Minderen en stoppen van medicatie

Laatst beoordeeld: 03-12-2020

Aanbeveling voor zorgverleners op regionaal niveau

Aanbeveling 1

De huisarts (of andere voorschrijver met een vergelijkbare rol, zoals specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapten) en de openbaar apotheker maken lokaal of regionaal samenwerkingsafspraken waarin bij voorkeur wordt beschreven:

  • hoe de herkenning van patiënten bij wie minderen of stoppen van medicatie mogelijk is en bij wie geen medicatiebeoordeling is afgesproken wordt ingevuld;
  • hoe het proces van minderen en stoppen van medicatie wordt begeleid en geëvalueerd;
  • hoe de samenwerking en kennisdeling tussen arts en apotheker in alle fases van minderen en stoppen van medicatie wordt vormgegeven, en wat de rol daarbij is van andere disciplines dan arts of apotheker – denk aan evaluatie van effecten door (wijk)verpleegkundigen, POH’s en andere zorgverleners, zoals farmaceutisch consulenten en apothekersassistenten.

 

Aanbevelingen voor individuele zorgverlener

Aanbeveling 2

Gebruik bij analyse van de mogelijkheden voor het minderen en stoppen van een of meer geneesmiddelen een systematische werkwijze zoals de Systematic Tool to Reduce Inappropriate Medication (STRIP) en het 6-step behandelplan van de WHO.

 

Aanbeveling 3

Gebruik bij de selectie van mogelijk voor de patiënt niet meer passende medicatie een bij de levensverwachting en klinische conditie passend instrument.

 

Aanbeveling 4

Beoordeel bij voorkeur jaarlijks samen met de patiënt of chronische medicatie die niet anderszins structureel wordt geëvalueerd nog gecontinueerd moet worden.

 

Aanbeveling 5

Breng opvattingen over en ervaringen van gebruikers van chronische medicatie in kaart voordat over het minderen of stoppen met medicatie wordt gesproken, opdat het perspectief van de patiënt uitgangspunt is bij de verdere gezamenlijke besluitvorming.

 

Aanbeveling 6

Betrek patiënt (en eventueel naasten) in de besluitvorming en geef voldoende uitleg zodat patiënt en naasten de argumenten voor verandering begrijpen en daarmee al dan niet kunnen instemmen. Geef algemene en medicatiespecifieke informatie; overweeg het gebruik van keuzehulpen voor patiënten.

 

Aanbeveling 7

Breng samen met patiënt en naasten een prioritering aan in de te minderen of te stoppen geneesmiddelen en kom tot een gezamenlijke afspraak hierover (de stopafspraak). Houd bij het stoppen ook rekening met eventuele noodzakelijke aanpassingen in geneesmiddelen die interacteerden met het te stoppen geneesmiddel.

 

Aanbeveling 8

Zorg voor een helder stappenplan voor de patiënt, inclusief monitoring en de mogelijkheid om weer te kunnen herstarten; gebruik desgewenst informatie en hulpmiddelen per medicatie groep (zie kennisdocumenten per medicatiegroep).

 

Aanbeveling 9

Het aanpassen van medicatie die is voorgeschreven door een andere discipline dan die van de beoordelaar kan in principe alleen plaatsvinden na overleg met de oorspronkelijke voorschrijver (of eventueel een voorschrijver vanuit diezelfde discipline). Uitzonderingen op deze regel zijn situaties waarbij continuering van de betreffende medicatie naar de mening van de hoofdbehandelaar direct gevaar oplevert voor de gezondheid van de patiënt of wanneer de behandeling is overgenomen door een andere arts (bijvoorbeeld de huisarts na het staken van poliklinische controles door de specialist of als de specialist het herhalen van medicatie aan de huisarts overgedragen heeft).

 

Aanbevelingen voor beroepsgroepen en richtlijnontwikkelaars.

Aanbeveling 10

Evalueer bestaande indicatoren voor het tijdig en voldoende voorschrijven van medicatie, zodat deze niet van toepassing zijn in situaties waarin het voorschrijven van medicatie niet meer wenselijk is.

 

Ontwikkel nieuwe indicatoren rond het minderen en stoppen van medicatie.

 

Aanbeveling 11

Ontwikkel educatie en trainingen voor het begeleiden van minderen en stoppen van medicatie, onder meer gericht op de uitvoering van het proces en op de communicatie met patiënten en hun naasten.

 

Aanbeveling 12

Laat minderen en stoppen van chronische medicatie als vast onderdeel terugkomen in aandoeningspecifieke richtlijnen (zie kennisdocumenten per medicatiegroep).

