Medicamenteuze behandeling zeerhoogrisico patiënten DM2

Initiatief: Cluster Diabetes Mellitus Aantal modules: 4

GLP-1 receptoragonisten bij zeerhoogrisicopatiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2)

Publicatiedatum: 02-05-2026
Beoordeeld op geldigheid: 02-05-2026

Uitgangsvraag

Wat is de optimale medicamenteuze behandeling van volwassen personen met DM2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten: toevoeging van een GLP1-receptoragonist?

 

What is the optimal pharmacotherapy of adults with Diabetes mellitus type 2 and a very high risk of cardiovascular disease: supplementation of a GLP-1 receptor agonist?

Aanbeveling

Overweeg het gebruik van een GLP1-receptoragonist als monotherapie of toegevoegd aan metformine en/of elke andere combinatie van glucoseverlagende therapie (inclusief insulinetherapie) bij volwassenen met DM2 indien er sprake is van een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten:

  • eerder bewezen hart- en vaatziekten; en/of
  • chronische nierschade met eGFR 10-44 ml/min/1,73 m2, zonder of met verhoogde albuminurie, eGFR 45-59 ml/min/1,73 m2 met matig verhoogde albuminurie (ACR > 3 mg/mmol) of eGFR ≥ 60 ml/min/1,73 m2 met ernstig verhoogde albuminurie (ACR > 30 mg/mmol).

Als het doel is de progressie van nierschade te stoppen of om te keren bij volwassenen met DM2 en nefropathie, overweeg dan alleen bij intolerantie of contra-indicaties voor SGLT2-remmers om een GLP1-receptoragonist voor te schrijven (zie richtlijn Diabetische nefropathie; NIV, 2020).

Gebruik van GLP1-receptoragonisten bij eindstadium nierfalen (eGFR < 10 ml/min/1,73 m2 of start nierfunctievervangende therapie) of ernstige leverinsufficiëntie wordt niet aanbevolen.

 

Wees terughoudend met het inzetten van GLP-1-receptoragonisten bij ouderen met gewichtsverlies, sarcopenie en/of verminderde eetlust.* Schrijf geen GLP1-receptoragonisten voor bij ernstige obstipatie, darmobstructie of gastroparese.

*Let op: dit beleid wijkt af van dat in de eerste lijn; informeer de huisarts hierover wanneer een patiënt wordt terugverwezen naar de eerste lijn.

 

Bespreek de voor- en nadelen van GLP1-receptoragonisten ten opzichte van alternatieve behandelopties met de patiënt. Zie voor de positie van GLP1-receptoragonisten in het medicamenteuze stappenplan van volwassenen met DM2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten, de module ‘Stappenplan zeerhoogrisicopatiënten’.

Overwegingen

De literatuuranalyse is gebaseerd op de systematische review en netwerk meta-analyse van Palmer (2021). De systematische review van Palmer (2021) is uitgevoerd door een internationaal consortium en vormt de basis van de (MAGICapp) richtlijn 'Risk-based treatment with SGLT-2 inhibitors or GLP-1 receptor agonists for adults with type 2 diabetes' (Li, 2021). In het kader van de bewuste richtlijn zijn 2 systematische reviews uitgevoerd naar waarden en voorkeuren van personen met DM2 (González-González, 2021) en naar predictiemodellen voor cardiovasculaire en renale uitkomsten bij personen met DM2 (Buchan, 2021). Deze publicaties vormen de basis voor de huidige richtlijn en zijn aangevuld met argumenten en overwegingen van de richtlijnwerkgroep.

 

Note: in de 2026 update van deze module is enkel informatie toegevoegd over de inzet van GLP-1 receptor agonisten bij kwetsbare patiënten en/of ouderen. De systematische literatuuranalyse is niet geüpdatet.

 

Voor- en nadelen

Palmer (2021) onderscheidt een vijftal risicogroepen, waarvan er 3 relevant zijn voor de huidige richtlijnmodule, die specifiek gericht is op personen met DM2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten volgens de CVRM-richtlijn (NHG/NIV/NVvC, 2019). Palmer (2021) baseert zich bij de schatting van het baselinerisico met name op het predictiemodel RECODe (https://sanjaybasu.shinyapps.io/recode). Dit risicomodel is alleen gevalideerd voor de VS. Een schatting van de baselinerisico's voor cardiovasculaire en renale eindpunten in de Nederlandse situatie geeft echter aan dat de baselinerisico's die Palmer (2021) hanteert ook een goed uitgangspunt zijn voor de Nederlandse situatie (zie ook de ‘Overwegingen’ in de module ‘Stappenplan zeerhoogrisicopatiënten’).

 

De resultaten (zie ‘Samenvatting literatuur’) kunnen als volgt worden samengevat:

 

Bij personen met DM2 en eerder bewezen hart- en vaatziekten leidt toevoeging van een GLP1-receptoragonist aan de standaardzorg gedurende 5 jaar tot een afname in totale sterfte (13 minder per 1000 personen), sterfte door hart- en vaatziekten (9 minder per 1000 personen), niet-fatale hartinfarcten (8 minder per 1000 personen), en niet-fatale beroertes (16 minder per 1000 personen), met een gering effect op het risico op eindstadium nierfalen (4 minder per 1000 personen), en weinig tot geen effect op het risico op ziekenhuisopnames voor hartfalen (4 minder per 1000 personen), pancreatitis (1 meer per 1000 personen) en pancreaskanker (1 meer per 1000 personen). Behandeling met een GLP1-receptoragonist verhoogt het risico op ernstige gastro-intestinale events (58 meer per 1000 personen, onzekere effectschatting).

 

Bij personen met DM2 en chronische nierschade (gedefinieerd als eGFR 45-75 ml/min/1,73 m2 met ACR > 30 mg/mmol of eGFR 15-45 ml/min/1,73 m2) leidt toevoeging van een GLP1-receptoragonist aan de standaardzorg tot een afname in totale sterfte (17 minder per 1000 personen), sterfte door hart- en vaatziekten (12 minder per 1000 personen), niet-fatale hartinfarcten (9 minder per 1000 personen), niet-fatale beroertes (17 minder per 1000 personen), en eindstadium nierfalen (19 minder per 1000 personen), en weinig tot geen effect op het risico op ziekenhuisopnames voor hartfalen (6 minder per 1000 personen), pancreatitis (1 meer per 1000 personen) en pancreaskanker (1 meer per 1000 personen). Behandeling met een GLP1-receptoragonist verhoogt het risico op ernstige gastro-intestinale events (58 meer per 1000 personen, onzekere effectschatting).

 

Bij personen met DM2 en een combinatie van eerder bewezen hart- en vaatziekten en chronische nierschade (gedefinieerd als eGFR 45-75 ml/min/1,73 m2 met ACR > 30 mg/mmol of eGFR 15-45 ml/min/1,73 m2) leidt toevoeging van een GLP1-receptoragonist aan de standaardzorg tot een afname in totale sterfte (24 minder per 1000 personen), sterfte door hart- en vaatziekten (18 minder per 1000 personen), niet-fatale hartinfarcten (13 minder per 1000 personen), niet-fatale beroertes (25 minder per 1000 personen), eindstadium nierfalen (29 minder per 1000 personen), en ziekenhuisopnames voor hartfalen (11 minder per 1000 personen; onzekere effectschatting), met weinig tot geen effect op het risico op pancreatitis (1 meer per 1000 personen) en pancreaskanker (1 meer per 1000 personen). Behandeling met een GLP1-receptoragonist verhoogt het risico op ernstige gastro-intestinale events (58 meer per 1000 personen, onzekere effectschatting).

 

De winst van behandeling is weergegeven voor de afzonderlijke uitkomstmaten. Omdat patiënten met een zeer hoog risico op (recidief) hart- en vaatziekten kans hebben op meerdere uitkomsten gedurende de follow-upperiode, is de algemene behandelwinst aanzienlijk groter: in totaal worden bij behandeling van 1000 personen gedurende 5 jaar 45 tot 102 cardiovasculaire en renale uitkomsten voorkomen (optelsom van totale sterfte, niet-fataal hartinfarct, niet-fatale beroerte, ernstig hartfalen en eindstadium nierfalen). Dit vertaalt zich in een NNT van 10 tot 22, afhankelijk van de risicogroep: 10 tot 22 patiënten moeten gedurende 5 jaar behandeld worden met GLP1-receptoragonisten om 1 van die uitkomsten te voorkomen. Deze algemene NNT voldoet ruim aan de grens voor klinische besluitvorming die de werkgroep heeft vastgesteld: een maximale 5-jaars-NNT van 30).

 

Aanvullende argumenten

Het primaire langetermijndoel van de behandeling van DM2 is het voorkomen van complicaties, zoals hart- en vaatziekten, nierfalen, blindheid, en amputaties met als resultaat een verbeterde kwaliteit van, en indien mogelijk, langer leven. De netwerk meta-analyse (Palmer, 2021) hanteert bij het definiëren van de patiëntenpopulatie een enigszins andere definitie voor chronische nierschade (eGFR 15-45 ml/min/1,73 m2 of eGFR 45-75 ml/min/1,73 m2 met ACR > 30 mg/mmol) dan de uitgangsvraag. De werkgroep is echter van mening dat dit niet leidt tot relevante problemen bij de interpretatie van de resultaten en daarom geen reden is voor de werkgroep om de bewijskracht van de literatuurconclusie (verder) af te waarderen voor indirectheid. De definitie van de netwerk meta-analyse overlapt grotendeels met de definitie in de huidige richtlijn: eGFR < 30 ml/min/1,73 m2; eGFR 30-59 ml/min/1,73 m2 met ACR > 3 mg/mmol; of eGFR ≥ 60 ml/min/1,73 m2 met ACR > 30 mg/mmol. De discrepantie zit in de groep met een eGFR 45-59 ml/min/1,73 m2 en ACR 3-30 mg/mmol, die niet wordt beschreven in de netwerk meta-analyse en wel in de uitgangsvraag. Er zijn echter aanwijzingen dat bij mensen met DM2 de combinatie van een eGFR 45-59 ml/min/1,73 m2 en ACR 3-30 mg/mmol gepaard gaat met een zeer hoog risico op 10-jaarssterfte aan hart- en vaatziekten (sterfterisico > 10% conform CVRM-richtlijn, NHG/NIV/NVVC, 2019; Ninomiya, 2009).

