Afvoer via een vermaler
Uitgangsvraag
Welke infectiepreventiemaatregelen moeten worden genomen tijdens het afvoeren van urine en feces via een vermaler?
Aanbeveling
- Plaats de gebruikte volle po/urinaal/maatbeker zo snel als mogelijk in de vermaler, sluit de deksel en start direct het programma.
- Vermijd spatten door de po/ urinaal voor eenmalig gebruik voorzichtig in de vermaler te plaatsen.
- Vermijd aanraking van handen, armen en kleding met de vermaler (met uitzondering van het bedieningspaneel). Bedien de vermaler met de (schone) hand zonder handschoen.
- Trek na het laden de handschoen(en) uit en pas aansluitend handhygiëne toe. Neem ook de polsen en (bij contaminatie/aanraking) onderarmen mee.
- Als de vermaler in gebruik is: plaats de po/urinaal/maatbeker op een daartoe aangewezen plek/opbergrek voor vuile po’s/urinalen/maatbekers.
- Gebruik de vermaler volgens de gebruiksinstructies van de fabrikant. Zorg dat deze gebruiksinstructies duidelijk zichtbaar zijn in de directe omgeving van de vermaler.
- Instrueer medewerkers in het correcte gebruik van de vermaler. Belangrijke aspecten van de instructie zijn:
- Bediening van de vermaler;
- Correcte invoer conform de gebruiksinstructies van de fabrikant;
- Procedure bij storing.
- Reinig dagelijks de contactpunten van de vermaler en reinig en desinfecteer direct bij zichtbare verontreiniging.
- Reinig minimaal dagelijks machinaal het inwendige deel van de vermaler conform voorschrift van de fabrikant (cyclus zonder product).
- Reinig en droog een po-opbergrek minimaal wekelijks en direct bij zichtbaar vuil.
Bij het gebruik van (herbruikbare) accessoires ter ondersteuning van een po (bijvoorbeeld bij zware patiënten) gelden de volgende aanbevelingen:
- Gebruik deze ondersteuningsmaterialen bij voorkeur patiëntgebonden en sla deze op in de toiletruimte.
- Reinig en droog dagelijks. Bij opslag in de patiëntenkamer: reinig en desinfecteer na ieder gebruik.
- Reinig en desinfecteer na het opheffen van de patiëntgebonden status en bij zichtbare verontreiniging (feces, urine, bloed). Reinig en desinfecteer bij voorkeur machinaal.
Overwegingen
Infectiepreventiemaatregelen
De vermaler en zijn omgeving moeten als gecontamineerd worden behandeld. Er is continu contact tussen vermaler (en omgeving) en vuile materialen met urine en feces en er is geen vorm van desinfectie tijdens de cyclus. Om het risico op contaminatie tijdens het gebruik te minimaliseren, is het dagelijks reinigen van de contactpunten van het systeem belangrijk. Een belangrijk (hand)contactpunt is het bedieningspaneel. Bij zichtbare verontreiniging moet naast reiniging ook desinfectie plaatsvinden. Het is belangrijk dat op afdelingsniveau is vastgelegd wie verantwoordelijk is voor de dagelijkse reiniging van het bedieningspaneel.
Naast de reiniging van het bedieningspaneel moet de vermaler ook dagelijks van binnen worden gespoeld door een cyclus zonder inhoud te draaien. Ook hierbij is het van belang dat op afdelingsniveau duidelijk is wie verantwoordelijk is hiervoor.
Tenslotte moet het laden van de vermaler op een dusdanige manier plaatsvinden dat er zo min mogelijk wordt gespat. De werkwijze en het risico op contaminatie verschilt per type lader (boven- of voorlader). Bij een bovenlader geldt dat de opvangmaterialen voor eenmalig gebruik voorzichtig op de bodem van de vermaler moeten worden geplaatst. Tegelijkertijd mogen de handen, onderarmen en kleding niet in contact komen met de vermaler. Gezien de beperkte opening van de vermaler en de diepe kamer/cilinder is dit een uitdaging. Ook is het mogelijk dat er vocht van het deksel van de vermaler druppelt op de armen van de medewerker. Dit vocht is gecontamineerd. Bij een voorlader geldt ook dat handen, onderarmen en kleding niet in contact mogen komen met de (binnenkant en buitenkant) van de vermaler die als gecontamineerd moet worden beschouwd. Na het laden en starten van de vermaler moet er standaard handhygiëne worden uitgevoerd van handen, polsen en (bij contaminatie) onderarmen.