 

Deze module is onderverdeeld in de volgende submodules:

  • Belemmerende en bevorderende factoren
  • Effecten van minderen en stoppen van medicatie
  • Instrumenten als hulpmiddel
  • Geschikte patiënten, geschikte momenten & rolverdeling

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 03-12-2020

Laatst geautoriseerd : 01-12-2020

Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijnmodule is de werkgroep niet in stand gehouden. Uiterlijk in 2025 bepalen het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG) of de module nog actueel is. Er is een onderhoudsplan beschreven waarin de werkgroep een inschatting heeft gemaakt over de maximale termijn waarop herbeoordeling moet plaatsvinden en eventuele aandachtspunten geformuleerd die van belang zijn bij een toekomstige herziening of update. De geldigheid van de module komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding zijn een herzieningstraject te starten.

 

De NVKG en het NHG zijn regiehouder en eerstverantwoordelijke op het gebied van de actualiteitsbeoordeling. De andere aan deze module deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van de richtlijnmodule delen de verantwoordelijkheid en informeren de regiehouder over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

 

Module1

Regiehouder(s)2

Jaar van autorisatie

Eerstvolgende beoordeling actualiteit richtlijn3

Frequentie van beoordeling op actualiteit4

Wie houdt er toezicht op actualiteit5

Relevante factoren voor wijzigingen in aanbeveling6

Module Minderen en stoppen medicatie

NHG&NVKG

2020

2025

5 jaar

NHG&NVKG

Niet van toepassing

  1. Naam van de module.
  2. Regiehouder van de module (deze kan verschillen per module en er kunnen meerdere regiehouders zijn).
  3. Na maximaal 5 jaar.
  4. Eens per 6 maanden, eens per jaar, eens per 2 jaar of eens per 5 jaar.
  5. Regievoerende vereniging(en) of (multidisciplinaire) werkgroep die in stand blijft.
  6. Lopend onderzoek, wijzigingen in vergoeding of organisatie, beschikbaarheid van nieuwe middelen.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
Geautoriseerd door:
  • Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie
  • Patiëntenfederatie Nederland

Algemene gegevens

De richtlijn is ontwikkeld in samenwerking met:

  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KMNP)
  • Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC)
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP)
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuis Apothekers (NVZA)
  • Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde (Verenso).
  • Patiëntenfederatie Nederland (PFNL)

 

De richtlijnontwikkeling werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (KiMS) en gefinancierd uit een subsidie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een bijdrage van het NHG en een subsidie van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten.

Doel en doelgroep

Doel

Het primaire doel van minderen en stoppen van medicatie is het optimaliseren van de medicamenteuze behandeling en daarmee het verbeteren van de kwaliteit van leven, gezondheid en welzijn van de patiënt. Deze module biedt handvatten aan voorschrijvers, apothekers en patiënten om het minderen en stoppen van geneesmiddelen in de dagelijkse praktijk vorm te geven.

 

Doelgroep

Deze module richt zich primair op de brede populatie van ouderen met polyfarmacie, ongeacht de situatie waarin zij verblijven. De MDR Polyfarmacie bij ouderen hanteert sinds 2019 een leeftijdsgrens van 70 jaar om ‘de oudere patiënt’ te definiëren. Deze leeftijdsgrens is niet absoluut, maar is met name gebruikt om richting te geven aan ondersteunend literatuuronderzoek en inbreng vanuit focusgroepen. Dit laat onverlet dat de principes zoals besproken in deze module ook toepasbaar kunnen zijn bij andere doelgroepen dan ouderen.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2018 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten waarvoor minderen en stoppen van medicatie relevant is.

De werkgroepsleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname. De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijnmodule.

 

