Medisch specialistische revalidatie bij oncologie

Initiatief: VRA Aantal modules: 27

Medisch specialistische revalidatie bij oncologie - Fysieke activiteit

Aanbeveling

Aanbevelingen
De werkgroep adviseert voor het meten van beperkingen in fysiek functioneren de fysiek functioneren schalen van de SF/RAND-36 (RAND, Handleiding, Scoringstool) en de European Organisation for Research and Treatment of Cancer Quality of Life Questionnaire- C30, Scoringstool te gebruiken.

Bij patiënten met beperkt fysiek functioneren wordt aanbevolen de 6 minuten looptest af te nemen op gestandaardiseerde wijze volgens de richtlijn van de American Thoracic Society (1) voor het bepalen van het fysiek functioneren.

Voor het bepalen van de fysieke capaciteit wordt aanbevolen de 10 meter shuttle walk test te gebuiken. Eén oefensessie is hierbij nodig.

Het verdient aanbeveling om de 1 minuut trapklimtest en de sit to stand x 5 af te nemen bij die patiënten die aangeven moeite te hebben met traplopen en opstaan uit een stoel.

Het verdient aanbeveling om na te gaan of de patiënt aan de standaard beweegnorm voldoet.

Het wordt afgeraden fysieke activiteiten vragenlijsten te gebruiken. De werkgroep adviseert om objectieve maten van fysieke activiteiten (bijvoorbeeld accelerometer) te gebruiken.

Informatie over:

Overwegingen

Het is van belang beperkingen in fysiek functioneren te meten en registreren. Hiervoor kunnen de fysiek functioneren schalen van de SF/RAND-36 (RAND, Handleiding, Scoringstool) en de EORTC- QLQ-C30 (European Organisation for Research and Treatment of Cancer Quality of Life Questionnaire- C30, Scoringstool) worden gebruikt.
Een veel gebruikt instrument in de klinische zorg is de Patient Specifieke Klachtenlijst (PSK). Deze lijst is betrouwbaar, valide en responsief en kan worden gebruikt bij patiënten die beperkt zijn in hun functioneren door pijn.

In het algemeen wordt aangeraden om naast vragenlijsten fysieke tests af te nemen om een beter totaal beeld van het functioneren van een patiënt te krijgen (19). Helaas is er nog weinig evidentie van responsiviteit bij fysieke tests. Toch hebben deze tests in de klinische praktijk hun meerwaarde. De 1 minuut trapklimtest en de sit to stand x 5 tests waren responsief in Nederlandse patiënten met chronische aspecifieke rugpijn en zouden wellicht bruikbare tests kunnen zijn bij patiënten met kanker.

De 6 min wandeltest en de 10 meter shuttle walk test zijn responsief, maar nog niet getest bij patiënten met kanker. De 6 minuten wandeltest is self paced terwijl bij de shuttle walk test het tempo extern wordt opgelegd. Het lijkt daarom dat de 6 min wandeltest meer het loopvermogen test en de shuttle walk test functionele (aërobe) capaciteit. Verder is het mogelijk dat bij redelijk goed functionerende patiënten een plafond effect wordt bereikt met de 6 meter wandel test; de 10 meter shuttle run lijkt daarom een beter alternatief.

Er is bewijs dat loopsnelheid is geassocieerd met overleving in oudere patiënten met kanker (20) en in gezonde ouderen (21). Het verdient daarom aanbeveling om bij het afnemen van de 6 minuten looptest de loopsnelheid te berekenen.

 

 

Onderbouwing

Gezien de problematiek van ordening van evidentie voor deze uitgangsvraag is er door de werkgroep voor gekozen om de kwaliteit van de geselecteerde artikelen niet te specificeren en tevens geen niveau van bewijs te koppelen aan de aanbevelingen.