In de netwerk meta-analyse (Palmer, 2021) werden onder andere de volgende harde eindpunten gerapporteerd: totale mortaliteit, sterfte aan hart- en vaatziekten, niet-fataal hart infarct, niet-fatale beroerte, ziekenhuisopnames voor hartfalen, en eindstadium nierfalen (eGFR < 15 ml/min/1,73 m2 of start nierfunctievervangende therapie). Palmer heeft expliciet gekozen voor de afzonderlijke uitkomstmaten en niet een samengestelde uitkomstmaat zoals het frequent gerapporteerde MACE (sterfte aan hart- en vaatziekten, niet-fataal hartinfarct, niet-fatale beroerte) of een samengesteld renaal eindpunt bestaand uit 40% afname in eGFR, eindstadium van nierziekte of overlijden door nierziekte. In de huidige richtlijn volgen wij deze strategie en zullen er geen data over samengestelde eindpunten gerapporteerd worden. Het is echter goed te realiseren dat GLP1-receptoragonisten tegelijkertijd meerdere afzonderlijke uitkomstmaten gunstig beïnvloeden. Verder hebben wij afgezien van een rapportage over het eindpunt acuut nierfalen, omdat de gebruikte definities voor dit eindpunt in de studies te heterogeen waren. Samengevat leidt toevoeging van een GLP1-receptoragonist aan andere glucoseverlagende therapie bij personen met DM2 en eerder bewezen hart- en vaatziekten en/of chronische nierschade (gedefinieerd als eGFR 15-45 ml/min/1,73 m2 of eGFR 45-75 ml/min/1,73 m2 met ACR > 30 mg/mmol; Palmer, 2021) tot een afname in totale mortaliteit, afname in sterfte aan hart- en vaatziekten, afname in niet-fataal hartinfarct en niet-fatale beroerte, en afname in nierfalen (bewijskracht volgens GRADE: redelijk tot hoog).

 

Bijwerkingen

In de netwerk meta-analyse (Palmer, 2021) werden de volgende bijwerkingen gerapporteerd: ernstige gastro-intestinale bijwerkingen (in de onderliggende studies gedefinieerd als misselijkheid, braken, diarree, verminderde eetlust, buikklachten; bewijskracht volgens GRADE: laag). GLP1-receptoragonisten hebben mogelijk geen effect op pancreatitis en pancreascarcinoom (bewijskracht volgens GRADE: redelijk). Galblaasaandoeningen, zoals cholelithiasis en acute cholecystitis, worden niet genoemd in de netwerk meta-analyse, maar er zijn aanwijzingen dat deze vaker voorkomen bij het gebruik van GLP1-receptoragonisten (Nauck, 2019; Nreu, 2020). Een recente meta-analyse rapporteert een verhoogd risico op cholelithiase (oddsratio (OR) 1,28; 95%-BI 1,11 tot 1,48) (Nreu, 2020). Het betreft een relatief klein risico: in de LEADER-trial (Marso, 2016) betrof het 3,1% van de patiënten (145 van in totaal 4668 patiënten) in de liraglutide-arm die een vorm van galblaasaandoening (cholelithiase, cholecystitis) kreeg versus 1,9% in de controle-arm (90 van in totaal 4672 patiënten; hazardratio (HR) 1,60; 95%-BI 1,23 tot 2,09). Het mechanisme hiervan is onduidelijk, maar hangt mogelijk samen met gewichtsverlies of directe effecten van GLP1-receptoragonisten op de galblaasmotiliteit. Een onverwacht veiligheidssignaal dat uit de SUSTAIN 6 naar voren kwam, was dat van verhoogd risico op diabetische retinopathie bij deelnemers aan de studie die gerandomiseerd waren naar semaglutide (Marso, 2016b). Diabetische retinopathie werd significant vaker gemeld bij personen gerandomiseerd naar semaglutide (50 proefpersonen, 3,0%) dan naar placebo (29 proefpersonen, 1,8%; p = 0,02). Dit resultaat heeft terecht geleid tot veel extra onderzoek. Visbøll (2018) voerde een gedetailleerde evaluatie uit van het gehele SUSTAIN clinical trial programma. In de SUSTAIN 1–5 was geen sprake van een verhoogd risico op verslechtering van de diabetische retinopathie. Opgemerkt werd dat in deze studies patiënten met bestaande diabetische retinopathie die actieve medische behandeling nodig hadden werden uitgesloten en dat deze onderzoeken ook een bovengrens van HbA1c (86-91 mmol/mol) hadden voor opname. Een groot deel van het verhoogde risico op diabetische retinopathie van semaglutide in SUSTAIN 6 kon worden toegeschreven aan de snelheid en mate van HbA1c-reductie tijdens de eerste 16 weken van de studie. Bovendien werd deze complicatie alleen gezien bij personen met reeds bestaande diabetische retinopathie, een hoog HbA1c bij aanvang en behandeling met insuline. Bij een patiënt die bekend is met diabetische retinopathie dient de behandelend arts alert te zijn op toename van de retinopathie en is extra monitoring nodig. Zie verder de richtlijn over diabetische nefropathie (NIV, 2017).

 

Ouderen en kwetsbaarheid

GLP1-receptoragonisten hebben een prominente rol verworven in nationale en internationale behandelrichtlijnen en worden veelvuldig voorgeschreven vanwege hun bewezen waarde bij de behandeling van DM2, hartfalen en chronische nierinsufficiëntie. Veel ouderen hebben één of meerdere van deze aandoeningen en komen daardoor in aanmerking voor GLP-1-receptoragonisten. Binnen de populatie oudere patiënten kan onderscheid gemaakt worden tussen ‘fitte’ en kwetsbare ouderen. Een van de vijf ouderen behoort tot de populatie kwetsbare. Bij kwetsbare ouderen zijn artsen vaak terughoudend met het voorschrijven van nieuwe middelen vanwege twijfel over de balans tussen de potentieel gunstige effecten en de nadelen bij deze populatie. Kwetsbare ouderen zijn ondervertegenwoordigd in klinische onderzoeken. Het risico op geneesmiddelbijwerkingen is bij hen verhoogd (Van Marum, 2020). Ook in grote studies naar MACE en chronische nierfunctiestoornissen bij patiënten met diabetes mellitus type 2 zijn ouderen ≥75 jaar) in het algemeen ondervertegenwoordigd, maar subgroep- en post-hocanalyses laten zien dat er geen leeftijd gerelateerde verschillen zijn (Karagiannis, 2021 en Perkovic, 2024). Voor verdere inleiding over kwetsbaarheid, zie Module Inleiding kwetsbaarheid van de richtlijn Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) en Kim (2024).

 

Er is in de literatuur weinig te vinden over de klinische effecten van GLP1-receptoragonisten bij kwetsbare ouderen, vergeleken met niet-kwetsbare ouderen en de algemene volwassen populatie. De data die beschikbaar zijn betreffen de grote placebogecontroleerde onderzoeken naar cardiorenale eindpunten, met hierbij vooraf gedefinieerde analyses en post-hoc analyses naar leeftijd. Kwetsbaarheid is hierbij niet geëvalueerd. Op basis van deze literatuur lijken er geen leeftijdsafhankelijke verschillen te zijn in de gewenste en ongewenste effecten van GLP1-receptoragonisten. Terughoudendheid in het voorschrijven van deze middelen louter op basis van leeftijd lijkt daarom niet geïndiceerd. Gezien de positieve effecten bij patiënten met hartfalen, diabetes mellitus én chronische nierschade zijn deze middelen potentieel geschikt voor ouderen met cardiovasculaire multimorbiditeit. Er is bij de studies geen systematische aandacht geweest voor kwetsbaarheid. Dit maakt dat er bij kwetsbare ouderen terughoudendheid moet zijn met het voorschrijven van GLP-1 receptor agonisten aangezien zij niet in de studies geïncludeerd zijn (zie ook ADA, 2025).

 

Potentiële nadelen voor (kwetsbare) ouderen zijn de toedieningswijze en gastrointestinale bijwerkingen. GLP1-receptoragonisten geven op zichzelf geen verhoogd risico op hypoglykemie. Dat is gunstig voor ouderen met diabetes mellitus, aangezien zij een verhoogd risico hebben op hypoglykemieën, moeilijker hiervan herstellen en sneller restschade oplopen (Sircar, 2016). Het risico op hypoglykemie is wél verhoogd wanneer GLP1-receptoragonisten gelijktijdig worden gebruikt met een sulfonylureum (SU)derivaat of insuline. GLP1-receptoragonisten dienen te worden toegediend met een subcutane injectie (behoudens orale semaglutide). Dit vergt visuele, motorische en cognitieve vaardigheden, hoewel de meeste GLP1-receptoragonisten slechts 1x-week hoeven te worden toegediend. In de netwerk meta-analyse van Shi (2023) werden ernstige gastro-intestinale bijwerkingen geconstateerd (in de onderliggende studies gedefinieerd als misselijkheid, braken, diarree, verminderde eetlust, buikklachten; bewijskracht volgens GRADE: laag). Voorzichtigheid is daarom geboden bij ouderen met gewichtsverlies/sarcopenie en/of verminderde eetlust. GLP1-receptoragonisten dienen niet te worden voorgeschreven bij ernstige obstipatie, darmobstructie of gastroparese.

 

Recente gegevens bieden geruststelling dat GLP-1-receptoragonisten die vanwege andere indicaties worden voorgeschreven, niet noodzakelijkerwijs moeten worden onthouden bij een patiënt met hartfalen (zowel HFrEF als HFpEF), vooral bij patiënten die asymptomatisch of minimaal symptomatisch zijn (Vaduganathan, 2024). De SELECT-analyse geeft echter geen inzicht in de vraag of GLP-1-receptoragonisten een rol spelen bij de primaire behandeling van hartfalen. Er is nog dringend behoefte aan specifieke klinische onderzoeken met GLP-1-receptoragonisten en andere op incretine gebaseerde therapieën bij goed gefenotypeerde, symptomatische patiënten met een hoog cardiovasculair risico en hartfalen (in een reeks ejectiefracties).

 

Bovenstaande overwegingen samengevat lijken er op basis van de huidige, maar beperkte literatuur geen leeftijdsafhankelijke verschillen te zijn in de gewenste en ongewenste effecten van GLP1-remmers. Terughoudendheid is geindiceerd bij kwetsbare ouderen vanwege weinig inclusie in studies. Specifiek bij ouderen met gewichtsverlies/sarcopenie en/of verminderde eetlust is voorzichtigheid geboden. Ook beperkte levensverwachting kan een rol spelen in het al dan niet inzettten van GLP1-remmers bij deze groep patiënten. GLP1-receptoragonisten dienen niet te worden voorgeschreven bij ernstige obstipatie, darmobstructie of gastroparese.

 

Voor aanvullende aanbevelingen omtrent de zorg voor kwetsbare ouderen met diabetes verwijst het cluster naar de Richtlijn Diabetes mellitus type 2 van Verenso.

 

Kwaliteit van bewijs

Het door de richtlijncommissie als cruciaal benoemde samengestelde cardiovasculaire eindpunt MACE ontbreekt in de systematische review van Palmer (2021), net als een eveneens als cruciaal bestempelde composiet renaal eindpunt. Deze uitkomstmaten worden echter voldoende gedekt door de cardiovasculaire en renale eindpunten die wel worden gerapporteerd. Daarnaast ontbreekt de cruciale uitkomstmaat acuut nierfalen. Daarmee is er, met uitzondering van de uitkomstmaten acuut nierfalen (geen bewijs) en ernstig hartfalen (lage zekerheid van bewijs), een redelijke tot hoge zekerheid van het bewijs voor de cruciale uitkomstmaten.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten

Uit de systematische review van waarden en voorkeuren bij personen met DM2 (González-González, 2021) kwam naar voren dat er een grote variatie is in de waarde die personen met DM2 hechten aan de voor- en nadelen van behandeling met GLP1-receptoragonisten (en SGLT2-remmers). Sommigen gaven aan geïnteresseerd te zijn in een behandeling met een SGLT2-remmer of GLP1-receptoragonist als er sprake zou zijn van een klein voordeel van behandeling (een reductie in 5-jaars absoluut risico op cardiovasculair of renaal eindpunt van < 5 op 1000 personen), terwijl anderen een behandeling met GLP1-receptoragonisten pas zouden overwegen als er sprake was van substantiële voordelen (een reductie in 5-jaars absoluut risico van > 30 op 1000 personen). De deelnemers aan de patiëntenfocusgroep hechtten een vergelijkbare waarde aan het voorkomen van nierfalen en sterfte, terwijl minder gewicht werd toegekend aan het voorkomen van een hartinfarct, beroerte of ernstig hartfalen (geoperationaliseerd als ziekenhuisopname vanwege hartfalen). Ten slotte gaf de focusgroep aan een sterke voorkeur te hebben voor orale medicatie in vergelijking met injecties, en wekelijkse injecties in vergelijking met dagelijkse injecties. Verder gaven de patiënten aan een voorkeur te hebben voor een eenvoudig injectie-apparaat.

Uiteraard moet er aandacht zijn voor de individuele wensen van de persoon met diabetes, die goed besproken moeten worden en als uitgangspunt dienen voor elke nieuwe interventie. Het gaat dan om goede voorlichting (over het gebruik, effect, risico’s en verplichtingen) en gezamenlijk beslissen, alsmede correcte begeleiding gedurende de behandeling. Bij de behandeling van DM2 heeft gezamenlijke besluitvorming van de patiënt en arts een belangrijke plaats. Voor- en nadelen van GLP1-receptoragonisten ten opzichte van alternatieve behandelopties dienen helder en open besproken te worden, zodat de patiënt goed geïnformeerd deelneemt aan de gezamenlijke besluitvorming en gemotiveerd de behandeling kan voortzetten.

 

Kosten (middelenbeslag)

De kosten van GLP1-receptoragonisten kunnen een nadeel zijn voor de patiënt, want niet alle personen met DM2 zullen de behandeling met GLP1-receptoragonisten vergoed krijgen. Hiervoor gelden aanvullende criteria voor het gebruik van comedicatie of monotherapie (zie voor actuele criteria www.znformulieren.nl en www.medicijnkosten.nl). Patiënten die de kosten zelf moeten dragen kunnen om die reden afzien van deze behandeling. Het is belangrijk vast te stellen dat de meerkosten per patiënt in absolute zin beperkt zijn. De richtlijnwerkgroep acht het waarschijnlijk dat de gezondheidswinst bij behandeling met GLP1-receptoragonisten, zeker voor de groep met een zeer hoog risico, opweegt tegen de meerkosten en daarom kosteneffectief zal zijn.

 

Aanvaardbaarheid

Er zijn naar inschatting van de werkgroep voor dit aspect geen noemenswaardige bezwaren vanuit het veld, die van invloed zijn op de besluitvorming, haalbaarheid of implementatie.

 

Rationale: waarom deze aanbeveling?

De werkgroep heeft besloten tot een conditionele aanbeveling gericht op volwassen personen met een zeer hoog cardiovasculair risico, omdat de beslissing om een GLP1-receptoragonist in te zetten afhangt van een juiste balans tussen voor- (cardiovasculair en renaal) en nadelen (gastro-intestinale events) van de interventie en belasting voor de patiënt (injectietherapie). Deze balans verschilt per individuele patiënt. Daarnaast komt uit een systematische review naar de waarden en voorkeuren van personen met DM2 naar voren dat de waarden en voorkeuren van individuele patiënten over de inzet van GLP-1-receptoragonisten aanzienlijk variëren. De beslissing om een GLP1-receptoragonist aan de behandeling toe te voegen moet worden genomen samen met de patiënt, met weging van de voor- en nadelen afgestemd op de individuele patiënt, en rekening houdend met de persoonlijke waarden en voorkeuren. In de huidige richtlijn is gekozen voor SGLT2-remmers als eerste keuze boven GLP1-receptoragonisten bij volwassenen met DM2 indien er sprake is van een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (zie module ‘Stappenplan’). Een uitzondering hierop vormen patiënten bij wie de inzet van SGLT2-remmers gecontra-indiceerd is, en daarom de voorkeur uitgaat naar een GLP1-receptoragonist. Indien het enige ingangscriterium hartfalen is zonder eerder bewezen hart- en vaatziekten en/of chronische nierschade, is de toegevoegde waarde van een GLP1-receptoragonist nog onduidelijk (Seferović, 2020).

 

Aanbeveling (sterk of zwak/voor of tegen)

De werkgroep heeft besloten tot een zwakke, oftewel conditionele, aanbeveling gericht op volwassen personen met een zeer hoog cardiovasculair risico.

Onderbouwing

Het primaire doel van de behandeling van DM2 is het voorkomen van complicaties, zoals hart- en vaatziekten, nierfalen, blindheid en amputaties, met als resultaat een verbeterde kwaliteit van, en indien mogelijk, langer leven. Recente cardiovasculaire veiligheidsstudies geven aan dat glucoseverlaging met SGLT2-remmers en GLP1 receptoragonisten mogelijk voordelen bieden in het voorkomen van deze complicaties bij mensen met DM2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten volgens de CVRM-richtlijn (NHG/NIV/NVvC, 2019; Zinman, 2015; Wiviott, 2019; Neal, 2017; Perkovic, 2019; McMurray, 2019; Packer, 2020; Gerstein, 2019; Hernandez, 2018; Holman, 2017; Husain, 2019; Marso, 2016a; Marso, 2016b). De uitgangsvraag richt zich dan ook op de waarde van GLP1-receptoragonisten in de medicamenteuze behandeling van patiënten met DM2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten. In de 2025 update van deze module is enkel informatie toegevoegd over de inzet van GLP-1 receptor agonisten bij kwetsbare patiënten en/of ouderen.

 

Introduction (background)

The primary treatment goal for Diabetes mellitus type 2 is prevention of complications such as cardiovascular disease, kidney failure, blindness and amputations, resulting in a better quality of, and if possible longer, life. Recent cardiovascular safety studies have suggested that SGLT-2-inhibitors and GLP-1 receptor agonists may reduce complications in people with Diabetes mellitus type 2 having a high to very high risk of cardiovascular disease according to the CVRM guideline (NHG/NIV/NVvC, 2019, Zinman, 2015; Wiviott, 2019; Neal, 2017; Perkovic, 2019; McMurray, 2019; Packer, 2020; Gerstein, 2019; Hernandez, 2018; Holman, 2017; Husain, 2019; Marso, 2016a; Marso, 2016b). The clinical question therefore focusses on the added value of GLP-1 receptor agonists in the pharmacotherapy of individuals with Diabetes mellitus type 2 who are at very high risk of cardiovascular disease. In the 2025 update of this module, information has been added on the use of GLP-1 receptor agonists in vulnerable or elderly patients.

See table 2-4 for summary of findings. Plain text conclusion are reproduced below.