Als er gebruik wordt gemaakt van ondersteuningsmaterialen, gaat de voorkeur uit naar het opslaan van deze materialen in de toiletruimte of sanitaire ruimte. Deze ruimte wordt namelijk als een 'vuile' ruimte gezien, in tegenstelling tot de patiëntenkamer (schone ruimte). Als de ondersteuningsmaterialen in de toiletruimte worden opgeslagen, volstaat dagelijkse reiniging (dit is gelijk aan het toilet zelf). Soms is dit niet mogelijk is vanwege de beperkte ruimte en moeten de ondersteuningsmaterialen in de patiëntenkamer worden opgeslagen. Het advies is dan om deze te reinigen en te desinfecteren na ieder gebruik.
Voorkomen verstopping en storing
Om verstopping en storingen van het systeem te voorkomen, is het van belang dat er geen andere materialen dan urine en feces in het opvangmateriaal aanwezig zijn. Dus geen handschoenen en/of andere hulpmiddelen of materialen die tijdens de opvang gebruikt zijn. Controleer bij het plaatsen van het gebruikte opvangmateriaal in de vermaler of dit andere materialen bevat. Als dit het geval is, moeten de materialen in de afvalbak worden gegooid voordat het gebruikte opvangmateriaal in de pospoeler wordt geplaatst.
Kosten
De aanschaf van een vermaler brengt kosten met zich mee. De prijs varieert per merk en per type. Een indicatie van de kosten voor de aanschaf van een vermaler bedraagt tussen 5.000 en 7.000 euro en de levensduur is ongeveer acht jaar. De kosten voor de aanschaf van een pospoeler bedraag tussen de 8.000 en 10.000 euro. De prijs is afhankelijk van type, merk en uitvoering. De levensduur is ongeveer vijftien jaar. Daarnaast moeten eenmalig te gebruiken po’s/urinalen worden aangeschaft.
De kosten van po’s/urinalen voor eenmalig gebruik zijn structurele kosten, de kosten per po/urinaal (pulpmateriaal) bedraagt 0,30 - 0,40 euro. Daarnaast wordt aanbevolen om de opvangmaterialen voor eenmalig gebruik te voorzien van absorptiemateriaal (inlegger). De kosten hiervoor bedragen 0,40 - 1 euro per zakje. Ook de (speciale) afvalzakken waarin de eenmalig gebruikte opvangmaterialen worden afgevoerd, brengen extra kosten met zich mee.
Disclaimer: de werkgroep heeft geen uitputtend marktonderzoek gedaan naar de hierboven genoemde prijzen. De prijzen zijn dan ook indicatief bedoeld en onderhevig aan veranderingen in de markt en bijvoorbeeld het aantal gekochte machines. De lezer dient zelf offertes aan te vragen om inzicht in prijzen te krijgen.
Waarden en voorkeuren van patiënten en/of zorgverleners
Gebruikte opvangmaterialen kunnen geuroverlast bezorgen. Deze overlast kan enigszins worden beperkt door direct het programma te starten; hiermee wordt geuroverlast voorkomen.
Uitbraak infectieziekten
Er zijn diverse infectieziekten die zich via feces of de lucht kunnen verspreiden. De werkgroep adviseert om bij een uitbraak van virale gastro-enteritis een mondneusmasker te dragen in de ruimte van de vermaler. Na het openen van de deksel van de vermaler nadat deze de cyclus heeft voltooid, kunnen er aerosolen vrijkomen. Via aerosolen kan overdracht van virussen en pathogene micro-organismen plaatsvinden.
Een andere mogelijkheid is om tijdens een uitbraak tijdelijk voor de desbetreffende patiënten die de infectie hebben, een andere opvangmethode toe te passen (bijvoorbeeld opvang van urine en feces in eenmalig te gebruiken materiaal en afvoer via de afvalbak).
Duurzaamheid
Bij de aanschaf van een vermaler, maar ook in het gebruik, kan rekening worden gehouden met duurzaamheid. Het energieverbruik en de CO2-impact van een vermaler is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het type, het energielabel, de frequentie van gebruik en de manier waarop het apparaat wordt gebruikt. Vermalers zijn meestal voorzien van een energielabel, waarbij een energielabel van A+++ of A++ het meest energiezuinig zijn en daarmee ook de laagste CO2-impact hebben. Zie ook de module over Duurzaamheid.
Onderbouwing
Achtergrond
In een zorginstelling kan gebruik worden gemaakt van een vermaler om de afvoer van urine en feces te regelen. Een vermaler is een speciaal apparaat dat is ontworpen om menselijke afvalstoffen te verpulveren en vervolgens via de riolering af te voeren.