Fysieke activiteiten vragenlijsten zijn nog onvoldoende betrouwbaar en valide om te gebruiken als maat voor individueel energieverbruik. Er is geen bewijs gevonden voor de responsiviteit van de gebruikte fysieke activiteiten vragenlijsten in revalidatie van patiënten met kanker.
Shephard 2003 (2), Prince 2008 (3), Bonnefoy 2001 (4)

Objectieve maten van fysieke activiteiten (bijvoorbeeld accelerometer) zijn meer valide dan subjectieve maten (bijvoorbeeld activiteiten vragenlijsten) van fysieke activiteiten.
Ferrari 2007 (5)

Er is bewijs van de meetfout of responsiviteit van de 1 minuut trapklimtest en de sit to stand x 5 bij Nederlandse patiënten met chronische aspecifieke rugpijn, maar niet bij patiënten met kanker.
Andersson 2010 (13)

Er is bewijs van de meetfout of responsiviteit van de 6 minuten looptest bij gezonde ouderen, maar niet bij patiënten met kanker.
Enright 1998 (14), Gibbons 2001 (15), Troosters 1999 (16), Brooks 2003 (1), Perera 2006 (17), King 2000  (18)

Er is bewijs voor de meetfout en responsiviteit van de 10 meter shuttle walk test, maar niet bij patiënten met kanker.
Sing 2008 (12), Pepin 2010 (11), Taylor 2001 (10)

Vragenlijsten
Voor het meten van fysieke activiteit zijn de volgende vragenlijsten gebruikt: de Seven-Day Physical Activity Recall (7-Day PAR), 7-day Physical Activity Questionnaire (SAPAQ), International Physical Activity Questionnaire (IPAQ), Godin Leisure Time Exercise Questionnaire, The Scottish Physical Activity Questionnaire (SPAQ), Community Health Activities Model Program for Seniors Physical Activity Questionnaire (CHAMPS), de Physical Activity Scale for the Elderly (PASE). Van deze instrumenten zijn de 7-Day PAR, IPAQ en PASE vertaald in het Nederlands.

In een recente review naar de validiteit van vragenlijsten in studies waarin het criterium ‘validiteit van vragenlijsten' werd bepaald aan de hand van de gouden standaard, doubly labeled water[1] werd geconcludeerd dat niet alleen de criteriumvaliditeit laag is, maar ook de gezichtsvaliditeit. Veel vragenlijsten vragen wel naar activiteiten die de aërobe capaciteit behouden of vergroten (sport, fietsen), maar niet naar algemene dagelijkse fysieke activiteiten zoals algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), traplopen, transport of zittende (sedentaire) activiteiten [Neilson 2008]. Alleen de Questionnaire d'Activité Physique Saint-Etienne (QAPSE), Tecumseh Community Health Study (TCHS), Tecumseh Occupational activity en Minnesota Leisure Time Questionnaire (MLTQ) includeren alle activiteiten nodig om het energieverbruik voor activiteit (Activity Energy Expenditure) te meten.

Een review van Shephard rapporteert dat fysieke activiteiten vragenlijsten nog niet voldoende betrouwbaar en valide zijn en dat de responsiviteit van deze vragenlijsten nog slecht is onderzocht (2). Een derde review includeerde 187 artikelen waarin zelfrapportage van fysieke activiteiten werd vergeleken met objectieve maten (3). Zelfgerapporteerde maten van fysieke activiteit waren zowel hoger als lager dan direct gemeten fysieke activiteiten. In een studie waarin 10 vragenlijsten tegelijkertijd gevalideerd werden met doubly labeled water en VO2max bij oudere mannen (73.4 +/- 4.1 jaar) werd geconcludeerd dat de correlaties laag tot middelmatig waren. De hoogste correlaties werden gevonden voor intensieve activiteiten (4). Dit suggereert dat vooral in populaties, met lage tot middelmatige fysieke activiteiten, fysieke activiteiten vragenlijsten onvoldoende valide zijn. Over het algemeen geldt dat het gebruik van vragenlijsten als een maat voor individueel energie verbruik beperkt is (4).

Actigraphs / accelerometers / pedometers
Een validatie studie uitgevoerd tussen 2002-2003 door de Alberta Cancer Board (Canada) vergeleek een fysieke activiteiten vragenlijst, vier 7-dagen fysieke activiteiten logboeken en vier sets accelerometer data van 154 proefpersonen (51% vrouwen, leeftijd 35-65 jaar). De auteurs gebruikten een measurement error model om de validiteit van de verschillende manieren om fysieke activiteit te meten te bepalen. Daarbij werd rekening gehouden met de beïnvloedende factoren en de correlaties tussen de zelf gerapporteerde metingen. De validiteit was het hoogst voor de accelerometer, gevolgd door de fysieke activiteiten logboeken en het laagst voor de fysieke activiteiten vragenlijsten (5).

