Geweld in afhankelijkheidsrelaties bij Volwassenen

Initiatief: Cluster Mishandeling Aantal modules: 3

Screeningsinstrumenten

Publicatiedatum: 15-07-2025
Beoordeeld op geldigheid: 15-07-2025

Uitgangsvraag

Welk signaleringsinstrument kan gebruikt worden voor het signaleren en herkennen van geweld in afhankelijkheidsrelaties bij volwassenen van 18 tot 65 jaar op de spoedeisende hulp (SEH)?

Aanbeveling

Let tijdens het consult op de spoedeisende hulp op verschillende signalen (risicofactoren, waarnemingen) van geweld in afhankelijkheidsrelaties bij volwassenen.

 

Bouw een signaleringsvraag in in het EPD ter bewustwording tijdens het consult, bijvoorbeeld “Is er een vermoeden op de aanwezigheid van geweld in afhankelijkheidsrelaties?”.

 

Zorg voor adequate en periodieke scholing van het zorgpersoneel.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Het is aangetoond dat het gebruik van signaleringsinstrumenten leidt tot het ontdekken van meer gevallen van geweld in afhankelijkheidsrelaties bij volwassenen (Nelson, 2004; Morrison, 2000). Het gebruik van een signaleringsinstrument wordt dan ook aangeraden op de spoedeisende hulp (SEH). In deze richtlijn willen we gaan onderzoeken welk signaleringsinstrument het beste te gebruiken is op de SEH in Nederland.

 

In deze literatuursamenvatting werd een systematische review geïncludeerd die de sensitiviteit en specificiteit van verschillende signaleringsinstrumenten voor geweld in afhankelijkheidsrelaties bij volwassenen, gedefinieerd als ‘intimate partner violence’, rapporteerde. De review was een update voor de US Preventive Services Task Force en includeerde alleen artikelen uit landen met een vergelijkbaar (zorg)systeem als Amerika. Van de geïncludeerde signaleringsinstrumenten werden de PVS, OVAT, STaT, OAS en AAS gebruikt in de acute zorg of op de spoedeisende hulp. De PVS onderzoekt of er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties bij volwassenen in het afgelopen jaar; de andere instrumenten laten zien of er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties op het moment van afnemen.

 

Tabel 1 geeft een overzicht van de sensitiviteit en specificiteit van de instrumenten.

 

Tabel 1. Overzicht van de range in sensitiviteit en specificiteit van de instrumenten

Tabel 1 Overzicht van de range in sensitiviteit en specificiteit van de instrumenten

 

In het algemeen is de kwaliteit van het bewijs laag. De onderzoeken gebruiken een andere gouden standaard ter vergelijking, wat de interpretatie en het vergelijken van de uitslagen beïnvloed. Daarnaast zijn niet alle onderzoeken uitgevoerd op de SEH, is een smaller definitie gebruikt voor geweld in afhankelijkheidsrelaties (namelijk ‘intimate partner violence’) en verschilt het (zorg)systeem vaak veel van die van Nederland.

 

Op basis van de cruciale uitkomstmaat sensitiviteit, zouden de STaT en AAS worden geprefereerd. Echter is de specificiteit van deze instrumenten laag, wat betekent dat er mensen positief worden gescreend op mishandeling, maar dat er in werkelijkheid geen sprake is van mishandeling (veel foutpositieven).

 

Op basis van de belangrijke uitkomstmaat specificiteit, zou de OAS worden geprefereerd, maar deze heeft een lage sensitiviteit. Dit betekent dat er veel mensen zullen zijn die negatief gescreend worden, maar in werkelijkheid wel geweld in afhankelijkheidsrelaties plaatsvindt (veel foutnegatieven). Met de lage sensitiviteit is het als signaleringsinstrument in de praktijk niet optimaal.

 

De WAST is minder goed bruikbaar, omdat deze gaat over de aanwezigheid van geweld in afhankelijkheidsrelaties in het afgelopen jaar in plaats van op het moment zelf.

Daarom wordt op basis van zowel de sensitiviteit als specificiteit de OVAT geprefereerd. Echter de bewijskracht van de psychometrische accuratesse van de OVAT is laag, wat met name wordt veroorzaakt door risico op vertekening in de studies geïncludeerd in de review en de lage aantallen patiënten.

                                                                                                                          

Als we kijken naar de praktijk, zou bij gebruik van de STaT en AAS het aantal foutpositieven hoog zijn. Dit zou betekenen dat veel patiënten die op de SEH zijn, die niet worden mishandeld, volgens het instrument wel positief gescreend worden. Dit zorgt voor veel onterechte onrust en wellicht sociale gevolgen. Tevens zorgt het voor extra werk voor zowel de zorgprofessional als Veilig Thuis. Bij gebruik van de OAS zullen er veel gevallen van geweld gemist worden door de lage sensitiviteit. Dit is als signaleringsinstrument niet wenselijk. Voor de praktijk lijkt de OVAT het meest geschikt, echter is de beoordeling van de bewijskracht laag. Bij voorkeur zou dit instrument moeten worden onderzocht in grotere patiënten aantallen.

 

Als conclusie kunnen wij trekken dat er geen geschikt instrument is tot op heden voor de signalering van geweld in afhankelijkheidsrelaties bij volwassenen op de SEH, met in bijzonder voor het Nederlands zorgsysteem.

 

Het advies van de werkgroep is om bij het ontbreken van een juist signaleringsinstrument de beslissing tot het komen tot een melding te baseren op signalen die worden waargenomen tijdens het consult, bijvoorbeeld signalen uit de anamnese en lichamelijk onderzoek. De signalen bij slachtoffers zijn complex. Kennis van de signalen helpt om de kans op geweld in afhankelijkheidsrelaties goed in te schatten. Aanwezigheid van één risicofactor wil niet automatisch zeggen dat er sprake móét zijn van geweld in afhankelijkheidsrelaties, maar wel dat er een verhoogde kans is dat dit gebeurt (Verwijs, 2012). Naarmate er meer signalen worden waargenomen, neemt de overtuiging toe dat er mogelijk sprake is van deze vorm van geweld, wat kan leiden tot een vermoeden. Uit onderzoek blijkt ook dat hoe meer risicofactoren er aanwezig zijn, hoe hoger de kans is op geweld in afhankelijkheidsrelaties (McCauley, 1995).

 

De signalen voor geweld in afhankelijkheidsrelaties bestaan uit risicofactoren en waarnemingen. Wees alert dat tijdens het lichamelijk onderzoek letsels bedekt kunnen zijn, bijvoorbeeld bij gebruik van make-up, of onder kleding, sieraden of een pruik (Guth, 2000).

 

Helaas ontbreken specifieke signalen en risicofactoren voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. Wel zijn er algemene risicofactoren en waarnemingen om op te letten tijdens het consult: (Campell, 2002; Gazmararian, 1996; Guth, 2000; Hegarty, 2004; McCauley, 1995; Reijnders, 2006; Verwijs, 2012)

 

Risicofactoren pleger:

  • Onder 35 jaar
  • Laag opleidingsniveau, werkeloosheid
  • Gedwongen huwelijk, relatieproblemen, (dreiging met) verstoting of echtscheiding
  • (problematisch) Alcohol/drugsmisbruik
  • Pleger/getuige/slachtoffer geweest van geweld
  • Aanraking criminele circuit, afpersing, chantage
  • Psychiatrische aandoening (persoonlijkheidsstoornis)
  • Mishandeling van huisdieren
  • Geestelijke/lichamelijke handicap

Risicofactoren slachtoffer:

  • Pleger/getuige/slachtoffer geweest van geweld
  • Psychiatrische aandoening (persoonlijkheidsstoornis, depressie, angststoornis)
  • (problematisch) Alcohol/drugsmisbruik
  • Slecht ervaren lichamelijke gezondheid, laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen
  • Laag opleidingsniveau, laag inkomen, geen betaald werk
  • Gedwongen huwelijk, relatieproblemen, (dreiging met) verstoting of echtscheiding
  • Zwangerschap, het hebben van kinderen, dreigen met afpakken kinderen

Waarnemingen:

  • Het tijdverschil tussen het ontstaan van het letsel en het zoeken naar hulp
  • Letsels die niet kloppen met het verhaal, inconsistentie in het verhaal
  • Afwerende reacties, geen open communicatie, vermijden oogcontact
  • Overbezorgde partner
  • Partner antwoordt voor patiënt, maakt afspraken en ziet erop toe dat patiënt niet alleen gezien wordt
  • Herhaalde bezoeken bij huisarts/SEH in verband met lichamelijke klachten
  • Veelvuldig onverklaarbare klachten
  • Hoge medische consumptie binnen maar vooral buiten kantooruren
  • Uitstellen of afzeggen van (herhalings)afspraken
  • Het hebben van multipele verwondingen, oude letsels of letsels in diverse stadia van genezing, afweerletsel, letsel gelaat borst hals extremiteiten
  • Slechte verzorging
  • Onder invloed van alcohol of drugs op het consult verschijnen
  • Geen oppas kunnen regelen

Als er tijdens het consult een vermoeden op geweld in afhankelijkheidsrelaties is, volg dan de stappen van de KNMG-meldcode (KNMG, 2023). Overleg zo nodig met de huisarts, indien er twijfels zijn of als een duidelijker beeld van de thuissituatie wenselijk is. Vraag uit of er zorg wordt gedragen voor minderjarige kinderen, de zogenaamde “Kind-check”. Als er zorg wordt gedragen voor minderjarige kinderen, volg de richtlijn voor kindermishandeling.

