Naasten
Uitgangsvraag
Wat zijn aandachtspunten ten aanzien van de betrokkenheid van naasten bij de behandeling van mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis?
Aanbeveling
Nodig naasten actief uit bij diagnostiek, uitleg en behandeling van somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.
Signaleer hoe het gaat met naasten en bied bij overbelasting ondersteunende interventies aan.
Heb specifieke aandacht voor kinderen in het gezin en overweeg zo nodig verwijzing naar programma’s gericht op kinderen of de ouder-kind relatie.
Overweeg een systeeminterventie als interacties in het systeem een rol spelen bij het in stand houden van klachten.
Bied de patiënt hulp bij het uitbreiden, herstellen of begrenzen van sociale contacten. Indien ervaren stigma sociale contacten in de weg staat, kan de zorgverlener samen met patiënt overwegen om:
- samen een passende uitleg te formuleren voor naasten;
- deze uitleg samen te geven tijdens een (online) bijeenkomst voor naasten;
- te verwijzen naar (online) lotgenotencontact;
- contact aan te bieden met een ervaringsdeskundige.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Voordelen van het betrekken van naasten bij behandeling zijn mogelijk het bevorderen van mentaal en fysiek welzijn van patiënt en naasten, het verbeteren van de kwaliteit van behandeling door samenwerking met naasten, preventie van terugval door het verstevigen van het netwerk en het vergroten van de veiligheid binnen het netwerk. Nadelen bestaan uit hogere zorgconsumptie en -kosten op korte termijn, tegenover mogelijke besparing hiervan op de lange termijn.
De werkgroep kent geen recente onderzoeken naar de effectiviteit, veiligheid of kosten van systeeminterventies bij mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. De hieronder beschreven overwegingen zijn gebaseerd op kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar ervaringen van patiënten en naasten en expert opinie. Het beperkt zich tot aanbevelingen die specifiek gelden voor de behandeling van somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.
Waarden en voorkeuren van naasten en patiënten
Ondersteuning van naasten
Naasten van mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis ondersteunen de patiënt vaak graag. Onherroepelijk worden ze ook belast met de ziektelast (Ahmad, 2025). Zij worden bijvoorbeeld beperkt in hun activiteiten doordat ze rekening houden met de fysieke beperkingen van de patiënt of maken zich zorgen om progressieve klachten of lopende diagnostiek. Praktische zorgtaken zoals het huishouden of lichamelijke verzorging van de patiënt kunnen ook bij naasten terechtkomen, terwijl ruimte nemen om zelf op te laden voor naasten door deze verantwoordelijkheid extra moeilijk kan zijn. Hierdoor kunnen naasten overbelast raken. Deze overbelasting wordt een steeds dringender probleem door de beweging in het zorglandschap richting extramurale zorg, waarin een groter beroep wordt gedaan op mantelzorgers (Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving, 2022). Daarom is het van belang dat zorgverleners actief vragen naar het welzijn van de naasten en zo nodig ondersteunende interventies aanbieden, bij voorkeur preventief. Op die manier kunnen naasten hun beschermende rol in het ziekteproces van de patiënt optimaal vervullen, wat zowel het welzijn van de naaste als de patiënt ten goede komt. Er dient extra aandacht te zijn voor kinderen van patiënten, die soms (onbewust) taken van de betreffende ouder overnemen om het gezin te ontlasten. Voor meer informatie verwijzen we naar Zorgstandaard KOPP/KOV (kinderen van ouders met psychische problemen) of het Nederlands Jeugd Instituut (2015).
Aandacht voor verbinding met naasten
Door de functionele beperkingen die patiënten ervaren komt het regelmatig voor dat sociale rollen veranderen of verloren gaan. Denk bijvoorbeeld aan de vader met rugpijn die zijn zoon om hulp moet vragen bij het huishouden, of de vrouw die het contact met sportvrienden verliest nadat zij door chronische vermoeidheid niet meer kan volleyballen. Patiënten kunnen hierdoor minder verbondenheid ervaren, zich schuldig voelen of zich schamen (Bekhuis, 2020). Zorgverleners kunnen patiënten helpen bij het herstellen van sociale rollen, uitbreiden van sociale contacten of het begrenzen van disfunctioneel contact.
Patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis en hun naasten krijgen regelmatig te maken met stigmatiserende opmerkingen van onder andere familie, vrienden, collega’s, docenten en zorgverleners (zie module Medisch-specialistische zorg; FND Hope, online onderzoek; Feingold, 2021; Ko, 2022; McLoughlin, 2024; Treufeldt, 2024). Dit kan herstellen of uitbreiden van het sociale netwerk in de weg zitten. De zorgverlener kan de patiënt helpen door actief te vragen of er stigma wordt ervaren en hier aandacht voor te hebben in de behandeling. Patiënten omschrijven twee factoren die ze kunnen helpen om met stigma om te gaan (McLoughlin, 2024):
• Validatie van hun ervaring
Bijvoorbeeld door een houding van hun zorgverlener waarin ze zich gezien voelen en erbij voelen horen als persoon, lotgenotencontact of contact met een ervaringsdeskundige.
• Een duidelijke uitleg die bij hun ervaring past
Patiënten vinden het fijn als ze een uitleg over hun klachten kunnen geven aan naasten. De zorgverlener kan hierbij helpen door samen met de patiënt een uitleg te formuleren (mondeling of schriftelijk) of te verwijzen naar (online) filmmateriaal die de patiënt aan naasten kan laten zien. In de uitleg is het belangrijk om aandacht te besteden aan aspecten van de aandoening die vaak tot onbegrip leiden bij anderen (McLoughlin, 2024). Een voorbeeld is het fluctuerende beloop en discrepantie tussen bewuste en onbewuste aansturing van ledematen die karakteristiek is voor functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, en regelmatig door anderen verkeerd wordt geïnterpreteerd als een gevolg van wisselende inzet van de patiënt of ‘aandachttrekkerij’. Een uitleg die bij pijn en vermoeidheid kan helpen is dat het vaak grote verschil tussen goede en slechte dagen onderdeel is van het reguliere klachtenpatroon, en niet een teken is dat de patiënt de klachten overdrijft of inzet als excuus.
Patiënten met functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kan de zorgverlener verwijzen naar https://www.functioneleneurologischestoornis.nl, https://neurosymptoms.org/en/ of https://www.functionelebewegingsstoornissen.nl/ voor uitlegvideo’s die de patiënt zelf of samen met naasten kan bekijken, betrouwbare informatie en voor (online) lotgenotencontact.
Indien het gewenst is om (een brede kring van) naasten te betrekken en de patiënt dit in individuele contacten onvoldoende lukt, dan kan de zorgverlener samen met de patiënt overwegen om een (online) bijeenkomst voor naasten te organiseren. Hierin kunnen patiënt en zorgverlener samen uitleg geven over de klachten en stilstaan bij manieren waarop naasten ermee om kunnen gaan. Vooral in het geval van aanvalsgewijze klachten waarbij patiënt zelf niet kan aangeven welke hulp er nodig is (zoals het geval is bij functionele wegrakingen) kan dit behulpzaam zijn. Het komt ook voor dat patiënten aanlopen tegen onrealistische verwachtingen of negatieve bejegeningen in een afhankelijkheidsrelatie, bijvoorbeeld met docenten, werkgevers, verzekeraars of verzuimmelders (Ko, 2022; FND Hope, online onderzoek). De zorgverlener kan in zulke gevallen overwegen om in samenwerking met patiënt contact te zoeken met deze personen om (schriftelijke) uitleg te geven over de klachten en beperkingen, binnen de kaders van de beroepscode (McLoughlin, 2024), of hulp te vragen van een bedrijfsarts.
Naasten betrekken bij behandeling
Zorgverleners kunnen naasten actief uitnodigen bij belangrijke gesprekken over diagnostiek, educatie en behandeling om meer verbinding te creëren tussen patiënt en naasten in het ziekte- en behandelproces. Deze triadische samenwerking (patiënt-naaste-zorgverlener) komt de kwaliteit van behandeling ten goede door meer overzicht van de thuissituatie, adequate vroegsignalering en betere implementatie van behandeling in het dagelijks leven van de patiënt.
Patiënten ervaren soms een drempel om naasten te betrekken bij hun behandeling. Een reden hiervoor kan zijn dat patiënten vrezen hun naasten hiermee (nog meer) te belasten. Ook kan er een verschil in visie bestaan op het gezondheidsprobleem tussen de patiënt en diens naasten of angst bij de patiënt voor stigmatisering. Om de drempel te verlagen kan het helpen om uitleg te geven aan de patiënt dat het voor naasten vaak helpend is om betrokken te worden en dat dit kan helpen een gezamenlijk begrip van het gezondheidsprobleem te formuleren (zie ook Werkkaart Patiënt houdt samenwerken met naaste af). Er kunnen ook redenen zijn om naasten niet bij de behandeling te betrekken, bijvoorbeeld wanneer de meerwaarde wordt ingeschat als gering of de veiligheid van de patiënt in het geding kan komen.