Fysieke testen

Overzicht fysieke testen voor richtlijn Oncologische revalidatie
 
De volgende fysieke testen zijn gevonden: 2-min trapklim test, 6 minuten wandel test, 12 minuten wandel test, Rockport 1-mile wandel test, modified Canadian Aerobic Fitness Test (mCAFT), de modified shuttle test 10 meter course en de sit to stand x 5 test. Voor geen van deze tests is een standard error of measurement (SEM) of een van de responsiviteitsmaten bekend bij gezonde volwassenen of patiënten met kanker.
De 10 meter shuttle walk test is beschreven door Revill et al. (6). In een studie naar patiënten met longkanker, met normale of borderline longfunctie, was het aantal meters gelopen in de 10 meter shuttle walk test significant gecorreleerd met VO2peak (r=0.67, p<0.001). De test onderschat VO2peak bij lage prestaties (7). Deze test is betrouwbaar gebleken bij patiënten met (advanced) kanker. Het verschil tussen sessies was gemiddeld 1.4 meter. Tenminste één proefsessie is nodig voordat er wordt gemeten (8)  (9). In patiënten met chronische lage rugpijn bleek de shuttle walk test betrouwbaar (intraclass correlatie coëfficiënt (ICC) =0.99, met een gemiddeld verschil tussen 2 tests van 2,5 meter) en responsief (10). In patiënten met Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) is de shuttle walk test responsief gebleken, met een gerapporteerde MID van 45-85 sec of 60-115 meter (11) en 47,5 meter (12).

Bij Nederlandse patiënten met chronische aspecifieke rugpijn (n=198) werden 6 fysieke tests vergeleken: de 5 minuten looptest, 50 foot looptest, sit to stand x 5, de 1 minuut trapklim test, loaded forward reach en de Progressive Isoinertial Lifting Evaluation (PILE) Test. Responsiviteit werd gemeten door de area under the receiver operating characteristic (ROC) curve te berekenen en de minimal detectable change (MDC) ofwel het 95% betrouwbaarheidsinterval rond de meetfout. Alleen de 1 minuut trapklimtest en de sit to stand x 5 tests waren responsief, met een area under the curve (AUC) van 0.72 en 0.76. De minimally important change (MIC) had een range van 14.5 to 23.9 treden (19%-31% van de gemiddelde baseline score) voor de trapklimtest en van 4.1 to 9.8 seconden (19%-45% van de gemiddelde baseline score) voor de sit to stand x 5 test (13).

Voor de 6 minuten wandeltest bestaan normatieve waarden voor gezonde volwassenen (14). Het onderzoek van Gibbons et al. beschrijft normwaarden voor gezonde volwassenen in de leeftijdscategorie van 20-80 jaar (15). Deze waarden komen overeen met de normwaarden voor gezonde ouderen (leeftijd tussen 50-85 jaar) uit het onderzoek van Troosters et al. (16). Het wordt aanbevolen deze test op gestandaardiseerde manier te meten volgens de richtlijn van de American Thoracic Society (1). De responsiviteit van de 6 minuten loop test is getest in een groep (n=100) thuiswonende ouderen (77.6 +/- 7.6 jaar oud) met mobiliteits-beperkingen. In deze studie werd een SEM gevonden van 21 meter (17). In een vergelijkbare studie met ouderen van dezelfde leeftijd werd een intraclass correlatie coëfficiënt (ICC) gevonden van 0.93 en een gemiddelde gelopen afstand van 341 (SD 107) meter (18). Dat betekent een SEM van 28 meter.

[1] De doubly labeled water methode wordt gebruikt om de stofwisseling te bepalen. Hierbij wordt waterstof en zuurstof deels of compleet vervangen door een isotoop van deze elementen voor tracing doeleinden.