 

Ook is het advies van de werkgroep om in het Elektrische Patiënten Dossier (EPD) dat gebruikt wordt op de SEH, een vraag in te bouwen, zodat tijdens het consult wordt overwogen of er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Een voorbeeld zou kunnen zijn: “Is er een vermoeden op de aanwezigheid van geweld in afhankelijkheidsrelaties?”. Zo wordt er bewustwording gecreëerd bij het personeel.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun verzorgers)

In de geneeskunde zijn de waarden en voorkeuren van een patiënt altijd belangrijk - het gaat immers om zijn of haar lichaam. Nu is dit een gevoelige kwestie, waarbij veel factoren invloed hebben op de beslissing van de patiënt om te vertellen over de geweldssituatie. De geweldpleger is iemand waar de patiënt afhankelijk van is, op welke manier dan ook. Dit brengt vaak met zich mee dat er drempel is voor de patiënt om zich over het geweld uit te spreken. Juist daarom is het belangrijk om een instrument te gebruiken waarbij de sensitiviteit hoog is, zodat er weinig gevallen gemist worden. Het doel is hiermee om de patiënt te helpen door laagdrempelig te signaleren of er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties Het is een gevoelig onderwerp om over te beginnen, je breekt immers in in iemands privé situatie. Vaak is er sprake van schaamte of schuldgevoel. Echter blijkt uit onderzoek dat vrouwen het waarderen als er begonnen wordt over het vermoeden van het bestaan van geweld in afhankelijkheidsrelatie (Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, 2014). Met dit in ons achterhoofd, moeten we niet terughoudend zijn om het slachtoffer te willen helpen. Het doorbreekt een taboe en de drempel voor het slachtoffer om te gaan vertellen wat haar of hem overkomt. Probeer het onderwerp bespreekbaar te maken als er voldoende aanwijzingen voor een vermoeden op geweld in afhankelijkheidsrelaties tijdens een consult op de SEH. Het is belangrijk om naar de slachtoffers te luisteren, zonder te vooroordelen. Maak duidelijk dat deze vorm van geweld nooit geoorloofd is. Tevens is het belangrijk om de vertrouwelijkheid te benadrukken en te bewaken. Indien het slachtoffer niet bekend, maar er toch een groot vermoeden is, geef dan informatie mee en maak duidelijk waar er eventueel alsnog hulp gezocht kan worden (Chang, 2005; Lo Fo Wong, 2005).

 

Bij deze vorm van geweld dient er sterk rekening gehouden te worden met de autonomie van het slachtoffer. Als patiënt wilsbekwaam is, en niet geholpen wil worden, moet je in eerste instantie de wens van het slachtoffer respecteren. Echter sommige situaties kunnen ervoor zorgen dat je alsnog je beroepsgeheim doorbreekt en toch een melding maakt. Er is sprake van een ‘conflict van plichten’ (KNMG, 2024). Hiervan is sprake als een concreet belang zwaarder weegt (in dit geval de ernst van de mishandeling) en met het doorbreken van het beroepsgeheim kan ernstig nadeel voorkomen worden (bijvoorbeeld ernstig letsel of zelfs de dood van slachtoffer).

 

Kosten (middelenbeslag)

Een signaleringsinstrument zorgt voor de (snellere) herkenning van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het slachtoffer kan geholpen worden en andere incidenten in de toekomst kunnen voorkomen worden, op zowel fysiek als mentaal gebied. Geweld in afhankelijkheidsrelaties heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid (Campbell, 2002). Deze impact is cumulatief; hoe langer en ernstiger het geweld is, hoe erger de gezondheidsgevolgen (Registered Nurses' Association of Ontario, 2005). Geweld in afhankelijkheidsrelatie is geassocieerd met verhoogde mortaliteit en invaliditeit, verwondingen, slechtere algemene gezondheid, chronische aandoeningen en pijn, middelenmisbruik, fertiliteitsproblemen en zwangerschapscomplicaties (Plitcha, 2004). Er is (helaas) nog geen direct bewijs gevonden dat signalering van geweld in afhankelijkheidsrelaties leidt tot een afname van de gezondheidsgevolgen (Nelson, 2004).

 

Echter een instrument met een lage specificiteit zorgt voor veel foutpositieven, waardoor de kosten weer zullen stijgen, omdat er extra kosten bijkomen van zorgprofessionals die tijd kwijt zijn met de afhandeling en er bij Veilig Thuis mogelijk een hogere druk komt te liggen met alle (onnodige) onderzoeken in de thuissituatie.

 

De implementatie en gebruik van het instrument zorgt bij de start voor kosten. Het personeel moet geschoold worden in het gebruik van het instrument en er moeten evaluatiemomenten plaatsvinden om het gebruik van het instrument te evalueren. Een signaleringsinstrument kan een goed hulpmiddel zijn, maar kennis over deze vorm van geweld en de juiste gespreksvaardigheden zijn ook belangrijk. Scholing van het personeel en het belang om alert te zijn is van groot belang. Het moet bestaan uit feiten van deze vorm van geweld (met de risicofactoren en waarnemingen die van belang zijn het signaleren) maar ook over de juiste attitude tijdens het consult en gespreksvaardigheden. Het kan helpen om het gesprek over geweld in afhankelijkheidsrelaties te beginnen en te structureren. Tevens is het belangrijk om aandacht te hebben voor de veiligheid tijdens het consult, en de bedreiging daarvan. De scholing brengt kosten met zich mee. Tegenwoordig wordt er in de meeste opleidingen gelukkig aandacht hieraan geschonken en is het afhankelijk van de kennis van het personeel nodig om alsnog (bij)scholing te geven.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Voor het gebruik van het signaleringsinstrument en voor goede afhandeling hiervan moet het instrument geïmplementeerd moeten in het EPD. De implementatie van een signaleringsinstrument in het EPD, indien beschikbaar, brengt hoge kosten met zich mee.

 

Voor start van gebruik van het gekozen signaleringsinstrument, zou met de beheerders van het EPD besproken worden hoe dit het beste te verwerken in het EPD. Het personeel moet geschoold worden en er moeten evaluatie momenten ingepland worden om het gebruikersgemak en haalbaarheid te evalueren. Dit brengt naast kosten, ook tijd met zich mee. Er moeten goede afspraken gemaakt worden bij wie de verantwoordelijkheid ligt om het signaleringsinstrument in te vullen. Tevens is het belang om iedereen nauw te betrekken om alert te zijn op signalen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het belang van een goede signalering voor deze vorm van geweld moet goed duidelijk zijn.

 

Om de effectiviteit zo hoog mogelijk en de belasting voor de patiënt en zorgverleners zo klein mogelijk te houden, is het belangrijk om gebruik te maken van een instrument met een zo hoog mogelijke sensitiviteit en specificiteit, voor een zo laag mogelijk aantal foutpositieven en -negatieven. Om de toegankelijkheid van het signaleringsinstrument voor zorgverleners zo hoog mogelijk te houden, is het belangrijk dat het signaleringsinstrument kort en gebruiksvriendelijk is.

 

Indien er een geschikt signaleringsinstrument wordt geïmplementeerd en gebruikt, is het van belang dat er regelmatig een evaluatie plaatsvindt of het beoogde doel uiteindelijk bereikt wordt. Met behulp van wetenschappelijk onderzoek moet onder andere onderzocht worden of de eerder gevonden hoge sensitiviteit en specificiteit, die wenselijk is bij screening, ook daadwerkelijk met het nieuwe instrument bereikt wordt op de lange termijn.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de diagnostische procedure

Het gebruik van signaleringsinstrumenten voor het vroegtijdig opsporen van geweld in afhankelijkheidsrelaties is van groot belang. Hierdoor kan (vroegtijdig) hulp voor het slachtoffer ingezet worden. Hiermee worden problemen in de toekomst voorkomen, zowel of fysiek als mentaal gebied op de korte en lange termijn. Echter is er op dit moment geen betrouwbaar en gevalideerd signaleringsinstrument dat in de praktijk gebruikt kan worden. In de bestaande literatuur is er geen signaleringsinstrument met de juiste sensitiviteit en specificiteit om accuraat te kunnen opsporen. Tevens zijn alle instrumenten ontwikkeld in niet-Nederlandse zorgsystemen. Het advies van de werkgroep is om bij het ontbreken van een juist signaleringsinstrument de beslissing tot het komen tot een melding te baseren op signalen die worden waargenomen tijdens het consult. Volg vervolgens de stappen van de meldcode.

 

Scholing van personeel over geweld in afhankelijkheidsrelaties en de alertheid tijdens het consult op de spoedeisende hulp wordt sterk aangeraden.

 

Om de bewustwording te vergroten, is het advies van de werkgroep om een signaleringsvraag in het EPD in te bouwen, zodat er bij elk consult bij stil gestaan kan worden of er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties.

Onderbouwing

Abuse in dependent relationships in adults between 18 and 65 years old refers to violence perpetrated by an individual upon whom the victim is dependent. This can include partners, ex-partners, family members, or family friends, often characterized by a significant power imbalance. When children are involved (even only as witnesses), the situation falls under the so called “Child-Check” of the KNMG reporting code and the child abuse directive must be followed. If the victim is 65 years or older, it is called elder abuse.

