Startpagina - Neuraxisblokkade en antistolling
| Wat is nieuw? | Publicatiedatum |
|---|---|
| Startpagina - Neuraxisblokkade en antistolling | 01-05-2026 |
| Combinaties van antistollingsmiddelen | 01-05-2026 |
Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten die antitrombotica gebruiken en een locoregionale zenuw- of neuraxisblokkade krijgen. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- De werking van de bloedstolling.
- De inschatting van de verhoogde bloedingsneiging bij patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken en in aanmerking komen voor een neuraxisblokkade.
- De kans op bloedingen bij een neuraxisblokkade en de werkwijze voor, tijdens en na de operatie om bloedingen te voorkomen. Alle soorten antistollingsmiddelen en combinaties van antistollingsmiddelen worden besproken.
- Postoperatieve controle en complicaties bij patiënten met een neuraxisblokkade.
- Werkwijze bij verdenking op een bloeding.
- Werkwijze bij spoedoperaties met een neuraxisblokkade.
- Werkwijze bij spoedoperaties bij patiënten met een stollingsstoornis.
- Kans op bloedingen bij gebruik van antistollingsmiddelen in combinatie met perifere zenuwblokkade.
- Kans op bloedingen bij gebruik van antistollingsmiddelen en interventionele pijntechnieken.
Op het Nederlands Kennisplatform Antistolling https://www.allesoverantistolling.nl/ vindt u meer informatie over antitrombotica, zoals regionale samenwerkingsverbanden en e-learning. Ook kunt u vragen stellen aan antistolling-experts.
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten die antitrombotica gebruiken en een locoregionale zenuw- of neuraxisblokkade krijgen. Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners in de tweede en derde lijn die betrokken zijn bij de zorg voor deze patiënten.
Voor patiënten
Antitrombotisch beleid gaat over het behandelen of voorkomen van trombose. Bij trombose vormt zich een bloedstolsel in een bloedvat. Hierdoor wordt de bloedtoevoer naar of van de weefsels verminderd. Weefsel kan daardoor bij afgesloten toevoer afsterven. Trombose kan tot (ernstige) klachten leiden, zoals heftige pijn, zwelling van het been, hartkloppingen, benauwdheid, kortademigheid of flauwvallen. Ook kan het zijn dat je een arm, been of een ander deel van je lichaam niet meer (goed) kunt bewegen of bijvoorbeeld niet meer goed kunt praten of slikken (uitvalsverschijnselen). Mensen kunnen er ook door overlijden. In Nederland gebruiken meer dan één miljoen mensen een medicijn ter preventie en/of behandeling van trombose (antitrombotica).
Bij sommige chirurgische ingrepen en operaties wordt een plaatselijke verdoving gegeven. Zo’n plaatselijke of regionale verdoving heet ook wel een locoregionale zenuwblokkade. Een neuraxisblokkade is de medische term voor een verdoving van het zenuwstelsel met een ruggenprik waarbij het zenuwweefsel dat uit het ruggenmerg treedt, verdoofd wordt. Deze verdovingen worden toegediend met een injectienaald of via een katheter. Bij het prikken kan een bloeding ontstaan. Als een patiënt antitrombotica gebruikt, kan deze bloeding erger zijn. Ook de plaats van de bloeding bepaalt hoe erg deze complicatie is.
Meer informatie over bloedverdunners en een plaatselijke zenuwverdoving of ruggenprik is te vinden op Thuisarts:
Meer informatie over trombose is te vinden op Thuisarts:
- https://thuisarts.nl/trombosebeen
- https://thuisarts.nl/beroerte
- https://thuisarts.nl/longembolie
- Ik gebruik een bloedverdunner (DOAC). Waar moet ik op letten?
- Ik gebruik een bloedverdunner (cumarine). Waar moet ik op letten?
- Ik gebruik een bloedverdunner (bloedplaatjesremmer). Waar moet ik op letten?
- Ik ben vergeten mijn bloedverdunner te slikken
Patiënteninformatie vindt u ook op het Nederlands Kennisplatform Antistolling:
Toepassen
- De landelijke transmurale afspraak (LTA) antistollingszorg geeft richting aan de samenwerking tussen de medisch specialist, huisarts, trombosedienst, openbaar apotheker, specialist ouderengeneeskunde, tandartsen en mondhygiënisten.
- Het doel van het Nederlands Kennisplatform Antistolling is om kennis, instrumenten en initiatieven op het gebied van antistollingszorg samen te brengen en uitwisseling van kennis te bevorderen.
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor de richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA). De eerste versie van de richtlijn is verschenen in 2014 en is toen opgesteld door een multidisciplinaire werkgroep.
Modulair onderhoud
De richtlijn Neuraxisblokkade en antistolling maakt deel uit van het cluster Antitrombotisch beleid en wordt daarin modulair onderhouden. Ook kunnen nieuwe modules aan de richtlijn worden toegevoegd wanneer er relevante nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden of wanneer dit anderzijds belangrijk wordt geacht. In de verantwoording staat beschreven welke organisaties deelnemen aan het cluster. Meer informatie over werken in clusters en modulair onderhoud vindt u hier.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 01-05-2026
Beoordeeld op geldigheid : 01-05-2026