Startpagina - Prolaps
| Wat is nieuw? | Publicatiedatum |
|---|---|
| Startpagina - Prolaps | 01-09-2026 |
| Chirurgische behandeling vaginale prolaps (a Mesh vs eigen weefsel) | 01-09-2026 |
Deze richtlijn valt onder het cluster Bekkenbodem en proctologie.
Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met een verzakking. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- Welke (beeldvormende) onderzoeken worden ingezet bij patiënten met een verzakking
- Welke leefstijladviezen gegeven kunnen worden aan patiënten met een verzakking
- Welke rol bekkenfysiotherapie speelt bij klachtenvermindering van een verzakking
- De niet-invasieve en invasieve (operatieve) behandelingen van een verzakking
- De eventuele combinatie van een operatieve behandeling van een verzakking met een operatie voor urine-incontinentie
- De operatieve behandeling van een verzakking van de darm
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
De richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij tweede- of derdelijns zorg voor patiënten met een (verhoogd risico op een) verzakking.
Voor patiënten
Een ander woord voor prolaps is verzakking. Dit houdt in dat de baarmoeder, de vaginatop (na het verwijderen van de baarmoeder), de blaas en/of een deel van de darm niet meer goed op hun plek zitten. Meer dan 40 procent van de vrouwen boven de 40 jaar heeft een verzakking. Een groot deel van deze vrouwen ondervindt weinig tot geen hinder van de verzakking. Een aanzienlijk deel heeft echter wel klachten. Dit kunnen klachten zijn bij het plassen, de ontlasting of tijdens het vrijen. Veel patiënten met een verzakking worden door de huisarts behandeld. Soms is het nodig dat zij verwezen worden naar het ziekenhuis voor nader onderzoek en behandeling.
Op Thuisarts.nl staat informatie in begrijpelijke taal over verzakking. De teksten zijn gemaakt met de informatie uit deze richtlijn:
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor de richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de urologen, gynaecologen, chirurgen, radiologen, maag-darm-leverartsen, huisartsen en bekkenfysiotherapeuten. Door middel van groepsinterviews met patiënten zijn de knelpunten vanuit het patiëntenperspectief geïnventariseerd.
Standpunt
De NVOG en Stichting Bekkenbodem4All en IGJ zijn van mening dat het in het belang is van (een specifieke groep) patiënten om chirurgie met het gebruik van vaginaal implantaat aan te blijven bieden onder in het standpunt (link: https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2025/07/NVOG-Standpunt-Transvaginale-mesh-zorg-in-Nederland-18-6-2025-definitief.pdf) genoemde voorwaarden, waarbij de evaluatie van de lange termijnresultaten van de Calistar S een verantwoordelijkheid is van de medische beroepsgroep. Voor het BSC-implantaat zal dat onveranderd in studieverband blijven gebeuren. Voor het Calistar S implantaat zal dit, aangezien de inclusies van de studie hierover zijn afgerond, buiten studieverband onder nader gedefinieerde extra waarborgen gaan plaatsvinden. Indien de onderzoeksresultaten van de SDI-studie met de BSC mesh dit toelaten, zullen in de toekomst voor gebruik van de BSC mesh dezelfde zorgvuldigheidseisen van kracht zijn. Uiterlijk in 2028, of eerder als daartoe aanleiding is, zal worden geëvalueerd of er redenen zijn om de zorg rondom het gebruik van vaginale chirurgie met implantaten aan te passen.
Modulair onderhoud
Vanaf 2024 wordt de richtlijn modulair herzien door het cluster Bekkenbodem en proctologie. Onder de tab ‘verantwoording’ staat beschreven welke organisaties uit het cluster betrokken waren bij herziening/ontwikkeling van de betreffende module.
Meer informatie over werken in clusters en modulair onderhoud vindt u hier.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 01-09-2026
Beoordeeld op geldigheid : 01-09-2026