 

As a healthcare provider, it is crucial to recognize the signs of such violence promptly and initiate appropriate support to prevent further harm to both the patient and those around them. Currently, healthcare providers identify potential abuse based on a combination of signals including patient history, physical examination findings, risk factors, and other observations. Once abuse is suspected, the step-by-step protocol outlined in the Child Abuse and Domestic Violence Reporting Code is followed.

 

A key distinction between this type of violence and child abuse is the presence of volitional capacity. In cases of violence among adults, if the adult victim consciously and willingly refuses help and does not consent to further intervention, an assessment must be conducted to evaluate the risk of severe physical or psychological harm or death. Reporting is warranted only if the danger cannot be mitigated by other means.

 

There is currently no validated screening instrument available for this issue. Such a tool would assist professionals in considering, recognizing and identifying the possibility of abuse in dependent relationships among adults.

In the conclusions, the following cut-off values are used: ≥90% excellent, ≥80% <90% good, ≥70% <80% moderate, <70% poor.

 

Woman Abuse Screening tool (WAST)

Moderate

GRADE

The WAST tool likely has good sensitivity and specificity for screening on IPV in the past year, with the CAS tool as reference test.

 

Source: Wathen, 2008

Extended Hurt, Insulted, Threaten, Scream (E-HITS) Tool

Low

GRADE

The E-HITS tool may have moderate sensitivity and good specificity for screening on IPV in the past year, with the CTS-2 tool as reference test.

 

Source: Iverson, 2015

Hurt, Insulted, Threaten, Scream (HITS) tool

Low

GRADE

The HITS tool may have poor to moderate sensitivity and good specificity for screening on IPV, psychological aggression, and physical violence in the past year, with the CAS tool as reference test.

 

Sources: Iverson, 2015; Iverson, 2013, Mills, 2006

Partner Violence Screen (PVS) tool

Low

GRADE

The PVS tool may have poor to moderate sensitivity and good specificity for screening on IPV, psychological aggression, and physical violence in the past year, with the CTS tool as reference test.

 

Sources: Feldhaus, 1997; Mills, 2006

Ongoing Violence Assessment Tool (OVAT)

Low

GRADE

The OVAT may have good sensitivity and specificity for screening on IPV on the current moment, with the ISA tool as reference test.

 

Source: Ernst, 2004

Slapped, Things, Threaten (STaT) tool

Low

GRADE

The STaT tool may have excellent sensitivity and poor specificity for screening on IPV on the current moment/recent, with the ISA tool as reference test.

 

Source: Paranjape, 2006

Ongoing Abuse Screen (OAS) tool

Moderate

GRADE

The OAS tool likely has poor sensitivity and excellent specificity for screening on IPV on the current moment, with the ISA tool as reference test.

 

Source: Weiss, 2003

Abuse Assessment Screen (AAS) tool

Moderate

GRADE

The AAS tool likely has excellent sensitivity and poor specificity for screening on IPV on the current moment, with the ISA tool as reference test.

 

Source: Weiss, 2003

Description of studies

Feltner (2018) performed a systematic review to assess the accuracy of screening questionnaires or tools to identify adults and adolescents with current, past, or increased risk for intimate partner violence (IPV). The review was an update of the 2011 evidence report for the US Preventive Services Task Force, so the literature search was performed from 2011 through October 4, 2017. Fifteen studies were included for the research question on accuracy of screening instruments. Screening instruments that were evaluated were:

  • Woman Abuse Screening tool (WAST): 8 items assess physical and emotional IPV, no cutoff provided;
  • Extended Hurt, Insulted, Threaten, Scream (E-HITS) Tool: 5 items, including all 4 HITS items and an additional sexual violence item, with a score of ≥7 representing positive screening for IPV;
  • Hurt, Insulted, Threaten, Scream (HITS) tool: 4 items assess the frequency of IPV, with a score of ≥10 representing positive screening for IPV;
  • Partner Violence Screen (PVS) tool: 3 items that assess physical IPV in the last year and current safety, with cutoff for IPV being affirmative response to ≥1 items (assuming person harming or making the respondent feel unsafe is a current or past partner);
  • Ongoing Violence Assessment Tool (OVAT): 4 items assess ongoing physical and emotional IPV, with cutoff for IPV used affirmative response to items 1+H5, 2, or 4 and response of ≥3 for item 3;
  • Slapped, Things, Threaten (STaT) tool: 3 items (2 assess physical IPV, 1 assesses threats), with a score of ≥1 representing positive screening for IPV;
  • Ongoing Abuse Screen (OAS) tool: 5 items adapted from the AAS that assess ongoing physical, sexual, emotional IPV, and fear, with affirmative response to ≥1 item(s) used as cutoff;
  • Abuse Assessment Screen (AAS) tool: 5 items assess physical, emotional, and sexual violence, with affirmative response to ≥1 item(s) used as cutoff.

Included studies used the following reference standards to determine the presence of IPV:

  • Composite Abuse Scale (CAS): 43-item measure of partner abuse, including four dimensions: Severe Combined Abuse, Emotional Abuse, Physical Abuse, and Harassment;
  • Conflicts Tactics Scale (CTS): 80 items to explore intrafamily conflict and violence;
  • Revised Conflicts Tactics Scale (CTS-2): 39-item measure of individual engagement in or experience of physical or psychological violence with an intimate partner, based on the Conflict Tactic Scale;
  • Index of Spousal Abuse (ISA): 30 item self-reported scale to measure physical and non-physical spouse abuse. It is used by clinicians to evaluate change in the degree or severity of both physical nonphysical abuse as perceived by female;
  • Semi structured interviews.

Two studies were performed in primary care, so these are not reported in this literature analysis. In total, 4460 patients were included, and all studies enrolled adults, mostly women. The prevalence of current or recent IPV ranged from 11% to 29%, with a median of 24%. The quality of all studies was rated as fair.

 

Results

The studies reporting instruments used in primary care (Chen, 2005; Dubowitz, 2007; McMillan, 2006; Sohal, 2007; Zink, 2007), lifetime abuse (Paranjape, 2003), and predicting future abuse (Koziol-McLain, 2001) are not reported here.

 

Feltner (2018) reported that for screening instruments on past-year IPV, sensitivity ranged from 65% to 87% and specificity ranged from 80% to 95%. For instruments identifying ongoing or recurrent relationship violence, sensitivity ranged from 46% to 94% and specificity ranged from 38% to 95%. See Figure 1 for an overview. Because TP, TN, FP and FN were not reported by the authors, no other diagnostic accuracy outcomes such as PPV and NPV could be calculated.

 

Figure 1. Overview of sensitivity and specificity reported in the individual studies included in Feltner (2018)

Figure 1 Overview sensitivity and specificity reported individual studies Feltner

Figure is directly retrieved from Feltner (2018)

 

Woman Abuse Screening tool (WAST)

Wathen (2008), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 88% (95%CI 85 to 90) and specificity of 89% (95%CI 88 to 90) for the WAST. The recall period was past year IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (CAS tool) was 14%. The study was performed in primary, acute, and specialty care centres in Canada. Participants were English-speaking and reading woman aged 18-64 years with a male partner in the past year, and 5604 participants were included. All included participants were woman and the mean age in the screen group was 39 years. The quality of the study was rated as fair.

 

Extended Hurt, Insulted, Threaten, Scream (E-HITS) Tool

Iverson (2015), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 75% (95%CI 55 to 95) and specificity of 82% (95%CI 72 to 90) for the E-HITS tool. The recall period was past year IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (CTS-2 tool) was 25%. The study was performed using mailed surveys in the United States. Participants were female veterans aged ≥18 years found through Veterans Health Administration database who reported an intimate relationship in the past year, and 80 participants were included. All included participants were woman, and the mean age was 49 years. The quality of the study was rated as fair.

 

Hurt, Insulted, Threaten, Scream (HITS) tool

Iverson (2015), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 75% (95%CI 55 to 95) and specificity of 83% (95%CI 73 to 92) for the HITS tool. The recall period was past year IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (CTS-2 tool) was 25%. The study was performed using mailed surveys in the United States. Participants were female veterans aged ≥18 years found through Veterans Health Administration database who reported an intimate relationship in the past year, and 80 participants were included. All included participants were woman, and the mean age was 49 years. The quality of the study was rated as fair.

 

Iverson (2013), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 78% (95%CI 63 to 89) and specificity of 80% (95%CI 71 to 87) for the HITS tool. The recall period was past year IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (CTS-2 tool) was 29%. The study was performed using mailed surveys in the United States. Participants were female veterans aged ≥18 years found through Veterans Health Administration database who reported an intimate relationship in the past year, and 160 participants were included. All included participants were woman, and the mean age was 48 years. The quality of the study was rated as fair.

 

Mills (2006), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 30% (95%CI 13 to 54) and specificity of 88% (95%CI 71 to 96) for psychological aggression and a sensitivity of 46% (95%CI 18 to 75) and specificity of 88% (95%CI 74 to 96) for physical violence for the HITS tool. The recall period was past year IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (CTS-2 tool) was 39% for psychological aggression and 20% for physical violence. The study was performed in Emergency departments in the United States. Participants were men aged ≥18 years triaged to the medical or trauma sections, and 53 participants were included. All included participants were men, and the mean age was 40 (SD = 11) years. The quality of the study was rated as fair.