Werkgroep

  • dhr. prof. dr. R.J. van Marum, klinisch geriater en klinisch farmacoloog, & bijzonder hoogleraar farmacotherapie bij ouderen, werkzaam in het Jeroen Bosch Ziekenhuis, ‘s-Hertogenbosch en werkzaam
  • in het Amsterdam UMC, locatie VUms, Amsterdam. Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (voorzitter).
  • dhr. prof. dr. M.A. van Agtmael, internist-infectioloog en klinisch farmacoloog, & hoogleraar farmacotherapieonderwijs, werkzaam in het Amsterdam UMC, locatie VUmc, Amsterdam. Namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV).
  • dhr. J. Benedictus, patiëntvertegenwoordiger, werkzaam bij Patiëntenfederatie Nederland, Utrecht. Namens Patiëntenfederatie Nederland (PFNL).
  • mw. dr. F. Boersma, specialist ouderengeneeskunde & senior onderzoeker, werkzaam in het UMCG, Groningen. Namens Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde (Verenso).
  • dhr. drs. Th.L.A. Burm, ouderenpsychiater, werkzaam bij GGNet locatie RGC Apeldoorn. Namens Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP).
  • mw. prof. dr. P. Denig, hoogleraar kwaliteit van geneesmiddelgebruik, werkzaam in het UMCG, Groningen.
  • dhr. prof. dr. A.C.G. Egberts, ziekenhuisapotheker & hoogleraar klinische farmacie, werkzaam in het UMCU, Utrecht. Namens Nederlandse Vereniging van Ziekenhuis Apothekers (NVZA).
  • mw. dr. P.J.M. Elders, huisarts & hoofdonderzoeker afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde, werkzaam in het Amsterdam UMC, locatie VUmc, Amsterdam. Namens Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).
  • dhr. dr. E.C.T. Geijteman, aios interne geneeskunde en klinisch farmacoloog, werkzaam in het Erasmus MC, Rotterdam. Namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV).
  • dhr. dr. H.F. Kwint, openbaar apotheker, werkzaam bij Apotheek Stevenshof, Leiden, & onderzoeker SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy, Leiden. Namens Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP).
  • mw. prof. dr. M. Muller, internist ouderengeneeskunde & hoogleraar cardiovasculaire veroudering, werkzaam in het Amsterdam UMC, locatie VUmc, Amsterdam. Namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV).
  • mw. drs. S.E. van Putten-de Wit, huisarts & wetenschappelijk medewerker, werkzaam bij het NHG, Utrecht. Namens Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) (tot april 2019).
  • mw. dr. M.A. Verdoorn MSc., openbaar apotheker, werkzaam bij Apotheek Hoogland, Sliedrecht, & onderzoeker SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy, Leiden. Namens Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP).
  • dhr. drs. R.W. Vingerhoets, klinisch geriater, werkzaam in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, Tilburg. Namens Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG).
  • mw. drs. C.J.H. de Vries, huisarts & wetenschappelijk medewerker, werkzaam bij het NHG, Utrecht. Namens Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) (vanaf april 2019 tot februari 2020).
  • mw. A.S.G. van Walraven MSc., openbaar apotheker & wetenschappelijk medewerker, werkzaam bij het NHG, Utrecht. Namens Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) (vanaf februari 2020).
  • dhr. dr. J. van Wijngaarden, cardioloog, werkzaam in het Deventer Ziekenhuis, Deventer, Namens Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC).

 

Met ondersteuning van

  • dhr. ir. T.A. van Barneveld, directeur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, Utrecht.
  • A.A. Lamberts MSc., senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, Utrecht.
  • mw. L.H.M. Niesink-Boerboom MSc., literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
  • mw. drs. M.M. Verduijn, apotheker & senior wetenschappelijk medewerker, Nederlands Huisartsen Genootschap.

Belangenverklaringen

De ‘KNAW-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling‘ (2017) is gevolgd. Alle werkgroepsleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste 3 jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement, kennisvalorisatie) hebben gehad. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Werkgroeplid

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Getekend op

Actie

Benedictus

Programmamanager Patiëntenfederatie Nederland (1,0 fte)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

1-9-2018

Geen actie

Boersma

Specialist ouderengeneeskunde, senior onderzoeker UMC Groningen (0,30 fte)

Lentis/Team 290: (0,64 fte)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

1-10-2018

Geen actie

Burm

Ouderenpsychiater bij GGnet, Polikliniek Ouderenpsychiatrie, RGC, locatie Apeldoorn (1,0 fte)

Bestuurslid Afdeling Ouderenpsychiatrie NVvP (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

4-7-2018

Geen actie

De Vries

Huisarts n.p., wetenschappelijk medewerker, Afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, NHG

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

20-8-2019

Geen actie

Denig

Hoogleraar kwaliteit van geneesmiddelgebruik, Afdeling Klinische Farmacie en Farmacologie, Universitair Medisch Centrum Groningen (0,8 fte)

Geen

Geen

Geen

Ik neem deel aan onderzoek dat gefinancierd wordt door ZonMW, KNMP en EU fondsen. De KNMP is als partij ook betrokken bij de ontwikkeling van de module Deprescribing. (Projecten: DISCARDt; financiering via KNMP)

Als persoon heb ik geen baat bij bepaalde uitkomsten van het advies. Ik voer onderzoek uit naar mogelijkheden voor, ervaringen met en hulpmiddelen bij Deprescribing, van waaruit ik als extern expert mijn input zal geven.

Geen

22-5-2018

Geen actie

Egberts

Ziekenhuisapotheker, UMC Utrecht (0,9 fte)

Hoogleraar klinische farmacie, bètafaculteit Universiteit Utrecht (0,1 fte)

Lid internationale wetenschappelijke adviesraad Zentrum fur psychische Gesundheit, Universität Wurzburg (onbetaald) Bestuurslid SIR Institute for Pharmacy Practice & Policy (onbetaald)

Lid kernteam Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen (EPHOR) (onbetaald).

Voorzitter stichting KNMP-fondsen (onbetaald). Lid Editorial Board Drug Safety (onbetaald)

Plv lid CCMO (betaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

23-8-2018

Geen actie

Elders

Universitair hoofddocent onderzoekslijn Diabetes, overgewicht, leefstijl en osteoporose, Afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderenzorg, UMC Amsterdam, locatie VUmc (0,64 fte) Waarnemend huisarts (0,25 fte)

Lid vaste commissie bevolkingsonderzoek van de Gezondheid (betaald) Cursussen osteoporose of diabetes voor verschillende organisaties (betaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

30-8-2018

Geen actie

Geijteman

Aios interne geneeskunde, Reinier de Graaf gasthuis, Delft tot 1-7-2018

Aios interne geneeskunde, Erasmus MC, Rotterdam vanaf

1-7-2018 (1,0 fte)

Arts onderzoeker Erasmus MC afdelingen maatschappelijke gezondheidszorg en klinische farmacologie en apotheek interne oncologie

Geen

Geen

ZonMW Medicatiemanagement in de laatste levensfase periode 2013-2016

Geen

Geen

14-6-2018

Geen actie

Kwint

Directeur/openbaar apotheker, Apotheek Stevenshof, Leiden (0,8 fte)

Senior-onderzoeker, SIR Institute for Pharmacy Practice and

Policy (0,2 fte)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

13-7-2018

Geen actie

Lamberts

Senior adviseur, Kennisinstituut FMS (0,8 fte) Beleidsmedewerker Kwaliteit, NVKG (0,2 fte)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

2018

Geen actie

Muller

Hoofd Sectie Interne Ouderengeneeskunde, Afdeling Interne Geneeskunde, Hoofd Onderzoeksgroep Cardiovascular Aging, Amsterdam UMC, locatie VUmc (1,0 fte)

Visiting professor National lnstitute on Aging

Lid richtlijncommissie CVRM addendum kwetsbare ouderen (betaald) Presentaties voor NWC over relatie hart-brein, CVRM ouderen (betaald) Werkgroep Diabetes and costs Merck (betaald) Presentatie over diabetes en ouderen, Landelijk Diabetescongres (betaald) Presentatie NVIVG CVRM bij ouderen (bvetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

29-6-2018

Geen actie

 

Werkgroeplid

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Getekend op

Actie

Van Agtmael

Internist-klinisch farmacoloog (0,7 fte), hoogleraar farmacotherapie (0,3 fte), Amsterdam UMC, locatie VUmc

Voorzitter EACPT education working group

Voorzitter Stichting Informatiemanagement infectieziekten Bestuurder Stichting Pscribe)

Bestuurder NVKF&B, commissie onderwijszaken (onbetaald)

co-opted member EACPT executive committee) Alle functies zijn onbetaald en hebben geen

relatie met de farmaceuti-

sche industrie

Geen

Geen

Geen

De uitwerking van het concept deprescribing door deze commissie maakt het uitrollen van deze methode in het VUmc mogelijk makkelijker

Geen

4-6-2018

Geen actie

Van Marum*

Klinisch geriater, klinisch farmacoloog, Afdeling Geriatrie, Jeroen Bosch Ziekenhuis,

Den Bosch (0,7fte), bijzonder hoogleraar farmacotherapie bij ouderen, Afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde, Amsterdam UMC,

locatie VUmc

Lid College ter beoordeling Geneesmiddelen (betaald, 0, 16 fte)

Lid wetenschappelijke adviesraad BENU Apotheken (vacatie)

Lid raad van toezicht zorginstelling Careyn

(betaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

16-7-2018

Geen actie

Van Putten

Wetenschappelijk medewerker, Afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, NHG (0,4 fte)

Huisarts (0,2 fte)