Risk category: Adults with Diabetes mellitus type 2 and established CVD (but no CKD)

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of death compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of cardiovascular death compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal myocardial infarction compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal stroke compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

High GRADE

There is no important difference in risk of end-stage kidney disease between GLP-1 receptor agonists and standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

There probably is no important difference in the risk of heart failure between GLP-1 receptor agonist and standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

No GRADE

We are uncertain of the effects of GLP-1 receptor agonists on MACE, acute kidney failure (sudden loss of kidney function requiring hospitalization) and composite renal outcome (40% reduction in eGFR relative to baseline, endstage kidney failure or death as a result of kidney failure) compared with standard care. These endpoints were not reported.

Sources: Palmer, 2021

 

Low GRADE

GLP-1 receptor agonists may increase the risk of severe gastrointestinal events compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatitis compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatic cancer compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Risk category: Adults with Diabetes mellitus type 2 and chronic kidney disease (but no CVD)

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of death compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of cardiovascular death compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal myocardial infarction compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal stroke compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of end-stage kidney disease compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

There probably is no important difference in the risk of hospital admission for heart failure between GLP-1 receptor agonist and standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

No GRADE

We are uncertain of the effects of GLP-1 receptor agonists on MACE, acute kidney failure (sudden loss of kidney function requiring hospitalization) and composite renal outcome (40% reduction in eGFR relative to baseline, endstage kidney failure or death as a result of kidney failure) compared with standard care. These endpoints were not reported.

Sources: Palmer, 2021

 

Low GRADE

GLP-1 receptor agonists may increase the risk of severe gastrointestinal events compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatitis compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatic cancer compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Risk category: Adults with Diabetes mellitus type 2 and CVD and CKD

High GRADE

GLP-1 receptor agonists reduce the risk of death compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of cardiovascular death compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal myocardial infarction compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

High GRADE

GLP-1 receptor agonists reduce the risk of nonfatal stroke compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

High GRADE

GLP-1 receptor agonists reduce the risk of end-stage kidney disease compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Low GRADE

GLP-1 receptor agonists may reduce the risk of heart failure compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

No GRADE

We are uncertain of the effects of GLP-1 receptor agonists on MACE, acute kidney failure (sudden loss of kidney function requiring hospitalization) and composite renal outcome (40% reduction in eGFR relative to baseline, endstage kidney failure or death as a result of kidney failure) compared with standard care. These endpoints were not reported.

Sources: Palmer, 2021

 

Low GRADE

GLP-1 receptor agonists may increase the risk of severe gastrointestinal events compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatitis compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

 

Moderate GRADE

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatic cancer compared with standard care.

Sources: Palmer, 2021

Description of studies

Palmer (2021) evaluated SGLT-2 inhibitors and GLP-1 receptor agonists in adult patients with Diabetes mellitus type 2 at varying cardiovascular and renal risk. The protocol for this systematic review was registered with PROSPERO (CRD42019153180). The literature search was conducted in Medline, Embase, and the Cochrane Central Register of Controlled Trials from March 2016 to 11 August 2020 (for search strategy, see Palmer, 2021). The search from a previous network meta-analysis (Palmer, 2016) provided records from database inception to March 2016. Thus, the systematic review covered the literature from database inception up to 11 August 2020. Studies were screened independently by two reviewers (for PRISMA flow diagram, see Palmer, 2021): 764 trials including 421 346 patients proved eligible. In total 307 (40%) of 764 trials were at low risk of bias in random sequence generation and 529 (69%) were at low risk of bias in allocation concealment (see Palmer, 2021). A number of 462 trials (60%) reported blinding for participants and investigators, and 105 trials (14%) reported blinding for outcome assessment. In total 328 trials (43%) were at low risk of attrition bias and 355 trials (46.5%) were at low risk of bias from selective outcome reporting.

 

Parallel group randomised controlled trials were eligible if they compared SGLT-2 inhibitors or GLP-1 receptor agonists with one another or with other glucose lowering treatments, placebo, or standard care in adults with Diabetes mellitus type 2. Only studies reporting outcomes at 24 weeks or longer were included. Using definitions of outcomes specified in individual randomised controlled trials, the review examined all patient-important outcomes as defined by the guideline panel (see Palmer, 2021; Li, 2021), regardless of whether evidence was available in the eligible trials: all-cause mortality, cardiovascular mortality, non-fatal myocardial infarction, nonfatal stroke, kidney failure, admission to hospital for heart failure, severe hypoglycaemia, blindness, eye disease requiring intervention, health related quality of life, body weight, amputation, neuropathic pain, diabetic ketoacidosis, serious hyperglycaemia, genital infection, Fournier gangrene, severe gastrointestinal events, pancreatic cancer, and pancreatitis. HbA1c was also included in the review because it is prioritised by some decision makers. Thus, the systematic review (Palmer, 2021) covers all outcomes prioritised by the current guideline development group (see the section Search and select).

 

Palmer (2021) performed a frequentist random effects network meta-analysis and used GRADE to assess evidence certainty. The network compares 11 glucose lowering drugs, placebo, or standard care (for network plot see Fig. 1). The median trial mean age was 57.1 years, and the median proportion of men was 56%. At baseline, the median trial mean HbA1c was 65 mmol/mol and BMI was 30.1.

 

Figure. 1 Network plot of trials evaluating glucose lowering treatments for Diabetes mellitus type 2 (reproduced from Palmer, 2021). The size of each circle is proportional to the number of randomly assigned participants in the treatment comparisons (sample size shown in brackets). Line widths are proportional to the number of trials comparing the corresponding pair of treatments.

 

A network meta-analysis was performed for each relevant outcome. Subsequently, the estimates of relative effect (odds ratios) were combined with baseline risks representing the five risk categories to estimate absolute effects of treatment on cardiovascular and kidney outcomes in these categories of patients. These baseline risk estimates were based on several sources of evidence, including cohort studies, risk prediction equations, or the placebo arm in available trials. Most baseline risk estimates were based on the risk prediction model RECODe. Results included estimated absolute effects of treatment per 1000 patients treated for five years for patients at very low risk (no cardiovascular risk factors), low risk (three or more cardiovascular risk factors), moderate risk (cardiovascular disease), high risk (chronic kidney disease), and very high risk (cardiovascular disease and kidney disease). Chronic kidney disease was defined as an estimated glomerular filtration rate 45-75 mL/min/1.73 m2 with albuminuria > 300 mg/g (ACR 30 mg/mmol), or estimated glomerular filtration rate 15-45 mL/min/1.73 m2. Only the moderate, high and very high risk patients are relevant to the current guideline module, and therefore only results obtained for these three risk categories are summarized below. Moreover, only the results obtained for the outcomes prioritised by the guideline development group will be reported (for additional outcomes see Palmer, 2021).

 

Results (effects of interventions)

All results refer to the addition of GLP-1 receptor agonists to existing diabetes treatment. The authors developed evidence summaries and decision aids in MAGICapp, including an interactive decision support tool for multiple treatment choices (https://magicevidence.org/match-it/200820dist/#!/).

The summary of findings tables below provides an overview of the relative and absolute effect estimates per risk category, together with a GRADE assessment of the certainty of the evidence. Most GRADE assessments are taken from Palmer (2021), in some instances the certainty of the evidence was (further) downgraded if an effect estimate overlapped with the decision threshold defined by the guideline development group (see the section Relevant outcome measures, earlier in the text). Note that a five year NNT 100 threshold (for potential benefits and mild side-effects) translates to a difference of 10 events per 1000 patients. A threshold at five year NNT 1000 (for serious harms) corresponds to a difference of 1 event per 1000 patients.

 

Table 2. Adults with Diabetes mellitus type 2 and established CVD (but no CKD)

Intervention: Glucagon-Like Peptide-1 (GLP-1) receptor agonists

Comparator: Standard care

Outcome

Timeframe 5 yrs

 

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the Evidence

Plain text summary

Standard care

GLP-1 receptor agonists

Potential benefits

All-cause mortality

Odds Ratio 0.88 (CI 95% 0.83 - 0.94) Based on data from 69,035 patients in 34 studies.

120

per 1000

107

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of death compared with standard care.

Difference: 13 fewer per 1000 (CI 95% 18 fewer - 6 fewer)

Cardiovascular mortality

Odds Ratio 0.88 (CI 95% 0.8 - 0.96) Based on data from 63,455 patients in 20 studies.

79

per 1000

70

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of cardiovascular death compared with standard care.

Difference: 9 fewer per 1000 (CI 95% 15 fewer - 1 fewer)

Nonfatal myocardial infarction

Odds Ratio 0.92 (CI 95% 0.85 - 0.99) Based on data from 67,956 patients in 32 studies.

108

per 1000

100

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal myocardial infarction compared with standard care.

Difference: 8 fewer per 1000 (CI 95% 15 fewer - 1 fewer)

Nonfatal stroke

Odds Ratio 0.84 (CI 95% 0.76 - 0.93) Based on data from 66,900 patients in 29 studies.

108

per 1000

92

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal stroke compared with standard care.

Difference: 16 fewer per 1000 (CI 95% 24 fewer - 7 fewer)

End-stage kidney disease

Odds Ratio 0.78 (CI 95% 0.67 - 0.92) Based on data from 10,762 patients in 4 studies.

20

per 1000

16

per 1000

High

There is no important difference between GLP-1 receptor agonists and standard care.

Difference: 4 fewer per 1000 CI 95% 7 fewer - 2 fewer)

Hospital admission for heart failure

Odds Ratio 0.94 (CI 95% 0.85 - 1.03) Based on data from 46,696 patients in 13 studies.

80

per 1000

76

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

There probably is no important difference in the risk of hospital admission for heart failure between GLP-1 receptor agonist and standard care.

Difference: 4 fewer per 1000 (CI 95% 11 fewer - 2 more)

Potential harms

Severe gastro-intestinal events

Odds Ratio 2.46 (CI 95% 1.22 - 4.97) Based on data from 24,638 patients in 7 studies.

44

per 1000

102

per 1000

Low

Due to inconsistency and serious imprecision

GLP-1 receptor agonists may increase the risk of severe gastrointestinal events compared with standard care.

Difference: 58 more per 1000 (CI 95% 9 more - 142 more)

Pancreatitis

Odds Ratio OR 1.18 (0.90, 1.56)

5

per 1000

6

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatitis compared with standard care.

Difference: 1 more per 1000 (CI 95% 1 fewer – 3 more)

Pancreatic cancer

Odds Ratio 1.19

(0.78, 1.81).

 

4

per 1000

5

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably have little or no

effect on the risk of pancreatic cancer.

Difference: 1 more per 1000 (CI 95% 1 fewer - 3 more)

 

Table 3. Adults with Diabetes mellitus type 2 and chronic kidney disease (but no CVD)

Intervention: Glucagon-Like Peptide-1 (GLP-1) receptor agonists

Comparator: Standard care

Outcome

Timeframe 5 yrs

 

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the Evidence

Plain text summary

Standard care

GLP-1 receptor agonists

Potential benefits

All-cause mortality

Odds Ratio 0.88 (CI 95% 0.83 - 0.94) Based on data from 69,035 patients in 34 studies.

170

per 1000

153

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of death compared with standard care.

Difference: 17 fewer per 1000 (CI 95% 25 fewer - 9 fewer)

Cardiovascular mortality

Odds Ratio 0.88 (CI 95% 0.8 - 0.96) Based on data from 63,455 patients in 20 studies.

112

per 1000

100

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of cardiovascular death compared with standard care.

Difference: 12 fewer per 1000 (CI 95% 20 fewer - 4 fewer)

Nonfatal myocardial infarction

Odds Ratio 0.92 (CI 95% 0.85 - 0.99) Based on data from 67,956 patients in 32 studies.

120

per 1000

111

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal myocardial infarction compared with standard care.

Difference: 9 fewer per 1000 (CI 95% 16 fewer - 1 fewer)

Nonfatal stroke

Odds Ratio 0.84 (CI 95% 0.76 - 0.93) Based on data from 66,900 patients in 29 studies.

120

per 1000

103

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal stroke compared with standard care.

Difference: 17 fewer per 1000 (CI 95% 26 fewer – 7 fewer)

End-stage kidney disease

Odds Ratio 0.78 (CI 95% 0.67 - 0.92) Based on data from 10,762 patients in 4 studies.

92

per 1000

73

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of end-stage kidney disease compared with standard care.

Difference: 19 fewer per 1000 (CI 95% 28 fewer - 7 fewer)

Hospital admission for heart failure

Odds Ratio 0.94 (CI 95% 0.85 - 1.03) Based on data from 46,696 patients in 13 studies.

105

per 1000

99

per 1000

Moderate

Due to very serious imprecision

There probably is no important difference in the risk of hospital admission for heart failure between GLP-1 receptor agonist and standard care

Difference: 6 fewer per 1000 (CI 95% 14 fewer - 3 more)

Potential harms

Severe gastro-intestinal events

Odds Ratio 2.46 (CI 95% 1.22 - 4.97) Based on data from 24,638 patients in 7 studies.

44

per 1000

102

per 1000

Low

Due to inconsistency and serious imprecision

GLP-1 receptor agonists may increase the risk of severe gastrointestinal events compared with standard care.

Difference: 58 more per 1000 (CI 95% 9 more - 142 more)

Pancreatitis

Odds Ratio OR 1.18 (0.90, 1.56)

5

per 1000

6

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably have little or no effect on the risk of pancreatitis compared with standard care.

Difference: 1 more per 1000 (CI 95% 1 fewer – 3 more)

Pancreatic cancer

Odds Ratio 1.19

(0.78, 1.81).

 

4

per 1000

5

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably have little or no

effect on pancreatic cancer compared with standard care.

Difference: 1 more per 1000 (CI 95% 1 fewer - 3 more)

 

Table 4. Adults with Diabetes mellitus type 2 and CVD and CKD

Intervention: Glucagon-Like Peptide-1 (GLP-1) receptor agonists

Comparator: Standard care

Outcome

Timeframe 5 yrs

 

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the Evidence

Plain text summary

Standard care

GLP-1 receptor agonists

Potential benefits

All-cause mortality

Odds Ratio 0.88 (CI 95% 0.83 - 0.94) Based on data from 69,035 patients in 34 studies.

265

per 1000

241

per 1000

High

GLP-1 receptor agonists reduce the risk of death compared with standard care.

Difference: 24 fewer per 1000 (CI 95% 35 fewer - 12 fewer)

Cardiovascular mortality

Odds Ratio 0.88 (CI 95% 0.8 - 0.96) Based on data from 63,455 patients in 20 studies.

175

per 1000

157

per 1000

Moderate Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of cardiovascular death compared with standard care.

Difference: 18 fewer per 1000 (CI 95% 30 fewer - 6 fewer)

Nonfatal myocardial infarction

Odds Ratio 0.92 (CI 95% 0.85 - 0.99) Based on data from 67,956 patients in 32 studies

190

per 1000

177

per 1000

Moderate Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably reduce the risk of nonfatal myocardial infarction compared with standard care.

Difference: 13 fewer per 1000 (CI 95% 24 fewer - 2 fewer)

Nonfatal stroke

Odds Ratio 0.84 (CI 95% 0.76 - 0.93) Based on data from 66,900 patients in 29 studie

190

per 1000

165

per 1000

High

GLP-1 receptor agonists reduce the risk of nonfatal stroke compared with standard care.

Difference: 25 fewer per 1000 (CI 95% 39 fewer - 11 fewer)

End-stage kidney disease

Odds Ratio 0.78 (CI 95% 0.67 - 0.92) Based on data from 10,762 patients in 4 studies.

148

per 1000

119

per 1000

High

GLP-1 receptor agonists reduce the risk of end-stage kidney disease compared with standard care.

Difference: 29 fewer per 1000 (CI 95% 44 fewer - 10 fewer)

Hospital admission for heart failure

Odds Ratio 0.94 (CI 95% 0.85 - 1.03) Based on data from 46,696 patients in 13 studies.

235

per 1000

224

per 1000

Low

Due to very serious imprecision

GLP-1 receptor agonists may reduce the risk of hospital admission for heart failure compared with standard care.

Difference: 11 fewer per 1000 (CI 95% 28 fewer - 5 more)

Potential harms

Severe gastro-intestinal events

Odds Ratio 2.46 (CI 95% 1.22 - 4.97) Based on data from 24,638 patients in 7 studies.

44

per 1000

102

per 1000

Low

Due to inconsistency and serious imprecision

GLP-1 receptor agonists may increase the risk of severe gastrointestinal events compared with standard care.

Difference: 58 more per 1000 (CI 95% 9 more - 142 more)

Pancreatitis

Odds Ratio OR 1.18 (0.90, 1.56)

5

per 1000

6

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably have little or no

effect on the risk of pancreatitis compared with standard care.

Difference: 1 more per 1000 (CI 95% 1 fewer – 3 more)

Pancreatic cancer

Odds Ratio 1.19

(0.78, 1.81).

 

4

per 1000

5

per 1000

Moderate

Due to serious imprecision

GLP-1 receptor agonists probably have little or no

effect on the risk of pancreatic cancer compared with standard care.

Difference: 1 more per 1000 (CI 95% 1 fewer - 3 more)

Level of evidence of the literature

The level (certainty) of evidence of the literature was assessed per outcome, using the GRADE methodology (see Tables 2-4). The evidence came from RCTs and therefore started at HIGH certainty. The level of evidence was downgraded to MODERATE, LOW or VERY LOW certainty, in case of risk of bias, inconsistency, indirectness, imprecision, or publication bias. Most GRADE assessments were reproduced from Palmer (2021), in some instances the certainty of the evidence was (further) downgraded if an effect estimate overlapped with the decision threshold defined by the guideline development group.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question: What is the optimal pharmacotherapy of adults with Diabetes mellitus type 2 and a very high risk of cardiovascular disease: supplementation of a GLP-1 receptor agonist?

 

Table 1. PICO

Patients

Adult patients (18 years and older) with diabetes mellitus type 2 and very high cardiovascular risk according to the CVRM guideline (NHG/NIV/NVvC, 2019).*

Intervention

GLP-1 receptor agonists (liraglutide, exanitide LAR, lixisenatide, dulaglutide, semaglutide) monotherapy or added to metformin and/or any other combination of glucose-lowering medication.

Control

Standard of care (irrespective of background therapy) + placebo.

Outcomes

Crucial outcomes: total mortality, cardiovascular mortality, non-fatal MI, non-fatal stroke, hospitalization for heart failure (as a marker for serious heart failure), MACE, endstage kidney failure (eGFR < 15 or start or renal replacement therapy), acute kidney failure (sudden loss of kidney function requiring hospitalisation), composite renal outcome (and individual components: 40% reduction in eGFR relative to baseline, endstage kidney failure or death as a result of kidney failure).

Important outcomes: side-effects of medication (pancreatitis, pancreatic cancer, gallstone disease, serious gastrointestinal events).