 

Partner Violence Screen (PVS) tool

Feldhaus (1997), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 64% (95%CI 51 to 76) and specificity of 80% (95%CI 74 to 86) for the PVS tool with the ISA tool and sensitivity of 71% (95%CI 59 to 82) and specificity of 84% (95%CI 78 to 90) with the CTS tool. The recall period was past year IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard ISA was 24% and based on the CTS 27%. The study was performed in emergency departments in the Unites States. Participants were English-speaking woman aged ≥18 years who were noncritical, and 255 participants were included in the ISA group and 230 in the CTS group. All included participants were woman, and the mean age was 36 (SD = 16) years. The quality of the study was rated as fair.

 

Mills (2006), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 35% (95%CI 16 to 59) and specificity of 84% (95%CI 67 to 94) for psychological aggression and a sensitivity of 46% (95%CI 18 to 75) and specificity of 83% (95%CI 68 to 92) for physical violence for the PVS tool. The recall period was past year IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (CTS-2 tool) was 39% for psychological aggression and 20% for physical violence. The study was performed in Emergency departments in the United States. Participants were men aged ≥18 years triaged to the medical or trauma sections, and 53 participants were included. All included participants were men, and the mean age was 40 (SD = 11) years. The quality of the study was rated as fair.

 

Ongoing Violence Assessment Tool (OVAT)

Ernst (2004), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 86% (95%CI 75 to 93) and specificity of 83% (95%CI 78 to 88) for the OVAT. The recall period was current IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (ISA tool) was 20%. The study was performed in emergency departments in the Unites States. Participants were English-speaking patients, and 306 participants were included. In total, 70% was woman, and the mean age was 34 (SD = 10) years. The quality of the study was rated as fair.

 

Slapped, Things, Threaten (STaT) tool

Paranjape (2006), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 95% (95%CI 90 to 100) and specificity of 37% (95%CI 29 to 44) for the STaT tool. The recall period was current IPV exposure or most recent relationship. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (ISA tool) was 33% during most recent relationship and 15% currently. The study was performed in urgent care in the Unites States. Participants were English-speaking women aged 18-65 years, and 240 participants were included. All included participants were woman, and the mean age was 38 (SD = 10) years. The quality of the study was rated as fair.

 

Ongoing Abuse Screen (OAS) tool

Weiss (2003), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 60% (95%CI 52 to 67) and specificity of 90% (95%CI 87 to 92) for the OAS tool. The recall period was current IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (ISA tool) was 19%. The study was performed in emergency departments in the Unites States. Participants were patients with a current partner who were not too ill to participate, and 856 participants were included. In total, 62% was woman, and the mean age was 36 years. The quality of the study was rated as fair.

 

Abuse Assessment Screen (AAS) tool

Weiss (2003), included in Feltner (2018), reported a IPV sensitivity of 92% (95%CI 87 to 96) and specificity of 55% (95%CI 52 to 59) for the AAS tool. The recall period was current IPV exposure. The prevalence of IPV in the analysed population based on the reference standard (ISA tool) was 19%. The study was performed in emergency departments in the Unites States. Participants were patients with a current partner who were not too ill to participate, and 856 participants were included. In total, 62% was woman, and the mean age was 36 years. The quality of the study was rated as fair.

 

Level of evidence of the literature

Woman Abuse Screening tool (WAST)

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by one level because of study limitations of the individual study (risk of bias) to MODERATE.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by one level because of study limitations of the individual study (risk of bias) to MODERATE.

 

Extended Hurt, Insulted, Threaten, Scream (E-HITS) Tool

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual study (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual study (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

Hurt, Insulted, Threaten, Scream (HITS) tool

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual studies (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual studies (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

Partner Violence Screen (PVS) tool

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual studies (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual studies (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

Ongoing Violence Assessment Tool (OVAT)

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual study (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual study (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

Slapped, Things, Threaten (STaT) tool

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual study (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by two levels because of study limitations of the individual study (risk of bias) and low number of included participants (imprecision) to LOW.

 

Ongoing Abuse Screen (OAS) tool

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by one level because of study limitations of the individual study (risk of bias) to MODERATE.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by one level because of study limitations of the individual study (risk of bias) to MODERATE.

 

Abuse Assessment Screen (AAS) tool

The level of evidence regarding the outcome measure sensitivity was downgraded by one level because of study limitations of the individual study (risk of bias) to MODERATE.

 

The level of evidence regarding the outcome measure specificity was downgraded by one level because of study limitations of the individual study (risk of bias) to MODERATE.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question:

Which validated screening instrument can be used (by all caregivers in the emergency department) for signalling and recognizing domestic violence in adults in secondary care?

P:

Adults in secondary care (or emergency department; ED)

I:

Screening instrument on violence

C:

Questions posed by clinician (what happened to you) or another screening instrument

R:

Psychiatric assessment

O:

Diagnostic accuracy (crucial: sensitivity; important: specificity)

T&S: All caregivers

Relevant outcome measures

The guideline development group considered sensitivity as a critical outcome measure for decision making; and specificity as an important outcome measure for decision making.

 

A priori, the working group did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

Search and select (Methods)

The databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase.com) were searched with relevant search terms until 7 December 2023. The detailed search strategy is depicted under the tab Methods. The systematic literature search resulted in 2082 hits. Due to the high amount of hits, we decided to only select systematic reviews, which were 145 hits. Studies were selected based on the following criteria: systematic reviews about violence, adults, and screening instruments. Fourteen studies were initially selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 13 studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and one study was included.

 

Results

One study was included in the analysis of the literature. Important study characteristics and results are summarized in the evidence table. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias table.

  1. Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten. Geweld tegen vrouwen: een Europese enquête: resultaten in het kort [internet]. Luxemburg: Publications Office; 2014 [geciteerd 16 okt 2024]. Beschikbaar via: https://data.europa.eu/doi/10.2811/615.
  2. Campbell J, Jones AS, Dienemann J, Kub J, Schollenberger J, O'Campo P, Gielen AC, Wynne C. Intimate partner violence and physical health consequences. Arch Intern Med. 2002 May 27;162(10):1157-63. doi: 10.1001/archinte.162.10.1157. PMID: 12020187.
  3. CBS. Prevalentiemonitor huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag 2024: 9. Totaalbeeld huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag [Internet]. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek; 2024 [geciteerd op 2025 apr 16]. Beschikbaar via: https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/prevalentiemonitor-huiselijk-geweld-en-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-2024/9-totaalbeeld-huiselijk-geweld-en-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag.
  4. Chang JC, Cluss PA, Ranieri L, Hawker L, Buranosky R, Dado D, McNeil M, Scholle SH. Health care interventions for intimate partner violence: what women want. Womens Health Issues. 2005 Jan-Feb;15(1):21-30. doi: 10.1016/j.whi.2004.08.007. PMID: 15661584.
  5. Ernst AA, Weiss SJ, Cham E, Hall L, Nick TG. Detecting ongoing intimate partner violence in the emergency department using a simple 4-question screen: the OVAT. Violence Vict. 2004 Jun;19(3):375-84. doi: 10.1891/vivi.19.3.375.65769. PMID: 15631287.
  6. Feldhaus KM, Koziol-McLain J, Amsbury HL, Norton IM, Lowenstein SR, Abbott JT. Accuracy of 3 brief screening questions for detecting partner violence in the emergency department. JAMA. 1997 May 7;277(17):1357-61. PMID: 9134940.
  7. Feltner C, Wallace I, Berkman N, Kistler CE, Middleton JC, Barclay C, Higginbotham L, Green JT, Jonas DE. Screening for Intimate Partner Violence, Elder Abuse, and Abuse of Vulnerable Adults: Evidence Report and Systematic Review for the US Preventive Services Task Force. JAMA. 2018 Oct 23;320(16):1688-1701. doi: 10.1001/jama.2018.13212. PMID: 30357304.
  8. Gazmararian JA, Lazorick S, Spitz AM, Ballard TJ, Saltzman LE, Marks JS. Prevalence of violence against pregnant women. JAMA. 1996 Jun 26;275(24):1915-20. Erratum in: JAMA 1997 Apr 9;277(14):1125. PMID: 8648873.
  9. Garcia-Moreno C, Jansen HA, Ellsberg M, Heise L, Watts CH; WHO Multi-country Study on Women's Health and Domestic Violence against Women Study Team. Prevalence of intimate partner violence: findings from the WHO multi-country study on women's health and domestic violence. Lancet. 2006 Oct 7;368(9543):1260-9. doi: 10.1016/S0140-6736(06)69523-8. PMID: 17027732.
  10. Guth AA, Pachter L. Domestic violence and the trauma surgeon. Am J Surg. 2000 Feb;179(2):134-40. doi: 10.1016/s0002-9610(00)00245-2. PMID: 10970242.
  11. Hegarty K, Gunn J, Chondros P, Small R. Association between depression and abuse by partners of women attending general practice: descriptive, cross sectional survey. BMJ. 2004 Mar 13;328(7440):621-4. doi: 10.1136/bmj.328.7440.621. PMID: 15016694; PMCID: PMC381136.
  12. Iverson KM, King MW, Resick PA, Gerber MR, Kimerling R, Vogt D. Clinical utility of an intimate partner violence screening tool for female VHA patients. J Gen Intern Med. 2013 Oct;28(10):1288-93. doi: 10.1007/s11606-013-2534-x. Epub 2013 Jul 4. PMID: 23824907; PMCID: PMC3785669.
  13. Iverson KM, King MW, Gerber MR, Resick PA, Kimerling R, Street AE, Vogt D. Accuracy of an intimate partner violence screening tool for female VHA patients: a replication and extension. J Trauma Stress. 2015 Feb;28(1):79-82. doi: 10.1002/jts.21985. Epub 2015 Jan 26. PMID: 25624170.
  14. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld. Utrecht: KNMG; 2023. Beschikbaar van: https://knmg-meldcode.maglr.com/meldcode-kindermishandeling-en-huiselijk-geweld/cover.
  15. KNMG. Beroepsgeheim: wat is het medisch beroepsgeheim? [internet]. Utrecht: KNMG; [geciteerd 16 okt 2024]. Beschikbaar via: https://www.knmg.nl/actueel/dossiers/beroepsgeheim/medisch-beroepsgeheim/wanneer-doorbreken.
  16. Lo Fo Wong SH, Lagro-Janssen AL. Mishandeling van vrouwen binnen de partnerrelatie: signalering in de medische praktijk [Intimate partner abuse of women: identification of victims in medical practice]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005 Jan 1;149(1):6-9. Dutch. PMID: 15651495.
  17. McCauley J, Kern DE, Kolodner K, Dill L, Schroeder AF, DeChant HK, Ryden J, Bass EB, Derogatis LR. The "battering syndrome": prevalence and clinical characteristics of domestic violence in primary care internal medicine practices. Ann Intern Med. 1995 Nov 15;123(10):737-46. doi: 10.7326/0003-4819-123-10-199511150-00001. PMID: 7574191.
  18. Mills TJ, Avegno JL, Haydel MJ. Male victims of partner violence: prevalence and accuracy of screening tools. J Emerg Med. 2006 Nov;31(4):447-52. doi: 10.1016/j.jemermed.2005.12.029. PMID: 17046494.
  19. Morrison LJ, Allan R, Grunfeld A. Improving the emergency department detection rate of domestic violence using direct questioning. J Emerg Med. 2000 Aug;19(2):117-24. doi: 10.1016/s0736-4679(00)00204-3. PMID: 10903457.
  20. Nelson HD, Nygren P, McInerney Y, Klein J; U. S. Preventive Services Task Force. Screening women and elderly adults for family and intimate partner violence: a review of the evidence for the U. S. Preventive Services Task Force. Ann Intern Med. 2004 Mar 2;140(5):387-96. doi: 10.7326/0003-4819-140-5-200403020-00015. PMID: 14996681.
  21. Paranjape A, Rask K, Liebschutz J. Utility of STaT for the identification of recent intimate partner violence. J Natl Med Assoc. 2006 Oct;98(10):1663-9. PMID: 17052059; PMCID: PMC2569753.
  22. Plichta SB. Intimate partner violence and physical health consequences: policy and practice implications. J Interpers Violence. 2004 Nov;19(11):1296-323. doi: 10.1177/0886260504269685. PMID: 15534333.
  23. Registered Nurses' Association of Ontario. Woman abuse: screening, identification and initial response [internet]. Toronto (Canada): Registered Nurses' Association of Ontario; 2005 [geciteerd 16 okt 2024]. Beschikbaar via: https://rnao.ca/bpg/guidelines/woman-abuse-screening-identification-and-initial-response
  24. Reijnders UJ, van der Leden ME, de Bruin KH. Letsels door huiselijk geweld tegen vrouwen: locaties op het lichaam, soorten letsel en wijzen van toebrengen [Injuries due to domestic violence against women: sites on the body, types of injury and the methods of infliction]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006 Feb 25;150(8):429-35. Dutch. PMID: 16538843.
  25. Verwijs LM, Lünnemann K. Partnergeweld: achtergrond en risicofactoren. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut; 2012.
  26. Wathen CN, Jamieson E, MacMillan HL; McMaster Violence Against Women Research Group. Who is identified by screening for intimate partner violence? Womens Health Issues. 2008 Nov-Dec;18(6):423-32. doi: 10.1016/j.whi.2008.08.003. PMID: 19041594.
  27. Weiss SJ, Ernst AA, Cham E, Nick TG. Development of a screen for ongoing intimate partner violence. Violence Vict. 2003 Apr;18(2):131-41. doi: 10.1891/vivi.2003.18.2.131. PMID: 12816400.