Zoeken en selecteren
De WIP-richtlijn Pospoelers en vermaalsystemen, relevante (internationale) richtlijnen en relevante wetenschappelijke artikelen werden onderzocht om deze uitgangsvraag te beantwoorden. Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse verricht, omdat het effect van infectiepreventiemaatregelen tijdens het opvangen van urine en/of feces via een vermaler in relatie tot het voorkomen van overdracht van infectieziekten niet is onderzocht. De werkgroep is op basis van de eerdere WIP-richtlijn, microbiologische principes, literatuur en expert opinion tot aanbevelingen gekomen.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 01-07-2025
Beoordeeld op geldigheid : 21-02-2024
Algemene gegevens
Er is een verklaring van geen bezwaar aangeleverd door:
- Patiëntenfederatie Nederland (PFNL)
De richtlijn is gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De financier heeft geen invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit deskundige en vertegenwoordigers van specialismen die betrokken zijn in de zorg. De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname. De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn.
De werkgroep bestaat uit de volgende leden:
- Dr. I. J.B. (Ingrid) Spijkerman, voorzitter en arts-microbioloog, Federatie Medisch Specialisten (FMS)
- A.B. (Gonny) Moen, deskundige infectiepreventie, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG)
- R. (Renske) Tjeerdsma, deskundige infectiepreventie, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG)
- M.B.J.J. (Marty) Jacobs, deskundige infectiepreventie, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
- I. (Ingrid) Verzijl- Kok, verpleegkundig specialist AGZ (Algemene Gezondheidszorg), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
- T. (Tanja) Bruins, kwaliteitsverpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) (deelname tot december 2022)
- C. P. (Coriena) van Bruchem, UCS (urologie, continentie- en stomazorg)-verpleegkundige, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
- Dr. L. (Lara) Gerbrandy-Schreuders, uroloog, Federatie Medisch Specialisten (FMS)
De volgende personen waren onderdeel van de klankbordgroep en hebben input gegeven tijdens de ontwikkelfase vanuit hun specifieke expertise:
- Dr. P. (Paul) van Houten, specialist oudergeneeskunde, Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde (Verenso)
- J. A. (Jochem) van Westerop, senior-adviseur Afvalwater, afdeling Leefomgeving, Regelgeving en Duurzaamheid, Rijkswaterstaat
Met ondersteuning van:
- F.E.M. (Femke) Aanhane, senior-procesbegeleider richtlijnontwikkeling, SKILZ
- I. (Ingeborg) van Dusseldorp, informatiespecialist, Maatschap Van Dusseldorp, Delvaux & Ket
- Dr. N. (Nina) Molenaar, arts-epidemioloog, Medical Research Consulting
- Dr. J. (Joan) Vlayen, arts-onderzoeker, Medical Evaluation & Technology Assessment (ME-TA), België
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroep- en klankbordgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring is opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Een overzicht van de belangen van werkgroep- en klankbordgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in de onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen via het bureau van SKILZ bureau@skilz.nu.
|
Werkgroeplid |
Functie(s) |
Nevenfunctie(s) |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Dr. I.J.B. Spijkerman |
Arts-microbioloog |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
M.J.J.B. Jacobs |
Deskundige infectiepreventie |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
I. Verzijl |
Verpleegkundig specialist |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
C.P. van Bruchem |
UCS (urologie, continentie- en stomazorg)-verpleegkundige |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
A.B. Moen |
Deskundige infectiepreventie |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
R. Tjeerdsma |
Deskundige infectiepreventie |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
T. Bruins |
Kwaliteitsverpleegkundige |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
Dr. L.C. Gerbrandy |
Uroloog |
Raad van Toezicht, Stichting Tweega Medica (onbetaald) |
Geen |
Geen actie vereist |
|
F.E.M. Aanhane |
Senior-procesbegeleider |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
|
Dr. P. van Houten |
Specialist oudergeneeskunde |
Voorzitter projectgroep Handreiking Uitbraakmanagement Lid Commissie Goed Gebruik Hulpmiddelen (ZonMW) Freelance docent Amstelacademie en InHolland |
Geen |
Geen actie vereist |
|
J. A. van Westerop |
Senior-adviseur Afvalwater |
Geen |
Geen |
Geen actie vereist |
Inbreng patiëntenperspectief
Er is aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door het uitnodigen van de Patiëntenfederatie Nederland bij het ophalen van de knelpunten die leven bij dit thema. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. Tijdens de commentaarfase hebben zij meegelezen met de conceptteksten.
Wkkgz & kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel:
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Afvoer van urine en feces |
Geen substantiële financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er wordt geen toename in voltijdsequivalenten dan wel opleidingsniveau verwacht. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen zoals vastgesteld in het SRI-document ‘Procedure SRI- richtlijnontwikkeling’. Dit document beschrijft een stappenplan dat gebaseerd is op de kwaliteitscriteria uit de documenten: Richtlijn voor richtlijnen (2012), AQUA Leidraad voor Kwaliteitsstandaarden (2014), de HARING-tools (2013), AGREE-II (2010). Ook bevat het stappenplan verwijzingen voor methodieken van het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit en het stappenplan Ontwikkeling van Medisch Specialistische Richtlijnen van het Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten’.
