Systemische therapie bij cutaan plaveiselcelcarcinoom
Uitgangsvraag
Wat is de plaats van immunotherapie (cemiplimab) bij de behandeling van een lokaal uitgebreid cutaan plaveiselcelcarcinoom?
Wat is de plaats van immunotherapie (cemiplimab) bij de behandeling van een gemetastaseerd cutaan plaveiselcelcarcinoom?
Aanbeveling
Bespreek patiënten die mogelijk in aanmerking komen voor systemische behandeling in een MDO in een referentiecentrum.
Overweeg immunotherapie met cemiplimab bij volwassen patiënten met lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cutaan plaveiselcelcarcinoom waarbij curatieve chirurgie of curatieve radiotherapie niet wenselijk of mogelijk is.
Schrijf cemiplimab alleen voor binnen centra met ervaring inzake het multidisciplinair behandelen van gevorderd cutaan plaveiselcelcarcinoom.
Staak de behandeling met cemiplimab bij progressie of ernstige toxiciteit, of bij aanhoudende uitstekende respons.
Overwegingen
Kwaliteit van het bewijs
Er zijn in de systematische literatuursearch geen vergelijkende studies gevonden. Daarom is er ook geen GRADE analyse verricht. De studies van Migden et al. (2018 en 2020), Rischen et al. (2020, 2021, 2024), Hughes et al. (2024), Gross et al. (2022, 2023), Ferrarotto et al. (2021 en 2023) betreffen niet vergelijkende (registratie)studies naar cemiplimab in een beperkte studiepopulatie met gevorderd cPCC. Tevens wordt literatuur met betrekking tot ouderen met gevorderd cPCC beschreven (Yakobsen 2023, Denaro 2023, Strippoli 2021) en wordt cemiplimab bij transplantatiepatiënten kort benoemd (Hanna, 2024).
De studie beschreven door Verkerk et al. (2024) betreft Nederlandse real world data in het kader van het Drug Access Protocol (DAP). Er is ook uit andere landen real world data beschikbaar, deze is hier niet apart genoemd aangezien de Nederlandse data voor deze richtlijn vooral van belang is.
Voorzichtigheid bij de interpretatie van de studieresultaten is geboden door gebrek aan gerandomiseerde studies (door zeldzaamheid van de ziekte). De onderbouwing van de aanbevelingen zal dan ook aangevuld worden met de expert opinion van de werkgroep.
Balans van gewenste en ongewenste effecten
De effectiviteit van cemiplimab is voldoende aangetoond in lokaal uitgebreid cPCC en gemetastaseerd cPCC. Tevens werd behandeling middels cemiplimab goed verdragen in de beschreven studies (Migden 2018 en 2020, Rischin 2020, 2021, 2024, Hughes, 2024). In de veiligheidsanalyse trad bij 12% (Migden, 2018) en 14% (Rischin, 2020) van de patiënten met een gemetastaseerde ziekte een aan de behandeling gerelateerde toxiciteit op. De behandeling werd in 8% van de patiënten (zowel met metastasen als lokaal uitgebreid cPCC) vroegtijdig gestaakt in verband met (ernstige) bijwerkingen (Migden, 2018 en 2020).
Professioneel perspectief
Lokaal uitgebreid cPCC zonder curatieve chirurgische of radiotherapeutische opties en gemetastaseerd cPCC zijn zeldzaam en anti-tumor behandeling is altijd beperkt geweest tot off-label chemotherapie en off-label Epidermal Growth Factor Receptor-inhibitors (EGFR-I), beide op basis van fase 2 studies. In deze module hebben we de onderzoeksresultaten met betrekking tot de effectiviteit van cemiplimab beschreven.
Voorschrijven van cemiplimab dient alleen te worden gedaan in een referentiecentrum met
- ervaring inzake het multidisciplinair behandelen van gemetastaseerde en lokaal gevorderde cPCC’s
- Indien een tumor in het hoofd-hals gebied voorkomt, dan is behandeling in- of in nauwe samenwerking met- een hoofd-halscentrum van belang.
- kennis en ervaring betreffende oncologische immunotherapie inclusief een multidisciplinair bijwerkingen MDO, en
- actieve participatie van dermatologen in deze werkgroepen.
De internist-oncoloog is hoofdbehandelaar; de dermatoloog is meestal mede behandelaar. Zo nodig wordt klinische respons beoordeeld samen met de dermatoloog of oogarts.
De werkgroep is van mening dat bij het MDO in elk geval aanwezig dienen te zijn de behandelaar en alle relevante specialisten. Er dient altijd een (oncologisch) chirurg en een internist-oncoloog aanwezig te zijn en bij voorkeur een oncologie verpleegkundige of verpleegkundig specialist, die (evt. in plaats van de behandelaar) voor de patiënt als casemanager kan optreden.
Soms is in het MDO een hoofd-hals chirurg (KNO-arts of MKA-chirurg), oogarts of plastisch chirurg gewenst of zal de patiënt (afhankelijk van de locatie) in een hoofd/hals team worden besproken. Soms is overleg met een radiotherapeut nodig.
Dosering
Bij patiënten met gemetastaseerde ziekte werden twee verschillende doseringsschema’s onderzocht: cemiplimab 3 mg/kg elke 2 weken gedurende maximaal 96 weken en cemiplimab 350 mg elke 3 weken gedurende 54 weken met de optie tot doorbehandeling tot maximaal 96 weken. De schema’s zijn niet met elkaar vergeleken, maar lijken bij dit geringe aantal patiënten geen grote verschillen te tonen. De huidige EMA-registratie is voor het schema waarbij cemiplimab in een flat-fixed dosering van 350 mg elke 3 weken wordt gegeven aan volwassen patiënten.
Waarschuwingen en voorzorgen
Bij patiënten met een indicatie voor behandeling met cemiplimab die bekend zijn met een ernstige auto-immuun ziekte of een orgaantransplantatie is er een groot risico op opvlamming van de auto-immuun ziekte of transplaat rejectie. Door middel van shared decision making met de patiënt en het gehele behandelteam dient een zorgvuldige afweging te worden gemaakt tussen de potentiële voordelen en potentiële toxiciteit van de behandeling. Voorzichtigheid is geboden gezien deze patiënten niet zijn opgenomen in de studiepopulatie van de huidige beschikbare literatuur.
Behandelduur en follow-up
De maximale behandelduur is 96 weken. Behandeling met cemiplimab wordt eerder gestaakt bij progressie of ernstige toxiciteit, of bij aanhoudende uitstekende respons. Voor laatstgenoemde is in expertgroep afgesproken om dan te overwegen vanaf 24 weken te stoppen. De optimale duur van behandeling is onbekend, maar conform eerdere DAP kan overwogen worden bij patiënten met aanhoudende respons na 24 behandeling te pauzeren. Bij recidief ziekte na stoppen kan afhankelijk van interval, alternatieve behandelingen en eerdere respons gekozen worden om opnieuw met cemiplimab te behandelen.
Conclusie van de werkgroep
Ten aanzien van de literatuur over immunotherapie bij lokaal gevorderd of gemetastaseerd cPCC, valt op dat dit enkel niet gerandomiseerde fase 2 studies met een beperkte studiepopulatie betreft. Dit is gezien de zeldzaamheid van de ziekte in gevorderd stadium en de kwetsbaarheid van de populatie begrijpelijk. De werkgroep heeft op basis van de beschikbare literatuur en expert opinion aanbevelingen vastgesteld. Hoewel cemiplimab momenteel de enige PD-1-remmer is die zowel door de FDA als de EMA is goedgekeurd voor de behandeling van gevorderd cPCC en beschikbaar is in Nederland, tonen andere PD-1-remmers zoals pembrolizumab en nivolumab vergelijkbare resultaten in klinische studies. Cosibelimab, een PD-L1-remmer, is recentelijk goedgekeurd in de VS en biedt een alternatieve behandelingsoptie. De beschikbaarheid en goedkeuring van deze middelen variëren per regio.
De data is weliswaar beperkt, maar er worden klinisch significante en duurzame responsen gezien. Momenteel zijn er geen andere behandelingen regulier beschikbaar voor volwassen patiënten met lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cutaan plaveiselcelcarcinoom waarbij curatieve chirurgie of curatieve radiotherapie technisch of door patiënt gerelateerde comorbiditeiten niet haalbaar wordt geacht. Tevens wordt (uitgebreide) curatieve chirurgie of radiotherapie soms niet wenselijk geacht door de patiënt. Daarom is de mogelijkheid tot behandeling met dit geneesmiddel wenselijk.
De werkgroep adviseert om dit geneesmiddel binnen een referentiecentrum voor te schrijven. Centra waarbinnen cemiplimab voor deze indicatie kan worden voorgeschreven hebben bewezen expertise in het multidisciplinair behandelen van gevorderde cPCC’s in een hoofdhals-werkgroep met actieve participatie van dermatologen. Daarnaast hebben deze centra bewezen expertise in het geven van oncologische immunotherapie.
Waarden en voorkeuren van patiënten
Voor patiënten is het van belang dat zij geïnformeerd worden over de verschillende behandelopties en wat deze betekenen voor het ziektebeloop voor de individuele patiënt. Daarbij wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met de patiëntvoorkeuren en de mogelijk aanwezige comorbiditeit.
Aanvaardbaarheid en haalbaarheid
Systemische therapie met cemiplimab kan worden voorgeschreven voor de eerder genoemde indicaties, gezien de duurzame respons en de aangetoonde verbetering van de kwaliteit van leven voor patiënten. De behandeling kent een acceptabel toxiciteitsprofiel, wat de inzetbaarheid ervan in de dagelijkse praktijk vergroot, ook bij oudere patiënten. Hoewel de kosten van cemiplimab aanzienlijk zijn wordt de behandeling over het algemeen als aanvaardbaar en haalbaar beschouwd binnen de dermatologische zorg.
Onderbouwing
Achtergrond
In een klein percentage patiënten met een cutaan plaveiselcelcarcinoom (cPCC) ontstaat er lokale progressie zonder mogelijkheden voor curatieve chirurgie of radiotherapie of ontstaan er metastasen. cPCC heeft klinische en moleculaire kenmerken die samengaan met een grote kans op respons op behandeling met immunotherapie, zoals veel mutaties ten gevolge van zonschade. Cemiplimab is een humaan monoclonaal antilichaam gericht tegen het eiwit programmed death 1(PD-1). Remming van PD-1 kan resulteren in een anti-tumor respons door activatie van de anti-tumor T-cel respons. Cemiplimab is geregistreerd en wordt in Nederland vergoedt voor de behandeling van patiënten met een lokaal gevorderd cPCC zonder curatieve chirurgische of radiotherapeutische opties en voor patiënten met een gemetastaseerd cPCC.
In deze module worden de beschikbare literatuur en overwegingen van de werkgroep voor het starten van immunotherapie (cemiplimab) bij lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cPCC uiteengezet. Alleen cemiplimab wordt beschreven in deze module, omdat er tot op heden geen andere immunotherapieën voor deze patiëntpopulatie en indicatie beschikbaar zijn in Nederland.
Samenvatting literatuur
Er werden in totaal 26 studies geïncludeerd op basis van beoordeling van titel en abstract. Uiteindelijk zijn er na full text screening 18 studies geëxcludeerd. Specifieke redenen voor exclusie zijn beschreven in bijlage 3. De overwegingen en aanbevelingen zijn geschreven op basis van single-arm studies en expert opinion.
De literatuuranalyse is als volgt opgebouwd:
- Lokaal uitgebreid cPCC
- Gemetastaseerd cPCC
Buiten de PICO om worden ook literatuur met betrekking tot onderstaande onderwerpen besproken op verzoek van de werkgroep.
- Real world data (Nederlandse RWD)
- Neoadjuvante behandeling
- Ouderen (80+)
- Transplantatiepatiënten
Beschrijving van de resultaten
De EMPOWER-CSCC 1-studie werd beschreven in verschillende artikelen en omvatte in totaal 193 patiënten (Migden 2018 en 2020, Rischin 2020 en 2021). Van 193 patiënten met uitgebreid cPCC vertoonden 89 patiënten een respons op de therapie, dit komt overeen met een ORR van 46% (95% BI: 38,9% tot 53,4%) (Rischin, 2021). Deze resultaten worden later uitgebreider besproken.
Lokaal uitgebreid cPCC
Cemiplimab registratiestudies (Migden 2018 en 2020, Rischin 2021)
EMPOWER-CSCC 1 is een niet-gerandomiseerde fase II-multicenterstudie bij volwassen patiënten met een lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cPCC. Om voor inclusie in aanmerking te komen dienden patiënten een ECOG-performancestatus van 0-1 te hebben. Patiënten met een auto-immuunziekte, een orgaantransplantatie in de voorgeschiedenis, HIV, hepatitis B of C, of die eerder waren behandeld met PD-1- of PD-L1-remmers, werden geëxcludeerd.
De studie onderzocht de effectiviteit en veiligheid van cemiplimab in de volgende drie studiepopulaties:
| Groep 1: | patiënten met een gemetastaseerd cPCC die werden behandeld met cemiplimab 3 mg/kg elke 2 weken gedurende maximaal 96 weken (wordt later beschreven bij kopje gemetastaseerd cPCC). |
| Groep 2: | patiënten met lokaal uitgebreide cPCC die werden behandeld met cemiplimab 3 mg/kg elke 2 weken gedurende maximaal 96 weken. |
| Groep 3: | patiënten met gemetastaseerd cPCC die werden behandeld met cemiplimab 350 mg (flat-fixed dose) elke 3 weken gedurende 54 weken (met de mogelijkheid om tot 96 weken met de behandeling door te gaan) (wordt later beschreven bij kopje gemetastaseerd cPCC). |
| Groep 4: | Later is een vierde studiegroep opgezet; 63 volwassen patiënten met een uitgebreid cPCC of gemetastaseerde cPCC werden geïncludeerd in deze groep. Patiënten in groep 4 ontvingen cemiplimab 600 mg i.v. elke 4 weken gedurende maximaal 48 weken. (Rischin, 2024). |
Groep 2
Inclusie van patiënten met een lokaal uitgebreid cPCC (groep 2) vond plaats tussen juni 2016 en april 2018. De mediane follow-up was 9,3 maanden. In groep 2 werden 78 patiënten met lokaal uitgebreid cPCC behandeld met cemiplimab 3 mg/kg elke 2 weken gedurende maximaal 96 weken. In de effectiviteitsanalyse werd bij 34 van de 78 patiënten een objectieve respons middels onafhankelijke centrale beoordeling gerapporteerd (ORR: 44% (95%-BI: 32-55)). 10 patiënten (13%) vertoonden een complete respons en 24 patiënten (31%) een partiële respons. Progressie van ziekte werd bij negen patiënten (12%) waargenomen. Een respons werd in de meeste patiënten al bij de evaluatie na 4 weken waargenomen.
De mediane responsduur middels onafhankelijke centrale beoordeling was nog niet bereikt. Het percentage patiënten dat een respons vertoonde tijdens de evaluatie op 6 maanden was 68% (geen 95%BI). De mediane ziekteprogressievrije overleving was nog niet bereikt. De ziekteprogressievrije overleving op 12 maanden was 58% (95%-BI: 44-70). De overleving op 12 maanden was 93% (95%BI: 84-97). De patiënten kregen een mediaan aantal doses cemiplimab van 17 (1-35).
Door Rischin et al. (2021) wordt de langere follow-up data (mediane follow-up groep 2: 15.5 maanden, range: 0.8–35.6) van deze studiepopulatie beschreven. Zij rapporteerden een ORR van 44,9% (95%-BI: 33,6-56,6), met een mediane responsduur die nog niet was bereikt (95%-BI: 18,4-niet bereikt). Het percentage patiënten dat een respons vertoonden op 12 maanden was 83,2% (95%BI: 64,1-92,7).
Veiligheidsanalyse groep 2
78 patiënten met een lokaal uitgebreid cPCC werden meegenomen in de veiligheidsanalyse. Deze patiënten hadden allen minstens één dosis cemiplimab gekregen. In 99% van de patiënten werd ten minste één adverse event gerapporteerd. Deze adverse events waren meestal mild van aard (graad 1-2). De meest voorkomende bijwerkingen waren moeheid (42%), diarree (27%), jeuk (27%) en misselijkheid (22%). 44% van de patiënten ondervonden ernstige bijwerkingen (graad 3-4). De meest voorkomende ernstige bijwerkingen waren hypertensie (8%) en pneumonie (5 %). Zes patiënten (8%) staakten de behandeling vroegtijdig in verband met bijwerkingen. Het aantal behandel gerelateerde bijwerkingen graad 1-2 was 61 (78%), graad 3 was 8 (10%), graad 4 was 2 (3%) en graad 5 was 1 (1%) (Migden, 2020).
Twee patiënten kwamen te overlijden: één ten gevolge van een infectieuze pneumonie die niet werd beschouwd als een aan de behandeling gerelateerde complicatie en één aan een aspiratiepneumonie die wel werd gerelateerd aan de behandeling met cemiplimab.
Gemetastaseerd cPCC
Cemiplimab registratiestudies (Migden 2018, Rischin 2020 en 2021)
In de EMPOWER-CSCC 1 studie werden ook patiënten met gemetastaseerd cPCC geïncludeerd. Hieronder volgen de resultaten voor deze patiëntpopulatie.
Inclusie van patiënten met een gemetastaseerd cPCC vond plaats tussen maart 2016 en januari 2017 in groep 1 en tussen juli 2017 en maart 2018 in groep 3. De mediane follow-upduur was 16,5 maanden voor groep 1 en 8,1 maanden voor groep 3. De mediane behandelduur was 65 weken in groep 1 en 34 weken in groep 3.