Evidence table for systematic reviews of diagnostic test accuracy studies

Study reference

Study characteristics

Patient characteristics

 

Intervention

Reference test

 

Follow-up

Outcome measures and effect size

Comments

Feltner, 2018

 

Individual study characteristics and results deduced from Feltner, 2018, unless stated otherwise.

 

Systematic review of RCTs, cross-sectional studies and cohort studies.

 

Literature search from 2011 through October 4, 2017. Studies published before 2011 were identified from the prior systematic reviews for the USPSTF. For IPV screening and treatment in men and adolescents (not included in the prior reviews), searches were conducted from database inception through October 4, 2017.

 

Setting and Country:

Primary care settings and emergency departments. Research conducted in populations similar to US populations.

 

Source of funding and conflicts of interest:

No conflicts of interest.

 

This research was funded under contract HHSA-290-2012-00015-I, Task Order 5, from the Agency for Healthcare Research and Quality (AHRQ), US Department of Health and Human Services, under a contract to support the USPSTF.

Role of the Funder/Sponsor: Investigators worked with USPSTF members and AHRQ staff to develop the scope, analytic framework, and key questions for this review. AHRQ had no role in study selection, quality assessment, or synthesis. AHRQ staff provided project oversight, reviewed the report to ensure that the analysis met methodological standards, and distributed the draft for peer review. Otherwise, AHRQ had no role in the conduct of the study; collection, management, analysis, and interpretation of the data; and preparation, review, or approval of the manuscript findings. The opinions expressed in this document are those of the authors and do not reflect the official position of AHRQ or the US Department of Health and

Human Services.

Inclusion criteria SR:

 

Studies assessing the accuracy of tools designed to detect current, past, or risk of abuse were eligible for KQ2 (screening test accuracy).

Only studies that compared a screening tool with an acceptable reference standard, such as the Conflicts Tactics Scale (CTS), were eligible.

 

Exclusion criteria SR:

Studies restricted to populations seeking care for IPV or for obvious signs or symptoms of abuse.

Screening tests designed to identify perpetrators of IPV.

 

Theory or survey development and validation without correlation to abuse outcomes, studies that focus only on particular risk factors, or assessment of provider or participant attitudes toward the instrument.

 

15 studies included

 

Characteristics

See figure 1.

 

Prevalence

The prevalence of current or recent IPV ranged from 11% to 29%, with a median of 24%.

 See figure 1 and 3.

See figure 2 and 3.

Not reported.

See figure 2 and 3.

Study quality (ROB):

See figure 4.

 

Author’s conclusion

In the 5 studies assessing accuracy of tools for detecting past-year IPV in women (HARK, HITS, E-HITS, PVS, and WAST), sensitivity ranged from 65%to 87%and specificity from 80% to 95%. When limiting to studies enrolling participants from non–emergency department settings (ie, primary care or community samples only), sensitivity was slightly higher (range, 75%-87%) and specificity was unchanged. Estimates of screening test accuracy for detecting past-year IPV were derived from populations with an IPV prevalence of 14% to 27%.

See figure 5.

Figure 1. Characteristics of the included studies in Feltner (2018). Figure is directly retrieved from Feltner (2018)

Figure 1 Characteristics of the included studies in Feltner 2018

Figure 2. Sensitivity and specificity of the screening tools. Figure is directly retrieved from Feltner (2018)

Figure 2 Sensitivity and specificity of the screening tools

 

Table 14a

Table 14b

Table 14c

Table 14d

Table 14e

Table 14f

Table 14g

Table 14h

Table 14i

Table 14j

Figure 3. Results of the studies included in Feltner (2018). Figure is directly retrieved from Feltner (2018)

Figure 3 Results of the studies included in Feltner 2018

 

Table 5a

Table 5b

Table 6a

Table 7a

Figure 4. Quality assessment of the studies included in Feltner (2018). Figure is directly retrieved from Feltner (2018)

Figure 4 Quality assessment of the studies included in Feltner 2018

Figure 5. Summary of evidence. Figure is directly retrieved from Feltner (2018)

Figure 5 Summary of evidence Feltner 2018

 

Risk of bias table

Table of quality assessment for systematic reviews of diagnostic studies

Based on AMSTAR checklist (Shea et al.; 2007, BMC Methodol 7: 10; doi:10.1186/1471-2288-7-10) and PRISMA checklist  (Moher et al 2009, PLoS Med 6: e1000097; doi:10.1371/journal.pmed1000097)

Study

 

 

 

 

 

First author, year

Appropriate and clearly focused question?

 

 

 

 

 

Yes/no/unclear

Comprehensive and systematic literature search?

 

 

 

 

Yes/no/unclear

Description of included and excluded studies?

 

 

 

 

Yes/no/unclear

Description of relevant characteristics of included studies?

 

 

 

Yes/no/unclear

Assessment of scientific quality of included studies?

 

 

 

Yes/no/unclear

Enough similarities between studies to make combining them reasonable?

 

Yes/no/unclear

Potential risk of publication bias taken into account?

 

 

 

 

Yes/no/unclear

Potential conflicts of interest reported?

 

 

 

 

Yes/no/unclear

Feltner, 2018

Yes

Yes

Yes

Yes

Yes

Not applicable; studies are not combined in meta-anslysis.