Knelpuntenanalyse
Tijdens de voorbereidende fase hebben de voorzitter van de werkgroep, de werkgroepleden en de procesbegeleider de knelpunten geïnventariseerd. Er is een vragenlijst uitgestuurd naar alle relevante beroeps-, brancheverenigingen en partijen. Deze vragenlijst was gebaseerd op de WIP-richtlijnen over 'Pospoelers en vermaalsystemen' en over 'Urinelozing en stoelgang'. Een verslag over de knelpunten op het gebied van pospoelers en vermaalsystemen is terug te vinden in de bijlage Rapportage knelpunteninventarisatie pospoelers en vermaalsystemen. Het verslag van de resultaten van de knelpunteninventarisatie op het gebied van urinelozing en stoelgang is in de bijlage Rapportage knelpunteninventarisatie (urinelozing en stoelgang) te lezen.
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep uitgangsvragen opgesteld.
Uitgangsvragen en uitkomstmaten
Per uitgangsvraag is de methode van onderzoek bepaald. Bij de uitgangsvragen waarbij literatuuronderzoek is uitgevoerd, is een onderzoeksvraag opgesteld. Vervolgens heeft de werkgroep per onderzoeksvraag geïnventariseerd welke uitkomstmaten relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken.
Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur
Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder de paragraaf 'Onderbouwing' in iedere module. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects-model. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.
Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de risk-of-bias-tabellen (zie bijlagen).
De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn weergegeven in evidence-tabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur (zie bijlagen).
De kwaliteit van bewijs (‘quality of evidence’) werd beoordeeld met behulp van GRADE. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’. GRADE is een methode die per uitkomstmaat van een interventie, of voor een risico- of prognostische factor, een gradering aan de kwaliteit van bewijs toekent op basis van de mate van vertrouwen in de schatting van de effectgrootte.
|
Indeling van de kwaliteit van bewijs volgens GRADE |
|
|
Hoog |
|
|
Redelijk |
|
|
Laag |
|
|
Zeer laag |
|
Formuleren van de overwegingen
Voor het formuleren van een aanbeveling zijn naast de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs over de gewenste en ongewenste effecten van een interventie of over de effectgrootte van een risico- of prognostische factor vaak ook nog andere factoren van belang (Alonso-Coello et al., 2016b).
Genoemd kunnen worden:
- Kosten;
- Waarden, voorkeuren en ervaringen van patiënten en zorgmedewerkers;
- Balans van gewenste en ongewenste effecten van interventies ten opzichte van geen of andere interventies;
- Duurzaamheid;
- Aanvaardbaarheid van interventies;
- Haalbaarheid van een aanbeveling.
Deze aspecten worden per module besproken onder het kopje ‘Overwegingen’.
Formuleren van de aanbevelingen
De aanbevelingen geven een antwoord op de uitgangsvragen en zijn gebaseerd op het beste beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet uit. Bij een hoge bewijskracht zijn ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas et al., 2017; Neumann et al., 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, zorgmedewerkers en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
|
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers |
||
|
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
|
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
|
Voor behandelaars |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
|
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Randvoorwaarden (organisatie van zorg)
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). In deze module is extra aandacht besteed aan 'wat te doen bij een uitbraak van een infectieziekte(n)'. Ook het aspect duurzaamheid en de relatie tot organisatie van zorg is uitgelicht.
Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag.
Formuleren van kennislacunes
Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is. Een overzicht van aanbevelingen voor nader onderzoek staat in de bijlage Kennislacunes.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en andere relevante partijen voorgelegd voor commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen voorgelegd voor autorisatie.
De volgende partijen hebben commentaar geleverd op de richtlijn SRI Opvang en afvoer van urine en feces:
|
Partijen |
||
|
FMS - Federatie Medisch Specialisten |
RIN VERBAND MET - Publiek domein |
V&VN - Vereniging voor Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland |
|
NAPA - Nederlandse Associatie Physician Assistants |
Patiëntenfederatie NL |
Verenso - Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde |
|
NVZ - Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen |
NVAVG - Nederlandse Vereniging voor Artsen Verstandelijk Gehandicapten |
VHIG - Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg |
Literatuur
Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ 2016a;353:i2089.
Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016b. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, et al. AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ 2010;182:E839-42.
Guyatt GH, Oxman AD, Vist GE, Kunz R, Falck-Ytter Y, Alonso-Coello P, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE: an emerging consensus on rating quality of evidence and strength of recommendations. BMJ 2008;336: 924-6.
Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit.
Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.
Ontwikkeling van Medisch Specialistische Richtlijnen: stappenplan. Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten.