegenwoordiger Stichting Darmkanker Nederland † (in herinnering)

Klankbordgroep richtlijn strengileus

  • dr. A. (Sander) van der Beek, internist Ziekenhuis Rivierenland, NIV
  • dr. C. (Cor) de Kroon, gynaecoloog LUMC, NVOG
  • Mevr. S.D.M. (Sabine) Theuns-Valks, kinderarts Albert Schweitzer Ziekenhuis, NVK

Met ondersteuning van

  • dr. L.M. (Lisette) van Leeuwen, adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. E.R.L. (Evie) Verweg, junior adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Neven-werkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Werkgroepleden

Richard Ten Broek

Chirurg, Post-doctoraal onderzoeker bij Radboud UMC afdeling heelkunde (betaald)

 

Redacteur Wetenschap bij Nederlaqnd Tijdschrift voor Geneeskunde (betaald)
Gastdocent statistiek Neyenrode Business University (betaald)
Docent cursorisch onderwijs voor AIOS heelkunde (CASH 1.4) bij Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (betaald)

 

geen

 

geen

 

*Radboud Oncologie fonds: MISTIC studie naar gebruik MRI en cineMRI om coloncarcinomen beter te stadiëren
ZonMW: Veni beurs waaruit PainPad en PainTrac studies

*ZonMw/KCE, BENEFIT beurs voor onderzoek naar preventie van recidief ileus, rol als projectleider.

Speaker and/ or instructor on congres symposia, workshops and courses that have been sponsored by industry: Baxter and PolyMedics Innovations. Courses related to epidemiology, diagnosis and treatment of adhesions, no specific products have been discussed or promoted.

 

geen

 

19-1-2024

 

Geen

Floris Ferenschild

 

Kinder- en gastro-intestinaal chirurg Radboudumc

Chirurg: betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-1-2025

 

Silvie Dronkers

(Overleden 18-12-2025)

Coördinator Patiëntenparticipatie en Belangenbehartiging
Stichting Darmkanker Nederland
Onbetaald

Voorzitter Wooninitiatief Noorderzon
Onbetaald

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24-11-2023

Geen

Harmke Polinder-Bos

Klinisch geriater, Erasmus MC

 

Geen

Geen

Geen

COOP studie, financiering van ZonMW, lange termijn uitkomsten na COVID bij ouderen.

ZonMW: Klinische fellow beurs voor de GRISAILLE study. Intregrating Intrinsic capacity in clinical practice. Studie waarin ik een Intrinsic capacity score ontwikkel en deze toepas in oudere patienten die een intensieve behandeling krijgen zoals een operatie.

Behoudens dat de inhoud raakt aan mijn expertise in klinisch werk en onderzoek geen belangen.

Geen

1-12-2023

Geen

Thomas van den Goorbergh

Arts in opleiding tot spoedeisende hulp arts in het St Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein.

Instructor Advanced Life Support bij QTtime in Nieuwegein, betaald
Werkzaamheden: Cursisten onderwijzen en begeleiden tijdens 2-daagse cursussen gericht op specialistische reanimatie van patiënten. Betaald.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

8-12-2023

Geen

Elif Kilicoglu

Diëtist in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ)

Geen

Geen

Geen

 

Geen

Geen

Geen

30-12-2023

Geen

Wiesje Prins-van Uden

Radioloog, Maasziekenhuis Pantein

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-1-2024

Geen

Marja Boermeester

Amsterdam UMC
Afdeling Chirurgie

 

Medisch Ethische Commissie, Amsterdam UMC, locatie AMC
Antibiotica Commissie, Amsterdam UMC
Medische expertises (Intermedes)

Geen

Geen

Johnson&Johnson (voorkomen wondinfecties); 3M (voorkomen wondinfecties); New Compliance; Ipsen; ZonMW  TelaBio (outcome hernia repair)
Alle door de industrie gefinancierde studies en adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn. 

 

Speaker and/or instructor for J&J/Ethicon, 3M, BD, Gore, TelaBio, Medtronic, GD Medical, Smith&Nephew, Molnlycke, Angiodynamics. Voorzitter van diverse andere richtlijncommissies bij Kennisinstituut/FMS. Alle adviesraden vallen buiten het onderwerp van de richtlijn.
Ik maak me sterk voor een 100% evidence-based benadering van maken van aanbevelingen, volledig transparant en reproduceerbaar. Dat is mijn enige belang in deze; geen persoonlijk gewin.

Geen

14-1-2024

Geen

Caroline Andeweg

 

 

 

Werkzaam als chirurg in St Jansdal ziekenhuis in Hardewijk

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

25-3-2024

Geen

Klankbordgroepleden

Cor de Kroon

LUMC, gynaecoloog

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

15-12-2023

Geen

Sabine Theuns-Valks

Kinderarts-maag darm leverziekten
Albert Schweitzer Ziekenhuis (32,5 u per week)
Betaald

Kinderarts bij Seys centra locatie Zwijndrecht (2,5 u per week)
Betaald (detachering vanuit ziekenhuis)

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9-1-2024

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker voor de knelpunteninventarisatie. Daarnaast nam een patiëntvertegenwoordiger van Stichting Darmkanker deel aan de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Stichting Darmkanker en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

 

De kwalitatieve raming volgt na de commentaarfase

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Adhesiebarrieres

geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven.  

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling van deze richtlijn is hieronder weergegeven.