No

Yes

Table of excluded studies

Author, year

Title

Exclusion reason

Tiwari, 2007

Identifying intimate partner violence: comparing the Chinese Abuse Assessment Screen with the Chinese Revised Conflict Tactics Scales

Wrong aim: validation of Chinese version of screening instrument

Taft, 2008

Screening women for intimate partner violence in health care settings

Wrong design: protocol and wrong outcomes: odds ratios (effectiveness)

Costa, 2016

Instruments to Assess Intimate Partner Violence: A Scoping Review of the Literature

More recent systematic review included, reference checking performed.

Feder, 2009

How far does screening women for domestic (partner) violence in different health-care settings meet criteria for a screening programme? Systematic reviews of nine UK, National Screening Committee criteria

More recent systematic review included, reference checking performed.

Alexander, 2022

Evaluating Measures of Intimate Partner Violence Using Consensus-Based Standards of Validity

Study does not provide any quality assessment and data on which the results are based. Therefore, the systematic review of Feltner (2018) is preferred. Reference checking performed.

Syed, 2021

Predictive value of indicators for identifying child maltreatment and intimate partner violence in coded electronic health records: A systematic review and meta-analysis

Wrong P: screening for intimate partner voilence is performed in women aged 12 to 55 years

Moyer, 2013

Screening for intimate partner violence and abuse of elderly and vulnerable adults: U.S. Preventive Services Task Force recommendation statement

Clinical guideline that only provides recommendations, and the included review of Alexander is recenter. Reference checking performed.

Graham, 2021

The Validity and Reliability of Available Intimate Partner Homicide and Reassault Risk Assessment Tools: A Systematic Review

Screening tools for risk of reassault

Nelson, 2012

Screening women for intimate partner violence: a systematic review to update the U.S. Preventive Services Task Force recommendation

Feltner (2018) is an update of this review

Nelson, 2012

Screening Women for Intimate Partner Violence and Elderly and Vulnerable Adults for Abuse: Systematic Review to Update the 2004 U.S. Preventive Services Task Force Recommendation

Feltner (2018) is an update of this review

Rabin, 2009

Intimate Partner Violence Screening Tools. A Systematic Review

More recent systematic review included, reference checking performed.

Davis, 2021

Brief Intimate Partner Violence Perpetration Screening Tools: A Scoping Review

This is a scoping review, so the systematic review of Feltner is preferred. Reference checking performed.

Ford-Gilboe, 2016       

Development of a brief measure of intimate partner violence experiences: the Composite Abuse Scale (Revised)-Short Form (CASR-SF)

Wrong O: no diagnostic accuracy

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 15-07-2025

Beoordeeld op geldigheid  : 15-07-2025

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Mishandeling

Algemene gegevens

De ontwikkeling van deze richtlijnmodules werden ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werden gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodules.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2023 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Dit cluster bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante organisaties die betrekking hebben op de zorg voor patiënten met vermoeden van mishandeling.


Het cluster Mishandeling bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden worden indien nodig gevraagd om hun expertise in te zetten voor een specifieke richtlijnmodule. Het cluster Mishandeling bestaat uit de volgende personen:

 

Clusterstuurgroep

  • Drs. A.H. (Rian) Teeuw, kinderarts sociale pediatrie, werkzaam in het Amsterdam UMC - Emma Kinderziekenhuis te Amsterdam, NVK
  • Drs. M.E. (Miriam) van Houten, sociaal medisch adviseur, klinisch geriater niet praktiserend, promovendus, werkzaam bij Trompetter & Partners en voor het RadboudUMC te Nijmegen (alsook per 01-11-2025 voor UMCG Groningen als arts A&G), NVKG
  • Dr. M.J. (Marie-Jose) van Hoof, kinder- en jeugdpsychiater, werkzaam bij iMindU te Leiden, NVvP
  • H. (Hester) Rippen-Wagner, directeur-bestuurder, Stichting Kind en Ziekenhuis

 Clusterexpertisegroep

  • Drs. N.C.M. (Nicky) Platte-van Attekum, jeugdarts, werkzaam bij GGD Zuid-Limburg te Heerlen, AJN
  • Drs. I. (Inge) van Eck, forensisch arts KNMG, werkzaam bij GGD Hollands Noorden, FMG
  • Dr. M. (Marjan) van den Berg, arts seksuoloog, werkzaam bij Seksuologiepraktijk Van den Berg te Groningen, NVOG
  • Drs. A.W. (Anita) Lekx, spoedeisende hulparts, werkzaam bij het VieCuri Medisch Centrum te Venlo, NVSHA
  • Drs. M. (Marjolijn) van de Merwe, vertrouwensarts, werkzaam bij Veilig Thuis Zuid Holland Zuid te Dordrecht, VVAK
  • Dr. R. (Roel) Bakx, kinderchirurg, werkzaam in het Amsterdam UMC - Emma Kinderziekenhuis te Amsterdam, NVvH
  • Drs. B. (Bente) Allessie, jeugd- en VoorZorg verpleegkundige bij GGD Gelderland Midden, V&VN
  • Drs. I. (Imke) van Kessel, kinderarts, werkzaam in het Amsterdam UMC - Emma Kinderziekenhuis te Amsterdam, NVK
  • Dr. M. (Monique) Trijbels-Smeulders, kinderarts en medisch directeur, werkzaam bij Stichting Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling te Utrecht, NVK
  • Drs. E.A.L. (Eline) van den Heuvel, kinderarts, werkzaam bij UMC Utrecht - Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht, NVK
  • Prof. dr. E. (Elise) van de Putte, hoogleraar kindergeneeskunde, werkzaam bij UMC Utrecht - Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht, NVK
  • Drs. S. (Sacha) van der Poll, klinisch geriater, werkzaam bij het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen, NVKG
  • G. (Ger) Deleij, beleidsadviseur Belangenbehartiging, werkzaam bij KBO-PCOB te Nieuwegein, KBO-PCOB
  • Drs. M.C. (Kristine) Beumer, forensisch arts, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, NFI
  • Dr. H.G.T. (Huub) Nijs, forensisch arts, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, NFI
  • Drs. K.A. (Kelsey) van Son, spoedeisende hulparts, werkzaam bij het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen, NVSHA
  • H. (Henrique) Sachse, vertrouwens- en jeugdarts, VVAK

Met ondersteuning van

  • Dr. J. (Janneke) Hoogervorst-Schilp, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. L.A.M. (Liza) van Mun, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. R. (Renee) Bolijn, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle clusterstuurgroepleden en actief betrokken expertisegroepsleden (fungerend als schrijver en/of meelezer bij tenminste één van de geprioriteerde richtlijnmodules) hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een richtlijnmodule worden wijzigingen in belangen aan de projectleider doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. Een overzicht van de belangen van de clusterleden en betrokken expertisegroepsleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Clusterstuurgroep

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Rian Teeuw

Kinderarts sociale pediatrie bij Emma Kinderziekenhuis- Amsterdam UMC.
Voorzitter PCF Richtlijn/ deelnemer Stuurgroep Koplopertraject Mishandeling

Geen

Co-auteur van Hoedeman F, Puiman PJ, van den Heuvel EAL, Affourtit MJ, Bakx R, Langendam MW, van de Putte EM, Russel-Kampschoer IMB, Schouten MCM, Teeuw AH, de Koning HJ, Moll HA. A validated Screening instrument for Child Abuse and Neglect (SCAN) at the emergency department. Eur J Pediatr. 2023 Jan;182(1):79-87. doi: 10.1007/s00431-022-04635-0. Epub 2022 Oct 5. PMID: 36198865; PMCID: PMC9534589.

Geen restricties

Miriam van Houten

PhD student RadboudUMC, geen officiële aanstelling, onbetaald
Sociaal medisch adviseur Trompetter & Partners, betaalde functie, beoordelen wilsbekwaamheid voor notarissen en rechtbanken

Arts A&G UMCG Groningen

lid richtlijn disseminatie van richtlijnen, alleen vacatiegeld, onlangs afgerond
lid artsencoalitie kindermishandeling en huiselijk geweld, onbetaald

VWS 2019: subsidie VWS voor onderzoek screeningsinstrument ouderenmishandeling ontwikkelen en ZONMW: validatie screeningsinstrument ouderenmishandeling

 

Ik doe onderzoek naar ouderenmishandeling en ik werk bij een bedrijf waar ik beoordelingen doe in het kader van een vermoeden van bv financieel misbruik.

Geen restricties

Marie-José van Hoof

Bestuurder/geneesheer-directeur iMindU GGZ

Onbezoldigd:

- lid portefeuille wetenschap en inkomend voorzitter Afdeling Psychotherapie Nederlandse - Vereniging voor Psychiatrie (NVvP);

- redactielid Tijdschrift voor Psychotherapie;

- voorzitter expertgroep Trauma en kindermishandeling Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie;

- onderzoeker Amsterdam AMC;

- betrokken bij aanpak complexe scheidingen en bij aanpak dwingende controle in spontaan ontstane multisectorele en multidisciplinaire samenwerkingsverbanden;

- initiatiefnemer en voorzitter Special Interest Group on child abuse and neglect and domestic violence in particular coercive control @ IACAPAP (international Association of Child and Adolescent Psychiatrists and Allied Professionals

Bezoldigd:

-lid Raad van Comissarissen De Velse GGZ

ideëel belang: implementatie van een door mij ontwikkeld model van zorg en zorgorganisatie dat ook toegepast kan worden op integrale aanpak KMHG en Kindermishandeling door falsificatie.