  1. 1 - Brooks D, Solway S, Gibbons WJ. ATS statement on six-minute walk test. Am J Respir Crit Care Med 2003; 167(9): 1287.
  2. 2 - Shephard RJ. Limits to the measurement of habitual physical activity by questionnaires. Br J Sports Med 2003; 37: 197-206.
  3. 3 - Prince SA, Adamo KB, Hamel ME, Hardt J, Gorber SC, Tremblay M. A comparison of direct versus self-report measures for assessing physical activity in adults: a systematic review. Int J Behav Nutr Phys Act 2008; 5: 56.
  4. 4 - Bonnefoy M, Normand S, Pachiaudi C, Lacour J R, Laville M, Kostka T. Simultaneous validation of ten physical activity questionnaires in older men: a doubly labeled water study. J Am Geriatr Soc 2001; 49: 28-35.
  5. 5 - Ferrari P, Friedenreich C, Matthews CE. The role of measurement error in estimating levels of physical activity. Am J Epidemiol 2007; 166: 832-40.
  6. 6 - Revill SM, Morgan MD, Singh SJ, Williams J, Hardman AE. The endurance shuttle walk: a new field test for the assessment of endurance capacity in chronic obstructive pulmonary disease. Thorax. 1999; 54(3): 213-22.
  7. 7 - Win T, Jackson A, Groves AM, Sharples LD, Charman SC, Laroche CM. Comparison of shuttle walk with measured peak oxygen consumption in patients with operable lung cancer. Thorax. 2006; 61(1): 57-60.
  8. 8 - Booth S, Adams L. The shuttle walking test: a reproducible method for evaluating the impact of shortness of breath on functional capacity in patients with advanced cancer. Thorax. 2001; 56(2): 146-150.
  9. 9 - Jolly K, Taylor RS, Lip GY, Singh S; BRUM Steering Committee. Reproducibility and safety of the incremental shuttle walking test for cardiac rehabilitation. Int J Cardiol. 2008; 125(1): 144-5.
  10. 10 - Taylor S, Frost H, Taylor A, Barker K. Reliability and responsiveness of the shuttle walking test in patients with chronic low back pain. Physiother Res Int. 2001; 6(3): 170-8.
  11. 11 - Pepin V, Laviolette L, Brouillard C, Sewell L, Singh SJ, Revill SM et al. Significance of changes in endurance shuttle walking performance. Thorax. 2010; Epub ahead of print
  12. 12 - Singh SJ, Jones PW, Evans R, Morgan MD. Minimum clinically important improvement for the incremental shuttle walking test. Thorax. 2008; 63(9): 775-7.
  13. 13 - Andersson EI, Lin CC, Smeets RJ. Performance Tests in People With Chronic Low Back Pain. Responsiveness and Minimal Clinically Important Change. Spine. 2010 Jul 14 [Epub ahead of print]
  14. 14 - Enright PL, Sherrill DL. Reference equations for the six-minute walk in healthy adults. Am J Respir Crit Care Med 1998; 158: 1384-7.
  15. 15 - Gibbons WJ, Fruchter N, Sloan S, Levy RD. Reference values for a multiple repetition 6-minute Walk test in healthy adults older than 20 years. J Cardiopulm Rehabil 2001; 21:87-93.
  16. 16 - Troosters T, Gosselink R, Decramer M. Six minute walking distance in healthy elderly subjects. Eur Respir J 1999; 14: 270-4.
  17. 17 - Perera S, Mody S H, Woodman R C, Studenski S A. Meaningful change and responsiveness in common physical performance measures in older adults. J Am Geriatr Soc 2006; (54): 743-9.
  18. 18 - King MB, Judge JO, Whipple R, Wolfson L. Reliability and responsiveness of two physical performance measures examined in the context of a functional training intervention. Phys Ther 2000; 80: 8-16.
  19. 19 - Wittink H. Functional capacity testing in patient with chronic pain. Clin J Pain 2005; 21: 197–9
  20. 20 - Klepin HD, Geiger AM, Tooze JA, Newman AB, Colbert LH, Bauer DC et al. Physical performance and subsequent disability and survival in older adults with malignancy: results from the health, aging and body composition study. J Am Geriatr Soc 2010; 58: 76-82.
  21. 21 - Dumurgier J, Elbaz A, Ducimetiere P, Tavernier B, Alperovitch A, Tzourio C. Slow walking speed and cardiovascular death in well functioning older adults: prospective cohort study. BMJ 2009; Nov 10;339: 4460.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 01-03-2018

Actualisatie

Voorwaarden voor revisie en beoordelingsfrequentie zijn vastgelegd in de richtlijn. De geldigheidstermijn voor de richtlijn (maximaal 5 jaar na vaststelling) wordt vanuit het Integraal Kankercentrum Nederland bewaakt. Om verscheidene redenen kan actualisatie eerder dan beoogd nodig zijn. Zo nodig zal de richtlijn tussentijds op onderdelen worden bijgesteld.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie
  • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde

Algemene gegevens

Er komen in de dagelijkse oncologische praktijk problemen voor op lichamelijk, cognitief, emotioneel of sociaal vlak en/of met betrekking tot rolfunctioneren en/of zingeving. Deze problemen kunnen aanleiding geven, na signalering en bespreking, tot verwijzing van de desbetreffende patiënt met kanker of die kanker heeft gehad. De (ex-)patiënt kan verwezen worden voor verdere diagnostiek, een leefstijladvies, behandeling door één psychosociale of paramedische zorgverlener, door zorgverleners van verschillende disciplines, of naar medisch specialistische revalidatie. De richtlijn beschrijft hoe tot goede verwijzing naar medisch specialistische revalidatie bij oncologie te komen.

Daarnaast beschrijft de richtlijn:

  • Klachten na curatieve behandeling en in de palliatieve fase
  • Voorspellende factoren voor een gezonde levensstijl
  • Het intakeproces voorafgaand aan medisch specialistische revalidatie bij oncologie
  • Revalidatie(-interventies)
  • Meetinstrumenten voor effectevaluatie
  • Empowerment van de patiënt
  • Ondersteuning/adviezen/(verpleegkundige) interventies gericht op arbeid
  • Kosteneffectiviteit
  • Organisatie van zorg
  • Signalering en nazorg/revalidatiezorg bij kwetsbare (veelal) oudere patiënten met kanker

Doel en doelgroep

De richtlijn richt zich op patiënten van 18 jaar en ouder. Dit betreft patiënten tijdens of na afronding van de in opzet curatieve behandeling en tijdens de palliatieve fase van alle oncologische aandoeningen. Voor de patiënten in de palliatieve fase, de fase die intreedt wanneer duidelijk wordt dat er geen zicht meer is op genezing, richt de richtlijn zich op patiënten in de ziektegerichte- en symptoomgerichte palliatieve fase en expliciet niet op de fase van terminale palliatie.

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
De richtlijn is bedoeld voor zowel primaire oncologische behandelaars (internist-oncologen, chirurgisch oncologisch behandelaars en radiotherapeut oncologen), (gespecialiseerd) verpleegkundig(en) (specialisten), physician assistants, huisartsen en bedrijfsartsen als voor professionals in de psychosociale, paramedische en revalidatiezorg. Voor primaire oncologische behandelaars (internist-oncologen, chirurgisch oncologisch behandelaars en radiotherapeut oncologen), (gespecialiseerd) verpleegkundig(en) (specialisten), physician assistants, huisartsen en bedrijfsartsen die signaleren en verwijzen zijn vooral de uitgangsvragen over klachten na curatieve behandeling en in de palliatieve fase, signalering, bespreking en verwijzing en de modules over kwetsbare (veelal) oudere patiënten met kanker van belang. Voor professionals in de psychosociale, paramedische en medisch specialistische revalidatiezorg (revalidatieartsen, fysiotherapeuten, psychologen, maatschappelijk werkers, ergotherapeuten, etc.) zijn alle uitgangsvragen van belang.

Samenstelling werkgroep

Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng. Bij de samenstelling van de werkgroep is geprobeerd rekening te houden met landelijke spreiding, inbreng van betrokkenen uit zowel academische als algemene ziekenhuizen/instellingen en vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen/ disciplines. De patiëntenvereniging is eveneens vertegenwoordigd en in het geval er literatuuronderzoek is gedaan, is er een methodoloog of literatuuronderzoeker betrokken.

Belangenverklaringen

Aan alle werkgroepleden is gevraagd een belangenverklaring in te vullen, waarin ze hun banden met de industrie aangeven bij de start en einde van het richtlijntraject. De werkgroepleden hebben verklaard op dit moment of in de laatste drie jaar geen activiteiten te hebben ontplooid op uitnodiging van of met subsidie/ sponsoring van de industrie.

Inbreng patiëntenperspectief

De richtlijnwerkgroep bestaat uit zorgverleners van verschillende psychosociale en (para)medische disciplines en patiëntvertegenwoordigers van de Nederlandse Federatie van Kankerpatientenorganisaties.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Empowerment