Startpagina - Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische aandoening
Deze richtlijn valt onder het cluster Psychiatrie en diagnostiek.
Waar gaat deze richtlijn over?
Het verlenen van euthanasie en hulp bij zelfdoding is binnen het kader van de 'Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’ ook mogelijk bij patiënten met een psychische aandoening[1]. Dat is al in 1994 bepaald door de Hoge Raad in het arrest-Chabot. Wel moet het onderzoek naar het euthanasieverzoek in dat geval verricht worden met 'grote behoedzaamheid', omdat bij lijden met een psychische oorzaak de uitzichtloosheid van het lijden en de vrijwilligheid van het verzoek moeilijker zijn te beoordelen en omdat de patiënt doorgaans een nog relatief lange levensverwachting heeft. De eis van grote behoedzaamheid wordt breed gedeeld in de beroepsgroep en in de maatschappij. Deze richtlijn beoogt een actuele, zorgvuldige en bruikbare procedure te schetsen die invulling geeft aan de eis van grote behoedzaamheid op grond van de ter zake e geldende medische, ethische en juridische normen en die implementeerbaar is in de hedendaagse medische praktijk.
Een punt van aandacht betreft de verhouding tussen deze richtlijn en de EuthanasieCode van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie. De eisen die in deze richtlijn worden gesteld aan het handelen van de arts voldoen in ieder geval aan de EuthanasieCode en gaan soms verder. Vanuit de bijzondere deskundigheid van de beroepsgroep worden deze verdergaande eisen waardevol geacht, bij de toetsing baseert de RTE zich echter op de EuthanasieCode, niet op deze richtlijn.
In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- Bespreken van het verzoek met de patiënt
- Besluit een verzoek tot levensbeëindiging te onderzoeken
- Second opinion door een onafhankelijke deskundige
- Betrekken van overige hulpverleners
- Bespreken van het verzoek met familie en naasten
- Toetsing van de vier wettelijke zorgvuldigheidscriteria (vrijwillig en weloverwogen verzoek, uitzichtloos en ondraaglijk lijden, bespreken van de situatie en vooruitzichten, geen redelijke andere oplossing)
- Beoordeling door onafhankelijk consulent
- Specifieke patiëntengroepen
- Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding
- Verslaglegging en melding
- Nazorg
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is voor psychiaters en andere artsen bij wie een verzoek tot levensbeëindiging wordt neergelegd door een patiënt op grond van een psychische aandoening.
Voor patiënten
Deze richtlijn beschrijft hoe een arts een wens tot euthanasie of hulp bij zelfdoding op grond van een psychische aandoening op een zorgvuldige manier kan bespreken en beoordelen. Euthanasie is geen recht van de patiënt en is geen plicht van de arts. Het mag alleen worden uitgevoerd als de arts de overtuiging heeft dat aan de wettelijke eisen is voldaan. Een arts moet onder andere nagaan of het verzoek om euthanasie vrijwillig en weloverwogen is, of de patiënt ondraaglijk en uitzichtloos lijdt en of er nog redelijke andere oplossingen zijn. Deze richtlijn gaat over het bespreken van de euthanasiewens met de patiënt, het betrekken van andere hulpverleners (bijvoorbeeld de huisarts of eerdere behandelaren) en familie en naasten bij het euthanasietraject, de beoordeling of een verzoek aan de wettelijke eisen voldoet, de procedurele stappen die moeten worden gezet, het uitvoeren van euthanasie en het verlenen van nazorg.
Toepassen
De richtlijn is opgebouwd volgens de stappen die patiënt en arts samen doorlopen in het euthanasietraject. Hierin worden vier opeenvolgende fasen onderscheiden: de verzoekfase, de beoordelingsfase, de consultatiefase en de uitvoeringsfase. Dit proces is schematisch weergegeven in het stroomschema (zie aanverwante items).
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De eerste versie van de richtlijn is verschenen in 1998, hierna vonden volledige herzieningen plaats in 2009 en 2018. Deze richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie.
Modulair onderhoud
Vanaf 2024 wordt de richtlijn modulair herzien door het cluster Psychiatrie en Diagnostiek. Onder de ‘samenstelling van het cluster’ (zie verantwoording) staat beschreven welke organisatie deelnemen aan het cluster. Meer informatie over werken in clusters en modulair onderhoud vindt u hier.
|
Richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische aandoening |
Geautoriseerd in |
Laatst beoordeeld in |
Wijzigingen meest recente versie |
|
Startpagina - Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische aandoening |
2026 |
2025 |
Inhoudelijk herzien |
|
Second opinion door onafhankelijke psychiater |
2026 |
2025 |
Inhoudelijk herzien |
|
Beoordeling door onafhankelijk consulent |
2026 |
2025 |
Inhoudelijk herzien |
[1] Overal waar euthanasie staat kan ook hulp bij zelfdoding worden gelezen, tenzij nadrukkelijk anders vermeld
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 11-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 11-06-2026