Groep 1
In groep 1 werden in totaal 59 patiënten met een gemetastaseerd cPCC behandeld met cemiplimab 3 mg/kg elke 2 weken gedurende maximaal 96 weken. In de effectiviteitsanalyse werd bij 29 van de 56 patiënten een objectieve respons gerapporteerd (ORR: 49,2 procent, 95% BI: 35,9-62,5). 10 patiënten vertoonden een complete respons (17%) en 19 patiënten een partiële respons (32%). Progressie van ziekte werd waargenomen bij 10 patiënten (17%). Een respons werd in de meeste patiënten al bij de evaluatie na 4 weken waargenomen.
De mediane responsduur middels onafhankelijke centrale beoordeling was bij publicatie nog niet bereikt en dus niet gerapporteerd. Het percentage patiënten met een initiële respons die een respons vertoonde op 12 maanden was 88,9 procent (95%BI: 69,3-96,3). De mediane (centraal beoordeelde) ziekteprogressievrije overleving was niet bereikt (95% BI: 6,8-niet bereikt). De ziekteprogressievrije overleving op 12 maanden was 52,9% (95% BI: 39,0-65,0). De overleving op 12 maanden was 81,3% (95%-BI: 68,7-89,2). De patiënten kregen een mediaan aantal doses cemiplimab van 31 (range 1-48).
Door Rischin et al. (2021) wordt de additionele follow-up data (mediane follow-up groep 1: 18.5 maanden, range: 1.1–36.1) van deze studiepopulatie beschreven. Zij rapporteerden een ORR van 50,8% (95%-BI: 37,5-64,1), met een mediane responsduur die nog niet was bereikt (95%-BI: 20,7 maanden-niet bereikt). Het percentage patiënten met een initiële respons die een respons vertoonde op 12 maanden was 89,5 procent (95%BI: 70,9-96,5).
Groep 3
In groep 3 werden 56 patiënten met een gemetastaseerd cPCC behandeld met cemiplimab 350 mg elke 3 weken gedurende maximaal 54 weken (met eventuele verlenging tot 96 weken).
In de effectiviteitsanalyse werd bij 23 van de 56 patiënten een objectieve respons middels onafhankelijke centrale beoordeling gerapporteerd (ORR: 41,1 procent, 95%BI: 28,1-55,0). 3 patiënten (5,4%) vertoonden een complete respons en 20 patiënten (35,7%) een partiële respons. Progressie van ziekte werd waargenomen bij 14 patiënten (25%). Een respons werd in de meeste patiënten al bij de evaluatie na 4 weken waargenomen. De mediane responsduur middels onafhankelijke centrale beoordeling was nog niet bereikt en dus niet gerapporteerd. Het percentage patiënten met een initiële respons die een respons vertoonde op 8 maanden was 95% (95%-BI: 69,5-99,3).
De mediane (centraal beoordeelde) ziekteprogressievrije overleving was niet bereikt (95%-BI: 3,6-niet bereikt). De ziekteprogressievrije overleving op 12 maanden was 47,4% (95%BI: 29,6-63,3). De overleving op 12 maanden was 76,1% (95%-BI: 56,9-87,6). De patiënten kregen een mediaan aantal doses cemiplimab van 12 (range 1-20).
Door Rischin et al. (2021) wordt de langere follow-up data (mediane follow-up groep 3: 17.3 maanden, range: 0.6-26.3) van deze studiepopulatie beschreven. Zij rapporteerden een ORR van 42,9% (95%BI: 29,7-56,8), met een mediane responsduur die nog niet was bereikt (95%-BI: niet bereikt-niet bereikt). Het percentage patiënten met een initiële respons die een respons vertoonde op 12 maanden was 91,7 procent (95%-BI: 70,6-97,8).
Veiligheidsanalyse groep 1 en 3
115 patiënten met gemetastaseerd cPCC werden meegenomen in de veiligheidsanalyse. Deze patiënten hadden allen minstens 1 dosis cemiplimab gekregen. In 98% van de patiënten werden één of meerdere adverse events gerapporteerd. Deze adverse events waren meestal van graad 1-2. De meest voorkomende bijwerkingen waren moeheid (27%), diarree (24%) en misselijkheid (21%). 45% van de patiënten ondervonden ernstige bijwerkingen (graad 3-4). De meest voorkomende ernstige bijwerkingen waren anemie (6%), moeheid (4%) en pneumonitis (3%). Aan de behandeling gerelateerde toxiciteit trad op bij 12-14% van de patiënten (Migden, 2018 en Rischin, 2020).
In totaal drie patiënten (5%) uit groep 3 staakten de behandeling vroegtijdig in verband met bijwerkingen: weefselnecrose graad 3, lethargie graad 2 en psoriasis graad 3. In totaal zes patiënten uit groep 1 (10%) staakten de behandeling vroegtijdig in verband met bijwerkingen. Eén patiënt in groep 3 kwam te overlijden ten gevolge van een arteriële bloeding uit de tumor; dit werd niet beschouwd als een aan de behandeling gerelateerde complicatie.
Verlengde doseringsinterval van cemiplimab in uitgebreide cPCC
Verlengde dosering cemiplimab (Rischin, 2024)
In de eerder beschreven studie van Rischin, 2021 is later een vierde studiegroep opgezet: 63 volwassen patiënten met een uitgebreid cPCC of gemetastaseerde cPCC werden geïncludeerd in deze groep. Patiënten in groep 4 ontvingen cemiplimab 600 mg i.v. elke 4 weken gedurende maximaal 48 weken. (Rischin, 2024).
Groep 4
Patiënten werden van november 2018 tot oktober 2019 geïncludeerd in groep 4 indien er sprake was van een lokaal uitgebreid cPCC (n=24) of gemetastaseerd cPCC (n=39). De in- en exclusiecriteria waren hetzelfde als in de voorgaande groepen (groep 1-3). De mediane follow-up was 22,4 maanden. Van de 63 patiënten voltooide 43% (n=27) de geplande 48 weken behandeling en 57% (n=36) is vroegtijdig met de behandeling gestopt. De redenen voor staken waren o.a. ziekteprogressie (22%, n=14), AE’s (16%, n=10, waarvan zeven mogelijk gerelateerd aan behandeling waren), overlijden (10%, n=6, waarvan één mogelijk gerelateerd aan behandeling), door de arts besloten (2%, n=1), door de patiënt besloten (3%, n=2), terugtrekken van consent (2%, n=1) en andere redenen (8%, n=5).
De effectiviteitsanalyse volgens de onafhankelijke centrale beoordeling (ICR) was de ORR 62% (n=39; 95% BI: 49% tot 74%), waarbij 22% (n=14) van de patiënten een complete respons bereikte en 40% (n=25) een gedeeltelijke respons. De geschatte kans op een aanhoudende respons na 12 maanden was echter 84% (95% CI: 68% tot 93%). Het ziektecontrolepercentage was 78% (n=49; 95% CI: 66% tot 87%), en het percentage duurzame ziektecontrole was 76% (95% CI: 64% tot 86%). De mediane progressievrije overleving (PFS) volgens ICR en de mediane algehele overleving (OS) werden niet bereikt. Kaplan-Meier-schattingen van progressievrije overleving en de kans op algehele overleving na 12 maanden waren respectievelijk 65% (95% CI: 51% tot 76%) en 73% (95% CI: 60% tot 83%).
Veiligheidsanalyse
In totaal 52 patiënten (83%) hadden ten minste één behandelingsgerelateerde bijwerking, waarvan 10 patiënten (16%) ten minste één bijwerking van graad ≥3 hadden. De meest voorkomende behandelingsgerelateerde bijwerkingen van elke graad waren jeuk, vermoeidheid en huiduitslag. Immuungerelateerde bijwerkingen, beoordeeld door de onderzoeker, werden gerapporteerd bij 48 patiënten (76%), waarvan 10 patiënten (16%) bijwerkingen van graad ≥3 hadden. De meest voorkomende immuungerelateerde bijwerkingen, die bij ten minste 15% van de patiënten voorkwamen, waren jeuk en huiduitslag (online aanvullende tabel S3).
Alle patiënten ervoeren ten minste één adverse event, inclusief 34 patiënten (54%) die ten minste één bijwerking van graad ≥3 hadden. Deze adverse events, leidden tot overlijden bij zes patiënten (10%); deze omvatten elk één geval van pneumonie, sepsis, een cerebrovasculair accident, een myocardinfarct, een niet-gespecificeerde longstoornis en encefalopathie. Alleen de encefalopathie werd door onderzoekers als behandelingsgerelateerd beschouwd.
Langetermijn analyse EMPOWER-CSCC-1 (gecombineerde groepen)
Cemiplimab (Hughes, 2024)
In navolging van de eerder beschreven EMPOWER-CSCC-1 studie is een laatste lange-termijn analyse verschenen waarin groep 1, 2 en 3 (follow-up tot 43,4 maanden) én een primaire analyse van (de nieuwe) groep 6 werden beschreven (Hughes, 2024). In de nieuwe groep 6 werden patiënten met lokaal uitgebreid en gemetastaseerd cPCC geïncludeerd die fixed-dose cemiplimab ontvingen in dezelfde dosering als groep 3. Groep 6 is opgezet als bevestigend cohort en deze patiënten werden opgevolgd tot 19,5 maanden vanaf de datum van eerste gift cemiplimab.
In totaal werden 360 patiënten met gevorderd cPCC geïncludeerd in de groepen 1 tot en met 3 (groep 1, n=59; groep 2, n=78; groep 3, n=56) en groep 6 (n=167). De gemiddelde leeftijd in groep 6 was 76 jaar en de mediane follow up was 8,7 maanden.
In groep 6 was de ORR 44,8% (95% BI: 37,1 tot 52,8), vergelijkbaar met de ORR van 47,2% voor groep 1-3 (95% BI: 39,9-54,4). De mediane tijd tot CR voor patiënten (n=9) in groep 6 was 4,17 maanden (range, 2,0-14,5), wat korter is dan de tijd tot CR van 11,3 maanden (range, 1,8-22,8) voor patiënten (n=33) in groep 1-3.
De geschatte kans op een aanhoudende respons na 12 maanden in groep 1-3 was 88,3% (95% BI: 79,3-93,5) en voor groep 6 was de geschatte kans op een aanhoudende respons na 12 maanden 81,6% (95% BI: 62,5-91,6).
In groep 6, de mediane PFS was 14,7 maanden (95% BI: 10,4-niet te evalueren [NE]) en de mediane PFS in groep 1-3 was 22,1 maanden (95% BI: 10,4-32,3).
Veiligheidsanalyse
In groep 6 had 98,8% van de patiënten een niet specifiek-behandeling gerelateerde bijwerking en in groep 1-3 99,5%. Specifieke behandeling gerelateerde bijwerkingen zijn niet beschreven in de studie. In groep 6 staakten 23 patiënten (13,9%) de behandeling door deze bijwerkingen en in groep 1-3 waren dit 20 patiënten (10,4%).
Over het algemeen toonde de primaire analyse van groep 6 een consistente veiligheid en werkzaamheid in vergelijking met de uiteindelijke analyse van groepen 1-3.
Real world data
Cemiplimab (Verkerk, 2024)
In navolging van de studie van Migden et al. (2018) zijn in Nederland in het kader van het Drug Access Protocol (DAP) tussen februari 2021 en december 2022 151 patiënten (mediane leeftijd: 78, IQR: 72.0, 83.0) met lokaal gevorderd (n=52, 45%) of gemetastaseerde (n=99, 65.6%) cPCC’s behandeld met cemiplimab 350 mg per 3 weken. Van de 151 patiënten hadden 118 patiënten (78,1%) meetbare ziekte op baseline. Overige patiënten (n=33, 21.9%) hadden ziekte waarbij de tumorgrootte niet meetbaar was.
82 van de 151 patiënten had ≥ 16 weken een bevestigde complete respons, partiële respons of stabiele ziekte, dit resulteerde in een objectief klinisch voordeelpercentage (CBR) van 54,3% (95% BI, 46,0–62,4), met een ORR van 35,1% (95% BI, 27,5–43,3). De mediane PFS en OS waren respectievelijk 12,2 maanden (95% BI, 7,0-NR) en 24,2 maanden (95% BI, 18,8-NR).
In totaal bereikten 53 patiënten een bevestigde partiële respons of complete respons, resulterend in een ORR van 35,1% (95% BI: 27,5–43,3) over het gehele cohort. Wanneer alleen gekeken wordt naar patiënten met een meetbare ziekte, die zowel een partiële als complete respons konden bereiken in plaats van alleen complete respons, waren er 48 patiënten met een bevestigde partiële of complete respons, resulterend in een ORR van 40,7% (95% BI, 31,7-50,1).
De kans op behoud van progressievrije overleving na 12 maanden en 18 maanden staken van de behandeling was respectievelijk 94,1% (95% BI, 83,6–100) en 80,7% (95% BI, 58,3–100). De belangrijkste reden voor het definitief stopzetten van de behandeling was ziekteprogressie (54 van de 93 (58.1%) patiënten stopten met de behandeling). Overige redenen waren het optreden van behandeling gerelateerde bijwerkingen of overlijden.
In totaal warden er 86 adverse events met een graad 3 of hoger gerapporteerd in 45 van de 151 patiënten (29,8%). 42 van deze adverse events (bij 28 van de 151 patiënten, 18,5%) werden aan de behandeling toegeschreven. De meest gerapporteerde aan de behandeling gerelateerde adverse event was het afstoten van een niertransplantatie (n=4, 9.5%). Andere vaker genoemde aan de behandeling gerelateerde adverse events waren hypertensie (n=3, 4,8%) en een verhoogd gamma-GT (n=3, 4,8%). Adverse events met een fatale afloop werden gerapporteerd bij 3 patiënten: één patiënt overleed onverwachts in zijn slaap door een onbekende oorzaak, één patiënt kreeg graad 5 wanen, waarschijnlijk aan de behandeling gerelateerd, en een andere patiënt had een graad 4 neutropenie, mogelijk gerelateerd aan de behandeling. Deze laatst genoemde patiënt was echter ook bekend met een chronisch lymfatische leukemie.
Neoadjuvante therapie
Cemiplimab (Gross, 2022 en 2023 en Ferrarotto, 2021 en 2023)
Gross et al. (2022) voerden een niet-gerandomiseerde multicenter fase 2 studie uit naar de effectiviteit van cemiplimab als neo-adjuvante therapie in volwassenen met een resectabel stadium II, III of IV (M0) cPCC. Patiënten kregen cemiplimab 350mg elke 3 weken voor een maximum van 4 doseringen (voor de chirurgische ingreep met een curatieve intentie). De therapie werd gestaakt wanneer er onacceptabele bijwerkingen optraden, er sprake was van ziekteprogressie en als patiënten zelf wilde stoppen met de behandeling. Tumormetingen werden op week 6 en week 12 uitgevoerd middels CT en/of MRI.
In totaal werden er 79 patiënten geïncludeerd die behandeld werden met cemiplimab. Een pathologisch complete respons werd waargenomen in 40 patiënten (51%, 95%BI 39-62). Een pathologisch goede respons, gedefinieerd als de aanwezigheid van 10% tumormateriaal in het chirurgische materiaal, werd waargenomen in 10 patiënten (13%, 95%BI 6-22). Een objectieve respons op basis van de beeldvorming werd waargenomen in 54 patiënten (68%, 95%BI 57-78). Adverse events die werden toegeschreven aan de behandeling werden waargenomen in 57 patiënten (72%). Moeheid (28%), maculopapuleuze huiduitslag (14%) en diarree (11%) werden het meest waargenomen. Vier serieuze adverse events leidden tot een fatale uitkomst. Bij één patiënt met een exacerbatie van hartfalen werd dit toegeschreven aan de behandeling. De overige drie fatale adverse events werden door de onderzoekers niet toegeschreven aan de behandeling.
Gross et al. (2023) hebben daarnaast de follow-up en overlevingsuitkomsten beschreven. De mediane follow-up was 18,7 maanden (interkwartielafstand van 15,6-22,1) voor alle 79 patiënten. De geschatte 12 maanden event-vrije overleving was 89% (95% BI: 79-94) voor alle patiënten. Geen van 40 patiënten met een pathologische complete respons en één (10%) van 10 patiënten met een grote pathologische respons hadden een recidief. Negen van de 79 patiënten (11%) zijn overleden, met een geschatte algehele overleving na 12 maanden van 92% (95% CI 83–96).
Van de 16 patiënten die adjuvante behandeling met cemiplimab kregen, ervoeren 4 patiënten (25%) graad 3 bijwerkingen (niet specifiek behandeling gerelateerd). Er werden verder geen graad 4 bijwerkingen of behandelingsgerelateerde sterfgevallen gerapporteerd. Van de 79 patiënten die ten minste één dosis neoadjuvante cemiplimab kregen, waren er geen nieuwe
veiligheidssignalen.
Ferrarotto et al. (2021) voerden een niet-gerandomiseerde single-center fase 2 studie uit naar de effectiviteit van cemiplimab als neo-adjuvante therapie in volwassenen met een resectabel stadium III-IV cPCC. Patiënten kregen cemiplimab 350mg elke 3 weken voor een maximum van 2 cycli (voor de chirurgische ingreep met een curatieve intentie). De chirurgische ingreep was gepland ≥21 dagen na de tweede gift cemiplimab.
Beeldvorming van de nek (CT of MRI) en borstkas (CT of PET-CT), fotografie van het tumorgebied voor patiënten met een primaire tumor en afname van monsters werden uitgevoerd op de baseline en na voltooiing van neo-adjuvante immuuntherapie.
In totaal werden er 20 patiënten geïncludeerd die behandeld werden met cemiplimab. De ORR per RECIST (Response Evaluation Criteria in Solid Tumors) was 30% (6 van 20 patiënten: 95% BI; 11,9-54,3). In totaal 70% (14 van 20 patiënten; 95% CI; 45,7-88,1) bereikten een pathologisch complete respons (11, 55%) of een pathologisch goede respons (3, 15%) (gedefinieerd als de aanwezigheid van 10% tumormateriaal in het chirurgische materiaal).
Na 12 maanden was de ziekte-specifieke overlevingskans (DSS) 95% (95% BI: 85,9–100), de ziektevrije overlevingskans (DFS) 89,5% (95% BI: 76,7–100), en de algehele overlevingskans (OS) 95% (95% BI: 85,9–100).
Ferrarotto et al. (2023) beschreven een secundaire analyse van deze fase 2 studie. Patiënten met een pathologische complete respons (pCR) of een goede pathologische respons (MPR; ≤10% tumormateriaal) werden geclassificeerd als responders, en alle andere patiënten werden geclassificeerd als non-responders.
Bij een mediane follow-up duur van 42,3 maanden (range, 7,7-50,6) zijn 17 patiënten (85%) ziektevrij gebleven en 3 (15%) hadden een recidief. Van de responders (15 patiënten, 75%), had geen enkele patiënt een recidief (één patiënt overleed door een andere oorzaak). Van de 5 non-responders (25%) ontwikkelden drie een recidief.
Voor het gehele cohort was de DFS en eventvrije overleving 83,9% (95% BI: 68,7-100,0).
Ouderen (80+)
Cemiplimab (Yakobsen 2023, Denaro 2023, Strippoli (2021)
Yakobsen et al. (2023) voerden een retrospectieve studie uit om patiënten ouder dan 75 jaar met lokaal gevorderde of gemetastaseerde cPCC te analyseren. Patiënten (n=35) werden behandeld met PD-1-remmers (cemiplimab of pembrolizumab) tussen 2020 en 2022. De respons en bijwerkingen werden beoordeeld met iRECIST-criteria, en gegevens werden verzameld via medische dossiers.
De mediane leeftijd was 83 jaar oud. De follow-up was gemiddeld 35,6 maanden.
De PFS was 8,94 maanden (10,62 maanden bij immuungecompromitteerde patiënten vs. 7,52 bij immuuncompetente patiënten). Het ziektecontrolepercentage was 91%, met een volledige respons (CR) van 17% (waarvan 1 van 6 patiënten pembrolizumab kreeg), een gedeeltelijke respons (PR) van 51% (waarvan 2 van 18 patiënten pembrolizumab kregen) en stabiele ziekte (SD) van 23%.
Behandeling-gerelateerde bijwerkingen werden door 86% (n=30) van de patiënten ervaren, meestal van graad 1-2, zonder behandeling gerelateerde sterfgevallen. Geen enkele patiënt stopte de behandeling door de behandeling gerelateerde bijwerkingen. De behandeling werd over het algemeen goed verdragen.
Denaro et al. (2023) voerden in een tertiair centrum een retrospectieve observatiestudie uit om de effectiviteit en veiligheid van cemiplimab te evalueren bij ultra-octogenarian patiënten (≥ 90 jaar) met lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cPCC. Real-world gegevens van 20 patiënten die tussen januari 2020 en mei 2023 met Cemiplimab werden behandeld, zijn geanalyseerd. De patiënten ondergingen een multidisciplinaire beoordeling en een geriatrische evaluatie, waaronder de G8-score en FRAIL-schaal.
De mediane leeftijd was 86,9 jaar (bereik: 80-103 jaar). De meerderheid had meerdere comorbiditeiten en polyfarmacie. De algehele respons was 65%, met 15% complete respons (n=3) en 50% gedeeltelijke respons (n=10). De mediane duur van respons was 14 maanden. Er werden geen behandeling gerelateerde bijwerkingen van graad 3 of hoger gemeld. Bijwerkingen van graad 2, zoals diarree en vermoeidheid, kwamen bij 25% van de patiënten voor.
Behandeling werd goed verdragen, met slechts 10% die stopte vanwege niet-behandeling gerelateerde complicaties (één heupfractuur en één hartfalen).
Strippoli et al. (2021) voerden een retrospectieve cohortstudie uit in een centrum in Italië. Er werden 30 oudere patiënten geïncludeerd die behandeld werden met cemiplimab voor lokaal gevorderde (n=25) of gemetastaseerde cPCC (n=5).
De mediane leeftijd was 81 jaar en een hoog percentage was kwetsbaar (83%). Klinische resultaten, toxiciteit, en hematologische parameters werden geëvalueerd. Behandeling met cemiplimab werd gegeven in een dosis van 350 mg elke 21 dagen, tot progressie of onaanvaardbare toxiciteit optrad. De mediane PFS was 16 maanden; 58% (n=17) van de patiënten had geen ziekteprogressie bij 10 maanden follow-up. De mediane tijd tot respons was 2 maanden (range, 1-5).
Objectieve respons trad op in 23 (77%, 95% BI: 58-90) patiënten, hiervan hadden 9 (30%, 95% BI: 14-46) een CR en 14 (47%, 95% BI: 29-65) een PR. De behandeling werd over het algemeen goed verdragen. De vaak gemelde bijwerkingen waren huidtoxiciteit (33%) en vermoeidheid (23%). Drie patiënten (10%) hadden graad 3-4 behandeling gerelateerde toxiciteit. Twee patiënten staakten de behandeling door behandeling gerelateerde toxiciteit.
Transplantatiepatiënten
Cemiplimab (Hanna 2024)
Hanna et al. (2024) voerden een fase 1, single arm studie uit om de veiligheid en effectiviteit van cemiplimab bij niertransplantatiepatiënten met gevorderde cutane plaveiselcelcarcinomen te evalueren. Niertransplantatiepatiënten worden vaak uitgesloten van immunotherapie vanwege het risico op afstoting van het getransplanteerde orgaan. De primaire uitkomstmaat was het percentage nierafstoting, terwijl secundaire eindpunten de antitumorrespons, de overleving en de duur van de respons omvatten.
Om dit risico te beperken, werd een behandelstrategie ontwikkeld waarbij 12 patiënten overstapten op een mTOR-remmer (sirolimus of everolimus) en een gestructureerd corticosteroïdenschema, waarna ze 350 mg cemiplimab i.v. kregen, eenmaal per drie weken, gedurende maximaal 2 jaar. Iedere 8 weken werd geëvalueerd met beeldvorming en monitoring van de nierfunctie en bijwerkingen.
Er waren geen gevallen van nierafstoting of transplantaatverlies. Vijf van de 11 beoordeelbare patiënten (46%) vertoonden een respons (3 complete responsen en 2 partiële responsen). De mediane progressievrije overleving was 22,5 maanden, en na drie maanden was 72% van de patiënten nog in leven. Hoewel graad 3 of ernstigere bijwerkingen voorkwamen bij vijf patiënten (42%), waaronder diarree, infecties en metabole stoornissen, werd slechts één sterfgeval gerapporteerd als gevolg van angio-oedeem en anafylaxie, waarschijnlijk veroorzaakt door de mTOR-remmer.
De resultaten suggereren dat de combinatie van een mTOR-remmer en corticosteroïden een veilige en effectieve strategie kan zijn om nierafstoting te voorkomen bij patiënten die immunotherapie ontvangen, terwijl het ook een significante antitumorrespons oplevert. Verdere studies met grotere cohorten zijn echter nodig om deze bevindingen te bevestigen.
Zoeken en selecteren
Voor de zoekactie heeft de werkgroep zich gericht op cemiplimab, omdat dit geneesmiddel tot op heden de enige door EMA geregistreerde immunotherapie is voor deze patiëntpopulatie.
Om de uitgangsvraag te beantwoorden is een systematische literatuuranalyse uitgevoerd. Voor dit onderzoek is de volgende PICO opgesteld:
| P: | Patiënten met een lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cPCC (histologisch bevestigd) |
| I: | Immunotherapie (cemiplimab) |
| C: | Chirurgie/ RT en/of overige therapieën, afwachtend/ expectatief beleid |
| O: | Zie hieronder weergegeven |
De werkgroep definieerde de uitkomstmaten als volgt en hanteerde de in de studies gebruikte definities.
Primair (cruciaal):
- Respons (objectieve respons ratio (ORR), ziektevrije overleving (PFS), afstandsmetastase vrije overleving, overleving (OS),)
- Bijwerkingen
Secundair (belangrijk):
- Functioneel resultaat
- Kwaliteit van leven
Er werd een systematische zoekstrategie uitgevoerd in de elektronische databases Embase en Medline. De zoekstrategie is toegevoegd in bijlage 2. Studies werden geïncludeerd wanneer deze overeenkwamen met de elementen van de PICO en aan de volgende in- en exclusiecriteria voldeden:
Inclusie:
- Vergelijkend onderzoek
Single-arm studies zonder controlegroep worden ook beschreven aangezien er zeer weinig gerandomiseerde studies zijn uitgevoerd naar deze behandeling. De werkgroep heeft deze single-arm studies als onmisbaar beschouwd om de overwegingen te vormen. Deze studies zijn echter niet geschikt om te beoordelen middels GRADE.
Referenties
- Verkerk, K., Geurts, B. S., Zeverijn, L. J., van der Noort, V., Verheul, H. M. W., Haanen, J. B. A. G., van der Veldt, A. A. M., Eskens, F. A. L. M., Aarts, M. J. B., van Herpen, C. M. L., Jalving, M., Gietema, J. A., Devriese, L. A., Labots, M., Barjesteh van Waalwijk van Doorn-Khosrovani, S., Smit, E. F., & Bloemendal, H. J. (2024). Cemiplimab in locally advanced or metastatic cutaneous squamous cell carcinoma: prospective real-world data from the DRUG Access Protocol. The Lancet regional health. Europe, 39, 100875. https://doi.org/10.1016/j.lanepe.2024.100875
- Adviezen Commissie BOM – Cemiplimab voor lokaal gevorderd of gemetastaseerd plaveiselcelcarcinoom van de huid, 24-06-2022. Beschikbaar via: https://www.nvmo.org/bom/cemiplimab-voor-lokaal-gevorderd-of-gemetastaseerd-plaveiselcelcarcinoom-van-de-huid/?meta
- European Public Assessment Report EPAR Medicine overview Libtayo (cemiplimab) – 17-5-2023, beschikbaar via: https://www.ema.europa.eu/en/documents/overview/libtayo-epar-medicine-overview_en.pdf
- Gross, N. D., Miller, D. M., Khushalani, N. I., Divi, V., Ruiz, E. S., Lipson, E. J., Meier, F., Su, Y. B., Swiecicki, P. L., Atlas, J., Geiger, J. L., Hauschild, A., Choe, J. H., Hughes, B. G. M., Schadendorf, D., Patel, V. A., Homsi, J., Taube, J. M., Lim, A. M., Ferrarotto, R., … Rischin, D. (2022). Neoadjuvant Cemiplimab for Stage II to IV Cutaneous Squamous-Cell Carcinoma. The New England journal of medicine, 387(17), 1557–1568. https://doi.org/10.1056/NEJMoa2209813
- Keohane, S G et al. “British Association of Dermatologists guidelines for the management of people with cutaneous squamous cell carcinoma 2020.” The British journal of dermatology vol. 184,3 (2021): 401-414. doi:10.1111/bjd.19621
- Migden MR, Khushalani NI, Chang ALS, et al. Cemiplimab in locally advanced cutaneous squamous cell carcinoma: results from an open-label, phase 2, single-arm trial. Lancet Oncol, 2020; 21: 294–305
- Migden, M. R., Rischin, D., Schmults, C. D., Guminski, A., Hauschild, A., Lewis, K. D., Chung, C. H., Hernandez-Aya, L., Lim, A. M., Chang, A. L. S., Rabinowits, G., Thai, A. A., Dunn, L. A., Hughes, B. G. M., Khushalani, N. I., Modi, B., Schadendorf, D., Gao, B., Seebach, F., Li, S., … Fury, M. G. (2018). PD-1 Blockade with Cemiplimab in Advanced Cutaneous Squamous-Cell Carcinoma. The New England journal of medicine, 379(4), 341–351. https://doi.org/10.1056/NEJMoa1805131
- NVDV-standpunt Cemimplimab – maart 2020, beschikbaar via: https://nvdv.nl/storage/app/media/nvdv-standpunt-cemiplimab-domeingroep-oncologie-ntvdv-2020-03.pdf
- Products for Human Use (CHMP); 26 April 2019
- -report_en.pdf; EMA/CHMP/368468/2019; Committee for Medicinal
- Rischin, D., Khushalani, N. I., Schmults, C. D., Guminski, A., Chang, A. L. S., Lewis, K. D., Lim, A. M., Hernandez-Aya, L., Hughes, B. G. M., Schadendorf, D., Hauschild, A., Thai, A. A., Stankevich, E., Booth, J., Yoo, S. Y., Li, S., Chen, Z., Okoye, E., Chen, C. I., Mastey, V., … Migden, M. R. (2021). Integrated analysis of a phase 2 study of cemiplimab in advanced cutaneous squamous cell carcinoma: extended follow-up of outcomes and quality of life analysis. Journal for immunotherapy of cancer, 9(8), e002757. https://doi.org/10.1136/jitc-2021-002757
- Rischin, D., Migden, M. R., Lim, A. M., Schmults, C. D., Khushalani, N. I., Hughes, B. G. M., Schadendorf, D., Dunn, L. A., Hernandez-Aya, L., Chang, A. L. S., Modi, B., Hauschild, A., Ulrich, C., Eigentler, T., Stein, B., Pavlick, A. C., Geiger, J. L., Gutzmer, R., Alam, M., Okoye, E., … Guminski, A. (2020). Phase 2 study of cemiplimab in patients with metastatic cutaneous squamous cell carcinoma: primary analysis of fixed-dosing, long-term outcome of weight-based dosing. Journal for immunotherapy of cancer, 8(1), e000775. https://doi.org/10.1136/jitc-2020-000775
Evidence tabellen
Overzicht van geëxcludeerde studies
|
Artikel |
Reden van exclusie |
|
Averbuch (2023) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Israël |
|
Baggi (2021) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Italië |
|
Challapalli (2024) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD UK |
|
Cowey (2020) |
Geen vergelijkend onderzoek |
|
Faoro (2024) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Italië |
|
Ge (2024) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD USA |
|
Hanna (2020) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD UK |
|
Hasmat (2023) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Australië |
|
Hober (2021) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Frankrijk |
|
In (2021) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD USA (Californië) |
|
Koch (2023) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Canada |
|
Kuzmanovszki (2023) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Hongarije |
|
McLean (2024) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Australië |
|
McLean II (2024) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Australië bij ouderen |
|
Picavia (2024) |
Betreft een letter to the editor, RWD USA |
|
Ríos-Viñuela (2022) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Spanje |
|
Salzmann (2020) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Duitsland |
|
Strum (2024) |
Geen vergelijkend onderzoek, RWD Canada |
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 27-01-2026
Beoordeeld op geldigheid : 27-01-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Samenstelling van het cluster
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Dit cluster bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante organisaties die betrekking hebben op de zorg voor patiënten met cutane maligniteiten.
Het cluster Cutane Maligniteiten bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden worden indien nodig gevraagd om hun expertise in te zetten voor een specifieke richtlijnmodule. Het cluster Cutane Maligniteiten bestaat uit de volgende personen:
Clusterstuurgroep
|
Clusterstuurgroepleden – 2024-2025 |
Vereniging |
|
Wetenschappelijke verenigingen; |
|
|
E. I. Plasmeijer |
NVDV |
|
K. Mosterd |
NVDV |
|
N. C. Naus |
NOG |
|
D. J. Grünhagen |
NVvH |
|
J. J. Bonenkamp |
NVvH |
|
A. B. Francken |
NVvH |
|
A. J. M. van den Eertwegh |
NIV |
|
K. Hendriks / J. Collette (huidig) |
HUKAS |
Clusterexpertisegroep
|
Expertisegroepleden – 2024-2025 |
Vereniging |
|
Wetenschappelijke verenigingen; |
|
|
E. I. Plasmeijer |
NVDV |
|
K. Mosterd |
NVDV |
|
E. Rácz |
NVDV |
|
Y. S. Elshot |
NVDV |
|
R. van Doorn |
NVDV |
|
N. C. Naus |
NOG |
|
D. J. Grünhagen |
NVvH |
|
J. J. Bonenkamp |
NVvH |
|
A. B. Francken |
NVvH |
|
S. Wilgenhof |
NIV |
|
A. Joosse |
NIV |
|
K. F. Bol |
NIV |
|
E. J. Blok |
NIV |
|
A. J. M. van den Eertwegh |
NIV |
|
M. Jalving |
NIV |
|
W. A. M. Blokx |
NVVP |
|
R. O. B. de Keizer |
NOG |
|
A. Bruining |
NVvR |
|
P. de Graaf |
NVvR |
|
Patiëntenverenigingen; |
|
|
K. Hendriks / J. Collette (huidig) |
HUKAS |
Met ondersteuning van
- Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie, NVDV
- Drs. T. A. Teunissen, arts-onderzoeker richtlijnontwikkeling (vanaf oktober 2024)
- Dr. W. A. van Enst, directeur NVDV en epidemioloog
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle clusterstuurgroepleden en actief betrokken expertisegroepsleden (fungerend als schrijver en/of meelezer bij tenminste één van de geprioriteerde richtlijnmodules) hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een richtlijnmodule worden wijzigingen in belangen aan de projectleider doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. Een overzicht van de belangen van de clusterleden en betrokken expertisegroepsleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep
|
Clusterlid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
E.I. Plasmeijer (NVDV) |
Dermatoloog, Antoni van Leeuwenhoek |
Detachering als dermatoloog LUMC vanuit AVL 1 dag per week, onbetaald Lid richtlijn melanoom, SCC en PeIN, onbetaald Lid bestuur Win-O, onbetaald Lid bestuur SCOPE Europe, onbetaald |
Geen. |
Geen. |
|
K. Mosterd (NVDV) |
Dermatoloog, hoofd afdeling dermatologie MUMC+, hoogleraar onco-dermatologie |
Consultancy Allmiral en Pierre Fabre (betaald] Lid commissie nascholing (onbetaald) Lid stuurgroep huidkanker (onbetaald) Voorzitter en docent landelijke AIOS nascholing COCOM (betaald) Verschillende presentaties voor congressen (dermatologendagen, MKA nascholing, EADO): deels betaald |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek (Diverse ZonMW gesubsidieerde studies verricht op het gebied van huidkanker. Registry hedgehog inhibitors registratie, gefinancieerd doeo Sun Pharma). |
Geen. |
|
N.C. Naus (NOG) |
Oogarts, afdelingshoofd Erasmus MC |
Voorzitter richtlijnencomissie NOG (vacatiegelden) |
Geen. |
Geen. |
|
D.J. Grünhagen (NVvH) |
Chirurg, Erasmus MC |
Bestuurslid NVCO Bestuurslid DMSCG Bestuurslid DSG (sarcomen) VZ richtlijn weke delen tumoren (opgeleverd) Lid richtlijncie melanomen |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek (Projectleider OMIT-trial, gefinancierd door SGS). Niet relevant voor deze richtlijn. PI van 2 recent gepubliceerde studies naar de meerwaarde van resp re-excisie en SN bij dunne melanomen (EJC 2025). |
Geen |
|
J. J. Bonenkamp (NVvH) |
Chirurg, Radboud UMC |
Bestuurslid bij DMTR Bestuurslid bij TFG Raad van Advies van Stichting Melanoom |
Geen. |
Geen. |
|
A.B. Francken (NVvH) |
Chirurg, Isala Zwolle |
Lid richtlijncomissie, FMS Bestuur Nederlandse Werkgroep voor Endocriene Chirurgie Voorzitter werkgroep Audit NVvH Voorzitter weke delen werkgroep Isala Docent module anatomie mamma/axilla (voor)opleiding Heelkunde Lid tumorfocusgroep melanoom, IKNL Lid werkgroep mammacarcinoom, NVCO, sectie kwaliteit Redactieraad Nederlands Tijdschrift voor Heelkunde Reviewer van verschillende wetenschappelijke tijdschriften |
Geen. |
Geen. |
|
A. J. M. van den Eertwegh (NIV) |
Medisch oncoloog, Amsterdam UMC |
Voorzitter DMTR (Dutch Melanoma Treatment registry)(vacatiegeld aan Amsterdam UMC) Deelname aan adviesraad (betaald aan Amsterdam UMC): Bristol-Myers Squibb, MSD Oncology, Ipsen, Pierre Fabre, Janssen Cilag BV |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek (Projectleider INTRIM melanoom studie van IDERA. Projectleider REPOSIT melanoom studie van ROCHE en deelnemer aan DMTR van Novartis, Pierre Fabre, MSD, BMS en ziektekosten) |
Geen. |
|
J. Collette (HUKAS) |
Patiëntvertegenwoordiger De Huidkanker Stichting. |
|
|
|
Clusterexpertisegroep
Tabel 2. Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep
|
Clusterlid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Y.S. Elshot (NVDV) |
Dermatoloog 1) Amsterdam UMC (0,4 FTE), betaald 2) Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis (0,4 FTE), betaald |
Geen |
Geen |
Geen |
|
K.F. Bol (NVDV) |
participeren in de herziening/ontwikkeling van de Cluster Maligniteiten van de huid - vergoeding van vacatiegelden |
Geen |
Geen |
Geen |
|
R. Van Doorn (NVDV) |
Dermatoloog, Leids Universitair Medisch Centrum en Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis |
Onbetaald lid van het bestuur van de European Society for Dermatological Research en de Nederlandse Vereniging voor Experimentele Dermatologie en de Stichting Opsporing Erfelijke Tumoren. |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek verricht (therapie voor naevus en melanoom precursurs, gefinancierd door Stichting Dioraphte. Screens voor nieuwe melanoom precursor therapieën, gefinancierd door Stichting Josephine Nefkens. DNA methylatie biomarkers voor melanoom, gefinancierd door PPS/Health Holland. Preventie en therapie van melanoom bij FAMM syndroom, gefinancierd door Zeldzame Zieken Fonds). |
Geen |
|
W.A.M. Blokx (NVVP) |
Patholoog, UMC Utrecht |
Geen |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek, niet van invloed op richtlijn (projectleider; onderzoek naar toepassing van kunstmatige intelligentie bij diagnosticeren van melanocytaire tumoren. Gefinancierd door Hanarth fonds). |
Geen |
|
E.I. Plasmeijer (NVDV) |
Dermatoloog, Antoni van Leeuwenhoek |
Detachering als dermatoloog LUMC vanuit AVL 1 dag per week, onbetaald Lid richtlijn melanoom, SCC en PeIN, onbetaald Lid bestuur Win-O, onbetaald Lid bestuur SCOPE Europe, onbetaald |
Geen. |
Geen. |
|
K. Mosterd (NVDV) |
Dermatoloog, hoofd afdeling dermatologie MUMC+, hoogleraar onco-dermatologie |
Consultancy Allmiral en Pierre Fabre (betaald] Lid commissie nascholing (onbetaald) Lid stuurgroep huidkanker (onbetaald) Voorzitter en docent landelijke AIOS nascholing COCOM (betaald) Verschillende presentaties voor congressen (dermatologendagen, MKA nascholing, EADO): deels betaald |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek (Diverse ZonMW gesubsidieerde studies verricht op het gebied van huidkanker. Registry hedgehog inhibitors registratie, gefinancieerd doeo Sun Pharma). |
Geen |
|
E. Rácz (NVDV) |
Dermatoloog, Universitair Medisch Centrum Groningen |
Geen |
Geen. Wel extern gefinancierd odnerzoek (Deelname aan studie naar de behandeling van cutaan plaveiselcelcarcinoom met intralesionale immunotherapie; sponsor Regeneron, 1 pt geincludeerd; looptijd maart-december 2025). |
Geen |
|
S. Wilgenhof (NIV) |
Internist-oncoloog in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. Principal investigator: CA224020 studie (ClinicalTrials.gov number, NCT01968109) R3767-ONC-2011 studie (NCT05352672) E2139 (NCT05270044) vorinostat studie (NCT02836548) Subinvestigator: TIL studie (ClinicalTrials.gov number, NCT02278887) NADINA studie (ClinicalTrials.gov number, NCT04949113) safe stop studie safe stop ipi-nivo (NCT05652673) E1325 (NCT02362594) NIVEC studie (NCT04330430) NKTR-214 + nivolumab (NCT03635983) EBIN (NCT03235245) DONIMI (NCT04133948) MASTERKEY-115 (NCT04068181) IOB-013 (NCT05155254) |
Adviesraden: Eisai, Bristol-Myers Squibb, Pierre Fabre, Novartis, Pfizer en Ipsen (betaald aan instituut (AVL)); educatief symposium: MSD en Bristol-Myers Squibb (betaald aan insituut (AVL)) |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek, niet van invloed op richtlijn (EU Horizon 2020 (No 875052): CAPABLE: Pilot study of the eHealth application Cancer Patients Better Life Experience EU (101104801): CARE-1: Optimizing Treatments for Metastatic Renal Carcinoma) |
Geen |
|
K. F. Bol (NIV) |
Participeren in de herziening/ontwikkeling van de Cluster Maligniteiten van de huid - vergoeding van vacatiegelden |
Geen |
Geen. Wel extern gefinancierd onderzoek, niet van invloed op richtlijn |
Geen |
|
M. Jalving (NIV) |
Internist-oncoloog, UMCG |
ESMO climate change task force, onbetaald Richtlijn Melanoom, alleen SKMS vergoeding Richtlijn Endometriumcarcinoom, allen SKMS vergoeding Voorzitter Adviesraad Junior Scientific Masterclass UMCG, onbetaald Deelname adviesraden Pierre Fabre en Regeneron (geld naar UMCG) |
Geen |
Geen |
|
E. J. Blok (NIV) |
Internist-oncoloog, LUMC |
Geen |
Geen |
Geen |
|
R. O. B. de Keizer (NOG) |
Oogarts, oogziekenhuis Rotterdam |
Oogarts, Erasmus MC. |
Geen |
Geen |
|
A. Bruining (NVvR) |
NKI AVL |
Richtlijn revisie commissie |
Geen |
Geen |
|
J. Collette (HUKAS) |
Patiëntvertegenwoordiger De Huidkanker Stichting. |
|
|
|
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door deelname van relevante patiëntenorganisaties aan de need-for-update en/of prioritering. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijnmodule is tevens ter commentaar voorgelegd aan alle relevante patiëntenorganisaties in de stuur- en expertisegroep (zie ‘Samenstelling cluster’ onder ‘Verantwoording’) en aan alle patiëntenorganisaties die niet deelnemen aan de stuur- en expertisegroep, maar wel hebben deelgenomen aan de need-for-update (zie ‘Need-for-update’ onder ‘Verantwoording’). De eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module systemische therapie bij cPCC |
Geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Werkwijze
AGREE
Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).
Need-for-update, prioritering en uitgangsvragen
Tijdens de need-for-update fase (december, 2023) inventariseerde het cluster de geldigheid van de richtlijnmodules binnen het cluster. Naast de partijen die deelnemen aan de stuur- en expertisegroep zijn hier ook andere stakeholders voor benaderd. Per richtlijnmodule is aangegeven of deze geldig is, herzien moet worden, kan vervallen of moet worden samengevoegd. Ook was er de mogelijkheid om nieuwe onderwerpen aan te dragen die aansluiten bij één (of meerdere) richtlijn(en) behorend tot het cluster. De richtlijnmodules waarbij door één of meerdere partijen werd aangegeven herzien te worden, werden doorgezet naar de prioriteringsronde. Ook suggesties voor nieuwe richtlijnmodules werden doorgezet naar de prioriteringsronde. Afgevaardigden vanuit de partijen in de stuur- en expertisegroep werden gevraagd om te prioriteren (zie ‘Samenstelling cluster’ onder ‘Verantwoording’). Hiervoor werd de RE-weighted Priority-Setting (REPS) – tool gebruikt. De uitkomsten (ranklijst) werd gebruikt als uitgangspunt voor de discussie. Voor de geprioriteerde richtlijnmodules zijn door de het cluster concept-uitgangsvragen herzien of opgesteld en definitief vastgesteld.
Uitkomstmaten
Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde het cluster welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. Het cluster waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde het cluster tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Methode literatuursamenvatting
Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. [Review Manager 5.4] werd indien mogelijk gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).
Tabel 3. Gradaties voor de kwaliteit van wetenschappelijk bewijs
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog |
|
|
Redelijk |
|
|
Laag |
|
|
Zeer laag |
|
Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in een richtlijnmodule volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door het cluster wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. Het cluster heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
Tabel 4. Sterkte van de aanbevelingen
|
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers |
||
|
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
|
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
|
Voor behandelaars |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
|
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Organisatie van zorg
Bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de richtlijnmodule Organisatie van zorg.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijnmodule werd voorgelegd aan alle partijen die benaderd zijn voor de need-for-update fase. De commentaren werden verzameld en besproken met het cluster. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door het cluster. De definitieve richtlijnmodule werd ter autorisatie of goedkeuring voorgelegd aan de partijen die beschreven staan bij ‘Initiatief en autorisatie’ onder ‘Verantwoording’.
Literatuur
Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.
Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.
Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.
Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html
Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.
Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.
Zoekverantwoording
In de databases Embase.com en Ovid/Medline is op 10-11-2024 met relevante zoektermen systematisch gezocht naar systematische reviews, clinical trials, observationele studies en richtlijnen over de behandeling van patiënten met een cutaan plaveiselcelcarcinoom met cemplimab. De literatuurzoekactie leverde 276 unieke treffers op.
De zoekactie is met behulp van de PICO-systematiek opgebouwd. De zoekvragen hebben de P als gemeenschappelijke onderdeel. De overige onderdelen van de PICO werden geformuleerd op basis van de uitgangsvraag.
De volgende afbakening is gebruikt:
Voor de P: Patiënten met een lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cutaan plaveiselcelcarcinoom (histologisch bevestigd)
Voor de I: Immunotherapie (Cemiplimab)
Voor de C: Chirurgie/ RT en/of overige therapieën, afwachtend/ expectatief beleid
Voor de O: Zie hieronder weergegeven
Uitkomstmaten
Critical
- Respons (overleving (OS), objectieve respons ratio (ORR), ziektevrije overleving (PFS), afstandsmetastase vrije overleving)
- Veiligheid, toxiciteit
Important
- Functioneel resultaat
- Kwaliteit van leven
Inclusie- en exclusiecriteria
|
Inclusiecriteria |
Exclusiecriteria |
|
Patiënten met een lokaal uitgebreid of gemetastaseerd cutaan plaveiselcelcarcinoom (histologisch bevestigd) |
Andere plaveiselcelcarcinomen (anders dan een cutane origine) |
|
Nederlandstalige en Engelstalige publicaties |
Andere toegepaste immunotherapie dan cemiplimab |
|
Toepassing van een referentiestandaard |
Case reports, letters to the editor, conference abstract, algemene reviews |
|
Systematische reviews, randomized controlled trials (RCT’s) of observationele studies; |
|
Uitgangsvragen
- Wat is de plaats van immunotherapie (cemiplimab) bij de behandeling van een lokaal uitgebreid cutaan plaveiselcelcarcinoom?
- Wat is de plaats van immunotherapie (cemiplimab) bij de behandeling van een gemetastaseerd cutaan plaveiselcelcarcinoom?
EMBASE (10-11-2024)
Zoektermen
- 'neoadjuvant cemiplimab for stage ii to iv cutaneous squamous-cell carcinoma':ti NOT 'phase ii':ti
- 'british association of dermatologists guidelines for the management of people with cutaneous squamous cell carcinoma':ti AND 2021 NOT corrigendum
- 'cemiplimab in locally advanced cutaneous squamous cell carcinoma':ti
- 'pd-1 blockade with cemiplimab in advanced cutaneous squamous-cell carcinoma':ti
- 'phase ii study of cemiplimab in patients (pts) with advanced cutaneous squamous cell carcinoma (cscc): longer follow-up':ti
- 'phase 2 study of cemiplimab in patients with metastatic cutaneous squamous cell carcinoma: primary analysis of fixed-dosing, long-term outcome of weight-based dosing':ti
- #1 OR #2 OR #3 OR #4 OR #5 OR #6 sleutelartikelen
- 'squamous cell skin carcinoma'/exp OR ('head and neck squamous cell carcinoma'/exp AND ('skin disease'/exp OR 'skin'/exp OR dermato*:ti,ab,kw OR skin:ti,ab,kw OR cutane*:ti,ab,kw)) OR ((squamous NEAR/5 (cutan* OR dermato* OR skin*)):ti,ab,kw)
- 'cemiplimab'/exp OR 'cemiplimab':ti,ab,kw OR 'libtayo':ti,ab,kw
- #8 AND #9
- #7 AND #10
- #7 NOT #11
- #10 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)
- 'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab
- 'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti
- 'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti)
- 'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab)))
- #13 AND #14 SR
- #13 AND #15 NOT #18 Clinical trials
- #13 AND (#16 OR #17) NOT #18 NOT #19 OBS
- #18 OR #19 OR #20
- #7 AND #21 sleutelartikelen gevonden
- #7 NOT #22 sleutelartikel niet gevonden
- 'practice guideline'/exp OR guideline*:ti,kw OR consensus:ti,kw
- #13 AND #24 NOT #18 NOT #19 NOT #20 guidelines
Resultaten = 249
OVID/MEDLINE (10-11-2024)
Zoektermen
- ((exp Skin Diseases/ or exp Skin/ or (skin or dermato* or cutane*).ti,ab,kf.) and exp Carcinoma, Squamous Cell/) or (squamous adj5 (cutan* or dermato* or skin)).ti,ab,kf.
- cemiplimab.mp.
- 1 and 2
- 3 not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) not (letter/ or comment/ or editorial/)
- meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.
- exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw.
- Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ [Onder exp cohort studies vallen ook longitudinale, prospectieve en retrospectieve studies]
- Case-control Studies/ or clinical trial, phase ii/ or clinical trial, phase iii/ or clinical trial, phase iv/ or comparative study/ or control groups/ or controlled before-after studies/ or controlled clinical trial/ or double-blind method/ or historically controlled study/ or matched-pair analysis/ or single-blind method/ or (((control or controlled) adj6 (study or studies or trial)) or (compar* adj (study or studies)) or ((control or controlled) adj1 active) or "open label*" or ((double or two or three or multi or trial) adj (arm or arms)) or (allocat* adj10 (arm or arms)) or placebo* or "sham-control*" or ((single or double or triple or assessor) adj1 (blind* or masked)) or nonrandom* or "non-random*" or "quasi-experiment*" or "parallel group*" or "factorial trial" or "pretest posttest" or (phase adj5 (study or trial)) or (case* adj6 (matched or control*)) or (match* adj6 (pair or pairs or cohort* or control* or group* or healthy or age or sex or gender or patient* or subject* or participant*)) or (propensity adj6 (scor* or match*))).ti,ab,kf. or (confounding adj6 adjust*).ti,ab. or (versus or vs or compar*).ti. or ((exp cohort studies/ or epidemiologic studies/ or multicenter study/ or observational study/ or seroepidemiologic studies/ or (cohort* or 'follow up' or followup or longitudinal* or prospective* or retrospective* or observational* or multicent* or 'multi-cent*' or consecutive*).ti,ab,kf.) and ((group or groups or subgroup* or versus or vs or compar*).ti,ab,kf. or ('odds ratio*' or 'relative odds' or 'risk ratio*' or 'relative risk*' or aor or arr or rrr).ab. or (("OR" or "RR") adj6 CI).ab.))
- exp Guideline/ or guideline.ti,ab,kf. or consensus.ti,ab,kf.
- 4 and 5 SR
- (4 and 6) not 10 Clinical trials
- (4 and (7 or 8)) not 10 not 11 OBS
- (4 and 9) not 10 not 11 not 12 guidelines
Resultaten = 123
Alle resultaten
|
Database |
Datum |
# hits |
|
EMBASE |
10-11-2024 |
249 |
|
OVID/MEDLINE |
10-11-2024 |
123 |
|
Totaal |
372 |
|
|
Duplicates |
96 |
|
|
Netto aantal |
276 |
|