* Individuals with diabetes mellitus type 2 and overt cardiovascular disease, i.e. acute coronary syndrome, angina pectoris, coronary revascularisation, TIA or stroke, aorto-iliofemoral atherosclerosis, aorta-aneurysm, claudicatio intermittens or peripheral revascularisation; also atherosclerotic stenosis of ischemia based on imaging. In addition, individuals with diabetes mellitus type 2 and organ damage, e.g., chronic kidney damage, or in combination with an important risk factor such as smoking (despite smoking cessation advice), or serious hypercholesterolemia (TC > 8 mmol/l despite maximally attainable therapy) or serious hypertension (≥ 180 mmHg despite maximally attainable therapy). Chronic kidney damage: eGFR < 30 ml/min/1,73 m2; eGFR 30-59 ml/min per 1,73 m2 met ACR > 3 mg/mmol; of eGFR ≥ 60 ml/min/1,73 m2 with ACR > 30 mg/mmol. ACR: albumin/creatinine ratio. The definition of individuals with Diabetes mellitus type 2 and CKD considered at very high cardiovascular risk in which GLP-1 receptor agonists should be considered is slightly modified as compared to the definitions used in the CVRM guideline (NHG/NIV/NVvC, 2019) and Diabetic nephropathy guideline (NIV, 2020).

 

Relevant outcome measures

The guideline development group considered the following outcome measures as critical outcome measures for decision making: total mortality, cardiovascular mortality, non-fatal MI, non-fatal stroke, hospitalization for heart failure (as a marker for serious heart failure), MACE (Major Adverse Cardiovascular Events), endstage kidney failure (eGFR < 15 ml/min/1.73 m2 or start or renal replacement therapy), acute kidney failure (sudden loss of kidney function requiring hospitalisation), and a composite renal outcome (and individual components: 40% reduction in eGFR relative to baseline, endstage kidney failure or death as a result of kidney failure). Side-effects of medication (pancreatitis, pancreatic cancer, gallstone disease, serious gastrointestinal events) were considered important (but not critical) outcome measures for decision making.

A priori, the working group did not further define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline development group considered a time horizon of five years and a number needed to treat (NNT) of 30 as an adequate threshold for clinical decision making for a composite outcome of all cardiovascular and renal endpoints together, because patients at high or very high cardiovascular risk may suffer any of the cardiovascular and renal endpoints during follow-up. These numbers needed to treat correspond to the thresholds used for broadly accepted treatments such as treatments with antihypertensive or cholesterol-lowering drugs, or treatment with anticoagulants after a stroke. For judgements on individual outcomes (such as total mortality, MI, stroke, heart failure and endstage kidney failure) the guideline development group considered a five-year number needed to treat of 100 as an adequate threshold. This threshold was mainly used to judge the GRADE domain imprecision per outcome measure. Importantly, the NNT 100 threshold for individual outcomes was not used in the overall judgement to determine whether a GLP-1 receptor agonist should be recommended or not. For serious side-effects and complications such as pancreatitis and pancreatic cancer a five-year NNT (number needed to treat for an additional harmful outcome) of 1000 was used as a threshold because these outcomes are potential harms, instead of potential benefits, of a treatment with GLP-1 receptor agonists. For judgements on less serious side-effects such as urinary tract infections and genital infections a five-year NNT of 100 was used.

 

Search and select (methods)

The databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase.com) were searched with relevant search terms from 2015 until May 2020. The detailed search strategy is depicted in the Annex (Totstandkoming)/ (Verantwoording). In the early stages of searching and selecting literature, the guideline development group became aware of an elaborate network meta-analysis and guideline initiative adressing the exact same clinical question. The systematic review and network meta-analysis (Palmer, 2021) covers the research literature up to 11 August 2020.

 

Results (search)

One systematic review (Palmer, 2021) was included in the analysis of the literature. For patient and study characteristics and results, and risk of bias assessment of the individual studies included in the systematic review we refer to the aforementioned publication. Risk of bias was determined using the Cochrane tool for assessing risk of bias in randomised trials (Siemieniuk, 2016). The assessment of the risk of bias of the systematic review is summarized in the risk of bias table. The systematic review is of high quality (see risk of bias table in the Annex).

  1. American Diabetes Association Professional Practice Committee. 13. Older Adults: Standards of Care in Diabetes-2025. Diabetes Care. 2025 Jan 1;48(1 Suppl 1):S266-S282. doi: 10.2337/dc25-S013. PMID: 39651977; PMCID: PMC11635042.
  2. Buchan TA, Malik A, Chan C, et al. Predictive models for cardiovascular and kidney outcomes in patients with type 2 diabetes: systematic review and meta-analyses. Heart 2021:DOI: 10.1136/heartjnl-2021-31924.
  3. Gerstein HC, Colhoun HM, Dagenais GR, et al. Dulaglutide and cardiovascular outcomes in type 2 diabetes (REWIND): a double-blind, randomised placebo-controlled trial. Lancet 2019;394:121-30.
  4. Hernandez AF, Green JB, Janmohamed S, et al. Albiglutide and cardiovascular outcomes in patients with type 2 diabetes and cardiovascular disease (Harmony Outcomes): a double-blind, randomised placebo-controlled trial. Lancet 2018;392:1519-29.
  5. Holman RR, Bethel MA, Mentz RJ, et al. Effects of once-weekly exenatide on cardiovascular outcomes in type 2 diabetes. N Engl J Med 2017;377:1228-39.
  6. Husain M, Birkenfeld AL, Donsmark M, et al. Oral semaglutide and cardiovascular outcomes in patients with type 2 diabetes. N Engl J of Med 2019;381:841-51.
  7. Karagiannis T, Tsapas A, Athanasiadou E, et al. GLP-1 receptor agonists and SGLT2 inhibitors for older people with type 2 diabetes: A systematic review and meta-analysis. Diabetes Res Clin Pract. 2021 Apr:174:108737. doi: 10.1016/j.diabres.2021.108737.
  8. Kim DH, Rockwood K. Frailty in Older Adults. N Engl J Med. 2024 Aug 8;391(6):538-548. doi: 10.1056/NEJMra2301292. PMID: 39115063; PMCID: PMC11634188.
  9. Li S, Vandvik PO, Lytvyn L, et al. Risk-based treatment with SGLT-2 inhibitors or GLP -1 receptor agonists for adults with type 2 diabetes: a clinical practice guideline. BMJ 2021;373:n1091.DOI:10.1136/bmj.n109.
  10. Li S, Vandvik PO, Lytvyn L, et al. (2021). MAGICApp. https://app.magicapp.org/#/guideline/4288.
  11. Marso SP, Bain SC, Consoli A, et al.. Semaglutide and cardiovascular outcomes in patients with type 2 diabetes. N Engl J Med 2016;375:1834-44.
  12. Marso SP, Daniels GH, Brown-Frandsen K, et al. Liraglutide and cardiovascular outcomes in type 2 diabetes. N Engl J Med 2016;375:311-22.
  13. McMurray JJ, Solomon SD, Inzucchi SE, et al. Dapagliflozin in patients with heart failure and reduced ejection fraction. N Engl J Med 2019;381:1995-2008.
  14. Nauck MA, Ghorbani MLM, Kreiner E, et al. Effects of liraglutide compared with placebo on events of acute gallbladder or biliary disease in patients with type 2 diabetes at high risk for cardiovascular events in the LEADER randomized trial. Diabetes care 2019;42:1912-20.
  15. Neal B, Perkovic V, Mahaffey KW, et al. Canagliflozin and cardiovascular and renal events in type 2 diabetes. N Engl J Medicine 2-17;377:644-657.
  16. NHG/NIV/NVvC (2019). Cardiovasculair risicomanagement (CVRM). Richtlijnendatabase. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/cardiovasculair_risicomanagement_cvrm/samenvatting_richtlijn_cvrm.html (geraadpleegd 16 maart 2021).
  17. Ninomiya T, Perkovic V, De Galan BE, et al.. Albuminuria and kidney function independently predict cardiovascular and renal outcomes in diabetes. J Am Soc Nephrol 2009;20:1813-21.
  18. NIV (2020). Richtlijn Diabetische nefropathie. Richtlijnendatabase. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/diabetische_nefropathie (geraadpleegd 22 maart 2021).
  19. Nreu B., Dicembrini I, Tinti F, Mannucci E, Monami M. Cholelithiasis in patients treated with Glucagon-Like Peptide-1 Receptor: an updated meta-analysis of randomized controlled trials. Diabetes res clin prac 2020;161:108087.
  20. Packer M, Anker SD, Butler J, et al. Cardiovascular and renal outcomes with empagliflozin in heart failure. N Engl J Med 2020;383:1413-24.
  21. Palmer SC, Mavridis D, Nicolucci A, et al. Comparison of clinical outcomes and adverse events associated with glucose-lowering drugs in patients with type 2 diabetes: a meta-analysis. JAMA 2016;316:313-24.
  22. Palmer SC, Tendal B, Mustafa RA, et al. Sodium-glucose cotransporter protein-2 (SGLT-2) inhibitors and glucagon-like peptide-1 (GLP-1) receptor agonists for type 2 diabetes: systematic review and network meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ 2021;372.
  23. Perkovic V, Jardine MJ, Neal B, Bompoint S, et al. Canagliflozin and renal outcomes in type 2 diabetes and nephropathy. N Engl J Med 2019;380:2295-2306.
  24. Perkovic V, Tuttle KR, Rossing P, et al. Effects of Semaglutide on Chronic Kidney Disease in Patients with Type 2 Diabetes. N Engl J Med. 2024 Jul 11;391(2):109-121. doi: 10.1056/NEJMoa2403347.
  25. González-González JG, González-Colmenero AD, Millán-Alanís JM, et al. Values, preferences and burden of treatment for the initiation of GLP-1 receptor agonists and SGLT-2 inhibitors in adult patients with type 2 diabetes: a systematic review. BMJ open 2021;11:e049130.
  26. Seferović PM, Coats AJ, Ponikowski P, et al.. European Society of Cardiology/Heart Failure Association position paper on the role and safety of new glucose‐lowering drugs in patients with heart failure. Eur J Heart Fail 2020;22:196-213.
  27. Siemieniuk RA, Agoritsas T, Macdonald H, Guyatt GH, Brandt L, Vandvik PO. Introduction to BMJ rapid recommendations. BMJ 2016;354:i5191.
  28. Sircar M, Bhatia A, Munshi M. Review of hypoglycemia in the older adult: clinical implications and management. Can J Diabetes. 2016;40(1):66-72. doi:10.1016/j.jcjd.2015.10.004. Medline
  29. Van Marum RJ. Underrepresentation of the elderly in clinical trials, time for action. Br J Clin Pharmacol. 2020;86(10):2014-2016.doi:10.1111/bcp.14539. Medline
  30. Vaduganathan M. GLP-1 receptor agonists in heart failure. Lancet. 2024 Aug 24;404(10454):727-729. doi: 10.1016/S0140-6736(24)01598-8. PMID: 39181582.
  31. Wiviott SD, Raz I, Bonaca MP, Mosenzon O, et al. Dapagliflozin and cardiovascular outcomes in type 2 diabetes. N Engl J Med 2019;380:347-57.
  32. Zinman B, Wanner C, Lachin JM, et al. Empagliflozin, cardiovascular outcomes, and mortality in type 2 diabetes. N Engl J Med 2015;373:2117-28.

Table of excluded studies (full text assessment)

See Palmer (2021), the systematic review on which the literature analysis was based.


Table of Patient and study characteristics and results

See Palmer (2021), the systematic review on which the literature analysis was based.


Table of Quality assessment (Risk of bias) of individual studies

See Palmer (2021), the systematic review on which the literature analysis was based.

 

Risk of bias table for systematic reviews

Table of quality assessment for systematic reviews of RCTs and observational studies

Based on AMSTAR checklist (Shea et al.; 2007, BMC Methodol 7: 10; doi:10.1186/1471-2288-7-10) and PRISMA checklist (Moher et al 2009, PLoS Med 6: e1000097; doi:10.1371/journal.pmed1000097)

 

Research question: What is the optimal pharmacotherapy of adults with Diabetes mellitus type 2 and a very high risk of cardiovascular disease: supplementation of a SGLT-2-inhibitor?

Study

 

 

 

 

First author, year

Appropriate and clearly focused question?

 

 

 

Yes/no/unclear

Comprehensive and systematic literature search?

 

 

 

Yes/no/unclear

Description of included and excluded studies?

 

 

 

Yes/no/unclear

Description of relevant characteristics of included studies?

 

 

Yes/no/unclear

Appropriate adjustment for potential confounders in observational studies?

 

 

Yes/no/unclear/notapplicable

Assessment of scientific quality of included studies?

 

 

Yes/no/unclear

Enough similarities between studies to make combining them reasonable?

 

Yes/no/unclear

Potential risk of publication bias taken into account?

 

 

Yes/no/unclear

Potential conflicts of interest reported?

 

 

 

Yes/no/unclear

Palmer, 2021

Yes

Yes

Yes

Yes

not applicable

Yes

Yes

Unclear1

Yes

1risk of reporting bias was assessed, but potential risk of publication bias is not mentioned.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 02-05-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 02-05-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Diabetes Mellitus
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie
  • Diabetesvereniging Nederland

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Het cluster Diabetes Mellitus bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden geven hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroep

  • Dr. E.H. (Erik) Serné, internist in het AUMC te Amsterdam, NIV, voorzitter cluster
  • Dr. L.P.F. (Luc) Janssens, kinderarts in het Isala te Zwolle, NVK
  • Dr. W.J. (Wouter) de Waal, kinderarts in het Sint Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein, NVK
  • Dr. R.C. (Rebecca) Painter, gyneaocoloog in het AUMC te Amsterdam, NVOG
  • Dr. B.E. (Bastiaan) de Galan, internist in het MUMC te Maastricht, NIV
  • T.M. (Ties) Obers, patiëntvertegenwoordiger, Diabetesvereniging Nederland

 Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Dr. E.H. (Erik) Serné, internist in het AUMC te Amsterdam, NIV
  • Drs. A.M. (Aisha) Salarbaks, klinisch geriater bij Ziekenhuisgroep Twente te Almelo, NVKG
  • Dr. L. (Liselotte) van Bloemendaal, internist ouderengeneeskunde in het Zaans Medisch Centrum te Zaandam, NIV

Met ondersteuning van

  • Dr. A.N. (Anh Nhi) Nguyen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
  • Dr. L. (Leanne) Küpers, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
  • Drs. J.M.H. (Harm-Jan) van der Hart, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
  • Drs. F.A. (Fieke) Pepping, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

Belangenverklaringen

Tabel 5 Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Restrictie

Dr. E.H. (Erik) Serné

Internist-Vasculaire Geneeskunde binnen Amsterdam UMC, locatie VUmc

Clustervertegenwoordiger (NIV, NVK, NHG) binnen bestuur Nederlandse Diabetes Federatie (betaald)

Lid van Rondetafel Diabeteszorg (onbetaald)

Hoofdredacteur Nederlands Tijdschrift voor Diabetologie (betaald)

Redactielid platform Diabetesgeneeskunde.nl (betaald)

Medisch directeur van Diabeter Centrum Amsterdam, een joint venture tussen Amsterdam UMC en Diabeter; aangesteld via een detacheringscontract vanuit Amsterdam UMC (betaald). Medtronic is deels eigenaar van Diabeter.

Geen

Doelmatigheidsproject ZonMw betreffende behandeling patiënten met 'hypoglycemia unawareness' met 'stepped care' bestaande uit cursus HypoBewust en vervolgens evetueel continueglucose monitoring (CGM) versus directe start CGM

 

Veelbelovende zorg ZonMw-project betreffende Bi-hormonale kunstalvleesklier bij volwassen patiënten met diabetes type 1 die hun behandeldoelen niet halen; Automated blood glucose control in type 1 diabetes: effectiveness of the artificial pancreas (DARE-study)

 

Doelmatigheidsproject ZonMw betreffende LOFIT: Lifestyle front Office For Integrating lifestyle medicine in the Treatment of patients: a novel care-model towards community-based options for lifestyle change

Advisering binnen Ronde Tafel Diabeteszorg betreffende doelmatige inzet nieuwe

behandelingen toont belangrijke parallellen met richtlijnvorming. Beide maken

gebruik van 'evidence-based medicine' en GRADE om de beschikbare data te

duiden. Hierbij is dus geen sprake van belangenverstrengeling, maar van synergie.

Restrictie t.a.v. besluitvorming bij modules HCl bij zwangerschap met DM1 en Preventie hypoglykemie met sensor bij diabetes mellitus type 2

Dr. L.P.F. (Luc) Janssens

Kinderarts Isala

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Dr. W.J. (Wouter) de Waal

Kinderarts Diakonessenhuis Utrecht

Kinderarts Diabetes Centraal

Geen

Geen

Geen

Geen

Dr. R.C. (Rebecca) Painter

Gynaecoloog-perinatoloog Amsterdam UMC, hoogleraar verloskunde Vrije Universiteit

Per 1 sept: Gynaecoloog-perinatoloog Erasmus MC, Hoogleraar Erasmus Universiteit

Wetenschappelijk Adviseur Stichting ZEHG (onbetaald)

Voorzitter werkgroep NVOG Richtlijn "schildklier en zwangerschap" (vacatiegelden)

Lid werkgroep NVOG Richtlijn "Hyperemesis gravidarum" (vacatiegelden)

Lid Koepel Wetenschap NVOG, namense Pijler FMG (onbetaald)

Vice voorzitter NVOG Pijler FMG Wetenschapscommissie (onbetaald)

Voorzitter NVOG SIG Diabetes en Zwangerschap (onbetaald)

Lid Stadscoaltie Amsterdam Kansrijke Start (onbetaald)

Projectleider en lid kernteam Netwerk Geboortezorg Noordwest Nederland (onbetaald)

Bestuurslid NRCG, Nederlandse Regionale Consortia Geboortezorg (onbetaald)

Lid Bestuurd Verloskundig Samenwerkingsverband Amsterdam UMC (onbetaald)

Projectleider en hoofdonderzoeker SugarDip, TANGO-DM, PI NL RCTs  (onbetaald)

Geen

ZonMW:

SugarDip, projectleider

PI NL, projectleider

Netwerk Geboortezorg Noordwest Nederland, projectleider

VSV stimulering implementatie basiskader, projectleider

Minder dieren, meer kennis: Metformine in diermodellen systematic review, project leider

NRCG, nationale regionale geboorteconsortia, geen projectleider

 

Diabetes Fonds:

Register Diabetes en Zwangerschap, geen projectleider

 

Leading the Change:

Tango DM, projectleider

 

Toegevoegd tijdens vergadering: CRISTAL studie (HCL bij zwangeren met DM1). Deze studie is niet gefinancierd door een farmaceut maar Medtronic heeft wel middelen geleverd.  

Projectleider TANGO DM, onderzoekt de afkapwaarden die gebruikt worden voor de diagnose diabetes gravidarum.

 

Medeprojectleider van SugarDip, over de medicamenteuze behandeling van diabetes gravidarum (insuline vs orale therapie).