Geen restricties

Hester Rippen-Wagner

Directeur-bestuurder Stichting Kind en Ziekenhuis

 

• Eigenaar en Oprichter FIDUZ Management: freelance Manager/Consultant Project- en Interimmanagement

•Lid Raad van Toezicht Stichting Nazorg bij Postinfectieuze aandoeningen (waaronder ook Q-support en C-support)

•Raad van Toezicht MEEr-groep

•Bestuurslid College Perinatale zorg (CPZ)

•Coördinator (/president) European Association for Children in Hospital (EACH)

•Voorzitter Landelijke Borstvoedingsraad

•Voorzitter MKS Landelijke coördinatieteam Integrale Kindzorg

•Voorzitter Expertiseraad Kenniscentrum kinderpalliatieve zorg

Geen

Geen restricties

Clusterexpertisegroep

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Nicky Platte-van Attekum

28uur/week Jeugdarts KNMG arts maatschappij en gezondheid bij de GGD Zuid Limburg, waaronder ik ook uren heb als aandachtsfunctionaris kindermishandeling.

Geen

Geen

Geen restricties

Anita Lekx

Spoedeisende Hulp arts VieCuri Medisch Centrum (fulltime)

Lid sectie Mishandeling en Geweld van de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) (onbetaald)

Als sectie expertisefunctie bij onze landelijke vereniging en achterban

Geen restricties

Roel Bakx

Kinderchirurg, betaald

Voorzitter richtlijnencommissie NVvH (betaald)
lid adviescommissie richtlijnen FMS (onbetaald)
secretaris bestuur stichting spoedeisende hulp bij kinderen (onbetaald)

ZonMw: APAC trail (antibiotica versus operatie bij appendictitis), projectleider.

ZEGG doematigheid: CAPP trail (analyse behandeling complexe appendictitis).

Co-auteur van Hoedeman F, Puiman PJ, van den Heuvel EAL, Affourtit MJ, Bakx R, Langendam MW, van de Putte EM, Russel-Kampschoer IMB, Schouten MCM, Teeuw AH, de Koning HJ, Moll HA. A validated Screening instrument for Child Abuse and Neglect (SCAN) at the emergency department. Eur J Pediatr. 2023 Jan;182(1):79-87. doi: 10.1007/s00431-022-04635-0. Epub 2022 Oct 5. PMID: 36198865; PMCID: PMC9534589.

Geen restricties

Imke van Kessel

Kinderarts, fellow sociale pediatrie, Amphia Ziekenhuis Breda

Geen

Geen

Geen restricties

Monique Trijbels

kinderarts, medisch directeur van de Stichting Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (UMC Utrecht)

Geen

Geen

Geen restricties

Eline van den Heuvel

Kinderarts, fellow sociale pediatrie UMC Utrecht

Fellowship sociale pediatrie (0,6 fte): hierbinnen werkzaam als junior-LECK arts en gedetacheerd bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Promotieonderzoek (0,2 fte): signaleren kindermishandeling op de spoedeisende hulp

Signaleren kindermishandeling op de SEH, inclusief implementatie NSK is gefinancierd door ZonMw “ Geweld hoort nergens thuis”

 

Het NSK wordt geïmplementeerd door ziekenhuizen zelf (verzamelde data is gedeeld intellectueel eigendom).

Nationale implementatie van het NSK is doel van de begeleidingscommissie van het implementatie onderzoek. Ik heb hierbij geen financieel of persoonlijk  (reputatie) belang.

 

Co-auteur van Hoedeman F, Puiman PJ, van den Heuvel EAL, Affourtit MJ, Bakx R, Langendam MW, van de Putte EM, Russel-Kampschoer IMB, Schouten MCM, Teeuw AH, de Koning HJ, Moll HA. A validated Screening instrument for Child Abuse and Neglect (SCAN) at the emergency department. Eur J Pediatr. 2023 Jan;182(1):79-87. doi: 10.1007/s00431-022-04635-0. Epub 2022 Oct 5. PMID: 36198865; PMCID: PMC9534589.

Geen restricties

Elise van de Putte

Emeritus hoogleraar kindergeneeskunde | Divisie Kinderen, Sociale pediatrie

 

ZonMW implementatie NSK

 

De implementatie van het Nationaal Signaleringsinstrument Kindermishandeling is mogelijk gemaakt door financiering van ZonMw. Het uiteindelijke doel is om dit instrument in heel Nederland te implementeren. Dat is niet een persoonlijk doel maar een doel van de begeleidingscommissie die geïnstalleerd is rond deze implementatie. Er zijn geen enkele financiële belangen voor mijzelf en ik zie het ook niet als een persoonlijk reputatie belang.

Co-auteur van Hoedeman F, Puiman PJ, van den Heuvel EAL, Affourtit MJ, Bakx R, Langendam MW, van de Putte EM, Russel-Kampschoer IMB, Schouten MCM, Teeuw AH, de Koning HJ, Moll HA. A validated Screening instrument for Child Abuse and Neglect (SCAN) at the emergency department. Eur J Pediatr. 2023 Jan;182(1):79-87. doi: 10.1007/s00431-022-04635-0. Epub 2022 Oct 5. PMID: 36198865; PMCID: PMC9534589.

Geen restricties

Kristine Beumer

Senior Wetenschappelijk Medewerker (NFI deskundige forensische geneeskunde minderjarigen bij Nederlands Forensisch Instituut, betaald, 1 fte.

Forensisch arts KNMG bij Veiligheids-en-Gezondheidsregio-Gelderland-Midden, betaalde functie, 0,33 fte.

Secretaris bestuur Forensisch Medisch genootschap, onbetaalde functie

ZonMw: Werkgroep richtlijn forensisch medisch onderzoek letsel en zeden.

Geen restricties

Huub Nijs

Forensisch arts, Nederlands Forensisch Instituut

Geen

Rijksambtenaar, 1fte bij het Nederlands Forensisch Instituut

Geen restricties

Kelsey van Son

SEH-arts in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen

Lid sectie Mishandeling en Geweld van de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA)

Geen

Geen restricties

Henrique Sachse

Vereniging Vertrouwensartsen Kindermishandeling en huiselijk geweld

adviseur update richtlijn Kindermishandeling Jeugdgezondheidszorg

alleen vacatiegelden richtlijn Kindermishandeling Jeugdgezondheidszorg

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door deelname van relevante patiëntenorganisaties aan de need-for-update en/of prioritering. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijnmodules zijn tevens ter commentaar voorgelegd aan alle relevante patiëntenorganisaties in de stuur- en expertisegroep (zie ‘Samenstelling cluster’ onder ‘Verantwoording’) en aan alle patiëntenorganisaties die niet deelnemen aan de stuur- en expertisegroep, maar wel hebben deelgenomen aan de need-for-update (zie ‘Need-for-update’ onder ‘Verantwoording’). De eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt. 

 

Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Bij de richtlijnmodules zijn conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn de richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Signalering van geweld in afhankelijkheidsrelaties op de SEH - screeningsinstrumenten

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

De kwalitatieve raming volgt na de commentaarfase.

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodules zijn opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 3.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).

 

Need-for-update, prioritering en uitgangsvragen

Tijdens de need-for-update fase (maart 2023) inventariseerde het cluster de geldigheid van de richtlijnmodules binnen het cluster. Naast de partijen die deelnemen aan de stuur- en expertisegroep zijn hier ook andere stakeholders voor benaderd. Per richtlijnmodule is aangegeven of deze geldig is, herzien moet worden, kan vervallen of moet worden samengevoegd. Ook was er de mogelijkheid om nieuwe onderwerpen aan te dragen die aansluiten bij één (of meerdere) richtlijn(en) behorend tot het cluster. De richtlijnmodules waarbij door één of meerdere partijen werd aangegeven herzien te worden, werden doorgezet naar de prioriteringsronde. Ook suggesties voor nieuwe richtlijnmodules werden doorgezet naar de prioriteringsronde. Afgevaardigden vanuit de partijen in de stuur- en expertisegroep werden gevraagd om te prioriteren (zie ‘Samenstelling cluster’ onder ‘Verantwoording’). Hiervoor werd de RE-weighted Priority-Setting (REPS) – tool gebruikt. De uitkomsten (ranklijst) werd gebruikt als uitgangspunt voor de discussie. Voor de geprioriteerde richtlijnmodules zijn door de het cluster concept-uitgangsvragen herzien of opgesteld en definitief vastgesteld.

 

Uitkomstmaten

Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde het cluster welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. Het cluster waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde het cluster tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. Review Manager 5.4 werd indien mogelijk gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).

 

Tabel Gradaties voor de kwaliteit van wetenschappelijk bewijs

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in een richtlijnmodule volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).

 

COSMIN

The COSMIN Risk of Bias tool was used to assess the quality of single studies for each measurement property. Thereby, the worst-score-counts method was used to determine the risk of bias, this means that the lowest rating given in a box determines the final rating, i.e., the quality of the study. The results of each reported measurement property was rated against the updated criteria for good measurement properties (Table 1). Each result was rated as either sufficient (+), insufficient (–), or indeterminate (?).