Herstelbeïnvloedende interactiepatronen doorbreken
De interactie tussen patiënt en naasten kan directe invloed hebben op de klachten van de patiënt. Soms helpt deze interactie om de klacht te verminderen, bijvoorbeeld als een volwassen zoon zijn moeder met pijn emotioneel steunt of huishoudelijke taken overneemt waardoor de pijn vermindert. In andere gevallen kunnen interactiepatronen er onbedoeld aan bijdragen dat de klachten in stand blijven. Hoewel deze interactiepatronen vaak ontstaan als logische of noodzakelijke reactie op de klachten, kunnen zij op langere termijn hun functie verliezen of een negatieve invloed hebben. Bijvoorbeeld wanneer ouders vanuit machteloosheid hun dochter met pijn en krachtsverlies in haar benen steeds meer gaan verzorgen, waardoor de dochter conditie, veerkracht en zelfregie verliest. Of als een vrouw met nekklachten, die zich onvoldoende begrepen voelt door haar collega’s, zich afzondert en over haar grenzen gaat om geen gezichtsverlies te leiden. Het is belangrijk dat de zorgverlener oog heeft voor interactiepatronen die invloed hebben op de klachten, en probeert om disfunctionele patronen te doorbreken. De zorgverlener kan overwegen de interacties zelf met het systeem te bespreken of door te verwijzen naar een hiervoor gespecialiseerde zorgverlener zoals een systeemtherapeut.
Kosten (middelenbeslag)
Er is geen literatuur bekend over de kosten die het betrekken van naasten met zich meebrengt. De werkgroep voorziet dat het betrekken van naasten bij de start van de behandeling vraagt om een enigszins langere consultduur. Speciaal wanneer er een groot verschil bestaat tussen de beleving en behoeften van patiënt en diens naasten kan dit tijd en aandacht vragen in het behandelproces en de behandelrelatie onder druk zetten. De werkgroep verwacht dat op de langere termijn het adequaat betrekken van naasten leidt tot afname van de zorgconsumptie, doordat naasten beter kunnen aansluiten bij de behoefte van de patiënt en disfunctionele patronen in het systeem kunnen verminderen en klachten hierdoor kunnen afnemen. Vroeg signaleren en op tijd hulp aanbieden aan naasten bij dreigende overbelasting zal de kans op langdurige zorgbehoefte bij naasten verkleinen, en daarmee zorgkosten op lange termijn kunnen besparen.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
De ervaring van de werkgroep is dat betrokkenheid van naasten door patiënten en naasten als positief kan worden ervaren. Niet elke zorgverlener van patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis voelt zich voldoende bekwaam en/of heeft voldoende tijd om de systeeminteractie te onderzoeken en hierop te interveniëren; denk bijvoorbeeld aan de medisch specialist in het ziekenhuis. Deze zorgverleners wordt geadviseerd om naasten wel te betrekken bij de uitleg en behandeling en bij opvallende patronen in het systeem te overleggen met de huisarts of andere betrokken zorgverleners.
Rationale van de aanbevelingen
Uit de overwegingen blijkt dat het belangrijk is om naasten mee te nemen in de behandeling van mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis om:
- Overbelasting van naasten te voorkomen;
- Verbondenheid in het systeem, en zo het welzijn van de systeemleden, te vergroten;
- Herstel van de patiënt te bevorderen;
- Interacties in het systeem die klachten in stand houden te doorbreken.
Voor een algemene handreiking over het betrekken van naasten bij behandeling verwijst de werkgroep naar de GGZ Standaard ‘Naasten’.