Geen

Dr. B.E. (Bastiaan) de Galan

Internist, MUMC+, Maastricht (0,6 fte)

Hoogleraar interne geneeskunde/diabetologie, UM, Maastricht (0,2 fte)

Internist, Radboudumc, Nijmegen (0,2 fte)

Docent/cursusleider DESG cursus voor aios interne geneeskunde en kindergeneeskunde (betaald; naar MUMC+)

Associate editor Diabetologia (betaald; naar MUMC)

Bestuurslid Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie (NVE; onbetaald)

Voozitter accreditatiecommissie NIV (vacatiegelden)

Voorzitter Commissie van Uitvoering voor het Accreditatieoverleg (onbetaald)

Organisatie nascholingsreeks Diabetes Overleg (betaald, naar MUMC)

Organisatie nascholingsreeks Dutch Diabetes Academy (betaald, naar MUMC)

Secretaris International Hypoglycaemia Study Group (onbetaald)

Geen

Horizon Europe Framework Programme:

Hypo-RESOLVE (Hypoglycaemia - redefining solutions for better lives) 2018-2023 (afgerond). Novo Nordisk, Lilly, Medtronic en Abbott betrokken als research partners, projectleider: ja

 

MELISSA (mobile artificial intelligence solution for diabetes adaptive care) 2022-2026. Novo Nordisk levert insuline, projectleider: ja

 

REDDIE (Real-world evidence for decisions in diabetes) 2023-2027. Novo Nordisk betrokken als research partner, projectleider: nee

 

Novo Nordisk:

ADREM study (investigator initiated trial naar aanpassing van degludec bij sport bij mensen met type 1 diabetes, unrestricted grant) 2021-2022 (afgerond).

Geen

Geen

T.M. (Ties) Obers

Beleidsadviseur Belangenbehartiging (0,6 FTE)

Diabetesvereniging Nederland

 

Directeur (0,2 FTE)

Stichting Knowledge for Children Nederland

 

Freelance Adviseur Non-Profit (0,2 FTE)

Groei voor Goed

Geen

Geen

Geen

Bescherming van de reputatie/positie van Diabetesvereniging Nederland. Boegbeeldfunctie bij patiëntenorganisatie Diabetesvereniging Nederland.

Geen

 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Tabel 6 Gemelde (neven)functies en belangen betrokken clusterexpertisegroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Restrictie

Dr. E.H. (Erik) Serné

Zie tabel 1

Drs. A.M. (Aisha) Salarbaks

Klinisch geriater in ZGT (sinds 2013)

Geen

Geen

1. Dialogica studie

2. Hartfalen bij ouderen: fagiliteit, zelfzorg en kwaliteit van leven

Geen

Geen

Dr. L. (Liselotte) van Bloemendaal

Internist ouderengeneeskunde Zaans Medisch Centrum ..

0-uren aanstelling voor wetenschap in Amsterdam umc. Onbetaald.

Geen

OMED2 studie. Optimalization of Medication in Elderly with Diabetes

1. ZonMW goed gebruik geneesmiddelen - Ontwikkeling van een deprescribing programma om deprescribing te bevorden van diabetes medicatie (projectleider NEE)

Geen

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door inbreng van de Diabetesvereniging Nederland.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

GLP-1 receptoragonisten

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze.

Zoekverantwoording

Zoekactie voor de vergelijking van GLP1-receptoragonisten met standaardzorg. Uiteindelijk is besloten de literatuuranalyse niet te baseren op de resultaten van onderstaande zoekstrategie, maar gebruik te maken van een zeer recente systematische review en netwerk meta-analyse (Palmer, 2021), die de literatuur dekt tot 11 augustus 2020.

 

Uitgangsvraag: Wat is de optimale behandeling van volwassen personen met DM type 2 en een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten: toevoeging van een GLP1-receptoragonist?

Database(s): Medline, Embase

Datum: 22-1-2020, update op 30-4-2020

Periode: 2015-heden

Talen: Engels

Literatuurspecialist: Miriam van der Maten

Toelichting en opmerkingen:

In eerste instantie is naar SR’s gezocht vanaf 2015 met als doel om geschikte SR’s vervolgens te updaten vanaf de zoekdatum gehanteerd in deze SR’s. De search is breed opgezet, omdat niet alle studies (voornamelijk SR’s) geïndexeerd zijn als DM2-specifiek.

Database

Zoektermen

Medline (OVID)

 

 

1 exp Diabetes Mellitus/ or diabete*.ti,ab,kf. or diabetic*.ti,ab,kf. or dm2.ti,ab,kf. or d2m.ti,ab,kf. or niddm.ti,ab,kf. or 'dm 2'.ti,ab,kf. or t2d*.ti,ab,kf. or 'dm type 2'.ti,ab,kf. or 'dm type ii'.ti,ab,kf. or dm1.ti,ab,kf. or d1m.ti,ab,kf. or iddm.ti,ab,kf. or 'dm 1'.ti,ab,kf. or t1d*.ti,ab,kf. or 'dm type 1'.ti,ab,kf. or 'dm type i'.ti,ab,kf. or 'type* 1 diabet*'.ti,ab,kf. or 'type* i diabet*'.ti,ab,kf. or 'type* one diabet*'.ti,ab,kf.

2 exp Cardiovascular Diseases/ or angiocardio*.ti,ab,kf. or heart*.ti,ab,kf. or cardio*.ti,ab,kf. or cvd.ti,ab,kf. or 'cv risk*'.ti,ab,kf.

3 exp Glucagon-Like Peptide-1 Receptor/ag or (exp Glucagon-Like Peptide-1 Receptor/ and (agonist* or analogue*).ti,ab,kf.) or (glp* adj1 '1').ti,ab,kf. or 'glucagon* like peptide* 1'.ti,ab,kf. or liraglutide*.ti,ab,kf. or exanitide*.ti,ab,kf. or exenatide*.ti,ab,kf. or lixisenatide*.ti,ab,kf. or dulaglutide*.ti,ab,kf. or semaglutide*.ti,ab,kf.

4 1 and 2 and 3

5 (meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (meta adj analy$).tw. or ((systematic* or literature) adj2 review$1).tw. or (systematic adj overview$1).tw. or exp "Review Literature as Topic"/ or cochrane.ab. or cochrane.jw. or embase.ab. or medline.ab. or (psychlit or psyclit).ab. or (cinahl or cinhal).ab. or cancerlit.ab. or ((selection criteria or data extraction).ab. and "review"/)) not (Comment/ or Editorial/ or Letter/ or (animals/ not humans/))

6 4 and 5

7 limit 6 to (english language and yr="2015 -Current")

8 exp Diabetes Mellitus, Type 2/ or ((diabete* or diabetic*) adj3 ('non insulin* depend*' or 'noninsulin depend*' or noninsulindepend* or 'non insulindepend*' or 'maturity onset*' or 'adult onset*' or 'slow onset*' or 'ketosis resistant*' or stable*)).ti,ab,kf. or dm2.ti,ab,kf. or d2m.ti,ab,kf. or niddm.ti,ab,kf. or 'dm 2'.ti,ab,kf. or t2d*.ti,ab,kf. or 'dm type 2'.ti,ab,kf. or 'type* 2 diabet*'.ti,ab,kf. or 'type* two diabet*'.ti,ab,kf. or 'type* ii diabet*'.ti,ab,kf. or 'dm type ii'.ti,ab,kf.

9 8 and 2 and 3

10 (exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw.) not (animals/ not humans/)

11 (9 and 10) not 6

12 limit 11 to (english language and yr="2015 -Current")

Embase

 

 

No.

Query

#10

#8 AND #9 NOT #6

#9

#7 AND #2 AND #3 AND [english]/lim AND [2015-2020]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

#8

'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti

#7

'non insulin dependent diabetes mellitus'/exp OR (((diabete* OR diabetic*) NEAR/3 ('non insulin* depend*' OR 'noninsulin depend*' OR noninsulindepend* OR 'non insulindepend*' OR 'maturity onset*' OR 'adult onset*' OR 'slow onset*' OR 'ketosis resistant*' OR stable*)):ti,ab,kw) OR dm2:ti,ab,kw OR d2m:ti,ab,kw OR niddm:ti,ab,kw OR 'dm 2':ti,ab,kw OR t2d*:ti,ab,kw OR 'dm type 2':ti,ab,kw OR 'type* 2 diabet*':ti,ab,kw OR 'type* two diabet*':ti,ab,kw OR 'type* ii diabet*':ti,ab,kw OR 'dm type ii':ti,ab,kw

#6

#4 AND #5

#5

'meta analysis'/de OR cochrane:ab OR embase:ab OR psycinfo:ab OR cinahl:ab OR medline:ab OR ((systematic NEAR/1 (review OR overview)):ab,ti) OR ((meta NEAR/1 analy*):ab,ti) OR metaanalys*:ab,ti OR 'data extraction':ab OR cochrane:jt OR 'systematic review'/de

#4

#1 AND #2 AND #3 AND [english]/lim AND [2015-2020]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

#3

'glucagon like peptide receptor agonist'/exp OR ((glp* NEAR/1 '1'):ti,ab,kw) OR 'glucagon* like peptide* 1':ti,ab,kw OR liraglutide*:ti,ab,kw OR exanitide*:ti,ab,kw OR exenatide*:ti,ab,kw OR lixisenatide*:ti,ab,kw OR dulaglutide*:ti,ab,kw OR semaglutide*:ti,ab,kw

#2

'cardiovascular disease'/exp OR 'cardiovascular risk'/exp OR angiocardio*:ti,ab,kw OR heart*:ti,ab,kw OR cardio*:ti,ab,kw OR cvd:ti,ab,kw

#1

'diabetes mellitus'/exp OR diabete*:ti,ab,kw OR diabetic*:ti,ab,kw OR dm2:ti,ab,kw OR d2m:ti,ab,kw OR niddm:ti,ab,kw OR 'dm 2':ti,ab,kw OR t2d*:ti,ab,kw OR 'dm type 2':ti,ab,kw OR 'dm type ii':ti,ab,kw OR dm1:ti,ab,kw OR d1m:ti,ab,kw OR iddm:ti,ab,kw OR 'dm 1':ti,ab,kw OR t1d*:ti,ab,kw OR 'dm type 1':ti,ab,kw OR 'dm type i':ti,ab,kw OR 'type* 1 diabet*':ti,ab,kw OR 'type* i diabet*':ti,ab,kw OR 'type* one diabet*':ti,ab,kw

 

Volgende:
Stappenplan bij zeerhoogrisicopatiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2)