Medisch inhoudelijke nascholing aan verpleegkundig specialisten van een woonzorginstelling voor verstandelijk beperkte mensen (betaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

16-6-2018

Geen actie

Van Walraven

Apotheker, Wetenschappelijk medewerker Afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, NHG

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9-3-20

Geen actie

Van Wijngaarden

Cardioloog, Deventer ziekenhuis, Deventer (1,0 fte)

Opleider cardiologie, Werkgroep Opleidingszaken (onbetaald) Concilium Ccardiologicum (onbetaald) Lid/ambassadeur projectgroep medisch specialist 2025 FMS (onbetaald)

Lid kamer medisch specialisten capiciteitsorgaan

KNMG (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Ambassadeur Medisch Specialist 2025

Geen

25-7-2018

Geen actie

Verdoorn

Openbaar apotheker, Thorbecke apotheek Sliedrecht (0,4 fte) Onderzoeker/promovendus, SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy, Leiden (0,6 fte)

Geen

Geen

Geen

Mijn werkgever SIR heeft een subsidie ontvangen voor mijn promotieonderzoek over het onderwerp medicatiebeoordelingen van de KNMP en Service Apotheek in de vorm van een unconditional grant. De richtlijn deprescribing heeft qua onderwerp

wel te maken met mijn promotieonderzoek. De financierders hebben geen direct belang bij de uitkomsten van de richtlijn. Zij vinden het alleen belangrijk dat deze richtlijn er komt om de apothekers te ondersteunen bij dit onderwerp

Geen

Geen

27-6-2018

Geen actie

Verduijn

Apotheker, senior wetenschappelijk medewerker Afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, NHG

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9-3-20

Geen actie

Vingerhoets

Klinisch geriater, klinisch farmacoloog en medisch manager, Zorgeenheid Geriatrie, Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis, Tilburg (1,0 fte)

Jaarlijks onderwijs voor psychologen in opleiding, Universiteit Tilburg, en voor Nurse practitioners in opleiding, Fontys Hogeschool Tilburg (betaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

8-6-2018

Geen actie

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door een afgevaardigde van de Patiëntenfederatie Nederland zitting te laten nemen in de werkgroep. Ook is er een focusgroep met patiënten gehouden. De resultaten van deze focusgroep zijn beschreven in de submodule ‘Belemmerende en bevorderende factoren’. De Patiëntenfederatie Nederland en de seniorenorganisatie KBO-PCOB zijn uitgenodigd voor deelname aan de invitational conference die is georganiseerd in het kader van de knelpunteninventarisatie. Een verslag van deze bijeenkomst is besproken in de werkgroep en de belangrijkste knelpunten zijn verwerkt in de richtlijnmodules. Een verslag van deze bijeenkomst is opgenomen in bijlage 2. De conceptrichtlijnmodules zijn tevens voor commentaar voorgelegd aan KBO-PCOB en de Patiëntenfederatie Nederland.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijnmodules en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijnmodules in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. Het implementatieplan is te vinden in de bijlagen.

Werkwijze

AGREE

De richtlijnmodules zijn opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport ‘Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0‘ van de Orde van Medisch Specialisten (2012). Dit rapport is gebaseerd op het internationaal breed geaccepteerde instrument Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II (AGREE II) [Brouwers 2010]. Voor een stap-voor-stap beschrijving hoe een evidencebased richtlijn tot stand komt, wordt verwezen naar genoemd rapport.

 

Knelpunteninventarisatie

Tijdens de voorbereidende fase inventariseerden de voorzitter van de werkgroep en de adviseur de knelpunten. Een verslag hiervan is opgenomen in de aanverwante producten.

 

Uitgangsvragen en uitkomstmaten

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de voorzitter en de adviseur conceptuitgangsvragen opgesteld. Deze zijn met de werkgroep besproken waarna de werkgroep de definitieve uitgangsvragen heeft vastgesteld.

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling worden naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere belangrijke aspecten meegewogen, zoals de expertise van de werkgroepsleden, de waarden en voorkeuren van de patiënt (patient values and preferences), kosten, beschikbaarheid van voorzieningen en organisatorische zaken. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs, de belangrijkste overwegingen en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. Het wetenschappelijke bewijs en het gewicht dat de werkgroep toekent aan de overwegingen bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.

 

Randvoorwaarden (organisatie van zorg)

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodules is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg, zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur. Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste submodule.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De richtlijnmodules werden in concept ter commentaar voorgelegd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënten)organisaties. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werden de richtlijnmodules aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodules zijn aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënten)organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.