Onderbouwing
Binnen het biopsychosociale model is het in kaart brengen van de sociale context van mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis van essentieel belang. De sociale context is breed en includeert onder andere partner, kinderen, vrienden, familie, collega’s, buren en kennissen van een vereniging of gemeenschap. Steun van deze naasten kan voor de patiënt in belangrijke mate bijdragen aan zingeving en herstel. Ook voor naasten kan een ondersteunende rol bij het ziekteproces gevoelens van verbinding met de patiënt versterken. De belasting die de zorgtaken met zich meebrengen leidt er, aan de andere kant, toe dat naasten zelf een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van gezondheidsklachten. Onbegrip vanuit de sociale omgeving of disfunctionele interactiepatronen kunnen tevens een belemmering vormen voor het herstel van de patiënt. In deze module wordt besproken welke aandachtspunten er zijn ten aanzien van het in kaart brengen van de betrokkenheid van naasten in de behandeling van mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Voor adviezen over het betrekken van naasten bij behandeling in het algemeen kan de Zorgstandaard ‘Naasten’ worden geraadpleegd.
Er is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd omdat er bij een verkennende inventarisatie geen wetenschappelijke studies zijn gevonden naar de effectiviteit van het betrekken van naasten of systeeminterventies bij de somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. De huidige module is gebaseerd op consensus binnen de werkgroep, aanvullend op beschikbare literatuur.
- Ahmad W, Dastagir M, Azhar IA, Ahmad S, Batool S. Unseen struggles: The psychosocial toll of raising a child with functional neurological disorder. J Shalamar Med Dent Coll. 2025; 6(2): 71-76. doi: https://doi.org/10.53685/jshmdc.v6i2. 337
- Bekhuis E, Gol J, Burton C, Rosmalen J. Patients' descriptions of the relation between physical symptoms and negative emotions: a qualitative analysis of primary care consultations. Br J Gen Pract. 2020 Jan 30;70(691):e78-e85. doi: 10.3399/bjgp19X707369. PMID: 31848200; PMCID: PMC6917359.
- Feingold JH, Drossman DA. Deconstructing stigma as a barrier to treating DGBI: Lessons for clinicians. Neurogastroenterol Motil. 2021 Feb;33(2):e14080. doi: 10.1111/nmo.14080. Epub 2021 Jan 23. PMID: 33484225; PMCID: PMC8091160.
- Functional Neurological Disorder (FND) Hope. Online survey ‘’FND Hope Stigma Survey’’. Retrieved from https://fndhope.org/fnd-hope-research/ accessed at 15-8-2024.
- GGZ standaarden. Zorgstandaard Naasten. Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek. Retrieved from https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/samenwerking-en-ondersteuning-naasten-van-mensen-met-psychische-problematiek/introductie accessed at 15-8-2024.
- GGZ Richtlijnen. Werkkaart Patiënt houdt samenwerken met naaste af. Ondersteuning voor deze naaste blijft mogelijk. Retrieved from https://www.ggzstandaarden.nl/uploads/side_products/f92fcccfa2e5b0cae3ab0c988a5bbbf2.pdf accessed at 15-8-2024.
- GGZ Richtlijnen. Zorgstandaard KOPP/KOV. Zorg voor ouders met psychische en/of verslavingsproblematiek en hun (volwassen) kinderen (KOPP/KOV). Retrieved from https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/zorg-voor-ouders-met-psychische-en-of-verslavingsproblematiek-en-hun-volwassen-kinderen-kopp-kov/introductie accessed at 15-8-2024.
- Ko C, Lucassen P, van der Linden B, Ballering A, Olde Hartman T. Stigma perceived by patients with functional somatic syndromes and its effect on health outcomes - A systematic review. J Psychosom Res. 2022 Mar;154:110715. doi: 10.1016/j.jpsychores.2021.110715. Epub 2022 Jan 6. PMID: 35016138.
- McLoughlin C, McGhie-Fraser B, Carson A, Olde Hartman T, Stone J. How stigma unfolds for patients with Functional Neurological Disorder. J Psychosom Res. 2024 Jun;181:111667. doi: 10.1016/j.jpsychores.2024.111667. Epub 2024 Apr 16. PMID: 38658293.
- Nederlands Jeugd Instituut. Langdurig lichamelijk zieke ouder. July 2015. Retrieved from https://www.nji.nl/system/files/2021-06/Langdurig-lichamelijk-zieke-ouder.pdf accessed at 23-03-2025.
- Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving. Anders leven en zorgen. 19-05-2022. Retrieved from https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2022/05/19/anders-leven-en-zorgen accessed at 15-8-2024.
- Treufeldt H, Burton C, McGhie Fraser B. Stigmatisation in clinical consultations for persistent physical symptoms/functional disorders: A best fit framework synthesis. J Psychosom Res. 2024 Aug;183:111828. doi: 10.1016/j.jpsychores.2024.111828. Epub 2024 Jun 4. PMID: 38852031.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 09-07-2026
Beoordeeld op geldigheid : 09-07-2026
Algemene gegevens
Er is een verklaring van geen bezwaar afgegeven door:
- Ergotherapie Nederland
- Nederlandse Vereniging voor Neurologie
- Nederlands Huisartsen Genootschap
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.
Werkgroep
- dr. E. (Ella) Bekhuis, psychiater, namens de NVvP
- D. (Door) Boxhoorn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot mei 2025)
- K. (Karin) Bruynesteyn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot april 2024)
- dr. E.M.J. (Elisabeth) Foncke, neuroloog, namens de NVN
- S. (Sem) Foreman, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
- dr. J. (Jeannette) Gelauff, AIOS neurologie, namens de NVN (vanaf maart 2025)
- dr. D.J.C. (Denise) Hanssen, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
- dr. H. (Hanneke) Kalisvaart, psychomotorisch therapeut, namens Vaktherapie Nederland
- drs. M. (Manouk) van de Klundert, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
- prof. dr. R.C. (Richard) Oude Voshaar, psychiater, namens de NVvP
- prof. dr. J.G.M. (Judith) Rosmalen, hoogleraar, persoonlijke titel
- dr. S. (Sonja) Rutten, psychiater, namens de NVvP
- drs. C.A. (Lot) Spiertz, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
- dr. L.M. (Lineke) Tak (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
- dr. P.E. (Els) van Westrienen, docent-senior onderzoeker, namens het KNGF
- prof. dr. A.P. (André) Wolff, anesthesioloog-pijnspecialist, namens de NVA
- dr. L.N.L. (Lyonne) Zonneveld, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
Klankbordgroep
- drs. M. (Marieke) van Beugen, revalidatiearts, namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
- drs. B.F. (Bart) van Buchem, fysiotherapeut, namens het KNGF
- drs. W.B. (Wouter) Doorn, klinisch geriater, namens de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG)
- H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk, bedrijfsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
- dr. A.F. (Alex) Muller, internist-endocrinoloog, namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- dr. S.L. (Sonja) van Ockenburg, internist, namens de NIV
- dr. T.C. (Tim) Olde Hartman, huisarts(-onderzoeker), namens het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
- drs. R.F.A. (René) Oosterwijk, revalidatiearts, namens de VRA
- E.M. (Ilse) Otten, ergotherapeut, namens Ergotherapie Nederland (EN)
- drs. F. (Felice) Tauer, vaktherapeut, namens de Vaktherapie Nederland
- dr. K.H.N. (Kristel) Weerdesteijn, verzekeringsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
- dr. M.S.H. (Margreet) Wortman, senior onderzoeker, namens de Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM)
Met ondersteuning van
- dr. M.L. (Marja) Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- drs. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
E. (Ella) Bekhuis |
Psychiater, Dimence, Alkura |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
D. (Door) Boxhoorn (tot mei 2025) |
Ervaringsdeskundige, Dimence Alkura |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
K. (Karin) Bruynesteyn (tot april 2024) |
Lid patiëntenpanel NALK |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
E.M.J. (Elisabeth) Foncke |
Neuroloog, Acibadem International Medical Center, Amsterdam |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
S. (Sem) Foreman |
Lid patiëntenpanel NALK |
* Investment manager, Graduate Entrepreneur Fund |
Geen |
Geen restricties |
|
J. (Jeannette) Gelauff (vanaf maart 2025) |
AIOS neurologie, Amsterdam UMC |
* Voorzitter landelijke werkgroep FNS van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie. * Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ). |
Extern gefinancierd onderzoek: Zonmw; National Plan Hoofdzaken: BEGRIP studie naar educatie over FNS. ProjectLeidersrol, nee |
Geen restricties |
|
D.J.C. (Denise) Hanssen |
* Klinisch psycholoog/psychotherapeut, UMC Groningen * Senior wetenschappelijk onderzoeker ouderenpsychiatrie, UMC Groningen |
* Hoofddocent somatiek binnen de GZ-opleiding |
Extern gefinancierd onderzoek: * ZonMW, Haalbaarheidsstudie Acceptance and Commitment Therapy bij kwetsbare ouderen EU, Horizon 2020 * Kennis vergroten over Functionele Stoornissen (labeling, multidisciplinaire samenwerking) |
Geen restricties |
|
H. (Hanneke) Kalisvaart |
Psychomotorisch therapeut, vrijgevestigd |
* Trainer/supervisor in sensorimotor psychotherapy. * Freelance senior onderzoeker (Tilburg University) * Gast-docent Master PMT Hogeschool Windesheim. * Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ). |
Extern gefinancierd onderzoek: * Stichting tot steun VCVGZ. Het effect van sensorimotor psychotherapie bij cliënten met persoonlijkheidsstoornissen. |
Geen restricties |
|
M. (Manouk) van de Klundert |
Lid patiëntenpanel NALK |
* Office manager NALK * Project manager/junior consultant Ftrprf |
Geen |
Geen restricties |
|
R.C. (Richard) Oude Voshaar |
* Psychiater, UMC Groningen * Hoogleraar ouderenpsychiatrie, Rijksuniversiteit Groningen |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
J.G.M. (Judith) Rosmalen |
Hoogleraar Psychosomatiek, UMC Groningen, Rijksuniversiteit Groningen |
* Voorzitter Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK) tot okt 2024. * Vice-president European Association of Psychosomatic Medicine (EAPM) tot September 2025 |
Persoonlijke belangen: Ontwikkelaar van een eLearning op het gebied van ALK. Deelnemen aan de elearning is betaald voor sommige groepen; inkomsten gaan naar het UMCG en hiervan wordt de accreditatie betaald. Ontwikkelaar van Grip, een eHealth systeem dat zich richt op ALK. Momenteel is Grip niet beschikbaar buiten studiedoeleinden. Ik heb en had nooit persoonlijke financiële belangen bij Grip.
Extern gefinancierd onderzoek: * ZonMw: ME/CFS Lines – A multidisciplinary consortium and biobank for unravelling ME/CFS aetiology in Lifelines, projectleider * EU: Decision support for prediction and management of Long Covid Syndrome, geen projectleider * NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internalizing Disorders in the Lifelines Cohort, geen projectleider * ZonMw: Persistent symptoms after COVID-19: perspective from the population, the patient, and the care system, projectleider * SBOH Innovatiefonds Huisartsopleiding: Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van onderwijsprogramma voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) in de huisartsopleiding, geen projectleider * NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internal Sex and gender inequalities in COVID * Regionaal ALK netwerk Salland. Sex and gender inequalities in medical trajectories of patients with common somatic symptoms. Master Your symptoms: personalized e-health for Self-management of somatic symptom disorder (MYSelf), projectleider * EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE), projectleider * EU: Towards evidence-based tailored implementation strategies for eHealth (ImpleMentAll), geen projectleider |
Geen restricties |
|
S. (Sonja) Rutten |
* Psychiater, Amsterdam UMC * Senior-onderzoeker, Amsterdam UMC |
Geen |
Extern gefinancierd onderzoek: ZonMW: Meer BEkendheid en GRIP voor mensen met FNS middels een online educatiemodule (BEGRIP) |
Geen restricties |
|
C.A. (Lot) Spiertz |
Klinisch-psycholoog, behandelcoördinator en teamleider, Dimence, Deventer |
* Gastdocent Psychology master, Universiteit Twente (t/m 2024). * Gastdocentschap Psychology master, Radboud Universiteit (t/m 2025). |
Geen |
Geen restricties |
|
L.M. (Lineke) Tak |
Psychiater, Dimence, Deventer |
* Bestuurslid NALK, sinds okt 2024 voorzitter * Kernredactielid Tijdschrift voor Psychiatrie |
* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE), * Collaborative care networks for Functional Disorders |
Geen restricties |
|
P.E. (Els) van Westrienen |
* Docent-senior onderzoeker, Fontys Hogeschool * Docent, Hogeschool Utrecht |
Geen |
* SIA RAAK publiek - PARASOL studie * SIA RAAK top-up - vervolg PARASOL studie * SIA RAAK MKB - van sensoren naar zorg * SIA RAAK publiek Evaluatie van een proactief interventie ter preventie van chroniciteit bij mensen met matige SOLK * SIA RAAK MKB Het toepassen van stressmetingen met wearables in de praktijk |
Geen restricties |
|
A.P. (André) Wolff |
* Anesthesioloog-pijnspecialist, UMC Groningen * Hoogleraar Rijksuniversiteit Groningen |
* Medisch hoofd UCG pijncentrum |
Extern gefinancierd onderzoek: * Philips, DANI studie, geen projectleider * KWR, Chordotomie studie, projectleider * Interreg, Chronische pijn in Noord-Nederland/Niedersachsen * QPS, verrichtingen voor derden, geen projectleider * Grunenthal, Prince studie, projectleider |
Geen restricties |
|
L.N.L. (Lyonne) Zonneveld |
Klinisch-psycholoog, Amsterdam UMC |
Geen |
* ZonMW Stimuleringssubsidie * Doelmatigheidsonderzoek |
Geen restricties |
Tabel 2. Gemelde (neven)functies en belangen klankbordgroep
|
Klankbordgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
M. (Marieke) van Beugen |
Revalidatiearts bij Heliomare Wijk aan Zee |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
B.F. (Bart) van Buchem |
Eigenaar praktijk voor fysiotherapie Praktijk Noorder Spaarne |
Geen |
Nascholing voor fysiotherapeuten, het organiseren en doseren van cursussen. Aandeel in Noigroup Publications (Australia) Royalties van het boek Begrijp de Pijn (Explain Pain) |
Geen restricties |
|
W.B. (Wouter) Doorn |
Klinisch Geriater te Altrecht |
Secretaris en vice-voorzitter Stichting Buddho, onbetaald. |
Geen |
Geen restricties |
|
H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk |
VDM Medisch Consult: zelfstandig bedrijfsarts. |
Lid CROW NVAB |
Geen |
Geen restricties |
|
A.F. (Alex) Muller |
Internist Diakonessenziekenhuis Utrecht 1.0 fte |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
S.L. (Sonja) van Ockenburg |
Internist-endocrinoloog in het UMCG (bezoldigd 1.0 fte) |
Geen |
Ja, Lifelines long covid studie ZonMw Pathofysiologisch onderzoek naar 'long covid' in de Lifelines populatie (werkpakket 2). Geen hoofdonderzoeker. |
Geen restricties |
|
T.C. (Tim) Olde Hartman |
Huisarts-onderzoeker, hoofd van de onderzoeksgroep Huisartsgeneeskunde Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc (afgevaardigde vanuit het Nederlands Huisartsen Genootschap - NHG) |
Praktijkhoudend huisarts |
ZonMw Mental Health Verbindt - digitaal platform voor zoeken juiste zorg EU (Horizon ITN) ETUDE: Encompassing Training in fUnctional Disorders across Europe - Stigma - symptom diagnoses ZonMw GRIP3: General practice Research Infrastructure Pandemic Preparedness Program ZonMw ACTION: Aanhoudende Klachten na COVID-19: perspectief vanuit de populatie, patiënt, en zorg ZonMw Inzicht in aanhoudende klachten na Covid-19 besmetting: Een mixed methods benadering. |
Geen restricties |
|
R.F.A. (René) Oosterwijk |
Revalidatiearts-medisch directeur, CIR , Clinics In Revalidatie. Loondienstverband. Het betreft 0.6 fte patiëntenzorg voor patiënten met chronische pijn en 0.4 fte medisch manager. |
Onbezoldigd lid van het bestuur van het NALK |
Geen |
Geen restricties |
|
E.M. (Ilse) Otten |
Ergotherapeut in dienst bij Klimmendaal revalidatie. 24 uur/w |
Ergotherapeut ZZP bij Care2change 2-6 uur/w |
Geen |
Geen restricties |
|
F. (Felice) Tauer |
1. Beeldend therapeut bij Altrecht GGZ (16u), behandeling van patiënten met psychosomatische klachten in een multidisciplinair team, betaald 2. docent beeldende therapie bij Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (20u), methodieklessen, onderzoek coördinatie bacheloronderzoek, docentonderzoeker lectoraat. betaald |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
K. (Kristel) Weerdesteijn |
Verzekeringsarts en opleider bij UWV |
Betaald docent |
Gepromoveerd in 2022 KCVG Work-related functioning among long-term sick-listed workers with persistent subjective health complaints |
Geen restricties |
|
M.S.H. (Margreet) Wortman |
Senior onderzoeker Hogeschool van Amsterdam, 0.5 fte, betaald |
Curriculum ontwikkelaar en docent Hogeschool Windesheim, 0.5 fte, betaald |
ZonMw Oefentherapie voor gezond beweeggedrag in de leefomgeving van cliënten |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afgevaardigden van het patiëntenpanel NALK te betrekken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan NALK en MIND en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Naasten |
Geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.