 

Table 1. Criteria for good measurement properties (Prinsen, 2018)

 

Table 1 Criteria for good measurement properties Prinsen 2018

Measurement Properties of Outcome Measurements Instruments

 

The level of evidence of the literature was evaluated as described in the COSMIN user manual for systematic reviews of patient-reported outcome measures (Prinsen, 2018). The following four factors were taken into account: (1) risk of bias (i.e., the methodological quality of the studies), (2) inconsistency (i.e., unexplained inconsistency of results across studies), (3) imprecision (i.e., total sample size of the available studies), and (4) indirectness (i.e., evidence from different populations than the population of interest in the review). The quality of evidence could be downgraded with one level (e.g., from high to moderate evidence) if there is serious risk of bias, with two levels (e.g., from high to low) if there is very serious risk of bias, or with three levels (i.e., from high to very low) if there is extremely risk of bias. The quality of the evidence could be downgraded with one or two levels for inconsistency, imprecision (-1 if total N=50-100; -2 if total N<50) and indirectness. Observational studies start at low quality of evidence.

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door het cluster wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. Het cluster heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.

 

In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

 

Tabel Sterkte van de aanbevelingen

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. 

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen.

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren.

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. 

Organisatie van zorg

Bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de richtlijnmodule Organisatie van zorg.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodule werd voorgelegd aan alle partijen die benaderd zijn voor de need-for-update fase. De commentaren werden verzameld en besproken met het cluster. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door het cluster. De definitieve richtlijnmodule werd ter autorisatie of goedkeuring voorgelegd aan de partijen die beschreven staan bij ‘Initiatief en autorisatie’ onder ‘Verantwoording’.

 

Literatuur

Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.

 

Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.

 

Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.

 

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.

 

Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.

 

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html

 

Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.

 

Prinsen CAC, Mokkink LB, Bouter LM, Alonso J, Patrick DL, de Vet HCW, Terwee CB. COSMIN guideline for systematic reviews of patient-reported outcome measures. Qual Life Res. 2018 May;27(5):1147-1157. doi: 10.1007/s11136-018-1798-3. Epub 2018 Feb 12. PMID: 29435801; PMCID: PMC5891568.

 

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.

Zoekverantwoording

Zoekstrategie

Embase.com 7-12-2023

No.

Query

Results

#1

'domestic violence'/exp OR 'family violence'/exp OR 'partner violence'/exp OR (((domestic OR family OR partner OR spouse) NEAR/3 (violen* OR abus* OR maltreat* OR cruel* OR mistreat* OR harm* OR torment* OR tortur* OR molestat* OR assault)):ti,ab,kw) OR ((battered NEAR/3 wife):ti,ab,kw) OR 'wife beating':ti,ab,kw

81319

#2

#1 NOT (('adolescent'/exp OR 'child'/exp OR adolescent*:ti,ab,kw OR child*:ti,ab,kw OR schoolchild*:ti,ab,kw OR infant*:ti,ab,kw OR girl*:ti,ab,kw OR boy*:ti,ab,kw OR teen:ti,ab,kw OR teens:ti,ab,kw OR teenager*:ti,ab,kw OR youth*:ti,ab,kw OR pediatr*:ti,ab,kw OR paediatr*:ti,ab,kw OR puber*:ti,ab,kw) NOT ('adult'/exp OR 'aged'/exp OR 'middle aged'/exp OR adult*:ti,ab,kw OR man:ti,ab,kw OR men:ti,ab,kw OR woman:ti,ab,kw OR women:ti,ab,kw))

52796

#3

'screening'/de OR 'questionnaire'/exp OR 'screening test'/de OR 'checklist'/de OR 'clinical assessment tool'/de OR 'screening':ti,ab,kw OR 'detect*':ti,ab,kw OR 'question*':ti,ab,kw OR tool:ti,ab,kw OR test*:ti,ab,kw OR device:ti,ab,kw OR instrument:ti,ab,kw OR survey*:ti,ab,kw OR identificat*:ti,ab,kw OR documentat*:ti,ab,kw OR ((forensic NEAR/5 (evaluati* OR evidence)):ti,ab,kw) OR ((symptom NEAR/5 (checklist* OR checkup)):ti,ab,kw)

12239421

#4

'sensitivity and specificity'/de OR sensitivity:ab,ti OR specificity:ab,ti OR 'roc curve':ab,ti OR 'receiver operator':ab,ti OR 'receiver operators':ab,ti OR likelihood:ab,ti OR 'diagnostic error'/exp OR 'diagnostic accuracy'/exp OR 'diagnostic test accuracy study'/exp OR 'inter observer':ab,ti OR 'intra observer':ab,ti OR interobserver:ab,ti OR intraobserver:ab,ti OR validity:ab,ti OR kappa:ab,ti OR reliability:ab,ti OR reproducibility:ab,ti OR ((test NEAR/2 're-test'):ab,ti) OR ((test NEAR/2 'retest'):ab,ti) OR 'reproducibility'/exp OR accuracy:ab,ti OR 'differential diagnosis'/exp OR 'validation study'/de OR 'measurement precision'/exp OR 'diagnostic value'/exp OR 'reliability'/exp OR 'predictive value'/exp OR ppv:ti,ab,kw OR npv:ti,ab,kw OR (((false OR true) NEAR/3 (negative OR positive)):ti,ab)

4213166

#5

#2 AND #3 AND #4

3098

#6

#5 AND [2006-2024]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

2361

#7

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

984667

#8

'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti

3932152

#9

'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti)

7973092

#10

'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab)))

14649752

#11

#6 AND #7 – SR’s

106

#12

#6 AND #8 NOT #11 – RCT’s

304

#13

#6 AND (#9 OR #10) NOT (#11 OR #12) – Observationele studies

1116

#14

#11 OR #12 OR #13

1526

Ovid/Medline 7-12-2023

#

Searches

Results

1

exp Domestic Violence/ or exp Intimate Partner Violence/ or ((domestic or family or partner or spouse) adj3 (violen* or abus* or maltreat* or cruel* or mistreat* or harm* or torment* or tortur* or molestat* or assault)).ti,ab,kf. or (battered adj3 wife).ti,ab,kf. or wife beating.ti,ab,kf.

64654

2

1 not (child* or schoolchild* or infan* or adolescen* or pediatri* or paediatr* or neonat* or boy or boys or boyhood or girl or girls or girlhood or youth or youths or baby or babies or toddler* or childhood or teen or teens or teenager* or newborn* or postneonat* or postnat* or puberty or preschool* or suckling* or picu or nicu or juvenile?).tw.

25007

3

exp "Surveys and Questionnaires"/ or Checklist/ or screening.ti,ab,kf. or detect*.ti,ab,kf. or question*.ti,ab,kf. or tool.ti,ab,kf. or test*.ti,ab,kf. or device.ti,ab,kf. or instrument.ti,ab,kf. or survey*.ti,ab,kf. or identificat*.ti,ab,kf. or documentat*.ti,ab,kf. or (forensic adj5 (evaluati* or evidence)).ti,ab,kf. or (symptom adj5 (checklist* or checkup)).ti,ab,kf.

9603949

4

exp "Sensitivity and Specificity"/ or (sensitivity or specificity).ti,ab. or (predict* or ROC-curve or receiver-operator*).ti,ab. or (likelihood or LR*).ti,ab. or exp Diagnostic Errors/ or (inter-observer or intra-observer or interobserver or intraobserver or validity or kappa or reliability).ti,ab. or reproducibility.ti,ab. or (test adj2 (re-test or retest)).ti,ab. or "Reproducibility of Results"/ or accuracy.ti,ab. or Diagnosis, Differential/ or Validation Study/ or ((false or true) adj3 (negative or positive)).ti,ab.

4958557

5

2 and 3 and 4

2242

6

limit 5 to yr=2006-2024

1807

7

6 not (comment/ or editorial/ or letter/) not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/)

1797

8

meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.

711764

9

exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw.

2664506

10

Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ [Onder exp cohort studies vallen ook longitudinale, prospectieve en retrospectieve studies]

4597913

11

Case-control Studies/ or clinical trial, phase ii/ or clinical trial, phase iii/ or clinical trial, phase iv/ or comparative study/ or control groups/ or controlled before-after studies/ or controlled clinical trial/ or double-blind method/ or historically controlled study/ or matched-pair analysis/ or single-blind method/ or (((control or controlled) adj6 (study or studies or trial)) or (compar* adj (study or studies)) or ((control or controlled) adj1 active) or "open label*" or ((double or two or three or multi or trial) adj (arm or arms)) or (allocat* adj10 (arm or arms)) or placebo* or "sham-control*" or ((single or double or triple or assessor) adj1 (blind* or masked)) or nonrandom* or "non-random*" or "quasi-experiment*" or "parallel group*" or "factorial trial" or "pretest posttest" or (phase adj5 (study or trial)) or (case* adj6 (matched or control*)) or (match* adj6 (pair or pairs or cohort* or control* or group* or healthy or age or sex or gender or patient* or subject* or participant*)) or (propensity adj6 (scor* or match*))).ti,ab,kf. or (confounding adj6 adjust*).ti,ab. or (versus or vs or compar*).ti. or ((exp cohort studies/ or epidemiologic studies/ or multicenter study/ or observational study/ or seroepidemiologic studies/ or (cohort* or 'follow up' or followup or longitudinal* or prospective* or retrospective* or observational* or multicent* or 'multi-cent*' or consecutive*).ti,ab,kf.) and ((group or groups or subgroup* or versus or vs or compar*).ti,ab,kf. or ('odds ratio*' or 'relative odds' or 'risk ratio*' or 'relative risk*' or aor or arr or rrr).ab. or (("OR" or "RR") adj6 CI).ab.))

5571874

12

7 and 8 – SR’s

77

13

(7 and 9) not 12 – RCT’s

216

14

(7 and (10 or 11)) not (12 or 13) – Observationele studies

614

15

12 or 13 or 14

907